[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-alkmaar-employment-law-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":21,"total":16,"page":40,"limit":41},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},73,"Alkmaar","nl","alkmaar",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},28,"employment-law-nl","Employment Law","NL","2026-07-08T16:53:14.144Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":20},2,{"min":18,"max":19},"2026-03-26T00:00:00.000Z","2026-04-13T00:00:00.000Z",[],[22,32],{"id":23,"ecli":24,"slug":25,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":19,"fullText":27,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":29,"sourceTimestamp":19,"parsedAt":30,"updatedAt":31},"1296","ECLI:NL:RBNHO:2026:3952","ecli-nl-rbnho-2026-3952","","RECHTBANKNOORD-HOLLAND\n\nCiviel recht\n\nKantonrechter\n\nZittingsplaats Alkmaar\n\nZaaknummers \u002F rekestnummers: 12136677 \\ AO VERZ 26-25 en 12132774 \\ AO VERZ 26-24 (NE)\n\nBeschikking van13 april 2026 (bij vervroeging)\n\nin zaaknummer 121436677:\n\n [verzoeker 1],\n\nte [plaats] ,\n\nverzoekende partij,\n\nverwerende partij in het tegenverzoek,\n\nhierna te noemen: [werknemer] ,\n\ngemachtigde: mr. P.F. Keuchenius,\n\ntegen\n\nde besloten vennootschap FiFi4Marine B.V.,\n\nte Zwaag,\n\nverwerende partij,\n\nverzoekende partij in het tegenverzoek,\n\nhierna te noemen: FiFi4Martine,\n\ngemachtigde: mr. N. Bulut.\n\nen\n\nin zaaknummer 12132774:\n\nde besloten vennootschap FiFi4Marine B.V.,\n\nte Zwaag,\n\nverzoekende partij,\n\nhierna te noemen: FiFi4Martine,\n\ngemachtigde: mr. N. Bulut,\n\ntegen\n\n [verweerder 2],\n\nte [plaats] ,\n\nverwerende partij,\n\nhierna te noemen: [werknemer] ,\n\ngemachtigde: mr. P.F. Keuchenius.\n\nDe zaken in het kort\n\nIn de eerste zaak verzoekt de werknemer om vernietiging van een ontslag op staande voet. De kantonrechter wijst het verzoekt af, omdat het ontslag op staande voet (rechts)geldig is. De kantonrechter oordeelt dat het handelen en nalaten van de werknemer bestaande uit het kopiëren van een grote hoeveelheid bedrijfsgegevens van de bedrijfslaptop naar een externe privé harde schijf en vervolgens niet voldoen aan sommaties van de werkgever om afgifte van deze harde schijf, kwalificeert als een dringende reden. Dit handelen en nalaten van de werknemer is ook ernstig verwijtbaar, waardoor de werknemer het recht op een transitievergoeding verliest. De werkgever moet nog wel een bedrag aan niet genoten verlofuren en overuren aan de werknemer betalen en wordt daartoe veroordeeld.\n\nIn de tweede zaak verzoekt de werkgever om toekenning van een gefixeerde schadevergoeding. Dat verzoek wordt toegewezen, omdat de werknemer door opzet of schuld aan de werkgever een dringende heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen.\n\n1. De procedure\n\n1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:\n\nin zaaknummer 12136677:\n\n- het verzoekschrift van [werknemer] met producties\n\n- het verweerschrift met voorwaardelijk tegenverzoek van FiFi4Marine met producties\n\nin zaaknummer 12132774:\n\n- het verzoekschrift van FiFi4Marine met producties\n\n- een verweerschrift van [werknemer] met producties\n\n1.2.. De gelijktijdige mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026. Daarbij zijn partijen met hun gemachtigden verschenen. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, waarbij FiFi4Marine gebruik heeft gemaakt van spreekaantekeningen en [werknemer] een schriftelijke toelichting op de billijke vergoeding heeft overgelegd en voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. Op deze zitting is het kort geding strekkende tot afgifte van de harde schijf behandeld. In deze zaak is op 13 april 2026 uitspraak gedaan.\n\n1.3.. De beschikking is bij vervroeging bepaald op vandaag.\n\n2. De feiten\n\nAls onvoldoende betwist gaat de kantonrechter uit van de volgende feiten:\n\n2.1.. FiFi4Marine is een jong bedrijf met zes medewerkers in dienst en houdt zich bezig met de ontwikkeling en exploitatie van een uniek blussysteem voor lithium-batterijbranden aan bood van schepen, met internationale certificeringen. FiFi4Marine heeft jarenlang geïnvesteerd in onderzoek, ontwikkeling en internationale tests en certificeringen in verschillende landen.\n\n2.2.. \n [werknemer] is op 1 mei 2019 bij FiFi4Marine in dienst getreden in de functie van Applicatie Manager\u002FServicemonteur op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tegen een salaris van laatstelijk € 5.087,26 bruto exclusief 8 % vakantietoeslag en overige emolumenten.\n\n2.3.. \n [werknemer] verricht servicewerkzaamheden aan boord van schepen en heeft voor de uitvoering van zijn werkzaamheden de beschikking gekregen over een bedrijfslaptop en een mobiele telefoon.\n\n2.4.. Op grond van artikel 10 van de arbeidsovereenkomst is het [werknemer] verboden tijdens of na beëindiging van het dienstverband op enigerlei wijze aan derden direct of indirect, in welke vorm ook, enige mededeling te doen van of aangaande enige bijzonderheden over of verband houdende met het bedrijf van FiFi4Marine.\n\n2.5.. Artikel 12 van de arbeidsovereenkomst bepaalt dat in geval van non-actiefstelling, arbeidsongeschiktheid en einde dienstverband [werknemer] alle zich onder hem bevindende eigendommen van FiFi4Marine en bescheiden die met haar verband houden, een en ander in de ruimste zin van het woord, alsmede kopieën van dergelijke bescheiden ter beschikking te stellen aan FiFi4Marine. Dat geldt ook voor software van FiFi4Marine of kopieën daarvan.\n\n2.6.. Op 12 december 2025 heeft FiFi4Marine een functioneringsgesprek met [werknemer] gevoerd en heeft FiFi4Marine bezwaren over het gedrag en de houding van [werknemer] geuit en een verbetertraject voorgesteld.\n\n2.7.. FiFi4Marine heeft op 15 december 2025 per mail een waarschuwing aan [werknemer] gegeven, omdat [werknemer] na het functioneringsgesprek contact had opgenomen met zijn voormalig leidinggevende over een verwijt dat hem was gemaakt in het functioneringsgesprek en daarmee haar bedrijf in diskrediet bent. Ook heeft FiFi4Marine aan [werknemer] bericht dat zij zich het recht voorbehoud om bij een volgende keer dat dit zich voordoet de schade die dit aantoonbaar veroorzaakt, op hem te verhalen.\n\n2.8.. \n [werknemer] heeft zich op 17 december 2025 ziek gemeld.\n\n2.9.. FiFi4Martine heeft [werknemer] op 19 december 2025 verzocht de bedrijfslaptop met inloggegevens in te leveren in verband met een inbedrijfstelling aankomende maandag.\n\n2.10.. Op zondag 21 december 2025 heeft [werknemer] een programma genaamd “Macrium Reflect Clone” geïnstalleerd op zijn bedrijfslaptop en vervolgens zonder toestemming of medeweten van FiFi4Marine de inhoud van de bedrijfslaptop (931,51 gigabyte) gekopieerd naar een privé externe harde schijf (Samsung PSSD T7 Shield). De gekopieerde gegevens bevatten onder meer klant- en leveranciersgegevens, klantenconfiguraties, wachtwoorden van alle medewerkers en toegangscodes tot systemen, technische productontwerpen en testgegevens, ontwerp, certificeringsdocumentatie, softwarelicenties, foto’s van systemen en status van werkopdrachten en servicereizen en interne bedrijfsinformatie en correspondentie.\n\n2.11.. Op dezelfde dag heeft [werknemer] de bedrijfslaptop zonder inloggegevens op zijn bureau bij FiFi4Marine achtergelaten. De inloggegevens heeft [werknemer] later verstrekt.\n\n2.12.. De bedrijfsarts heeft op 6 januari 2026 vastgesteld dat geen sprake is van ziekte, maar van een arbeidsgeschil tussen partijen en heeft geadviseerd met elkaar in gesprek te gaan en afspraken te maken om de problemen op te lossen gedurende een interventieperiode tot 20 januari 2026 en dat uiterlijk per die datum hersteldmelding aan de orde is.\n\n2.13.. Op 7 januari 2026 heeft de IT-specialist van FiFi4Marine de bedrijfslaptop van [werknemer] ontgrendeld en ontdekt dat [werknemer] een kopie heeft gemaakt van de bedrijfsgegevens op de laptop.\n\n2.14.. Op 8 januari 2026 heeft FiFi4Marine aan [werknemer] gemaild dat haar is gebleken dat hij bedrijfsgegevens heeft gekopieerd naar een harde schijf en heeft hem gevraagd per direct op kantoor te komen met deze harde schijf om dit te herstellen door gezamenlijk de gegevens te wissen en een verklaring af te leggen wat hij met de gegevens heeft gedaan. FiFi4Marine heeft [werknemer] er verder op gewezen dat zij bij weigering aangifte zal doen bij de politie.\n\n2.15.. \n [werknemer] heeft hierop geantwoord dat hij tijdens het functioneringsgesprek werd overvallen door kritiek en zich daar niet in herkende, hij zich ziek heeft gemeld, hij vervolgens het verzoek kreeg de laptop in te leveren en dat hij dat heeft gedaan “uiteraard” nadat hij een volledige kopie had gemaakt op een harde schijf. [werknemer] heeft verder laten weten niet te begrijpen waarom hem dit kwalijk wordt genomen, omdat hij gedurende zijn hele dienstverband over die gegevens beschikt.\n\n2.16.. FiFi4Marine heeft [werknemer] vervolgens opnieuw verzocht naar kantoor te komen met de harde schijf en deze door haar te laten wissen.\n\n2.17.. Per brief van 9 januari 2026 heeft FiFi4Marine [werknemer] opnieuw gesommeerd om binnen twee werkdagen naar kantoor te komen om alle gekopieerde bedrijfsgegevens permanent te wissen, de externe harde schijf in te leveren ter verificatie en een verklaring af te leggen dat hij geen kopieën meer in bezit heeft of aan derden heeft verstrekt. [werknemer] is er ook op gewezen dat hij in strijd met artikelen 10 en 12 van de arbeidsovereenkomst handelt en dat dit een dringende reden voor ontslag kan opleveren.\n\n2.18.. De eigenaar van FiFi4Marine heeft op 14 januari 2026 bij de politie aangifte gedaan van verduistering.\n\n2.19.. Ook per e-mail van 14 januari 2026 heeft FiFi4Marine via haar gemachtigde [werknemer] gesommeerd om uiterlijk de volgende dag voor 12:00 uur aan haar verzoeken te voldoen. Daaraan is [werknemer] onder andere per e-mail van 15 januari 2026 om 10:29 uur opnieuw herinnerd met de waarschuwing dat als daaraan geen gehoor wordt gegeven hij op staande voet zal worden ontslagen.\n\n2.20.. Per e-mail van 15 januari 2026 om 11:26 uur heeft de gemachtigde van [werknemer] geantwoord dat hij niets anders in zijn bezit heeft dan wat hij gedurende de zes jaar dat hij in dienst is van FiFi4Marine in zijn bezit heeft. Ook vraagt hij wanneer [werknemer] weer de beschikking kan krijgen over zijn laptop, waarna [werknemer] kan voldoen aan diverse verzoeken en tegelijkertijd de informatie kan behouden die hij nodig heeft voor zijn werkzaamheden en\u002Fof zijn verdediging.\n\n2.21.. De gemachtigde van FiFi4Marine heeft daarop geantwoord dat zij op verschillende manieren heeft geprobeerd contact te krijgen met [werknemer] om hem nogmaals op de deadline te wijzen.\n\n2.22.. \n [werknemer] is op 15 januari 2026 door FiFi4Marine op staande voet ontslagen wegens het zonder toestemming en medeweten van FiFi4Marine tijdens ziekteverlof op 21 december 2025 kopiëren van de complete inhoud van zijn bedrijfslaptop naar een privé harde schijf en het weigeren om deze bedrijfsgegevens terug te geven.\n\n2.23.. Ook op 16, 19, 20, 23 en 26 januari 2026 heeft FiFi4Marine [werknemer] verzocht te voldoen aan haar sommaties.\n\n2.24.. Op 20 januari 2026 heeft [werknemer] diverse bedrijfseigendommen aan FiFi4Marine teruggegeven en zijn persoonlijke spullen opgehaald. Op 26 januari 2026 heeft [werknemer] de bedrijfstelefoon bij FiFi4Marine ingeleverd.\n\n2.25.. Op 28 januari 2026 heeft FiFi4Marine aan [werknemer] bericht dat haar is gebleken dat hij de bedrijfsgegevens van de ingeleverde mobiele telefoon heeft gewist en verzocht uiterlijk 30 januari 2026 alle gewiste bedrijfsgegevens op de mobiele telefoon via zijn Apple Account te herstellen, alle toebehoren van de mobiele telefoon in te leveren, de harde schijf met bedrijfsgegevens in te leveren en een schriftelijke verklaring af te geven dat hij geen kopieën meer in zijn bezit heeft. Aan dit verzoek heeft [werknemer] niet voldaan.\n\n3. Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek\n\nin zaaknummer 12136677:\n\n3.1.. \n [werknemer] verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen en Fifi4Marine te veroordelen tot betaling van loon. Volgens [werknemer] is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig, omdat daarvoor geen dringende reden bestaat en het ontslag ook niet onverwijld is gegeven. Een causaal verband tussen een handeling van [werknemer] en het bezit van bedrijfsgevoelige informatie bestaat in werkelijkheid niet. [werknemer] had deze gegevens namelijk al onder zich. Deze staan op de aan hem ter beschikking gegeven laptop. Het kopiëren daarvan naar een harde schijf verandert daar niets aan. Op geen enkele manier heeft FiFi4Marine het [werknemer] verboden om de gegevens op de laptop die kuren vertoonde, veilig te stellen op een harde schijf. [werknemer] had daarmee geen ander motief en handelde juist in het belang van FiFi4Marine. [werknemer] heeft de bedrijfsgegevens ook nergens anders opgeslagen of verspreid. De eis van FiFi4Marine de harde schijf af te geven terwijl zij zelf de laptop niet aan [werknemer] retourneerde is onredelijk, ook tegen de achtergrond van het beschuldigende functioneringsgesprek en de officiële waarschuwing. [werknemer] had een gerechtvaardigd belang om te kunnen blijven beschikken over de bedrijfsinformatie.\n\n3.2.. \n\nFifi4Marine voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Fifi4Marine voert ‑ samengevat ‑ aan dat [werknemer] tijdens ziekte zonder haar toestemming en medeweten een grote hoeveelheid aan gevoelige bedrijfsgegevens van zijn bedrijfslaptop heeft gekopieerd naar een externe privé harde schijf. Ondanks verzoeken en sommaties tot afgifte van de harde schijf, heeft [werknemer] geweigerd daartoe over te gaan. Dat kwalificeert als dringende reden voor het ontslag op staande voet. Fifi4Marine heeft een tegenverzoek gedaan en verzoekt (voorwaardelijk) dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.\n\nin zaaknummer 12132774:\n\n3.3.. FiFi4Marine verzoekt een verklaring voor recht dat [werknemer] aan haar door opzet of schuld een dringende reden heeft gegeven het dienstverband onverwijld op te zeggen en dat [werknemer] wordt veroordeeld tot betaling van een zogenoemde gefixeerde schadevergoeding.\n\n3.4.. \n [werknemer] voert verweer en stelt dat de verzoeken moet worden afgewezen.\n\n4. De beoordeling van de verzoeken\n\nin zaaknummer 12136677:\n\nGeen voorlopige voorziening\n\n4.1.. De kantonrechter zal direct beslissen op de verzoeken in de hoofdzaak, zodat er geen reden is voor het treffen van een voorlopige voorziening.\n\nDe hoofdzaak\n\n4.2.. Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of FiFi4Marine moet worden veroordeeld tot betaling van loon.\n\n4.3.. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.\n\n4.4.. Voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet moet sprake zijn van een onverwijlde opzegging wegens een dringende reden en die reden moet onverwijld aan de werknemer zijn meegedeeld.\n\nDringende reden\n\n4.5.. Op grond van de wet worden voor de werkgever als dringende redenen voor een ontslag op staande voet beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen, in onderling verband en samenhang.Daarbij moet in ieder geval rekening worden gehouden met de aard en de ernst van de dringende reden.\n\n4.6.. FiFi4Marine heeft in de brief van 15 januari 2026 de redenen die ten grondslag zijn gelegd aan het ontslag op staande voet toegelicht, namelijk het zonder toestemming en medeweten van FiFi4Marine tijdens ziekteverlof op 21 december 2025 kopiëren van de complete inhoud van de bedrijfslaptop naar een privé harde schijf en het weigeren om deze (geclassificeerde) bedrijfsgegevens terug te geven. Volgens FiFi4Marine heeft [werknemer] aldus in strijd gehandeld met de artikelen 10 en 12 van de arbeidsovereenkomst en goed werknemerschap. In de ontslagbrief heeft FiFi4Marie verder verzwarende omstandigheden genoemd, waaronder dat dit is gedaan zonder overleg op een zondagmiddag wat duidt op heimelijk handelen, tijdens ziekte zodat er geen noodzaak was voor toegang tot de bedrijfsgegevens en kort na het functioneringsgesprek.\n\n4.7.. Door [werknemer] wordt niet ontkend dat hij op 21 december 2025 alle bestanden en bedrijfsgegevens van zijn bedrijfslaptop heeft gekopieerd naar een externe privé harde schijf. Volgens [werknemer] gaat het niet om geclassificeerde bedrijfsgegevens, maar als onbetwist staat vast dat hij (bedrijfsgevoelige) gegevens van FiFi4Marine op de harde schijf heeft gekopieerd.\n\n4.8.. \n [werknemer] stelt zich op het standpunt dat hij een back up heeft gemaakt van de bedrijfsgegevens in het belang van FiFi4Marine. Ook als [werknemer] niet wist dat hij de bedrijfsgegevens niet mocht kopiëren en uit moet worden gegaan van de juistheid van zijn goede bedoelingen, geldt dat hij (vertrouwelijke) bedrijfsgegevens buiten de beveiligde bedrijfsomgeving van FiFi4Marine heeft gebracht en dat hij ondanks meerdere sommaties niet heeft willen meewerken aan afgifte van de externe privé harde schijf.\n\n4.9.. Het geheimhoudingsbeding van artikel 10 van de arbeidsovereenkomst verbiedt [werknemer] kort gezegd om mededelingen aan derden te doen over of verband houdende met het bedrijf van FiFi4Marine. Niet is gesteld of gebleken dat [werknemer] de gekopieerde bestanden en bedrijfsgegevens aan een derde heeft verstrekt. Ook valt niet in te zien hoe [werknemer] als een derde kan worden aangemerkt. Dat blijkt niet uit de formulering van het geheimhoudingsbeding en kan daar ook niet in worden gelezen. Het ontslag kan daarom niet op deze bepaling worden gebaseerd.\n\n4.10.. Op grond van artikel 12 van de arbeidsovereenkomst was [werknemer] verplicht tijdens ziekte alle eigendommen van FiFi4Marine ter beschikking te stellen aan FiFi4Marine. De formulering van deze bepaling is taalkundig duidelijk. Het gaat om alle eigendommen van FiFi4Marine in de ruimste zin van het woord. Redelijke uitleg houdt in dat partijen niet anders hebben bedoeld dan dat daaronder ook vallen bestanden en andere bedrijfsgegevens van FiFi4Marine die op de aan [werknemer] voor zijn functie in gebruik gegeven bedrijfslaptop staan en kopieën daarvan. Het verweer van [werknemer] dat de harde schijf zijn eigendom is, gaat niet op. Evident is dat het belang van afgifte van de harde schijf ziet op bescherming van het - onbetwiste - eigendom van FiFi4Marine van haar vertrouwelijke bedrijfsgegevens. Omdat vast staat dat [werknemer] deze gegevens vanuit zijn laptop heeft gekopieerd op de betreffende harde schijf moest [werknemer] deze schijf afgeven aan FiFi4Marine om – zoals nader toegelicht op de zitting – haar in staat te stellen te beschikken over haar eigendommen en te controleren welke bedrijfsgegevens [werknemer] op deze harde schijf heeft gekopieerd.\n\n4.11.. Tijdens de zitting heeft [werknemer] voor het niet meewerken aan de afgifte aangevoerd dat hij zich bedreigd voelde vanwege de waarschuwing van FiFi4Marine om schade op hem te verhalen en dat hij bang was dat de harde schijf bij afgifte wordt gesaboteerd door FiFi4Marine. Dat laatste verweer heeft [werknemer] niet eerder gevoerd en is niet onderbouwd. Bovendien heeft FiFi4Marine voorgesteld om gezamenlijk naar de gegevens op de harde schijf te kijken, zodat [werknemer] hierin niet wordt gevolgd. Ook wordt [werknemer] niet gevolgd in het aangevoerde verdedigingsbelang, alleen al vanwege het feit dat niet is gebleken dat hij deze bedrijfsgegevens heeft gebruikt in deze ontslag op staande voet procedures of voor de kort geding procedure. Op vragen van de kantonrechter heeft [werknemer] dat ook erkend.\n\n4.12.. Het belang van FiFi4Marine bij afgifte van de externe privé harde schijf is evident. [werknemer] heeft daaraan, ondanks alle sommaties, niet willen meewerken. Integendeel, [werknemer] heeft in reactie op de sommaties gevraagd wanneer hij weer de beschikking kan krijgen over zijn laptop zodat hij in staat is aan de verzoeken te voldoen en tegelijkertijd de informatie kan behouden die hij nodig heeft voor zijn werkzaamheden en\u002Fof verdediging. [werknemer] gaat met zijn opstelling eraan voorbij dat FiFi4Marine een eigen gerechtvaardigd belang heeft om de harde schijf te (laten) verifiëren, omdat het om haar (vertrouwelijke) bedrijfsgegevens gaat. Dit handelen en nalaten van [werknemer] kwalificeert als een dringende reden voor het ontslag op staande voet.\n\nOnverwijld\n\n4.13.. Ook moet worden beoordeeld of het ontslag onverwijld is gegeven. Hiervoor is beslissend het tijdstip waarop de dringende reden tot dat ontslag ter kennis is gekomen van degene die bevoegd was het ontslag te verlenen.\n\n4.14.. Op 7 januari 2026 is FiFi4Marine bekend geworden met de gemaakte kopieën van de bedrijfsgegevens op een externe privé harde schijf. Vervolgens heeft FiFi4Marine [werknemer] in de gelegenheid gesteld om de harde schijf af te geven en daarvoor een uiterste termijn gegeven. Toen die termijn was verstreken en haar duidelijk werd dat [werknemer] niet wilde voldoen aan de sommaties, heeft FiFi4Marine [werknemer] direct op staande voet ontslagen. De kantonrechter is van oordeel dat FiFi4Marine voortvarend heeft gehandeld, zodat sprake is van een onverwijld gegeven ontslag op staande voet waarbij de dringende reden onverwijld is meegedeeld.\n\nConclusie: het ontslag is rechtsgeldig gegeven\n\n4.15.. De kantonrechter is concluderend van oordeel dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven en wijst het verzoek van [werknemer] tot vernietiging van het ontslag op staande voet daarom af. Ook de verzoeken tot wedertewerkstelling en betaling van loon worden daarom afgewezen. Het subsidiaire verzoek van [werknemer] tot toekenning van een billijke vergoeding behoeft geen behandeling, aangezien [werknemer] zijn primaire verzoek tot vernietiging heeft gehandhaafd en dus niet de switch heeft gemaakt. Overigens is het ontslag op staande voet rechtsgeldig gegeven, zodat [werknemer] geen aanspraak heeft op een billijke vergoeding.\n\nGeen recht op een transitievergoeding\n\n4.16.. \n [werknemer] vordert subsidiair, voor het geval het ontslag op staande voet niet wordt vernietigd, toekenning van een transitievergoeding. Omdat het handelen en nalaten van [werknemer] moet worden aangemerkt als ernstig verwijtbaar heeft [werknemer] daar geen recht op.\n\nUitbetaling van verlofuren en overuren\n\n4.17.. \n [werknemer] maakt aanspraak op uitbetaling van verlofuren en overuren van in totaal 938,15 uur, zijnde -\u002F- 121,25 aan wettelijke verlofuren, 291 aan bovenwettelijke verlofuren, 509,25 aan ADV en 266,15 aan TVT\u002Foveruren. [werknemer] stelt verder dat dit bij een uurloon van € 31,70 leidt tot een vordering van € 29.739,00. Ook heeft [werknemer] een overzicht overgelegd met door FiFi4Marine verstrekte verlofsaldi over 2020 tot en met 2026 en een berekening van de verlofsaldi waar volgens [werknemer] vanuit moet worden gegaan. FiFi4Marine betwist deze vordering en stelt dat als uitgangspunt het in haar salarissysteem geregistreerde verlofsaldo van 410,15 moet gelden en dat zij deze na een correctie op de overuren bij de eindafrekening aan [werknemer] heeft betaald. De kantonrechter overweegt als volgt.\n\n4.18.. Wat betreft de wettelijke en bovenwettelijke verlofuren heeft [werknemer] verwezen naar artikel 6 van de arbeidsovereenkomst. Daarin staat dat [werknemer] recht heeft op 28 vakantiedagen per jaar, wat neerkomt op 160 wettelijke en 64 bovenwettelijke verlofuren per jaar. Volgens FiFi4Marine moet worden uitgegaan van een andere CAO en heeft [werknemer] daarom recht op 40 in plaats van 64 bovenwettelijke verlofuren, maar daarbij gaat zij voorbij aan de verlofuren waarop [werknemer] volgens zijn arbeidsovereenkomst recht heeft. [werknemer] heeft tijdens de zitting betwist dat een addendum bij de arbeidsovereenkomst is overeengekomen waarin andere afspraken zijn gemaakt. Hier tegenover heeft FiFi4Marine onvoldoende ingebracht. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de berekening van [werknemer] .\n\n4.19.. \n [werknemer] heeft verder onder verwijzing naar artikel 6 van de arbeidsovereenkomst gesteld dat hij jaarlijks recht heeft op twaalf roostervrije dagen (ADV) en dat FiFi4Marine deze alleen in 2020 heeft toegekend. Dit is door FiFi4Marine onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat ook hier wordt uitgegaan van de berekening van [werknemer] .\n\n4.20.. Partijen gaan beiden uit van 266,15 overuren, maar FiFi4Marine stelt zich op het standpunt dat daarop vanaf 2025 twee correcties moeten worden toegepast. In 2025 is volgens FiFi4Marine met [werknemer] uitdrukkelijk besproken dat hij geen overuren mag schrijven die niet vooraf door zijn leidinggevende zijn goedgekeurd. In 2025 heeft [werknemer] voor 70 werkdagen een werktijd van tien uur in plaats van acht uur geregistreerd, zonder vooraf toestemming te hebben verkregen. Uit coulance heeft FiFi4Marine 70 x één uur gecorrigeerd. Verder heeft FiFi4Marine vanaf 30 juli 2025 67,5 overuren gecorrigeerd waarvoor geen akkoord van de leidinggevende is gegeven aan [werknemer] . In totaal heeft FiFi4Marine 137,5 overuren in mindering gebracht op de geregistreerde overuren. [werknemer] heeft de instructie over het registreren van overuren onvoldoende weersproken. Daarnaast heeft [werknemer] onvoldoende concreet toegelicht dat hij op 70 werkdagen tien in plaats van de gecorrigeerde negen uren heeft gewerkt. De kantonrechter is daarom van oordeel dat FiFi4Marine op goede gronden een correctie heeft toegepast.\n\n4.21.. Partijen zijn het tenslotte niet eens over het uurloon. De kantonrechter gaat uit van het uurloon waar [werknemer] zich op baseert, omdat [werknemer] de berekening van het uurloon van € 31,70 heeft gemotiveerd (€ 5.087,26 x 1,08 x 12\u002F52\u002F40) en FiFi4Marine de juistheid daarvan verder niet heeft betwist.\n\n4.22.. De conclusie is dat [werknemer] recht heeft op uitbetaling van € 25.380,61 aan verlofuren en overuren (= 938,15 -\u002F- correctie van 137,5 x € 31,70). Bij de eindafrekening heeft FiFi4Marine € 8.002,17 bruto betaald, zodat de vordering tot een bedrag van € 17.378,44 bruto zal worden toegewezen.\n\nGeen medewerking overzetting telefoonnummer\n\n4.23.. \n [werknemer] verzoekt veroordeling van FiFi4Marine tot medewerking aan het overzetten van zijn telefoonnummer. Aan dit verzoek legt [werknemer] ten grondslag dat partijen een perfecte overeenkomst over nummerbehoud hebben gesloten. [werknemer] verwijst ter onderbouwing hiervan naar de e-mails van 20 januari 2026 van FiFi4Marine waaruit hij citeert “Voor wat betreft het behoud van het mobiele nummer is dat akkoord” en van [werknemer] waarin hij FiFi4Marine bedankt en vraagt wat van hem wordt verwacht om dat mogelijk te maken en vervolgens van Fifi4Marine waarin zij schrijft dat [werknemer] zoals toegezegd het nummer mag behouden en dat dit door haar zal worden geregeld. FiFi4Marine stelt zich op het standpunt dat de toezegging conditioneel was op het nakomen van de integrale pakketafspraken van 20 januari 2026, namelijk inlevering van de harde schijf en onder andere de bedrijfstelefoon en afgifte van een verklaring dat er geen kopieën van de bedrijfsgegevens meer bestaan. Omdat [werknemer] deze afspraken niet is nagekomen is volgens Fifi4Marine ook de conditionele toezegging tot nummerbehoud komen te vervallen.\n\n4.24.. De door [werknemer] voorgestane uitleg van de e-mails van 20 januari 2026 dat een afzonderlijke afspraak is gemaakt over nummerbehoud, volgt de kantonrechter niet. Partijen waren met elkaar in overleg over afgifte van de harde schijf en vervolgens over afgifte van alle bedrijfseigendommen vanwege het ontslag op staande voet. Onder deze omstandigheden kan het akkoord van FiFi4Marine met nummerbehoud niet los van die context worden gezien en kon [werknemer] redelijkerwijs niet verwachten dat sprake was van een afzonderlijke afspraak over nummerbehoud. Dit leidt tot afwijzing van dit verzoek van [werknemer] .\n\nGeen vergoeding kosten van rechtsbijstand\n\n4.25.. \n [werknemer] maakt aanspraak op kosten van rechtsbijstand die hij heeft gemaakt in de periode voorafgaand aan het opstellen van het verweerschrift. De kantonrechter overweegt dat kosten van rechtsbijstand onder omstandigheden op een werkgever die zich niet als goed werkgever gedraagt, kunnen worden verhaald.In dat geval kunnen deze kosten als buitengerechtelijke kosten voor vergoeding in aanmerking komen, voor zover deze geen betrekking hebben op (de voorbereiding van) de procedure. De kosten voor de procedure vallen immers onder de proceskosten waarbij de hoogte wordt vastgesteld conform het liquidatietarief.\n\n4.26.. Hiervoor is geoordeeld dat sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet. Ook is geoordeeld dat FiFi4Marine niet hoefde mee te werken aan nummerbehoud. Verder heeft [werknemer] onvoldoende toegelicht dat FiFi4Marine ongefundeerde beschuldigingen heeft geuit. Er is dan ook geen sprake van een situatie dat deze kosten zijn veroorzaakt door een handelen of nalaten van FiFi4Marine in strijd met goed werkgeverschap. Dit verzoek zal daarom worden afgewezen.\n\nProceskosten komen voor rekening van [werknemer]\n\n4.27.. De proceskosten komen voor rekening van [werknemer] , omdat [werknemer] overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [werknemer] . De proceskosten aan de zijde van FiFi4Martine worden begroot op € 1.102,00 (€ 93,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.\n\nHet tegenverzoek\n\n4.28.. De voorwaarde waaronder het tegenverzoek is gedaan, is niet vervuld, omdat het ontslag op staande voet niet wordt vernietigd. Het tegenverzoek hoeft dus niet te worden beoordeeld en er hoeft niet op te worden beslist.\n\nin zaaknummer 12132774:\n\n4.29.. Op grond van de wet is degene die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd, als de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren.\n\n4.30.. Hiervoor is geoordeeld dat FiFi4Marine de arbeidsovereenkomst geldig heeft opgezegd vanwege een dringende reden. Voor zover [werknemer] vanuit goede bedoelingen de bedrijfsgegevens heeft gekopieerd op een externe privé harde schijn, is in ieder geval sprake van opzet of schuld aan het niet meewerken aan afgifte van de harde schijf. De verzochte gefixeerde schadevergoeding is daarom toewijsbaar. FiFi4Marine heeft de vergoeding berekend op een bedrag gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon (inclusief vakantiegeld) over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had moeten voortduren, zijnde over de periode 16 januari 2026 tot 1 maart 2026 [werknemer] heeft de hoogte van het verzochte bedrag niet betwist, zodat de verzochte vergoeding van € 8.241,36 bruto toewijsbaar is. Voor de afzonderlijk verzochte verklaring voor recht heeft FiFi4Marine onvoldoende belang.\n\n4.31.. De proceskosten komen voor rekening van [werknemer] , omdat hij ongelijk krijgt. Vanwege de samenhang met de zaak onder nummer 12136677 wordt het salaris van de gemachtigde van FiFi4Marine begroot op nihil en komt alleen het griffierecht van € 559,00, de nakosten van € 144,00 en de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing, voor toewijzing in aanmerking.\n\n5. De beslissing\n\nDe kantonrechter\n\nin zaaknummer 12136677:\n\n5.1.. wijst het verzoek af,\n\n5.2.. veroordeelt FiFi4Marine tot betaling aan [werknemer] van € 17.378,44 wegens niet genoten vakantiedagen, ADV-uren en TVT-overuren,\n\n5.3.. veroordeelt [werknemer] in de proceskosten van € 1.102,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [werknemer] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,\n\n5.4.. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,\n\n5.5.. wijst het meer of anders verzochte af,\n\nin zaaknummer 12132774:\n\n5.6.. veroordeelt [werknemer] tot betaling van de gefixeerde vergoeding van € 8.241,36 bruto,\n\n5.7.. veroordeelt [werknemer] in de proceskosten van € 703,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [werknemer] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,\n\n5.8.. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,\n\n5.9.. wijst af het meer of anders verzochte,\n\nDeze beschikking is gegeven door mr. F.J. Lourens en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2026.\n\n Artikel 7:677 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).\n\n Artikel 7:678 lid 1 BW.\n\n Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:HR:2022:860 (Divi Phoenix).\n\n Artikel 7:673 lid 7 onderdeel c BW.\n\n Artikel 7:611 BW jo. artikel 6:96 BW en vergelijk de Hairstyle-beschikking van de Hoge Raad van 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187\n\n Artikel 7:677 lid 2 jo. 3 sub a BW.\n\n Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.\n\n Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:3952","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:29:14.468Z",{"id":33,"ecli":34,"slug":35,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":36,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":37,"sourceTimestamp":38,"parsedAt":30,"updatedAt":39},"1299","ECLI:NL:RBNHO:2026:4200","ecli-nl-rbnho-2026-4200","RECHTBANKNOORD-HOLLAND\n\nCiviel recht\n\nKantonrechter\n\nZittingsplaats Alkmaar\n\nZaaknummer \u002F rekestnummer: 12020648 \\ AO VERZ 25-104 en 12031483 \u002F AO VERZ 25-108 (SJ)\n\nBeschikking van 26 maart 2026\n\nin de zaak van\n\n [verzoeker],\n\nte [plaats] ,\n\nverzoekende partij,\n\nhierna te noemen: [verzoeker] ,\n\ngemachtigde: mr. J. du Bois,\n\ntegen\n\nde besloten vennootschap Vomar Voordeelmarkt B.V.,\n\nte Alkmaar,\n\nverwerende partij,\n\nhierna te noemen: Vomar,\n\ngemachtigde: mr. D.C.J. Bogerd.\n\nDe zaak in het kort\n\nIn deze zaak verzoekt de werknemer om vernietiging van een ontslag op staande voet en loondoorbetaling. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat het ontslag op staande voet (rechts)geldig is. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer zich bij herhaling schuldig heeft gemaakt aan beledigend en grensoverschrijdend gedrag dat een ontslag op staande voet rechtvaardigt.\n\n1. De procedure\n\n1.1.. \n [verzoeker] heeft een verzoek gedaan om vernietiging van een ontslag op staande voet. Vomar heeft een verweerschrift en een tegenverzoek ingediend. Dit tegenverzoek is ook als zelfstandig verzoek gedaan.\n\n1.2.. Op 26 februari 2026 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Partijen hebben ook pleitaantekeningen overgelegd.\n\n2. De feiten\n\n2.1.. \n [verzoeker] , geboren [geboortedatum] , is sinds 3 februari 2025 in dienst bij Vomar op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar. De functie van [verzoeker] is teamleider voor 40 uur per week, met een loon van € 2.876,32 bruto per vier weken.2.2.. Op 30 april 2025 heeft in de supermarkt waar [verzoeker] werkzaam was een incident plaatsgevonden tussen [verzoeker] en een klant. Hierover heeft Vomar een gesprek met [verzoeker] gevoerd en hem tijdelijk naar een andere supermarkt overgeplaatst.\n\n2.3.. In een Whatsapp-bericht van 23 mei 2025 heeft [verzoeker] naar aanleiding van een loonbeslag aan zijn manager onder meer geschreven: ‘Dus vomar verwacht dat ik naar werk kom vndg? Terwijl dit niet in orxe is’, ‘Dit is voor mij de lijn Ik maak geen grappen omtrent geld’ en ‘Ik kom niet vndg Tot ze dit shit geregeld heb’.\n\n2.4.. Vervolgens heeft op 23 mei 2025 een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoeker] , eerdergenoemde manager en [naam] (hierna: [naam] ), HR Business Partner van Vomar, over het loonbeslag.2.5.. In een brief van 23 mei 2025 heeft Vomar aan [verzoeker] een schriftelijke waarschuwing gegeven in verband met zijn gedrag bij het gesprek van 23 mei 2025. In de brief staat dat [verzoeker] zich richting [naam] heeft geuit op een wijze die als onprettig en onveilig is ervaren en dat [verzoeker] op ongepaste wijze tegen [naam] heeft gezegd dat zij ‘maar normaal moest gaan kijken’.2.6.. In een e-mail van 23 mei 2025 heeft [verzoeker] in reactie op de schriftelijke waarschuwing aan [naam] geschreven: ‘Ik adviseer je om mij niet te mailen en met rust te laten. Je gaat te ver. Ik ga ook al een grote klacht tegen jou indienen. Jou gedrag is ongepast (…) Dit is een finale waarschuwing’. En in Whatsappberichten van 23 en 24 mei 2025 heeft [verzoeker] vervolgens geschreven:‘Ya’ll are gonna pay (…) Ik kom voorlopig niet Ik ben ziek Gezien wat julllie doen Hoe jullie alles doen en vies spelen Fuck [naam] ’en‘Nogmaals Ik ben ziek Stik erin Wnr ik beter ben of voel of behoefte heb aan een gesprek met jullie samen met mijn advocaat Laat ik dit weten Now suck on it’.2.7.. In een brief van 26 mei 2025 heeft Vomar aan [verzoeker] bericht dat hij is geschorst vanwege het vertonen van ongewenst en grensoverschrijdend gedrag.\n\n2.8.. In een brief van 27 mei 2025 heeft Vomar [verzoeker] uitgenodigd voor een gesprek op 30 mei 2025. [verzoeker] is, zonder voorafgaand bericht, niet verschenen. Ook op de hierna geplande gesprekken van 4 juni 2025 en 11 juni 2025 is [verzoeker] niet verschenen.2.9.. In een e-mail van 29 mei 2025 heeft [verzoeker] aan Vomar onder meer geschreven: ‘Vanaf vrijdag 23-05-2025 heb ik mijnzelf ziek gemeld (…) Ik wil een bedrijfs arts spreken. Erna zal ik beslissen wat de beste en volgende stappen zijn’.\n\n2.10.. Op 30 juni 2025 en 22 juli 2025 is [verzoeker] bij de bedrijfsarts geweest.\n\n2.11.. In september en oktober 2025 hebben partijen geprobeerd hun geschil op te lossen door mediation. Dit is niet gelukt, waarna de mediation is beëindigd.2.12.. In een e-mail van 22 oktober 2025 heeft Vomar [verzoeker] uitgenodigd voor een gesprek op 27 oktober 2025 om te bespreken hoe de resterende maanden van het dienstverband moeten worden ingevuld.\n\n2.13.. In een e-mail van 23 oktober 2025 heeft [verzoeker] aan [naam] in reactie op deze uitnodiging onder meer geschreven: ‘Droom lekker verder vetklep ( [naam] ). Dit weiger ik. Als je mij wilt spreken wordt het in het bijzijn van het mediation of mijn nieuwe advocaat. Ik voel me totaal niet veilig rond jullie alleen dus dikke pech heb je (…)’.\n\n2.14.. In een e-mail van 24 oktober 2025 heeft Vomar aan [verzoeker] geschreven dat het onacceptabel is wat [verzoeker] in zijn e-mail van 23 oktober 2025 heeft geschreven. Vomar heeft [verzoeker] tot 27 oktober 2025 om 12.00 uur de kans gegeven om met excuses te komen en heeft vermeld dat ontslag wordt overwogen als [verzoeker] vóór die tijd niets van zich laat horen.\n\n2.15.. \n [verzoeker] heeft niet gereageerd vóór het verstrijken van de termijn die is genoemd in de e-mail van 24 oktober 2025.\n\n2.16.. Met een brief van 27 oktober 2025 is [verzoeker] op staande voet ontslagen. Hierin heeft Vomar als dringende reden voor ontslag op staande voet genoemd dat [verzoeker] bij herhaling grensoverschrijdend gedrag laat zien door één of meer medewerkers te beledigen en ongepast te bejegenen, terwijl hij hiervoor eerder is gewaarschuwd en desondanks zijn gedrag niet heeft aangepast. Daarbij is door Vomar gesteld dat de uitlatingen van [verzoeker] in hiervoor genoemde e-mail van 23 oktober 2025 de druppel is die de emmer deed overlopen.\n\n2.17.. In een e-mail van 27 oktober 2025 van 16.29 uur heeft [verzoeker] aan Vomar onder meer geschreven: ‘Excuses. Nee de afspraak van vandaag gaat niet door. Ik voel mij niet veilig en zeker niet beschermd of gehoord. Schakel de mediation weer in dan. (…) Ook wil ik een excuses van jou voor jou steeds over de grens gedrag.’\n\n3. Het verzoek en het verweer\n\n3.1.. \n [verzoeker] verzoekt de kantonrechter om het ontslag op staande voet te vernietigen en Vomar te veroordelen tot betaling van het achterstallig salaris vanaf 23 mei 2025. Subsidiair vordert [verzoeker] een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. [verzoeker] stelt – samengevat – dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, omdat de beschuldigingen aan zijn adres ongegrond zijn en uit hun verband gerukt, en dat wordt miskend dat sprake is van structurele overbelasting en psychische nood. [verzoeker] stelt dat hij nooit opzettelijk of verwijtbaar heeft gehandeld en dat van een dringende reden geen sprake is. Verder is het ontslag volgens [verzoeker] niet proportioneel, omdat Vomar de zwaarwegende persoonlijke belangen en de medische situatie van [verzoeker] geheel heeft genegeerd. Daarnaast is het ontslag volgens [verzoeker] ook niet onverwijld gegeven.\n\n3.2.. Vomar voert aan – kort weergegeven – dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven, gelet op de ernst van de gedragingen van [verzoeker] , en dat het ontslag ook onverwijld is gegeven. Vomar betwist dat er sprake is geweest van een structurele overbelasting van [verzoeker] en wijst erop dat zij daarover geen melding heeft ontvangen en een overbelasting ook niet blijkt uit de urenregistratie. Vomar vindt de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] geen rechtvaardiging voor zijn gedrag en stelt dat uit de informatie van de bedrijfsarts ook niet blijkt van een dergelijke rechtvaardiging. Verder meent Vomar dat zij na de e-mail van [verzoeker] van 23 oktober 2025, die voor haar de directe aanleiding was voor het ontslag op staande voet, en na het uitblijven van een excuus van [verzoeker] , voldoende voortvarend heeft gehandeld door op 27 oktober 2025 over te gaan tot ontslag.\n\n4. De beoordeling van het verzoek van [verzoeker]\n\n4.1.. Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of Vomar moet worden veroordeeld tot betaling van loon.\n\n4.2.. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.4.3.. Een ontslag op staande voet is alleen geldig als daarvoor een dringende reden is.De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen, in onderling verband en samenhang.Daarbij moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met de aard en de ernst van de dringende reden. Verder zijn onder meer van belang de aard en de duur van de dienstbetrekking, het functioneren van de werknemer, en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet heeft. Ook als zo’n ontslag grote gevolgen heeft voor de werknemer, kan dat ontslag toch gerechtvaardigd zijn, met name vanwege de aard en de ernst van de dringende reden.\n\n4.4.. Vomar heeft als dringende reden voor het ontslag op staande voet vermeld de feiten en omstandigheden genoemd in de ontslagbrief van 27 oktober 2025. Daarbij is de hiervoor aangehaalde e-mail van [verzoeker] van 23 oktober 2025 door Vomar betiteld als de druppel die de emmer deed overlopen. Vomar heeft in de ontslagbrief van 27 oktober 2025 gesteld dat eerdere gedragingen van [verzoeker] mede bepalend zijn geweest voor het ontslag op staande voet, waarbij eerdergenoemde gedragingen van 30 april 2025, 23 mei 2025, 24 mei 2025 en 29 mei 2025 zijn genoemd, naast het niet verschijnen op gesprekken, een eerdere waarschuwing en de schorsing van 26 mei 2025.\n\n4.5.. Bij de beoordeling of een bepaalde gedraging een dringende reden voor een ontslag op staande voet oplevert, kunnen ook vroegere en eerdere gedragingen een rol spelen. De kantonrechter neemt tot uitgangspunt dat daarvoor is vereist dat die eerdere gedragingen aan de werknemer zijn meegedeeld.Aan die eis wordt hier voldaan, omdat de eerdere gedragingen zijn genoemd in de ontslagbrief van 27 oktober 2025.\n\n4.6.. De kantonrechter is met Vomar van oordeel dat de e-mail van [verzoeker] van 23 oktober 2025, mede bezien in het licht van de hiervoor genoemde eerdere gedragingen, waarschuwing en schorsing, een dringende reden voor een ontslag op staande voet oplevert.\n\n4.7.. Daarbij wordt in de eerste plaats de aard en de ernst van de uitlating van [verzoeker] in de e-mail van 23 oktober 2025 in aanmerking genomen. De bewoordingen die [verzoeker] daarin heeft gebruikt, vindt de kantonrechter een grove belediging en grensoverschrijdend. Dat geldt met name voor de uitlating ‘Droom lekker verder vetklep ( [naam] )’en de weigering van [verzoeker] om een gesprek aan te gaan, met de toevoeging‘dus dikke pech heb je (…)’, De kantonrechter is het met Vomar eens dat dit onaanvaardbaar gedrag is.\n\n4.8.. Verder neemt de kantonrechter als vaststaand aan dat [verzoeker] op 30 april 2025 betrokken is geweest bij een incident met een klant in de supermarkt waar hij werkzaam was. Uit de door Vomar overgelegde videobeelden blijkt dat [verzoeker] zich onprofessioneel en intimiderend richting een klant heeft gedragen. [verzoeker] is op zijn gedrag en zijn voorbeeldfunctie als teamleider door Vomar aangesproken en tijdelijk overgeplaatst. De stelling van [verzoeker] dat niet hij, maar de klant zich agressief en intimiderend heeft gedragen, vindt geen steun in de videobeelden. [verzoeker] is hier dus al gewezen op zijn gedrag en gewaarschuwd.\n\n4.9.. Vervolgens heeft [verzoeker] op 23 mei 2025 een waarschuwing gekregen vanwege zijn gedrag rondom de discussie over het loonbeslag. [verzoeker] heeft zijn manager in eerdergenoemd Whatsapp-bericht van 23 mei 2025 laten weten dat hij niet bereid was zijn werkzaamheden te hervatten zolang de situatie met het loonbeslag niet naar zijn tevredenheid was opgelost. Een dergelijke houding vindt de kantonrechter in strijd met goed werknemerschap. Vomar is immers wettelijk verplicht om zich aan het loonbeslag te houden en kan hieraan niets doen. Aan deze waarschuwing is verder ten grondslag gelegd dat [verzoeker] zich tijdens het gesprek over het loonbeslag heeft uitgelaten op een wijze die als onprettig en onveilig is ervaren en dat hij tegen [naam] heeft gezegd dat zij ‘maar normaal moest gaan kijken’. [verzoeker] heeft dit alles niet gemotiveerd betwist, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. Ook hier was dus sprake van een waarschuwing dat [verzoeker] ongepast gedrag achterwege moest laten.\n\n4.10.. Daarna is [verzoeker] op 26 mei 2025 geschorst wegens het vertonen van ongepast gedrag. Daarbij ging het om de door [verzoeker] gebruikte bewoordingen in de e-mail van 23 mei 2025 aan [naam] , onder andere ‘Ik adviseer je om mij niet te mailen en met rust te laten. Je gaat te ver. Ik ga ook al een grote klacht tegen jou indienen. Jou gedrag is ongepast […] Dit is een finale waarschuwing’. Ook zag die schorsing op de bewoordingen in Whatsappberichten van [verzoeker] uit die periode aan zijn leidinggevende, namelijk‘Ya’ll are gonna pay’en‘Hoe jullie alles doen en vies spelen Fuck [naam] Moet bij deze uit mn buurt blijven We gaan dit via de rechtbank doen Hele wijze van jullie is niks.’De kantonrechter overweegt dat ook deze bewoordingen beledigend en grensoverschrijdend zijn en dat de schorsing mede als een waarschuwing moet worden aangemerkt.\n\n4.11.. De kantonrechter concludeert dat gelet op het voorgaande sprake is van een dringende reden voor een ontslag op staande voet, omdat [verzoeker] zich in zijn e-mail van 23 oktober 2025 op onaanvaardbare wijze heeft uitgelaten, terwijl [verzoeker] zich ook al eerder schuldig had gemaakt aan wangedrag en hij daarvoor is gewaarschuwd.\n\n4.12.. \n [verzoeker] is door Vomar nog in de gelegenheid gesteld om excuses aan te bieden voor zijn beledigende woorden in de e-mail van 23 oktober 2025, maar [verzoeker] heeft daarvan geen gebruik gemaakt binnen de gestelde termijn. Overigens blijkt uit de e-mail van [verzoeker] van 27 oktober 2025, die na de gestelde termijn is verstuurd, niet duidelijk waarvoor hij excuses maakt. Die reactie van [verzoeker] doet daarom niet af aan de dringende reden voor het ontslag op staande voet.\n\n4.13.. Een verklaring voor zijn gedrag heeft [verzoeker] niet gegeven. Wel heeft [verzoeker] gesteld dat hij zelf is beledigd en gediscrimineerd door Vomar. Vomar heeft dit gemotiveerd weersproken, zodat het op de weg van [verzoeker] had gelegen om zijn stelling nader te onderbouwen. Dat heeft hij niet gedaan. [verzoeker] heeft ook niet toegelicht wat er in dit kader feitelijk is gezegd of gebeurd. En uit de stukken blijkt hiervan ook niets. [verzoeker] noemt in zijn verzoekschrift en op de zitting nog een incident op 5 mei 2025, maar concretiseert dit verder niet. De kantonrechter ziet hierin dus geen omstandigheid waarmee rekening kan worden gehouden bij de beoordeling van het ontslag op staande voet.\n\n4.14.. Naar de kantonrechter begrijpt, doet [verzoeker] ook een beroep op zijn medische situatie. [verzoeker] onderbouwt echter op geen enkele wijze dat zijn gedrag kan worden verklaard door zijn medische gesteldheid. De kantonrechter kan [verzoeker] op dit punt daarom niet volgen. Ook overigens is uit de stukken niet op te maken dat er een verband bestaat tussen zijn gedrag en zijn medische gesteldheid. Weliswaar heeft de bedrijfsarts in zijn rapport van 30 juni 2025 opgemerkt dat er agressieregulatie speelt, maar een verdere toelichting ontbreekt. Er zijn dus geen medische redenen die een verklaring of excuus kunnen opleveren voor het gedrag van [verzoeker] . Bovendien gaat het hier niet om uitlatingen die in een emotionele opwelling zijn gedaan. [verzoeker] heeft zijn uitlatingen immers (voornamelijk) in e-mails en via Whatsappberichten gedaan. Hij heeft dus de tijd gehad om erover na te denken wat hij zou opschrijven. Daarbij heeft hij, zoals hiervoor al is overwogen, gelegenheid gekregen om zijn excuses te maken en die gelegenheid heeft hij ook niet (tijdig) gebruikt.\n\n4.15.. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te oordelen dat Vomar had moeten volstaan met een minder verstrekkende maatregel, zoals [verzoeker] aanvoert. Daarvoor wegen de aard en de ernst van de dringende reden te zwaar. Er is ook geen sprake van een langdurig dienstverband dat daartegenover gewicht in de schaal kan leggen ten gunste van [verzoeker] . [verzoeker] heeft geen (andere) persoonlijke omstandigheden naar voren gebracht die aan een ontslag op staande voet in de weg staan. De kantonrechter vindt het niet aannemelijk dat [verzoeker] , gelet op de arbeidsmarkt en zijn leeftijd, niet in staat zal zijn om ander werk te vinden. Dat [verzoeker] nog steeds arbeidsongeschikt is, doet hieraan niet af. Uit de informatie van de bedrijfsarts komt naar voren dat de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] voor een groot deel werk gerelateerd is. De verwachting is dan ook gerechtvaardigd dat [verzoeker] spoedig zal herstellen.\n\n4.16.. Verder is voor de geldigheid van een ontslag op staande voet vereist dat de arbeidsovereenkomst onverwijld wordt opgezegd, onder onverwijlde mededeling van de dringende reden daarvoor aan de werknemer.Anders dan [verzoeker] , vindt de kantonrechter dat het ontslag onverwijld is gegeven, om de volgende reden.\n\n4.17.. De e-mail van donderdag 23 oktober 2025 was voor Vomar de druppel die de emmer deed overlopen, zoals hiervoor is overwogen. Vast staat dat Vomar op vrijdag 24 oktober 2025 aan [verzoeker] de kans heeft geboden om tot maandag 27 oktober 2025 om 12.00 uur zijn excuses aan te bieden. Op de zitting heeft Vomar verklaard dat zij [verzoeker] het weekend de tijd wilde geven om zijn bewoordingen te laten bezinken of eventueel een rechtsbijstandverlener te raadplegen. Nadat Vomar duidelijk was dat [verzoeker] niet tijdig excuus had aangeboden, is Vomar direct overgegaan tot ontslag op staande voet met de brief van haar advocaat van 27 oktober 2025. Gelet op deze gang van zaken heeft Vomar voldoende voortvarend gehandeld en is het ontslag onverwijld gegeven.\n\n4.18.. De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst door het ontslag op staande voet op 27 oktober 2025 rechtsgeldig is geëindigd. De door [verzoeker] verzochte vernietiging van dat ontslag en de daarbij behorende nevenverzoeken worden daarom afgewezen. Aan [verzoeker] komt dan ook geen loon toe na 27 oktober 2025.\n\n4.19.. \n [verzoeker] heeft in zijn verzoekschrift loonbetaling gevorderd vanaf 23 mei 2025. Op de zitting heeft [verzoeker] erkend dat Vomar het loon vanaf 23 mei 2025 tot de datum van het ontslag op staande voet gewoon heeft betaald. Vervolgens heeft [verzoeker] op de zitting zijn vordering gewijzigd in de zin dat (ook) vertragingsschade wegens het te laat betalen van het loon wordt gevorderd. De kantonrechter merkt deze wijziging aan als een vermeerdering van eis en die vermeerdering wordt buiten beschouwing gelaten. Die vermeerdering is namelijk in strijd met een goede procesorde, omdat deze veel te laat is gedaan en Vomar schaadt in haar mogelijkheden om daartegen verweer te voeren.\n\n4.20.. De kantonrechter begrijpt dat de subsidiaire verzoeken van [verzoeker] om toekenning van een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging voorwaardelijk bedoeld zijn, namelijk voor het geval [verzoeker] zou willen berusten in het einde van het dienstverband en een zogenoemde ‘switch’ zou willen maken. Zo’n ‘switch’ heeft [verzoeker] niet gemaakt. De kantonrechter komt daarom niet toe aan beoordeling van het voorwaardelijke verzoek. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat er ook geen grond is voor toekenning van een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, omdat het ontslag op staande voet terecht is gegeven.\n\n4.21.. Er is geen reden om Vomar te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding, omdat Vomar wordt gevolgd in haar stelling dat de arbeidsovereenkomst is opgezegd als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker] . De feiten en omstandigheden die een dringende reden zijn voor het ontslag op staande voet, leveren in dit geval ook ernstig verwijtbaar handelen op van [verzoeker] . Er is niet gesteld en ook niet gebleken dat het niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. [verzoeker] heeft daarover ook niets aangevoerd.\n\n4.22.. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen voor de duur van de procedure. Deze procedure is echter al geëindigd doordat een beslissing wordt genomen op het verzoek van [verzoeker] .\n\n4.23.. De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat [verzoeker] ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker] . De proceskosten aan de zijde van Vomar worden begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.\n\n5. De beoordeling van het (tegen)verzoek van Vomar\n\n5.1.. Vomar heeft als tegenverzoek (en als zelfstandig verzoek) verzocht om [verzoeker] te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding, op voorwaarde dat het verzoek tot toekenning van de billijke vergoeding en de transitievergoeding wordt afgewezen. Hiervoor is overwogen dat het verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding niet hoeft te worden beoordeeld. Dit betekent dat de voorwaarde waaronder Vomar haar (tegen)verzoek heeft gedaan, niet (in zijn geheel) is vervuld. Het verzoek kan daarom niet worden beoordeeld en er hoeft ook niet op te worden beslist.\n\n5.2.. Op de zitting heeft Vomar, nadat de kantonrechter hierover vragen heeft gesteld, haar verzoek gewijzigd in die zin dat ook om een gefixeerde schadevergoeding wordt verzocht voor het geval dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven. De kantonrechter laat ook deze eiswijziging en -vermeerdering niet toe, om dezelfde reden als genoemd onder 4.19.\n\n5.3.. Er wordt geen beslissing genomen op het verzoek van Vomar en er is daarom ook geen reden voor een proceskostenveroordeling of een beslissing daarover.\n\n6. De beslissing\n\nDe kantonrechter:\n\n6.1.. wijst het verzoek van [verzoeker] af;\n\n6.2.. veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;\n\n6.3.. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.\n\nDeze beschikking is gegeven door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, in samenwerking met mr. S.C. Jacobs, griffier\u002Fjuridisch adviseur, en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026.\n\n Artikel 7:677 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).\n\n Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:HR:2022:860 (Divi Phoenix).\n\n Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 21 januari 2000, te vinden op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:HR:2000:AA4436 (Hema).\n\n Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 6 november 1981, gepubliceerd in NJ 1982\u002F100 (De Gier\u002FSchaap) en van 15 februari 1991, gepubliceerd in NJ 1991\u002F340 (Bots\u002FRoussel).\n\n Artikel 7:677 lid 1 BW.\n\n Artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.\n\n Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4200","2026-04-17T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:29:14.706Z",1,20]