[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-rotterdam-compulsory-care-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":20,"total":16,"page":39,"limit":40},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},61,"Rotterdam","nl","rotterdam",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},56,"compulsory-care-nl","Compulsory Care","NL","2026-07-08T16:54:05.500Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":19},2,{"min":18,"max":18},"2026-04-07T00:00:00.000Z",[],[21,32],{"id":22,"ecli":23,"slug":24,"caseNumber":25,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":26,"summary":25,"language":7,"source":27,"sourceUrl":28,"sourceTimestamp":29,"parsedAt":30,"updatedAt":31},"1845","ECLI:NL:RBROT:2026:7852","ecli-nl-rbrot-2026-7852","","Rechtbank Rotterdam\n\nTeam straf 2\n\nParketnummer: 10\u002F700023-20\n\nDatum uitspraak: 7 april 2026\n\nBeslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:\n\n [ter beschikking gestelde](de ter beschikking gestelde),\n\ngeboren op [geboorteland] op [geboortedatum] 1985,\n\nverblijvende in [tbs kliniek] te [plaats 1] (de instelling),\n\nraadsman mr. J.J. Lieftink, advocaat te Amsterdam.1. Inleiding\n\nBij arrest van het gerechtshof Den Haag van 15 maart 2024 is de terbeschikkingstelling van [ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.\n\nDe terbeschikkingstelling is gelast ter zake van poging tot doodslag, meermalen gepleegd. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 5 april 2024.2. Procesverloop\n\nDe rechtbank heeft op 19 februari 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.\n\nDe vordering is op de openbare terechtzitting van 7 april 2026 behandeld. De officier van justitie mr. E. ter Braak, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman, en als deskundige [deskundige] , werkzaam bij de instelling, zijn gehoord.3. Adviezen\n\nAdvies instelling\n\nDe instelling adviseert in het rapport, gedateerd 26 januari 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.\n\nBij de ter beschikking gestelde is sprake van een licht verstandelijke beperking, persoonlijkheidsproblematiek met antisociale kenmerken en verslavingsproblematiek.\n\nHet recidiverisico in geval van onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling wordt ingeschat als hoog en matig tot hoog bij voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.\n\nDe ter beschikking gestelde bevindt zich in de delictgerelateerde behandeling, begeleide verloven zijn opgestart en hij laat geruime periode zien goed in behandeling te zijn, voldoende openheid te geven en adequate coping in te zetten. Hij is gebaat bij duidelijkheid en een aantal steunfiguren, waar hij zich veilig bij voelt en zaken mee deelt. De risicofactoren zijn in de huidige context verminderd actueel. In de huidige situatie lijkt een verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging nog steeds vereist, echter gericht op (stapsgewijze) uitbreiding van vrijheden en resocialisatie, aansluitend bij het lage niveau van emotioneel functioneren en beperkte cognitieve capaciteiten. In het verleden, binnen de eerste tbs-behandeling, is gebleken dat hij in zijn resocialisatie in eerste instantie aan de oppervlakte stabiel blijft functioneren. Echter, onderliggend is er sprake van het mijden van zorg, het ontbreken van openheid, zich niet houden aan afspraken en drugsgebruik, uiteindelijk leidend tot een ernstig recidive en een tweede tbs-oplegging.\n\nHij heeft laten zien dat hij geen middelen gebruikt en de afgelopen periode is er geen\n\nsprake van (fysieke) agressie geweest. Wel blijven het geringe oplossend vermogen en\n\nwantrouwen naar de omgeving belangrijke factoren waar aandacht voor moet zijn gedurende het traject. Zijn valkuil is om situaties negatief in te kleuren, wat kan leiden tot\n\nmoeilijkheden in de samenwerking. Een actieve en presente benadering is hierin helpend\n\ngebleken en noodzakelijk voor het verdere verloop van de behandeling. Er zal verder aandacht worden gegeven aan het bestendigen van arbeidsvaardigheden, een zinvolle daginvulling, het omgaan met stress en spanning en het inzetten en bestendigen van adequate copingvaardigheden. De huidige context waarin hij verblijft is beschermend, maar minder noodzakelijk om terugvallen in probleemgedrag, zoals agressie en middelengebruik te voorkomen. Het behandelteam is daarom voornemens om op termijn stappen te zetten richting onbegeleid verlof en vervolgens richting uitstroom te werken. De komende periode zal de behandeling van de ter beschikking gestelde zich hierop richten.\n\nOp de terechtzitting gegeven advies\n\nDe deskundige [deskundige] , als GZ-psycholoog verbonden aan de instelling, heeft het verlengingsadvies op de zitting toegelicht. Zij heeft onder meer verklaard – zakelijk weergegeven – dat voortzetting van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging nog is vereist, mede gelet op de ernst van het indexdelict, en zij niet verwacht dat over een jaar al kan worden gedacht aan voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Het is volgens haar een te grote stap om vanuit begeleid verlof toe te werken naar voorwaardelijke beëindiging. Zij acht meerdere tussenstappen nodig. De koers is dat hij onbegeleid verlof zal krijgen en vervolgens richting uitstroom zal worden gewerkt. Hij is recent overgegaan naar de uitstroomafdeling en het gaat daar goed. Op 13 april 2026 zal onbegeleid verlof worden aangevraagd. De instelling vindt het belangrijk dat daarna transmuraal verlof zal volgen en hij van daaruit naar begeleid wonen gaat. Hij wil echter geen transmuraal verlof. Een andere mogelijkheid is dat hij naar een woning op het terrein van de instelling gaat. Er is daarvoor wel een wachtlijst, maar als er vanuit de instelling urgentie wordt gevraagd, kan dat wel worden versneld. Hij zou dan vanuit begeleid wonen kunnen doorstromen naar een zelfstandige woning. Het is van belang dat deze stappen gecontroleerd worden gezet om hem goed te laten uitstromen, zeker omdat dit zijn tweede tbs-behandeling betreft en hij tijdens zijn eerste tbs-behandeling na lange tijd te zijn behandeld opnieuw de keuze heeft gemaakt om een delict te plegen. Dat is gebeurd toen hij terug was gegaan naar [plaats 2] , waar zijn oude vrienden zijn. Tijdens die tbs-behandeling is ook gebleken dat hij ‘onder water’ dingen bleef doen, zoals het in verkeerde milieus en in een verkeerde woning verblijven. Het zou kunnen zijn dat er toen een bepaalde mate van schijnaanpassing is geweest. Ook nu is hij niet altijd open. Soms is hij het ergens niet mee eens, maar zegt hij dat niet. De inschatting is dat hij ook wel beïnvloedbaar is. De inschatting is daarnaast dat als er meer ruimte in zijn leven komt, er ook meer uitdagingen komen. Het mooie van deze terbeschikkingstelling is dat hij nu wel echt ervaart dat het verstandig is om een bepaalde verbinding met iemand aan te gaan. Dat heeft hij nu gedaan met de therapeut en hij ziet in dat het verstandig is om dat ook te doen met de behandelaren in de instelling en daarnaast contact met familie op te bouwen. Hij wil in [plaats 1] blijven. Dat is belangrijk, want dan is er minder risico dat hij opnieuw de fout gaat, omdat hij daar geen oude vrienden heeft en daar wel familieleden van hem wonen.\n\nDe deskundige blijft gelet hierop bij het advies tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren. Wel schat zij in dat over twee jaren mogelijk aan voorwaardelijke beëidinging van de dwangverpleging kan worden, als het blijft gaan zoals het nu gaat. Daarvoor is het ook wel nodig dat het contact met de reclassering tegen die tijd al wordt opgebouwd.4. Standpunt van partijen\n\nStandpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren.\n\nStandpunt van de ter beschikking gestelde\n\nDe ter beschikking gestelde en de raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren. De raadsman heeft opgemerkt dat de ter beschikking gestelde in korte tijd al veel stappen heeft weten te zetten en het is mooi dat de instelling daaraan heeft meegewerkt en dus ook snelheid betracht. Er is door de deskundige een heel reëel tijdspad geschetst voor het vervolgtraject en het is goed om in die twee jaar in rust toe te werken naar een voorwaardelijke beëindiging.5. Beoordeling\n\nOp grond van het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:\n\n- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en\u002Fof ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;\n\n- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.\n\nDe rechtbank ziet dat de terbeschikking gestelde zich goed inzet en hij snel stappen heeft gezet in de behandeling. Het is van belang dat hij ditmaal goed uitstroomt en niet opnieuw zal recidiveren. Daarvoor is het van belang dat de vervolgstappen gecontroleerd worden gezet. Als alles goed blijft gaan is het de verwachting dat in deze periode zal worden toegewerkt naar voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Daarvoor is wel van belang dat de ter beschikking gestelde ook de openheid zal geven die nodig is.\n\n6. Beslissing\n\nDe rechtbank:\n\nverlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met2 (twee)jaren.\n\nDeze beslissing is genomen door:\n\nmr. W.A.F. Damen, voorzitter,\n\nen mrs. J. van de Klashorst en E. Kranendonk, rechters,\n\nin tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier,\n\nen uitgesproken op de openbare terechtzitting.\n\nDe oudste rechter, de jongste rechter en griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.\n\nTegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7852","2026-07-03T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:29:41.657Z",{"id":33,"ecli":34,"slug":35,"caseNumber":25,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":36,"summary":25,"language":7,"source":27,"sourceUrl":37,"sourceTimestamp":29,"parsedAt":30,"updatedAt":38},"1846","ECLI:NL:RBROT:2026:7853","ecli-nl-rbrot-2026-7853","Rechtbank Rotterdam\n\nTeam straf 2\n\nParketnummer: 10\u002F267714-21\n\nDatum uitspraak: 7 april 2026\n\nBeslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:\n\n [ter beschikking gestelde](de ter beschikking gestelde),\n\ngeboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,\n\nverblijvende in [tbs kliniek 1] te [locatie] (hierna ook: de instelling),\n\nraadsvrouw mr. L. Schouten, advocaat te Amsterdam.1. Inleiding\n\nBij vonnis van deze rechtbank van 29 maart 2022 is de terbeschikkingstelling van [ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.\n\nDe terbeschikkingstelling is gelast ter zake van poging tot zware mishandeling. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 30 maart 2022.\n\nBij beslissing van deze rechtbank van 13 maart 2024 is de terbeschikkingstelling verlengd met twee jaar.2. Procesverloop\n\nDe rechtbank heeft op 19 februari 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.\n\nDe vordering is op de openbare terechtzitting van 7 april 2026 behandeld. De officier van justitie mr. E. ter Braak, de ter beschikking gestelde (via videoverbinding), bijgestaan door zijn raadsvrouw, en als deskundige [deskundige] , werkzaam bij de instelling, zijn gehoord.3. Adviezen\n\nAdvies instelling\n\nDe instelling adviseert in het rapport, gedateerd 17 februari 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.\n\nDe ter beschikking gestelde is op 10 november 2025 vanuit [tbs kliniek 2] overgeplaatst naar [tbs kliniek 1] voor een tweede behandelpoging. Aanleiding hiervoor was een incident op 18 september 2025 waarbij hij naar eigen zeggen een telefoon van een medepatiënt zou hebben gebruikt om kinderporno te downloaden en te bekijken. Als gevolg van dit incident was het voor hem niet meer veilig om onder medepatiënten in de instelling te verblijven, waardoor een duurzame behandeling niet meer mogelijk was.\n\nIn [tbs kliniek 2] is na psychologisch onderzoek geconcludeerd dat bij de ter beschikking gestelde sprake is van een autismespectrumstoornis, een anders gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline trekken, een stoornis in cannabisgebruik (matig tot ernstig) en een stoornis in alcoholgebruik (matig en in remissie in een gereguleerde omgeving). De in het verleden gestelde diagnose ADHD is verworpen, omdat het hyperactieve en impulsieve gedrag van de ter beschikking gestelde tevens kan worden verklaard vanuit de gestelde stoornissen en het psychologisch onderzoek onvoldoende aanwijzingen opleverde voor deze diagnose.\n\nIn [tbs kliniek 1] wordt na onderzoek een aanpassing van de diagnostiek overwogen. Zo worden er vragen gesteld bij de verworpen ADHD-diagnose, gezien het hyperactieve en impulsieve gedrag van de ter beschikking gestelde wat op de voorgrond staat. Verder wordt ook gezien dat sprake is van seksuele problematiek bij de ter beschikking gestelde. Hij heeft in gesprekken aangegeven last te hebben van agressieve en seksuele fantasieën. Hij worstelt met zijn seksualiteit en identiteit en heeft moeite met het aangeven van grenzen en het respecteren van andermans grenzen vanuit zijn problematiek. Gelet op hetgeen daarover is geconcludeerd in het rapport van [psychiater] , zal ook nog worden onderzocht of sprake is van een parafiele stoornis.\n\nHet recidiverisico in geval van onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling en voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging is hoog. Bij volledig verval van zorg en toezicht is het risico op terugval in gewelddadig gedrag matig tot hoog. Er zijn dan weinig beschermende factoren, omdat die dan grotendeels wegvallen. Het risicomanagement verloopt voorlopig vooral extern. De ter beschikking gestelde heeft zonder toezicht en structuur beperkte zelfcontrole. Als zorg wegvalt, neemt het risico op destabilisatie toe. Er bestaat een grote kans dat hij zonder externe sturing terugvalt in disfunctionele coping (zoals middelengebruik, zich sociaal terugtrekken en agressie). Hij is bovendien sterk gevoelig voor negatieve invloeden van anderen. Naarmate spanningen toenemen, neigt hij steeds sterker naar (seksueel) agressieve fantasieën en impulsief gedrag. Er is sprake van verhoogde impulsiviteit en de copingvaardigheden zijn onvoldoende toereikend, waarmee de kans op nieuw gewelddadig delictgedrag sterk aanwezig is en ook het risico op seksueel recidive toeneemt.\n\nDe verwachting is dat het behandel- en resocialisatietraject van de ter beschikking gestelde nog enkele jaren in beslag zal nemen, ook omdat de huidige tweede behandelpoging nog in de kinderschoenen staat. Door de overplaatsing naar [tbs kliniek 1] zal de koers opnieuw moeten worden bepaald en de hierbij bijbehorende prognose. Via begeleid-, onbegeleid- en transmuraal verlof zal hij mogelijk kunnen doorstromen\n\nnaar een FPA waar hij wederom fases zal moeten doorlopen, om vervolgens te kunnen worden geplaatst op een beschermd wonen voorziening.\n\nAdvies psychiater\n\n [psychiater] adviseert in het rapport, gedateerd 20 december 2025, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.\n\nAnders dan de instelling expliciteert de psychiater de seksuele problematiek van de ter beschikking gestelde binnen de DSM-classificatie, als een (mogelijk) met de autismespectrumstoornis samenhangende ongespecificeerde parafiele stoornis, waarbij men gaandeweg het behandeltraject wellicht tot een meer gespecificeerde classificatie zou kunnen komen.\n\nAdvies psycholoog\n\n [psycholoog] adviseert in het rapport, gedateerd 26 januari 2026, de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.\n\nOok de psycholoog classificeert de seksuele problematiek als een ongespecificeerde parafiele stoornis. Hij doet geen uitspraken over het risico op seksueel agressieve delicten, omdat het geen indexdelict betreft en omdat hij over onvoldoende valide informatie beschikt om het instrument voor het inschatten van dit risico te scoren.\n\nOp de terechtzitting gegeven advies\n\n [deskundige] , als verpleegkundig specialist GGZ en hoofd behandeling verbonden aan de instelling, heeft het verlengingsadvies op de zitting toegelicht. Zij heeft onder meer verklaard – zakelijk weergegeven – dat de instelling de parafilie ziet vanuit de autismespectrumstoornis van de ter beschikking gestelde. In de behandeling moet meer\n\ninzicht worden verkregen in zijn seksuele problematiek en de oorzaken voor zijn gewelddadige gedrag en seksuele problematiek. Dit is ook nodig om in te kunnen schatten of het alleen blijft bij gedachten en waar het mogelijk kan leiden tot handelen. Er is gestart met medicatie om zijn seksuele gedachten te remmen. De hoop is dat dat effect heeft,dat hij dan ook vaardigheden kan gaan aanleren en dat er meer intrinsieke motivatie zal volgen. Dat wordt nu ook al bij de ter beschikking gestelde gezien. Zij is positief over hoe hij de tweede behandelpoging is gestart. Voor het indienen van de aanvraag voor begeleid verlof moest worden afgewacht wat met de aangifte met betrekking tot het incident in [tbs kliniek 2] zou worden gedaan. Nu de officier van justitie op de zitting heeft opgemerkt dat deze zaak is geseponeerd, omdat er geen kinderporno op de telefoon is aangetroffen, kan deze aanvraag worden ingediend.4. Standpunt van partijen\n\nStandpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren.\n\nStandpunt van de ter beschikking gestelde\n\nDe ter beschikking gestelde en de raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren.5. Beoordeling\n\nOp grond van de adviezen van de instelling, de psychiater en de psycholoog en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:\n\n- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en\u002Fof ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;\n\n- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.\n\nDe totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.6. Beslissing\n\nDe rechtbank:\n\nverlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met2 (twee)jaren.\n\nDeze beslissing is genomen door:\n\nmr. W.A.F. Damen, voorzitter,\n\nen mrs. J. van de Klashorst en J.C. Rous, rechters,\n\nin tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier,\n\nen uitgesproken op de openbare terechtzitting.\n\nDe griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.\n\nTegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7853","2026-07-13T00:29:41.698Z",1,20]