[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-breda-compulsory-care-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":21,"total":16,"page":99,"limit":100},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},64,"Breda","nl","breda",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},56,"compulsory-care-nl","Compulsory Care","NL","2026-07-08T16:54:05.500Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":20},10,{"min":18,"max":19},"2026-05-18T00:00:00.000Z","2026-05-21T00:00:00.000Z",[],[22,33,40,49,56,63,70,77,85,92],{"id":23,"ecli":24,"slug":25,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":19,"fullText":27,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":29,"sourceTimestamp":30,"parsedAt":31,"updatedAt":32},"615","ECLI:NL:RBZWB:2026:5458","ecli-nl-rbzwb-2026-5458","","RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie Breda\n\nZaaknummer: C\u002F02\u002F448440 \u002F JE RK 26-891\n\nDatum uitspraak: 21 mei 2026\n\nBeschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp\n\nin de zaak van\n\nde gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,\n\nhierna te noemen de GI,\n\nover\n\n [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen [minderjarige] ,\n\nadvocaat mr. P.F.M. Gulickx uit Breda.\n\nDe kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:\n\n [de moeder],\n\nhierna te noemen de moeder,\n\nwonende in [woonplaats 1] ,\n\n [de vader],\n\nhierna te noemen de vader,\n\nwonende in [woonplaats 2] .\n\n1. Het verloop van de procedure\n\n1.1.. De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:\n\n- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 21 mei 2026;\n\n- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 17 mei 2026.\n\n2. De feiten\n\n2.1.. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .\n\n2.2.. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 juni 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 6 juni 2026.\n\n2.3.. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 mei 2025 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 6 juni 2026.\n\n2.4.. Op basis van die machtiging verblijft [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.\n\n3. Het verzoek\n\n3.1.. De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.\n\n3.2.. De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.\n\n4. De beoordeling\n\n4.1.. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet kan een spoedmachtiging voor een gesloten plaatsing alleen worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter:\n\nonmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;\n\nde opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en\n\ner geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.\n\n4.2.. De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Op 11 mei 2026 is door de GI een regulier verzoek machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] ingediend. De zorgen over hem zijn de afgelopen dagen echter zodanig opgelopen dat nu een spoedverzoek is ingediend. [minderjarige] onttrekt zich van de groep, uit zich ernstig dreigend naar de groepsleiding en er is een vermoeden dat hij strafbare feiten pleegt. Ook heeft hij negatieve contacten met een ex-groepsgenoot, zo heeft hij deze groepsgenoot onrechtmatig toegang verleend tot de groep waardoor de veiligheid op de groep ernstig in het geding is gekomen. Er is een groot risico dat [minderjarige] tot onverantwoorde daden overgaat zoals bijvoorbeeld naar het buitenland vertrekken, dit mogelijk in samenspraak met deze groepsgenoot. Maatschappelijk Hulp met Daadkracht heeft op 21 mei 2026 aangegeven dat [minderjarige] ’s verblijf op de huidige behandelgroep per direct niet maar haalbaar is vanwege de veiligheid van het personeel en de andere jongeren. Ook hun zorgen over [minderjarige] en daarmee zijn veiligheid zijn toegenomen. Een time-out op een andere groep is als niet haalbaar ingeschat. Het gedrag van [minderjarige] is onvoorspelbaar en wordt steeds risicovoller doordat hij het gevoel heeft dat hij niets te verliezen heeft.\n\n4.3.. Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.\n\n4.4.. De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] , nu [minderjarige] per direct niet meer op de groep kan verblijven en er een concrete dreiging bestaat dat [minderjarige] zal weglopen en mogelijk zelfs met de ex-groepsgenoot naar het buitenland vertrekt. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken. Het resterende deel van het spoedverzoek alsmede het verzoek om een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van zes maanden, zal worden aangehouden tot de hierna te noemen zitting. De GI, [minderjarige] , zijn advocaat en de ouders worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. Op diezelfde zitting zal ook het eerder ingediende verzoek van de GI om een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen met zaaknummer C\u002F02\u002F448088 \u002F JE RK 26\u002F817 worden behandeld.\n\n4.5.. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.\n\n5. De beslissing\n\nDe kinderrechter:\n\n5.1.. verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 21 mei 2026 tot 4 juni 2026;\n\n5.2.. houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;\n\n5.3.. roept de GI, de vader, de moeder en [minderjarige] en zijn advocaat op voor de zitting van mr. Pellikaan op [datum] 2026 om [uur]uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;5.4.. bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting voor [minderjarige] , zijn advocaat mr. Gulickx, de ouders en de GI;\n\n5.5.. behoudt zich iedere verdere beslissing voor.\n\nDeze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026 door mr. Tempel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Noort als griffier, en op schrift gesteld op 22 mei 2026.\n\nTegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:\n\ndegenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;\n\nandere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5458","2026-06-21T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:28:39.405Z",{"id":34,"ecli":35,"slug":36,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":19,"fullText":37,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":38,"sourceTimestamp":30,"parsedAt":31,"updatedAt":39},"613","ECLI:NL:RBZWB:2026:5457","ecli-nl-rbzwb-2026-5457","RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie Breda\n\nZaaknummer: C\u002F02\u002F445329 \u002F JE RK 26-303\n\nDatum uitspraak: 4 juni 2026\n\nNadere beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp\n\nin de zaak van\n\nHET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE TILBURG,\n\nhierna te noemen: het college,\n\nover\n\n [minderjarige],\n\ngeboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen: [minderjarige] ,\n\nadvocaat: mr. V.C. Andeweg uit Breda.\n\nDe kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:\n\n [de moeder],\n\nhierna te noemen: de moeder,\n\nwonende in [plaats 1] ,\n\n [de vader],\n\nhierna te noemen: de vader,\n\nwonende in [plaats 2] (België).\n\n1. Het verdere verloop van de procedure\n\n1.1.. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:\n\nde in deze zaak gegeven beschikking van 4 maart 2026 en de daarin genoemde stukken;\n\nde instemmende verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper van 20 mei 2026;\n\nhet bericht van het college van 20 mei 2026, inhoudende een voortgangsrapportage van [locatie] ;\n\nde schriftelijke toestemmingsverklaring van 28 mei 2026 van de vader van [minderjarige] .\n\n1.2.. Op 21 mei 2026 heeft de kinderrechter de zaak op zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij waren aanwezig:\n\ntwee vertegenwoordigers van het college;\n\nde advocaat van [minderjarige] ;\n\n- de moeder.\n\n1.3.. Van de advocaat van [minderjarige] heeft de kinderrechter vernomen dat [minderjarige] niet naar de rechtbank is gekomen, omdat zij het belangrijk vindt om naar school te gaan en ook omdat zij een verwachting heeft over de beslissing die de kinderrechter zal nemen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat [minderjarige] op de juiste wijze is opgeroepen. De advocaat heeft op de zitting namens haar het woord gevoerd.\n\n1.4.. Van het college heeft de kinderrechter vernomen dat de vader niet naar de rechtbank komt in verband met een afspraak in het ziekenhuis. De kinderrechter heeft besloten de zitting voort te zetten bij afwezigheid van de vader. De overige aanwezigen hebben hiertegen geen bezwaar geuit.\n\n2. De feiten\n\n2.1.. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .\n\n2.2.. Bij de hiervoor genoemde beschikking van 4 maart 2026 heeft de kinderrechter voor [minderjarige] een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 5 maart 2026 tot 5 juni 2026.\n\n2.3.. \n [minderjarige] verblijft momenteel op basis van voornoemde machtiging bij [jeugdhulp] te [locatie] .\n\n3. Het (resterende) verzoek\n\n3.1.. Thans ligt het volgende resterende verzoek nog ter beoordeling voor. Het gaat daarbij om het verzoek van het college om een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.\n\n4. Het standpunt van het college\n\n4.1.. Ter onderbouwing van en in aanvulling op het schriftelijke verzoek voert het college, samengevat, het volgende aan. [minderjarige] verblijft sinds 27 november 2025 bij [jeugdhulp] in [locatie] . De ontwikkeling van [minderjarige] is kwetsbaar. Zij heeft moeite om anderen te vertrouwen. Ook erkent en herkent zij moeilijk de emoties van zichzelf en anderen. [minderjarige] heeft trauma’s en onveiligheidsgevoelens vanuit haar verleden. Zij heeft de neiging haar gevoelens en spanningen weg te stoppen en vindt het moeilijk hierover te praten. [minderjarige] zit nog veel in haar hoofd. Op de groep werd lange tijd gezien dat zij een passieve houding heeft en zij moeite heeft haar concentratie vast te houden. [minderjarige] heeft geregeld een weerwoord richting de begeleiding. Op het moment dat [minderjarige] daarop wordt aangesproken ervaart zij dit als een persoonlijke aanval of afwijzing.\n\n4.2.. \n\nBinnen de therapie en op de groep wordt ook gezien dat [minderjarige] positieve stappen zet in haar ontwikkeling. Zij maakt een gemotiveerde indruk en doet zichtbaar haar best. [minderjarige] is gegroeid in haar emotieregulatie, impulscontrole en durft voorzichtig meer te delen. [minderjarige] gaat naar school en zet zich in voor school. Ook in haar zelfzorg heeft [minderjarige] stappen gezet. Zij heeft verschillende vrijheden gekregen op de gesloten groep.\n\nZo heeft [minderjarige] een bijbaantje en gaat in de weekenden met verlof. Zij gaat dan zelfstandig naar haar moeder of haar vader toe.\n\n4.3.. Een volledige terugkeer naar de moeder behoort op dit moment nog niet tot de mogelijkheden. De verwerking van haar trauma’s vraagt nog veel tijd, vertrouwen en herhaling. Ook de emotieregulatie en het herkennen van emoties bij anderen blijven een aandachtspunt. Het college is op zoek naar een passende plek in een open setting voor [minderjarige] , waar zij voor langere tijd kan verblijven. Het aantal plekken is echter beperkt en de vader heeft geen toestemming gegeven om een plek buiten de regio te zoeken. Het college hoopt dat het [minderjarige] zo snel als mogelijk kan doorstromen naar een open behandelgroep. De situatie is schrijnend voor [minderjarige] . Het college gunt [minderjarige] een passende plek waar zij langdurig kan verblijven.\n\n5. De standpunten van belanghebbende\n\n5.1.. Namens [minderjarige] is, samengevat, naar voren gebracht dat zij zich kan vinden in het verlenen van de machtiging gesloten jeugdhulp voor nog eens drie maanden. Naar omstandigheden gaat het goed met [minderjarige] . Zij ervaart steun aan de begeleiding op de groep. De afgelopen periode was bedoeld om uit te zoeken naar welke open groep [minderjarige] zou kunnen gaan. Helaas is er nog geen alternatief voor [minderjarige] gevonden en een thuisplaatsing is op dit moment niet mogelijk. [minderjarige] blijft daarom liever op de gesloten groep, totdat er een passende plek voor haar is gevonden. Hoewel [minderjarige] enkele vrijheden heeft gekregen op de groep, blijft het echter wel een gesloten groep. [minderjarige] hoort niet gesloten geplaatst te zijn. Ook de groep geeft dat aan. Aan de andere kant is het ook niet in het belang van [minderjarige] als zij overhaast wordt geplaatst op een open groep die eigenlijk niet passend is. [minderjarige] wil graag dat er een goede, passende plek voor haar komt waar zij langdurig kan blijven en van waaruit stappen kunnen worden gezet om begeleid te gaan wonen en toe werken naar zelfstandigheid.\n\n5.2.. Door de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat zij zich kan vinden in het verzoek. De plaatsing is goed voor [minderjarige] . Het geeft rust. In de weekenden komt [minderjarige] naar de moeder toe. [minderjarige] werkt op zondag in de buurt van [locatie] , dus ze blijft niet bij haar moeder slapen. Ook gaat zij zelfstandig met de bus naar haar vader die in [plaats 2] woont.\n\n6. De (nadere) beoordeling\n\nWettelijk kader6.1.. De kinderrechter dient de vraag te beantwoorden of een machtiging gesloten jeugdhulp gerechtvaardigd is. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet, kan een machtiging om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven alleen worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter:\n\njeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;\n\nde opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en\n\ner geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.\n\nInhoudelijke beoordeling6.2.. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er nog steeds sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. [minderjarige] is een kwetsbaar meisje met een belast verleden. [minderjarige] heeft veel meegemaakt. In het verleden is gebleken dat zij niet altijd in staat is geweest om gezonde en veilige keuzes voor zichzelf te maken, waardoor ze zichzelf in risicovolle situaties bracht en een gevaar voor zichzelf was. [minderjarige] verblijft al enige tijd op de gesloten groep van [jeugdhulp] . De begeleiding van de groep ziet dat [minderjarige] veel in haar hoofd zit. Zij laat geen negatief gedrag zien, maar toont een passieve houding en heeft moeite haar concentratie vast te houden. De aandacht van [minderjarige] richting jongens is toegenomen. Dit zou zorgelijk kunnen worden, gelet op de eerdere zorgen over het seksueel wervende gedrag van [minderjarige] , het risico op slachtofferschap en het risico op zelfbeschadigend gedrag. Daarnaast heeft [minderjarige] moeite met haar emotieregulatie en het erkennen en herkennen van de emoties van zichzelf en anderen. Zij is geneigd haar gevoelens weg te stoppen, praat niet graag over de gebeurtenissen uit het verleden en heeft moeite om anderen te vertrouwen. [minderjarige] heeft daar nog veel stappen in te maken en heeft daarvoor hulpverlening nodig.\n\n6.3.. De kinderrechter ziet daarnaast ook dat sprake is van een positieve ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] is gemotiveerd en doet zichtbaar haar best. Zij stelt zich langzamerhand open voor de hulpverlening en neemt de hulpverleners in vertrouwen. Ook is zij gegroeid in haar emotieregulatie en impulscontrole. [minderjarige] doet daarnaast zichtbaar haar best voor school. Vanaf de start van het schooljaar in 2025 ging [minderjarige] niet meer naar school, maar sinds de gesloten plaatsing is haar aanwezigheid binnen het onderwijs toegenomen. Verder heeft [minderjarige] een bijbaantje gevonden en gaat zij zelfstandig naar haar ouders met verlof. [minderjarige] is goed op weg naar zelfstandigheid. Door de begeleiding van de groep wordt gezien dat [minderjarige] gebaat is bij de structuur, veiligheid en de rust die door de groep geboden wordt.\n\n6.4.. Met het college, de ouders en de advocaat van [minderjarige] is de kinderrechter van oordeel dat een gesloten plaatsing op dit moment nog steeds het enige alternatief is. [minderjarige] kan niet bij haar ouders terecht en geeft aan dit zelf ook niet te willen. Zowel het college als de advocaat van [minderjarige] hebben aangegeven dat het de voorkeur heeft dat [minderjarige] naar een plek in een open setting gaat, maar dat [minderjarige] er niet bij gebaat is als zij overhaast op een niet passende plek wordt geplaatst. Dit zou de kans dat zij de stijgende lijn niet kan vasthouden vergroten. Op dit moment acht de kinderrechter een gesloten plaatsing bij [jeugdhulp] dan ook gepast en noodzakelijk om de positieve van ontwikkeling van [minderjarige] voort te zetten. Hoewel een gesloten plaatsing een ingrijpende maatregel is en als ultimum remedium dient te gelden, bestaan er op dit moment zoals vermeld geen andere mogelijkheden voor de plaatsing van [minderjarige] . Het verzoek zal daarom worden toegewezen voor de duur van drie maanden, zoals is verzocht. Gelet op het karakter van de maatregel van de gesloten plaatsing is het wel noodzakelijk dat het college zo snel als mogelijk een passende plek binnen een open setting voor [minderjarige] vindt.\n\n6.5.. Het college heeft bij het verzoek een schriftelijke en door de onafhankelijke gedragswetenschapper, ondertekende verklaring overgelegd waaruit blijkt dat hij instemt met het verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden.\n\n6.6.. De kinderrechter merkt op dat er ten tijde van de zitting geen recente toestemmingsverklaring van de vader in het dossier zat en de vader was ook niet op de zitting aanwezig. Het college heeft de toestemmingsverklaring van de vader naderhand opgestuurd, zodat ook wat betreft de vader alsnog aan het vereiste van artikel 6.1.2, derde lid onder c, Jeugdwet is voldaan.\n\n6.7.. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.\n\n7. De beslissing\n\nDe kinderrechter:\n\n7.1.. verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 5 juni 2026 tot 5 september 2026.\n\nDeze beschikking is gegeven door mr. Vos, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Van Ham als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026.\n\nTegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:\n\ndegenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;\n\nandere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5457","2026-07-13T00:28:39.318Z",{"id":41,"ecli":42,"slug":43,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":44,"fullText":45,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":46,"sourceTimestamp":47,"parsedAt":31,"updatedAt":48},"340","ECLI:NL:RBZWB:2026:5390","ecli-nl-rbzwb-2026-5390","2026-05-19T00:00:00.000Z","RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie Breda\n\nZaaknummer: C\u002F02\u002F447976 \u002F FA RK 26-2383\n\nDatum uitspraak: 19 mei 2026\n\nBeschikking zorgmachtiging\n\nop het verzoek van de officier van justitie voor\n\n [betrokkene],\n\ngeboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen betrokkene,\n\nwonend in [woonplaats] ,\n\nadvocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.\n\n1. Het verloop van de procedure\n\n1.1.. \n\nDe rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:\n\n- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 mei 2026.\n\n1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:\n\n- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;\n\nmevrouw [persoon 1] , casemanager regioteam, behandelaar,\n\nmevrouw [persoon 2] , psycholoog regioteam,\n\nde heer [persoon 3] , Zorg en Veiligheidshuis.\n\n2. Het verzoek\n\n2.1.. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.\n\n3. De standpunten\n\n3.1.. Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat hij geen zorgmachtiging, behandeling of medicatie nodig heeft. Volgens hem is er geen sprake van een psychische stoornis maar van zwarte magie en personen die hem kwaad willen doen. Betrokkene herkent zich niet in hetgeen de behandelaar tijdens de zitting over hem vertelt. Hij merkt op dat hij enkel incidenteel cocaïne gebruikt. Daarnaast geeft betrokkene aan dat hij in het verleden altijd zelfstandig heeft gefunctioneerd en dat hij nu vooral behoefte heeft aan begrip.\n\n3.2.. De advocaat verzoekt primair om afwijzing van het verzoek omdat betrokkene zich niet herkent in de gestelde diagnose en onvoldoende duidelijk is of de psychotische klachten voortkomen uit een psychische stoornis dan wel uit middelengebruik. Volgens de advocaat ontbreekt daarmee een voldoende concreet causaal verband. Subsidiair verzoekt de advocaat de duur van de zorgmachtiging te beperken ook om te voorkomen dat betrokkene zijn woning verliest. Daarbij benadrukt de advocaat dat betrokkene wel altijd in gesprek blijft met de hulpverlening en openstaat voor ondersteuning vanuit de thuissituatie.\n\n3.3.. De behandelaar heeft naar voren gebracht dat er bij betrokkene sprake is van psychotische klachten waarbij hij volledig in beslag wordt genomen door wanen rondom zwarte magie. Hierdoor lukt het niet meer om zelfstandig en veilig te functioneren en veroorzaakt zijn gedrag ernstige overlast in de woonomgeving. De ambulante hulpverlening is onvoldoende gebleken omdat betrokkene zich verzet tegen een behandeling en geen structurele samenwerking aangaat. Daarom vindt de behandelaar een opname noodzakelijk zodat betrokkene kan stabiliseren en herstellen. Later kan dan behandeling en medicatie volgen vanuit een ambulante setting.\n\n4. De beoordeling\n\n4.1.. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.\n\n4.2.. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een psychotisch toestandsbeeld en een schizofreniespectrumstoornis waarbij middelengebruik een luxerende factor is.\n\n4.3.. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:\n\n- ernstig lichamelijk letsel;\n\n- ernstige psychische schade;\n\n- ernstige verwaarlozing;\n\n- maatschappelijke teloorgang;\n\n- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.\n\n4.4.. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene ernstig ontregeld gedrag laat zien voortvloeiend uit de psychotische klachten. Betrokkene heeft last van waangedachten en auditieve en visuele hallucinaties waarbij hij er onder meer overtuigd van is dat zwarte magie op hem wordt uitgevoerd en dat er een schorpioen in zijn hoofd zit. Daarnaast ziet hij lichtflitsen en overleden personen. Ook is er sprake van verwaarlozing en beschadiging van zijn woning en veroorzaakt zijn gedrag structurele geluidsoverlast waardoor het risico bestaat dat hij zijn woning zal verliezen.\n\n4.5.. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.\n\n4.6.. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene staat niet open voor behandeling en medicatie. Betrokkene wil naar de overkant van de oceaan worden gebracht omdat hij er van overtuigd is dat dat de enige manier is waarop zijn leven kan worden gered. Daarom is verplichte zorg nodig.\n\n4.7.. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:\n\n- het toedienen van medicatie en het verrichten van medische controles;\n\n- het beperken van de bewegingsvrijheid;\n\n- onderzoek aan kleding of lichaam;\n\n- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;\n\n- controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;\n\n- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;\n\n- opnemen in een accommodatie.\n\n4.8.. De door de officier verzochte vorm van verplichte zorg “uitoefenen van toezicht” wordt afgewezen omdat deze niet noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden.\n\n4.9.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.\n\n5. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\n5.1.. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;\n\n5.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 november 2026;\n\n5.3.. wijst af het meer of anders verzochte.\n\nDeze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier, en op schrift gesteld op 1 juni 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5390","2026-06-19T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:28:25.190Z",{"id":50,"ecli":51,"slug":52,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":44,"fullText":53,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":54,"sourceTimestamp":47,"parsedAt":31,"updatedAt":55},"386","ECLI:NL:RBZWB:2026:5389","ecli-nl-rbzwb-2026-5389","RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie Breda\n\nZaaknummer: C\u002F02\u002F448044 \u002F FA RK 26-2418\n\nDatum uitspraak: 19 mei 2026\n\nBeschikking rechterlijke machtiging\n\nop het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor\n\n [betrokkene],\n\ngeboren op [geboortedag] 1962 in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen betrokkene,\n\nwonend in [plaats 1] ,\n\nnu verblijvende in een [accommodatie] te [plaats 2] ,\n\nadvocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.\n\n1. Het verloop van de procedure\n\n1.1.. \n\nDe rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:\n\n- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 mei 2026.\n\n1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:\n\n- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;\n\nmevrouw [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde, behandelaar;\n\nmevrouw [persoon 2] , verpleegkundige.\n\n1.3.. De rechtbank constateert bij aanvang van de zitting dat betrokkene niet is verschenen. Uit artikel 38 lid 3 Wzd volgt dat de rechtbank, voordat zij beslist op het verzoek tot het verlenen van een rechterlijke betrokkene hoort, tenzij zij vaststelt dat deze niet in staat of niet bereid is zich te doen horen. De rechter is daarom samen met de behandelaar en de advocaat naar betrokkene toe gelopen. Betrokkene verbleef in de huiskamer van de instelling omdat hij niet bij de zitting aanwezig kon zijn vanwege zijn toestandsbeeld. Betrokkene heeft op de vragen van de rechter geen reactie gegeven en verdere communicatie bleek niet mogelijk. Gezien de reactie van betrokkene heeft de rechter hem verder met rust gelaten. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat betrokkene niet in staat is om zich te doen horen. De rechtbank heeft de zitting – met instemming van de advocaat van betrokkene en de behandelaar - voortgezet buiten de aanwezigheid van betrokkene.\n\n2. Wat vaststaat\n\n2.1.. Door de rechtbank is aan betrokkene een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verleend tot en met 11 mei 2026.\n\n3. Het verzoek\n\n3.1.. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.\n\n4. De standpunten\n\n4.1.. De advocaat verzoekt om afwijzing van het verzoek. Hij merkt op dat communicatie met betrokkene nauwelijks tot niet mogelijk is en dat hij zijn standpunt daarom baseert op het dossier. Volgens de advocaat verzet betrokkene zich tegen de opname en wenst hij geen rechterlijke machtiging.\n\n4.2.. De behandelaar van betrokkene heeft toegelicht dat er bij betrokkene sprake is van dementie met een progressief beeld waardoor hij voortdurend intensieve zorg nodig heeft. Hij heeft veel sturing nodig, laat verzorging regelmatig niet toe en vertoont ontremd en dwaalgedrag. Daarnaast is communicatie vrijwel onmogelijk mede vanwege de taalbarrière (Servische taal). Volgens de behandelaar is een plaatsing binnen een voorziening met 24-uurszorg noodzakelijk waarbij wordt gehoopt dat het verzet in de toekomst zal afnemen.\n\n4.3.. De verpleegkundige heeft gezegd dat betrokkene slechts beperkt lijkt te begrijpen wat tegen hem wordt gezegd en voornamelijk communiceert met gebaren en onverstaanbare woorden. Het zorgteam probeert zo voorspelbaar mogelijk te handelen en instructies veelvuldig te herhalen. Volgens de verpleegkundige laat betrokkene verzorging soms kortdurend toe, maar is dit meestal moeilijk uitvoerbaar vanwege zijn verzet.\n\n5. De beoordeling\n\n5.1.. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.\n\n5.2.. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Bij betrokkene is namelijk sprake van frontotemporale dementie. Het ontbreekt betrokkene aan ziekte-inzicht en ziektebesef.\n\n5.3.. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel, namelijk:\n\n- levensgevaar;\n\n- ernstig lichamelijk letsel;\n\n- ernstige psychische schade;\n\n- ernstige verwaarlozing;\n\n- maatschappelijke teloorgang;\n\n- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;\n\n- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.\n\n5.4.. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene ernstig ontregeld gedrag vertoont als gevolg van zijn aandoening. Betrokkene dwaalt veelvuldig rond, heeft een sterke loopdrang en toont geen inzicht in verkeerssituaties waardoor er sprake is van een risico voor de verkeersveiligheid. Daarnaast is betrokkene niet georiënteerd in tijd, plaats en persoon. Verder is sprake van ernstige zelfverwaarlozing, ontremd gedrag en decorumverlies. Zo eet en drinkt betrokkene ook niet-eetbare producten, urineert en spuugt hij op de grond en vertoont hij gedrag waaruit het lijkt dat hij terug gaat naar de kindertijd.\n\n5.5.. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene wil steeds naar buiten en zoekt naar openingen in de omheining van het terrein.\n\n5.6.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft 24 uurs zorg nodig die hem in de thuissituatie niet geboden kan worden. Daarbij is het steunsysteem van betrokkene inmiddels ernstig overbelast geraakt.\n\n6. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\n6.1.. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1962 in [geboorteplaats] ;\n\n6.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 november 2026.\n\nDeze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier, en op schrift gesteld op 1 juni 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5389","2026-07-13T00:28:27.166Z",{"id":57,"ecli":58,"slug":59,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":44,"fullText":60,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":61,"sourceTimestamp":47,"parsedAt":31,"updatedAt":62},"349","ECLI:NL:RBZWB:2026:5381","ecli-nl-rbzwb-2026-5381","RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie Breda\n\nZaaknummer: C\u002F02\u002F447840 \u002F FA RK 26-2307\n\nDatum uitspraak: 19 mei 2026\n\nBeschikking zorgmachtiging\n\nop het verzoek van de officier van justitie voor\n\n [betrokkene],\n\ngeboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats]\n\nhierna te noemen betrokkene,\n\nwonend in [plaats] ,\n\nadvocaat mr. J.J. Bronsveld uit Bergen op Zoom.\n\n1. Het verloop van de procedure\n\n1.1.. \n\nDe rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:\n\n- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 4 mei 2026.\n\n1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:\n\n- betrokkene (telefonisch), bijgestaan door haar advocaat, mr. Bronsveld;\n\nmevrouw [persoon 1] , verpleegkundig specialist in opleiding, behandelaar;\n\nmevrouw [persoon 2] , gz psycholoog,\n\nmevrouw [persoon 3] , verpleegkundig specialist,\n\nde moeder en stiefvader van betrokkene;\n\neen begeleidster van de instelling van betrokkene.\n\n2. Wat vaststaat\n\n2.1.. Door de rechtbank is op1 december 2025 een zorgmachtiging aan betrokkene verleend tot en met 1 juni 2026.\n\n3. Het verzoek\n\n3.1.. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.\n\n4. De standpunten\n\n4.1.. Betrokkene geeft tijdens de zitting telefonisch aan akkoord te zijn met een verlenging van de zorgmachtiging. Voor het overige heeft betrokkene geen nadere opmerkingen.\n\n4.2.. De advocaat voert aan dat aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een zorgmachtiging wordt voldaan en dat betrokkene zelf ook aangeeft de verplichte zorg nodig te hebben. Hij verzoekt wel om in het geval van toewijzing van het verzoek de vorm van verplichte zorg “medische controles” af te wijzen, omdat de noodzaak daarvan op dit moment onvoldoende concreet is.\n\n4.3.. De behandelaar van betrokkene licht tijdens de zitting toe dat bij betrokkene sprake is van angstklachten, stemmingswisselingen, psychotische kenmerken en problemen in de zelfzorg passend bij een bipolaire stoornis. Wanneer betrokkene langer met verlof is en haar medicatie onvoldoende inneemt, nemen de psychotische klachten en angsten toe. Volgens de behandelaar is toezicht op de medicatie-inname noodzakelijk en moet de mogelijkheid van klinische opname beschikbaar blijven gelet op het terugkerende risico op decompensatie bij middelengebruik. Betrokkene is aangemeld voor een verblijf bij [accommodatie] , wat ook haar wens is.\n\n4.4.. De ouders van betrokkene hebben naar voren gebracht dat betrokkene zich op haar huidige verblijfplaats niet veilig voelt en graag wil worden opgenomen bij [accommodatie] om af te kicken van de middelen. De ouders benadrukken dat middelengebruik thuis niet wordt toegestaan en dat zij streng toezien op de medicatie-inname van betrokkene.\n\n5. De beoordeling\n\n5.1.. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.\n\n5.2.. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een chronisch psychotisch toestandsbeeld waarbij in het verleden al de diagnose bipolaire stoornis, type schizo-affectieve stoornis, is vastgesteld.\n\n5.3.. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:\n\n- ernstige psychische schade;\n\n- ernstige verwaarlozing;\n\n- maatschappelijke teloorgang;\n\n- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;\n\n- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.\n\n5.4.. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene in het verleden meerdere malen is opgenomen vanwege psychotische decompensaties. Tijdens deze periodes was er sprake van ernstige zelfverwaarlozing en verwaarlozing van de woonomgeving van betrokkene waarbij zij ook geagiteerd kan reageren richting haar omgeving. Op dit moment verblijft betrokkene in een instelling waar het vermoeden bestaat dat zij seksuele contacten aangaat met medebewoners om in haar drugsgebruik te kunnen voorzien.\n\n5.5.. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.\n\n5.6.. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene heeft aangegeven in te stemmen met een verlenging van de zorgmachtiging, is het de rechtbank onvoldoende gebleken dat betrokkene vrijwillig en duurzaam bereid is de noodzakelijke zorg en behandeling te accepteren. Daarbij heeft betrokkene zich in het verleden meerdere keren aan de zorg onttrokken, haar medicatie niet adequaat ingenomen en zich onvoldoende gehouden aan gemaakte afspraken. Daarnaast ontbreekt ziektebesef en -inzicht waardoor niet kan worden vertrouwd op vrijwillige voortzetting van de behandeling. Daarom is verplichte zorg nodig.\n\n5.7.. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:\n\n- het toedienen van medicatie;\n\n- het beperken van de bewegingsvrijheid;\n\n- onderzoek aan kleding of lichaam;\n\n- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;\n\n- controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;\n\n- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;\n\n- opnemen in een accommodatie.\n\n5.8.. De door de officier verzochte vorm van verplichte zorg “medische controles” wordt door de rechtbank afgewezen, omdat deze niet noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden.\n\n5.9.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.\n\n6. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\n6.1.. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;\n\n6.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 mei 2027;\n\n6.3.. wijst af het meer of anders verzochte.\n\nDeze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier, en op schrift gesteld op 1 juni 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5381","2026-07-13T00:28:25.551Z",{"id":64,"ecli":65,"slug":66,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":44,"fullText":67,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":68,"sourceTimestamp":47,"parsedAt":31,"updatedAt":69},"358","ECLI:NL:RBZWB:2026:5393","ecli-nl-rbzwb-2026-5393","RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie Breda\n\nZaaknummer: C\u002F02\u002F448207 \u002F FA RK 26-2503\n\nDatum uitspraak: 19 mei 2026\n\nBeschikking voortzetting crisismaatregel\n\nop het verzoek van de officier van justitie voor\n\n [betrokkene],\n\ngeboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen betrokkene,\n\nwonend in [plaats 1] ,\n\nnu verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2] ,\n\nadvocaat mr. A.A. Nunnikhoven uit Tilburg.\n\n1. Het verloop van de procedure\n\n1.1.. \n\nDe rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:\n\n- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 mei 2026.\n\n1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:\n\n- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;\n\nde heer [persoon 1] , psychiater, behandelaar;\n\n [persoon 2] , verpleegkundige;\n\nmevrouw [persoon 3] , agoog.\n\n2. Wat vaststaat\n\n2.1.. Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 16 mei 2026 afgegeven.\n\n3. Het verzoek\n\n3.1.. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.\n\n4. De standpunten\n\n4.1.. Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat de opname van de afgelopen dagen rust bij hem heeft gebracht, mede door de medicatie en het herstel van zijn knie. Betrokkene merkt verder op dat een langer verblijf in de instelling hem juist depressief zal maken. Volgens betrokkene is er geen sprake van een manische episode of verslavingsproblematiek. De problemen zijn pas ontstaan na zijn knieletsel, waardoor hij de dagelijkse structuur in zijn leven heeft verloren. Betrokkene wil dan ook niet langer opgenomen blijven en terug naar zijn ouders met duidelijke afspraken. Ook wil hij geen verdere verplichte behandeling.\n\n4.2.. De behandelaar zegt dat betrokkene een bipolaire stoornis heeft waarbij hij recent manisch is ontregeld, mede door middelengebruik en ernstig slaaptekort. Sinds de opname is het toestandsbeeld van betrokkene verbeterd door rust, structuur en medicatie. Van voldoende stabiliteit is echter nog geen sprake. De behandelaar vindt een voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk zodat betrokkene verder kan herstellen en stabiliseren. Daar komt bij dat betrokkene ook zijn huis is kwijtgeraakt, zorg mijdt en het risico bestaat op een depressieve episode na de manische ontregeling.\n\n4.3.. De advocaat voert aan dat betrokkene gemotiveerd is om terug te keren naar zijn ouders en dat van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel onvoldoende is gebleken. De advocaat zegt verder dat er volgens betrokkene nu geen sprake is van een manie of verslavingsproblematiek en dat de spanningen binnen het gezin steeds bespreekbaar zijn geweest. Omdat de crisismaatregel al rust heeft gebracht bij betrokkene verzoekt de advocaat dan ook het verzoek tot voortzetting af te wijzen.\n\n5. De beoordeling\n\n5.1.. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.\n\n5.2.. Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:\n\n- ernstig lichamelijk letsel;\n\n- ernstige verwaarlozing;\n\n- maatschappelijke teloorgang;\n\n- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;\n\n- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.\n\n5.3.. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene ernstig ontremd en grensoverschrijdend gedrag vertoont. Betrokkene heeft zich agressief gedragen richting zijn omgeving, vernielingen aangericht en conflicten veroorzaakt, onder meer met zijn huisbaas, huisgenoten, ouders en personen op straat. Daarbij heeft betrokkene zichzelf en anderen in gevaar gebracht. Betrokkene blijft zijn knie ondanks het letsel daaraan belasten, slaapt niet en gebruikt aanhoudend verdovende middelen waaronder cocaïne. Daarnaast ontbreekt het betrokkene aan een stabiele huisvesting en adequate zelfzorg.\n\n5.4.. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een manische episode bij een bipolaire stoornis gecombineerd met middelengebruik.\n\n5.5.. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.\n\n5.6.. De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:\n\n- het toedienen van medicatie;\n\n- het verrichten van medische controles;\n\n- het beperken van de bewegingsvrijheid;\n\n- insluiten;\n\n- onderzoek aan kleding of lichaam;\n\n- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;\n\n- opnemen in een accommodatie.\n\n5.7.. De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank afgewezen, omdat deze niet noodzakelijk worden geacht om het ernstig nadeel af te wenden.\n\n5.8.. Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Hij wijst hulpverlening af.\n\n5.9.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.\n\n6. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\n6.1.. verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:\n\n- het toedienen van medicatie;\n\n- het verrichten van medische controles;\n\n- het beperken van de bewegingsvrijheid;\n\n- insluiten;\n\n- onderzoek aan kleding of lichaam;\n\n- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;\n\n- opnemen in een accommodatie.\n\n6.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 juni 2026;\n\n6.3.. wijst af het meer of anders verzochte.\n\nDeze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier, en op schrift gesteld op 2 juni 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5393","2026-07-13T00:28:25.955Z",{"id":71,"ecli":72,"slug":73,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":44,"fullText":74,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":75,"sourceTimestamp":47,"parsedAt":31,"updatedAt":76},"351","ECLI:NL:RBZWB:2026:5388","ecli-nl-rbzwb-2026-5388","RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie Breda\n\nZaaknummer: C\u002F02\u002F448071 \u002F FA RK 26-2433\n\nDatum uitspraak: 19 mei 2026\n\nBeschikking zorgmachtiging\n\nop het verzoek van de officier van justitie voor\n\n [betrokkene],\n\ngeboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen betrokkene,\n\nwonend in [plaats] ,\n\nadvocaat mr. E.J.L. Mulderink uit Breda.\n\n1. Het verloop van de procedure\n\n1.1.. \n\nDe rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:\n\n- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 mei 2026.\n\n1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:\n\n- betrokkene, bijgestaan door mr. C. Gommers , waarnemend advocaat;\n\n- mevrouw [persoon] , psychiater, behandelaar.\n\n2. Wat vaststaat\n\n2.1.. Door de rechtbank is aan betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 27 juni 2026.\n\n3. Het verzoek\n\n3.1.. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.\n\n4. De standpunten\n\n4.1.. Betrokkene geeft aan dat een zorgmachtiging niet langer nodig is omdat zij zich goed voelt en haar medicatie liever vrijwillig wil gebruiken. Zij vindt dat zij goed functioneert en bewuster en rustiger in het leven staat. Volgens betrokkene zijn eerdere ontregelingen mede veroorzaakt door middelengebruik. Zij gebruikt inmiddels geen harddrugs meer. Zij verzet zich met name tegen het gedwongen karakter van de behandeling en wenst haar behandeling op vrijwillige basis voort te zetten.\n\n4.2.. De advocaat verzoekt om afwijzing van het verzoek. Volgens de advocaat is er in de afgelopen periode bewust voor gekozen om een kortdurende zorgmachtiging te verlenen zodat daarna kon worden beoordeeld of betrokkene vrijwillige behandeling zou accepteren. De advocaat benadrukt dat betrokkene gemotiveerd is om haar behandeling vrijwillig voort te zetten en dat zij zelf ook ervaart baat te hebben bij de medicatie. Daarbij wordt volgens de advocaat te snel aangenomen dat er sprake is van weigering van de medicatie. Dit terwijl praktische omstandigheden zoals te laat verschijnen op afspraken hierin een rol spelen.\n\n4.3.. De behandelaar zegt dat voortzetting van de zorgmachtiging noodzakelijk is. Er is sprake geweest van herhaaldelijke weigering van de medicatie in de afgelopen maanden, waaronder de essentiële lithiumbehandeling. Volgens de behandelaar leidt het uitblijven van tijdige medicatie snel tot een ontregeling en een verslechtering van het psychiatrisch beeld bij betrokkene. Hoewel betrokkene op sommige momenten bereid lijkt tot vrijwillige inname van de medicatie wordt dit als wisselend en onvoldoende betrouwbaar gezien. De behandelaar benadrukt dat begeleiding en behandeling zorgvuldig worden ingezet om stabiliteit te behouden en verdere ontregeling te voorkomen bij betrokkene.\n\n5. De beoordeling\n\n5.1.. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.\n\n5.2.. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene is al jaren bekend met een bipolaire stoornis, type I. Daarnaast is sprake van een persoonlijkheidsstoornis. Het ontbreekt betrokkene aan ziekte-inzicht.\n\n5.3.. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:\n\n- ernstig lichamelijk letsel;\n\n- ernstige psychische schade;\n\n- maatschappelijke teloorgang;\n\n- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;\n\n5.4.. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene tijdens een manische episode geluidsoverlast veroorzaakt, er sprake is van (seksuele) ontremming en zij medebewoners er toe aan zet ook hun medicatie te staken. Met haar ontremde gedrag kan zij daarnaast agressie van anderen over zichzelf afroepen. Ook is er sprake van maatschappelijke teloorgang.\n\n5.5.. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.\n\n5.6.. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is wisselend in haar bereidheid om medicatie en behandeling te accepteren. Ook geeft betrokkene aan enkel GGZ-zorg te accepteren zodat zij over huisvesting beschikt. Daarom is verplichte zorg nodig.\n\n5.7.. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:\n\n- het toedienen van medicatie;\n\n- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.\n\n5.8.. De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank afgewezen, omdat deze niet noodzakelijk worden geacht om het ernstig nadeel af te wenden.\n\n5.9.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.\n\n6. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\n6.1.. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;\n\n6.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 mei 2027;\n\n6.3.. wijst af het meer of anders verzochte.\n\nDeze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 2 juni 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5388","2026-07-13T00:28:25.622Z",{"id":78,"ecli":79,"slug":80,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":81,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":82,"sourceTimestamp":83,"parsedAt":31,"updatedAt":84},"1751","ECLI:NL:RBZWB:2026:5339","ecli-nl-rbzwb-2026-5339","RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie Breda\n\nZaaknummer: C\u002F02\u002F447938 \u002F FA RK 26-2357\n\nDatum uitspraak: 18 mei 2026\n\nBeschikking rechterlijke machtiging\n\nop het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor\n\n [betrokkene],\n\ngeboren op [geboortedag] 1938 in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen betrokkene,\n\nwonend in [plaats] ,\n\nadvocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.\n\n1. Het verloop van de procedure\n\n1.1.. \n\nDe rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:\n\n- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 mei 2026.\n\n1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:\n\nbetrokkene, bijgestaan door haar advocaat;\n\n [persoon] , verpleegkundige huisartsenpraktijk;\n\nde zoon van betrokkene;\n\nde schoondochter van betrokkene.\n\n2. Het verzoek\n\n2.1.. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.\n\n3. De standpunten\n\n3.1.. Betrokkene geeft aan dat het vrij goed met haar gaat en dat zij thuis wil blijven wonen. Zij raakt zeer geagiteerd wanneer er gesproken wordt over een mogelijke opname in een instelling en loopt de tuin in.\n\n3.2.. De verpleegkundige brengt, samengevat, naar voren dat betrokkene niemand toelaat voor haar persoonlijke verzorging. Het ziekte-inzicht is niet aanwezig bij betrokkene en haar ziekte is ook niet bespreekbaar met haar. Betrokkene ontving hulp van [hulpverlening] maar de zorg wordt zwaarder, mede vanwege de achterdocht van betrokkene. Volgens de verpleegkundige gaat het om de onvoorspelbaarheid van het gedrag van betrokkene (en dan vooral het dwaalgedrag in de nacht, haar groeiende achterdocht en de agressie richting echtgenoot) en de zorgen die daarbij komen kijken, die maken dat betrokkene niet meer thuis kan blijven.\n\n3.3.. De zoon van betrokkene verklaart dat zijn vader met één oog open licht ’s nachts. Voor hem vormt de situatie inmiddels ook een (te) zware belasting, mede gezien zijn eigen groeiende fysieke kwetsbaarheid. Betrokkene kan zichzelf niet meer wassen, andere dagelijkse handelingen m.b.t. bijvoorbeeld aankleden, eten en drinken niet meer uitvoeren en heeft continu aandacht en zorg nodig om dit nog enigszins in goede banen te leiden.\n\n3.4.. De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek gelet op de nadrukkelijke wens van betrokkene om niet naar een verpleeghuis te hoeven verhuizen. Betrokkene herkent zich niet in het beeld wat van haar geschetst wordt.\n\n4. De beoordeling\n\n4.1.. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.\n\n4.2.. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie.\n\n4.3.. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene sinds enkele maanden geen seconde meer alleen kan worden gelaten. Betrokkene is namelijk al driemaal uit het huis weggeglipt en buiten in de winter gaan dwalen zonder jas. Daarnaast is betrokkene niet in staat bij een (medisch) noodgeval anderen te alarmeren, hetgeen niet alleen een gevaar vormt voor betrokkene zelf maar ook voor haar echtgenoot. Voorts is betrokkene wegens het snel geagiteerde gedrag en het weigeren van thuiszorg, huishoudelijke hulp en echtgenoot, niet langer in staat zichzelf te verzorgen. Vanuit de agitatie maakt betrokkene slaande bewegingen, balt zij haar vuisten en tracht zij met spullen te gooien of de tafel om te gooien. De echtgenoot van betrokkene is inmiddels ernstig overbelast.\n\n4.4.. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene onhoudbaar is. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet worden geboden. De feitelijke zorg zal (indien nodig) onder dwang uitgevoerd moeten worden om agitatie en agressie te verminderen en verdere zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang te voorkomen.\n\n4.5.. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene wil pertinent niets horen over dementie aangezien er niks mis zou zijn met haar geheugen. Wanneer gesproken wordt over het niet meer thuis kunnen wonen of verhuizen naar een accommodatie neemt het verzet alleen maar meer toe. Mevrouw wordt dan ontzettend boos en begint te schreeuwen.\n\n4.6.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet meer de benodigde 24-uurs zorg kan worden geleverd. De inzet van thuiszorg wordt door betrokkene geweigerd, waarbij zij geagiteerd raakt, hen de deur wijst en zelf wegloopt. De thuissituatie is reeds langere tijd aan het escaleren, ondanks de inzet van mantelzorg en thuiszorg. Er is dan ook geen ander alternatief dan opname van betrokkene.\n\n4.7.. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.\n\n5. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\n5.1.. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1938 in [geboorteplaats] ;\n\n5.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 november 2026.\n\nDeze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 29 mei 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5339","2026-06-18T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:29:36.999Z",{"id":86,"ecli":87,"slug":88,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":89,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":90,"sourceTimestamp":83,"parsedAt":31,"updatedAt":91},"1822","ECLI:NL:RBZWB:2026:5341","ecli-nl-rbzwb-2026-5341","RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie Breda\n\nZaaknummer: C\u002F02\u002F447936 \u002F FA RK 26-2355\n\nDatum uitspraak: 18 mei 2026\n\nBeschikking rechterlijke machtiging\n\nop het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor\n\n [betrokkene],\n\ngeboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen betrokkene,\n\nwonend in [plaats] ,\n\nadvocaat mr. C.J.M. Veth uit Rijen.\n\n1. Het verloop van de procedure\n\n1.1.. \n\nDe rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:\n\n- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 mei 2026.\n\n1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:\n\nbetrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;\n\nmevrouw [naam 1] , mentor;\n\nmevrouw [naam 2] , casemanager;\n\nmevrouw [naam 3] , huishoudelijke coach;\n\nmevrouw [naam 4] , ambulant begeleider [hulpverlening].\n\n2. Wat vaststaat\n\n2.1.. Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.\n\n3. Het verzoek\n\n3.1.. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.\n\n4. De standpunten\n\n4.1.. Betrokkene geeft aan dat het goed met hem gaat en dat hij liever thuis wil blijven wonen. Betrokkene is van mening dat hij geen mensen nodig heeft.\n\n4.2.. De casemanager verklaart dat het niet goed met betrokkene gaat en dat zijn spraakvermogen achteruitgaat. Betrokkene brengt veel tijd door op bed en de laatste periode is er veel bier aanwezig in het huis. Betrokkene doucht niet, is incontinent en valt regelmatig. Bovendien eet betrokkene rauw en bedorven voedsel. Voorts geeft de casemanager aan dat betrokkene de thuiszorg weigert.\n\n4.3.. De mentor verklaart dat betrokkene heel zorgmijdend is.\n\n4.4.. De huishoudelijke coach brengt, samengevat, naar voren dat betrokkene niet meer alert is, bijna niet meer buiten komt, vooral op bed ligt en onder de ontlasting zit. Betrokkene eet rauw en bedorven eten.\n\n4.5.. De ambulant begeleider vult de huishoudelijke coach aan door te verklaren dat betrokkene geen motivatie laat zien.\n\n4.6.. De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek omdat betrokkene niet opgenomen wenst te worden.\n\n5. De beoordeling\n\n5.1.. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.\n\n5.2.. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie. Ook is er sprake van zwakbegaafdheid.\n\n5.3.. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene zichzelf niet meer verzorgt en verzorging door het wijkteam niet toestaat. Sinds januari is betrokkene niet meer gedoucht of gewassen. Daarbij kan betrokkene zichzelf niet verzorgen na toiletgang waardoor hij geregeld onder de ontlasting wordt aangetroffen. Voorts lijkt betrokkene onvoldoende en bedorven voeding tot zich te nemen waarbij hij niks wil weggooien. Sinds een aantal weken haalt betrokkene grote hoeveelheden halve liters bier waarbij er geregeld open blikjes bier op tafel staan. Het geautomatiseerde medicatiesysteem geeft regelmatig een alarmmelding (i.v.m. niet of niet tijdig innemen van medicatie) waardoor het wijkteam langs moet komen. Voorts valt betrokkene geregeld wanneer hij uit bed komt en is hij niet in staat mensen of ziekenhuis te alarmeren bij een medisch noodgeval.\n\n5.4.. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene inmiddels onhoudbaar is geworden. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet worden geboden.\n\n5.5.. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene blijft herhaaldelijk aangeven niet opgenomen te willen worden. Hierbij kan hij niet aangeven waarom hij dit niet wil.\n\n5.6.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. Betrokkene weigert vrijwel alle aangeboden professionele zorg en ondersteuning en laat onbekenden niet binnen. Er is dan geen ander alternatief dan opname van betrokkene.\n\n5.7.. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.\n\n6. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\n6.1.. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ;\n\n6.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 november 2026.\n\nDeze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 29 mei 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5341","2026-07-13T00:29:40.480Z",{"id":93,"ecli":94,"slug":95,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":96,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":97,"sourceTimestamp":83,"parsedAt":31,"updatedAt":98},"1114","ECLI:NL:RBZWB:2026:5338","ecli-nl-rbzwb-2026-5338","RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie Breda\n\nZaaknummer: C\u002F02\u002F448132 \u002F FA RK 26-2461\n\nDatum uitspraak: 18 mei 2026\n\nBeschikking voortzetting inbewaringstelling\n\nop het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor\n\n [betrokkene],\n\ngeboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen betrokkene,\n\nwonend in [plaats] ,\n\nverblijvende in een [accommodatie] te [plaats] ,\n\nadvocaat mr. H. van der Sluis-Westerlaan uit Oosterhout.\n\n1. Het verloop van de procedure\n\n1.1.. \n\nDe rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:\n\n- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 mei 2026.\n\n1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:\n\nbetrokkene, bijgestaan door haar advocaat;\n\nmevrouw [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;\n\nmevrouw [persoon 2] , dochter van betrokkene.\n\n2. Wat vaststaat\n\n2.1.. Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in de [accommodatie] te [plaats] . De burgemeester van de gemeente Breda heeft de inbewaringstelling op 12 mei 2026 afgegeven.\n\n3. Het verzoek\n\n3.1.. Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.\n\n4. De standpunten\n\n4.1.. Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het prima met haar gaat en zij gewoon naar huis wil. Volgens betrokkene is er niks met haar aan de hand en geneest de wond vanzelf weer. Zij herhaalt een aantal keer, met stemverheffing, dat zij gewoon naar huis gaat en absoluut niet wil verblijven in de instelling.\n\n4.2.. De specialist ouderengeneeskunde verklaart dat het redelijk met betrokkene gaat. Betrokkene wil met momenten weg, uit dit verbaal, echter daarbij maakt zij geen aanstalten daadwerkelijk te vertrekken. Verder laat betrokkene zich moeilijk verzorgen, hetgeen ook het grootste probleem in de thuissituatie was. Voorts geeft de specialist ouderengeneeskunde aan dat de huidige afdeling waar betrokkene verblijft een tijdelijke plek is om te kijken waar betrokkene terecht kan gezien haar lichamelijke staat. Dit kan een hospice of een andere afdeling zijn omdat betrokkene stervende is.\n\n4.3.. De dochter van betrokkene verklaart dat betrokkene een heel zelfstandig type is. De dochter is zich ervan bewust dat haar moeder in een stervensfase zit en daarbij is zorg heel belangrijk. Tevens wil de dochter de wens van haar moeder respecteren zodat zij haar laatste tijd thuis kan verblijven.\n\n4.4.. De advocaat bepleit primair afwijzing van het verzoek omdat duidelijk is dat betrokkene naar huis wil. Aan de andere kant begrijpt de advocaat heel goed dat het nadeel zo ernstig is dat dit niet kan.\n\n5. De beoordeling\n\n5.1.. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.\n\n5.2.. Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en ernstige verwaarlozing. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene ontkent een wond te hebben, deze niet verzorgt of laat verzorgen, terwijl ze beweert dit wel te doen of niet nodig te vinden. Daarnaast houdt betrokkene dagenlang dezelfde kleding aan, verschoont zich niet en vergeet te eten. Betrokkene houdt alle hulp af, waarbij de thuisverpleging verbaal agressief wordt bejegend tot deze weggaat. Dit heeft er inmiddels toe geleid dat de wond reeds maden en tekenen van necrose bevat, waarbij betrokkene het risico loopt te overlijden ten gevolge van sepsis.\n\n5.3.. Thans wordt vermoed dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening, te weten Alzheimer.\n\n5.4.. Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.\n\n5.5.. Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene houdt in de thuissituatie alle hulp af. Het niet met regelmaat laten verzorgen van de wond onder haar arm verhoogt het risico om te overlijden ten gevolge van sepsis. Door de wond te verzorgen in een gedwongen kader wordt het risico op sepsis vermeden. Ook kan betrokkene begeleiding krijgen bij de zelfzorg, zoals persoonlijke verzorging en het eten. Zodra betrokkene stabiel functioneert zal gekeken worden of zij naar huis of hospice kan gaan om daar haar laatste levensfase door te brengen.\n\n5.6.. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft aan dat er niets aan de hand is en geen hulp nodig te hebben. Betrokkene blijft aangeven naar huis te willen.\n\n5.7.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene houdt alle hulp af.\n\n6. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\n6.1.. verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ;\n\n6.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 juni 2026.\n\nDeze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 29 mei 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5338","2026-07-13T00:29:04.855Z",1,20]