[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-middelburg-compulsory-care-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":21,"total":16,"page":48,"limit":49},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},62,"Middelburg","nl","middelburg",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},56,"compulsory-care-nl","Compulsory Care","NL","2026-07-08T16:54:05.500Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":20},3,{"min":18,"max":19},"2026-05-18T00:00:00.000Z","2026-05-21T00:00:00.000Z",[],[22,33,41],{"id":23,"ecli":24,"slug":25,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":19,"fullText":27,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":29,"sourceTimestamp":30,"parsedAt":31,"updatedAt":32},"606","ECLI:NL:RBZWB:2026:5463","ecli-nl-rbzwb-2026-5463","","RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie Middelburg\n\nZaaknummer: C\u002F02\u002F446676 \u002F JE RK 26-566\n\nDatum uitspraak: 21 mei 2026\n\nBeschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling\n\nin de zaak van\n\nde gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,\n\nhierna te noemen de GI,\n\nover\n\n [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2020 in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen [minderjarige 1] ,\n\n [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2018 in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen [minderjarige 2] ,\n\n [minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2016 in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen [minderjarige 3] .\n\nDe kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:\n\n [de moeder],\n\nhierna te noemen de moeder,\n\nwonende in [woonplaats 1] ,\n\nadvocaat mr. D.J.A. Burlet te Oostburg,\n\n [minderjarige 1],\n\nhierna te noemen de vader,\n\nwonende in [woonplaats 2] ,\n\nadvocaat mr. W. van der Sande uit Goes.\n\n1. Het verloop van de procedure\n\n1.1.. \n\nDe kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:\n\n- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 31 maart 2026.\n\n1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:\n\n- de vader met zijn advocaat;\n\n- de moeder met haar advocaat;\n\n- twee vertegenwoordig(st)ers van de GI.1.3.. \n\nDe kinderrechter heeft [minderjarige 3] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 3] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 3] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.\n\n [minderjarige 2] heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om haar mening te geven.\n\n2. De feiten\n\n2.1.. De ouders zijn met elkaar gehuwd geweest.\n\n2.2.. \n [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn gedurende het huwelijk van de ouders geboren.\n\n2.3.. Het huwelijk van de ouders is op 20 juni 2025 door echtscheiding ontbonden.\n\n2.4.. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .\n\n2.5.. \n [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun vader.\n\n2.6.. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 mei 2025 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 27 mei 2026.\n\n3. Het verzoek\n\n3.1.. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.\n\n4. De standpunten\n\n4.1.. De GI handhaaft het verzoek en verwijst ter onderbouwing daarvan naar de overgelegde stukken. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald. Na het uitspreken van de ondertoezichtstelling in mei 2025 is de zaak opgepakt door het instroomteam van de GI. In die periode is de SCHIP-therapie opnieuw opgestart en is er voor de kinderen een kindbehartiger betrokken geraakt die sindsdien gesprekken voert met alle drie de kinderen afzonderlijk. Sinds november 2025 is de huidige, vaste jeugdbeschermer betrokken. In de afgelopen periode is het SCHIP-traject – voor een tweede keer – tijdelijk door de ouders afgebroken. Het lukte de ouders (opnieuw) niet om door fase twee van het SCHIP-traject, de verdiepende fase, te komen. Vermoedelijk spelen spanningsvolle momenten daarin een rol. Wanneer er spanningsvolle momenten zijn waarbij er belangrijke adviezen of beslissingen in aantocht zijn, welke invloed kunnen hebben op bijvoorbeeld de zorgregeling, lijken ouders terug te vallen in oude patronen. De strijd verergert, kinderen worden belast met volwassen zaken en het winnen en verliezen lijkt voorop te staan, waarbij de belangen van de kinderen uit het oog verloren worden. Ook lukt het ouders op deze momenten niet altijd om afspraken na te komen. Uiteindelijk is het in overleg met beide ouders toch gelukt om het SCHIP-traject door te zetten. Dat is knap. De GI ziet twee ouders die zich inzetten en ook dingen bespreekbaar durven te maken. De GI heeft de indruk dat het met de kinderen ook beter lijkt te gaan. [minderjarige 3] lijkt minder last te hebben van spanningen en lijkt zich meer uit te durven spreken. [minderjarige 2] heeft speltherapie afgerond. Met [minderjarige 1] lijkt het ook beter te gaan. De GI vindt het belangrijk dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd, zodat de voortgang van het SCHIP-traject nauwkeurig door de GI kan worden gemonitord. Indien blijkt dat voortzetting van het SCHIP-traject toch te veel spanningen oproept, dan zal de GI met de ouders opnieuw om de tafel gaan om te kijken of bijvoorbeeld parallel ouderschap passender is. De GI herkent verder de zorgen die door de ouders over en weer worden geuit. Er zijn over en weer zorgen, waarin het hele systeem een rol lijkt te spelen. De GI schakelt hierover met de begeleiders van SCHIP, maar ook met de IPT’ers. Bij acute onveiligheid wordt daarop door de GI gehandeld. De GI voert hier strakke regie op.\n\n4.2.. Door en namens de vader is aangegeven dat hij instemt met een verlenging van de ondertoezichtstelling. Hij merkt dat er sprake is van een verbetering in de communicatie met de moeder, maar dat er nog wel veel winst te behalen is. Ook voor de kinderen is het belangrijk dat de ondertoezichtstelling doorloopt en dat er iemand is bij wie zij hun verhaal kwijt kunnen. Voor de vader voelt het wel dubbel. De hulpverlening is belastend en uitputtend, maar tegelijkertijd is de vader bang dat als de ondertoezichtstelling weg zou vallen de ouders terugvallen in oude patronen. Daarnaast heeft de vader, net als de moeder, zorgen, maar voelt hij zich niet gehoord. Het blijft moeilijk om die zorgen bespreekbaar te maken, terwijl die ruimte er wel zou moeten zijn. De vader hoopt dat daar iets mee wordt gedaan, zodat de ouders elkaar minder wantrouwend bekijken. De vader is blij dat het SCHIP-traject, dat zich nu in fase drie bevindt, wordt doorgezet. Hoewel de situatie nog pril is, worden er wel kleine stappen gezet. De vader hoopt dat deze lijn kan worden voortgezet. De kinderen ervaren meer rust nu. De vader merkt dat het beter met de kinderen gaat, zowel thuis als op school. Ook merkt de vader het aan de kinderen dat het bij de moeder thuis goed gaat.\n\n4.3.. Door en namens de moeder is naar voren gebracht dat ook zij instemt met een verlening van de ondertoezichtstelling. De situatie voor de kinderen lijkt iets stabieler te zijn. De kinderen genieten nu zichtbaar. Tegelijkertijd spelen er nog veel zaken waar de kinderen last van hebben. Het is duidelijk dat de kinderen nog klem zitten. Daarnaast is de echtscheidingsprocedure nog niet afgewikkeld. De moeder geeft regelmatig aan dat zij zich bij het SCHIP-traject niet prettig voelt. Voor haar is het lastig dat zij van verschillende professionals – de moeder heeft ook zelf een psycholoog – verschillende informatie krijgt over wat werkend is en wat niet. De moeder mist in de hulpverlening dat er weinig wordt gekeken naar de onderstromen die spelen, zoals de rol van opa en oma vaderszijde. Zij maakt zich zorgen over een aantal zaken, maar naar haar gevoel wordt daar niets mee gedaan. De moeder heeft dit bij SCHIP neergelegd, maar het wordt niet opgepakt. De moeder voelt zich daarin niet gehoord. Dit heeft volgens haar gevolgen voor de stappen die (kunnen) worden gezet. Het onderscheid tussen waar de ene ouder zich wel en niet mee mag bemoeien is lastig.\n\n4.4.. \n [minderjarige 3] heeft verteld dat het goed met hem gaat. De situatie is rustiger geworden. Hij vindt het zowel bij papa thuis als bij mama thuis gezellig. [minderjarige 3] vindt het fijn dat zijn ouders iets tegen elkaar zeggen bij het wisselen en dat ze zijn wens dat ze cadeaus voor elkaar kopen met moeder- en vaderdag bij moederdag zijn nagekomen. Ook is [minderjarige 3] blij dat zijn ouders samen naar een schoolgesprek zijn geweest. [minderjarige 3] vindt het goed als de GI langer betrokken blijft. Ook vindt hij de gesprekken met [persoon] (de kindbehartiger) op zich wel fijn. Vragen over vroeger vindt hij soms lastig. Wel maakt [minderjarige 3] zich zorgen over of hij van school moet wisselen. Hij zou graag willen weten of hij op zijn huidige school blijft of naar een andere school moet.\n\n5. De beoordeling\n\n5.1.. Op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat het verzoek van de GI dient te worden toegewezen nu voldaan wordt aan de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling.Dit betekent dat het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling zal worden toegewezen voor de duur van één jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.\n\n5.2.. Uit de overgelegde stukken en dat wat is besproken ter zitting is gebleken dat het inmiddels beter met de kinderen gaat. Ze doen het goed, zowel thuis bij beide ouders als op school. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat er ook nog steeds zorgen zijn over de ontwikkeling van de kinderen. Die zorgen hebben vooral nog te maken met de manier waarop de ouders met elkaar communiceren, het onderlinge wantrouwen tussen de ouders en de onderstromen die kennelijk een rol spelen en waar vooralsnog onvoldoende aandacht voor lijkt te zijn geweest. De kinderrechter kan zich goed voorstellen dat de betrokken hulpverlening – op dit moment is dat SCHIP en IPT voor de ouders en een kindbehartiger voor de kinderen – door de ouders als veel wordt ervaren, zeker in combinatie met de eerdere hulpverlening aan de ouders en de kinderen. De kinderechter vindt het echter wel belangrijk dat deze hulpverlening ook komende tijd door blijft lopen. De ouders zijn op de goede weg, maar de situatie is nog niet stabiel en voldoende duurzaam. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald en er spelen nog te veel dingen om de ondertoezichtstelling nu af te kunnen sluiten. Daarom vindt de kinderrechter voortzetting van de betrokkenheid van de GI ook komend jaar nodig. In deze periode is het belangrijk dat de ouders door middel van SCHIP-therapie verder werken aan hun onderlinge communicatie. De ouders moeten daarbij de ruimte ervaren om hun zorgen bespreekbaar te maken. Ook de onderstromen die kennelijk een rol spelen moeten serieus genomen worden. Daarnaast is voortzetting van de gesprekken met de kinderen door de kindbehartiger noodzakelijk. Duidelijk moet worden hoe bepaalde verhalen bij de kinderen terecht komen en wat er bij de kinderen speelt, zodat uiteindelijk de misverstanden die er zijn uit de wereld geholpen kunnen worden. Mogelijk dat te zijner tijd, wanneer de situatie stabieler is, ook blijkt dat er aanvullende hulpverlening voor de kinderen dient te worden ingezet. Het is aan de GI om daar dan naar te handelen. Verder hoopt de kinderrechter dat er voor de ouders en de kinderen op korte termijn duidelijkheid komt in de echtscheidingsprocedure. Dit zal ook bijdragen aan de rust voor iedereen, maar vooral voor [minderjarige 3] die zich in het kindgesprek hier nadrukkelijk over heeft uitgesproken.\n\n5.3.. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.\n\n6. De beslissing\n\nDe kinderrechter:\n\n6.1.. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 27 mei 2027;6.2.. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.\n\nDeze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026 door mr. Zuijdweg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars als griffier, en op schrift gesteld op 2 juni 2026.\n\nTegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:\n\ndegenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;\n\nandere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.\n\n Artikel 1:260 BW.","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5463","2026-06-21T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:28:38.981Z",{"id":34,"ecli":35,"slug":36,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":37,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":38,"sourceTimestamp":39,"parsedAt":31,"updatedAt":40},"1821","ECLI:NL:RBZWB:2026:5336","ecli-nl-rbzwb-2026-5336","RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie Middelburg\n\nZaaknummer: C\u002F02\u002F448079 \u002F FA RK 26-2439\n\nDatum uitspraak: 18 mei 2026\n\nBeschikking voortzetting crisismaatregel\n\nop het verzoek van de officier van justitie voor\n\n [betrokkene],\n\ngeboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats],\n\nhierna te noemen betrokkene,\n\nwonend in [plaats],\n\nadvocaat mr. W. van der Sande uit Goes.\n\n1. Het verloop van de procedure\n\n1.1.. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:\n\nhet verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 mei 2026;\n\nhet e-mailbericht van [accommodatie] van 15 mei 2026 met bijlage.\n\n1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:\n\nbetrokkene, bijgestaan door haar advocaat;\n\nde heer [naam 1], behandelaar;\n\nmevrouw [naam 2], verpleegkundige;\n\nde partner van betrokkene.\n\n2. Wat vaststaat\n\n2.1.. Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie]. De burgemeester van de gemeente Goes heeft de crisismaatregel op 12 mei 2026 afgegeven.\n\n3. Het verzoek\n\n3.1.. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.\n\n4. De standpunten\n\n4.1.. Betrokkene stelt dat het beter gaat met haar. Ze krijgt momenteel medicatie, maar als ze dit niet meer wil, hoeft ze het niet meer te nemen. Er is geen directe aanleiding geweest voor haar terugval en betrokkene wil dan ook graag weer naar huis.\n\n4.2.. De advocaat stelt dat het verzoek primair moet worden afgewezen. Betrokkene wil naar huis en wil geen medicatie meer nemen. Hiernaast heeft ze een zelfbindingsverklaring waarin wordt vermeld dat ze opgenomen wil worden en medicatie wil ontvangen op het moment dat het noodzakelijk is. Subsidiair kan het verzoek worden toegewezen met de vormen van verplichte zorg zoals de behandelaar tijdens de zitting noodzakelijk heeft geacht.\n\n4.3.. De behandelaar stelt dat betrokkene een katatoon beeld liet zien toen ze werd ogenomen. Er is medicatie gestart en sindsdien is dit beeld verbeterd. Echter is het ziektebesef en het ziekte-inzicht nog zeer beperkt. Ook is betrokkene nog erg zorgbehoeftig; er is bijna één op één begeleiding nodig. Echter wil betrokkene niet opgenomen zijn en neemt ze liever haar medicatie niet in. Haar medicatie neemt ze momenteel onder dwang. Opname in een klinische setting is momenteel nog noodzakelijk. Voor wat betreft de vormen van verplichte zorg zijn alleen de vormen ‘het toedienen van medicatie’, ‘het verrichten van medische controles’, ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘het opnemen in een accommodatie’ noodzakelijk. De overige vormen zijn niet nodig. Betrokkene heeft een zelfbindingsverklaring, maar omdat er (soms actief) verzet is, kan hier momenteel geen gebruik van worden gemaakt.\n\n4.4.. De verpleegkundige stelt dat de zelfzorg van betrokkene iets is verbeterd ten opzichte van toen ze net werd opgenomen. Ze krijgt ook lorazepam en dit werkt goed voor haar.\n\n4.5.. De partner van betrokkene heeft aangegeven dat hij het niet ziet zitten als betrokkene op dit moment naar huis komt. Ze heeft op bepaalde momenten medicatie nodig en dit kan haar niet altijd op de juiste momenten in de thuissituatie geboden worden. Zonder medicatie gaat het niet goed met betrokkene.\n\n5. De beoordeling\n\n5.1.. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.\n\n5.2.. Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:\n\n- ernstig lichamelijk letsel;\n\n- ernstige psychische schade;\n\n- ernstige verwaarlozing;\n\n- maatschappelijke teloorgang;\n\n- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.\n\n5.3.. Sinds ongeveer vier weken is er sprake van een terugval in klachten bij betrokkene; ze spendeert uren voor de kledingkast waarbij zij repetitieve, niet doelgerichte handelingen uitvoert om haar kledingkast op orde te maken. Ze kwam niet meer uit de woning en deed dwanghandelingen, waarbij ze vergeet te eten en te drinken. Onder dwang van haar partner neemt zij minimaal eten en drinken tot zich, waardoor ze enkele kilo’s is afgevallen. Daarnaast slaapt betrokkene nauwelijks en put ze zichzelf uit. De thuissituatie is voor zowel haar als de partner niet meer houdbaar.5.4.. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit psychische stoornissen. Betrokkene heeft namelijk neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), depressieve-stemmingsstoornissen en overige DSM-5 stoornissen.\n\n5.5.. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.\n\n5.6.. De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:\n\n- het toedienen van medicatie;\n\n- het verrichten van medische controles;\n\n- het beperken van de bewegingsvrijheid;\n\n- opnemen in een accommodatie.\n\n5.7.. De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.\n\n5.8.. Betrokkene verzet zich tegen de zorg.\n\n5.9.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.\n\n6. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\n6.1.. verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;\n\n6.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 juni 2026;\n\n6.3.. wijst af het meer of anders verzochte.\n\nDeze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 1 juni 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5336","2026-06-18T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:29:40.435Z",{"id":42,"ecli":43,"slug":44,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":45,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":46,"sourceTimestamp":39,"parsedAt":31,"updatedAt":47},"1126","ECLI:NL:RBZWB:2026:5329","ecli-nl-rbzwb-2026-5329","RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie Middelburg\n\nZaaknummer: C\u002F02\u002F447752 \u002F FA RK 26-2262\n\nDatum uitspraak: 18 mei 2026\n\nBeschikking rechterlijke machtiging\n\nop het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor\n\n [betrokkene],\n\ngeboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen betrokkene,\n\nwonend in [plaats] ,\n\nadvocaat mr. J.E.S. de Rechter uit Hulst.\n\n1. Het verloop van de procedure\n\n1.1.. \n\nDe rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:\n\n- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 april 2026.\n\n1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:\n\nbetrokkene, bijgestaan door haar advocaat;\n\nmevrouw [persoon 1] , casemanager;\n\nde heer [persoon 2] , huisarts.\n\nOok aanwezig, maar niet gehoord is:\n\n- de heer [persoon 3] , partner van betrokkene.\n\n2. Het verzoek\n\n2.1.. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.\n\n3. De standpunten\n\n3.1.. Betrokkene stelt dat ze niet wil worden opgenomen. Ze kan makkelijk alleen thuis zijn.\n\n3.2.. De advocaat stelt dat betrokkene wil dat het verzoek wordt afgewezen. Echter hoort de advocaat ook de zorgen en om die reden refereert ze zich aan het oordeel van de rechtbank.\n\n3.3.. De casemanager voert aan dat het thuis onhoudbaar wordt, met name voor de partner van betrokkene. Hij werkt fulltime, maar draagt ook de volledige zorg voor betrokkene. Op het moment dat de partner niet thuis is, zijn er zo veel als mogelijk zorgmomenten gepland. Echter weigert betrokkene deze zorg in toenemende mate; ze doet de deur niet open of ze wordt erg boos. Betrokkene kan echter niet alleen zijn. Ze gaat erg hard achteruit, is onder meer slecht ter been, is incontinent en kan niet alleen naar het toilet, ze gaat zonder jas naar buiten en dwaalt dagelijks over straat waarna ze haar woning niet meer terug kan vinden. Er is van alles geprobeerd, zoals de inzet van een psycholoog, dagopvang en medicatie, maar dit is niet voldoende om de situatie te verbeteren.\n\n3.4.. De huisarts stelt dat zowel Haldol als Risperidon is ingezet. Hier reageerde betrokkene niet goed op. Ook weigert ze haar medewerking te verlenen, is ze enorm achterdochtig en reageert ze boos.\n\n4. De beoordeling\n\n4.1.. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.\n\n4.2.. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk Young-onset Alzheimer.\n\n4.3.. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:\n\n- ernstig lichamelijk letsel;\n\n- ernstige psychische schade;\n\n- ernstige verwaarlozing;\n\n- maatschappelijke teloorgang;\n\n- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.\n\n4.4.. Gebleken is dat betrokkene in toenemende mate aan het dwalen is. Betrokkene heeft geen inzicht meer in verkeersregels, waardoor het dwalen ook gevaarlijk is. Hierbij kan ze bevuilt of deels ontbloot rondlopen, weet ze de weg naar huis niet meer te vinden of herkent haar huis niet meer. Ook heeft betrokkene zich de afgelopen periode meerdere malen buitengesloten. Hiernaast is er sprake van een verhoogd risico op valincidenten, mede door knieklachten en doordat betrokkene te groot schoeisel aandoet en hierin niet te corrigeren is. Ook is betrokkene incontinent van urine en ontlasting en kan ze zichzelf niet adequaat verschonen. Ze eet en drinkt zelfstandig niets; ze moet hierin gestuurd worden door haar partner. Inmiddels wordt betrokkene volledig door haar partner verzorgd, omdat ze dit niet meer zelf kan. De partner is nog fulltime werkzaam en heeft al veel verzuimd door mantelzorgtaken. De thuiszorg is inmiddels gestopt; dit leidde tot meer onrust en agitatie bij betrokkene. Ze kan namelijk met agitatie en agressie reageren op zorgverleners, bezorgers, maar ook op haar partner. De thuissituatie is voor zowel betrokkene als haar partner onhoudbaar geworden.\n\n4.5.. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Ondanks uitgebreide inzet van formele en informele zorgverleners is thuis wonen met vergevorderde dementie niet langer haalbaar. Het dwaalgedrag, decorumverlies, onvermogen tot alarmeren, agitatie, onveilig handelen en weigeren van zorg maakt dat een opname noodzakelijk is geworden. Betrokkene heeft behoefte aan 24 uur per dag passende zorg, structurering en begeleiding binnen een veilige woonomgeving met zorg in nabijheid. Deze zorg kan een in een Wzd-accommodatie geboden worden. Betrokkene reageert vanuit onbegrip en angst met geagiteerd gedrag en verzet. Het geagiteerde gedrag is dagelijks en meerdere malen per dag aanwezig, vooral in situaties die betrokkene door haar dementie niet begrijpt, maar soms ook zonder duidelijke aanleiding, waardoor betrokkene onvoorspelbaar is.\n\n4.6.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Deze zijn al geprobeerd (door de inzet van medicatie, dagbehandeling en thuiszorg) zonder of met averechts effect. Er sprake is van een vergevorderde dementie, waardoor ambulante zorg niet meer goed te bieden is en ook niet uit te breiden is.\n\n5. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\n5.1.. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] ;\n\n5.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 november 2026.\n\nDeze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 1 juni 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5329","2026-07-13T00:29:05.434Z",1,20]