[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"category-civil-procedure-nl-2024":3},{"detail":4,"years":54},{"category":5,"year":11,"latestYear":11,"monthlyCounts":12,"decisions":38,"total":14,"page":14,"limit":53},{"id":6,"slug":7,"name":8,"country":9,"createdAt":10},55,"civil-procedure-nl","Civil Procedure","NL","2026-07-08T16:54:05.484Z",2024,[13,16,18,20,22,24,26,28,30,32,34,36],{"month":14,"count":15},1,0,{"month":17,"count":15},2,{"month":19,"count":15},3,{"month":21,"count":15},4,{"month":23,"count":14},5,{"month":25,"count":15},6,{"month":27,"count":15},7,{"month":29,"count":15},8,{"month":31,"count":15},9,{"month":33,"count":15},10,{"month":35,"count":15},11,{"month":37,"count":15},12,[39],{"id":40,"ecli":41,"slug":42,"caseNumber":43,"courtId":44,"decisionDate":45,"fullText":46,"summary":43,"language":47,"source":48,"sourceUrl":49,"sourceTimestamp":50,"parsedAt":51,"updatedAt":52},"764","ECLI:NL:RBROT:2024:4686","ecli-nl-rbrot-2024-4686","",61,"2024-05-29T00:00:00.000Z","vonnisRECHTBANK ROTTERDAM\n\nTeam handel en haven\n\nzaaknummer \u002F rolnummer: C\u002F10\u002F657425 \u002F HA ZA 23-422\n\nHerstelvonnis in gevoegde zaken van 29 mei 2024\n\nin de zaak met zaaknummer \u002F rolnummer: C\u002F10\u002F657425 \u002F HA ZA 23-422 van\n\nde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid\n\nROWOOD B.V.,\n\ngevestigd te Ridderkerk,\n\neiseres in conventie,\n\nverweerster in reconventie,\n\nadvocaat mr. R.M.T. van den Bosch te Rotterdam,\n\ntegen\n\nde naamloze vennootschap\n\nTIMBER AND BUILDINGS SUPPLIES HOLLAND N.V.,\n\ngevestigd te Zaandam,\n\ngedaagde in conventie,\n\neiseres in reconventie,\n\nadvocaat mr. J.P. van der Klein te Amsterdam,\n\nen in de zaak met zaaknummer \u002F rolnummer C\u002F10\u002F657427 \u002F HA ZA 23-423 van\n\nde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid\n\nROWOOD B.V.,\n\ngevestigd te Ridderkerk,\n\neiseres in conventie,\n\nverweerster in reconventie,\n\nadvocaat mr. R.M.T. van den Bosch te Rotterdam,\n\ntegen\n\nde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid\n\nHOUTHANDEL LOOIJMANS B.V.,\n\ngevestigd te Someren,\n\ngedaagde in conventie,\n\neiseres in reconventie,\n\nadvocaat mr. J.P. van der Klein te Amsterdam.\n\nPartijen zullen hierna Rowood, TABS en Looijmans genoemd worden.\n\n1. Het verzoek tot verbetering1.1.. Bij brief van 16 april 2024 heeft Rowood de rechtbank verzocht om verbetering van het op 3 april 2024 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat de proceskostenveroordelingen in het vonnis worden verbeterd op het punt van – samengevat – het griffierecht. Volgens Rowood is in haar zaken tegen TABS en Looijmans ten onrechte € 5.737,00 aan griffierecht geheven en had dit € 2.837,00 moeten zijn.\n\n1.2.. De rechtbank heeft TABS en Looijmans in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.\n\n1.3.. Uit de brief van 22 april 2024 van TABS en Looijmans volgt – samengevat – dat zij niet met alle door Rowood verzochte verbeteringen instemmen. Volgens TABS en Looijmans dient het vonnis van 3 april 2024 alleen op de volgende punten, weergegeven voor zover relevant, verbeterd te worden:\n\ni) wijziging van het griffierecht in de proceskostenveroordeling in de zaak Rowood tegen Looijmans (zaak- en rolnummer 657427\u002F23-423) van € 5.737,00 in € 2.837,00;\n\nii) wijziging van het salaris advocaat in de proceskostenveroordeling in de zaak Rowood tegen TABS (zaak- en rolnummer 657425\u002F23-422) op het punt van het toegepaste liquidatietarief, in die zin dat in plaats van liquidatietarief IV liquidatietarief V wordt toegepast. Volgens TABS is het hier door de rechtbank geheven griffierecht van € 5.737,00 wel juist.\n\nHet voorgaande leidt volgens TABS en Looijmans tot een proceskostenveroordeling van Rowood jegens TABS van € 9.877,44 en van Rowood jegens Looijmans van € 5.547,44.\n\n1.4.. De rechtbank heeft Rowood vervolgens in de gelegenheid gesteld op deze brief te reageren.\n\n1.5.. Bij brief van 26 april 2024 is namens Rowood ingestemd met de hiervoor in 1.3 door TABS en Looijmans verzochte verbeteringen van het vonnis van 3 april 2024. Zij heeft erkend dat het door de rechtbank geheven griffierecht van € 5.737,00 in haar zaak tegen Looijmans (wel) juist is.\n\n2. De beoordeling2.1.. De rechtbank stelt vast dat in het vonnis van 3 april 2024 bij de begroting van de proceskosten helaas een aantal fouten zijn geslopen. Deze fouten lenen zich voor eenvoudig herstel (ex art. 31 Rv) en de rechtbank zal het verzoek van partijen dan ook als volgt toewijzen.\n\nRowood \u002F TABS2.2.. Het verzoek van Rowood om verbetering (verlaging) van het geheven griffierecht in haar zaak tegen TABS, is gebaseerd op een kennelijke verschrijving in het vonnis van de door haar gevorderde buitengerechtelijke incassokosten onder r.o. 4.1 onder B. Daar staat een bedrag van € 4.771,96, terwijl dit € 14.771,96 had moeten zijn. Op grond van deze schrijffout heeft Rowood haar verzoek tot wijziging (verlaging) van het geheven griffierecht gebaseerd. Nu zij in haar brief van 26 april 2024 erkent dat het geheven griffierecht van (wel) € 5.737,00 juist is, ziet de rechtbank hierin aanleiding de schrijffout in r.o. 4.1 onder B te corrigeren en om daar het juiste bedrag van € 14.771,96 op te nemen. Zoals TABS en Looijmans terecht opmerken is in deze zaak evenwel ten onrechte uitgegaan van liquidatietarief IV. Dat had inderdaad tarief V moeten zijn. Dat leidt in deze zaak tot een salaris voor de advocaat van € 3.858,00. Partijen zijn het daarmee (ook) eens. Dit betekent dat de proceskostenveroordeling hier uitkomt op € 9.877,44 in plaats van het onder 5.22 opgenomen bedrag van € 8.447,44, terwijl in het dictum onder 6.2 bovendien ten onrechte € 8.4474,44 staat vermeld. Het voorgaande leidt dan ook tot aanpassing van r.o. 4.1 onder B, r.o. 5.22 en onder 6.2.\n\nRowood \u002F Looijmans2.3.. In de zaak van Rowood tegen Looijmans is (wel) ten onrechte een bedrag van € 5.737,00 aan griffierecht geheven. Dit had in die zaak € 2.837,00 moeten zijn. Dit zal dan ook worden hersteld. Partijen zijn het hiermee ook eens. Dit betekent dat de proceskostenveroordeling hier uitkomt op € 5.547,44. Dit leidt tot aanpassing van r.o. 5.22 en onder 7.2, waar ook hier ten onrechte € 8.4474,44 staat vermeld.\n\n2.4.. Rechtsoverweging 5.22 wordt gewijzigd in de volgende rechtsoverweging:\n\n“Als de in het ongelijk gestelde partij zal Rowood worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van TABS en Looijmans in conventie en in reconventie. De proceskosten in conventie van TABS en Looijmans worden tot aan deze uitspraak begroot op:\n\nin zaak 23-422\n\ndagvaardingskosten € 109,44\n\ngriffierecht € 5.737,00\n\nsalaris advocaat € 3.858,00 (twee punten in liquidatietarief V)\n\nnakosten € 173,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)\n\nTotaal € 9.877,44.\n\nin zaak 23-423\n\ndagvaardingskosten € 109,44\n\ngriffierecht € 2.837,00\n\nsalaris advocaat € 2.428,00 (twee punten in liquidatietarief IV)\n\nnakosten € 173,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)\n\nTotaal € 5.547,44.”\n\n2.5.. In 6.2 van het dictum in zaak Rowood tegen TABS (zaak- en rolnummer 657425 \u002F 23-422) wordt het bedrag € 8.4474,44 gewijzigd in € 9.877,44.\n\n2.6.. In 7.2 van het dictum in zaak Rowood tegen Looijmans (zaak- en rolnummer 657427 \u002F 23-423) wordt het bedrag € 8.4474,44 gewijzigd in € 5.547,44.\n\n3. De beslissing\n\nDe rechtbank\n\n3.1.. bepaalt dat onder 4.1 van het op 3 april 2024 tussen Rowood en TABS\u002FLooijmans gewezen vonnis, waar staat\n\n“€ 4.771,96”\n\ndit bedrag wordt gewijzigd in\n\n“€ 14.771,96”,\n\n3.2.. bepaalt dat onder 5.22 van het op 3 april 2024 tussen Rowood en TABS\u002FLooijmans gewezen vonnis als volgt komt te luiden:\n\n“Als de in het ongelijk gestelde partij zal Rowood worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van TABS en Looijmans in conventie en in reconventie. De proceskosten in conventie van TABS en Looijmans worden tot aan deze uitspraak begroot op:\n\nin zaak 23-422\n\ndagvaardingskosten € 109,44\n\ngriffierecht € 5.737,00\n\nsalaris advocaat € 3.858,00 (twee punten in liquidatietarief V)\n\nnakosten € 173,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)\n\nTotaal € 9.877,44.\n\nin zaak 23-423\n\ndagvaardingskosten € 109,44\n\ngriffierecht € 2.837,00\n\nsalaris advocaat € 2.428,00 (twee punten in liquidatietarief IV)\n\nnakosten € 173,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)\n\nTotaal € 5.547,44”.\n\n3.3.. bepaalt dat onder 6.2 van het op 3 april 2024 tussen Rowood en TABS\u002FLooijmans gewezen vonnis, waar staat\n\n“€ 8.4474,44”\n\ndit bedrag wordt gewijzigd in\n\n“€ 9.877,44”,\n\n3.4.. bepaalt dat nr. 7.2 van het op 3 april 2024 tussen Rowood en TABS\u002FLooijmans gewezen vonnis, waar staat\n\n“€ 8.4474,44”\n\ndit bedrag wordt gewijzigd in\n\n“€ 5.547,44”,\n\n3.5.. bepaalt dat deze verbeteringen onder de vermelding van de datum 29 mei 2024 worden vermeld op de minuut van het vonnis van 3 april 2024,\n\n3.6.. gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 3 april 2024 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.\n\nDit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2024.\n\n901\u002F3455","nl","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:4686","2024-05-22T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:28:47.038Z",20,[55,56,11,57,58],2026,2025,2023,1915]