[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-arnhem-violent-crime-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":26,"total":16,"page":25,"limit":62},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},60,"Arnhem","nl","arnhem",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},115,"violent-crime-nl","Violent Crime","NL","2026-07-08T16:56:56.704Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":20},4,{"min":18,"max":19},"2025-02-17T00:00:00.000Z","2026-07-06T00:00:00.000Z",[21],{"provisionId":22,"code":23,"article":24,"count":25},"121802","Burgerlijk Wetboek","art. 6:106",1,[27,37,45,54],{"id":28,"ecli":29,"slug":30,"caseNumber":31,"courtId":5,"decisionDate":19,"fullText":32,"summary":31,"language":7,"source":33,"sourceUrl":34,"sourceTimestamp":19,"parsedAt":35,"updatedAt":36},"1637","ECLI:NL:GHARL:2026:4368","ecli-nl-gharl-2026-4368","","Afdeling strafrecht\n\nParketnummer: 21-004448-25\n\nUitspraakdatum: 6 juli 2026\n\nTEGENSPRAAKArrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof\n\nArnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep,\n\ningesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen,\n\nvan 16 oktober 2025 met parketnummer 05-281207-24 in de strafzaak tegen\n\n [verdachte] ,\n\ngeboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats] ,\n\nop dit moment verblijvende in de [locatie P.I.] te [locatie] .\n\nHoger beroep\n\nVerdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland.\n\nOnderzoek van de zaak\n\nDit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 juni 2026 en het onderzoek op de terechtzittingen bij de rechtbank.\n\nHet hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.A. Prins, en de advocaat van de benadeelde partijen,\n\nmr. C.A. Bouw, en door en namens de benadeelde partijen is aangevoerd. Tevens heeft het hof kennisgenomen van wat de moeder, als wettelijk vertegenwoordiger van het minderjarige slachtoffer bij de uitoefening van het spreekrecht naar voren heeft gebracht.\n\nHet vonnis\n\nDe rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor een drietal feiten. Een poging tot verkrachting van iemand beneden de twaalf jaren, mishandeling van een aan zijn waakzaamheid toevertrouwde minderjarige door toediening van schadelijke stoffen en het bezit van kinderporno. Dit betreft de onder feit 1 primair, feit 2 subsidiair en feit 3 tenlastegelegde feiten. Voor het onder feit 2 primair tenlastegelegde is verdachte vrijgesproken. Aan verdachte is opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft gezeten, de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging en de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr).\n\nHet hof komt in dit arrest tot een deels andere beslissing over het bewijs, een andere strafoplegging en een deels andere beslissing op de vordering van een van de benadeelde partijen dan de rechtbank Gelderland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.\n\nTenlastelegging\n\nOp de zitting bij de rechtbank Gelderland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:\n\n1. primair\n\nhij op of omstreeks 31 augustus 2024 te [plaats] , althans in Nederland,\n\nter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een kind\n\nbeneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2021,\n\neen of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten en deze poging verkrachting te doen voorafgaan door, vergezellen van en\u002Fof volgen door dwang, geweld en\u002Fof bedreiging\n\n- bij de moeder van [slachtoffer] de schijn heeft gewekt dat zijn, verdachtes, nichtje bij hem was en\u002Fof aan de moeder van [slachtoffer] heeft gevraagd of [slachtoffer] bij hem met zijn nichtje in de chalet mocht komen spelen en\u002Fof [slachtoffer] (aldus) onder valse voorwendselen naar zijn chalet heeft gelokt, waar hij op dat moment alleen verbleef en\u002Fof\n\n- zijn chalet na binnenkomst van [slachtoffer] heeft afgesloten en\u002Fof\n\n- [slachtoffer] een pil\u002Ftablet\u002Fvloeistof bevattende een hoeveelheid 2MMC, althans een of meer verdovende en\u002Fof stimulerende en\u002Fof bedwelmende en\u002Fof bewustzijnsbeïnvloedende stof(fen)\u002Fmiddel(en), in elk geval (een) voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijke stof(fen) heeft toegediend en\u002Fof heeft laten innemen en\u002Fof\n\n- [slachtoffer] (gedeeltelijk) (naakt) op het bed heeft gezet en\u002Fof naast [slachtoffer] op bed is gaan zitten en\u002Fof\n\n- tijd heeft geprobeerd te rekken toen die moeder van [slachtoffer] te kennen gaf haar dochter te komen ophalen,\n\nterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;\n\n1. subsidiair hij op of omstreeks 31 augustus 2024 te [plaats] , althans in Nederland,\n\nter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een kind\n\nbeneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2021,\n\neen of meer seksuele handelingen te verrichten en deze poging tot aanranding te doen voorafgaan door, vergezellen van en\u002Fof volgen door dwang, geweld en\u002Fof bedreiging\n\n- bij de moeder van [slachtoffer] de schijn heeft gewekt dat zijn, verdachtes, nichtje bij hem was en\u002Fof aan de moeder van [slachtoffer] heeft gevraagd of [slachtoffer] bij hem met zijn nichtje in de chalet mocht komen spelen en\u002Fof [slachtoffer] (aldus) onder valse voorwendselen naar zijn chalet heeft gelokt, waar hij op dat moment alleen verbleef en\u002Fof\n\n- zijn chalet na binnenkomst van [slachtoffer] heeft afgesloten en\u002Fof\n\n- [slachtoffer] een pil\u002Ftablet\u002Fvloeistof bevattende een hoeveelheid 2MMC, althans een of meer verdovende en\u002Fof stimulerende en\u002Fof bedwelmende en\u002Fof bewustzijnsbeïnvloedende stof(fen)\u002Fmiddel(en), in elk geval (een) voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijke stof(fen) heeft toegediend en\u002Fof heeft laten innemen en\u002Fof\n\n- [slachtoffer] (gedeeltelijk) (naakt) op het bed heeft gezet en\u002Fof naast [slachtoffer] op bed is gaan zitten en\u002Fof\n\n- tijd heeft geprobeerd te rekken toen die moeder van [slachtoffer] te kennen gaf haar dochter te komen ophalen,\n\nterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;\n\n1. meer subsidiair hij in of omstreeks de periode van 30 augustus 2024 tot en met 31 augustus 2024 te [plaats] en\u002Fof [plaats] , althans in Nederland,\n\n- zich en\u002Fof een ander opzettelijk gelegenheid, middelen en\u002Fof inlichtingen heeft verschaft en\u002Fof heeft getracht te verschaffen tot het plegen van een misdrijf als omschreven in de artikelen 247 tot en met 250 van het Wetboek van Strafrecht dan wel\n\n- zich opzettelijk kennis en\u002Fof vaardigheden tot het plegen van een misdrijf als omschreven in de artikelen 247 tot en met 250 van het Wetboek van Strafrecht heeft verworven en\u002Fof een ander heeft bijgebracht, door\n\n- met zijn, verdachtes, telefoon, althans (een) gegevensdrager(s) chatgesprekken te voeren met een onbekend persoon over de seksuele fantasie\u002Fgedachte om minderjarigen te drogeren en\u002Fof (vervolgens) seksueel te misbruiken en\u002Fof\n\n- bij de moeder van [slachtoffer] de schijn te wekken dat zijn, verdachtes, nichtje bij hem is en\u002Fof aan de moeder van [slachtoffer] te vragen of [slachtoffer] bij hem met zijn nichtje in de chalet mag komen spelen en\u002Fof [slachtoffer] (aldus) onder valse voorwendselen naar zijn chalet te lokken, waar hij op dat moment alleen verbleef en\u002Fof\n\n- zijn chalet na binnenkomst van [slachtoffer] af te sluiten en\u002Fof\n\n- [slachtoffer] een pil\u002Ftablet\u002Fvloeistof bevattende een hoeveelheid 2MMC, althans een of meer verdovende en\u002Fof stimulerende en\u002Fof bedwelmende en\u002Fof bewustzijnsbeïnvloedende stof(fen)\u002Fmiddel(en), in elk geval (een) voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijke stof(fen) toe te dienen en\u002Fof te laten innemen en\u002Fof\n\n- [slachtoffer] (gedeeltelijk) (naakt) op het bed te zetten en\u002Fof naast [slachtoffer] op bed te zitten en\u002Fof\n\n- tijd proberen te rekken toen die moeder van [slachtoffer] te kennen gaf haar dochter te komen ophalen;\n\n2. primair hij op of omstreeks 31 augustus 2024 te [plaats] , althans in Nederland,\n\nter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer]\n\n(geboren op [geboortedatum] 2021) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen\n\n [slachtoffer] een pil\u002Ftablet\u002Fvloeistof bevattende een hoeveelheid 2MMC,\n\nalthans een of meer verdovende en\u002Fof stimulerende en\u002Fof bedwelmende en\u002Fof bewustzijnsbeïnvloedende stof(fen)\u002Fmiddel(en), in elk geval (een) voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijke stof(fen) heeft toegediend en\u002Fof laten innemen en\u002Fof\n\nterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;\n\n2. subsidiair hij op of omstreeks 31 augustus 2024 te [plaats] , althans in Nederland\n\nopzettelijk de gezondheid van een aan zijn zorg en\u002Fof waakzaamheid toevertrouwd kind, [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2021) heeft benadeeld en\u002Fof [slachtoffer] heeft mishandeld door [slachtoffer] een pil\u002Ftablet\u002Fvloeistof bevattende een hoeveelheid 2MMC,\n\nalthans een of meer verdovende en\u002Fof stimulerende en\u002Fof bedwelmende en\u002Fof bewustzijnsbeïnvloedende stof(fen)\u002Fmiddel(en),\n\nin elk geval (een) voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijke stof(fen) toe te dienen en\u002Fof in te laten nemen;\n\n3. hij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2024 tot en met 31 augustus 2024 te [plaats] en\u002Fof [plaats] , althans (elders) in Nederland,\n\nmeermalen, althans eenmaal, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en\u002Fof met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, waaronder [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2021, heeft verspreid en\u002Fof aangeboden en\u002Fof openlijk tentoongesteld en\u002Fof vervaardigd en\u002Fof ingevoerd en\u002Fof doorgevoerd en\u002Fof uitgevoerd en\u002Fof verworven en\u002Fof in bezit heeft gehad en\u002Fof zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten\n\n- afbeeldingen en\u002Fof\n\n- gegevensdragers bevattende afbeeldingen te weten een telefoon (merk: Oppo) en\u002Fof\n\n- visuele weergave\u002Fgegevensdragers waarop te zien is dat:\n\ndie persoon oraal, vaginaal en\u002Fof anaal wordt gepenetreerd met een penis en\u002Fof vinger\u002Fhand en\u002Fof een ander persoon oraal en\u002Fof anaal wordt gepenetreerd met een penis door die persoon (afbeelding(en) 01 en\u002Fof 02 van de toonmap) en\u002Fof\n\nhet geslachtsdeel van die persoon met een penis en\u002Fof vinger\u002Fhand wordt aangeraakt en\u002Fof\n\nhet geslachtsdeel van een ander kind\u002Fpersoon met een penis en\u002Fof hand\u002Fvinger wordt\u002Fworden aangeraakt door die persoon en\u002Fof die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen met een vinger\u002Fhand aanraakt (afbeelding(en) 03 en\u002Fof 04 van de toonmap) en\u002Fof\n\ndie persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij\n\n- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en\u002Fof in een omgeving en\u002Fof in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn\u002Fhaar leeftijd past en\u002Fof\n\n- door het camerastandpunt en\u002Fof de (onnatuurlijke) pose en\u002Fof de wijze van kleden van die persoon en\u002Fof de uitsnede van de foto's\u002Ffilms nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en\u002Fof billen van die persoon in beeld worden gebracht (afbeelding(en) 05 en\u002Fof 07 van de toonmap) en\u002Fof dat bij het gezicht en\u002Fof het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en\u002Fof bij\u002Fop het gezicht en\u002Fof het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en\u002Fof bij\u002Fnaast het gezicht en\u002Fof het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden (afbeelding(en) 06 van de toonmap)\n\nterwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.\n\nVoor zover in de tenlastelegging taal- en\u002Fof schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.\n\nOverwegingen met betrekking tot het bewijs\n\nStandpunt van het openbaar ministerie\n\nDe advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank terecht tot een bewezenverklaring is gekomen van de feiten 1 primair, 2 subsidiair en 3 en het bewijs voor deze feiten uitgebreid en volledig in het vonnis heeft weergegeven en de verweren terecht en op goede gronden heeft verworpen.\n\nEnkel voor wat betreft de partiële vrijspraak door de rechtbank van het vervaardigen van kinderporno heeft de advocaat-generaal aangevoerd dat er wat haar betreft wel voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal. Zij heeft daarbij gewezen op de opslaglocatie van de cache afbeeldingen, het gebruik van de camera en het tijdstip van het bewaren van de afbeeldingen op de telefoon. Volgens haar zijn de foto’s gelet op de tijdlijn precies gemaakt op het moment dat [slachtoffer] in de caravan van verdachte was en bevestigt het feit dat er een selfie van verdachte tussen zit dat hij op dat moment de camera heeft bediend.\n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe raadsman heeft zich op het primaire standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.\n\nVolgens de verdediging kan niet vastgesteld worden wanneer [slachtoffer] de drugs 2MMC heeft binnengekregen en of dit door verdachte is geweest. Er staat vast dat er geen drugs in de caravan van verdachte is aangetroffen en uit het onderzoek is niet gebleken wanneer [slachtoffer] de drugs binnen heeft gekregen. Nu ook niet bekend is wat de werkingsduur van de drugs is, kan niet zonder meer worden gesteld dat [slachtoffer] de drugs niet voor of na het binnengaan in de caravan van verdachte heeft binnengekregen. Ook kan niet vastgesteld worden dat de drugs die verdachte op 23 augustus 2024 heeft besteld in de caravan van verdachte aanwezig waren op 31 augustus 2024 en bovendien betrof die bestelling poeder en kristallen, hetgeen niet overeenkomt met een snoepje of pilletje waar [slachtoffer] over heeft verklaard. Daar komt bij dat het alternatieve scenario dat [slachtoffer] de drugs in de caravan van haar moeder heeft gevonden en ingenomen niet is onderzocht.\n\nEr ontbreken volgens de verdediging concrete bewijsmiddelen waaruit volgt wat de intenties van verdachte zijn geweest. De gesprekken die verdachte die dag heeft gevoerd betroffen slechts fantasieën. Alle verifieerbare opmerkingen van verdachte in die gesprekken blijken onjuist te zijn. Ook is er, buiten de stelling van moeder, niets waaruit volgt dat de deur van de caravan van verdachte op slot was. De verdediging heeft daarbij ook op de wisselende verklaringen van moeder gewezen.\n\nVoor wat betreft de vraag of [slachtoffer] wel of niet naakt is geweest in de caravan acht de verdediging het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant die bij [slachtoffer] in het ziekenhuis was onvoldoende, nu dit een globaal en samengevat proces-verbaal betreft en de mogelijkheid bestaat dat cruciale context of nuance van wat [slachtoffer] heeft verteld verloren is gegaan. Moeder en [slachtoffer] verklaren daar zelf niets over en bovendien is [slachtoffer] maar een kleine tien minuten in de caravan van verdachte geweest, zodat de tijd om haar te ontkleden en weer aan te kleden bijzonder krap, zo niet onmogelijk is. Ook blijkt uit het dossier niet dat verdachte [slachtoffer] op bed heeft gezet en staat niet vast dat [slachtoffer] op het moment dat de foto’s zijn gemaakt in de caravan van verdachte was. Bovendien concludeert de politie dat niet kan worden gezien dat het de billen van een kind betreft, zodat niet blijkt dat deze foto’s van [slachtoffer] zijn genomen.\n\nSubsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat geen sprake is geweest van een poging, zodat verdachte van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Er zijn geen handelingen door verdachte gepleegd die duiden op een seksuele intentie en er is geen speeksel of sperma of DNA-materiaal van verdachte of een ander aangetroffen. De verdediging heeft onder verwijzing naar twee uitspraken van andere rechterlijke colleges aangevoerd dat bij deze feitelijke omstandigheden niet gesteld kan worden dat de handelingen van verdachte kennelijk tot doel hadden een begin te maken met het binnendringen van het lichaam of aanranding van [slachtoffer] .\n\nTen aanzien van feit 3 heeft de verdediging verzocht om verdachte vrij te spreken. Verdachte ontkent op de hoogte te zijn geweest van de kinderporno die op zijn telefoon is aangetroffen en volgens de verdediging moet meer acht worden geslagen op de uitgebreide verklaringen van verdachte bij de politie dan op hetgeen hij bij de rechter-commissaris zou hebben verklaard, nu dergelijke processen-verbaal doorgaans in zeer samengevatte vorm worden opgesteld.\n\nBovendien kan uit het onderzoek niet zonder meer worden aangenomen dat de bestanden vóór 2 september 2024 al op de telefoon van verdachte stonden en volgt ook niet dat de bestanden door de gebruiker van de telefoon zijn geopend. Al met al kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de bestanden in de tenlastegelegde periode voorhanden heeft gehad.\n\nOordeel van het hof\n\nFeiten en omstandigheden\n\nOp 31 augustus 2024 omstreeks 19.40 uur zijn de [verbalisant 3] , [verbalisant 2] en [verbalisant 1] naar de [straat] te [plaats] gegaan waar mogelijk sprake was van een gedrogeerd 3-jarig meisje. Het betreft [slachtoffer] ( [slachtoffer] ), geboren op [geboortedatum] 2021.\n\nAan [verbalisant 1] vertelde de moeder van [slachtoffer] , [moeder slachtoffer] (hierna: moeder), die zichtbaar overstuur was, dat haar buurman van de caravan tegenover die van haar, die ze in het latere gesprek [verdachte] noemt (hierna: verdachte), haar via Facebook een berichtje stuurde, waarin hij vroeg of haar dochter met zijn nichtje mocht spelen, want die was op bezoek. Moeder had het nichtje zelf niet gezien en had er een beetje een onderbuikgevoel bij, maar haar dochter ging wel naar verdachte toe. Toen ze meteen een naar gevoel kreeg, stuurde ze verdachte een berichtje dat ze [slachtoffer] over vijf minuten op kwam halen. Daarop reageerde hij met: \"Nee doe maar over een half uur.\" Moeder heeft toen gereageerd dat het haar kind is en dat ze haar meteen op kwam halen omdat ze gingen eten en ze liep vervolgens naar de caravan van verdachte en ze voelde dat de deur op slot zat. Verdachte deed de deur open en zij nam haar dochter mee.\n\nMoeder vroeg aan [slachtoffer] wat ze gedaan had en zij vertelde dat ze met verdachte op bed had gezeten. Toen moeder haar vroeg of ze nog iets gegeten had, zei ze dat ze een klein wit snoepje had gegeten, dat heel vies smaakte. Daarna zei [slachtoffer] dat ze heel moe was. Moeder zag dat haar pupillen heel groot waren en belde de huisartsenpost, die besloot een ambulance te sturen.\n\nToen moeder de naam van verdachte aan de verbalisant noemde en ze hem op Facebook wilde opzoeken, kwamen er geen resultaten naar boven. De vriendin van moeder kreeg het account van verdachte op Facebook wel te zien, zodat moeder concludeerde dat verdachte haar had geblokkeerd op Facebook. Buiten bij het ziekenhuis heeft moeder [verbalisant 1] de berichtjes laten zien die ze nog via Facebook met verdachte had gewisseld nadat ze haar dochter had opgehaald. In dat gesprek vroeg moeder verdachte wat voor een snoepje haar dochter had gehad, waarop verdachte antwoordde ‘een schuimpje’.\n\nUit het onderzoek naar de telefoon van moeder volgt dat ze op 31 augustus 2024 op een aantal tijdstippen contact had met verdachte.\n\nOm 17:29 uur vraagt verdachte voor het eerst of [slachtoffer] binnen in zijn caravan mag komen spelen omdat zijn nichtje er is. Als moeder aangeeft dat ze eerst even aan haar dochter zou vragen of ze het ook wilde, stuurt verdachte ‘Ze hoeft niet bang te zijn.’ Vervolgens stuurt verdachte om 17:57 uur aan moeder: ‘wil ze komen?’.\n\nMoeder stuurt op 18:09 uur een bericht aan [naam 1] dat [slachtoffer] bij die buurman is, maar dat ze het best creepy vindt.\n\nOm 18:10 uur leest verdachte het bericht van moeder: ‘Ik kom der zo weer halen want dan gaan we eten.’, waarop verdachte reageert met ‘hoelaat?’. Daarop stuurt moeder het bericht ’10 minuutjes ofzo’, waarop verdachte reageert met ‘Half uur breng ik er’.\n\n [verbalisant 2] heeft bij [slachtoffer] aan het bed gezeten in het ziekenhuis en heeft gerelateerd over wat [slachtoffer] een van de betrokken verpleegkundigen heeft verteld.\n\nVolgens [slachtoffer] was ze bij de buurman (het hof begrijpt: verdachte) geweest en heeft ze daar twee witte, vieze en zure snoepjes van hem gehad en zat ze op het bed in haar blootje.\n\n [verbalisant 2] zag dat [slachtoffer] erg druk was en niet stil kon zitten, dat ze wijde pupillen had en haar mond en tong onder het bloed zaten. Toen de verpleegkundige vroeg hoe zij hier aan kwam, zei [slachtoffer] dat ze ‘auw’ had en dat kapot had gebeten. [slachtoffer] moest ook overgeven en huilen en vertelde dat ze overal ‘auw’ had, waarbij ze wees naar haar buik, geslachtsdeel, benen en armen.\n\nUit de afdruk van het patiëntendossier van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2021, blijkt uit het lichamelijk onderzoek het volgende:\n\nAlgemeen: zeer onrustig, kauwend met de kaken, onderlip kapot gebeten, bloedende tong. Veel motorische onrust, spreekt onophoudelijk, stelt veel vragen.\n\nUit het rapport van het NFI van 19 december 2024 ‘Toxicologisch onderzoek in het lichaamsmateriaal van een driejarig meisje’ blijkt dat er 0,36 mg\u002F1 van de werkzame stof 2MMC in het bloed van [slachtoffer] aanwezig was. Volgens het NFI is de gemeten 2-MMC-concentratie in het serum van 0,36 mg\u002Fl waarschijnlijk een hoge concentratie, waarbij onder andere emotionele ontremming, verhoogde bloedruk, verhoogde hartslag en verhoogde lichaamstemperatuur kunnen optreden.\n\nEr is ook DNA-onderzoek verricht en uit het rapport van het NFI daaromtrent van 31 augustus 2024 blijkt dat, hoewel er geen voor vergelijkend Y-chromosomaal DNA-onderzoek geschikt DNA-profiel is verkregen, er in de bemonstering van de voorhof van [slachtoffer] een aanwijzing is verkregen voor de mogelijke aanwezigheid van een relatief kleine hoeveelheid mannelijk DNA.\n\nNamens het slachtoffer [slachtoffer] , heeft haar moeder, [moeder slachtoffer] , aangifte gedaan van seksueel misbruik van [slachtoffer] . Volgens moeder heeft verdachte [slachtoffer] gedrogeerd. Verdachte had moeder via Facebook gevraagd of [slachtoffer] kon komen spelen omdat zijn nichtje er was, waarop moeder antwoordde dat [slachtoffer] voor (bij de receptie) aan het spelen was en dat ze het haar zou vragen.\n\nVerdachte zei toen tegen moeder dat [slachtoffer] niet bang hoefde te zijn. Even later stuurde verdachte weer een berichtje of [slachtoffer] nog wilde komen en toen heeft moeder [slachtoffer] naar zijn caravan gebracht, waar ze geen ander kindje zag. Kort daarna kreeg moeder een onderbuikgevoel bij deze situatie en toen ze [slachtoffer] wilde ophalen en de deur van het chalet wilde openen, voelde ze dat deze op slot zat.\n\nPas toen het slot werd opengemaakt, ging de deur open. [slachtoffer] vertelde haar dat er geen ander kindje was om mee te spelen, ze met de buurman (het hof begrijpt: verdachte) op het bed was en dat ze een klein wit snoepje van hem had gekregen dat ze vies vond.\n\nTijdens het studioverhoor heeft [slachtoffer] wederom verklaard dat ze bij de buurman was en dat ze van hem een klein wit rond snoepje kreeg dat heel vies was. Ook had ze op bed gezeten en de buurman ook en zat de buurman op zijn telefoon.\n\nVerdachte is op 31 augustus 2024 om 20.55 uur aangehouden en daarbij is ook de telefoon van verdachte in beslag genomen.\n\nUit onderzoek aan de telefoon van verdachte blijkt het volgende.\n\nOp 23 augustus 2024 heeft verdachte op de website [website] een bestelling gedaan voor 10 gram 2MMC kristal en 10 gram 2MMC poeder, welke bestelling werd bevestigd. In de bevestiging staat dat de bestelling wordt verstuurd naar [straat] te [plaats] . Dit betreft het woonadres van verdachte.\n\nUit het onderzoek naar de telefoon van verdachte blijkt ook dat hij op 16 augustus 2024 een gesprek voert, waarin verdachte de berichten stuurt ‘Je mag me hard neuken’ en ‘Intro chems’.En op 25 augustus 2024 wisselt verdachte berichten uit met iemand anders, waarin verdachte vraagt wat de ander gaat doen met zijn vriend die zo weer langskomt, waarop de ander antwoordt ‘tv kijken en seks’ en stuurt ‘lekker tongen, hem klaarpijpen, en hem neuken tot ik in zn kont klaar kom’ en verdachte even later stuurt ‘Intro chems’.\n\nDaarnaast blijkt uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte dat hij op 31 augustus 2024 van 14:23 uur tot 16:01 uur een gesprek voert met een gebruiker met de naam ‘ [naam 2] ’ via de [applicatie] .\n\nIn dat gesprek worden de volgende berichten verstuurd:\n\n- Verdachte: Wat bedoel je met pedo mom\n\n- [naam 2] : Pedo mom. Moeder die haar kindjes aanbiedt en zelf ook meedoet\n\n- Verdachte: Ervaring mee\n\n- [naam 2] : Ik niet, jij?\n\n- Verdachte: Ik wel\n\n(…)\n\n- [naam 2] : Hoe oud was of waren de kindjes. Girls?\n\n- Verdachte: 9\n\n(…)\n\n-Verdachte: Wat zijn jou kicks\n\n(...)\n\n- [naam 2] : Jonge kale kutjes nemen. Samen met moeder.\n\n- [naam 2] : M’n zaad er in en over spuiten\n\n- [naam 2] : Hond mee laten likken\n\n- Verdachte: Nice\n\n(...)\n\n- Verdachte: ik heb vaak rape gedaan\n\n- [naam 2] : ook met kleintjes?\n\n- Verdachte: Ja.\n\nDiezelfde dag heeft verdachte vanaf 16:00 uur tot en met 16:34 uur een gesprek gevoerd met gebruiker ‘6\u002F15mmmm’ waarin onder meer de volgende berichten zijn verstuurd:\n\n- Verdachte: Hoe jong geil jij\n\n- [gebruiker] : 7\u002F14 jij\n\n- Verdachte: Ik ook\n\n(...)\n\n- Verdachte: ik heb een zoon van 13\n\n(…)\n\n- Verdachte: ik gebruik mijn zoon vaak\n\n(...)\n\n- Verdachte: Wel eens iemand gehad die tegen stribelde\n\n- [gebruiker] : nee jij wel\n\n- Verdachte: Zeker\n\n- Verdachte: Mijn zoon vaak\n\n(…)\n\n- Verdachte: Wat is het geilate (het hof begrijpt ‘geilste’) wat je hebt gedaan\n\n- [gebruiker] : toch wel een jongen van 9 rimmen likken pijpen en laten pijpen\n\n- Verdachte: Nice\n\n- [gebruiker] : en jij\n\n- Verdachte: Rape\n\n- [gebruiker] : al heel lang geleden paar jaar wil graag weer is een jochie hard aanpakken\n\n- Verdachte: Samen doen\n\n- [gebruiker] : JA MAN GRAAG WELKE LEEFTIJD\n\n- Verdachte: Mijn zoon en zijn vriendje\n\n- Verdachte: Intro chems\n\n- [gebruiker] : je zoon kan jniet wandt ik wil echt hard dan\n\n- Verdachte: Waarom mijn zoon niet\n\n- [gebruiker] : omdat ik dan heel hard wil no limids is zielig\n\n- Verdachte: Mag van mij\n\n- Verdachte: hoe hard\n\n- [gebruiker] : all the way\n\n- Verdachte: Mag ook met mijn zoon\n\n(…)\n\n- Verdachte: Intro Chems\n\n- [gebruiker] : nee nooidt gedaan\n\n- Verdachte: Ik geef ze wel eens wat.\n\nIn de telefoon zitten ook berichten die verdachte op 31 augustus 2024 vanaf 16:15 uur met [echtgenoot verdachte] (het hof begrijpt: de echtgenoot van verdachte)wisselde. Verdachte bericht [echtgenoot verdachte] dat zijn tweede wedstrijd later zou beginnen, namelijk om 16:45 uur en dat hij om half zeven klaar zou zijn.Op de zitting van het hof heeft verdachte, daarnaar gevraagd, verklaard dat het fout van hem was om tegen zijn partner te zeggen dat de tweede wedstrijd die hij moest fluiten later zou beginnen, maar dat hij geen idee heeft waarom hij daar over gelogen heeft.\n\nDaarnaast is gebleken dat verdachte op 31 augustus 2024 tussen 6:46:58 uur en 17:45:06 uur twaalf keer naar een sekslijn belt met het nummer [nummer] . Om 17:29:27 uur belt verdachte ook met de sekslijn, terwijl hij op dat moment dus aan de moeder van [slachtoffer] vraagt of zij komt spelen.\n\nOp de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon is nader onderzoek verricht op 2 september 2024. Er zijn 20 video’s aangetroffen die volgens de criteria zijn aangemerkt als kinderpornografisch.Deze video’s stonden op een voor hem toegankelijke locatie op zijn telefoon met de data 11 augustus 2024, 16 augustus 2024, 17 augustus 2024, 24 augustus 2024 en 25 augustus 2024.\n\nTijdens zijn verhoor bij de rechter-commissaris heeft verdachte, nadat hem is voorgehouden dat er kinderporno op zijn telefoon is aangetroffen, verklaard dat de kinderporno hem toe is gestuurd.En ook ter terechtzitting van het hof heeft verdachte dat verklaard.\n\nVan de 20 video’s die door de politie zijn aangemerkt als kinderpornografisch is aangegeven welke strafbare elementen en seksuele gedragingen zichtbaar zijn op de aangetroffen video’s.\n\nDe afbeeldingen 01 en 02 in de toonmap betreffen penetratie (ongeveer 65%)\n\n van het lichaam van een minderjarige:\n\no oraal met de penis;\n\no vaginaal met de penis;\n\no anaal met de penis en met de vinger\u002Fhand;\n\n door een minderjarige:\n\no oraal met de penis;\n\no anaal met de penis.\n\nDe afbeeldingen 03 en 04 in de toonmap betreffen ontuchtige handelingen (ongeveer 10%)\n\n betasten\u002Faanraken van een minderjarige:\n\no geslachtsdelen met de penis en met de vinger\u002Fhand;\n\no billen met de vinger\u002Fhand;\n\n betasten\u002Faanraken door een minderjarige:\n\no geslachtsdelen met de penis en met de vinger\u002Fhand;\n\n • • door een minderjarige zichzelf betasten\u002Faanraken:\n\no geslachtsdelen met de vinger\u002Fhand;\n\no billen met de vinger\u002Fhand.\n\nDe afbeeldingen 05 en 07 in de toonmap betreffen poseren door een minderjarige of minderjarige in een pose, met nadruk op geslachtsdelen\u002Fborsten en billen door:\n\ngeheel naakt;\n\ncamerastandpunt;\n\nonnatuurlijke houding.\n\nAfbeelding 06 in de toonmap betreft overige seksuele gedragingen (ongeveer 25 %)\n\nmasturbatie (dicht) bij het lichaam\u002Fgezicht van een minderjarige;\n\nspuiten van\u002Fzichtbaar maken van sperma op lichaam minderjarige;\n\nhouden van de penis dichtbij het lichaam van een minderjarige.\n\nOp de afbeeldingen zijn voornamelijk jongens te zien en een klein deel betreft meisjes of baby’s en peuters tot 2 jaar.\n\nTot slot is er gekeken naar het gebruik van de fotocamera van de telefoon van verdachte en eventuele foto’s die zijn geregistreerd op 31 augustus 2024.Daaruit blijkt dat er tussen 18:03:13 uur en 18:03:34 uur foto’s zijn geregistreerd en op deze foto’s zijn ontblote billen te zien. Uit aanvullend onderzoek naar het materiaal op de telefoon van verdachte is gebleken dat er op 31 augustus 2024 zeven foto’s zijn gemaakt en dat hier een selfie van verdachte tussen zit. De andere zes foto’s (waarvan 4 thumbnails) betroffen foto’s van dezelfde billen en deze foto’s zijn gemaakt op 31 augustus 2024 om 18:03 uur.Uit het onderzoek van [verbalisant 4] blijkt ook dat de gebruiker van de telefoon die onder verdachte in beslag genomen is, op 31 augustus 2024 om 18:02:59 uur de applicatie ‘ [applicatie] ’ heeft geopend waarmee het mogelijk is om foto’s te maken.\n\nConclusies uit het voorgaande\n\nHet toedienen\u002Fin laten nemen van 2MMC (feit 2)\n\nHet hof leidt uit de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden af dat [slachtoffer] op 31 augustus 2024 in de caravan van verdachte is geweest en dat ze daar van hem iets heeft gekregen wat ze in haar mond heeft gestopt en heeft doorgeslikt.\n\n [slachtoffer] heeft kort nadat moeder haar heeft opgehaald bij de caravan van verdachte tegen haar gezegd dat ze van verdachte een klein wit snoepje had gekregen, dat heel vies smaakte. Ook in het ziekenhuis heeft [slachtoffer] het over ‘witte, vieze en zure snoepjes’ en in de voorbereiding op het studioverhoor over ‘een wit snoepje dat echt ‘bah’ wasen in het studioverhoor over ‘een heel klein wit rond snoepje’.Bovendien blijkt dat [slachtoffer] al snel na terugkomst van haar bezoek aan verdachte lichamelijke klachten krijgt die wijzen op de inname van drugs. Onderzoek door het NFI wijst uit dat bij [slachtoffer] een hoeveelheid 2MMC in haar lichaam is aangetroffen.\n\nVerdachte heeft weliswaar bevestigd dat hij [slachtoffer] in de caravan iets heeft gegeven wat ze op heeft gegeten, maar volgens verdachte betrof dat een geel bananenschuimpje en geen drugs.\n\nDat iemand anders dan verdachte verantwoordelijk is voor de inname van de 2MMC door [slachtoffer] , zoals de verdediging heeft gesteld, acht het hof echter niet aannemelijk. Verdachte is degene die over de bij [slachtoffer] aangetroffen drugs heeft beschikt, aangezien hij iets meer dan een week voor 31 augustus 2024 20 gram 2MMC heeft besteld. Ook is het verdachte die in het gesprek dat hij op 31 augustus 2024 met 6\u002F15mmmm heeft gevoerd de berichten ‘Intro Chems’ en ‘Ik geef ze wel eens wat’ heeft gestuurd. Daarnaast heeft [slachtoffer] het consequent over een klein wit snoepje, hetgeen niet overeenkomt met de verklaring van verdachte dat het om een geel schuimpje zou gaan. Bovendien blijkt uit een van de verhoren van verdachte dat op de plek waar de voorraad schuimpjes volgens verdachte zou liggen, te weten onder in de kast bij de keuken waar de radio bovenop staat, deze daar niet zijn aangetroffen.\n\nHet hof komt dan ook tot de conclusie dat het verdachte is geweest die [slachtoffer] 2MMC heeft toegediend en\u002Fof in heeft laten nemen en dat [slachtoffer] door de inname hiervan pijn en letsel heeft opgelopen.\n\nMet de rechtbank en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat niet kan worden\n\nvastgesteld dat verdachte geprobeerd heeft [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, zodat verdachte van het feit 2 primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken. Het hof overweegt hierbij dat het weliswaar een feit van algemene bekendheid is dat drugs de gezondheid kunnen benadelen en zeker in het geval dat deze worden toegediend aan een driejarige, maar dat over wat de gevolgen kunnen zijn van 2MMC nog te weinig bekend is, zodat onvoldoende vaststaat dat de toediening van deze drugs een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel oplevert.\n\nHet vervaardigen, verwerven en in bezit hebben van kinderporno (feit 3)\n\nNiet ter discussie staat dat verdachte de video’s die op zijn telefoon zijn aangetroffen en die zijn aangemerkt als kinderpornografisch in zijn bezit heeft gehad. Verdachte heeft wel ontkend dat hij deze bestanden geopend heeft en stelt dat ze enkel naar hem toe zijn gestuurd zonder dat hij er kennis van heeft genomen. Nu verdachte bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat de kinderporno naar hem is toegestuurd, is het hof van oordeel dat verdachte wist om welke bestanden het ging en dat hij deze video’s heeft verworven en in bezit heeft gehad. Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte hier een gewoonte van heeft gemaakt.\n\nEchter, anders dan de rechtbank, is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal door foto’s te maken van de billen van [slachtoffer] op het moment dat zij bij hem in de caravan was.\n\nTijdens het onderzoek aan de telefoon van verdachte is immers ook gebleken dat er op de datum 31 augustus 2024 zeven foto’s zijn gemaakt.Het gaat daarbij om zes foto’s (waarvan vier thumbnails) van dezelfde billen en tussen deze foto’s zat een selfie van verdachte. De foto’s waren gemaakt op 31 augustus 2024 om 18:03 uur. Hoewel de verbalisant die de foto’s heeft beoordeeld niet kan zien of het gaat om de billen van een kind, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het om de billen van [slachtoffer] gaat. Zo past het moment waarop de foto’s zijn gemaakt in de tijdslijn van het moment dat [slachtoffer] in de caravan is geweest. Bovendien blijkt uit het feit dat tussen de foto’s van de blote billen een selfie van verdachte is aangetroffen dat het verdachte is geweest die op dat moment de camera heeft bediend en daarbij is er geen enkele aanwijzing dat er nog iemand anders in de caravan van verdachte op dat moment aanwezig was. Tot slot acht het hof van belang dat [slachtoffer] in het ziekenhuis heeft verklaard dat ze bij verdachte op het bed heeft gezeten in haar blootje.\n\nDe stelling van de verdediging dat het proces-verbaal waarin dat is opgenomen slechts een globaal en samengevat proces-verbaal betreft en de mogelijkheid bestaat dat cruciale context of nuance verloren is gegaan, volgt het hof niet. Het hof heeft geen reden te twijfelen aan de inhoud van het proces-verbaal.\n\nDe poging tot verkrachting (feit 1)\n\nVoor een strafbare poging tot verkrachting is vereist dat de dader handelingen heeft verricht die kennelijk tot doel hadden een begin te maken met het binnendringen van het lichaam. Daarnaast moeten die handelingen niet zodanig zijn dat zij ook bedoeld hadden kunnen zijn om andere misdrijven, zoals een aanranding, te plegen.\n\nIn dat verband blijkt uit het dossier dat verdachte op 31 augustus 2024 vanaf de middag (14:23 uur) met seks bezig is geweest en bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij die dag geil was.Bovendien blijkt uit voornoemde feiten en omstandigheden dat verdachte zowel op 16 augustus 2024 als op 25 augustus 2024 berichten heeft verstuurd over ‘Intro chems’ en dat hij op de bewuste dag, 31 augustus 2024, enkele uren daarvoor ook nog berichten heeft verstuurd waarin verdachte het er over heeft dat hij ‘vaak rape heeft gedaan, ook met kleintjes’. Net als de rechtbank stelt het hof vast dat ‘intro chems’ verdovende middelen zijn zoals speed en 3MMC, die gebruikt kunnen worden tijdens de seks.\n\nIn het laatste gesprek van die dag dat tot 16:01 uur heeft geduurd, is het ook gegaan over ‘rape’, hetgeen verdachte oppert, en over ‘een jochie hard aanpakken’ en stelt verdachte weer ‘Intro chems’ voor, waaruit het hof afleidt dat verdachte het heeft over verkrachting van een jongere onder invloed van drugs. Ongeveer driekwartier later (16:46 uur) heeft verdachte voor de eerste keer die dag een sekslijn gebeld en in dezelfde minuut waarin verdachte ook weer met dezelfde sekslijn heeft gebeld (17:29 uur), heeft hij de moeder van [slachtoffer] het eerste berichtje gestuurd of [slachtoffer] bij hem met zijn nichtje wil komen spelen.\n\nToen [slachtoffer] door moeder bij verdachte werd gebracht, heeft hij de deur van de caravan op slot gedaan. De stelling van de verdediging dat de enkele stelling van moeder daarvoor onvoldoende is, volgt het hof niet.\n\nMoeder heeft immers vanaf het eerste contact met de verbalisanten verklaard dat de deur op slot zat, hetgeen ze in de aangifte namens [slachtoffer] heeft herhaald. Daartegenover staan de wisselende verklaringen van verdachte op dit punt.\n\nZo heeft verdachte in eerste instantie verklaard dat de deur helemaal niet op slot kon, terwijl hij op de zitting in eerste aanleg, op het voorhouden van de voorzitter dat verdachte verklaard heeft dat het chalet niet op slot kan, heeft geantwoord dat het chalet altijd open is, behalve als verdachte op het toilet zit of als hij weg is.Daaruit leidt het hof af dat de deur van de caravan kennelijk wel op slot kon en ook ter terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard dat de caravan wel op slot kon.\n\nDaarnaast heeft het hof, zoals hiervoor overwogen, vastgesteld dat verdachte [slachtoffer] 2MMC heeft gegeven en heeft hij [slachtoffer] , die op dat moment met een ontbloot onderlichaam op bed zat in zijn slaapkamer, foto’s van haar blote billen gemaakt. Ook betrekt het hof daarbij dat [slachtoffer] na haar bezoek aan verdachte heeft aangegeven dat ze overal aan haar lichaam ‘auw’ heeft en daarbij ook wijst op haar geslachtsdeel en er mannelijk DNA is aangetroffen op haar voorhof.\n\nDaar komt nog bij dat het gedrag van verdachte (naar anderen toe) opvallend te noemen is als uit moet worden gegaan van de verklaring van verdachte dat hij enkel de intentie had om [slachtoffer] een leuke tijd te bezorgen door haar bij hem te laten spelen.\n\nDat begint ermee dat verdachte [slachtoffer] met een smoesje over het samen spelen met een nichtje naar zijn caravan heeft gelokt. Daarnaast heeft hij tegen zijn echtgenoot gelogen over de reden waarom hij die middag later thuis zou komen en heeft verdachte geprobeerd het moment dat moeder [slachtoffer] weer kwam ophalen met een minuut of twintig te rekken. Tot slot heeft verdachte moeder geblokkeerd op Facebook toen zij hem vragen ging stellen over het nichtje van verdachte dat helemaal niet bestaat.\n\nHet hof is van oordeel dat uit de gedragingen voorafgaand en het voornoemde handelen van verdachte een onmiskenbare seksuele intentie blijkt en dat die handelingen in samenhang met de uitlatingen over ‘rape’ van minderjarigen nadat hij hen ‘wel eens wat gaf’ naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht waren op het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] en niet op aanranding.\n\nDat voornemen heeft zich door een begin van uitvoering geopenbaard en stopte pas nadat de moeder van [slachtoffer] de deur van de caravan probeerde te openen.\n\nHet hof komt dan ook tot een bewezenverklaring van poging tot verkrachting.\n\nBewezenverklaring\n\nHet hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:\n\n1. primair\n\nhij op of omstreeks31 augustus 2024 te [plaats] ,althans in Nederland,\n\nter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een kind\n\nbeneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2021,\n\neen of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten en deze poging verkrachting te doen voorafgaan door, vergezellen van en\u002Fof volgen doordwang, geweld en\u002Fof bedreiging\n\n- bij de moeder van [slachtoffer] de schijn heeft gewekt dat zijn, verdachtes, nichtje bij hem was en\u002Fofaan de moeder van [slachtoffer] heeft gevraagd of [slachtoffer] bij hem met zijn nichtje in de chalet mocht komen spelen en\u002Fof[slachtoffer] (aldus) onder valse voorwendselen naar zijn chalet heeft gelokt, waar hij op dat moment alleen verbleef en\u002Fof\n\n- zijn chalet na binnenkomst van [slachtoffer] heeft afgesloten en\u002Fof\n\n- [slachtoffer] een pil\u002Ftablet\u002Fvloeistof bevattendeeen hoeveelheid 2MMC,althans een of meer verdovende en\u002Fof stimulerende en\u002Fof bedwelmende en\u002Fof bewustzijnsbeïnvloedende stof(fen)\u002Fmiddel(en),in elk geval(een)voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijke stof(fen)heeft toegediend en\u002Fof heeft laten innemen en\u002Fof\n\n- [slachtoffer] (gedeeltelijk)(naakt) op het bed heeftlaten zittengezet en\u002Fof naast [slachtoffer] op bed is gaan zittenen\u002Fof\n\n- tijd heeft geprobeerd te rekken toen die moeder van [slachtoffer] te kennen gaf haar dochter te komen ophalen,\n\nterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;\n\n2. subsidiair hij op of omstreeks31 augustus 2024 te [plaats] ,althans in Nederland\n\nopzettelijk de gezondheid van een aan zijn zorg en\u002Fofwaakzaamheid toevertrouwd kind, [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2021) heeft benadeeld en\u002Fof[slachtoffer] heeft mishandeld door [slachtoffer]een pil\u002Ftablet\u002Fvloeistof bevattendeeen hoeveelheid 2MMC,\n\nalthans een of meer verdovende en\u002Fof stimulerende en\u002Fof bedwelmende en\u002Fof bewustzijnsbeïnvloedende stof(fen)\u002Fmiddel(en),in elk geval(een)voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijke stof(fen)toe te dienen en\u002Fof in te laten nemen;\n\n3. hij in of omstreeksde periode van 11 augustus 2024 tot en met 31 augustus 2024 te [plaats] en\u002Fof [plaats] , althans (elders) in Nederland,\n\nmeermalen, althans eenmaal,een of meer visuele weergaven van seksuele aard en\u002Fofmet onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, waaronder [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2021, heeftverspreid en\u002Fof aangeboden en\u002Fof openlijk tentoongesteld en\u002Fofvervaardigd en\u002Fof ingevoerd en\u002Fof doorgevoerd en\u002Fof uitgevoerd en\u002Fofverworven en\u002Fofin bezit heeft gehaden\u002Fof zich daartoe de toegang heeft verschaftte weten\n\n- afbeeldingen en\u002Fof\n\n- gegevensdragers bevattende afbeeldingen te weteneentelefoon (merk: Oppo) en\u002Fof\n\n- visuele weergave\u002Fgegevensdragerswaarop te zien is dat:\n\ndie persoon oraal, vaginaal en\u002Fof anaal wordt gepenetreerd met een penis en\u002Fof vinger\u002Fhand en\u002Fof een ander persoon oraal en\u002Fof anaal wordt gepenetreerd met een penis door die persoon (afbeelding(en) 01 en\u002Fof 02 van de toonmap)en\u002Fof\n\nhet geslachtsdeel van die persoon met een penis en\u002Fof vinger\u002Fhand wordt aangeraakt en\u002Fof\n\nhet geslachtsdeel van een ander kind\u002Fpersoon met een penis en\u002Fof hand\u002Fvinger wordt\u002Fworden aangeraakt door die persoon en\u002Fof die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen met een vinger\u002Fhand aanraakt(afbeelding(en) 03 en\u002Fof 04 van de toonmap)en\u002Fof\n\ndie persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij\n\n- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en\u002Fof in een omgeving en\u002Fof in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn\u002Fhaar leeftijd past en\u002Fof\n\n- door het camerastandpunt en\u002Fof de (onnatuurlijke) pose en\u002Fof de wijze van kleden van die persoon en\u002Fof de uitsnede van de foto's\u002Ffilms nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en\u002Fof billen van die persoon in beeld worden gebracht (afbeelding(en) 05 en\u002Fof 07 van de toonmap)en\u002Fof dat bij het gezicht en\u002Fof het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en\u002Fof bij\u002Fop het gezicht en\u002Fof het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en\u002Fof bij\u002Fnaast het gezicht en\u002Fof het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden (afbeelding(en) 06 van de toonmap)\n\nterwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.\n\nHet hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.\n\nStrafbaarheid van het bewezenverklaarde\n\nHet bewezenverklaarde is strafbaar.\n\nHet onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:\n\npoging tot verkrachting in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang.\n\nHet onder 2 subsidiair bewezenverklaarde levert op:\n\nmishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige en terwijl het misdrijf wordt gepleegd door toediening van voor het leven of de gezondheid schadelijke stoffen.\n\nHet onder 3 bewezenverklaarde levert op:\n\neen visuele weergave van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd.\n\nStrafbaarheid van verdachte\n\nVerdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.\n\nOplegging van straf en maatregel\n\nStandpunt openbaar ministerie\n\nDe advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf en de maatregel van tbs met dwangverpleging en de maatregel ex artikel 38z Sr als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.\n\nStandpunt verdediging\n\nDe raadsman heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met het feit dat verdachte sinds 1 september 2024 in voorlopige hechtenis verblijft en zijn detentieperiode bijzonder zwaar is gelet op de verschillende ernstige medische klachten van verdachte. Ook heeft de raadsman gewezen op de omstandigheid dat de laatste veroordeling van verdachte voor een zedendelict uit 2014 dateert en op de rapporten die over verdachte zijn opgemaakt, waaruit het advies volgt om de feiten 1 en 2 verminderd aan verdachte toe te rekenen en aan hem tbs met voorwaarden op te leggen.\n\nHet verzoek is om een op te leggen gevangenisstraf zoveel mogelijk te beperken omdat de nadruk moet liggen op behandeling in plaats van vergelding en om een tbs met voorwaarden op te leggen, zoals de deskundigen passend en haalbaar achten. Verdachte wil overal aan mee werken en een eerder opgelegd toezicht heeft hij ook positief afgesloten.\n\nOordeel van het hof\n\nHet hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft bij zijn straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden.\n\nErnst van de feiten\n\nVerdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Ten eerste heeft hij contact gelegd met de moeder van een driejarig meisje, [slachtoffer] , en gevraagd of [slachtoffer] met zijn nichtje wilde komen spelen, terwijl verdachte helemaal geen nichtjes heeft. Toen moeder aangaf dat ze het zou vragen, heeft verdachte even later nogmaals gevraagd of ze wilde komen. In de tussentijd en ook voor zijn eerste verzoek heeft verdachte meermalen met een sekslijn gebeld en daarvoor gesprekken gevoerd waarbij gesproken werd over ‘rape’ en ‘hard neuken’ van minderjarigen die onder invloed waren van drugs. Toen [slachtoffer] door moeder is gebracht, heeft verdachte de caravan op slot gedaan en heeft hij [slachtoffer] gedrogeerd door haar 2MMC, een designerdrug die verdachte iets meer dan een week ervoor had besteld en afgeleverd heeft gekregen, te geven.\n\nDat is des te kwalijker nu verdachte zelf ervaring had met het innemen van deze drugs en daar de gevolgen van kende.\n\nVerdachte is met [slachtoffer] naar de slaapkamer gegaan waar [slachtoffer] bed heeft gezeten. Verdachte heeft foto’s gemaakt van de blote billen van [slachtoffer] . Toen moeder er na ongeveer tien minuten een naar gevoel bij kreeg, heeft ze verdachte een bericht gestuurd dat ze [slachtoffer] zou komen halen en heeft verdachte nog geprobeerd om dat moment uit te stellen. Toen moeder [slachtoffer] had opgehaald, zag ze vrij snel dat het niet goed ging met haar. Vervolgens is de driejarige [slachtoffer] met spoed opgenomen in het ziekenhuis. [slachtoffer] had pijn, had bloed in haar mond omdat ze haar mond en tong kapot had gebeten en ze moest meermalen overgeven. Uit alles volgt dat het de intentie van verdachte was om [slachtoffer] te verkrachten en enkel en alleen omdat moeder het toch niet vertrouwde en zij [slachtoffer] snel weer heeft opgehaald, is het bij een poging tot verkrachting gebleven.\n\nDaarnaast heeft verdachte zich met het drogeren van [slachtoffer] schuldig gemaakt aan mishandeling door haar een schadelijke stof toe te dienen terwijl zij op dat moment aan zijn zorg was toevertrouwd door moeder.\n\nHet op slinkse wijze bespelen van de moeder van een meisje van drie jaar door haar te vragen of ze met zijn nichtje wilde komen spelen, zodat verdachte de tijd en gelegenheid had om via haar aan zijn gerief te komen, is zeer kwalijk.\n\nDoor zo te handelen heeft verdachte geen enkel respect getoond voor de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en grof misbruik gemaakt van het feit dat zij drie jaar – en daarmee extra kwetsbaar – was.\n\nVerdachte heeft met het plegen van deze strafbare feiten ook veel leed toegebracht. Niet alleen heeft [slachtoffer] de lichamelijke gevolgen van de haar toegediende drugs moeten ervaren, maar heeft ook haar moeder angst en paniek ervaren en het zichzelf kwalijk genomen dat zij [slachtoffer] naar verdachte toe heeft gebracht.\n\nHet is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort delicten vaak langdurig te lijden hebben door trauma’s en de daardoor veroorzaakte emotionele schade. Uit de slachtofferverklaring van moeder blijkt dat zij het zichzelf nog steeds kwalijk neemt dat zij verdachte heeft vertrouwd, dat ze het beeld van [slachtoffer] die vecht tegen de drugs die verdachte haar gegeven heeft niet kwijtraakt en dat ze nog zoveel vragen heeft die niet door verdachte beantwoord worden.\n\nDit gedrag rekent het hof verdachte zwaar aan. Daar komt bij dat verdachte geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn gedragingen. Zo zijn zijn verklaringen wisselend en geeft hij zowel bij de rechtbank als het gerechtshof nauwelijks antwoord op inhoudelijke vragen omdat hij het niet meer zou weten.\n\nTot slot zijn bij verdachte op zijn telefoon twintig video’s met kinderporno aangetroffen en de foto’s van de billen van [slachtoffer] . In de video’s zijn vergaande seksuele handelingen te zien van soms zeer jonge kinderen en zelfs baby’s, die seksuele handelingen moeten verrichten en dulden. Het gaat hier om kinderpornografisch materiaal van de ergste categorie. Net als de rechtbank houdt het hof verdachte medeverantwoordelijk voor het genoemde seksuele misbruik van kinderen, omdat hij door het verwerven, het bezit en het vervaardigen heeft bijgedragen aan het in stand houden van de vraag hiernaar. Dit is bijzonder ernstig.\n\nHet is een feit van algemene bekendheid dat kinderen die hier het slachtoffer van zijn, psychologische schade oplopen die zij jaren later en soms zelfs hun hele leven nog met zich meedragen en dat beelden op internet niet zomaar verdwijnen, zodat het misbruik in feite onbeperkt doorgaat. Verdachte heeft zijn eigen seksueel genot boven het welzijn gesteld van de kinderen die op de aangetroffen materialen zijn weergegeven.\n\nDe persoon van de verdachte\n\nHet hof heeft bij de strafoplegging ook gekeken naar het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 26 mei 2026, waaruit blijkt dat verdachte zowel in 2005 als 2014 is veroordeeld voor zedendelicten met een minderjarige. Dat weegt het hof in het nadeel van verdachte mee.\n\nDaarnaast heeft het hof ten behoeve van de beantwoording van de vraag of de oplegging van een maatregel in deze zaak geïndiceerd is, gekeken naar de verschillende rapportages die over verdachte zijn opgemaakt.\n\nNet als de rechtbank leidt het hof uit het rapport van 4 april 2025 dat is opgesteld door [naam 3] , psychiater\u002Fpsychoanalyticus, het volgende af.\n\nBij verdachte is sprake van een parafiele stoornis, zwakbegaafdheid en een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast is sprake van onvoldoende sturingsvermogen bij verdachte, met name wanneer hij onder druk komt te staan door life events zoals het overlijden van een familielid. Verdachte ontkent de feiten maar heeft tijdens het psychiatrisch onderzoek aangegeven dat hij verdrietig was vanwege het overlijden van zijn zus, toen is gaan chatten om zijn verdriet een plek te geven, hij ‘iets stouts’ met het meisje van plan was, maar uit zichzelf zou zijn gestopt.\n\nNet als de rechtbank heeft het hof bij de bespreking van het bewijs geconcludeerd dat dit laatste niet het geval is, omdat verdachte voortijdig door de moeder van het meisje werd gestoord.\n\nDe klinische inschatting van het recidiverisico komt uit op matig tot hoog. Zonder behandeling blijven de risicofactoren onveranderd. Een behandeling en begeleiding zijn\n\nnoodzakelijk om de kans op herhaling te verlagen.\n\nVerdachte is in 2005 en in 2014 ook veroordeeld voor zedendelicten met kinderen. Na de\n\nveroordeling in 2014 heeft hij een behandeling voor zedendelinquenten ondergaan. De\n\npsychiater adviseert om de feiten ten aanzien van [slachtoffer] verminderd toe te rekenen en het\n\nbezit van de kinderporno volledig aan verdachte toe te rekenen.\n\nOok het hof neemt deze conclusie ten aanzien van de toerekenbaarheid over en stelt vast dat tijdens het begaan van de feiten bij verdachte een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond.\n\nUit het psychologisch onderzoek van GZ-psycholoog [naam 4] van 5 maart 2025 blijkt dat bij verdachte sprake is van zwakbegaafdheid en dat een parafiele stoornis niet met zekerheid gesteld noch uitgesloten kan worden. Nu verdachte een volledig ontkennende houding heeft, onthoudt de onderzoeker zich van advies over de mate van toerekenen.\n\nVolgens de psycholoog is het recidiverisico bovengemiddeld. Bovendien blijkt dat als de ten laste gelegde feiten bewezen worden er sprake is van een beperkt effect van de eerdere zedenbehandeling.\n\nTot slot heeft het hof kennis genomen van het reclasseringsadvies van 26 augustus 2025 van Reclassering Nederland. Daarin staat vermeld dat betrokkene tweemaal eerder werd veroordeeld (2005 en 2014) vanwege een zedendelict en dat bij beide veroordelingen de slachtoffers minderjarige jongens waren. Betrokkene stond eenmaal eerder onder toezicht van de reclassering en doorliep in het kader van een voorwaardelijke veroordeling een ambulante behandeling bij [instelling] . De verklaringen van betrokkene over hetgeen hem ten laste gelegd wordt en gebeurtenissen in de periode die daaraan vooraf zijn gegaan, wisselen en worden bij confrontatie met dossierinformatie bijgesteld, ontkend of ontweken. Betrokkene lijkt zijn verhaal, na confrontatie, telkens aan te passen hetgeen voor verwarring zorgt en niet overeenkomt met hetgeen op is genomen in de pro Justitia rapporten.\n\nDe reclassering geeft aan dat de maatregel van tbs met voorwaarden technisch uitvoerbaar is. Ze zijn echter terughoudend dit te adviseren. De reclassering noemt het advies voorzichtig positief. Zij zien risico’s in het feit dat bij een veroordeling de eerder doorlopen behandeling klaarblijkelijk niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Verdachte laat bij confrontatie met dossierinformatie ontkennend, ontwijkend en bagatelliserend gedrag zien. Zij vragen zich bovendien af of betrokkene daadwerkelijk de impact van een tbs maatregel met voorwaarden en dagbehandeling inziet.\n\nOp te leggen straf\n\nGelet op het voorgaande is enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur passend. Het hof heeft bij het vaststellen van de duur van de gevangenisstraf ten eerste rekening gehouden met de aard en ernst van de feiten, in het bijzonder dat het hier gaat om het drogeren van een driejarige met de intentie haar te verkrachten en het bezit van kinderpornografisch materiaal waarin hele jonge kinderen en baby’s te zien zijn.\n\nDaarnaast heeft het hof gelet op de omstandigheid dat verdachte twee keer eerder voor zedendelicten is veroordeeld, de mate waarin de feiten aan verdachte kunnen worden toegerekend en de impact die de feiten op het slachtoffer hebben gehad. Ook heeft het hof acht geslagen op de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd.\n\nAlles overwegende is het hof van oordeel dat de duur van de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf, die in hoger beroep ook weer is gevorderd, de ernst van de bewezen verklaarde feiten onvoldoende tot uitdrukking brengt. Het hof zal dan ook aan verdachte een langere gevangenisstraf opleggen dan de drie jaren die door de rechtbank zijn opgelegd.\n\nHet hof legt aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.\n\nTbs met voorwaarden of tbs met dwangverpleging?\n\nVoorts is het hof van oordeel dat oplegging van de maatregel van tbs noodzakelijk is.\n\nHet hof stelt voorop dat aan vier voorwaarden moet zijn voldaan, wil aan een verdachte de maatregel van tbs kunnen worden opgelegd.\n\nIn de eerste plaats dient bij de verdachte ten tijde van het begaan van het strafbare feit sprake te zijn van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Het betreffende feit dient in de tweede plaats een misdrijf te betreffen waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, dan wel behoren tot een der misdrijven zoals specifiek in de wet (artikel 37a eerste lid, onder 1° Sr) vermeld. In de derde plaats dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel te eisen. Ten slotte kan een dergelijke maatregel enkel worden opgelegd nadat de strafrechter zich een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies heeft doen overleggen van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, waaronder een psychiater, die de verdachte hebben onderzocht.\n\nIn de onderhavige zaak is aan deze voorwaarden voldaan en er is geen discussie over dat verdachte behandeld dient te worden binnen een tbs-kader en dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen oplegging van die maatregel eist.\n\nDe vraag die het hof dient te beantwoorden is welke vorm van tbs opgelegd dient te worden: tbs met verpleging van overheidswege, zoals de advocaat-generaal heeft gevorderd, of tbs met voorwaarden, zoals de verdediging heeft gevraagd.\n\nDe deskundigen hebben in hun rapporten opgenomen dat volstaan kan worden met oplegging van tbs met voorwaarden. Het hof volgt echter de deskundigen niet in voornoemde adviezen en acht het evenals de rechtbank en de advocaat-generaal noodzakelijk dat verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.\n\nTer onderbouwing van deze beslissing stelt het hof voorop dat uit de rapportages van zowel de psycholoog als de psychiater volgt dat de nadruk moet liggen op een intensieve en langdurige zedenbehandeling. Daar komt bij dat verdachte de bewezenverklaarde feiten ontkent, hij twee keer eerder voor zedendelicten is veroordeeld en daarbij eenmaal eerder een zedenbehandeling bij [instelling] heeft gevolgd. Het hof stelt, gelet op de onderhavige zaak, vast dat deze behandeling onvoldoende effect heeft gehad. Ook stelt het hof met de rechtbank vast dat uit de rapportages evenals op de zitting is gebleken dat verdachte niet beschikt over ziektebesef en ook niet begrijpt waarom hij een behandeling nodig heeft.\n\nDaar komt nog bij dat de reclassering in het rapport aan heeft gegeven dat het advies van tbs met voorwaarden slechts voorzichtig positief is omdat de reclassering door de opstelling van verdachte het risico op onttrekken aan de voorwaarden niet in kan schatten.\n\nVolgens de reclassering is het gelet op de eerdere veroordelingen van verdachte, de doorlopen behandeling en de houding van verdachte de vraag of een tbs met voorwaarden haalbaar is.\n\nNet als de rechtbank is het hof van oordeel dat verdachte een intensieve, klinische en langdurige behandeling nodig heeft en dat een stevig behandelkader in een beveiligde omgeving noodzakelijk is om grip op verdachte te krijgen. De duur van de behandeling van een tbs met voorwaarden is daarvoor te kort en ook het hof betrekt hierbij het hoge risico op schijnaanpassing.\n\nAlles afwegende is het hof van oordeel dat het terugdringen van voornoemd recidiverisico en de noodzakelijke bescherming van de maatschappij, niet anders kan plaatsvinden dan door middel van het opleggen van tbs met dwangverpleging. Deze maatregel biedt in het onderhavige geval de meeste waarborgen voor een optimale risicoreductie. Anders dan de verdediging heeft bepleit, kan niet worden volstaan met een minder hoog niveau van bescherming.\n\nHet hof overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten de feiten 1 primair en 2 subsidiair. De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging kan daarom, gelet op artikel 38e Sr, een periode van vier jaren te boven gaan.\n\nMaatregel langdurig toezicht ex artikel 38z Sr\n\nDaarnaast is het hof van oordeel dat een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr noodzakelijk is. Naar het oordeel van het hof is de oplegging van de maatregel nodig in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen. Verdachte zal ter beschikking worden gesteld en worden veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Tot slot hebben zowel de deskundigen als de reclassering de oplegging van deze maatregel geadviseerd. Aan de formele vereisten is voldaan.\n\nMet de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de problematiek van verdachte met zich brengt dat langdurig toezicht nodig is om recidive te voorkomen of in ieder geval zoveel mogelijk in te perken. Het hof zal daarom, gelet op het bovenstaande, tot de oplegging van de maatregel met langdurig toezicht overgaan.\n\nVordering van de benadeelde partij [moeder slachtoffer]\n\nDe benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 1.777,86, bestaande uit € 277,86 aan materiële schade en € 1.500,- aan immateriële schade en heeft daarnaast een bedrag van € 570,24 aan proceskosten gevorderd. De rechtbank heeft de vordering toegewezen tot een bedrag van € 102,96 en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.\n\nNamens de benadeelde partij heeft mr. Bouw op de zitting in hoger beroep aangegeven dat het hof het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de gevorderde materiële schade kan volgen, te weten toewijzing van een bedrag van € 102,96. Daarnaast heeft mr. Bouw verzocht de benadeelde partij voor wat betreft de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk te verklaren nu deze schade onvoldoende is onderbouwd vanwege het ontbreken van een diagnose van geestelijk letsel.\n\nVoor wat betreft de gevorderde proceskosten heeft mr. Bouw zich gerefereerd aan het oordeel van het hof, maar daarbij wel gewezen op de omstandigheid dat oma en stiefopa een groot deel van de tijd voor [slachtoffer] zorgen en een zeer betrokken rol hebben in de zorgtaken van haar. Oma heeft namens de moeder van [slachtoffer] de advocaat bezocht voor een bespreking van de zaak en de zittingen bij de rechtbank bijgewoond en zij heeft geen bijstand van een advocaat. Om die reden is het verzoek om de proceskosten die oma heeft gemaakt toe te wijzen.\n\nStandpunt openbaar ministerie\n\nDe advocaat-generaal heeft gevorderd dat de materiële schade die gevraagd wordt toegewezen dient te worden zoals de rechtbank dat heeft gedaan en dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard zou moeten worden.\n\nStandpunt verdediging\n\nGelet op de bepleite vrijspraak heeft de verdediging primair verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging de standpunten die in eerste aanleg naar voren heeft gebracht gehandhaafd en is het verzoek aan te sluiten bij de overwegingen van de rechtbank hieromtrent.\n\nOordeel van het hof\n\nVoor wat betreft de gevorderde materiële schade stelt het hof voorop dat het hof duidelijk is gebleken dat de oma en stiefopa van [slachtoffer] net zo betrokken zijn bij het welzijn van [slachtoffer] als de moeder van [slachtoffer] , maar dat het hof gebonden is aan de wet voor wat betreft de mogelijkheden om de gevraagde schade van oma toe te kennen.\n\nHet hof is met de rechtbank van oordeel dat alleen de kosten die oma heeft gemaakt om [slachtoffer] naar het ziekenhuis te brengen voor vergoeding in aanmerking komen, te weten\n\n€ 69,30. Daarnaast wijst het hof toe de gevorderde kosten die moeder heeft gemaakt op 31 augustus 2024 en 1 september 2024 voor het brengen van [slachtoffer] naar het ziekenhuis, te weten € 33,66. De benadeelde partij heeft immers rechtstreeks schade geleden door het bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte.\n\nVoor wat betreft de overige gevorderde materiële schade kan de benadeelde partij niet worden ontvangen. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.\n\nTen aanzien van de gevorderde immateriële schade zal het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren nu deze schadepost, zoals op de zitting door mr. Bouw zelf ook is aangevoerd, onvoldoende is onderbouwd. Ook dit deel van de vordering kan de benadeelde partij nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.\n\nOm te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.\n\nVoor wat betreft de proceskosten sluit het hof zich aan bij de overwegingen van de rechtbank. De noodzakelijke reis- en verblijfkosten die de benadeelde partij heeft gemaakt komen op grond van de artikelen 238 en 239 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet in aanmerking voor vergoeding wanneer zij zich heeft laten bij staan door een gemachtigde\n\n(Hoge Raad, 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:334). Ook de reiskosten om de advocaat van de benadeelde te bezoeken om de zaak te bespreken komen om die reden niet voor\n\nvergoeding in aanmerking (Hoge Raad, 28 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:414). Aangevoerd is dat de kosten van oma en stief-opa voor het bezoeken van de terechtzittingen wel voor vergoeding in aanmerking zouden moeten komen omdat zij geen bijstand van een gemachtigde hadden. Aangezien opa en stief-opa geen benadeelde partij zijn in deze zaak, komen deze kosten ook niet voor vergoeding in aanmerking.\n\nHet hof verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering van de proceskosten.\n\nVordering van de benadeelde partij [slachtoffer]\n\nDe benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.000,00 ingediend bestaande uit immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 500,00. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.\n\nStandpunt openbaar ministerie\n\nDe advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de onderbouwing van de vordering en de Rotterdamse schaal, zij zich kan voorstellen dat het hof de immaterieel toe te wijzen vordering enigszins matigt, maar niet in de mate zoals de rechtbank dat heeft gedaan. Volgens de advocaat-generaal zou een groter deel moeten worden toegewezen dan de rechtbank heeft gedaan.\n\nStandpunt verdediging\n\nGelet op de bepleite vrijspraak heeft de verdediging primair verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging de standpunten die in eerste aanleg naar voren heeft gebracht gehandhaafd en is het verzoek aan te sluiten bij de overwegingen van de rechtbank hieromtrent.\n\nOordeel van het hof\n\nOp de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte.\n\nDe bewezen verklaarde feiten betreffen een poging tot verkrachting en een mishandeling en vastgesteld kan worden dat als gevolg van het bewezenverklaarde handelen door verdachte bij de benadeelde partij naar objectieve maatstaven sprake is van lichamelijk letsel en van een aantasting in de persoon op andere wijze (geestelijk letsel). De aard en de ernst van deze feiten brengt mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat van een aantasting in de persoon kan worden gesproken. Nadere onderbouwing van het geestelijk letsel is dan ook niet vereist.\n\nVoor wat betreft de hoogte van de immateriële schade heeft het hof gelet op schadevergoedingen die in vergelijkbare gevallen worden toegekend en de onderbouwing van de vordering en aansluiting gezocht bij de Rotterdamse schaal.\n\nIn deel A, Lichamelijk letsel, hoofdstuk 13 ‘Licht letsel’ wordt onder categorie ‘(c) Herstelperiode van ongeveer twee maanden’ en oppervlakkig en beperkt letsel een bedrag tot € 1.100,00 genoemd.\n\nNu de benadeelde partij als driejarige door het toedienen van de drugs door verdachte haar mond kapot heeft gebeten, pijn heeft gehad in verschillende delen van haar lichaam, ziek is geweest en met de ambulance is afgevoerd, is er naar het oordeel van het hof geen sprake van oppervlakkig en beperkt letsel, maar zodanig letsel dat reeds hierom de gevorderde schade naar redelijkheid en billijkheid vastgesteld kan worden op het gevorderde bedrag van € 2.000,00. De vordering wordt daarom in het geheel toegewezen.\n\nOm te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.\n\nWetsartikelen\n\nDe straf en maatregelen zijn gebaseerd op de artikelen 36f, 37a, 37b, 38z, 45, 57, 240b, 250, 252, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.\n\nDeze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.\n\nBESLISSING\n\nHet hof:\n\nVernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:\n\nVerklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.\n\nVerklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde heeft begaan.\n\nVerklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.\n\nVerklaart het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.\n\nVeroordeelt de verdachte tot een gevangenisstrafvoor de duur van5 (vijf) jaren.\n\nBeveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.\n\nGelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.\n\nLegt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.\n\nVordering van de benadeelde partij [moeder slachtoffer]\n\nWijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [moeder slachtoffer] ter zake van het onder 1 primair en 2 subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 102,96 (honderdtwee euro en zesennegentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nVerklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.\n\nVerklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de proceskosten.\n\nLegt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [moeder slachtoffer] , ter zake van het onder 1 primair en 2 subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 102,96 (honderdtwee euro en zesennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nBepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.\n\nBepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.\n\nBepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 31 augustus 2024.\n\nVordering van de benadeelde partij [slachtoffer]\n\nWijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van\n\n€ 2.000,00 (tweeduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nVeroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.\n\nLegt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 2.000,00 (tweeduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nBepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 20 (twintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.\n\nBepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.\n\nBepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 31 augustus 2024.\n\nDit arrest is gewezen door mr. A.H. Garos, mr. R.D.J. Visschers en mr. D. Stikkelbroeck,\n\nin aanwezigheid van de griffier mr. H.J. Rosmalen-Jansen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 6 juli 2026.\n\nProces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 6 juli 2026.\n\nTegenwoordig:\n\nmr. J. Steenbrink, voorzitter,\n\nmr. V.T.R.W. van Thiel , advocaat-generaal,\n\nmr. H.J. Rosmalen-Jansen, griffier.\n\nDe voorzitter doet de zaak uitroepen.\n\nDe verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.\n\nDe voorzitter spreekt het arrest uit.\n\nWaarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.\n\n De hierna onder de voetnoten 2 t\u002Fm 18, 20 t\u002Fm 22, 26, 28 t\u002Fm 31 en 36 genoemde bewijsmiddelen zijn als bijlagen gevoegd bij het stamproces-verbaal 08RANGER, nummer 2024407947, in de wettelijke vorm opgemaakt op 4 april 2025 door [brigadier] , brigadier.\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 25 t\u002Fm 28).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 251 t\u002Fm 252) en het WhatsApp-bericht als bijlage gevoegd (pagina 310).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 249 t\u002Fm 250).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 54 en 55).\n\n Patiëntendossier [ziekenhuis] inzake [slachtoffer] , p. 126.\n\n Het rapport van het NFI (pagina’s 175 t\u002Fm 181).\n\n Het rapport van het NFI (pagina’s 104 t\u002Fm 108).\n\n Het proces-verbaal van aangifte (pagina’s 39 t\u002Fm 44).\n\n Het proces-verbaal voorlopige samenvatting studioverhoor (pagina’s 60 t\u002Fm 61).\n\n Het proces-verbaal van aanhouding verdachte (pagina’s 595-597) en het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 598-600).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 509 t\u002Fm 510).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 342 t\u002Fm 343) en de WhatsApp-berichten als bijlagen gevoegd (pagina’s 351 t\u002Fm 352).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 342 t\u002Fm 343) en de WhatsApp-berichten als bijlagen gevoegd (pagina’s 441 t\u002Fm 447).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 342 t\u002Fm 343) en de WhatsApp-berichten als bijlagen gevoegd (pagina’s 488 t\u002Fm 502).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 342 t\u002Fm 343) en de WhatsApp-berichten als bijlagen gevoegd (pagina’s 470 t\u002Fm 487).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 342 t\u002Fm 343) en de WhatsApp-berichten als bijlagen gevoegd (pagina’s 344 t\u002Fm 351).\n\n Het proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof van 22 juni 2026.\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 515 t\u002Fm 517).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 339 t\u002Fm 340).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina 341).\n\n Het proces-verbaal van verhoor van verdachte bij de rechter-commissaris in strafzaken in de rechtbank Gelderland op 6 september 2024 (los opgenomen in het dossier).\n\n Het proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof van 22 juni 2026.\n\n Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 140, in de wettelijke vorm opgemaakt op 2 juni 2025 door [hoofdagent] , hoofdagent, met bijlage (los opgenomen in het dossier).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina 518).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 140, in de wettelijke vorm opgemaakt op 2 juni 2025 door [hoofdagent] , hoofdagent (los opgenomen in het dossier).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 519 t\u002Fm 521).\n\n Het proces-verbaal voorbereiding studioverhoor (pagina’s 58 en 59).\n\n Het proces-verbaal voorlopige samenvatting studioverhoor (pagina’s 60 en 61).\n\n Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina 650).\n\n Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 140, in de wettelijke vorm opgemaakt op 2 juni 2025 door [hoofdagent] , hoofdagent (los opgenomen in het dossier).\n\n Het proces-verbaal van verhoor verdachte, proces-verbaalnummer 148, in de wettelijke vorm opgemaakt op 29 juli 2025 door [hoofdagent] , hoofdagent (los opgenomen in het dossier).\n\n Het proces-verbaal van de terechtzitting van de meervoudige kamer in de rechtbank Gelderland van 3 oktober 2025.\n\n Het proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof van 22 juni 2026.\n\n Het proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 637).","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4368","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:29:30.894Z",{"id":38,"ecli":39,"slug":40,"caseNumber":31,"courtId":5,"decisionDate":41,"fullText":42,"summary":31,"language":7,"source":33,"sourceUrl":43,"sourceTimestamp":41,"parsedAt":35,"updatedAt":44},"1650","ECLI:NL:RBGEL:2026:5219","ecli-nl-rbgel-2026-5219","2026-07-02T00:00:00.000Z","RECHTBANK GELDERLAND\n\nTeam strafrecht\n\nZittingsplaats Arnhem\n\nParketnummer: 05.183502.25\n\nDatum uitspraak : 2 juli 2026\n\nTegenspraak\n\nvonnis van de meervoudige kamer\n\nin de zaak van\n\nde officier van justitie\n\ntegen\n\n [verdachte],\n\ngeboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] (Afghanistan),\n\nwonende aan [adres] [woonplaats] .\n\nRaadsman: mr. S. Çelik, advocaat in Lent.\n\nDit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.\n\n1. De inhoud van de tenlastelegging\n\nAan verdachte is ten laste gelegd dat:\n\nfeit 1hij op of omstreeks 15 juni 2025 te Nijmegen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - zijn arm om de keel van die [slachtoffer] heeft gehouden - met zijn arm die keel en\u002Fof hals van die [slachtoffer] heeft dichtgedrukt en\u002Fof dichtgeknepen, en\u002Fof dichtgedrukt en\u002Fof dichtgeknepen heeft gehouden - een brandende sigaret op\u002Ftegen\u002Fin de handpalm van die [slachtoffer] heeft uitgedrukt, en\u002Fof - veelvuldig, althans meermalen met de vuisten en\u002Fof met de vlakke hand op\u002Ftegen haar neus en\u002Fof kaak, althans haar hoofd en\u002Fof tegen haar ribben en\u002Fof rug en\u002Fof buik, althans haar lichaam, heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;\n\nsubsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:\n\nhij op of omstreeks 15 juni 2025 te Nijmegen, althans in Nederland, zijn levensgezel [slachtoffer] heeft mishandeld door - zijn arm om de keel van die [slachtoffer] te houden - met zijn arm die keel en\u002Fof hals van die [slachtoffer] dicht te drukken en\u002Fof dicht te knijpen en\u002Fof dichtgedrukt en\u002Fof dichtgeknepen te houden - een brandende sigaret op\u002Ftegen\u002Fin de handpalm van die [slachtoffer] uit te drukken en\u002Fof - veelvuldig, althans meermalen met de vuisten en\u002Fof met de vlakke hand op\u002Ftegen haar neus en\u002Fof kaak, althans tegen haar hoofd en\u002Fof tegen haar ribben en\u002Fof rug en\u002Fof buik, althans tegen haar lichaam, te slaan;\n\nfeit 2hij op of omstreeks 11 juni 2025 te Nijmegen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - met een door vuur verhitte metalen opscheplepel in de handpalm van die [slachtoffer] heeft gedrukt en\u002Fof - meermalen tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen en\u002Fof - met een verhitte lepel op\u002Ftegen de hand en\u002Fof het been van die [slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;\n\nsubsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:\n\nhij op of omstreeks 11 juni 2025 te Nijmegen, althans in Nederland, zijn levensgezel [slachtoffer] heeft mishandeld door - met een door vuur verhitte metalen opscheplepel in de handpalm van die [slachtoffer] te drukken, - meermalen tegen het hoofd van die [slachtoffer] te slaan, en\u002Fof - met een door vuur verhitte metalen lepel op\u002Ftegen de hand en\u002Fof het been van die [slachtoffer] te slaan;\n\nfeit 3hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Nijmegen, althans in Nederland, [slachtoffer] (telefonisch) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en\u002Fof met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen - Geloof mij maar, ik pak [naam] en met [naam] sla ik jou dood, geloof mij maar\" en\u002Fof - Ik pak jou en je hele kankerfamilie” en\u002Fof -\"Nee, jij kent mij jij durft niet eerlijk te zijn, want jij weet dat ik die kind in je buik en die kind die naast jou loopt dat ik die afmaak, dat weet jij. Dat weet jij heel goed!\" en\u002Fof \"Maakt niet uit ik pak jullie alle twee.\" en\u002Fof \"Is goed, als jij dit volhoudt, wollah, ik pak jou die kind in je buik af. Ik zweer het op alles wat mij lief is.\" en\u002Fof Wacht maar tot ik je zelf tegenkom en ik je kankerkind uit je kankerbuik sla, ja?\" en\u002Fof \"Nou oké, maakt niet uit. Ik pak jou hoe dan ook. Linksom rechtsom. Linksom of rechtsom, goedschiks of kwaadschiks, ik pak jou. Ik pak jou. Ik laat zo een litteken in jouw leven achter hè, dat jij niet meer weet hoe ik heet. Let maar op.\" en\u002Fof \"Ik beloof jou, ik beloof jou, ja, dat ik zo een wrak van jou maak hè. En dan mag de rechter beslissen, het politiebureau, jouw veilig thuis, jouw veilig bezorgd, wacht maar. De enigste waar ik jou mee sla dat is [naam] . Let maar op, let maar op. Dat is jou dierbaar toch. Let maar op, als ik hem pak en hem op de grond smack dan ga jij weten, oh ik had maar gewoon eerlijk moeten zijn, had die jongen mij gewoon met rust gelaten .\" en\u002Fof Over tien jaar. Ja, ik ga jou pakken en dat is wat ik ga doen. ik heb er allemaal schijt aan, dan ga ik maar een jaar zittten. wacht maar. kankerhoer je bent een kankerhoer, net als je dooie kankermoeder\", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.\n\n2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs\n\nHet standpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde onder feit 1 en 2, en het tenlastegelegde onder feit 3.\n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde onder feit 1, nu uit het dossier onvoldoende bewijs volgt dat verdachte opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde onder feit 1 heeft de raadsman betoogd dat de bewezenverklaring beperkt dient te worden tot de twee à drie klappen die verdachte heeft erkend. De overige ten laste gelegde geweldshandelingen vinden onvoldoende steun in het dossier en verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken. De raadsman heeft daarnaast betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde onder feit 2 vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman heeft daarbij betoogd dat de rechtbank een eventuele bewezenverklaring van feit 3 niet zou moeten gebruiken als zelfstandig bewijs voor de onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde geweldshandelingen.\n\nBeoordeling door de rechtbank\n\nBewijsmiddelen\n\nAangeefster [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) heeft verklaard dat zij sinds 2021 een relatie had met verdachte. In 2022 is hun zoon geboren. Na een breuk van zes maanden kwamen [slachtoffer] en verdachte weer bij elkaar. In maart 2025 bleek [slachtoffer] weer zwanger te zijn.\n\nfeit 1\n\nOp 15 juni 2025 kwam bij de politie een melding binnen van een mishandeling in een woning aan [adres] in Nijmegen. De bewoonster, [slachtoffer] , had bij een buurvrouw aangebeld. Zij was met haar kind haar woning uit gevlucht nadat zij door verdachte was mishandeld. [slachtoffer] vertelde aan de agenten dat verdachte haar bont en blauw had geslagen. [slachtoffer] verklaarde dat zij zwanger was van verdachte en dat verdachte haar bewust in haar buik had geslagen. Daarnaast verklaarde [slachtoffer] dat zij veel pijn aan haar rug, arm, neus en gezicht had en dat zij door verdachte was gewurgd. Verbalisant [verbalisant 1] zag een aantal rode puntjes in de nek van [slachtoffer] en zag dat zij op haar rechterarm een grote blauwe plek had. [slachtoffer] had onder haar linkeroog ook een blauwe plek. De neus van [slachtoffer] was aan de linkerkant dik. [slachtoffer] verklaarde dat zij last had van haar rechterkaak.\n\n [slachtoffer] heeft aangifte gedaan en daarbij het volgende verklaard. Verdachte begon na zijn thuiskomst in de nacht van 15 juni 2025 haar vragen te stellen over het daten met een andere man, iets wat hij ook al eerder had gedaan (waarover meer bij de overwegingen over feit 2). [slachtoffer] zag dat verdachte zijn arm ophief en voelde meteen de vlakke hand van verdachte waarmee hij haar op de linkerwang sloeg. Ze voelde een tintelend en branderig gevoel op haar linkerwang. Vervolgens dwong verdachte haar om haar rechterhand uit te steken. [slachtoffer] stak haar rechterhand met de palm omhoog naar hem uit. Verdachte pakte haar hand vast en zij voelde tegelijkertijd een scherpe pijn en een brandend gevoel op haar handpalm. Verdachte drukte zijn brandende sigaret op haar handpalm uit en draaide daarna de nog smeulende peuk een aantal keren rond totdat de sigaret helemaal uit was. Verdachte begon haar met gebalde vuisten op haar hoofd en neus te slaan. Hij beukte onafgebroken met gebalde vuisten op haar kaak, ribben, rug en buik. Toen voelde [slachtoffer] dat verdachte zijn rechteronderarm om haar nek sloeg en dat hij haar keel dichtdrukte. [slachtoffer] kon niets meer zeggen, huilen of schreeuwen. Ze kreeg geen lucht meer en zag geen kleur meer, de wereld om haar heen vervaagde. [slachtoffer] zakte langzaam weg. Plotseling liet verdachte haar los. Het duurde even voordat zij weer een beetje bij haar positieven was.\n\nVerdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [slachtoffer] die avond twee à drie keer met de platte hand heeft geslagen.\n\nfeit 2\n\n [slachtoffer] heeft in haar hiervoor aangehaalde aangifte verder verklaard dat verdachte al eerder, op 11 juni 2025, aan haar vragen begon te stellen over de tijd dat zij uit elkaar waren. In die tijd had zij gedatet met een andere man en verdachte wilde weten of zij seks had gehad met die date. Elke keer dat [slachtoffer] iets zei, kreeg ze van verdachte een klap met de platte hand. Hij sloeg [slachtoffer] op haar hoofd. Bij iedere klap hief verdachte zijn arm op en bewoog deze naar achteren om daarna met kracht op haar hoofd te slaan. [slachtoffer] voelde zich duizelig worden. Verdachte bleef doorslaan. Verdachte had een grote ijzeren opscheplepel in zijn hand en hield deze boven het vuur van het fornuis. De lepel werd verhit en kreeg een rode kleur. Verdachte pakte haar rechterhand vast en drukte de roodgloeiende lepel in de palm van haar hand. [slachtoffer] schreeuwde van pijn en angst. Verdachte drukte met kracht zijn hand op haar mond om haar schreeuwen te smoren. Verdachte sloeg [slachtoffer] met de inmiddels afgekoelde lepel op de bovenzijde van haar rechterhand en op haar linkerbovenbeen.\n\nFeit 1 en 2\n\nLetsel [slachtoffer]\n\nDoor een arts en forensisch fotograaf zijn op 17 juni 2025 de volgende letsels bij [slachtoffer] waargenomen en gefotografeerd.\n\n1. Blauwe en gezwollen oogkas;\n\n2. Gezwollen kaak rechterzijde van het gezicht;\n\n3. Schaafwondje onder de kaak links;\n\n4. Striem\u002Fblauwe plek in de nek\u002Fhals;\n\n5. Rechterhand binnenkant kleine ronde brandwond en een grotere brandwond;\n\n6. Rechterhand bovenkant licht gezwollen en blauw;\n\n7. Linker onderarm blauwe plek;\n\n8. Linker bovenarm grotere blauwe plek;\n\n9. Onderrug meerdere blauwe plekken;\n\n9. Zijkant buik links blauwe plek\u002Fverkleuring;\n\n10. Linkerbeen boven de knie een blauwe plek;\n\n11. Linkerbeen zijkant bovenbeen een blauwe plek.\n\nDoor de arts werd gezegd dat het letsel in de hals vermoedelijk was veroorzaakt door een drukkende kracht.\n\nDe bevindingen van de arts en de foto’s van de forensisch fotograaf zijn opgenomen in de forensisch geneeskundige letselbeschrijving. \n\nBewijsoverwegingen feit 1 en 2\n\nVerdachte erkent dat hij op 15 juni 2025 [slachtoffer] twee à drie klappen met de platte hand heeft gegeven. Verdachte ontkent echter dat hij de rest van de onder feit 1 en 2 ten laste gelegde geweldshandelingen heeft gepleegd.\n\nGelet op de verklaring van aangeefster ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of sprake is geweest van de (overige) geweldshandelingen zoals ten laste is gelegd. Het gaat hier om een verdenking van geweld binnen de relatie tussen beiden in de woning van aangeefster, waarbij er geen getuigen waren die rechtstreeks iets hebben waargenomen van de vermeende geweldshandelingen. De vraag die de rechtbank in dit verband (daarom) moet beantwoorden, is of de verklaring van [slachtoffer] voldoende betrouwbaar is en of deze in voldoende mate wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.\n\nDe rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] ten aanzien van de gepleegde geweldshandelingen op 15 juni 2025 authentiek, voldoende consistent en gedetailleerd is. [slachtoffer] heeft in haar aangifte verklaard hoe en op welke plekken verdachte haar sloeg en beschreef gedetailleerd hoe verdachte de brandende peuk op haar handpalm uitdraaide en de pijn die zij daardoor ervoer. [slachtoffer] beschrijft daarnaast uitgebreid welke effecten het door verdachte dichtdrukken van haar keel had, namelijk dat zij niets meer kon zeggen, dat zij geen kleur meer zag en dat zij geen lucht meer kreeg. De gedetailleerde beschrijving van het geweld en de gevolgen daarvan komt op de rechtbank geloofwaardig en authentiek over.\n\nGelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaring van [slachtoffer] ten aanzien van de geweldshandelingen van 15 juni 2025 betrouwbaar en neemt zij deze als uitgangspunt. De verklaring van [slachtoffer] vindt bovendien voldoende steun in de overige bewijsmiddelen in het dossier. Eén van de verbalisanten die kort na de melding bij de buurvrouw bij wie [slachtoffer] haar toevlucht had gezocht arriveerden, zag dat [slachtoffer] diverse letsels had, waaronder diverse blauwe plekken en rode puntjes in de nek. Bij het forensisch onderzoek aan het lichaam van [slachtoffer] werden diverse letsels waargenomen en door de forensisch fotograaf vastgelegd. Deze letsels kwamen overeen met de door haar beschreven geweldshandelingen. Onder andere werd waargenomen en vastgelegd dat [slachtoffer] meerdere blauwe plekken verspreid over haar gezicht en haar lichaam had. Ook werd waargenomen dat zij een striem c.q. blauwe plek in haar hals had.\n\nDe rechtbank overweegt dat het bij [slachtoffer] waargenomen letsel zozeer past bij de geweldshandelingen die zij beschrijft, dat dit steun oplevert voor die geweldshandelingen. Zo ondersteunen dat letsel, en de rode puntjes in de hals die door de verbalisant zijn waargenomen, de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte haar hals heeft dichtgedrukt. Eén van de brandwonden die op de hand van [slachtoffer] werd waargenomen, werd door de arts omschreven als een kleine, ronde brandwond. De rechtbank stelt vast dat dat letsel past bij de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte een brandende sigaret uitdrukte en ronddraaide op haar handpalm. Dat [slachtoffer] dit letsel aan zichzelf zou hebben toegebracht, zoals door verdachte is gesuggereerd, acht de rechtbank onaannemelijk, te meer nu verdachte een ander deel van het uitgeoefende geweld wél bekent.\n\n [slachtoffer] verklaart naar het oordeel van de rechtbank ook over de geweldshandelingen van 11 juni 2025 authentiek en gedetailleerd. Zo beschrijft zij ook hier in detail hoe verdachte haar sloeg en een door hem verhitte roodgloeiende hete opscheplepel in haar handpalm drukte. Deze verklaring vindt steun in de bevindingen van de ingeschakelde arts en forensisch fotograaf. Die hebben waargenomen en vastgelegd dat [slachtoffer] , meer richting de pols ten opzichte van de kleine ronde brandwond, ook een grotere brandwond op haar hand had. De geweldshandelingen vertonen hierin ook een belangrijke overeenkomst: dat verdachte het stellen van (dwingende) vragen gepaard liet gaan met het op de hand van [slachtoffer] drukken van een brandend heet voorwerp. Ook deze verklaring is daarmee betrouwbaar en kan worden gebruikt voor het bewijs.\n\nNu de verklaring van [slachtoffer] zowel ten aanzien van de geweldshandelingen op 15 als ten aanzien van die van 11 juni 2025 door de rechtbank betrouwbaar wordt geacht en voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, acht de rechtbank bewezen dat alle door haar beschreven geweldshandelingen hebben plaatsgevonden.\n\nKan uit dat handelen worden afgeleid dat verdachte gepoogd heeft [slachtoffer] zwaar te mishandelen, ofwel: kan het onder feit 1 en 2 primair tenlastegelegde worden bewezen? Daarover oordeelt de rechtbank als volgt.\n\nPoging tot zware mishandeling\n\nOp basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte vol opzet had om [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De rechtbank is echter op grond van het volgende van oordeel dat verdachte wel voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.\n\nUit de verklaring van [slachtoffer] volgt dat verdachte op 15 juni 2025 haar keel\u002Fhals heeft dichtgedrukt en dichtgedrukt heeft gehouden, dat zij daardoor geen lucht kreeg en dat het wel even duurde voordat ze weer een beetje bij haar positieven was. Het is een feit van algemene bekendheid dat in de keel en hals zich kwetsbare en vitale organen bevinden zoals de luchtpijp, het strottenhoofd en de halsslagader en dat het dichtknijpen van de keel en hals snel tot ademnood leidt hetgeen tot uitval van vitale organen kan leiden.\n\nDaarnaast heeft verdachte bewust brandwonden aan [slachtoffer] toegebracht door op 11 juni 2025 een verhitte opscheplepel in haar handpalm te drukken en op 15 juni 2025 een brandende sigaret op haar handpalm uit te drukken en rond te draaien. Het is algemeen bekend dat brandwonden tot blijvend letsel in de vorm van ontsieringen aan het lichaam kunnen leiden. Bovendien kan voor brandwonden medisch ingrijpen noodzakelijk zijn. Ten slotte heeft verdachte meerdere keren op het hoofd van [slachtoffer] geslagen en op 15 juni 2025 heeft hij [slachtoffer] in haar buik heeft geslagen, terwijl hij wist dat [slachtoffer] zwanger was. Verdachte heeft [slachtoffer] aldus veelvuldig op kwetsbare plekken van haar lichaam geraakt. Het is een feit van algemene bekendheid dat het meermalen (met kracht) slaan tegen het hoofd van een persoon tot breuken en hersenletsel kan leiden en dat het slaan in de buik van een zwangere vrouw kan leiden tot een mogelijk verlies van het ongeboren kind. Al deze mogelijke gevolgen vallen volgens de rechtbank onder de noemer “zwaar lichamelijk letsel”.\n\nVerdachte moet zich ervan bewust zijn geweest dat er een aanmerkelijke kans was dat een of meerdere van deze geweldshandelingen bij [slachtoffer] tot zwaar lichamelijk letsel zou leiden, gelet op de aard en intensiteit van het geweld, en die kans heeft verdachte op de koop toegenomen (bewust aanvaard). Daarmee is het voor een bewezenverklaring benodigde opzet, in voorwaardelijke vorm, vast komen te staan.\n\nDe rechtbank wordt in haar overtuiging gesterkt door wat zij hieronder ten aanzien van feit 3 bewezen zal verklaren, de eerdere ernstige bedreigingen aan het adres van [slachtoffer] en de meermaals geuite sterke wens van verdachte, de zwangerschap van [slachtoffer] te laten onderbreken. Daaruit blijkt ook dat het bij de feiten 1 en 2 telkens niet ging om een opwelling bij verdachte, maar om opzettelijk handelen. In een korte tijdspanne van minder dan twee weken ging verdachte drie keer over tot ernstig geweld; eerst verbaal en daarna, twee keer, in de lijn van zijn bedreigingen, fysiek.\n\nDe rechtbank komt op grond van wat zij hiervoor heeft overwogen en vastgesteld, tot een bewezenverklaring van de zowel onder 1 primair als onder 2 primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling van [slachtoffer] .\n\nfeit 3\n\nEr is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.\n\nBewijsmiddelen:\n\n- het proces-verbaal van bevindingen p. 82-85;\n\n- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 juni 2026.\n\n3. De bewezenverklaring\n\nNaar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 tot en met 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:\n\nfeit 1 (primair)hij opof omstreeks15 juni 2025 te Nijmegen,althans in Nederland,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - zijn arm om de keel van die [slachtoffer] heeft gehouden - met zijn arm die keel en\u002Fofhals van die [slachtoffer] heeft dichtgedrukten\u002Fof dichtgeknepen,en\u002Fofdichtgedrukt en\u002Fof dichtgeknepenheeft gehouden - een brandende sigaret op\u002Ftegen\u002Fin de handpalm van die [slachtoffer] heeft uitgedrukt, en\u002Fof- veelvuldig,althans meermalenmet de vuisten en\u002Fofmet de vlakke hand op\u002Ftegen haar neus en\u002Fofkaak, althans haar hoofd en\u002Foftegen haar ribben en\u002Fofrug en\u002Fofbuik,althans haar lichaam,heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;\n\nfeit 2 (primair)hij opof omstreeks11 juni 2025 te Nijmegen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - met een door vuur verhitte metalen opscheplepel in de handpalm van die [slachtoffer] heeft gedrukt en\u002Fof- meermalen tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen en\u002Fof- met eenverhittelepel op\u002Ftegen de hand en\u002Fofhet been van die [slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;\n\nfeit 3hij opof omstreeks29 mei 2025 te Nijmegen,althans in Nederland,[slachtoffer] (telefonisch) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en\u002Fofmet zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen - “Geloof mij maar, ik pak [naam] en met [naam] sla ik jou dood, geloof mij maar” en\u002Fof- “Ik pak jou en je hele kankerfamilie” en\u002Fof- “Nee, jij kent mij jij durft niet eerlijk te zijn, want jij weet dat ik die kind in je buik en die kind die naast jou loopt dat ik die afmaak, dat weet jij. Dat weet jij heel goed!” en\u002Fof“Maakt niet uit ik pak jullie alle twee.” en\u002Fof“Is goed, als jij dit volhoudt, wollah, ik pak jou die kind in je buik af. Ik zweer het op alles wat mij lief is.” en\u002Fof“Wacht maar tot ik je zelf tegenkom en ik je kankerkind uit je kankerbuik sla, ja?” en\u002Fof“Nou oké, maakt niet uit. Ik pak jou hoe dan ook. Linksom rechtsom. Linksom of rechtsom, goedschiks of kwaadschiks, ik pak jou. Ik pak jou. Ik laat zo een litteken in jouw leven achter hè, dat jij niet meer weet hoe ik heet. Let maar op.” en\u002Fof\"Ik beloof jou, ik beloof jou, ja, dat ik zo een wrak van jou maak hè. En dan mag de rechter beslissen, het politiebureau, jouw veilig thuis, jouw veilig bezorgd, wacht maar. De enigste waar ik jou mee sla dat is [naam] . Let maar op, let maar op. Dat is jou dierbaar toch. Let maar op, als ik hem pak en hem op de grond smack dan ga jij weten, oh ik had maar gewoon eerlijk moeten zijn, had die jongen mij gewoon met rust gelaten.” en\u002Fof“Over tien jaar. Ja, ik ga jou pakken en dat is wat ik ga doen. ik heb er allemaal schijt aan, dan ga ik maar een jaar zitten. wacht maar. kankerhoer je bent een kankerhoer, net als je dooie kankermoeder”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.\n\nVoor zover in de tenlastelegging kennelijke taal- en\u002Fof schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.\n\nWat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.\n\nVerdachte zal daarvan worden vrijgesproken.\n\n4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde\n\nHet bewezenverklaarde levert op:\n\nfeit 1 (primair) en 2 (primair), telkens:\n\npoging tot zware mishandeling\n\nfeit 3:\n\nbedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling, meermalen gepleegd\n\n5. De strafbaarheid van de feiten\n\nDe feiten zijn strafbaar.\n\n6. De strafbaarheid van de verdachte\n\nVerdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.\n\n7. De overwegingen ten aanzien van straf\n\nHet standpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een taakstraf van 200 uren dient te worden opgelegd, bij niet (naar behoren) uitvoeren te vervangen door 100 dagen hechtenis. Bij het voorwaardelijk strafdeel dienen een contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer] en een locatieverbod met betrekking tot [adres] in Nijmegen als bijzondere voorwaarden te worden opgelegd.\n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe raadsman heeft de rechtbank verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de omstandigheden dat verdachte bijna één maand in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en ongeveer acht maanden elektronische monitoring heeft gehad. Verdachte heeft zich daarbij aan alle voorwaarden gehouden, heeft een behandeling gevolgd en heeft zijn leven weer opgepakt. De raadsman heeft erop gewezen dat de reclassering het risico op recidive inmiddels als laag inschat. De raadsman verzoekt de rechtbank primair, bij bewezenverklaring van feit 1 subsidiair en feit 3, te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en hooguit een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van één jaar. Subsidiair heeft de raadsman verzocht dat, indien de rechtbank tot een ruimere bewezenverklaring komt, de rechtbank dient te volstaan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, met een proeftijd van één jaar. Voor zover de rechtbank bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, verzoekt de raadsman te volstaan met oplegging van een contactverbod en een locatieverbod zonder elektronisch toezicht, waarbij het locatieverbod wordt beperkt tot het adres van aangeefster.\n\nDe beoordeling door de rechtbank\n\nDe rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.\n\nVerdachte heeft zijn toenmalige levenspartner [slachtoffer] in korte tijd zeer ernstig bedreigd en mishandeld. Hij deed dat bij degene die hij op basis van de affectieve relatie juist zou moeten beschermen, in een omgeving waar zij zich bij uitstek veilig zou moeten voelen. Alleen om zijn woede te koelen, zijn jaloezie te botvieren en zijn zin door te drijven over de zwangerschap van [slachtoffer] , ging hij ertoe over haar op dwingende wijze te “bevragen” en haar daarbij met brandend hete voorwerpen te bewerken. De rechtbank is het met de omschrijving van de officier van justitie eens, die een en ander vergeleek met marteling. Hij beknotte [slachtoffer] daarmee niet alleen in haar fysieke vrijheid, maar ook in haar vrijheid haar leven in te richten naar eigen keuze. Verdachte trok er zich daarbij niets van aan dat er ook een aan zijn zorg toevertrouwd kind in de buurt was, en betrok dat kind ook in zijn zeer ernstige (doods)bedreigingen aan het adres van [slachtoffer] . Het geweld richtte zich deels ook op de buik van [slachtoffer] , tegen het ongeboren kind van [slachtoffer] en verdachte.\n\nVerdachte trok zich bij dit alles ook niets aan van de hevige (doods)angst die een en ander bij [slachtoffer] moet hebben veroorzaakt en van de verwondingen en de pijn die hij haar heeft toegebracht. De rechtbank houdt er ernstig rekening mee dat [slachtoffer] nog lange tijd de schadelijke mentale gevolgen van dit beangstigende geweld zal ervaren. Ook weegt de rechtbank mee dat de politie [slachtoffer] ontredderd aantrof bij een buurtgenoot, die ongewild werd betrokken in het door verdachte veroorzaakte leed van [slachtoffer] en die daarvan zeer moet zijn geschrokken.\n\nTer terechtzitting heeft verdachte niet of nauwelijks zelfinzicht of empathie voor [slachtoffer] laten zien; integendeel. Nog steeds lijkt verdachte vooral met een beschuldigende vinger te wijzen naar [slachtoffer] , naar haar (in zijn ogen laakbare) levenswandel en haar reactie op de geweldshandelingen. Hij lijkt zich, geheel ten onrechte, slachtoffer te voelen in plaats van de dader. Niet alleen neemt de rechtbank hem dat kwalijk, ook levert dat ernstige zorgen op over de kans dat verdachte in de toekomst dit soort gedrag opnieuw vertoont.\n\nReclassering Nederland heeft in haar rapport van 11 juni 2026 beschreven dat verdachte sinds 14 juli 2025 onder elektronisch toezicht stond vanwege een locatieverbod en een locatiegebod. In december 2025 werd het locatiegebod beëindigd en in maart 2026 werd ook de elektronische monitoring voor het locatieverbod beëindigd. De behandeling die verdachte bij Kairos volgde, is afgesloten. Omdat verdachte geen eigen hulpvraag had, werden door Kairos vijf motiverende gesprekken met de psychosociaal behandelaar ingepland om tot een hulpvraag te komen. Deze gesprekken zijn gevoerd, maar niet doorgezet vanwege de beperkte hulpvraag van verdachte en het lage recidiverisico.\n\nDe reclassering stelt dat verdachte redelijk tot goed lijkt te functioneren op de diverse leefgebieden en inmiddels zijn draai lijkt te hebben gevonden. Van drugs- of drankmisbruik lijkt geen sprake. Hij heeft geen hulpvraag meer. De reclassering ziet geen meerwaarde in een reclasseringstoezicht, nu verdachte de behandeling positief heeft afgerond en verdachte geen noemenswaardige problemen meer ervaart. De reclassering adviseert om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met de volgende bijzondere voorwaarden: een contactverbod met [slachtoffer] en een locatieverbod (zonder elektronisch toezicht) voor haar woonadres.\n\nDe rechtbank is minder positief gestemd over het herhalingsgevaar, zoals hiervoor uiteengezet. De voorwaarden die de reclassering heeft voorgesteld vindt de rechtbank zeer zeker nodig om dat gevaar in te dammen en om [slachtoffer] te beschermen. Daarom zal zij deze voorwaarden opleggen. Nu de reclassering voor zichzelf geen rol ziet weggelegd en verdachte daaraan ook niet wil meewerken, ziet de rechtbank, ondanks haar zorgen over de houding en het gedrag van verdachte, geen aanleiding reclasseringstoezicht op te leggen.\n\nBij de bepaling van de hoogte van de straf heeft de rechtbank verder nog gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en zijn neergelegd in de oriëntatiepunten voor de straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Strafverzwarend heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte de feiten heeft begaan tegen zijn (toenmalige) levensgezel.\n\nAlles overwegende acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en geboden. Daarom zal de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen opleggen, waarvan 94 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt van deze straf afgetrokken. De rechtbank merkt daarbij op dat het voorwaardelijk strafdeel hoger uitvalt dan de eis van de officier van justitie, nu de rechtbank uitgaat van 26 dagen voorarrest. De rechtbank zal daarnaast een taakstraf voor de duur van 200 uur opleggen, bij niet (naar behoren) uitvoeren te vervangen door 100 dagen hechtenis.\n\nAan het voorwaardelijk strafdeel worden de bijzondere voorwaarden uit het reclasseringsadvies van 11 juni 2026 verbonden. De rechtbank realiseert zich dat verdachte en het slachtoffer samen twee kinderen hebben. Indien en voor zover nodig kan, eventueel in samenspraak met de reclassering of bij de omgang betrokken (hulpverlenings-)instanties wijziging van deze voorwaarden worden verzocht indien en voor zover dat voor de omgang nodig blijkt; de rechtbank heeft daarvoor op dit moment onvoldoende concrete aanknopingspunten. De rechtbank zal bepalen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat er, gelet op het beperkte zelfinzicht van verdachte, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.\n\n8. De toegepaste wettelijke bepalingen\n\nDe oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45, 285, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.\n\n9. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\n verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;\n\n verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;\n\n verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;\n\n verklaart verdachte hiervoor strafbaar;\n\n veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen;\n\nbepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 94 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:\n\nstelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;\n\n stelt als bijzondere voorwaarden dat:\n\n verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met het slachtoffer [slachtoffer] ;\n\n verdachte zich gedurende de proeftijd niet bevindt op het adres van het slachtoffer, te weten [adres] te Nijmegen;\n\n beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;\n\n legt op een taakstraf van 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen;\n\n heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis.\n\nDit vonnis is gewezen door mr. A. Tegelaar (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. M. W.R. Koch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Buscop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juli 2026.\n\nMr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. A. Tegelaar zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.\n\n Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025279644, gesloten op 6 november 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.\n\n Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 15.\n\n Proces-verbaal van bevindingen, p. 12-13.\n\nProces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 16-17.\n\n De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 juni 2026.\n\n Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 15-16.\n\n Proces-verbaal van bevindingen, p. 44.\n\n Forensisch Geneeskundige Letselbeschrijving, p. 46-58.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5219","2026-07-13T00:29:31.559Z",{"id":46,"ecli":47,"slug":48,"caseNumber":31,"courtId":5,"decisionDate":49,"fullText":50,"summary":31,"language":7,"source":33,"sourceUrl":51,"sourceTimestamp":52,"parsedAt":35,"updatedAt":53},"285","ECLI:NL:RBGEL:2026:5353","ecli-nl-rbgel-2026-5353","2026-06-29T00:00:00.000Z","RECHTBANK GELDERLAND\n\nTeam strafrecht\n\nZittingsplaats Arnhem\n\nParketnummer: 05-348363-24\n\nDatum uitspraak : 29 juni 2026\n\nTegenspraak\n\nvonnis van de meervoudige militaire kamer\n\nin de zaak van\n\nde officier van justitie\n\ntegen\n\n [verdachte],\n\ngeboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,\n\nwonende aan [adres] in [woonplaats] ,\n\nraadsman: mr. D.C. Coppens, advocaat in Amsterdam.\n\nDit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.\n\n1. De inhoud van de tenlastelegging\n\nAan verdachte is ten laste gelegd dat:\n\n1.\n\nhij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 november 2023 tot en met 31 oktober 2024 te 's-Hertogenbosch, althans in Nederland, zijn levensgezel, [aangever] (meermalen) heeft mishandeld door\n\ndie [aangever] meermalen (met kracht) in het gezicht en\u002Fof tegen de ribben en\u002Fof tegen de borst, althans tegen het lichaam te slaan en\u002Fof te stompen en\u002Fof\n\ndie [aangever] in haar rug en\u002Fof tegen haar billen te schoppen en\u002Fof\n\neen knie in de buik van die [aangever] te zetten en\u002Fof te duwen en\u002Fof\n\ndie [aangever] bij haar hoofd en\u002Fof haar oren te pakken en\u002Fof in haar hoofd en\u002Fof in haar oren te knijpen en\u002Fof\n\ndie [aangever] meermalen in haar borst en\u002Fof haar kuit en\u002Fof haar been te knijpen en\u002Fof\n\ndie [aangever] meermalen vast te pakken en\u002Fof vast te houden en\u002Fof\n\ndie [aangever] (met zijn nagels) bij haar polsen te pakken en\u002Fof te houden en\u002Fof\n\ndie [aangever] meermalen te duwen en\u002Fof op bed en\u002Fof tegen de muur en\u002Fof deur te duwen en\u002Fof te houden en\u002Fof\n\nde arm van die [aangever] te overstrekken en\u002Fof te buigen en\u002Fof\n\ndie [aangever] bij haar nek te pakken\u002Fgrijpen en\u002Fof\n\ndie [aangever] bij haar trui te pakken en\u002Fof (aldus) de keel van die [aangever] (kort) af te knellen;\n\n2.\n\nhij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 november 2023 tot en met 31 oktober 2024 te 's-Hertogenbosch, althans in Nederland, [aangever] meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en\u002Fof met zware mishandeling door in die periode op één of meer tijdstippen opzettelijk dreigend\n\neen mes te pakken en\u002Fof dit mes aan die [aangever] te tonen en\u002Fof daarbij de woorden toe te voegen: “het is jij of ik”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en of strekking en\u002Fof\n\ndie [aangever] de woorden toe te voegen: “zeg dat ik je ga slaan, dan doe ik het ook!” en\u002Fof “ik geef mijn grens aan omdat ik je anders in elkaar sla” en\u002Fof “ja, jij wil dat ik jou ga meppen, en ik doe het ook! Wees maar niet bang!” en\u002Fof “mij nog een keer duwen, ik ros je in mekaar!” en\u002Fof “jij zegt dat ik je wat aan doe. Dan zal ik dat doen ook” en\u002Fof “nog een keer die elleboog en ik steek een mes in je keel, die ligt daar, dat je het weet!” en\u002Fof “misschien moet ik je gewoon maar echt effe zo meteen heel hard in mekaar rossen” en\u002Fof\n\n(telefonisch) “als je morgen komt, dan zet ik een mes tegen je keel en snijd ik je keel door” en\u002Fof (vervolgens) “ik hoef m’n relatie niet te redden want jij gaat het morgen toch uitmaken, dus ja dan kan je net zo goed dood” en\u002Fof “mijn gevoel doet er verder toch niet toe dus het maakt me geen ene reet uit meer dat ik in de gevangenis kom. Heb ik in ieder geval iemand vermoord. Dan heeft jouw moeder pijn. Jij leeft niet meer” en\u002Fof ”jij verlaat in zes plankjes de vakantie” en\u002Fof ‘‘jij komt nu naar huis, of ik ben dood of jij”,\n\nalthans woorden van gelijke dreigende aard en\u002Fof strekking.\n\n2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs\n\nDe feiten\n\nOp grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.\n\nIn de periode van 21 november 2023 tot en met 31 oktober 2024 heeft verdachte zijn toenmalige partner, [aangever] , meermaals mishandeld en bedreigd. Hij heeft haar vastgehouden en geknepen, geduwd en een schop tegen de billen gegeven en een tik op haar been gegeven. Hij heeft geknepen in de arm en kuiten. Hij heeft haar bij het vastpakken met zijn nagels verwond. Hij heeft haar op bed en tegen de muur en de deur geduwd. Hij heeft haar bij haar hoofd gepakt en met platte handen bij haar oren. Hij heeft gedreigd haar te vermoorden en gezegd het is jij of ik.\n\nHet standpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 ten laste gelegde mishandeling en de onder feit 2 ten laste gelegde bedreiging.\n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van die onderdelen van de tenlastelegging die door hem ontkend worden. Voor het overige kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de mishandelingen heeft begaan. Ten aanzien van de bedreiging voert de verdediging aan dat geen sprake is van bedreiging met zware mishandeling en dat de bewoordingen ‘slaan’, ‘meppen’, ‘in elkaar rossen’ of ‘in elkaar slaan’ niet de vrees hebben aangejaagd dat verdachte aangeefster daadwerkelijk ernstig lichamelijk letsel zou toebrengen. Daarnaast stelt de verdediging zich op het standpunt dat de bewoordingen onvoldoende concrete inhoud hebben om te spreken van toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, waardoor verdachte van de bedreigingen moet worden vrijgesproken.\n\nBeoordeling door de militaire kamer\n\nVerdachte heeft een groot deel van de in de tenlastelegging genoemde mishandelingen en bedreigingen bekend. Een aantal van de in de tenlastelegging genoemde handelingen wordt door verdachte betwist. De militaire kamer zal daarom de bewijsmiddelen ten aanzien van deze handelingen hieronder per feit beoordelen.\n\nTen aanzien van feit 1\n\nVerdachte heeft ter zitting verklaard dat hij [aangever] nooit heeft geslagen of gestompt. Ook heeft hij geen knie in haar buik gezet en hij heeft nooit aan de oren van [aangever] getrokken of daarin geknepen. Hij heeft nimmer de arm van [aangever] gebogen of overstrekt. Ten slotte ontkent verdachte uitdrukkelijk dat hij de keel van [aangever] heeft afgekneld.\n\nAangeefster heeft verklaard dat zij op 31 oktober 2024 ruzie had met verdachte en dat zij niet naar buiten mocht. Verdachte deed de deur dicht en duwde haar heel hard met haar rug tegen de deur. Zij zag dat hij zijn vuist balde en voelde dat hij met zijn rechtervuist met kracht tegen haar borst aan sloeg. Zij heeft daardoor letsel opgelopen op haar borst. Hij trok haar van de deur af en pakte haar met zijn rechterhand bij haar kleding vast bij haar keel, waardoor alles strak om haar keel terecht kwam. Het voelde kort alsof haar keel werd afgekneld. Verdachte trok aangeefster mee naar het midden van de kamer. Haar trui scheurde op dat moment. Toen duwde verdachte haar weg waardoor zij over een stoel struikelde. Aangeefster voelde dat zij van achteren tegen haar billen en onderrug gestompt werd. Zij denkt dat hij met zijn benen schopte. Even later wilde zij langs verdachte naar buiten lopen maar dat mocht niet van hem. Hij pakte haar met zijn beide handen bij haar hoofd ter hoogte van haar oren. Hij kneep heel hard in haar hoofd en oren. Verdachte gooide haar vervolgens hard op het bed.\n\nIn een aanvullend verhoor heeft aangeefster aan de hand van foto’s van haar letsel verklaard over verschillende incidenten. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar een aantal keren heeft geslagen en haar ook bij haar nek heeft gegrepen. Dat hoorde zij ook terug in de opnames die zij heeft gemaakt. Op een geluidsopname van 21 november 2023 zegt ze dat het al de 4de keer was. Hij had haar toen geknepen in haar been. De mishandelingen begonnen in het oude huis met duwen en schreeuwen. Daarna ging het verder in duwen tegen de muur en haar arm overstrekken. Ze zijn in april 2024 in het nieuwe huis gaan wonen. Op 3 oktober 2024 heeft verdachte aangeefster op haar ribben geslagen. Verdachte sloeg ook altijd op de billen van aangeefster als zij langs hem liep. Zij heeft hem wel eens een limiet opgesteld over het slaan op haar billen, maar daar luisterde hij niet naar. Een ander incident is dat verdachte bovenop aangeefster ligt en een knie in haar buik duwt, dat is in het nieuwe huis gebeurd. Ook heeft verdachte haar een keer in het gezicht geslagen. Hij zat heel dichtbij haar en zij deed uit bescherming haar handen voor haar gezicht en raakte daarbij zijn kin aan. Toen werd verdachte heel boos. Daarna sloeg hij haar in het gezicht.\n\nIn één van de geluidsopnames die aangeefster heeft gemaakt is het volgende gesprek tussen verdachte en aangeefster te horen:\n\n‘ [aangever] : Jawel, dat is niet hoe het werkt. Je mag nooit iemand fysiek pijn doen.\n\n [verdachte] : -schreeuwt- [NTV 03:41]\n\n [aangever] : Hou op. Ga weg. Laat me gaan, au. Nee au.\n\n [verdachte] : En nu heb jij pijn.\n\n [aangever] : -huilt-\n\n [verdachte] : Ik zou terugslaan. Dan wordt het echt feest.\n\n [aangever] : Ik zat niet terug te slaan.\n\n [verdachte] : Nee [NTV 03:56]’\n\nIn een ander geluidsfragment waarop verdachte en aangeefster te horen zijn is het volgende te horen:\n\n‘ [aangever] : Jij duwde me vol in de bank. Jij kneep in m'n been en uit reflex duw ik jou weg en aangezien dat het enige was waar ik bij kon duwde ik inderdaad tegen jouw nek aan, zachtjes, zodat je weg van me ging en vervolgens grijp jij mij naar en knijp jij in m'n nek.\n\n [verdachte] : Ja want ik denk dan niet na hè, dat is ook een reflex hè?\n\n [aangever] : Nee dan denk jij niet na, maar dat van mij was ook een reflex omdat je me al kneep dus wie begon er?\n\n [verdachte] : Niet naar mij schreeuwen dan. Ik mag toch ook niet naar jou schreeuwen?\n\n [aangever] : Wie begon er met knijpen?’\n\nTussenconclusie\n\nDe militaire kamer is van oordeel dat de verschillende verklaringen van aangeefster concreet en gedetailleerd zijn, waarbij er foto’s zijn die de letsels waarover zij verklaart onderbouwen. De uitgeschreven geluidsopnames geven eveneens onderbouwing aan de verklaring van aangeefster. De verklaringen van aangeefster worden door de militaire kamer dan ook betrouwbaar geacht en zij neemt de verklaringen van aangeefster als uitgangspunt. Een groot deel van die verklaringen van aangeefster over de mishandeling door verdachte wordt daarbij ondersteund door de daarover bekennende verklaringen van verdachte. Echter, ook de door aangeefster omschreven mishandelingen die door verdachte worden ontkend, zoals het slaan en het bij de keel grijpen acht de militaire kamer bewezen. Dat verdachte die mishandelingen wel heeft gepleegd wordt ondersteund door de geluidsopnames waarin te horen is dat verdachte het door aangeefster het daar genoemde knijpen in de nek bevestigt. De woordenwisseling [aangever] : Hou op. Ga weg. Laat me gaan, au. Nee au. [verdachte] : En nu heb jij pijn. [aangever] : -huilt- [verdachte] : Ik zou terugslaan. Dan wordt het echt feestbevestigt de verklaring van aangeefster dat verdachte haar wel degelijk ook geslagen heeft. In samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen kunnen alle tenlastegelegde, waaronder de door de verdediging betwiste, handelingen wettig en overtuigend worden bewezen.\n\nTen aanzien van feit 2\n\nVerdachte heeft betwist ooit een mes te hebben gepakt of te hebben getoond en heeft nooit gezegd dat [aangever] de vakantie ‘tussen 6 planken’ zou verlaten.\n\nAangeefster heeft verklaard dat verdachte eind oktober boos was en zij hem heel hard hoorde schreeuwen ‘ik wil dood’. Zij was op de slaapkamer en zij zag dat hij de kamer in kwam stormen met een koksmes in zijn hand en hoorde dat hij zei ‘het is jij of ik’. Aangeefster is naar buiten gerend en heeft de moeder van verdachte gebeld. Kort daarna kwam zijn vader naar de woning om met verdachte te praten.\n\nIn een aanvullende aangifte heeft aangeefster verklaard dat verdachte op vakantie heeft gezegd dat zij tussen 6 plankjes terug naar Nederland zou gaan. Zij heeft nog op vliegtickets gezocht om terug naar Nederland te vliegen. Thuis zijn de doodsbedreigingen ook vaak gebeurd. Verdachte heeft vaak tegen aangeefster verteld dat zij in 6 plankjes weg zou gaan.\n\nAangeefster heeft meerdere geluidsopnames gemaakt. De geluidsopnames zijn uitgewerkt en in de geluidsopname van 20 oktober 2024 genaamd ‘[verdachte] , Knife and fight with his dad’ is het volgende te horen:\n\n‘[aangever] : Nee niet altijd al [verdachte] , je komt met een fucking mes aanrennen.\n\n [verdachte] : Ja omdat ik dood wil ja.\n\n [aangever] : Ja, maar dat is toch eng?\n\n [verdachte] : Schei toch uit.’\n\nIn een geluidsopname van 2 september 2024 genaamd ‘[verdachte] dreigt met moord en zelfmoord en ik probeer hem rustig te houden’ is het volgende te horen:\n\n‘ [aangever] : Maar als je... Als je zegt dat je van iemand houdt dan ga je niet zeggen dat je die persoon dood wil hebben. Je gaat daar niet eens mee dreigen. Op de vak-\n\n [verdachte] : Ik dreig het ook niet, [NTV 04:34].\n\n [aangever] : Ik heb al meerdere keren gezegd dat ik het uit ging maken omdat dit de hele tijd gebeurd. Je hebt de vorige keer gezegd dat ik in 6 plankjes de vakantie verlaat. Je hebt echt al zo...\n\n [verdachte] : Ja dat gaat nu ook gebeuren.\n\n [aangever] : Ja je hebt al zo vaak gedreigd dat je me dood gaat maken. En dan vind je het raar dat ik bang ben voor jou?\n\n [verdachte] : Ja, nou ja, jij vertrouwt mij niet, ik vertrouw jou niet, dus dat is wel zo eerlijk hè?’\n\nTussenconclusie\n\nDe militaire kamer acht ook de door verdachte betwiste bedreigingen voldoende wettig en overtuigend bewezen, nu deze letterlijk op de geluidsopnames te horen zijn en verdachte daarop bevestigend reageert.\n\nConclusie\n\nDe verdediging heeft aangevoerd dat de bewoordingen geen bedreiging met zware mishandeling oplevert en dat de inhoud van de concrete bedreigingen geen reële vrees aanjagen op het al dan niet kunnen toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.\n\nDe militaire kamer verwerpt dit verweer. Uit de verklaringen van aangeefster blijkt wel degelijk dat zij bang is voor verdachte. Tegen de achtergrond van de vele mishandelingen, de door verdachte gebruikte woorden zoals “in elkaar rossen” en gelet op het feit dat verdachte met een mes voor haar heeft gestaan heeft bij aangeefster ook in redelijkheid de vrees kunnen ontstaan dat hij deze bedreigingen ook tot uitvoering zou kunnen brengen. Daarnaast is de militaire kamer van oordeel dat met deze bewoordingen zowel sprake is van bedreiging met zware mishandeling als met enig misdrijf tegen het leven gericht.\n\nDe militaire kamer acht de onder feit 1 ten laste gelegde mishandeling en de onder feit 2 ten laste gelegde bedreiging wettig en overtuigend bewezen.\n\n3. De bewezenverklaring\n\nNaar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:\n\n1.\n\nhij op één ofmeer tijdstippen inof omstreeksde periode van 21 november 2023 tot en met 31 oktober 2024 te 's-Hertogenbosch, althans in Nederland, zijn levensgezel, [aangever](meermalen)heeft mishandeld door\n\ndie [aangever] meermalen (met kracht) in het gezicht en\u002Foftegen de ribben en\u002Foftegen de borst, althans tegen het lichaam te slaan en\u002Fofte stompen en\u002Fof\n\ndie [aangever] in haar rug en\u002Foftegen haar billen te schoppen en\u002Fof\n\neen knie in de buik van die [aangever] te zetten en\u002Fof te duwen en\u002Fof\n\ndie [aangever] bij haar hoofd en\u002Fofhaar oren te pakkenen\u002Fof in haar hoofden\u002Fofin haar oren te knijpen en\u002Fof\n\ndie [aangever] meermalen in haar borst en\u002Fofhaar kuit en\u002Fofhaar been te knijpen en\u002Fof\n\ndie [aangever] meermalen vast te pakken en\u002Fofvast te houden en\u002Fof\n\ndie [aangever] (met zijn nagels) bij haar polsen te pakken en\u002Fofte houden en\u002Fof\n\ndie [aangever] meermalen te duwen en\u002Fofop bed en\u002Foftegen de muur en\u002Fofdeur te duwen en\u002Fofte houden en\u002Fof\n\nde arm van die [aangever] te overstrekken en\u002Fofte buigen en\u002Fof\n\ndie [aangever] bij haar nek te pakken\u002Fgrijpen en\u002Fof\n\ndie [aangever] bij haar trui te pakken en\u002Fof(aldus) de keel van die [aangever] (kort) af te knellen;\n\n2.\n\nhij op één ofmeer tijdstippen inof omstreeksde periode van 21 november 2023 tot en met 31 oktober 2024 te 's-Hertogenbosch, althans in Nederland, [aangever] meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en\u002Fofmet zware mishandeling door in die periode opéén ofmeer tijdstippen opzettelijk dreigend\n\neen mes te pakken en\u002Fofdit mes aan die [aangever] te tonen en\u002Fofdaarbij de woorden toe te voegen: “het is jij of ik”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en of strekking en\u002Fof\n\ndie [aangever] de woorden toe te voegen: “zeg dat ik je ga slaan, dan doe ik het ook!” en\u002Fof“ik geef mijn grens aan omdat ik je anders in elkaar sla” en\u002Fof“ja, jij wil dat ik jou ga meppen, en ik doe het ook! Wees maar niet bang!” en\u002Fof“mij nog een keer duwen, ik ros je in mekaar!” en\u002Fof“jij zegt dat ik je wat aan doe. Dan zal ik dat doen ook” en\u002Fof“nog een keer die elleboog en ik steek een mes in je keel, die ligt daar, dat je het weet!” en\u002Fof“misschien moet ik je gewoon maar echt effe zo meteen heel hard in mekaar rossen” en\u002Fof\n\n(telefonisch) “als je morgen komt, dan zet ik een mes tegen je keel en snijd ik je keel door” en\u002Fof(vervolgens) “ik hoef m’n relatie niet te redden want jij gaat het morgen toch uitmaken, dus ja dan kan je net zo goed dood” en\u002Fof“mijn gevoel doet er verder toch niet toe dus het maakt me geen ene reet uit meer dat ik in de gevangenis kom. Heb ik in ieder geval iemand vermoord. Dan heeft jouw moeder pijn. Jij leeft niet meer” en\u002Fof”jij verlaat in zes plankjes de vakantie” en\u002Fof‘‘jij komt nu naar huis, of ik ben dood of jij”,\n\nalthans woorden van gelijke dreigende aard en\u002Fof strekking.\n\nVoor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en\u002Fof schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.\n\nWat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.\n\nVerdachte zal daarvan worden vrijgesproken.\n\n4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde\n\nHet bewezenverklaarde levert op:\n\nfeit 1:\n\nmishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel, meermaals gepleegd\n\nfeit 2:\n\nbedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermaals gepleegd\n\n5. De strafbaarheid van de feiten\n\nDe feiten zijn strafbaar.\n\n6. De strafbaarheid van de verdachte\n\nVerdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.\n\n7. De overwegingen ten aanzien van straf en\u002Fof maatregel\n\nHet standpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en voorts tot het verrichten van 140 uren werkstraf subsidiair 70 dagen hechtenis (met aftrek). Ook vraagt de officier van justitie om aan verdachte een contactverbod met aangeefster op te leggen.\n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft bepleit dat de militaire kamer bij het bepalen van de strafmaat rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals ter zitting naar voren gebracht. Ten slotte heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat een contactverbod niet noodzakelijk is, nu de reclassering eveneens geen noodzaak ziet voor het opleggen van een contactverbod en het voor verdachte niet werkbaar is omdat aangeefster en verdachte allebei in de muziekwereld werkzaam zijn.\n\nDe beoordeling door de militaire kamer\n\nDe militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.\n\nVerdachte heeft zich gedurende een periode van bijna een jaar schuldig gemaakt aan huiselijk geweld. Hij heeft zijn toenmalige partner in hun woning mishandeld en bedreigd. Door zijn handelen heeft verdachte een onveilige situatie gecreëerd op een plek waar je je bij uitstek veilig hoort te voelen. De ernst en de impact van mishandeling en bedreiging in huiselijke kring is groot.\n\nUit het strafblad van verdachte van 8 mei 2026 blijkt dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.\n\nDe militaire kamer heeft acht geslagen op de Pro Justitia rapportage van 16 april 2026 waaruit naar voren kom dat er bij verdachte aanwijzingen zijn voor persoonlijkheidsproblematiek met name gekenmerkt door narcistische trekken, waaronder een externaliserende attributiestijl, beperkte zelfreflectie en een verhoogde gevoeligheid voor krenking. Hoewel bij verdachte geen sprake is van een psychiatrische stoornis in engere zin, zijn voornoemde persoonlijkheidskenmerken wel vastgesteld en die hebben naar alle waarschijnlijkheid enige invloed gehad op de wijze waarop verdachte de situatie heeft beleefd en geïnterpreteerd, met name in termen van het zich tekortgedaan voelen en het minder goed overzien van het eigen aandeel. Er wordt geen noodzaak gezien voor het inzetten van interventies binnen een verplicht of forensisch kader.\n\nDe militaire kamer heeft verder acht geslagen op het reclasseringsrapport van 29 april 2026, waaruit blijkt dat het recidiverisico laag wordt ingeschat. Verdachte heeft nadat het ten laste gelegde heeft plaatsgevonden een agressieregulatietraining afgerond en zich gemeld bij de hulpverlening voor begeleiding. Dat loopt voor een deel nog. Van verdachte kan op grond van zijn capaciteiten verwacht worden dat hij, indien nodig, de weg weet te vinden naar de hulpverlening en, onder andere op grond van de afgeronde training, weet wanneer hij deze moet inschakelen. De reclassering vindt interventies of toezicht op basis van de bij hun bekende informatie niet nodig en zij adviseren dan ook een straf zonder bijzondere voorwaarden. Een proeftijd zou in principe voldoende moeten zijn als stok achter de deur.\n\nVanwege de aard, de ernst en de duur van de mishandelingen en bedreigingen acht de militaire kamer een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van drie jaren passend, als stok achter de deur. Als bijzondere voorwaarde zal aan verdachte een contactverbod met aangeefster worden opgelegd. Daarnaast is de militaire kamer van oordeel dat verdachte een taakstraf moet uitvoeren.\n\nAlles afwegende komt de militaire kamer – in overeenstemming met de eis van de officier van justitie – tot de oplegging van een voorwaardelijke militaire detentie voor de duur van één maand met een proeftijd van drie jaren en als bijzondere voorwaarde een contactverbod met [aangever] . Voorts zal de militaire kamer aan verdachte opleggen een taakstraf van 140 uur, subsidiair 70 dagen militaire detentie met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht.\n\n8. De beoordeling van de civiele vordering\n\nDe benadeelde partij [aangever] heeft in verband met de feiten een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.885,24 aan materiële schade en € 4.000,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.\n\nStandpunten\n\nDe officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.\n\nDe officier van justitie acht de gemaakte kosten voor logopedie, verlies in arbeidsvermogen en reiskosten deugdelijk onderbouwd, waardoor deze schade kan worden toegewezen. De eindnota van het energieverbruik valt buiten het strafrecht en kan daarom niet worden toegewezen. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de militaire kamer.\n\nVoor het overige deel aan materiële schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren\n\nDe verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. De vorderingen worden onvoldoende onderbouwd.\n\nOverweging van de militaire kamer\n\nMateriële schade\n\nUit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.\n\nDe militaire kamer overweegt dat de schadeposten die zien op het verlies van arbeidsvermogen á € 1.540,00 en de reiskosten á € 100,32 voldoende zijn onderbouwd en redelijk zijn.\n\nVoor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.\n\nDe schadeposten die zien op kosten logopedie á € 176,00 en kosten eindnota energieverbruik 2024 á € 68,92 zijn naar het oordeel van de militaire kamer thans onvoldoende onderbouwd, terwijl ook zonder nadere onderbouwing geen causaal verband tussen de schadeposten en de feiten kan worden vastgesteld. Nu nadere onderbouwing, standpuntenuitwisseling en zo nodig bewijslevering een onevenredige belasting met van het strafproces zou betekenen zal de militaire kamer de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering verklaren. Benadeelde kan daarvoor nog naar de civiele rechter.\n\nDe militaire kamer is van oordeel dat de vordering voor wat betreft de voornoemde schadeposten tot een hoogte van € 1.640,32 kan worden toegewezen.\n\nSmartengeld\n\nEen benadeelde kan onder meer aanspraak maken op een vergoeding van schade in de vorm van smartengeld op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in het geval dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. Daarvan is hier sprake nu uit de bewijsmiddelen volgt dat benadeelde door de bewezen meermalen gepleegde mishandelingen pijn en letsel in de vorm van o.a. pijn aan oor\u002Fgehoor, rode plekken en hoofdpijn heeft opgelopen. De mishandelingen en bewezen bedreigingen vonden over een lange periode plaats in de eigen woning van benadeelde. Dat dit heeft geleid tot psychische problemen en schaamte gevoelens is in het licht van de onderbouwing door benadeelde met een huisartsenjournaal, een verklaring van “Kwadraad maatschappelijk werk” en een gezondheidspsycholoog onvoldoende concreet betwist.\n\nDe militaire kamer houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen en acht geslagen op de door de rechtspraak gehanteerde “Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW Aanbevelingen hanteren Rotterdamse schaal (geldend vanaf 1 januari 2026)”.\n\nNu uit hetgeen is aangevoerd niet blijkt dat sprake is van geestelijk letsel dat naar ‘objectieve maatstaven is vastgesteld’ zal de militaire kamer voor de bepaling van de hoogte van het smartengeld niet uitgaan van het in de Rotterdamse schaal genoemde categorie 14.1 Geestelijk letsel algemeen, zoals door benadeelde is voorgestaan.\n\nEchter, gelet op:\n\n- de veelheid van de mishandelingen – waarbij, als het om één mishandeling met beperkt letsel zou gaan, op grond van hoofdstuk 13 c van de Rotterdamse schaal een bedrag tot € 1.100,00 als uitgangspunt wordt gehanteerd –,\n\n- de langere periode waarin dit in de eigen woning van benadeelde plaatsvond en\n\n- de omstandigheid dat overeenkomstig de genoemde aanbevelingen de mate van verwijtbaarheid nog aanleiding geeft tot verhoging van het vast te stellen smartengeld met 25% (aanbeveling 3) en\n\n- de psychische impact die dit voor benadeelde heeft gehad\n\nzal de militaire kamer de hoogte van het smartengeld naar maatstaven van billijkheid vaststellen op het gevorderde bedrag van € 4.000,00.\n\nVerdachte is voor het materiële deel vanaf 1 juni 2026 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd, de datum waarop de vordering is ingediend. En voor het smartengeld is verdachte vanaf 31 oktober 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.\n\nDe militaire kamer ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.\n\n9. De toegepaste wettelijke bepalingen\n\nDe oplegging van de straf en\u002Fof maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.\n\n10. De beslissing\n\nDe militaire kamer:\n\n verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;\n\n verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;\n\n verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;\n\n verklaart verdachte hiervoor strafbaar;\n\n veroordeelt verdachte tot militaire detentievoor de duur van1 (één) maand;\n\nbepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd,tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:\n\nstelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;\n\nstelt als bijzondere voorwaarde dat:\n\ncontactverbod\n\n- verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met [aangever] , geboren op [geboortedag] 1996;\n\n de politie ziet toe op de handhaving van dit verbod;\n\n legt op een taakstrafvan140 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht militaire detentie zal worden toegepast voor de duur van 70 dagen;\n\n beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;\n\nveroordeelt verdachte in verband met de feiten tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 1.640,32 aan materiële schade en € 4.000,00 aan smartengeld. Voor de materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2026 en voor het smartengeld vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2024, tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;\n\nveroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;\n\n verklaart de benadeelde partij [aangever] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;\n\nlegt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van € 5.640,32 aan materiële schade\u002Fsmartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2026 voor de materiële schade en vanaf 31 oktober 2024 voor het smartengeld, tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 56 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;\n\nbepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.\n\nDit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs, rechters, en kapitein-ter-zee (LD) mr. J.L. Wesstra, militair lid, in tegenwoordigheid van\n\nmr. C.F. Brouwer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op\n\n29 juni 2026.\n\n Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 27MOGUMBER \u002F 27FCC240031, gesloten op 31 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.\n\n Proces-verbaal aangifte, p. 18-19, proces-verbaal aangifte, p. 22-28, proces-verbaal aangifte, p. 29-41 (met bijlagen, p. 43-61), proces-verbaal van bevindingen, p. 62-75, proces-verbaal van bevindingen uitwerking audiobestanden (aanvullend PV-032), de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 8 juni 2026.\n\n Proces-verbaal aangifte, p. 18-19 en proces-verbaal aangifte, p. 25-26.\n\n Proces-verbaal aangifte, p. 31-38.\n\n Proces-verbaal van bevindingen, p. 64.\n\n Proces-verbaal van bevindingen, p. 68-69.\n\n Proces-verbaal aangifte, p. 19\n\n Proces-verbaal aangifte, p. 37.\n\n Proces-verbaal van bevindingen, p. 44 (aanvullend PV).\n\n Proces-verbaal van bevindingen, p. 29 (aanvullend PV).","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5353","2026-07-07T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:28:22.682Z",{"id":55,"ecli":56,"slug":57,"caseNumber":31,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":58,"summary":31,"language":7,"source":33,"sourceUrl":59,"sourceTimestamp":60,"parsedAt":35,"updatedAt":61},"1196","ECLI:NL:GHARL:2025:1106","ecli-nl-gharl-2025-1106","Parketnummer : 20-002796-24\n\nUitspraak : 17 februari 2025\n\nTEGENSPRAAKArrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden\n\ngewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittinghoudende te Arnhem, van 23 november 2023, in de strafzaak met parketnummer 05-054319-23 tegen:\n\n [verdachte] ,\n\ngeboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975,\n\nwonende te [adres 1] .\n\nHoger beroep\n\nBij vonnis van 23 november 2023 waarvan beroep heeft de politierechter, onder vernietiging van de eerder uitgevaardigde strafbeschikking, de verdachte ter zake van ‘bedreiging met zware mishandeling’ (feit 1) en ‘wederspannigheid’ (feit 2), veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 500,00, subsidiair 10 dagen hechtenis, waarbij de politierechter heeft bepaald dat voormelde geldboete mag worden voldaan in vijf termijnen van elk € 100,00 per maand.\n\nNamens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.\n\nOnderzoek van de zaak\n\nDit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.\n\nHet hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.\n\nDe advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een geldboete van € 500,00, al dan niet te voldoen in vijf maandelijkse termijnen van elk € 100,00.\n\nDe raadsman van de verdachte heeft ten aanzien van het onder feit 1 tenlastegelegde vrijspraak bepleit en zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder feit 2 tenlastegelegde – naar het hof begrijpt – gerefereerd aan het oordeel van het hof. Daarnaast heeft de raadsman een straftoemetingsverweer gevoerd.\n\nHet vonnis waarvan beroep\n\nHet bestreden vonnis zal worden vernietigd, reeds omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.\n\nTenlastelegging\n\nAan de verdachte is tenlastegelegd dat:\n\n1. zij op of omstreeks 28 januari 2023 te Nijmegen [benadeelde] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en\u002Fof met zware mishandeling, door die [benadeelde] dreigend de woorden toe te voegen:\n\n- “ je moet je rug in de gaten houden, want ik onthoud je gezicht” en\u002Fof\n\n- ( meermalen) “Ik sla je kop kapot”,\n\nalthans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;\n\n2. zij op of omstreeks 28 januari 2023 te Nijmegen, zich met geweld en\u002Fof bedreiging met geweld, heeft verzet tegen (een) politieambtena(a)r(en) [verbalisant 1] , brigadier van de politie-eenheid Oost-Nederland, en\u002Fof [verbalisant 2] , hoofdinspecteur van de politie-eenheid Oost-Nederland, en\u002Fof [verbalisant 3] , brigadier van de politie-eenheid Oost-Nederland, en\u002Fof [verbalisant 4] , hoofdagent van de politie-eenheid Oost-Nederland, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn\u002Fhaar\u002Fhun bediening, te weten ter aanhouding van verdachte, door:\n\n- met een van haar armen slaande bewegingen te maken richting voornoemde verbalisant(en),\n\n- meermaals met kracht (proberen) zich los te rukken en te draaien in de tegenovergestelde richting als waarin voornoemde verbalisant(en) haar probeerden te brengen,\n\n- meermaals met kracht richting voornoemde verbalisant(en) te schoppen en daarbij verbalisant [verbalisant 2] te raken, en\u002Fof\n\n- verbalisant [verbalisant 3] te krabben en\u002Fof te bijten.\n\nDe in de tenlastelegging voorkomende taal- en\u002Fof schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.\n\nBewezenverklaring\n\nHet hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:\n\n1. zij op 28 januari 2023 te Nijmegen [benadeelde] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en\u002Fof met zware mishandeling, door die [benadeelde] dreigend de woorden toe te voegen:\n\n- “ je moet je rug in de gaten houden, want ik onthoud je gezicht” en\u002Fof\n\n- ( meermalen) “Ik sla je kop kapot”,\n\nalthans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;\n\n2. zij op 28 januari 2023 te Nijmegen, zich met geweld, heeft verzet tegen politieambtenaren [verbalisant 1] , brigadier van de politie-eenheid Oost-Nederland, en [verbalisant 2] , hoofdinspecteur van de politie-eenheid Oost-Nederland, en [verbalisant 3] , brigadier van de politie-eenheid Oost-Nederland, en [verbalisant 4] , hoofdagent van de politie-eenheid Oost-Nederland, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter aanhouding van verdachte, door:\n\n- met (een van) haar armen slaande bewegingen te maken richting voornoemde verbalisant(en),\n\n- meermaals met kracht proberen zich los te rukken en te draaien in de tegenovergestelde richting als waarin voornoemde verbalisant(en) haar probeerde(n) te brengen,\n\n- meermaals met kracht richting voornoemde verbalisant(en) te schoppen en daarbij verbalisant [verbalisant 2] te raken.\n\nHet hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.\n\nBewijsmiddelen\n\nHierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Oost-Nederland, op ambtsbelofte opgesteld door verbalisant [verbalisant 5] , hoofdagent van politie, registratienummer PL0600-2023043906, gesloten d.d. 2 maart 2023, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 90.\n\n1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 28 januari 2023 (pg. 6-9), voor zover – en waar nodig zakelijk weergegeven – inhoudende als verklaring van aangeefster [benadeelde] :\n\nFeit: Bedreiging\n\nPlaats delict: [adres 2]\n\nPleegdatum\u002Ftijd: Tussen zaterdag 28 januari 2023 om 21:13 uur en\n\nzaterdag 28 januari 2023 om 21:23 uur\n\nMijn naam is [benadeelde] en ik ben werkzaam als beveiliger en toezichthouder bij [bedrijf 1]\n\n . In opdracht van de Nederlandse Spoorwegen stond ik bij het centraal station\n\nin Nijmegen. Vanavond (het hof begrijpt: 28 januari 2023) stond ik omstreeks 21.10 uur op het centraal station bij de poortjes voor de [bedrijf 2] . Ik stond daar om te controleren of mensen ook met een toegangsbewijs het station op kwamen. Ik zag 3 personen die mij opvielen. Ze vielen mij op omdat ze er onverzorgd uitzagen. Het waren twee mannen en één vrouw.\n\nvrouw:\n\n- lang blond haar;\n\n- slank postuur;\n\n- blanke huidskleur;\n\n- ongeveer 1 meter 75 cm lang;\n\n- lichtkleurige winterjas.\n\nDe vrouw die sprak mij aan en vertelde mij iets over dat ze tegen doktersadvies uit\n\nhet ziekenhuis was gelopen, dat ze niet mobiel was en geen puf meer had om een\n\nkaartje te kopen. Ik heb haar toen uitgelegd dat ze een kaartje moest kopen omdat ze\n\nanders niet mee mocht reizen.\n\nZe pakte haar pinpas en gaf deze aan man 2 en vertelde daarbij mondeling haar\n\npincode. Omdat mevrouw haar pincode luid opnoemde, zei ik tegen haar dat het\n\nmisschien niet zo handig was, omdat anderen dit mee konden luisteren.\n\nDit was het moment dat mevrouw verbaal agressief werd in mijn richting. (…) Ze was erg kwaad. Ze schreeuwde door de hele hal heen en iedereen kon het horen. Het was erg druk op het station op dit moment. Ik vond het respectloos hoe ze tegen mij praatte. Het ging van 0 naar 100 in enkele seconden. We liepen op dat moment in de richting van de kaartjesautomaat.\n\nHet was op dit moment dat ik onze meldkamer had ingeschakeld, dat ik politie met spoed\n\ndeze kant op wilde hebben. Ik had het gevoel dat het uit de hand zou lopen.\n\nVanwege haar agressieve en storende gedrag zei ik tegen haar dat ze niet met de trein\n\nmee mocht. Dit heb ik gedaan vanwege het gedrag wat zij vertoonde.\n\nDit mag ik doen als toezichthouder op het station.\n\nDe vrouw was telkens de confrontatie aan het opzoeken en ging steeds dicht op mij\n\nstaan.\n\nDe vrouw uitte meerdere opmerkingen in mijn richting, zoals:\n\n- “ je moet je rug in de gaten houden want ik onthoud je gezicht”;\n\n- “ ik sla je kop kapot”;\n\n- of woorden van gelijke strekking.\n\nZe herhaalde steeds dat ze mijn kop kapot zou slaan. Met name dat maakte mij angstig.\n\nIk had het gevoel dat ze dit misschien ook echt wel zou kunnen doen omdat ze met zijn\n\ndrieën waren.\n\nAan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.\n\n2. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 februari 2023 (pg. 10-12), voor zover – en waar nodig zakelijk weergegeven – inhoudende als verklaring van getuige [getuige] :\n\nOp zaterdag 28 januari 2023, omstreeks 21.15 uur, was ik aan het werk bij de\n\nsnackbar de [bedrijf 3] . Deze snackbar van [bedrijf 3] is gelegen in de hal van het station\n\nNijmegen. Deze snackbar staat in een openverbinding met de stationshal en is niet\n\nafgesloten door middel van een deur of iets dergelijks. De stationshal is goed\n\nverlicht en vanuit de snackbar heb ik goed zicht in de stationshal in het gedeelde (het hof begrijpt: gedeelte) tussen de ingang van het station en de toegangspoortjes.\n\nDiezelfde dag, omstreeks dezelfde tijd, hoorde ik hard geschreeuw vanuit de\n\nstationshal. Ik zag dat er vanaf de toegangspoortjes een blonde vrouw liep, richting\n\nde uitgang van het station. Ik zag dat deze vrouw er slecht gekleed uitzag. Ik\n\nvermoedde dat zij dakloos was. Ik zag dat achter haar een vrouw van de beveiliging\n\nliep, in uniform gekleed.\n\nIk zag dat er bij de blonde vrouw twee mannen liepen met haar in de zelfde richting. Zij liepen vlak naast haar. Ik hoorde en zag dat het geschreeuw wat ik hoorde van de blonde vrouw afkwam. Ik zag aan haar gezichtsrichting en het wijzen dat zij zich richtte tot de beveiligster. Ik liep vervolgens de snackbar uit. Ik zag dat de blonde vrouw en de beveiligster, nog in de stationshal, bij de ticketmachine, vlakbij de uitgang van het station stonden. Ik was erg nieuwsgierig wat er aan de hand was. Ik liep hierop nonchalant langs de\n\nblonde vrouw en de beveiligster. Toen ik ter hoogte van de broodjes zaak liep, in de stationshal, waren de blonde vrouw en de beveiligster op ongeveer 5 meter afstand van mij. Ik hoorde de blonde vrouw roepen, op een schreeuwende\u002Fboze toon naar de beveiligster: “Ik zou maar achterom blijven kijken als ik jou was” Ook hoorde ik de blonde vrouw roepen “Ik ga je slaan”, of woorden van gelijke strekking.\n\nIk zag dat de blonde vrouw door de twee mannen werd tegen gehouden en zij haar vasthielden.\n\n3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 januari 2023 (pg. 13-15), voor zover – en waar nodig zakelijk weergegeven – inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 6] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :\n\nOp 28.01.2023 waren wij, verbalisanten [verbalisant 6] , [verbalisant 4] en [verbalisant 3] in herkenbaar\n\ndienstuniform gekleed en waren wij belast met de incidentenafhandeling voor het\n\ngebied Nijmegen-Zuid. Omstreeks 21.12 uur kregen collega’s een melding van overlast dronken personen op [adres 2] . Wij vroegen aan de meldkamer of zij ons wilden koppelen aan de melding. Hierop zijn wij gaan rijden naar het desbetreffende adres.\n\nEenmaal aangekomen op [adres 2] zag ik, verbalisant [verbalisant 6] , een man naar\n\nons zwaaien. Ik hoorde dat de man zei “De mensen waar jullie voor komen lopen daar.”\n\nIk zag dat de man wees in de richting van de Van Oldenbarneveltstraat. Ik hoorde dat\n\n(…) dat het ging om twee heren en een blonde dame.\n\nIk, verbalisant [verbalisant 6] , hoorde dat [verdachte] zei dat ze niet met de trein mocht. Ik\n\nhoorde dat ze zei dat er een beveiliger was op het centraal treinstation Nijmegen\n\nwelke haar had verteld dat ze niet met de trein mocht reizen. Ik, verbalisant [verbalisant 6] , hoorde via het operationeel centrum dat de 51.01 en de 51.02 op het centraal treinstation van NS te Nijmegen waren om een aangifte van bedreiging op te nemen. [verdachte] zou deze bedreigingen hebben geuit. Ik, verbalisant [verbalisant 6] zag dat de collega’s van de 51.02 ter plaatse kwamen. Ik zag dat de collega’s onze kant op liepen. Ik hoorde dat de collega’s van de 51.02 zeiden “Ja die kan worden aangehouden”. Ik hoorde dat de collega’s van de 51.02 zeiden dat [verdachte] was aangehouden voor bedreiging.\n\nWij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , ondersteunden direct de collega’s van de 51.02\n\ndoor [verdachte] onder controle te brengen. Ik, [verbalisant 3] , zag en voelde dat [verdachte]\n\nvolledig in het verzet ging. Ik zag en voelde dat zij zich niet onder controle wilde\n\nlaten brengen. Wij, [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , probeerden samen met de politiecollega’s van\n\nde 51.02 [verdachte] verder onder controle te brengen. Hierop hebben wij\n\ncontroletechnieken gebruikt. Ik zag dat [verdachte] mij en mijn collega’s probeerde te schoppen. Ik, [verbalisant 4] , heb een polsklem aangelegd (…). Daarnaast heb ik een overstrekking van de duim toegepast omdat verdachte met een hand de handboeien vasthield, waardoor ik de handboeien niet om haar tweede hand kon vastmaken. De absolute controle konden wij, [verbalisant 3] , [verbalisant 4] en politiecollega’s van de 51.02, niet krijgen. Hierop hebben wij uiteindelijk besloten om ook de handboeien om haar enkels te doen om [verdachte] horizontaal te kunnen vervoeren.\n\nVoor verdere details omtrent de aanhouding verwijzen wij naar het proces-verbaal\n\nvan aanhouding binnen dit procesnummer.\n\nVerdachte:\n\nAchternaam: [verdachte]\n\nVoornamen: [verdachte]\n\nGeboren: [geboortedag] 1975\n\nGeboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland\n\n [verbalisant 3] , werkzaam als brigadier bij de Eenheid Oost-Nederland.\n\n [verbalisant 4] , werkzaam als hoofdagent bij de Eenheid Oost-Nederland.\n\n4. Het proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 28 januari 2023 (pg. 67-69), voor zover – en waar nodig zakelijk weergegeven – inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :\n\nOp zaterdag 28 januari 2023 om 21:25 uur, werd door ons op de locatie [adres 2]\n\n , aangehouden als verdachte:\n\nAchternaam: [verdachte]\n\nVoornamen: [verdachte]\n\nGeboren: [geboortedag] 1975\n\nGeboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland\n\nGrond aanhouding\n\nOp heterdaad als verdachte van overtreding van artikel 285\u002F1 Wetboek van Strafrecht.\n\nBevindingen\n\nWij verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] waren belast met de noodhulpsurveillance en als\n\nzodanig ook in politie uniform gekleed. Ons roepnummer was 51-02. De politie\n\nmeldkamer stuurde ons naar [adres 2] . Aldaar zou een medewerkster\n\nvan de beveiliging van de NS bedreigd worden. Ter plaatse zagen wij dat een andere\n\neenheid met roepnummer 52-01 reeds ter plaatse was en met de beveiliger van de NS in\n\ngesprek was. Wij hoorden dat de collega’s van deze eenheid aangaven dat de\n\nmedewerkster van de NS bedreigd was met de dood. Wij kregen een signalement te horen\n\nvan de verdachte, te weten een blanke vrouw met blond haar vergezeld van 2 mannen.\n\nEven later zagen wij een andere eenheid, naar later bleek de 52-02 met collega’s\n\n [verbalisant 3] en [verbalisant 4] op [adres 2] rijden vlak bij de Van Oldenbarneveltstraat.\n\nZe zeiden dat ze de personen getroffen hadden die betrokken waren geweest bij de\n\nbedreiging.\n\nWij gingen er naar toe.\n\nWij [verbalisant 1] en [verbalisant 2] reden naar de collega’s in gesprek met de bedreigde NS\n\nmedewerkster. Collega vertelde dat de NS medewerkster aangifte wilde doen. Ze was\n\nbedreigd met de woorden: “Ik sla je kop eraf, ik maak je dood.” Althans woorden van\n\ngelijke strekking.\n\nHierna reden we terug naar de 52-02 waar de vrouw met de twee mannen stond te\n\nwachten.\n\nIk [verbalisant 1] sprak de vrouw aan en deelde haar mede dat de NS medewerker aangifte deed\n\nomdat zij haar bedreigd had. Ik deelde haar ook mede dat ze was aangehouden en dat ze\n\nmee moest naar het politiebureau ter voorgeleiding bij een hulpofficier van politie.\n\nIk hoorde de vrouw meteen luider sprekend: “Jullie nemen mij helemaal niet mee, dat\n\ngaat niet gebeuren.” Ik, [verbalisant 1] , pakte de vrouw vast bij haar rechteronderarm en\n\nbewoog haar in de richting van de achter mij staande politiebus. De vrouw begon\n\nvrijwel meteen te schreeuwen dat ze niet mee ging en maakte slaande bewegingen met\n\nhaar vrije arm en probeerde zich los te rukken en te draaien in de tegenovergestelde\n\nrichting als waarin ik haar wilde brengen. Mijn collega [verbalisant 2] pakte haar andere\n\narm vast en hierna bleef ze schreeuwen en draaien en begon ze in onze richting te\n\nschoppen. Deze schoppen konden wij ontwijken en ik [verbalisant 1] bracht de vrouw naar de\n\ngrond om haar verzet te laten ophouden. Dit is haar meermalen gezegd, maar ze bleef\n\nzogezegd wild spartelen om los te komen. Ik [verbalisant 1] kreeg uiteindelijk haar\n\nrechterarm onder controle nadat collega [verbalisant 4] de vrouw op de grond drukte. Ik heb\n\ndeze arm geboeid en daarna bleef de vrouw spartelen, (…) bleef ze schoppen. De andere handboei werd aangelegd en collega [verbalisant 2] hield hierna de benen vast.\n\nWij wilden haar naar de politiebus brengen en [verbalisant 2] liet haar benen los zodat ze\n\nzelf zou kunnen lopen. Meteen hierna begon ze weer in onze richting te schoppen en\n\n [verbalisant 2] werd daarbij geraakt, zonder dat dit overigens pijn deed (opm. [verbalisant 2] ).\n\nHierna heb ik [verbalisant 1] haar op de buik gedraaid en collega [verbalisant 4] ging op de vrouw\n\nzitten, waarna ik samen met [verbalisant 2] de enkels van de vrouw met een andere set\n\nhandboeien aan elkaar kon vastmaken, waarna ze stopte met trappen.\n\n [verbalisant 1] , werkzaam als brigadier bij de Eenheid Oost-Nederland.\n\n [verbalisant 2] , werkzaam als hoofdinspecteur bij de Eenheid Oost-Nederland.\n\n5. Het proces-verbaal van de in de zaak gehouden terechtzitting in hoger beroep, van 3 februari 2025, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :\n\nDe verdachte verklaart op vragen van de voorzitter als volgt:\n\nHet klopt dat ik op 28 januari 2023 omstreeks 21:25 uur aanwezig was op het centraal station in Nijmegen en dat ik toen ben aangesproken door een medewerkster van de beveiliging. Ik moest van haar een kaartje kopen. Het klopt dat de politie ter plaatse is gekomen en dat ik door de politie ben aangehouden. Daarop ontstond een worsteling en ben ik op enig moment op de grond beland. Ik ben toen gaan spinnen\u002Fdraaien en daarbij heb ik van mij afgetrapt.\n\nBewijsoverwegingen\n\nI.\n\nDe beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.\n\nElk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.\n\nII.\n\nDe raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit van het onder feit 1 tenlastegelegde. Daartoe heeft de raadsman – in de kern weergegeven – aangevoerd dat op grond van de stukken in het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de in de tenlastelegging vermelde woorden heeft gebezigd. Meer in het bijzonder kan het steunbewijs daarvoor niet worden gevonden in de getuigenverklaring (van het hof begrijpt: getuige [getuige]), nu die getuige niet heeft verklaard dat hij de tenlastegelegde uitingen heeft gehoord. Hoewel kan worden vastgesteld dat de verdachte heeft gezegd dat zij aangeefster ging slaan, kunnen die woorden noch de woorden “ik sla je kop kapot” gekwalificeerd worden als een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling, aldus de raadsman.\n\nHet hof overweegt als volgt.\n\nOp grond van de in de bewijsmiddelen vervatte feiten en omstandigheden stelt het hof vast dat er op 28 januari 2023 in de stationshal van het centraal station in Nijmegen een conflict c.q. woordenwisseling is ontstaan tussen de verdachte en aangeefster [benadeelde] , waarbij de verdachte zich verbaal agressief heeft opgesteld jegens aangeefster. Aangeefster heeft in haar aangifte verklaard dat de verdachte haar daarbij heeft toegevoegd: “je moet je rug in de gaten houden, want ik onthoud je gezicht” en (meermalen) de woorden: “ik sla je kop kapot”, althans woorden van gelijke strekking. De getuige [getuige] heeft verklaard dat de verdachte naar aangeefster schreeuwde: “Ik zou maar achterom blijven kijken als ik jou was” en “Ik ga je slaan” of met woorden van gelijke strekking.\n\nGelet op de inhoud van het procesdossier alsmede het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep ziet het hof geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de aangifte van aangeefster. Uit de getuigenverklaring van de onafhankelijke getuige [getuige] volgt dat de verdachte heeft gedreigd om aangeefster te slaan, althans woorden van gelijke strekking. Ook volgt uit de getuigenverklaring dat de verdachte tegen aangeefster heeft gezegd dat – kort gezegd – zij achterom moest blijven kijken. Naar het oordeel van het hof vindt de aangifte aldus voor wat betreft de kern van de bedreiging, namelijk de genoemde geweldshandeling (het slaan) van de verdachte – alsook op het punt van de andere door aangeefster benoemde bedreigende uiting, kort gezegd: het achterom kijken – voldoende steun in de getuigenverklaring van getuige [getuige] . Aldus acht het hof bewezen dat de verdachte de in de tenlastelegging vermelde woorden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, heeft gebezigd. Dat de getuigenverklaring op het punt van de precieze door verdachte gebezigde woorden niet geheel overeenstemt met de aangifte, doet daar niet aan af.\n\nIn weerwil van het verweer van de raadsman is het hof voorts van oordeel dat de bewoordingen “je moet je rug in de gaten houden, want ik onthoud je gezicht” en “ik sla je kop kapot” – in onderlinge samenhang bezien en de betekenis daarvan naar algemeen taalgebruik in aanmerking nemend – een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling behelst.\n\nHet hof verwerpt mitsdien de tot vrijspraak strekkende verweren van de verdediging in al hun onderdelen.\n\nGelet op hetgeen in hoger beroep ter zake van het onder feit 2 tenlastegelegde aan de orde is gekomen, ziet het hof reden om nog het volgende te overwegen.\n\nOp grond van de bewijsmiddelen stelt het hof vast dat naar aanleiding van de hierboven omschreven melding van bedreiging van aangeefster agenten van politie ter plaatse zijn gekomen op het centraal station te Nijmegen. Op enig moment is de politie overgegaan tot aanhouding van de verdachte ter zake van bedreiging. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte zich daarop met geweld tegen haar aanhouding heeft verzet. In aanmerking genomen dat de agenten werkzaam waren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter aanhouding op heterdaad van de verdachte, komt het hof tot een bewezenverklaring van het onder feit 2 tenlastegelegde. Het door de raadsman verwoorde verweer van de verdachte inhoudende dat zij zich heeft verdedigd tegen onrechtmatig politiegeweld wordt derhalve verworpen. Dat de aanhouding voorts gepaard zou zijn gegaan met buitenproportioneel geweld is uit het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk geworden. Uit de ter zake opgemaakte processen-verbaal van politie of anderszins uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kunnen geen aanknopingspunten worden ontleend die de enkele verklaring van de verdachte met die strekking ondersteunen. Het hof heeft geen enkele reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van die processen-verbaal.\n\nStrafbaarheid van het bewezenverklaarde\n\nHet onder feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:\n\nbedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en\u002Fof met zware mishandeling.\n\nHet onder feit 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:\n\nWederspannigheid, meermalen gepleegd.\n\nEr zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.\n\nStrafbaarheid van de verdachte\n\nEr zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.\n\nOp te leggen straf\n\nDe advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof aan de verdachte zal opleggen een geldboete van € 500,00, al dan niet te voldoen in termijnen.\n\nDe raadsman van de verdachte heeft – onder verwijzing naar de wijze waarop de verdachte is aangehouden, de omstandigheid dat zij te laat in verzekering is gesteld en een dag in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de verdachte – bepleit dat het hof zal volstaan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één dag, met daarnaast oplegging van een taakstraf, zulks als stok achter de deur.\n\nHet hof overweegt als volgt.\n\nDe raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte te laat in verzekering is gesteld en het hof verzocht om dat vormverzuim ten gunste van de verdachte in de strafoplegging te verdisconteren.\n\nBlijkens het dossier is de verdachte op 28 januari 2023 om 21:25 uur aangehouden ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel zware mishandeling, zijnde een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering). De verdachte is die dag om 21:46 uur opgehouden voor onderzoek. Op 29 januari 2023 om 15:40 uur is de verdachte in verzekering gesteld.\n\nOp grond van artikel 56a van het Wetboek van Strafvordering kan de verdachte ter zake van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten ten hoogste negen uur worden opgehouden voor onderzoek. De tijd tussen middernacht en negen uur ’s morgens wordt voor de berekening van deze termijnen niet meegerekend.\n\nUit het vorenstaande volgt aldus dat de verdachte 8 uur en 56 minuten na het bevel ophouding in verzekering is gesteld. Mitsdien is aan de vereisten van strafvordering voldaan en is van een vormverzuim geen sprake. Het andersluidende verweer mist derhalve feitelijke grondslag, zodat het niet kan slagen.\n\nHet hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.\n\nTen laste van de verdachte is bewezenverklaard dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, dan wel met zware mishandeling van aangeefster. Aangeefster was ten tijde van de bedreiging werkzaam als beveiligster op het centraal station in Nijmegen. Toen de verdachte vanwege haar gedrag door aangeefster werd verboden om met de trein te reizen, heeft zij aangeefster bedreigd. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster en bij haar gevoelens van onveiligheid en onbehagen teweeggebracht. Naar aanleiding van de bedreiging zijn agenten van politie ter plaatse gekomen en overgegaan tot aanhouding van de verdachte. Daarop heeft de verdachte zich met aanmerkelijk geweld tegen haar aanhouding verzet. Door aldus te handelen heeft de verdachte het gezag van de opsporingsambtenaren ondermijnd en hun werk onnodig en op hinderlijke wijze bemoeilijkt. Het hof rekent het de verdachte aan dat zij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.\n\nHet hof heeft voorts acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 18 november 2024, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat zij op 21 december 2021 door de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant wegens mishandeling is veroordeeld tot een taakstraf van 20 uren subsidiair 10 dagen hechtenis. Die eerdere veroordeling heeft de verdachte er ogenschijnlijk niet van weerhouden om andermaal een soortgelijk strafbaar feit te plegen.\n\nVerder heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan gedurende het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte in dat verband verklaard dat zij geen werk heeft en dat sprake is van schulden ten bedrage van € 5.000,- à € 6.000,-.\n\nAlles afwegende acht het hof oplegging van een taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, passend en geboden. Aldus komt het hof tot een hogere straf dan door de advocaat-generaal gevorderd, nu de door de advocaat-generaal gevorderde straf, naar het oordeel van het hof, onvoldoende recht doet aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten, in aanmerking genomen dat de feiten waren gericht tegen respectievelijk politieambtenaren in functie en een beveiligingsmedewerkster. Bij dit oordeel heeft het hof voorts nog betrokken dat het hof oplegging van een geldboete, gelet op verdachtes draagkracht, niet opportuun acht.\n\nToepasselijke wettelijke voorschriften\n\nDe beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 180 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.\n\nBESLISSING\n\nHet hof:\n\nvernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:\n\nverklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan;\n\nverklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;\n\nverklaart het onder feit 1 en feit 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;\n\nvernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 2 maart 2023 onder CJIB nummer 1132 5420 0501 1866;\n\nveroordeelt de verdachte tot een taakstrafvoor de duur van30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door15 (vijftien) dagen hechtenis.\n\nAldus gewezen door:\n\nmr. T. van de Woestijne, voorzitter,\n\nmr. O.A.J.M. Lavrijssen en mr. H.A.T.G. Koning, raadsheren,\n\nin tegenwoordigheid van mr. T.S. Vos, griffier,\n\nen op 17 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.\n\nMr. Lavrijssen voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:1106","2025-02-26T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:29:09.385Z",20]