[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-utrecht-theft-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":21,"total":16,"page":40,"limit":41},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},63,"Utrecht","nl","utrecht",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},107,"theft-nl","Theft","NL","2026-07-08T16:56:56.553Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":20},2,{"min":18,"max":19},"2023-02-06T00:00:00.000Z","2023-09-20T00:00:00.000Z",[],[22,33],{"id":23,"ecli":24,"slug":25,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":19,"fullText":27,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":29,"sourceTimestamp":30,"parsedAt":31,"updatedAt":32},"1074","ECLI:NL:RBMNE:2023:7832","ecli-nl-rbmne-2023-7832","","RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND\n\nStrafrecht\n\nZittingsplaats Utrecht\n\nParketnummers: 16\u002F137676-23 (P); 21-004330-19 en 96-328212-20 (vord. TUL)\n\nVonnis van de meervoudige kamer van 20 september 2023\n\nin de strafzaak tegen\n\n [verdachte] ,\n\ngeboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,\n\nwonende op de [adres 1] , [postcode] [woonplaats] , thans gedetineerd te Justitieel Complex [locatie] te [plaats] ,\n\nhierna: verdachte.1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING\n\nDit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 september 2023.\n\nDe rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. S. Mirshahi en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. M.H.H. Meulemeesters, advocaat te Zeist, naar voren hebben gebracht.2. TENLASTELEGGING\n\nDe tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.\n\nDe verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:\n\nFeit 1op 23 februari 2023 te Eemnes heeft geprobeerd om goederen te stelen van [aangever 1] , [aangever 2] en\u002Fof [aangever 3] in een woning aan de [adres 2] door middel van braak, verbreking, inklimming en\u002Fof valse sleutel;\n\nFeit 2primairop 13 februari 2023 te Baarn samen met (een) ander(en) in een woning aan de [adres 3] een of meerdere sieraden heeft gestolen van [aangever 4] en\u002Fof [aangever 5] door middel van braak, verbreking en\u002Fof inklimming;\n\nsubsidiairop 13 februari 2023 te Baarn opzettelijk een ruit heeft vernield van [aangever 4] en\u002Fof [aangever 5] ;\n\nFeit 3primairin de periode van 5 mei 2022 tot en met 27 februari 2023 te Baarn een hoeveelheid benzine van [bedrijf] heeft gestolen;\n\nsubsidiairin de periode van 5 mei 2022 tot en met 27 februari 2023 te Baarn een hoeveelheid benzine van [bedrijf] heeft verduisterd.3. VOORVRAGEN\n\nDe dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.4. WAARDERING VAN HET BEWIJS\n\n4.1. \n\nHet standpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie acht het onder feit 1, feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie voert ten aanzien van feit 1 aan dat het verhaal van verdachte dat hij niet binnen is geweest ongeloofwaardig is, aangezien zijn DNA is aangetroffen op de binnenzijde van het raam. Over feit 3 stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat er sprake is van diefstal en niet van verduistering. Verdachte heeft opzet gehad op de weggenomen hoeveelheid benzine, omdat hij geen geld had ten tijde van het tanken maar ook niet binnen de 48 uur zoals voorgeschreven op het tanken zonder betalen formulier van het tankstation.\n\n4.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 3 primair ten laste gelegde. Hij voert aan dat verdachte niet de intentie heeft gehad om de benzine weg te nemen, waardoor er geen sprake is van diefstal. Verdachte is vaker bij het tankstation geweest en heeft daar zijn naam, geboortedatum, burgerservicenummer en e-mailadres achtergelaten. De raadsman refereert zich voor wat betreft de overige feiten aan het oordeel van de rechtbank.\n\n4.3. Het oordeel van de rechtbank\n\n4.3.1. Bewezenverklaring van het onder feit 1 ten laste gelegde\n\nBewijsmiddelen\n\nDe verklaring van verdachte ter terechtzitting\n\nOp 23 februari 2023 was ik bij de woning aan de [adres 2] te [plaats] . Ik was daar met het plan om in te breken. In de tuin heb ik een hamer gevonden.\n\nDe aangifte van [aangever 1]\n\nOp 23 februari 2023 kwam ik terug bij mijn woning aan de [adres 2] te [plaats] . Ik en mijn kleinkinderen zagen toen een man vanaf mijn woning, rechterzijde, wegrennen. Ik zag dat het badkamerraam ingeslagen was en er glas op de grond lag. In mijn slaapkamer waren laadjes opengemaakt. Ik zag dat er een hamer op mijn bed lag. Ik heb die daar niet neergelegd.\n\nEen proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] [plaats] )\n\nIk zag vanaf de oprit dat het raam rechts van de voordeur kapot was. Ik zag dat dit raam behoort bij de badkamer. Ik zag op de grond van de badkamer glasdelen liggen.Ik heb het handvat van de afsluithaak van het badkamerraam bemonsterd op de mogelijke\n\naanwezigheid van epitheel en de bemonstering veiliggesteld en gewaarmerkt (SIN: AAQD7193NL).\n\nIk zag dat in de slaapkamer, grenzend aan de badkamer, meerdere lades en kasten openstonden. Ik zag dat op het bed een hamer met houten steel lag. Ik heb de houten steel van de hamer bemonsterd op de mogelijke aanwezigheid van epitheel en de bemonstering veiliggesteld en gewaarmerkt (SIN: AAQD7194NL). In de sluitnaad aan de onderkant van het badkamerraam, onder het gat in het raam, zag ik een indrukspoor van een werktuig. Ik zag dat afmeting van het indrukspoor overeenkomstig was met de breedte van de kop van de hamer.\n\nEen deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek\n\nTabel 1 – Resultaat van het DNA-onderzoek\n\nBemonstering\n\nDNA-profiel\n\nMogelijke donor van celmateriaal\n\nHandvat afsluithaak binnenzijde badkamerraam AAQD7193NL\n\nDNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.\n\nHet DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek met het DNA-profiel van een persoon.\n\n [verdachte]\n\nBemonstering steel hamer AAQD7194NL\n\nDNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man.\n\nHet DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek met het DNA-profiel van een persoon.\n\n [verdachte]\n\nTabel 2 – DNA-profiel(en) opgenomen in de DNA-databank voor strafzaken\n\nSIN\n\nDatum vergelijking\n\nMogelijke donor van celmateriaal\n\nBemonstering steel hamer AAQD7194NL\n\n7 maart 2023\n\n [verdachte] RABC6826NL\n\nGeboren op [geboortedatum] 2000\n\nSKN 8962402\n\n4.3.2. Bewezenverklaring van het onder feit 2 primair ten laste gelegde\n\nVerdachte heeft het onder feit 2 primair ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:\n\nde verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 september 2023;\n\neen in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 20 februari 2023, genummerd PL0900-2023045632-3, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, inhoudende de verklaring van aangever [aangever 4] namens [aangever 5] , doorgenummerde pagina 13 tot en met 16 van proces-verbaal nr. PL0900-2023126247.\n\n4.3.3. Bewezenverklaring van het onder feit 3 primair ten laste gelegde\n\nBewijsmiddelen\n\nDe verklaring van verdachte ter terechtzitting\n\nIk heb op 5 mei 2022, 25 oktober 2022 en 27 februari 2023 getankt zonder te betalen bij [bedrijf] te Baarn . Ik had op het moment van tanken geen geld. Ik kreeg meestal aan het einde van de week op vrijdag geld. Ik heb niet binnen 48 uur betaald omdat ik er niet aan dacht of geen geld had.\n\nDe aangifte van [aangever 6] namens [bedrijf]\n\nPlaats delict: Baarn\n\nPleegdatum: Op 27 februari 2023\n\nMeneer heeft getankt, komt binnen en zegt geen pas bij te hebben. Er is een formulier ingevuld en hij heeft 48 uur de tijd gehad om te betalen, maar deze meneer blijkt achteraf een notoire wanbetaler te zijn! Er staan nog meerdere facturen open bij ons incassobureau.Object: benzine.\n\nDe aangifte van [aangever 7] namens [bedrijf]\n\nDatum feit: 05-05-2022.\n\nKlant had getankt bij binnenkomst kwam hij er achter dat hij zijn portemonnee vergeten was nadat hij een uitgestelde betalingsformulier had ingevuld werd hem uitgelegd binnen 48 uur te komen betalen op het tankstation dat is niet gebeurd.\n\nMeneer is een vaste klant bij ons. Hij kwam halverwege het tanken naar binnen lopen om te zeggen dat hij weer zijn portemonnee vergeten was. Ik heb meneer ter herinnering gebeld op 9 mei 2022 op het telefoonnummer die hij heeft achtergelaten. Na een half uur tot een uur wordt ik terug gebeld door het zelfde nummer en ik krijg een geheel ander persoon aan de telefoon.\n\nDe aangifte van [aangever 8] namens [bedrijf]\n\nDatum feit: 25-10-2022.\n\nMan tankt, maar kan niet betalen. Hij heeft een formulier ingevuld en is weggegaan.\n\nBewijsoverweging\n\nDe rechtbank dient de vraag te beantwoorden of het wederrechtelijk toe-eigenen van de brandstof, zoals onder feit 3 ten laste is gelegd, het strafbare feit diefstal of verduistering oplevert. Van diefstal is sprake als de verdachte de brandstof met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening wegneemt, welk oogmerk hij al ten tijde van het tanken dient te hebben. Van verduistering is sprake als de verdachte de brandstof anders dan door misdrijf onder zich heeft en hij zich deze wederrechtelijk toe-eigent. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat met name de intentie waarmee de verdachte heeft getankt van belang is. Uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat verdachte telkens op het moment dat hij ging tanken geen geld had om de benzine te betalen. Verdachte had bovendien 48 uur na het tanken nog steeds geen geld, terwijl hij volgens het telkens door hem ondertekende formulier van het tankstation binnen 48 uur moest betalen. Uit deze omstandigheden leidt de rechtbank af dat verdachte reeds voorafgaand aan het tanken de intentie had om niet voor de benzine te betalen. Het handelen van verdachte kwalificeert daarom als diefstal, meermalen gepleegd.5. BEWEZENVERKLARING\n\nDe rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:\n\nFeit 1\n\nop 23 februari 2023 te Eemnes, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning en\u002Fof op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan de [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen van zijn gading, die geheel of ten dele aan [aangever 1] , [aangever 2] en\u002Fof [aangever 3] , toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en inklimming\n\n- de tuin behorend bij die woning is ingegaan\n\n- met een hamer een ruit heeft ingeslagen\n\n- die woning is ingegaan en\n\n- meerdere kastdeuren en lades heeft geopend,\n\nterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;\n\nFeit 2 (primair)\n\nop 13 februari 2023 te Baarn , tezamen en in vereniging met een ander, in een woning gelegen aan de [adres 3] , alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, meerdere sieraden die geheel of ten dele aan [aangever 4] en\u002Fof [aangever 5] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, en inklimming;\n\nFeit 3 (primair)\n\nop meer tijdstippen in de periode van 5 mei 2022 tot en met 27 februari 2023 te Baarn , telkens een hoeveelheid benzine die geheel of ten dele aan [bedrijf] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.\n\nVoor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en\u002Fof schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.\n\nHetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.6. STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN\n\nEr is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.\n\nHet bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:\n\nfeit 1: poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid;\n\nfeit 2 primair: diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden;\n\nfeit 3 primair: diefstal, meermalen gepleegd.7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE\n\nEr is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.8. OPLEGGING VAN STRAF\n\n8.1. \n\nDe vordering van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie vordert verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek van het voorarrest.\n\n8.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe raadsman stelt zich op het standpunt dat de geëiste onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden niet passend is. Hij voert aan dat verdachte verantwoordelijkheid heeft getoond en inmiddels een positieve weg is ingeslagen. Verdachte is bereid om mee te werken aan alle voorwaarden en de reclassering is bereid om met verdachte aan de slag te gaan. De raadsman acht een gevangenisstraf van tien maanden met een voorwaardelijke strafdeel en de geadviseerde bijzondere voorwaarden passend. Hij geeft aan dat het onvoorwaardelijke deel van de straf zo veel mogelijk gelijk aan het voorarrest moet zijn.\n\n8.3. \n\nHet oordeel van de rechtbank\n\nBij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.\n\nDe ernst van de feiten\n\nVerdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging woninginbraak en een woninginbraak met een ander. Een woninginbraak is een naar en ernstig feit, dat bij de bewoners een gevoel van onveiligheid teweegbrengt en forse inbreuk maakt op hun privacy. Het is voor slachtoffers vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning of op hun erf is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. Verdachte heeft bij de voltooide inbraak onvervangbare sieraden weggenomen en de slachtoffers daarmee iets afgenomen dat niet alleen een financiële, maar ook een emotionele waarde vertegenwoordigde zoals ook is gebleken tijdens de zitting. Daarnaast heeft verdachte meerdere malen bij hetzelfde tankstation een hoeveelheid benzine getankt zonder te betalen. Diefstal veroorzaakt hinder en financiële schade voor de gedupeerde uitbater van het tankstation. Verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van het vertrouwen van de medewerkers van het tankstation door een formulier voor tanken zonder te betalen in te vullen maar vervolgens niets meer van zich te laten horen of daadwerkelijk te betalen.\n\nPersoon van verdachte\n\nDe rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van 8 september 2023. Hieruit volgt dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke delicten. Het strafblad zal dan ook in strafverzwarende zin worden meegewogen.\n\nBovendien heeft de rechtbank kennis genomen van een reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 29 augustus 2023, opgemaakt door A.M. Schüle, reclasseringsmedewerker. Uit het reclasseringsrapport blijkt onder meer het volgende:\n\nOp basis van ons onderzoek wordt de kans op recidive in algemene zin ingeschat als hoog. Dit op basis van betrokkenes delictgeschiedenis, zijn psychosociaal functioneren, de invloeden vanuit zijn sociale netwerk en middelenmisbruik. Daarnaast zijn ook het ontbreken van een structurele dagbesteding en vast inkomen risicoverhogende factoren. Beschermende factoren hebben wij niet kunnen vaststellen. Wel is het positief dat betrokkene na detentie huisvesting heeft en hij voornemens is om de werkzaamheden binnen zijn onderneming te zullen voortzetten.\n\nBlijkens de rapportages van de jeugdreclassering verliep het begeleidingstraject in het kader van GBM met betrokkene enigszins positief. Betrokkene werkte mee aan de begeleiding en het lukte hem om een gestructureerde dagbesteding en een inkomen te realiseren. Daarnaast was zijn softdrugsgebruik afgenomen. Zijn gezinsmanager, de heer [A] , beschrijft in zijn rapportages dat er sprake is van een positieve ontwikkeling van betrokkene. De begeleiding bij de jeugdreclassering is naar aanleiding van de onderhavige strafzaak opgeschort.\n\nDe reclassering acht, bij een bewezenverklaring en gelet op het hoge recidiverisico, een nieuw begeleidingstraject bij de (volwassenen)reclassering geïndiceerd. Echter, de haalbaarheid van gedragsverandering wordt ingeschat als laag, omdat betrokkene een behandeling onder andere gericht op delictpreventie zelf niet nodig vindt.\n\nBij een veroordeling adviseren wij een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden:\n\n• meldplicht bij reclassering;\n\n• ambulante behandeling;\n\n• dagbesteding;\n\n• meewerken aan schuldhulpverlening;\n\n• meewerken aan middelencontrole.\n\nDe rechtbank neemt voorgaande conclusies en bevindingen over en maakt die tot de hare.\n\nOp te leggen straf\n\nGelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. De rechtbank heeft voor het bepalen van de hoogte van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS). Deze oriëntatiepunten nemen voor een voltooide woninginbraak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden als uitgangspunt wanneer sprake is van recidive. Verdachte is een recidivist en heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak in vereniging, een poging woninginbraak en meerdere diefstallen van benzine, terwijl hij in een proeftijd liep. Deze strafbare feiten rechtvaardigen in beginsel een gevangenisstraf van tien maanden.\n\nDe rechtbank acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, zoals geëist door de officier van justitie, echter niet passend. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte een jongvolwassene is die gebaat is bij hulp en te kennen heeft gegeven bereid te zijn om mee te werken aan alle voorwaarden. De rechtbank weegt ook mee dat verdachte ter zitting zijn excuses heeft aangeboden aan het slachtoffer en openheid van zaken heeft gegeven.\n\nAlles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van tien maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de geadviseerde bijzondere voorwaarden, passend en geboden is.\n\n9. VORDERING TENUITVOERLEGGING\n\n9.1. \n\nHet standpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vorderingen tot tenuitvoerlegging dienen te worden toegewezen, omdat verdachte zich in de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten.\n\n9.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe raadsman bepleit dat de vordering tot tenuitvoerlegging van 2 weken gevangenisstraf (parketnummer 96-328212-20) dient te worden afgewezen, omdat dit geen soortgelijk feit betreft. Over de vordering tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van 4 maanden jeugddetentie (parketnummer 21-004330-19) merkt de raadsman op dat het tegen het einde van de proeftijd is misgegaan. Hij verzoekt de rechtbank om de vordering gedeeltelijk ten uitvoer te leggen en de jeugddetentie om te zetten naar een werkstraf.\n\n9.3. \n\nHet oordeel van de rechtbank\n\nDe rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging van 2 weken gevangenisstraf en de vordering tot tenuitvoerlegging van 4 maanden jeugddetentie toewijzen. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan (vergelijkbare) strafbare feiten. Om die reden zullen deze straffen alsnog ten uitvoer gelegd worden. Gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte en zijn wil om te werken ziet de rechtbank echter aanleiding om deze vrijheidsbenemende straffen om te zetten in werkstraffen.\n\nDe rechtbank zal de tenuitvoerlegging van 2 weken gevangenisstraf gelasten, te vervangen door een werkstraf van 60 uren. Bij het bepalen van de duur van de vervangende hechtenis voor het geval verdachte de taakstraf niet (naar behoren) verricht, wordt aansluiting gezocht bij de oorspronkelijk opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf. De vervangende hechtenis mag daarbij de duur van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf niet overstijgen. Indien verdachte de taakstraf niet (naar behoren) verricht, wordt deze dus vervangen door 14 dagen hechtenis.\n\nDe voorwaardelijk opgelegde 4 maanden jeugddetentie moet worden tenuitvoergelegd als een gevangenisstraf, aangezien verdachte naar het oordeel van de rechtbank niet meer voor jeugddetentie in aanmerking komt. Deze gevangenisstraf zal worden omgezet in een taakstraf van 240 uren, te vervangen door 4 maanden hechtenis indien verdachte de taakstraf niet (naar behoren) verricht.10. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN\n\nDe beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.11. BESLISSING\n\nDe rechtbank:\n\nBewezenverklaring\n\n- verklaart het onder feit 1, feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;\n\n- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;\n\nStrafbaarheid\n\n- verklaart het onder feit 1, feit 2 primair en feit 3 primair bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;\n\n- verklaart verdachte strafbaar;\n\nOplegging straf\n\n- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van tien (10) maanden;\n\n- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;\n\n- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van drie (3) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en\u002Fof bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;\n\n- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast;\n\n- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:\n\n* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;\n\n* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;\n\n* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk vindt, daaronder begrepen;\n\n- stelt als bijzondere voorwaarden:\n\n* dat verdachte zich meldt zich bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2, 3524 SJ te Utrecht. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;\n\n* dat verdachte zich laat behandelen door Forensische Ambulante Zorg (FAZ Utrecht) of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Verdiepingsdiagnostiek zal onderdeel zijn van de behandeling. De behandeling start zodra deze beschikbaar is. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;\n\n* dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk en\u002Fof vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;\n\n* dat verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;\n\n* dat verdachte meewerkt aan controle van het gebruik van drugs en\u002Fof lachgas om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;\n\n- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;\n\nVordering tenuitvoerlegging met parketnummer 21-004330-19\n\n- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwaarden bij arrest van 2 februari 2021 opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf toe;\n\n- bepaalt dat de voorwaardelijke jeugddetentie ten uitvoer moet worden gelegd als gevangenisstraf;\n\n- gelast in plaats van de vrijheidsstraf het verrichten van een taakstraf voor de duur van 240 uren;\n\n- beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 4 maanden hechtenis;\n\nVordering tenuitvoerlegging met parketnummer 96-328212-20\n\n- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de door de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 22 april 2021 opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf toe;\n\n- gelast in plaats van de vrijheidsstraf het verrichten van een taakstraf voor de duur van 60 uren;\n\n- beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 14 dagen hechtenis;\n\nDit vonnis is gewezen door mr. H.C. Piet, voorzitter, mr. G.A. Bos en mr. F.H. Schormans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 september 2023.\n\nMr. G.A. Bos is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.\n\nBijlage: de tenlastelegging\n\nAan verdachte wordt ten laste gelegd dat:\n\n1\n\nhij op of omstreeks 23 februari 2023 te Eemnes, althans in het arrondissement\n\nMidden-Nederland,\n\nter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om\n\nin een woning en\u002Fof op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan de\n\n [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de\n\nrechthebbende bevond,\n\ngoederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat\u002Fdie geheel of ten dele aan\n\n [aangever 1] , [aangever 2] en\u002Fof [aangever 3] , in elk geval\n\naan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk\n\nom het zich wederrechtelijk toe te eigenen\n\nen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en\u002Fof dat\u002Fdie weg te\n\nnemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking,\n\ninklimming en\u002Fof een valse sleutel\n\n-(via een hek) de tuin behorend bij die woning is ingegaan\n\n-met een hamer een ruit heeft ingeslagen\n\n-die woning is ingegaan en\u002Fof\n\n-één of meerdere kastdeuren en\u002Fof lades heeft geopend,\n\nterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;\n\n( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf\u002Fsub 3 Wetboek van Strafrecht, art\n\n311 lid 1 ahf\u002Fsub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art\n\n45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )\n\n2\n\nhij op of omstreeks 13 februari 2023 te Baarn , althans in het arrondissement\n\nMidden-Nederland,\n\ntezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen\n\nin een woning en\u002Fof op een besloten erf waarop een woning stond, te weten gelegen\n\naan de [adres 3] , alwaar verdachte en\u002Fof zijn mededader(s) zich buiten\n\nweten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),\n\néén of meerdere sieraden, in elk geval enig goed, dat\u002Fdie geheel of ten dele aan [aangever 4]\n\n en\u002Fof [aangever 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en\u002Fof zijn\n\nmededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich\n\nwederrechtelijk toe te eigenen,\n\nterwijl verdachte en\u002Fof zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het\n\nmisdrijf heeft\u002Fhebben verschaft en\u002Fof dat\u002Fdie weg te nemen goederen onder\n\nzijn\u002Fhaar\u002Fhun bereik heeft\u002Fhebben gebracht door middel van braak, verbreking\n\nen\u002Fof inklimming;\n\n( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf\u002Fsub 3 Wetboek van Strafrecht, art\n\n311 lid 1 ahf\u002Fsub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf\u002Fsub 5 Wetboek van\n\nStrafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht )\n\nsubsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou\n\nkunnen leiden:\n\nhij op of omstreeks 13 februari 2023 te Baarn , althans in het arrondissement\n\nMidden-Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed,\n\ndat\u002Fdie geheel of ten dele aan [aangever 4] en\u002Fof [aangever 5] , in elk geval aan een\n\nander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en\u002Fof\n\nweggemaakt\n\n( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )\n\n3\n\nhij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 mei 2022 tot en met\n\n27 februari 2023 te Baarn , althans in het arrondissement Midden-Nederland,\n\n(telkens) een hoeveelheid benzine, in elk geval enig goed, dat\u002Fdie geheel of ten dele\n\naan [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen\n\nmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;\n\n( art 310 Wetboek van Strafrecht )\n\nsubsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou\n\nkunnen leiden:\n\nhij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 mei 2022 tot en met\n\n27 februari 2023 te Baarn , althans in het arrondissement Midden-Nederland,\n\n(telkens) opzettelijk een hoeveelheid benzine, in elk geval een hoeveelheid\n\nbrandstof, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] , in elk geval aan\n\neen ander of anderen dan aan verdachte\n\nen welke benzine verdachte bij een voor zelfbediening ingerichte\n\nbenzinepompinstallatie, gelegen aan [adres 4] , had getankt, onder gehoudenheid\n\ndie benzine te betalen en welke benzine verdachte aldus en in elk geval anders dan\n\ndoor misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;\n\n( art 321 Wetboek van Strafrecht )\n\n Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 6 juni 2023, genummerd PL0900-2023126247, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 154. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.\n\n De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 september 2023.\n\n Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , pagina 21.\n\nEen proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] [plaats] ), pagina 76.\n\n Een proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] [plaats] ), pagina 77-78.\n\n Een geschrift, te weten een TMFI-rapport van 7 maart 2023, pagina 99.\n\n Een geschrift, te weten een TMFI-rapport van 7 maart 2023, pagina 99.\n\n Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 6 juni 2023, genummerd PL0900-2023126247, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 154. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.\n\n De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 september 2023.\n\n Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] namens [bedrijf] , pagina 142.\n\n Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] namens [bedrijf] , pagina 142.\n\n Een geschrift, te weten de aangifte van [aangever 7] namens [bedrijf] , pagina 135.\n\n Een geschrift, te weten de aangifte van [aangever 7] namens [bedrijf] , pagina 130.\n\n Een geschrift, te weten de aangifte van [aangever 8] namens [bedrijf] , pagina 121.","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:7832","2026-07-06T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:29:02.733Z",{"id":34,"ecli":35,"slug":36,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":37,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":38,"sourceTimestamp":30,"parsedAt":31,"updatedAt":39},"1054","ECLI:NL:RBMNE:2023:7828","ecli-nl-rbmne-2023-7828","RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND\n\nStrafrecht\n\nZittingsplaats Utrecht\n\nParketnummers: 16\u002F183400-22 en 16\u002F179380-22 (gev. ttz) (P)\n\nVonnis van de meervoudige kamer van 6 februari 2023\n\nin de strafzaak tegen\n\n [verdachte],\n\ngeboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] (China), thans gedetineerd te P.I. [locatie] ,\n\nhierna: verdachte.1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING\n\nDit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26 oktober 2022 en 23 januari 2023. Op laatstgenoemde datum is de zaak inhoudelijk behandeld.\n\nDe rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A.A. Nieli en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. R.J. Jager, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.2. TENLASTELEGGING\n\nDe tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.\n\nDe verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:\n\n(16\u002F183400-22)\n\nop 20 juli 2022 te Utrecht een of meer levensmiddelen van de [aangever] heeft gestolen;\n\n(16\u002F179380-22)\n\nfeit 1\n\nop 15 juli 2022 te Utrecht zich bij zijn staande houding en\u002Fof aanhouding met geweld heeft verzet tegen een of meer politieambtenaren;\n\nfeit 2\n\nop 15 juli 2022 te Utrecht opzettelijk een of meerdere politieambtenaren heeft beledigd.\n\n3. VOORVRAGEN\n\nDe dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.4. WAARDERING VAN HET BEWIJS\n\n4.1. \n\nHet standpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.\n\n4.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe raadsvrouw voert geen bewijsverweer.\n\n4.3. Het oordeel van de rechtbank\n\n4.3.1. \n\nTen aanzien van het ten laste gelegde feit met parketnummer 16\u002F183400-22\n\nVerdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:\n\neen ambtsedig proces-verbaal van verhoor van verdachte nr. PL0900-2022211341-7 d.d. 20 juli 2022, opgemaakt door [verbalisant 1] (blz. 27 tot en met 31 van proces-verbaal nr. PL0900-2022211661), inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;\n\neen geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een Aangifteformulier voor winkeliers met bijlage d.d. 20 juli 2022 (blz. 4 tot en met 8 van proces-verbaal nr. PL0900-2022211661).\n\n4.3.2. Ten aanzien van feit 1 en feit 2 met parketnummer 16\u002F179380-22\n\nBewijsmiddelen\n\nEen proces-verbaal van bevindingen door verbalisant [verbalisant 2]\n\nOp vrijdag 15 juli 2022 bevond ik mij samen met mijn collega [verbalisant 3] te Utrecht.\n\nHierop heb ik [verdachte] staande gehouden als verdachte.\n\nIk zag dat [verdachte] op mij afliep. Ik strekte mijn arm om afstand te creëren tussen mij en [verdachte] . Ik hoorde dat [verdachte] het volgende zei: “Kom vechten dan, kanker Marokkaan, Kanker homo.”\n\nIk zag dat de [verdachte] een slaande beweging met zijn hand richting mij maakte. Ik zag dat hij opzettelijk en met kracht in de richting van mijn gezicht sloeg.\n\nIk pakte [verdachte] beet bij zijn armen. Ik zei dat [verdachte] rustig moest blijven. Ik zag en voelde dat [verdachte] zich los rukte uit mijn greep en slaande bewegingen maakte op mijn armen en gezicht.\n\nIk zei dat [verdachte] was aangehouden. Ik pakte [verdachte] vast aan zijn linkerarm. Ik voelde dat [verdachte] kracht zette om uit mijn greep te komen. Ik zei dat [verdachte] mee moest werken omdat ik anders geweld zou gebruiken. Ik paste een polsklem toe om [verdachte] onder controle te krijgen. Ik voelde dat [verdachte] kracht zette om uit mijn polsklem te komen. Ik zag dat mijn collega, [verbalisant 3] , zijn rechterarm vast pakte. Ik voelde dat [verdachte] zich verzette aan mijn klem en ik hoorde dat [verdachte] schreeuwde dat ik een “kanker homo” en een “kanker mietje” was.\n\n Ik hoorde dat mijn collega zei dat [verdachte] niet tot antwoorden verplicht was en recht had op een advocaat. Ik hoorde dat [verdachte] het volgende zei: “Kanker hoer.”\n\nIn de auto bleef verdachte schelden en beledigen. Ik hoorde dat hij zei: “Kanker homo, kanker Marokkaan. Je bent een mietje. Je hebt een kutje zeker.”\n\nEen proces-verbaal van bevindingen door verbalisant [verbalisant 3]\n\nOp vrijdag 15 juli bevond ik mij samen met mijn collega [verbalisant 2] te Utrecht.\n\nWe besloten de man aan te spreken en staande te houden.\n\nIk hoorde de verdachte roepen tegen mijn collega: “Wil je vechten, kankerhomo.” Daarop zag ik dat de verdachte uithaalde met zijn arm naar mijn collega.\n\nIk zag dat de verdachte met zijn rechterbeen naar mijn collega schopte. Ik probeerde de verdachte naar de grond te trekken en zijn been te haken, maar ik zag dat dit niet lukte, omdat de verdachte zich telkens in een andere richting bewoog dan dat ik hem wilde hebben.\n\nOp de grond bleef verdachte zich schrap zetten en trappen.\n\nIk zei tegen de verdachte dat hij mee moest werken. Ik zag dat hij hieraan niet voldeed. Ik zei tegen de verdachte dat hij was aangehouden en ik deelde hem mede dat hij geen antwoord hoefde te geven. Ik hoorde hem daarop meerdere malen zeggen tegen mij : “Hou je bek, Kankerhoer.” Verder hoorde ik hem meerdere malen zeggen: “kankerhoer”.\n\nOok terwijl verdachte geboeid op de grond lag, bleef hij opzettelijk in onze richting trappen.\n\nVerdachte\n\nAchternaam: [verdachte] .\n\nDe hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.\n\n5. BEWEZENVERKLARING\n\nDe rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:\n\n(16\u002F183400-22)\n\nop 20 juli 2022 te Utrecht levensmiddelen die geheel aan [aangever] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;\n\n(16\u002F179380-22)\n\n1\n\nop 15 juli 2022 te Utrecht zich met geweld heeft verzet tegen meerdere politieambtenaren, te weten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten de staandehouding en aanhouding van verdachte, door\n\n- te slaan en te schoppen en te trappen in de richting van die ambtenaren,\n\n- zich telkens te bewegen in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaren hem probeerden te bewegen, en\n\n- kracht te zetten in zijn lichaam;\n\n2\n\nop 15 juli 2022 te Utrecht opzettelijk meerdere politieambtenaren, te weten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door die Jilali de woorden toe te voegen: “kanker Marokkaan”, “kanker homo”, “kanker mietje” en “ je hebt een kutje zeker” en door die [verbalisant 3] de woorden toe te voegen: “kankerhoer”.\n\nVoor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en\u002Fof schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.\n\nHetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.6. STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN\n\nEr is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.\n\nHet bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:\n\nten aanzien van 16\u002F183400-22:\n\ndiefstal;\n\nten aanzien van 16\u002F179380-22:\n\nfeit 1: wederspannigheid;\n\nfeit 2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, niet zijnde een lid van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, meermalen gepleegd.7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE\n\nDe rechtbank heeft acht geslagen op het Pro Justitia-rapport van 12 januari 2023 opgesteld door D.J. Vinkers (psychiater) inzake de winkeldiefstal (parketnummer 16-183400-22). Uit het rapport volgt dat ten tijde van de bewezen verklaarde winkeldiefstal op 20 juli 2022 sprake was van een autismespectrumstoornis bij verdachte, maar dat de winkeldiefstal niet in dusdanige mate gerelateerd is aan de stoornis van verdachte dat gesproken kan worden van een vermindering van zijn toerekeningsvatbaarheid. Geadviseerd wordt de winkeldiefstal volledig aan verdachte toe te rekenen. Ten aanzien van de overige bewezen verklaarde feiten, gepleegd vijf dagen voorafgaand aan de winkeldiefstal, is de rechtbank evenmin gebleken van volledige ontoerekeningsvatbaarheid van verdachte. Nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit, is verdachte strafbaar.8. OPLEGGING VAN MAATREGEL\n\n8.1. \n\nDe vordering van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie vordert dat aan verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren.\n\n8.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat oplegging van de ISD-maatregel in dit geval niet proportioneel is. De raadsvrouw is van mening dat het kader van een zorgmachtiging meer aangewezen is voor de situatie van verdachte. Volgens de raadsvrouw accepteert verdachte geen zorg en is het doel van een zorgmachtiging nu juist gelegen in het aanbieden van specifieke gedwongen zorg indien iemand de nodige zorg weigert. Verdachte heeft vooralsnog weinig zorg gekregen en het opleggen van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel zal leiden tot kale detentie, mede gelet op de duur van het reeds ondergane voorarrest. De raadsvrouw verzoekt de rechtbank een straf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Indien de rechtbank toch tot oplegging van de ISD-maatregel komt, verzoekt de raadsvrouw de duur van het reeds ondergane voorarrest in mindering te brengen op de duur van de maatregel.\n\n8.3. \n\nHet oordeel van de rechtbank\n\nBij het bepalen van de op te leggen maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.\n\nErnst van de feiten\n\nVerdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Dit is een veelvoorkomend feit, dat doorgaans naast ergernis ook financiële schade en overlast bij de gedupeerde bedrijven veroorzaakt. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij daaraan heeft bijgedragen.\n\nVerdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan wederspannigheid en belediging van twee politieambtenaren. Verdachte heeft, doordat hij zich agressief en vervelend heeft gedragen, de politieambtenaren gehinderd in de rechtmatige uitoefening van hun taak en hen in hun eer en goede naam aangetast. Politieambtenaren verrichten een publieke taak die dient te worden gerespecteerd. Verdachte heeft zich daarvan geen enkele rekenschap gegeven.\n\nPersoon van verdachte\n\nDe rechtbank heeft kennis genomen van het op naam van verdachte staand uittreksel justitiële documentatie (strafblad) van 21 september 2022, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.\n\nUit het voornoemde rapport van psychiater Vinkers d.d. 12 januari 2023 volgt dat de psychiater adviseert een ISD-maatregel op te leggen, zodat verdachte voor langere tijd in een gestructureerde omgeving kan verblijven en in geestelijk en lichamelijk opzicht kan herstellen. De psychiater ziet geen alternatieven voor de geadviseerde ISD-maatregel, ook niet in het kader van een zorgmachtiging. Volgens de psychiater is sprake van een hoog recidiverisico op grensoverschrijdend gedrag, zoals winkeldiefstal.\n\nVerder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 19 januari 2023, uitgebracht door Reclassering Fivoor. Hieruit volgt dat de reclassering een delictpatroon aangaande vermogensdelicten ziet en dat eerdere reclasseringscontacten niet hebben geleid tot een gedragsverandering of afname van het recidiverisico.\n\nDe reclassering sluit zich aan bij de bevindingen van de rapporteur Pro Justitia en adviseert aan verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. Binnen die maatregel kan worden ingezet op het herstel van verdachte en het opbouwen van een humaan bestaan. De reclassering acht een zorgmachtiging onvoldoende om te kunnen komen tot een passend risicomanagement, omdat het behandelplan geheel onduidelijk is en verdachte afhankelijk is van de geneesheer-directeur voor het continueren van zorg. De looptijd van een zorgmachtiging, wanneer deze door een rechtbank aan verdachte wordt opgelegd, is slechts zes maanden. De geneesheer-directeur beslist na die periode of de zorgmachtiging al dan niet verlengd dient te worden. Indien verdachte stabiel functioneert zal de behandeling afgeschaald worden en zal verdachte doorstromen naar de reguliere\u002Fambulante zorg, waar weinig tot geen aandacht is voor risicosignalen en de verhoogde kans op recidive. Het vangnet binnen de zorgmachtiging is daarmee (te) beperkt.\n\nISD-maatregel\n\nDe rechtbank stelt vast dat aan alle criteria voor het opleggen van de ISD-maatregel is voldaan, zoals die (onder meer) volgen uit artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht. Bewezen is verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Voorts is gebleken dat verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan de ten laste gelegde feiten meer dan drie keer wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel en dat de onderhavige bewezen verklaarde feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van die eerdere straffen. Uit voornoemde adviezen van de reclassering en de psychiater volgt bovendien dat het risico op recidive wordt ingeschat als hoog, zodat er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen. Tevens volgt uit de adviezen dat in het geval van verdachte geen alternatieve afdoeningsmogelijkheden bestaan, waaronder begrepen het door de verdediging genoemde kader van een (civiele) zorgmachtiging, die een voldoende vangnet bieden en waarin afdoende aandacht wordt besteed aan het hoge risico op recidive. Blijkens de adviezen en het verhandelde ter terechtzitting is het – met het oog op het recidiverisico – noodzakelijk dat verdachte langere tijd in een stabiele omgeving verblijft en wordt behandeld, waarbij het nog maar de vraag is of twee jaar toereikend zal zijn in het geval van verdachte.\n\nGelet op het voorgaande en gezien de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, eist de veiligheid van personen of goederen naar het oordeel van de rechtbank het opleggen van de ISDmaatregel. Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van de problematiek van verdachte alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van belang dat voldoende tijd beschikbaar is. Daarbij past niet dat de ISD-maatregel voor kortere duur wordt opgelegd. Daarom zal de rechtbank verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel opleggen voor de duur van twee jaren, waarop de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, niet in mindering zal worden gebracht.9. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN\n\nDe beslissing berust op de artikelen 38m, 38n, 181, 266, 267 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.10. BESLISSING\n\nDe rechtbank:\n\nBewezenverklaring\n\n- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;\n\n- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;\n\nStrafbaarheid\n\n- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;\n\n- verklaart verdachte strafbaar;\n\nOplegging maatregel\n\nlegt aan verdachte op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee (2) jaren;\n\nverstaat dat daarbij geen rekeningwordt gehouden met de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak is doorgebracht in verzekering en in voorlopige hechtenis, in een psychiatrisch ziekenhuis of in een instelling bestemd voor klinische observatie.\n\nDit vonnis is gewezen door mr. A. Maas, voorzitter, mr. A.A.T. Werner en mr. C.A.J. van Yperen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 februari 2023.\n\nBijlage: de tenlastelegging\n\nAan verdachte wordt ten laste gelegd dat:\n\n16-183400-22\n\nhij op of omstreeks 20 juli 2022 te Utrecht\n\neen of meer levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat\u002Fdie geheel of ten dele aan\n\n [aangever] , in\n\nelk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen\n\nmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;\n\n( art 310 Wetboek van Strafrecht )\n\n16-179380-22\n\n1\n\nhij op of omstreeks 15 juli 2022 te Utrecht, althans in Nederland, zich met geweld\n\nen\u002Fof bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meerdere\n\npolitieambtenaren, te weten [verbalisant 2] en\u002Fof [verbalisant 3] , werkzaam in\n\nde rechtmatige uitoefening van zijn\u002Fhaar\u002Fhun bediening, te weten de\n\nstaandehouding en\u002Fof aanhouding van verdachte, door\n\n- te slaan en\u002Fof te schoppen en\u002Fof te trappen in de richting van die ambtenaren,\n\n- zich telkens te bewegen en\u002Fof te duwen in een richting tegengesteld aan die\n\nwaarin die ambtenaren hem probeerden te bewegen\u002Fbrengen, en\u002Fof\n\n- kracht te zetten in zijn lichaam;\n\n( art 180 Wetboek van Strafrecht )\n\n2\n\nhij op of omstreeks 15 juli 2022 te Utrecht, althans in Nederland, opzettelijk een of\n\nmeerdere politieambtenaren, te weten [verbalisant 2] en\u002Fof [verbalisant 3] ,\n\ngedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn\u002Fhaar\u002Fhun bediening,\n\nin zijn\u002Fhaar\u002Fhun tegenwoordigheid,\n\nmondeling heeft beledigd, door die Jilali de woorden toe te voegen: “kanker\n\nMarokkaan”, “kanker homo”, “kanker mietje” en\u002Fof “ je hebt een kutje zeker”,\n\nalthans woorden van gelijke beledigende aard en\u002Fof strekking, en\u002Fof door die [verbalisant 3]\n\n de woorden toe te voegen: “kankerhoer”, althans woorden van\n\ngelijke beledigende aard en\u002Fof strekking;\n\n( art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 267 lid 1 ahf\u002Fsub 2° Wetboek van\n\nStrafrecht )\n\n Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 19 juli 2022, genummerd PL0900-2022206182, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 18. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.\n\n Een proces-verbaal van bevindingen, p. 9.\n\n Een proces-verbaal van bevindingen, p. 10.\n\n Een proces-verbaal van bevindingen, p. 7.\n\n Een proces-verbaal van bevindingen, p. 8.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:7828","2026-07-13T00:29:01.826Z",1,20]