[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"legal-provision-burgerlijk-wetboek-art. 6:95 lid 2":3},{"detailData":4,"statistics":22,"related":28},{"id":5,"code":6,"article":7,"title":8,"fullText":8,"country":9,"decisions":10,"decisionsTotal":21},"122321","Burgerlijk Wetboek","art. 6:95 lid 2",null,"nl",[11],{"id":12,"ecli":13,"caseNumber":14,"courtId":15,"courtName":16,"decisionDate":17,"fullText":18,"language":9,"source":19,"summary":14,"slug":20},"649","ECLI:NL:GHAMS:2026:1864","",56,"Amsterdam","2026-07-07T00:00:00.000Z","afdeling strafrecht\n\nparketnummer: 23-001277-24\n\ndatum uitspraak: 7 juli 2026\n\nTEGENSPRAAK\n\nArrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 27 mei 2024 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers\n\n15-322543-21 en 15-025439-23 en 15-186945-22 en 15-259320-22 en 15-316555-23 tegen:\n\n [verdachte],\n\ngeboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1984,\n\ngedetineerd in [penitentiaire inrichting] ,\n\n1. Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie\n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van de verdachte. Samengevat weergegeven heeft de verdediging daartoe aangevoerd dat de verklaringen van [medeverdachte 1] herhaaldelijk onjuist zijn vastgelegd in processen-verbaal. Er is volgens de verdediging sprake van een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waarbij met grove veronachtzaming het recht van de verdachte op een eerlijk proces is aangetast. Daarbij zijn er volgens de verdediging aanknopingspunten dat er sprake is van doelbewust handelen.\n\nSubsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van de verdachte in de zaaksdossiers Ararat en Willich, omdat juist in deze zaken de door de verdediging geconstateerde discrepanties tussen de audio-fragmenten van de verhoren van februari en april 2026 en de processen-verbaal waarin die verhoren zijn gerelateerd het meest aanwezig zijn terwijl die discrepanties op essentiële onderdelen van zijn verklaring zien.\n\nMeer subsidiair heeft de verdediging verzocht om uitsluiting van alle verklaringen van [medeverdachte 1] afgelegd vanaf februari 2026, omdat de wijze waarop deze verklaringen zijn vastgelegd en verwerkt een aanzienlijke schending van het recht op een eerlijk proces opleveren als bedoeld in artikel 6 van het EVRM.\n\nStandpunt van het Openbaar Ministerie\n\nDe advocaten-generaal (hierna: de advocaat-generaal) hebben zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een vormverzuim en dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is.\n\nOordeel van het hof\n\nWettelijk kader\n\nOp grond van het bepaalde in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan het hof, indien blijkt dat bij het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd die niet meer kunnen worden hersteld en de rechtsgevolgen hiervan niet uit de wet blijken, bepalen dat:\n\nde hoogte van de straf in verhouding tot de ernst van het verzuim, zal worden verlaagd, indien het door het verzuim veroorzaakte nadeel langs deze weg kan worden gecompenseerd;\n\nde resultaten van het onderzoek die door het verzuim zijn verkregen, niet mogen bijdragen aan het bewijs van het tenlastegelegde feit;\n\nhet Openbaar Ministerie niet ontvankelijk is, indien door het verzuim geen sprake kan zijn van een behandeling van de zaak die aan de beginselen van een behoorlijke procesorde voldoet.\n\nDaarbij moet het hof rekening houden met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.\n\nIs in deze zaak sprake van een (onherstelbaar) vormverzuim?\n\nDe verdediging stelt dat de processen-verbaal van beide verhoren in 2026 een beeld schetsen waarbij het lijkt alsof medeverdachte [medeverdachte 1] uit zichzelf verklaart, terwijl uit de audiobestanden blijkt dat in werkelijkheid de antwoorden hem door de verbalisanten worden aangereikt. Ook stelt de verdediging dat de politie evident ontlastende verklaringen niet heeft opgenomen in de processen-verbaal, en er ook overigens op meerdere punten sprake is van verkeerde verslaglegging.\n\nHet hof stelt vast dat de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] zoals die is opgenomen in de processen-verbaal, niet woordelijk overeenkomt met de verklaring zoals die blijkt uit de uitgeluisterde audiobestanden. Op onderdelen is de verklaring van [medeverdachte 1] samengevat of verkort weergegeven. Dit is echter niet in strijd met enige rechtsregel, en dit levert op zichzelf dus ook geen (onherstelbaar) vormverzuim op als bedoeld in artikel 359a Sv. Uit de door de verdediging genoemde voorbeelden blijkt niet dat de verklaring van [medeverdachte 1] door de samenvatting of verkorte weergave inhoudelijk niet juist is weergegeven. Evenmin is gebleken dat de verbalisanten hem antwoorden hebben aangereikt of in de mond gelegd, dat zij verklaringen die evident ontlastend zijn voor de verdachte niet hebben opgenomen, of dat de verklaring van [medeverdachte 1] op enig andere wijze onjuist en in strijd met de strekking van zijn verklaring is vastgelegd in de processen verbaal. Dit betekent dat er geen sprake is van een vormverzuim.\n\nTen overvloede overweegt het hof dat zelfs als er wel sprake zou zijn van een vormverzuim, er geen sprake is van een onherstelbaar vormverzuim, zoals de wet vereist. De audioverhoren van [medeverdachte 1] zijn immers ter beschikking van de verdediging gesteld, de verdediging heeft deze uitgeluisterd en audiofragmenten geselecteerd die op zitting zijn beluisterd en vergeleken met de opgemaakte processen-verbaal van die verhoren. Ook is [medeverdachte 1] als getuige op zitting gehoord over de verklaring die hij heeft afgelegd tegenover de politie. Zo er al sprake zou zijn van een vormverzuim, dan is dat hiermee hersteld. De verdediging is daarmee immers in de gelegenheid gesteld om verweer te voeren over de wijze waarop de verhoren hebben plaatsgevonden en zijn vastgelegd en de gevolgen daarvan voor het proces van waarheidsvinding.\n\nUit het voorgaande volgt dat het verweer van de verdediging wordt verworpen. Het Openbaar Ministerie is in alle zaaksdossiers ontvankelijk in de vervolging.\n\n2. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep\n\nDe verdachte is door de rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van de onder feiten 1, 2, 4, 5, 7, 8 en 10 tweede cumulatief\u002Falternatief aan hem tenlastegelegde afpersing. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en is daardoor mede gericht tegen deze vrijspraken. Hoger beroep door een verdachte tegen een vrijspraak is echter niet mogelijk. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep voor zover dat is gericht tegen deze beslissingen tot vrijspraak.\n\n3. Onderzoek van de zaak\n\nDit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 en 29 mei 2026 en 1, 2, 4, 8 en 29 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.\n\nDe verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.\n\nHet hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadslieden en de advocaten van de benadeelde partijen, de slachtoffers en de nabestaanden naar voren hebben gebracht.\n\n4. Tenlasteleggingen\n\nGelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijzigingen en voor zover in hoger beroep nog aan de orde is (samengevat) aan de verdachte tenlastegelegd:\n\nFeit 1 (Mainz) – 15\u002F316555-23\n\nmedeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in De Goorn op 8 augustus 2020;\n\nFeit 2 (Millet) – 15\u002F025439-23\n\nmedeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld op [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] in Dreumel op 30 december 2020;\n\nFeit 3 (Zwenkau) – 15\u002F259320-22\n\nmedeplegen van poging tot gekwalificeerde doodslag op [slachtoffer 5] in Avenhorn op 7 januari 2021;\n\nFeit 4 (Zwenkau) – 15\u002F259320-22medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld op [slachtoffer 6] en [slachtoffer 5] , met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge, in Avenhorn op 7 januari 2021;\n\nFeit 5 (Zulpich) – 15\u002F025439-23medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld op [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] in Heerhugowaard op 4 juni 2021;\n\nFeit 6 (Ararat) – 15\u002F322543-21medeplegen van gekwalificeerde doodslag op [slachtoffer 10] in Berkhout op 14 juni 2021;\n\nFeit 7 (Ararat) – 15\u002F322543-21medeplegen van poging tot diefstal met (bedreiging met) geweld op [slachtoffer 10] , met de dood ten gevolge, in Berkhout op 14 juni 2021;\n\nFeit 8 (Willich) – 15\u002F186945-22medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld op [slachtoffer 11] in Noord-Scharwoude op 22 juli 2021;\n\nFeit 9 (Willich) – 15\u002F186945-22medeplegen van poging tot gekwalificeerde doodslag op [slachtoffer 12] in Noord-Scharwoude op 22 juli 2021;\n\nFeit 10 (Willich) – 15\u002F186945-22medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld op [slachtoffer 12] , met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge, in Noord-Scharwoude op 22 juli 2021;\n\nFeit 11 (criminele organisatie) – 15\u002F025439-23deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven (overvallen) in de periode van 8 augustus 2020 tot en met 22 juli 2021.\n\nDe volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I van dit arrest en geldt als hier ingevoegd.\n\nVoor zover in de tenlastelegging taal- en\u002Fof schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.\n\n5. Vonnis van de rechtbank\n\nHet vonnis van de rechtbank zal worden vernietigd. Het hof is het grotendeels eens met de rechtbank, maar kiest voor een vernietiging van het vonnis ter bevordering van de leesbaarheid van het arrest. Het hof zal de overwegingen van de rechtbank grotendeels overnemen, maar wel aanvullen en nuanceren aan de hand van de nieuwe verklaringen die door de verdachten in hoger beroep zijn afgelegd en de overige nieuwe stukken die in hoger beroep aan het dossier zijn toegevoegd. Voor de leesbaarheid worden hierna de verdachte en de medeverdachten ook met hun achternamen genoemd, te weten [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] .\n\n6. Beoordeling van het bewijs\n\n6.1.1. Beoordeling betrouwbaarheid getuigenverklaringen en verklaringen medeverdachten\n\nIn deze zaak bestaat het bewijsmateriaal voor een deel uit getuigenverklaringen. Het Openbaar Ministerie baseert mede daarop het standpunt dat de verdachte verschillende feiten heeft gepleegd waarvan hij wordt beschuldigd, terwijl de verdediging vrijspraak bepleit. Het is aan het hof om de betrouwbaarheid van die verklaringen te onderzoeken en zich daarover een oordeel te vormen.\n\nFactoren met mogelijke invloed op betrouwbaarheid\n\nOp de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen en de mate waarin de rechter zijn oordeel daarop kan gronden, kunnen vele factoren van invloed zijn. Factoren die betrekking hebben op de kwaliteit van de waarnemingen, of op de kwaliteit van de verklaringen daarover. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan:\n\nde mate waarin de getuige onbelemmerd zicht heeft gehad op de gebeurtenissen: weersomstandigheden, lichtgesteldheid, obstakels, afstand of bijvoorbeeld het afgeleid zijn van de getuige tijdens de waarnemingen;\n\nde complexiteit en de snelheid waarmee die gebeurtenissen hebben plaatsgevonden;\n\nde aandacht waarmee de getuige zijn waarnemingen heeft gedaan, waarbij een grote impact of onbeduidendheid van de gebeurtenissen een rol kan spelen en de moeite die de getuige heeft gedaan om zijn waarnemingen te onthouden;\n\nde mate waarin het nodig is om, voor een goed begrip van die gebeurtenissen, de context daarvan te kennen en de mate waarin die kennis bij de getuige aanwezig is;\n\nobjectieve factoren die te maken hebben met de persoon van de getuige, zoals fysieke belemmeringen van permanente of tijdelijke aard; slechthorend- of, slechtziendheid, een geestelijke stoornis of beperking en bijvoorbeeld drank- of drugsgebruik kunnen van invloed zijn;\n\nsubjectieve factoren die te maken hebben met de persoon van de getuige, die een juiste waarneming en verklaring daarover kunnen bevorderen, zoals een beroepsmatige opleiding, ervaring of expertise;\n\nsubjectieve factoren die een juiste waarneming en verklaring daarover in de weg kunnen staan, zoals een bewuste of onbewuste vooringenomenheid tegenover bepaalde personen of bevolkingsgroepen, eigen belangen van de getuige of belangen van anderen om een bepaalde verklaring af te leggen, dan wel de emotionele toestand waarin de getuige zich bevond tijdens de waarneming of het afleggen van zijn verklaring;\n\nde mate waarin de getuige onder druk staat om een bepaalde verklaring af te leggen;\n\ntijdsverloop tussen het moment waarop de waarnemingen zijn gedaan en het moment waarop de getuige daarover voor het eerst een verklaring aflegt en of en in welke mate de herinnering van de getuige is vervaagd of is beïnvloed door informatie waarvan de getuige in de tussenliggende periode kennis heeft genomen.\n\nBij getuigenverklaringen waarin de getuige vertelt over wat hij van een ander heeft gehoord, kan deze waaier aan factoren ook van toepassing zijn op die ander, de bron van deze verklaring.\n\nOok de wijze waarop de getuige is verhoord kan op de betrouwbaarheid van een getuigenverklaring van invloed zijn. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan:\n\nde mate waarin voor het getuigenverhoor bepaalde kwalificaties bij de verhoorder vereist en aanwezig zijn (bijv. een specifieke opleiding) en of de verhoorder dat tijdens het verhoor laat zien, zowel wat betreft eventueel vereiste (specialistische) voorkennis als wat betreft de wijze van uitvoering van het verhoor;\n\nof in het verhoor open of gesloten vragen, dan wel sturende vragen zijn gesteld en of er informatie aan de getuige is gegeven;\n\nof blijkt van enige vorm van vooringenomenheid bij degenen die het verhoor hebben afgenomen;\n\nals het een kwetsbare getuige betreft, of er passende maatregelen zijn getroffen;\n\nof de getuige is beëdigd of niet.\n\nTaak rechter\n\nHet is de taak van de rechter om de verklaringen van getuigen te wegen en te waarderen in verband met de inhoud van het overige bewijsmateriaal en, als de rechter zover komt, te selecteren welke gedeelten van verklaringen bruikbaar zijn voor het bewijs.\n\nBij de uitoefening van die taak komt het altijd aan op de bijzonderheden van het geval. Wel is er meer in het algemeen een aantal aanknopingspunten voor de selectie en waardering van getuigenverklaringen.\n\nAanknopingspunten zijn bijvoorbeeld of:\n\nsprake is van de hiervoor beschreven factoren die van invloed zijn op de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring;\n\nde verklaring coherent is of tegenstrijdigheden bevat;\n\nde getuige consistent is in zijn verklaringen of op verschillende momenten verschillend verklaart;\n\nhet bij dergelijke tegenstrijdigheden of inconsistenties gaat om details of om hoofdlijnen;\n\nen of er voor zulke tegenstrijdigheden of inconsistenties een begrijpelijke verklaring is. Een rol kan daarbij ook spelen of de verklaringen van de getuige globaal en kort of gedetailleerd en uitgebreid zijn en of deze bepaalde kenmerkende details bevat;\n\nde getuige pas na het afleggen van eerdere verklaringen is gekomen met bepaalde feiten en omstandigheden en of de getuige daarvoor een aannemelijke uitleg geeft;\n\nde getuige, in situaties waarin dat voor de hand lijkt te liggen, in staat blijkt meer gedetailleerd te verklaren over de gebeurtenissen en over de context waarin deze plaatsvonden;\n\nde verklaring op zichzelf aannemelijk kan zijn of al op het eerste gezicht verzonnen lijkt;\n\nde verklaring aansluit bij andere bewijsmiddelen en daarin steun vindt, en zo niet, of dat verklaarbaar is, en als dat verklaarbaar is, wat de aard en het gewicht is van die andere bewijsmiddelen in samenhang met de verklaring van de getuige. Onderzoeksresultaten die beschikbaar zijn gekomen na het afleggen van een verklaring, kunnen veel steun bieden aan die verklaring, zeker als het gaat om objectieve feiten waarop de getuige geen invloed kan hebben gehad.\n\nAndere aanknopingspunten bij de waardering van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen kunnen zijn of:\n\nde getuige zich toetsbaar opstelt, bijvoorbeeld door de weg te wijzen naar nadere informatie of andere personen (van wie ook voldoende gegevens worden verstrekt) aan de hand waarvan een verklaring getoetst kan worden;\n\nwat de getuige opgeeft als zijn redenen om naar de autoriteiten te stappen en een verklaring af te leggen en of die redenen aannemelijk zijn;\n\nde getuige een oprechte en betrouwbare indruk wekt bij het afleggen van zijn verklaring, bijvoorbeeld wanneer deze met kritische vragen wordt geconfronteerd, onderdelen van zijn verklaring in twijfel worden getrokken of hij met nieuwe gegevens wordt geconfronteerd die zich slecht met zijn verklaring lijken te verdragen.\n\nDe waardering van getuigenverklaringen aan de hand van de aanknopingspunten die daarvoor in het concrete geval bestaan, kan ertoe leiden dat de rechter een bepaalde getuige in het geheel niet geloofwaardig vindt. Ook kan het resultaat van deze waardering zijn dat voor bepaalde delen van wat een getuige heeft verklaard voldoende steun bestaat, zodat de rechter af kan gaan op de juistheid van die delen en deze gebruikt voor zijn beslissing. De rechter hoeft niet altijd verslag te doen van dit proces van bewijswaardering, maar kan volstaan met een weergave van de uitkomst ervan, of dat nu een vrijspraak of een veroordeling is. Dat ligt anders als door de verdediging of het Openbaar Ministerie een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt is ingenomen over de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring en de rechter dat standpunt niet volgt. Dan zal de rechter gemotiveerd op dat standpunt moeten reageren. Daarnaast kent de wet een aantal motiveringsvoorschriften in verband met specifieke soorten getuigenbewijs, zoals anonieme getuigen en kroongetuigen.\n\n6.1.2. Betrouwbaarheid verklaringen [medeverdachte 1]\n\nDe medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 5 februari 2026 op eigen verzoek een uitvoerige verklaring afgelegd bij de politie. Op 14 april 2026 is hij door de politie naar aanleiding van die verklaring nader ondervraagd. Ter zitting in hoger beroep is [medeverdachte 1] in de strafzaken tegen de medeverdachten over de verklaringen als getuige gehoord.\n\nHet standpunt van de verdediging van [verdachte] ten aanzien van de verklaringen van [medeverdachte 1] van 5 februari 2026 en 14 april 2026 zoals bij pleidooi naar voren gebracht, wordt door het hof afzonderlijk besproken in paragraaf 6.1.3.\n\nNiet valt te ontkennen dat [medeverdachte 1] een belang heeft bij het afleggen van zijn verklaringen. Hij heeft belastend over zichzelf en over anderen verklaard ten aanzien van zaaksdossiers waar hij bij betrokken is geweest. Ook heeft bij belastend verklaard over anderen ten aanzien van zaaksdossiers waar hij niet bij betrokken is geweest of waarover hij heeft gesteld niet bij betrokken te zijn geweest.\n\nHet hof kan zich niet aan de indruk onttrekken dat [medeverdachte 1] in de verschillende zaaksdossiers waar hij bij betrokken is geweest terughoudend heeft verklaard over zijn eigen rol. Die terughoudendheid heeft met name betrekking op het toegepaste geweld of bijvoorbeeld over de vraag of het door hem gehanteerde wapen een nepwapen zou zijn geweest. Daarmee ontstaat tevens het gevaar dat hij over de rol van anderen wellicht minder gunstig heeft verklaard. Het hof zal dan ook bij de selectie en waardering van het bewijs in alle zaaksdossiers rekening houden met dat gevaar. Dit betekent dat het hof voor bezwarende onderdelen van zijn verklaringen ten aanzien van anderen, steeds zal beoordelen of deze onderdelen steun vinden in andere bewijsmiddelen.\n\nHet hof zal de verklaring van [medeverdachte 1] niet gebruiken voor zover deze ziet op zijn betrokkenheid bij de feitelijke uitvoering van de overval in het zaaksdossier Ararat. [medeverdachte 1] stelt dat hij daarbij niet betrokken was, maar dit deel van zijn verklaring vindt geen steun in andere onderdelen van het dossier, terwijl meerdere bewijsmiddelen juist wel op zijn betrokkenheid wijzen: de voorbereidingen die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] hebben getroffen, ook volgens hun eigen verklaringen, hun aanwezigheid in de loods kort voor de overval, het uitzetten van de telefoons kort voor en tijdens de overval, hun aanwezigheid in de loods na de overval en communicatie met anderen in de dagen nadien. Gelet hierop zal het hof deze verklaring ook niet gebruiken voor het bewijs in de zaak Ararat van de medeverdachten.\n\n6.1.3. Verweren en verzoeken verdediging met betrekking tot getuigenverklaringen\n\nStandpunt van de verdediging ten aanzien van getuige\n [getuige 1]\n\nDe verdediging van [verdachte] heeft verzocht de verklaringen van [getuige 1] uit te sluiten van het bewijs. [getuige 1] twijfelt constant en wordt op bepaalde punten in haar verklaring gestuurd door de verhoorders. De verdediging concludeert dat de wijze waarop de verklaringen van [getuige 1] worden gebruikt als bewijs, duidt op sturing en op twijfel. De verklaringen van [getuige 1] zijn inhoudelijk twijfelachtig en van herkenning (van [verdachte] ) is geen sprake.\n\nStandpunt van het Openbaar Ministerie\n\nHet Openbaar Ministerie stelt vast dat het verweer strekkende tot uitsluiting van de verklaringen van [getuige 1] van het bewijs ook in eerste aanleg is gevoerd. Gewezen wordt op de overweging van de rechtbank: “Hoewel [getuige 1] over verschillende onderwerpen niet altijd eenduidig of consistent heeft verklaard, maakt dit niet dat haar verklaring in het geheel niet betrouwbaar zou zijn. De rechtbank acht de verklaring van [getuige 1] – voor zover deze voor het bewijs wordt gebruikt – betrouwbaar, omdat deze voldoende gedetailleerde en concreet is en op essentiële onderdelen steun vindt in ander bewijsmateriaal.” Het Openbaar Ministerie concludeert dat de verklaringen van [getuige 1] bruikbaar zijn voor het bewijs.\n\nOordeel van het hof\n\nMet juistheid kan worden vastgesteld dat [getuige 1] wisselend heeft verklaard over onderdelen van verschillende zaaksdossiers. Ook kan worden vastgesteld dat de verhoorders [getuige 1] sterk afwisselend hebben ondervraagd over de verschillende zaaksdossiers en daarmee springen door de tijd. De verhoorders hebben [getuige 1] met name gevraagd wat in het huis van [medeverdachte 2] heeft plaatsgevonden rond de data waarop de overvallen hebben plaatsgevonden. [getuige 1] heeft verklaard vanaf begin 2020 een relatie met [medeverdachte 2] te hebben gehad en vanaf juli\u002Faugustus 2020 tot aan de aanhouding van [medeverdachte 2] met hem in het huis van [medeverdachte 2] in Noord-Scharwoude te hebben gewoond. (ZD06, p. 854) [getuige 1] heeft ook verklaard dat er altijd mensen over de vloer kwamen, de hele dag door eigenlijk. (ZD06, p. 872) Het hof kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het voor [getuige 1] niet eenvoudig moet zijn geweest de dagen rond de data waarop de overvallen hebben plaatsgevonden voor de geest te halen. Wel kan [getuige 1] zich bepaalde bijzonderheden herinneren.\n\nZo kan de getuige zich een ‘bijtincident’ herinneren. Zij heeft verklaard dat [medeverdachte 2] in zijn vinger zou zijn gebeten en dat zijn vinger en zijn nagel kapot waren. De verhoorders laten [getuige 1] dan zoeken op haar telefoon naar foto’s van de twee middelvingers (ZD06, p. 924) en geven als data op: 7 en 8 augustus 2020. Vervolgens worden deze data door de verhoorders gewijzigd naar 7 januari waarbij het jaartal 2020 wordt genoemd. Pas verder in het verhoor wordt het jaartal 2021 door de verhoorders genoemd. Deze wijze van ondervragen leidt bij [getuige 1] op enig moment tot de uitspraak: “Ja, maar jullie hebben het nu over een andere dag.” (ZD06, p. 934) “He? ik ben helemaal in de war door jullie…Ik raak echt in de war.” (ZD06, p. 934) Inhoudelijk blijft zij echter bij haar verklaring en heeft zij ook bij de rechter-commissaris wezenlijke onderdelen van haar verklaringen herhaald.\n\nDit alles maakt dat het hof onderdelen van de verklaringen van [getuige 1] kan en zal gebruiken voor het bewijs indien en voor zover deze worden ondersteund door andere bewijsmiddelen.\n\nStandpunt van de verdediging ten aanzien van medeverdachte\n [medeverdachte 1]\n\nDe verdediging van [verdachte] heeft mede aan de hand van ter zitting in hoger beroep beluisterde audiofragmenten gewezen op verschillen tussen de daadwerkelijke verklaringen en de inhoud van het proces-verbaal van verhoor van 5 februari 2026 en 14 april 2026. Ook heeft zij gewezen op het weglaten van evident ontlastende verklaringen. Zij verzoekt om uitsluiting van alle verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] afgelegd vanaf februari 2026.\n\nStandpunt van het Openbaar Ministerie\n\nVoor het Openbaar Ministerie is er geen enkele reden voor uitsluiting van de verklaringen van [medeverdachte 1] van het bewijs.\n\nOordeel van het hof\n\n [medeverdachte 1] heeft op 5 februari 2026 en 14 april 2026 bekennende verklaringen afgelegd. Hij heeft daarbij verklaard over zijn eigen rol in verschillende zaaksdossiers en ook over de rol van anderen zowel in zaken waar hij bij betrokken is geweest als in zaken waarin dat niet het geval is geweest. De door de verdediging benoemde verschillen tussen de audio-bestanden van de verhoren van [medeverdachte 1] en de daarvan opgemaakte processen-verbaal zijn niet van dien aard dat er sprake is van een weergave die inhoudelijk onjuist is Evenmin is gebleken dat verklaringen die evident ontlastend zijn voor de verdachte niet zijn opgenomen. Nu het hof van oordeel is dat de verklaringen van [medeverdachte 1] niet onjuist en niet in strijd met de strekking van zijn verklaring in de processen-verbaal zijn vastgelegd, is er geen reden de verklaringen uit te sluiten van het bewijs. Wel maken de geconstateerde verschillen het noodzakelijk dat op de door de verdediging benoemde punten de verklaringen van [medeverdachte 1] met enige voorzichtigheid worden gehanteerd en zijn deze enkel bruikbaar indien en voor zover deze worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Het verzoek om integrale bewijsuitsluiting van opgenoemde verklaringen van [medeverdachte 1] wordt afgewezen.\n\nStandpunt van de verdediging ten aanzien van de getuige\n [medeverdachte 10]\n\nDe verdediging heeft de getuige [medeverdachte 10] – hoewel het verzoek om hem te kunnen horen als getuige door het hof in het onderzoek Mainz eerder is toegewezen – niet in hoger beroep kunnen horen. Er is geen effectieve en behoorlijke compensatie geboden voor het niet kunnen horen van [medeverdachte 10] . De verklaring van [medeverdachte 10] is ‘decisive’. Daarbij heeft te gelden dat hoe belangrijker de verklaring van de belastend verklarende persoon is, hoe meer ‘counterbalancing factors’ nodig zijn, wil het geheel worden aangemerkt als een eerlijk proces. Nu deze compensatie niet is geboden, dient de verklaring van [medeverdachte 10] te worden uitgesloten van het bewijs.\n\nStandpunt van het Openbaar Ministerie\n\nHet Openbaar Ministerie heeft in de regiefase het standpunt ingenomen dat het verzoek tot het horen van [medeverdachte 10] kan worden toegewezen. Uiteindelijk is het onmogelijk gebleken [medeverdachte 10] te horen, maar gelet op overige bewijsmiddelen is de verklaring echter niet ‘decisive’ zodat het niet horen niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces.\n\nOordeel van het hofHet hof stelt allereerst vast dat [medeverdachte 10] op 9 oktober 2023 in het bijzijn van onder andere de verdediging van [verdachte] is gehoord door de rechter-commissaris.\n\nOp de zitting van 17 januari 2025 is de strafzaak tegen onder andere [verdachte] verwezen naar de raadsheer-commissaris teneinde [medeverdachte 10] andermaal als getuige te horen.\n\nOp 20 november 2025 heeft de raadsheer-commissaris in het proces-verbaal van bevindingen gerelateerd dat [medeverdachte 10] , verblijvende in België, kenbaar heeft gemaakt na overleg met zijn advocaat niet mee te willen werken aan een nader verhoor. De raadsheer-commissaris heeft desgevraagd van de Belgische politie vernomen dat het Belgische recht, daar waar het gaat om onwillige getuigen die dienen te worden gehoord in het kader van een buitenlands onderzoek, niet voorziet in dwangmiddelen. De raadsheer-commissaris heeft dan ook geconcludeerd dat het onaannemelijk is dat [medeverdachte 10] binnen aanvaardbare termijn als getuige kan worden gehoord.\n\nHet hof is van oordeel dat de verklaring van [medeverdachte 10] niet op zichzelf staat en daarmee niet ‘decisive’ is. In zaaksdossier Mainz is sprake van verschillende bewijsmiddelen tegen de verschillende verdachten die van die overval worden beschuldigd. Dit maakt dat de verklaring van [medeverdachte 10] voor het bewijs gebruikt kan worden nu deze in samenhang met andere bewijsmiddelen kan worden gewaardeerd en de bewezenverklaring dus niet in beslissende mate op de verklaring van [medeverdachte 10] wordt gebaseerd.\n\nStandpunt van de verdediging ten aanzien van de getuige\n [medeverdachte 11]\n\nDe verdediging van [verdachte] heeft verzocht de verklaringen van [medeverdachte 11] niet te gebruiken voor het bewijs om reden dat deze onbetrouwbaar zijn dan wel hierin terughoudend te zijn.\n\nStandpunt van het Openbaar Ministerie\n\nHet Openbaar Ministerie heeft bij repliek geen standpunt ingenomen ten aanzien van het standpunt van de verdediging van [verdachte] inzake de getuige [medeverdachte 11] .\n\nOordeel van hof\n\nHet hof stelt vast dat [medeverdachte 11] na zijn aanhouding op 19 juli 2022 aanvankelijk ontkennend heeft verklaard over zijn rol in zaaksdossier Mainz dan wel zich heeft beroepen op zijn zwijgrecht. Bij gelegenheid van de eerste verhoren in juli 2022 is [medeverdachte 11] geconfronteerd met verschillende onderzoeksbevindingen zoals de stappenteller met als gegeven dat hij in de nacht van 7-8 augustus 2021 in De Goorn 2,3 kilometer heeft gelopen. (PD 07, p. 50) Ook is hij geconfronteerd met het gegeven dat hij samen met [medeverdachte 3] [getuige 4] is gaan ophalen en ze naar de woning van [medeverdachte 2] zijn gegaan en [medeverdachte 11] haar ook weer heeft weggebracht. (PD07, 44, 46, 49) Verder is hij geconfronteerd met de verkregen informatie uit een opgenomen en uitgeluisterd telefoongesprek van [getuige 4] met [getuige 5] waarin erover gesproken wordt dat [medeverdachte 11] tegen [getuige 4] heeft verteld dat hij de vrouw die bij de woningoverval in De Goorn naar buiten kwam lopen had tegengehouden. (PD07, 53) Tot slot kan nog genoemd worden dat [medeverdachte 11] geconfronteerd is met de onderzoeksbevinding dat zijn DNA is aangetroffen op een breekijzer dat is aangetroffen in de loods van [medeverdachte 3] in [plaats 2] en dat de daders bij de woningoverval in De Goorn breekijzers bij zich hadden. (PD07, 68)\n\n [medeverdachte 11] heeft uiteindelijk op eigen initiatief op 20 oktober 2022 een bekennende verklaring afgelegd over zijn rol in zaaksdossier Mainz alsmede belastend verklaard over de rol van medeverdachten in dat zaaksdossier.\n\nHet hof stelt vast dat [medeverdachte 11] in zijn verklaring op 20 oktober 2022 bekennend heeft verklaard maar dat hij daarbij zijn eigen rol op cruciale punten heeft geminimaliseerd. Dit ziet met name op het gegeven dat hij bekend is met de slachtoffers en op zijn rol bij de vrouw die het huis uit is gevlucht ten tijde van de overval en is tegengehouden en teruggeleid naar de woning. Zo heeft hij schoorvoetend verklaard dat de slachtoffers kennissen zijn van de ouders van [getuige 5] (PD07, p. 124) (het Hof begrijpt [getuige 5] , de ex-vriendin van [medeverdachte 11] en moeder van zijn zoon [kind] ). Over de vrouw die bij de overval het huis uit was gevlucht heeft [medeverdachte 11] vanaf 20 oktober 2022 steeds verklaard, ook bij de rechter-commissaris op 20 november 2023, dat zij door [medeverdachte 10] is achterhaald en is teruggeleid naar de woning.\n\nHet hof beantwoordt de vraag of en zo ja welke bewijsrechtelijke betekenis toekomt aan de verklaringen van [medeverdachte 11] op dezelfde wijze als de rechtbank. [medeverdachte 11] heeft zo veel mogelijk weg willen blijven van twee belangrijke aspecten in de verdenking van zijn rol in zaakdossier Mainz: de tipgever en de dader die de wegvluchtende vrouw tegenhoudt en terugleidt naar de woning. Dit maakt echter niet dat de verklaring van [medeverdachte 11] over andere aspecten in dit zaaksdossier niet betrouwbaar zouden zijn. Evenals de rechtbank betekent dit voor het hof wel dat de verklaringen van [medeverdachte 11] die zien op de betrokkenheid van de medeverdachten met de nodige voorzichtigheid moeten worden gewaardeerd. [medeverdachte 11] heeft telkens gelijkluidend verklaard ten aanzien van de strafrechtelijke betrokkenheid van zijn mededaders bij de woningoverval. Daarover heeft hij gedetailleerd, concreet en consistent verklaard: over wie betrokken waren bij de overval, wat de onderlinge rolverdeling was, waar zij zich voorafgaand aan de overval hebben verzameld, waar zij na de overval naartoe zijn gegaan en wie er tijdens de overval zou hebben geschoten.\n\nDit leidt ertoe dat de verklaringen van [medeverdachte 11] betrouwbaar zijn en voor het bewijs kunnen worden gebruikt voor zover de verklaringen op de betreffende aspecten steun vinden in andere bewijsmiddelen.\n\nVoorwaardelijke verzoeken\n\nDe verdediging van [verdachte] heeft een drietal voorwaardelijke verzoeken gedaan. Indien en voor zover het hof voornemens is de verklaringen van [getuige 1] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] voor het bewijs te gebruiken dan verzoekt de verdediging [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] te mogen horen als getuige en van de verhoren van [getuige 1] de audiobestanden te mogen beluisteren.\n\nHet hof stelt vast dat het Openbaar Ministerie geen standpunt heeft ingenomen ten aanzien van deze verzoeken.\n\nHet hof overweegt als volgt:\n\nHet hof gebruikt zoals hierna zal blijken onderdelen van de verklaringen van [getuige 1] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] voor het bewijs. De voorwaarde waaronder de verzoeken zijn gedaan is dan ook vervuld. Het hof wijst het verzoek om de audiobestanden te mogen beluisteren van het verhoor van [getuige 1] en de verzoeken om [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] als getuige te mogen horen af en overweegt daartoe het navolgende.\n\nAudioverhoren [getuige 1]\n\nDe verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van [getuige 1] erop duiden dat de politie haar in haar verklaring heeft gestuurd en heeft daarnaast gewezen op twijfel die bestaat voor wat betreft de inhoud van haar verklaring. Om die reden verzoekt de verdediging in staat te worden gesteld de audiobestanden te beluisteren zodat de totstandkoming van de verklaring kan worden gecontroleerd.\n\nZoals eerder door het hof overwogen ten aanzien van het verzoek tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van [getuige 1] , kunnen onderdelen van haar verklaringen voor het bewijs worden gebruikt, indien en voor zover de betreffende verklaring wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. De verdediging heeft geen aanknopingspunten benoemd voor de door haar gestelde sturing en twijfel die zou blijken uit de processen-verbaal van de verhoren van [getuige 1] . Gelet hierop is het hof van oordeel dat de noodzaak voor het beluisteren van de audiobestanden niet is gebleken. Het verzoek wordt afgewezen.\n\nVerhoor getuige [medeverdachte 1]\n\nHet hof stelt vast dat [medeverdachte 1] ter zitting in hoger beroep als getuige is gehoord onder meer in de strafzaak tegen [verdachte] . [medeverdachte 1] is door het hof uitvoerig ondervraagd over zijn verklaringen, waaronder ook over de belastende onderdelen voor de verdachte. De verdediging stelt terecht dat [medeverdachte 1] op verschillende vragen van de verdediging zich heeft beroepen op zijn verschoningsrecht. Het zal de verdediging niet zijn ontgaan dat vragen van de verdediging van medeverdachten aan [medeverdachte 1] , gesteld door het hof, wel werden beantwoord door [medeverdachte 1] . De verdediging van [verdachte] is expliciet aangeboden haar vragen aan [medeverdachte 1] te doen stellen door het hof. De verdediging van [verdachte] heeft van dat aanbod geen gebruik gemaakt. Het verzoek om [medeverdachte 1] andermaal te horen als getuige wordt afgewezen.\n\nVerhoor getuige [medeverdachte 10]\n\nGelet op het proces-verbaal van bevindingen van de raadsheer-commissaris van 20 november 2025 wordt het verzoek van de verdediging van [verdachte] om [medeverdachte 10] als getuige te horen, afgewezen omdat – zoals ook op de zitting van 28 mei 2026 door het hof is beslist – het onaannemelijk is dat [medeverdachte 10] binnen aanvaardbare termijn als getuige kan worden gehoord. Bij pleidooi is geen nadere onderbouwing gegeven die maakt dat die beslissing nu anders zou moeten luiden.\n\nDaarnaast overweegt het hof dat het feit dat de verdediging niet in staat is om de getuige [medeverdachte 10] andermaal te horen, niet in de weg staat aan het gebruik van deze verklaring voor het bewijs. Het hof overweegt daartoe dat de verklaring niet decisiveis en binnen het geheel van de resultaten van het strafvordelijk onderzoek een beperkt gewicht heeft. Bovendien is de verdediging op een eerder moment in de gelegenheid geweest de getuige te ondervragen.\n\nOp 9 oktober 2023 is [medeverdachte 10] immers door de rechter-commissaris als getuige gehoord in de strafzaak tegen [verdachte] . De verdediging heeft bij die gelegenheid de mogelijkheid gehad [medeverdachte 10] te ondervragen over zijn verklaringen bij de politie op 24 en 25 maart 2023. Daarmee is sprake van voldoende compenserende factoren en is er in het geheel bezien ook bij het gebruik van de verklaring van [medeverdachte 10] sprake van een eerlijk proces.\n\n6.2.1. Zaaksdossier Mainz\n\nZaaksdossier Mainz gaat over een woningoverval in De Goorn op 8 augustus 2020. Voor dit feit worden de verdachten [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] vervolgd. De medeverdachte [medeverdachte 11] is al door de rechtbank veroordeeld voor betrokkenheid bij deze overval en die beslissing is inmiddels onherroepelijk.\n\nStandpunt van het Openbaar Ministerie\n\nDe advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het oordeel van de rechtbank gevolgd kan worden. [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld.\n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] moet worden vrijgesproken.\n\nOordeel van het hof\n\nHet hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden tot een bewezenverklaring van het medeplegen van diefstal met geweld is gekomen en verenigt zich met die beslissing. Ook de daaraan ten grondslag liggende overwegingen neemt het hof voor een groot deel over. Gelet op het verhandelde in hoger beroep is op enkele punten een nuancering en aanvulling opgenomen. Het hof komt anders dan de rechtbank tot de conclusie dat niet is vast te stellen wie de schutter van de geloste schoten is geweest.\n\nDoor het hof vastgestelde feiten en omstandighedenOp grond van de inhoud van het dossier en de bewijsmiddelen in de bijlage neemt het hof de volgende feiten en omstandigheden als vaststaand aan.\n\nOp 8 augustus 2020 tussen 03:08 uur en 03:20 uur heeft een woningoverval plaatsgevonden in de vrijstaande woning aan de [adres 1] in De Goorn, waarbij telefoons, sleutels en een envelop met een geldbedrag van € 3.000 zijn weggenomen. Vier mannen met bivakmutsen hebben de woning betreden. Zij hebben daartoe een ruit van de woning ingeslagen. Drie van hen hadden een breekijzer en de vierde dader had een vuurwapen. Aangever [slachtoffer 1] is tegen zijn lichaam en hoofd geslagen met een breekijzer en is tegen zijn hoofd geschopt. Toen hij zich wilde verdedigen is door de dader met het vuurwapen twee keer een schot gelost in de richting van het hoofd van [slachtoffer 1] . Aangeefster [slachtoffer 2] is bedreigd met het vuurwapen. Toen zij probeerde te vluchten, is zij door een vijfde dader uit het naast de woning gelegen weiland teruggehaald en teruggeleid naar de woning. Deze vijfde dader kwam uit de richting van het toegangshek van het perceel en droeg ook een bivakmuts. Op dat moment was [slachtoffer 1] in gevecht met de andere vier daders. De daders zijn uiteindelijk in een auto weggereden in de richting van Berkhout.\n\nOp 12 augustus 2020 werd door de aangevers in dit onderzoek een koeienriem afgegeven bij de politie. Deze koeienriem zat vóór de overval bevestigd om het toegangshek van het perceel behorend bij de woning. De aangevers hadden de koeienriem aangetroffen op het erf nabij de sloot. Op deze koeienriem is een DNA-mengprofiel aangetroffen met celmateriaal van minimaal vier personen. Uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) volgt dat het DNA-profiel verkregen uit de bemonstering van de koeienriem, meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker is wanneer de bemonstering DNA van [medeverdachte 11] en drie willekeurige onbekende personen bevat dan wanneer de bemonstering DNA bevat van vier willekeurige onbekende personen. Het hof gaat er op basis van deze onderzoeksresultaten van uit dat er DNA-materiaal van [medeverdachte 11] op de koeienriem aanwezig is.\n\nVerklaring van [medeverdachte 11]\n\n is bij de politie meerdere keren als verdachte gehoord. Hij heeft aanvankelijk ontkend dat hij wetenschap had van de woningoverval. In het vijfde verhoor heeft hij verklaard over zijn betrokkenheid daarbij. In die verhoren heeft hij ook belastend verklaard over de medeverdachten. Ook heeft hij als getuige een verklaring afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris.\n\nSamengevat komen zijn verklaringen op het volgende neer.\n\nOp 7 augustus 2020 heeft hij in de avonduren – nadat hij door [medeverdachte 3] was benaderd met de vraag om te komen chillen met een meisje, samen met mevrouw [getuige 4] bij [medeverdachte 2] in de tuin gezeten. Nadat hij mevrouw [getuige 4] naar huis had gebracht, is hij doorgereden naar zijn chalet op camping [camping] in Berkhout. Hij had met [medeverdachte 3] daar afgesproken. [medeverdachte 3] had met anderen het plan gemaakt om een inbraak te plegen en heeft [medeverdachte 11] gevraagd of ze daarna weer terug mochten komen naar het chalet. Toen [medeverdachte 11] bij de camping aankwam, was [medeverdachte 3] daar al. Zij hebben een tijdje in het chalet van [medeverdachte 11] gezeten en gesproken over wat zij van plan waren. Volgens [medeverdachte 11] waren ook [verdachte] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] daarbij. Op de parkeerplaats van de camping is [medeverdachte 11] in de kofferbak van de auto van [medeverdachte 3] gestapt en meegereden naar De Goorn. [medeverdachte 3] heeft zijn auto in een inham voorbij de woning in De Goorn geparkeerd, waarna [verdachte] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] zijn uitgestapt. [medeverdachte 11] is ook uitgestapt en heeft aan één van deze mannen een breekijzer gegeven. [verdachte] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] zijn over het weiland naar de woning gelopen. [medeverdachte 3] heeft de auto doorgereden naar het toegangshek en [medeverdachte 11] heeft daar met [medeverdachte 3] staan wachten op de anderen. Ze zijn uiteindelijk samen weer naar het chalet van [medeverdachte 11] gereden. [medeverdachte 11] heeft toen gehoord dat [medeverdachte 2] had geschoten. De anderen waren daar boos over. [medeverdachte 11] heeft een dag later aan [getuige 4] verteld dat hij iets ergs had gedaan, dat hij niet mee naar binnen was geweest en een vrouw had tegengehouden die naar de buren wilde gaan.\n\nZoals hiervoor overwogen acht het hof de verklaringen van [medeverdachte 11] betrouwbaar voor zover deze zien op de betrokkenheid van anderen nu deze verklaringen op belangrijke onderdelen en in relevante mate steun vinden in ander bewijsmateriaal, zoals de verklaring van [getuige 4] , het telefoongesprek tussen [getuige 4] en [getuige 5] en de verklaring van [medeverdachte 1] zoals hierna wordt overwogen. Het hof acht – uit hetgeen hiervoor over de betrouwbaarheid van zijn verklaringen is overwogen – zijn verklaringen over zijn eigen rol niet op alle punten geloofwaardig.\n\nUit de verklaring van de aangevers blijkt dat er tijdens de overval is geschoten. Dit wordt ook bevestigd door [medeverdachte 11] . In hoger beroep heeft [medeverdachte 1] een verklaring afgelegd als verdachte, welke verklaring in alle zaken is gevoegd. [medeverdachte 1] is daarnaast als getuige ter terechtzitting in hoger beroep gehoord.\n\nVerklaring van [medeverdachte 1]\n\n heeft als verdachte ten overstaan van de politie verklaard, welke verklaring hij als getuige ten overstaan van het hof heeft bevestigd, dat hij op 9 augustus 2021 bij [medeverdachte 2] thuis was en dat ook [medeverdachte 3] en [medeverdachte 10] daar waren. [medeverdachte 10] vertelde hem over de overval in De Goorn. [medeverdachte 3] was de chauffeur van de vluchtauto voor die overval in De Goorn. Bij die overval zou een raam kapot zijn geslagen. Toen de bewoners naar beneden kwamen heeft [medeverdachte 10] de mannelijke bewoner met een koevoet geslagen. Toen [medeverdachte 10] nog een keer met de koevoet wilde slaan, is deze door de mannelijke bewoner afgepakt. Een ander heeft vervolgens richting het hoofd van de mannelijke bewoner geschoten. Van anderen, in het bijzonder van [medeverdachte 10] en [medeverdachte 2] , heeft [medeverdachte 1] gehoord dat het [medeverdachte 4] is geweest die heeft geschoten. [medeverdachte 11] heeft de vrouwelijke bewoner, die het weiland was ingevlucht, gepakt en naar de woning teruggeleid. Verder was bij die overval aanwezig een kale man met een baard, die – ten tijde van het verhoor in februari 2026 – in [plaats 1] vast zat. Als de verhoorder de naam van [verdachte] noemt, bevestigt [medeverdachte 1] dit. Dat de verklaring van [medeverdachte 1] voor zover het ziet op dit zaaksdossier betrouwbaar is, is al hiervoor overwogen.\n\nSchotenDat er geschoten is tijdens de overval kan op grond van de verklaring van aangevers, de verklaring van [medeverdachte 11] en de verklaring van [medeverdachte 1] worden vastgesteld.\n\nDat er geschoten is met een wapen dat ook in het onderzoek Ararat is gebruikt en dat dit hetzelfde wapen betreft als het wapen waarmee [medeverdachte 5] om het leven is gekomen, leidt het hof uit het volgende af.\n\nUit het rapport schotrestenonderzoek van 26 april 2022 volgt dat de deskundige het zeer veel waarschijnlijker acht dat op de bemonsteringen die van het gelaat van aangever [slachtoffer 1] zijn genomen schotresten aanwezig zijn, dan dat op die bemonsteringen geen schotresten aanwezig zijn. Het hof gaat er daarom vanuit dat op het lichaam van [slachtoffer 1] schotresten aanwezig waren.\n\nNa het overlijden van [medeverdachte 5] is bij zijn lichaam een vuurwapen aangetroffen. Dit betrof een zilverkleurige revolver, type .357 Magnum van fabrikant Smith & Wesson. In het vergelijkend schotrestenonderzoek van 26 april 2022 is de aangetroffen verzameling deeltjes in het onderzoek Mainz, vergeleken met de verzamelingen deeltjes die zijn aangetroffen in het onderzoek Ararat (de woningoverval met dodelijke afloop in Berkhout) en het onderzoek Waltrop (het onderzoek naar het overlijden van [medeverdachte 5] ).\n\nDe deskundige rapporteerde dat de bevindingen van het vergelijkend schotrestenonderzoek veel waarschijnlijker zijn als hypothese V1 (de verzameling deeltjes hebben dezelfde bron van herkomst) waar is, dan als hypothese V2 (de verzameling deeltjes hebben een andere bron van herkomst) waar is.\n\nBron van herkomst is hierbij gedefinieerd als schoten met dezelfde vuurwapen-munitie combinatie.\n\nDe rechtbank heeft de opsteller van het rapport, [deskundige] , ter terechtzitting als deskundige gehoord. Het hof begrijpt de inhoud van het rapport, in samenhang met de door de deskundige ter terechtzitting van de rechtbank gegeven toelichting, als volgt. Onder hypothese V1 (dezelfde bron van herkomst) kan zowel worden begrepen dat is geschoten met hetzelfde wapen met dezelfde munitie, als met eenzelfde soort (merk en type) wapen met dezelfde soort munitie. De aangetroffen verzamelingen deeltjes in de onderzoeken Mainz, Ararat en Waltrop zijn zeldzaam te noemen. Hierover is in het rapport opgemerkt dat alle drie de verzamelingen deeltjes voornamelijk worden gekenmerkt door deeltjes met elementsamenstellingen PbSbSn (lood, antimoon, tin), waarbij de elementen Sb en Sn in deze deeltjes veelal op spoorniveau aanwezig zijn. Daarnaast zijn in alle drie de verzamelingen deeltjes aanwezig gelijkend op BaAl (barium, aluminium) met (een spoor van) de elementen Pb en Sb. Deze deeltjes worden volgens de deskundige zelden in onderzoeken aangetroffen in combinatie met deeltjes als extra element Sn. Deze deeltjes kunnen afkomstig zijn van het zogeheten memory-effect, wat een aanwijzing kan zijn dat de verzamelingen deeltjes dezelfde bron van herkomst hebben. Weliswaar heeft de deskundige ter zitting in eerste aanleg toegelicht dat niet met 100% zekerheid kan worden vastgesteld dat het zogenaamdememory-effecthier speelt, maar het lijkt er wel sterk op, omdat de aangetroffen verzamelingen deeltjes anders alleen kunnen worden aangetroffen in de situatie dat in alle gevallen is geschoten met eenzelfde (soort) wapen, en waarmee met dezelfde (soorten) munitie is geschoten en waarbij de munitie dan ook in dezelfde volgorde moet zijn verschoten.\n\nDat de deskundige vervolgens op basis van zijn beschouwing, beschikbare literatuur en de ervaring op het NFI in eerdere onderzoeken tot de bewijskracht “veel waarschijnlijker” komt, wijst erop dat in de onderzoeken Mainz, Ararat en Waltrop is geschoten met hetzelfde vuurwapen.\n\nDe theoretische mogelijkheid dat is geschoten met eenzelfde soort wapen acht het hof hoogst onwaarschijnlijk, omdat dan – zoals hiervoor al opgemerkt – dezelfde (verschillende) soorten munitie in dezelfde volgorde moeten zijn verschoten.\n\nSchutterAnders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat op grond van het dossier niet met een voor de bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld wie de schoten heeft gelost.\n\n [medeverdachte 11] heeft in zijn verklaringen aangegeven dat [medeverdachte 2] degene is geweest die de schoten heeft gelost. Hij heeft dat zelf niet gezien, maar van de anderen gehoord toen ze terug waren in zijn chalet. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij van [medeverdachte 10] heeft gehoord dat [medeverdachte 4] verantwoordelijk is voor het schieten.\n\nNu door [medeverdachte 11] en [medeverdachte 1] verschillende verklaringen worden afgelegd over wie de schutter is geweest en nu zij beiden niet kunnen verklaren uit eigen waarneming, acht het hof het niet mogelijk om vast te stellen wie de schutter is geweest.\n\nWeliswaar blijkt dat in zes bemonsteringen op het wapen dat bij [medeverdachte 5] is aangetroffen en waarvan hiervoor is vastgesteld dat dit wapen ook bij deze overval is gebruikt, DNA-materiaal is aangetroffen dat afkomstig kan zijn van [medeverdachte 2] , maar die enkele omstandigheid acht het hof onvoldoende om [medeverdachte 2] als schutter aan te wijzen, omdat niet vastgesteld kan worden wanneer dat DNA op het wapen terecht is gekomen, en het wapen ten tijde van de overval gehanteerd kan zijn zonder dat de dader daarop DNA heeft achtergelaten.\n\nConclusie ten aanzien van het bewijsHet hof komt op grond van de bewijsmiddelen tot de conclusie dat (in elk geval) de verdachten [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en voormalig medeverdachten [medeverdachte 11] en [medeverdachte 10] betrokken zijn geweest bij de woningoverval in De Goorn.\n\nMedeplegenVoor de kwalificatie van medeplegen is vereist dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking door de verdachte met een of meer anderen. Die kwalificatie is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en\u002Fof materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Bij medeplegen ligt het accent op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. Een en ander brengt mee dat wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsmotivering – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.\n\nUit de verklaringen van [medeverdachte 11] en [medeverdachte 1] leidt het hof af dat [medeverdachte 2] , [medeverdachte 10] en [verdachte] drie van de vier daders zijn geweest die de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] binnen zijn gegaan. Voorafgaand aan de overval is deze gepland. [medeverdachte 3] heeft de vluchtauto geregeld, is bij de voorbespreking en bij het maken van het plan betrokken geweest en heeft de vluchtauto bestuurd. Uit de verklaring van [medeverdachte 1] blijkt bovendien dat iedere betrokkene bij een overval meedeelde in de buit en iedereen een gelijk deel kreeg, dat geldt ook voor de chauffeur van de vluchtauto. Alle bij de overval betrokken personen hebben dus een actieve rol gehad bij de woningoverval en kunnen om die reden als medepleger van de woningoverval worden aangemerkt bij welke woningoverval geweld is gebruikt, met geweld is gedreigd en waarbij schoten zijn gelost.\n\nHet hof komt dan ook tot een bewezenverklaring van het medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld.\n\n6.2.2. Zaaksdossier Millet\n\nStandpunt van het Openbaar Ministerie\n\nDe advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het oordeel van de rechtbank gevolgd kan worden. [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld. Het bewijs daarvoor volgt uit:\n\nde aangiftes van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ;\n\nde DNA match van zowel [slachtoffer 3] als [medeverdachte 2] op de tie-wrap die gebruikt is om de aangever [slachtoffer 3] aan het bed vast te binden;\n\nde route van de gestolen Audi A8 en de gebruikte vluchtauto die te koppelen is aan [medeverdachte 3] ;\n\nde link die [medeverdachte 3] heeft met de aangevers;\n\nde zendmastgegevens van de telefoon van [medeverdachte 3] ;\n\nverschillende chatberichten voor en na de overval die tussen de verdachten zijn uitgewisseld en die verband houden met de overval.\n\nDaar komt bij dat [medeverdachte 1] in hoger beroep een verklaring heeft afgelegd die de bovenstaande bewijsmiddelen bevestigt.\n\nHet is volgens het Openbaar Ministerie niet aannemelijk dat [verdachte] wel wist van de overval, daarover ‘dingen’ heeft besproken, een gedeelte van de buit heeft gekregen en een auto heeft geregeld, maar dat hij niet is meegegaan naar de woning.\n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.\n\nOordeel van het hofZaaksdossier Millet gaat over een woningoverval in Dreumel in de nacht van 30 december 2020. Het hof is net als de rechtbank van oordeel dat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zich schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van diefstal met (bedreiging van) geweld. Het hof zal de overwegingen van de rechtbank grotendeels overnemen en daar aanvullen waar nodig met verklaringen van de verdachten en bewijsmiddelen die in hoger beroep aan het dossier zijn toegevoegd.\n\nHet hof gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.\n\nVerklaring [medeverdachte 1] in hoger beroep[medeverdachte 1] heeft bij de politie en ter terechtzitting in hoger beroep als getuige verklaard dat hij door [medeverdachte 3] is opgehaald voor de overval in Dreumel. Onderweg is ook [verdachte] opgehaald. Volgens [medeverdachte 1] waren hij, [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] aanwezig in de woning tijdens de overval. Ze zijn met gezichtsbedekking naar binnen gegaan. [medeverdachte 3] was de bestuurder van de auto waarmee ze naar Dreumel zijn gereden. Volgens [medeverdachte 1] wist hij een paar dagen van tevoren dat de overval zou gaan plaatsvinden. [medeverdachte 1] was als eerste binnen in het huis nadat hij het raam naast de jacuzzi had opengemaakt met een platte schroevendraaier. In de woning heeft hij boven gezocht naar een kluis, geld of sieraden. [medeverdachte 1] heeft tijdens de autorit naar de overval gehoord dat er € 100.000 in de woning zou liggen. Dit bedrag is ook genoemd tijdens de overval zelf. In de auto op weg naar de overval is vooral [medeverdachte 3] aan het woord geweest. De aangevers lagen beneden in bed en werden verzocht te vertellen waar het geld lag. [verdachte] en [medeverdachte 4] stonden bij de slachtoffers. Volgens [medeverdachte 1] hadden [verdachte] en [medeverdachte 4] wapens mee naar de overval. Hij heeft de wapens gezien toen zij in de woning waren op het moment dat er een wapen werd getrokken. Er was één luchtbuks en twee andere kleinere wapens. [medeverdachte 1] denkt dat de luchtbuks van de eigenaar is; die werd op zolder door een van de verdachten aangetroffen. De aangeefster is door [medeverdachte 4] van haar bed gehaald, waarna [medeverdachte 1] met haar en [medeverdachte 4] naar boven is gelopen om geld te zoeken. De aangeefster zou in een kamer boven een tas hebben aangewezen waarin geld lag. Nadat de aangeefster terug was gebracht naar de slaapkamer zag [medeverdachte 1] dat beide aangevers ‘nee’ naar elkaar schudden. [medeverdachte 1] begreep daaruit dat er meer geld in de woning was dan de aangeefster had aangewezen. [medeverdachte 1] zou daarna naar boven zijn gegaan en daar grondig hebben gezocht. Er werd door [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [verdachte] agressief gereageerd naar de aangeefster. Er werd geschreeuwd en [medeverdachte 2] zou de aangeefster met de platte hand in haar gezicht hebben geslagen. Ook zou [medeverdachte 2] aan de haren van de aangeefster hebben getrokken en is er glas kapot gegooid op de grond. [medeverdachte 1] heeft in het huis meerdere kleine stapeltjes met geld gevonden op verschillende plekken. In totaal is er zo’n € 10.000 gevonden. Er is iets meer dan € 2.000 per persoon buitgemaakt. Ook heeft [medeverdachte 1] een tweetal autosleutels gevonden, waarna besloten is de Audi A8 van de aangevers mee te nemen. [medeverdachte 1] is met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] in de Audi A8 van de aangevers gestapt en daarin zijn ook de buitgemaakte spullen geladen. Vervolgens is [medeverdachte 1] met drie andere personen in de Audi A8 van de aangevers naar een plek gereden vlakbij de woning, waar [medeverdachte 3] stond te wachten in een auto. [medeverdachte 2] heeft de Audi A8 van de aangevers bestuurd. Bij de auto van [medeverdachte 3] zijn [medeverdachte 1] en [verdachte] bij [medeverdachte 3] ingestapt en zijn zij naar Lelystad gereden. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] zijn in de Audi A8 naar Lelystad gereden. In Lelystad is het geld verdeeld bij een oud bedrijf waar ‘geschuild kon worden’. Dit bedrijf was in de buurt van de plek waar de portemonnee van de aangeefster is gevonden, welke door [medeverdachte 1] in het water is gegooid. Het geld is onder de vijf mannen verdeeld. Iedereen kreeg een gelijk deel. De sieraden zijn door [medeverdachte 1] meegenomen naar huis, maar uiteindelijk zoekgeraakt. [medeverdachte 3] heeft ‘niet met zoveel woorden’ tegen [medeverdachte 1] gezegd dat de tip dat er veel geld lag in de woning van aangevers van zijn vader afkomstig was. [medeverdachte 1] leidde dit af uit ‘de manier waarop [medeverdachte 3] het zei’. [medeverdachte 1] heeft ook verklaard dat hij wist dat de vader van [medeverdachte 3] ‘een connectie was’ van de aangevers.\n\nVerklaringen van de aangevers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]\n\nDe aangevers hebben verklaard dat zij lagen te slapen toen vier mannen hun slaapkamer betraden. De mannen droegen allen gezichtsmaskers en handschoenen. Twee mannen hadden een vuurwapen vast en hebben deze op de aangevers gericht. Eén man dreigde met een hamer te slaan en een ander was in het bezit van een luchtbuks, die aangever [slachtoffer 3] herkende als de zijne. De mannen riepen telkens om geld. De mannen bonden de handen en de voeten van de aangevers vast met tie-wraps. Aangever [slachtoffer 3] heeft meerdere keren een vuurwapen tegen het hoofd gezet gekregen. Aangeefster [slachtoffer 4] is aan haar haren van het bed getrokken en heeft twee klappen in haar gezicht gekregen. Uiteindelijk is – onder meer – een geldbedrag, een portemonnee, sieraden en een Audi A8 voorzien van het kenteken [kenteken 1] weggenomen.\n\nDNA-match [medeverdachte 2] op tie-wrapOp het bed van de aangevers zijn meerdere aan elkaar verbonden tie-wraps aangetroffen. Uit de bemonstering van een van deze tie-wraps (het deel tussen het uiteinde en het slotje) is een DNA-mengprofiel van minimaal drie donoren verkregen. Het DNA-hoofdprofiel komt overeen met het DNA-profiel van aangever [slachtoffer 3] . Het DNA-nevenprofiel komt overeen met het DNA van [medeverdachte 2] . Van het DNA-nevenprofiel uit de bemonstering is het 13 miljoen keer waarschijnlijker dat [medeverdachte 2] de donor is dan wanneer dit niet zo is.\n\nHet hof is het met de rechtbank eens dat [medeverdachte 2] de donor is van het celmateriaal op het deel van de tie-wrap tussen het uiteinde en het slotje.\n\nRoute weggenomen Audi A8 met kenteken [kenteken 1] en de auto met het kenteken [kenteken 2]\n\nOp camerabeelden gemaakt op het terrein van de aangevers is te zien dat op 30 december 2020 omstreeks 02:37 uur een personenauto van het merk Audi die op het terrein stond geparkeerd, wegrijdt nadat om 02:36 uur drie personen zijn ingestapt in het voertuig. Het hof begrijpt dat dit – gelet op de verklaring van [medeverdachte 1] – de Audi A8 van de aangevers betreft die is voorzien van het kenteken\n\n [kenteken 1] .\n\nHet kenteken [kenteken 1] is later die nacht twee keer vastgelegd door een ANPR-camera. Om 03:26 uur is de Audi A8 op de A27 ter hoogte van Nieuwegein geregistreerd en om 03:47 uur op de kruising van de N702 met de Polderdreef in Almere-Buiten. Op datzelfde tijdstip (03:47 uur) is door ANPR-camera’s een Audi A8 of S8 met het kenteken [kenteken 2] op diezelfde kruising in Almere-Buiten vastgelegd. Op de ANPR-foto is te zien dat het kenteken op de achterzijde van een personenauto is bevestigd, terwijl dat kenteken hoort bij een camper. Het kenteken [kenteken 2] blijkt eerder die nacht om 03:18 uur door een ANPR-camera te zijn vastgelegd op de A15 ter hoogte van Deil Oost (Gelderland). Uit raadpleging van Google Maps volgt dat dit punt ligt op een van de rijroutes vanaf Dreumel in de richting van de A2. De voertuigen zijn uiteindelijk samengekomen in Almere-Buiten.\n\nUit het dossier blijkt dat het kenteken [kenteken 2] aan [medeverdachte 3] is te koppelen, omdat hij op 24 december 2020 (ongeveer één week voor de overval) een voertuig met daarin twee kentekenplaten met het kenteken [kenteken 2] heeft opgehaald bij het beslaghuis. Uit de politiesystemen blijkt bovendien dat [medeverdachte 3] vanaf 12 december 2020 een Audi A8, voorzien van het kenteken [kenteken 3] , op zijn naam heeft staan. [medeverdachte 3] is op 23 december 2020 ook als bestuurder van deze auto gecontroleerd.\n\nHet hof begrijpt – gelet op de verklaring van [medeverdachte 1] – dat de auto waarop het kenteken\n\n [kenteken 2] was bevestigd, de auto is geweest waarin [medeverdachte 3] heeft gereden op weg naar de overval en waar [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn ingestapt na de overval op weg naar Lelystad.\n\nLink tussen de aangevers en [medeverdachte 3]Uit het dossier blijkt dat de aangevers (goede) bekenden zijn van de vader van [medeverdachte 3] . Ook heeft de aangeefster [medeverdachte 3] in het verleden twee keer gezien en heeft zij verklaard dat haar man en de vader van [medeverdachte 3] elkaar al lang kennen. Dat [medeverdachte 3] de aangevers kent wordt ook bevestigd door een proces-verbaal dat is gevoegd in hoger beroep van 23 maart 2026. Uit dit proces-verbaal blijkt dat [medeverdachte 3] de aangever [slachtoffer 3] heeft gebeld op 17 maart 2026 naar aanleiding van de verklaring die [medeverdachte 1] heeft afgelegd bij de politie. [medeverdachte 1] heeft overigens ook verklaard dat de vader van [medeverdachte 3] ‘een connectie’ was van de aangevers. [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat hij dacht dat de tip dat er € 100.000 in de woning lag van de vader van [medeverdachte 3] kwam, hoewel [medeverdachte 3] dit ‘niet met zoveel woorden’ tegen hem heeft gezegd.\n\nZendmastgegevens van [medeverdachte 3]Uit het politieonderzoek is gebleken dat [medeverdachte 3] ten tijde van de overval de gebruiker was van het telefoonnummer + [telefoonnummer] . Uit zendmastgegevens van dit telefoonnummer blijkt dat de telefoon van [medeverdachte 3] verschillende reisbewegingen heeft gemaakt die overeenkomen met het verloop van de overval. Zo straalt de telefoon eerst een zendmast aan die dekking geeft aan de woning van [medeverdachte 2] op 29 december 2020 van 20:54 uur tot 22:11 uur. Daarna maakt de telefoon een reisbeweging naar Amsterdam en straalt de telefoon van 23:23 uur tot 23:46 uur een zendmast aan die dekking geeft aan het adres waar [verdachte] ten tijde van de overval woonachtig was. In de nacht van 30 december 2020 om 00:52 straalt de telefoon een zendmast aan in Lith (Gelderland). Tijdens de overval heeft de telefoon geen verbindingen geregistreerd. Later straalt de telefoon zendmasten aan in Vianen (03:24 uur) en Almere (03:52 uur), locaties die naar voren zijn gekomen in de netwerkmeting uitgevoerd op de route Dreumel-Almere. Iets later die nacht straalt de telefoon een zendmast aan in Lelystad (van 04:43 uur tot 04:58 uur). Uiteindelijk maakt de telefoon vanaf 06:45 uur weer contact met zendmasten in de regio West-Friesland.\n\n [medeverdachte 1] heeft verklaard dat [verdachte] in Amsterdam is opgehaald op weg naar de overval door [medeverdachte 3] en dat zij vervolgens zijn doorgereden naar de woning in Dreumel. [medeverdachte 1] heeft ook verklaard dat hij met [verdachte] na de overval weer bij [medeverdachte 3] is ingestapt en dat zij naar Lelystad zijn gereden. Volgens [medeverdachte 1] is het geld verdeeld in Lelystad vlakbij de locatie waar de portemonnee van de aangeefster later is teruggevonden. De zendmastgegevens van het telefoonnummer van [medeverdachte 3] sluiten dus aan bij de verklaring van [medeverdachte 1] . De zendmastgegevens komen ook overeen qua tijdstip en locatie met de twee ANPR-registraties van de weggenomen Audi A8 van aangevers in Vianen (03:24 uur) en in Almere (03:52 uur).\n\nChatberichten voor en na de overval\n\nUit het telefoontoestel van [verdachte] heeft de politie een groot aantal chatberichten uit de applicatie WhatsApp veiliggesteld waarvan een deel was verwijderd. De politie heeft de verwijderde berichten kunnen herstellen, maar hierbij is wel de woordvolgorde ‘gescrambled’ (verwisseld).\n\nGeen van de verdachten heeft betwist de gebruiker te zijn van de door de politie aan hen toegeschreven telefoonnummers. Er is door de verdachten ook niet betwist dat zij de in het dossier opgenomen en aan hen toegeschreven chatberichten hebben verstuurd.\n\nVoorafgaand aan de overval hebben de verdachten verschillende gesprekken gevoerd over het aanschaffen van auto’s:\n\nop 4 december 2020 zegt [verdachte] dat een auto (“bak”) moet worden geregeld (“fixen”) en dat ze dan kunnen gaan “happen”.\n\nop 11 december 2020 laat [medeverdachte 3] weten dat hij een A8 kan ophalen voor € 3.000,00 (“3k”). [verdachte] zegt even later dat hij “ [bijnaam 1] ” heeft gesproken die met “ [bijnaam 2] ” was en dat het een goede prijs (“goeie”) is. [medeverdachte 3] schrijft “laat ze daarom wat regelen”, waarop [verdachte] antwoordt dat hij “ [bijnaam 1] ” heeft gezegd “opschieten”.\n\nop 13 december 2020 schrijft [medeverdachte 3] “die gaat nu naar m’n vader” en hij laat weten op een (andere) auto een aanbetaling te hebben gedaan, maar nog steeds een geldbedrag mist van “ [bijnaam 1] ”. [verdachte] schrijft “we gaat dat regelen met die snotaap”. [medeverdachte 3] antwoordt “ja want dan hebben we 7 serie en a8”. [verdachte] zegt “we hadden nu gewoon twee waggie” en “gaan we het allemaal van hem afhalen”. Het hof merkt hierbij op dat [medeverdachte 1] ook wel “ [bijnaam 2] ” wordt genoemd.\n\nHet hof begrijpt uit deze gesprekken dat er werd gesproken over de aankoop van de Audi A8 en de BMW 735i (7 serie) die vanaf 12 december 2020 (Audi A8) en 21 december 2020 (BMW 735i) op naam van [medeverdachte 3] hebben gestaan. [verdachte] was actief betrokken bij de aankoop van deze twee auto’s. Dit vindt bevestiging in de verklaring die [verdachte] ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd. [verdachte] heeft verklaard dat deze berichten gingen over ‘het regelen van auto’s voor een klus en dat hij daar ook wat voor heeft gekregen’. Met ‘happen’ bedoelt [verdachte] – naar eigen zeggen – geld verdienen door het uitvoeren van ‘klussen’. De auto was volgens [verdachte] nodig om de klus te doen. De verklaring van [verdachte] bevestigt daarmee dat de auto’s niet voor [medeverdachte 3] persoonlijk bedoeld waren, maar dat deze geregeld moesten worden voor het uitvoeren van ‘klussen’ (het hof begrijpt: overvallen). Dit vindt ook steun in een chatgesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] op 26 augustus 2021, waarin [medeverdachte 1] zegt – althans, zo begrijpt het hof het bericht – dat de Audi A8 op naam van [medeverdachte 3] “van ons allemaal is”.\n\nVoorafgaand aan de overval hebben de verdachten ook verschillende chatgesprekken gevoerd over de planning van de overval:\n\nop 21 december 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 3] of iedereen klaar (“ready”) is voor volgende week (“next week”) en zegt hij dat hij “honger” heeft. [medeverdachte 3] antwoordt “ik ook”. [verdachte] heeft hier ter terechtzitting in hoger beroep over verklaard dat met deze berichten werd bedoeld dat ‘iedereen geld wilde gaan verdienen met de klus’.\n\nop 22 december 2020 laat [verdachte] aan [medeverdachte 1] weten dat [medeverdachte 3] (“ [bijnaam 3] ”) “honger” heeft. [medeverdachte 1] antwoordt “jaa hij komt” en “die [persoon] zit toch vast”. [verdachte] zegt “we vertrouwen op hem”, “ik weet het” en “had hij me gezegt”.\n\nop 25 december 2020 schrijft [verdachte] naar [medeverdachte 2] dat maandag “aan” is, waarop [medeverdachte 2] antwoordt “zie je snel”. [medeverdachte 2] zegt “goede dingen”, wat [verdachte] bevestigt met dat hij “ready” is. [medeverdachte 2] zegt dan “nieuwe wagie ook daar”.\n\nop 28 december 2020 chat [medeverdachte 1] met zijn vriend [betrokkene 1] . De politie heeft dit gesprek aangetroffen op de telefoon van [betrokkene 1] . Deze berichten konden zonder dat de woordvolgorde is veranderd veilig worden gesteld. [betrokkene 1] schrijft dan “bigday”, waarop [medeverdachte 1] antwoordt “jaa we gaan in de avond” en “hoop goed daar”.\n\nop 28 december 2020 schrijft [verdachte] naar [medeverdachte 3] dat vandaag de “big day” is, wat [medeverdachte 3] bevestigt. Om 17:51 uur stuurt [verdachte] een locatie naar [medeverdachte 3] “ [adres 6] ”, “grote parkeerplaats”. Om 18:52 uur zegt [medeverdachte 3] “morgen 100 procent”.\n\nop 29 december 2020 schrijft [medeverdachte 3] naar [verdachte] “vuurwerk vanavond”, wat [verdachte] bevestigt met “vanavond 100”. [medeverdachte 3] zegt “jackpot”. Om 17:19 uur kunnen [medeverdachte 3] en [verdachte] “ [bijnaam 8] ” niet bereiken. [verdachte] denkt dat hij misschien “bij zijn vrouwtje thuis” is. [medeverdachte 3] zegt dat “hij weet wat gaande is”. [verdachte] zegt “geen stress”. Om 21:07 uur laat [verdachte] weten dat hij nu naar Amsterdam gaat rijden. Om 23:05 uur geeft [verdachte] de locatie door “ [adres 6] ”. Om 23:16 uur zegt [medeverdachte 3] “ben er”, waarop [verdachte] antwoordt “wacht effe op me ik ga nu komen ”.\n\nHet hof begrijpt uit deze chatgesprekken dat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in eerste instantie op maandag 28 december 2020 met elkaar hebben afgesproken en dat deze afspraak in het teken stond van geld verdienen door het uitvoeren van ‘een klus’ (het hof begrijpt: een overval). Het hof begrijpt uit de berichten dat de overval uiteindelijk niet is doorgegaan, omdat [medeverdachte 3] op 28 december 2020 om 18:52 uur schrijft ‘morgen 100 procent’. Dit blijkt ook uit de daarop volgende berichten van 29 december 2020 waarin wordt gesproken over ‘vuurwerk vanavond’. [verdachte] heeft overigens ook ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de berichten over vuurwerk gingen over ‘die klus’. Hij heeft van tevoren over ‘die overval’ gesproken. De berichten van 29 december 2020 tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] komen ook overeen met de zendmastgegevens van het telefoonnummer van [medeverdachte 3] en de verklaring van [medeverdachte 1] , die heeft verklaard dat [verdachte] onderweg naar de overval in Amsterdam is opgehaald.\n\nIn de periode kort na de overval zijn er ook verschillende chatgesprekken geweest die naar het oordeel van het hof verband houden met de overval in Dreumel:\n\nop 30 december 2020 om 10:49 uur schrijft [medeverdachte 1] aan [betrokkene 1] “ben net ene uur terug maar lag er niet iedereen 2 kop per man” en “hij had het echt niet”. Om 18:20 uur stuurt [medeverdachte 1] een schermafbeelding van een chatgesprek met ‘ [bijnaam 3] ’ (het hof begrijpt [medeverdachte 3] ), waarin staat geschreven “ik moet zo met me pa naar die man dus niemand moet me appen tot gehoor van mij snap je”. [medeverdachte 1] schrijft “die man heeft vermoedens”. [betrokkene 1] vraagt “kende hij jullie”, waarop [medeverdachte 1] antwoordt “neee”.\n\nop 30 december 2020 vanaf 18:34 uur probeert [verdachte] contact te leggen met [medeverdachte 4] . [verdachte] schrijft “die [bijnaam 3] heeft ons nodig man” en “we moeten deze man gaan helpen”.\n\nop 30 december 2020 om 23:27 uur stuurt [verdachte] naar [medeverdachte 3] een locatie “ [adres 7] ” en “ [plek] ”, waarop [medeverdachte 3] om 23:31 uur antwoordt “ben er”.\n\nop 2 januari 2021 om 14:34 uur laat [medeverdachte 3] aan [verdachte] weten dat de afspraak is om vanavond met zijn vader te gaan. [verdachte] zegt te willen bespreken “hoe we dit moeten aanpakken”. [medeverdachte 3] schrijft “ben ik op anpr gehit” en zegt “moet straks andere nummerborde klemmen”. [verdachte] zegt “doe dat” en “laat me weten”.\n\nop 2 januari 2021 om 18:46 uur schrijft [medeverdachte 1] aan [betrokkene 1] “hele gedoe met deze torrie man”. Als [betrokkene 1] vraagt “hoezo”, antwoordt [medeverdachte 1] “ [bijnaam 3] ze vader is bedreigt met gannu” en “die vader van [bijnaam 3] zeg hij heeft daar ligge”.\n\nHet hof begrijpt uit deze berichten dat er na de overval problemen zijn ontstaan tussen de aangevers en (de vader van) [medeverdachte 3] . De berichten zijn relatief kort na de overval gestuurd en sluiten aan bij wat zich – zoals uit het dossier blijkt – na de overval heeft afgespeeld. Aangever [slachtoffer 3] heeft direct na de overval aan de politie ter plaatse verteld dat hij vrijwel zeker wist wie één van de verdachten was. De volgende dag heeft aangever [slachtoffer 3] aan de politie laten weten dat dit vermoeden ziet op [medeverdachte 3] (“de zoon van [vader medeverdachte 4] ”). Aangever [slachtoffer 3] is in de avond van 30 december 2020 naar Noord-Holland gereden om zijn vermoeden met [vader medeverdachte 4] te bespreken en naar [medeverdachte 3] op zoek te gaan. Op 30 december 2020 om 21:56 uur vraagt [vader medeverdachte 4] via de chat aan [medeverdachte 3] om naar huis te komen , zodat zij samen naar aangever [slachtoffer 3] (“mijn naamgenoot”) kunnen gaan. [medeverdachte 3] antwoordt op diezelfde dag om 22:01 uur “morgen gaan we erheen”. Het bericht van [medeverdachte 1] ‘dat het er niet lag’ en dat er ‘2 kop de man’ was sluiten bovendien aan bij de verwachting van alle verdachten dat er € 100.000 in de woning zou liggen en dat ze uiteindelijk ongeveer € 2.000 per persoon hadden gekregen.\n\nHet hof komt tot de conclusie dat de hierboven opgenomen chatberichten allemaal verband houden met de overval in Dreumel. Daarbij merkt het hof op dat [verdachte] in hoger beroep heeft verklaard dat – in elk geval – een gedeelte van de berichten gingen over het regelen van auto’s voor de overval en de wens om geld te verdienen met ‘een klus’ (het hof begrijpt: een overval). De berichten sluiten ook aan bij de verklaring van [medeverdachte 1] en hetgeen hierboven verder is opgenomen over de andere bewijsmiddelen die zich in het dossier bevinden.\n\nConclusie ten aanzien van het bewijs\n\nHet hof komt tot de conclusie dat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] de overval in Dreumel hebben gepleegd en dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan diefstal met (bedreiging van) geweld op grond van:\n\nde verklaringen die [medeverdachte 1] en [verdachte] in hoger beroep hebben afgelegd;\n\nde verklaringen van de aangevers;\n\nde conclusie dat [medeverdachte 2] de donor is van het celmateriaal op het deel van de tie-wrap tussen het uiteinde en het slotje;\n\nde route van de gestolen Audi A8 en de personenauto met het kenteken [kenteken 2] die te koppelen is aan [medeverdachte 3] ;\n\nde link tussen de aangevers en [medeverdachte 3] ;\n\nde zendmastgegevens van het telefoonnummer van [medeverdachte 3] ;\n\nde chatberichten die hierboven zijn opgenomen.\n\nVolgens de raadslieden van [verdachte] is er geen bewijs dat [verdachte] daadwerkelijk bij de overval aanwezig is geweest. Hij heeft voorafgaand aan de overval wel afgesproken met [medeverdachte 3] , maar hij is enkel betrokken geweest bij het regelen van een voertuig voor de overval en hij is niet meegegaan.\n\nHet hof is – anders dan de verdediging – van oordeel dat [verdachte] wél aanwezig is geweest bij de overval en dat hij daaraan heeft deelgenomen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat [verdachte] bij de overval aanwezig is geweest. Daarbij komt dat [verdachte] zich ook kort na de overval bezig houdt met de problemen die zijn ontstaan tussen de aangevers en [medeverdachte 3] . Zo stuurt hij op 30 december 2020 aan [medeverdachte 4] (die ook bij de overval aanwezig was) dat ze ‘ [bijnaam 3] (het hof begrijpt: [medeverdachte 3] ) moeten helpen’. Op 30 december 2020 spreekt [verdachte] nog laat op de avond af met [medeverdachte 3] . Op 2 januari 2021 houdt [medeverdachte 3] [verdachte] nog op de hoogte van het verdere verloop en schrijft [verdachte] te willen bespreken ‘hoe we dit moeten gaan aanpakken’. De verklaring van [medeverdachte 1] en de chatberichten na de overval passen niet goed bij het scenario dat [verdachte] niet is meegegaan naar de overval. Dat er geen zendmastgegevens zijn die [verdachte] in Dreumel plaatsen maakt dit niet anders, omdat uit het dossier blijkt dat het voor de verdachten gebruikelijk was om hun telefoon uit te zetten tijdens een overval. [medeverdachte 1] heeft dit ook bevestigd ter terechtzitting in hoger beroep. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij zijn telefoon ‘elke keer uit deed als er wat gebeurde om zijn locatie niet aan te geven’. [verdachte] heeft overigens ter terechtzitting in hoger beroep ook verklaard dat hij zijn telefoon wel eens bewust uitzette. Hij heeft verklaard dat hij zijn telefoon op vliegtuigmodus heeft gezet zodat hij kon voorkomen dat later gezien kon worden waar hij geweest was.\n\nMedeplegen\n\nHet hof stelt – mede gelet op de verklaring van [medeverdachte 1] – vast dat [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] tijdens de overval in de woning in Dreumel aanwezig waren en dat [medeverdachte 3] de bestuurder van de vluchtauto was. Dit komt overeen met de verklaring van de aangevers, die hebben verklaard dat er vier mannen in hun slaapkamer stonden. Het hof stelt verder vast dat de daders in de slaapkamer hebben gestaan met wapens. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] zijn vervolgens met de aangeefster [slachtoffer 4] naar boven gegaan om geld te zoeken. De kleine overvaller die volgens de aangeefster aan haar haren heeft getrokken en haar in het gezicht heeft geslagen is [medeverdachte 2] geweest, zoals ook door [medeverdachte 1] is bevestigd.\n\nHet hof leidt hieruit af dat alle verdachten een eigen rol hadden tijdens de overval. [medeverdachte 1] heeft – naar eigen zeggen – via het raam de toegang tot de woning verschaft en (al dan niet met [medeverdachte 4] en de aangeefster) gezocht naar geld. [verdachte] en [medeverdachte 4] hebben bij de slachtoffers gestaan. Nu uit de verklaringen van aangevers blijkt dat er toen wapens waren en dit ook door [medeverdachte 1] wordt bevestigd, gaat het hof er van uit dat [medeverdachte 4] en [verdachte] (in elk geval) toen in de slaapkamer de wapens hadden. [medeverdachte 2] was ook in de woning aanwezig en heeft geweld tegen de aangeefster gebruikt. [medeverdachte 3] heeft als bestuurder van de vluchtauto opgetreden.\n\nDaar komt bij dat de verdachten voorafgaand aan de overval al met elkaar hebben afgestemd wanneer de overval zou plaatsvinden en hebben zij daartoe de nodige voorbereidingen getroffen. [verdachte] en [medeverdachte 3] hebben zich voor de overval actief bezig gehouden met het regelen van een (vlucht)auto voor de overval. [medeverdachte 3] heeft ook valse kentekenplaten geregeld voor de (vlucht)auto. [verdachte] heeft bovendien verklaard dat er voorafgaand aan de overval dingen met hem waren besproken over de overval. Er was dus sprake van een vooraf voor alle verdachten duidelijk plan en de verdachten hebben in die wetenschap gehandeld.\n\nDe verdachten zijn nadat zij plannen hadden gemaakt voorafgaand aan de overval vanuit Noord-Holland naar de woning in Dreumel gereisd. Na de overval zijn de verdachten in twee voertuigen, waaronder de Audi A8 van de aangevers weggereden om de buit te verdelen. Hierbij heeft iedereen een gelijk deel gekregen van de buit. Dit blijkt zowel uit chatberichten (‘iedereen 2 kop per man’) als ook uit de verklaring van [medeverdachte 1] .\n\nHet verweer van de verdediging dat er sprake is van een onvoldoende materiële bijdrage om van medeplegen te spreken, wordt door het hof verworpen. Behalve zijn betrokkenheid in de voorbereiding; in de voorfase, heeft hij ook een actieve en essentiële rol gehad tijdens de overval en ook na de overval was hij aanwezig bij het verdelen van de buit en was hij actief bezig met de problemen die waren ontstaan tussen de aangevers en [medeverdachte 3] . Dit duidt naar het oordeel van het hof op een bedrage die van voldoende gewicht is geweest voor de kwalificatie medeplegen.\n\nOp grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan. De bijdrage van de verdachte aan het tenlastegelegde is van dusdanig gewicht geweest dat deze moet worden aangemerkt als medeplegen. Het hof acht daarmee het medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld bewezen.\n\n6.2.3. Zaaksdossier Zwenkau\n\nOp 7 januari 2021, een week na de overval in Dreumel, wordt een woning overvallen in Avenhorn. Voor deze overval worden alle vier de verdachten vervolgd: [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] .\n\nStandpunt van het Openbaar Ministerie\n\nDe advocaat-generaal heeft betoogd dat de verdachte voor betrokkenheid als medepleger van zowel de poging gekwalificeerde doodslag als het medeplegen van diefstal met geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend kan worden veroordeeld.\n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] van beide feiten moet worden vrijgesproken.\n\nOordeel van het hof\n\nHet hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden tot een bewezenverklaring van medeplegen van diefstal met geweld is gekomen in de zaken tegen [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 1] en verenigt zich met die beslissingen. Ook de daaraan ten grondslag liggende overwegingen neemt het hof voor een groot deel over. Gelet op het verhandelde in hoger beroep heeft het hof op enkele punten in de overwegingen van de rechtbank een nuancering en aanvulling opgenomen. Het hof komt anders dan de rechtbank tot de conclusie dat niet is vast te stellen wie de schutter van de geloste schoten is geweest.\n\nDoor het hof vastgestelde feiten en omstandigheden\n\nOp grond van de inhoud van het dossier en de bewijsmiddelen in de bijlage neemt het hof de volgende feiten en omstandigheden als vaststaand aan.\n\nIn de nacht van 7 januari 2021 heeft rond 01:30 uur in een woning aan [adres 3] in Avenhorn een gewapende woningoverval plaatsgevonden, waarbij onder meer contant geld, een portemonnee met inhoud en autosleutels zijn weggenomen. Aangever [slachtoffer 6] is edelsmid van beroep en heeft een werkplaats aan huis. [slachtoffer 6] en zijn partner [slachtoffer 5] lagen te slapen toen drie mannen met bivakmutsen de woning betraden. Twee van de daders hadden een vuurwapen. [slachtoffer 6] heeft in zijn slaapkamer met de overvallers gevochten en is onder andere op zijn hoofd geslagen met een hard voorwerp. Tijdens het gevecht met een van de overvallers heeft [slachtoffer 6] hem hard in een van zijn vingers gebeten. [slachtoffer 5] is haar partner komen helpen en heeft ook met de overvallers gevochten. Toen [slachtoffer 5] haar partner [slachtoffer 6] wilde helpen, is een van de overvallers met een wapen op haar afgekomen. Hij heeft een vuurwapen tegen haar hals gedrukt en heeft geschoten.\n\nGebleken is dat [slachtoffer 5] een groot gat in haar hals had en dat sprake was van een schotwond. Uit het dossier, de toelichting op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] en de slachtofferverklaring zoals die ten overstaan van het hof is afgelegd blijkt dat [slachtoffer 5] tot op heden – onder meer – een blijvende tinnitus heeft opgelopen. De schotwond in de hals en de blijvende tinnitus zijn naar het oordeel van het hof te kwalificeren als zwaar lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 82 Sr.\n\nDe verdachten zijn met een BMW gekomen en na de overval ook weer in die BMW vertrokken. Deze BMW was door [medeverdachte 3] en [verdachte] geregeld en werd door [medeverdachte 3] bestuurd.\n\nVerklaring [medeverdachte 1]\n\n heeft verklaard dat hij voor de overval al wist van het plan. Dit heeft hij ook besproken met zijn vriend [betrokkene 1] . Op de dag zelf was hij bij [medeverdachte 2] thuis en daar heeft hij [verdachte] gezien, [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4] ) en [medeverdachte 3] . Rond een uur of half een (’s-nachts) zijn zij naar woning in Avenhorn gereden. Zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] hadden een schroevendraaier bij zich. [verdachte] en [medeverdachte 4] hadden een wapen mee. [medeverdachte 4] had een wapen van het merk Smith en Wesson mee. [verdachte] had de CZ. Deze had hij ten tijde van de overval ook in zijn handen. [medeverdachte 2] heeft met de mannelijke bewoner gevochten en de mannelijke bewoner heeft [medeverdachte 2] in een van zijn vingers gebeten. Vervolgens heeft [medeverdachte 2] de mannelijke bewoner met een lamp geslagen. [medeverdachte 1] heeft een schot gehoord. Hij denkt dat [verdachte] heeft geschoten. Ze waren met de BMW van [medeverdachte 3] (het hof begrijpt: [medeverdachte 3] ) gekomen en met die auto zijn ze ook weer vanaf de woning in Avenhorn vertrokken. [medeverdachte 3] was de bestuurder. Voor de overval was er een voorbespreking bij [medeverdachte 2] geweest. Er zou daar (in de woning in Avenhorn) goud zijn en mogelijk ook cash. Het ging om iemand die professioneel met goud bezig was: een goudsmid aan huis.\n\nHet hof is – zoals hiervoor is overwogen – van oordeel dat de verklaringen van [medeverdachte 1] voor het bewijs gebezigd kunnen worden.\n\nDat [medeverdachte 2] door de mannelijke bewoner in zijn vinger is gebeten wordt bevestigd door de verklaring van zijn ex-partner [getuige 1] . Zij heeft ten overstaan van de politie verklaard dat [medeverdachte 2] op een avond ‘toen hij iets ging doen’ in zijn vinger is gebeten. Zij heeft de vinger verzorgd. Dit heeft zij ten overstaan van de rechter-commissaris bevestigd. Dat de verklaring van [getuige 1] naar het oordeel van het hof voor het bewijs gebruikt kan worden is hiervoor al overwogen.\n\nDat [medeverdachte 2] ten tijde van deze woningoverval in zijn vinger is gebeten leidt het hof af uit het volgende. Volgens [getuige 1] was [medeverdachte 2] in zijn vinger gebeten toen ze ‘met zijn allen op pad gingen’. De ‘ [bijnaam 4] ’ belde via video de volgende dag en had toen ook zijn rug bezeerd, zo heeft zij verklaard.\n\n [verdachte] was in die periode woonachtig in [stad] . Uit berichtenverkeer (Telegram) tussen [verdachte] en zijn ex-partner [getuige 6] op 8 januari 2021 en informatie van de huisarts van [verdachte] van 15 januari 2021 en zijn verklaring ten overstaan van de politie op 25 mei 2022 leidt het hof af dat [verdachte] toen letsel aan zijn ribben had en dat hij over dit letsel in het videogesprek met [medeverdachte 2] sprak waarover [getuige 1] heeft verklaard.\n\nOp grond hiervan concludeert het hof dat het letsel aan de vinger van [medeverdachte 2] door een beet is ontstaan op 7 januari 2021.\n\nVerklaring [verdachte]\n\nTen overstaan van het hof heeft [verdachte] verklaard dat de berichten op 6 januari 2021 in de avond erover gingen dat [medeverdachte 1] hem vroeg of hij ( [verdachte] ) hem ( [medeverdachte 1] ) kon ophalen. Eerder was gesproken over een klus bij een goudsmid. Er waren meerdere personen aanwezig bij die bespreking. Met hem werd gesproken over hoe ze het ongeveer wilden doen. Ook werd er besproken of er goud, ‘goldies’ aanwezig zou zijn. De bedoeling was dat een paar mensen naar binnen zouden gaan om het goud te halen. Er zou een BMW gebruikt worden. Hij zou meedelen in de buit. Het gesprek over ‘cz bro’ gaat over een wapen. Er werd een vraag over een wapen gesteld. Hij kende mensen die in wapens handelen.\n\nDat [verdachte] die avond in Noord-Holland was leidt het hof af uit het feit dat uit ARS-gegevens is op te maken dat een voertuig (Audi A2) met kenteken [kenteken 6] , op 6 januari 2021 rond 23:40 uur (dus in de uren voorafgaand aan de overval in Avenhorn) over de N242, vanaf de [adres 26] in Alkmaar in de richting van Heerhugowaard\u002FBroek op [adres 25] rijdt. Dit voertuig stond op naam van de moeder van [verdachte] , maar werd ook door hem gebruikt. Het hof meent dat dit feit in combinatie met de berichtenuitwisselingen en de verklaring van [medeverdachte 1] de conclusie rechtvaardigt dat [verdachte] die avond naar Noord-Holland is gekomen en mee is gegaan naar Avenhorn.\n\nVerklaring [betrokkene 1]\n\n heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard dat [medeverdachte 1] hem heeft verteld over de overval in Avenhorn op een goudsmid, dat [medeverdachte 1] daarbij betrokken was, dat [medeverdachte 1] mee naar binnen is gegaan, dat er is geschoten en dat hij heeft gehoord dat er iemand in zijn vinger is gebeten.\n\nDeze verklaring van [betrokkene 1] wordt onderbouwd door chatgesprekken tussen [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] uit die periode.\n\nBerichtenuitwisselingenIn de telefoon van [verdachte] bevinden zich berichten die zijn uitgewisseld tussen de verdachten en tussen de verdachten en anderen, die naar het oordeel van het hof gaan over de woningoverval in Avenhorn. Zo zijn er berichten over ‘goud’, ‘gol(d)(ies)’ en ‘goudsmit’.\n\nAangever [slachtoffer 6] is edelsmid van beroep en hij had een werkplaats aan huis, met een kluis met daarin zijn voorraad goud en zilver. In berichtenuitwisselingen eind december 2020, begin januari 2021 wordt gesproken over goud, gol en goldies. Zo zegt [medeverdachte 8] (een bekende van de verdachten) tegen [verdachte] op 20 december 2020: “Morgen of overmorgen ga ik die ene” (…) “die Goud”. [verdachte] zegt dan “Is cool, check hem goed”. Op 23 december 2020 zegt [medeverdachte 2] tegen [verdachte] : “up ook niet wat goldies dan doen”. Op 3 januari 2021 zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 4] : “ [bijnaam 9] gaan we die gol doen”. Het hof gaat ervan uit dat waar er in deze berichten wordt gesproken over ‘die Goud’, ‘Goldies’ en ‘Gol’, dat er dan wordt gesproken over ‘de goudsmid’, refererend aan het beroep van [slachtoffer 6] . Voor deze interpretatie ziet het hof overtuigend bewijs in de berichtenuitwisseling door [medeverdachte 1] op 6 januari 2021 waarin hij expliciet de benaming goudsmid gebruikt, in combinatie met de term ‘goldies’. Hij zegt namelijk tegen [betrokkene 1] dat hij vanavond “een goeie torri heeft, bij goldies goudsmit in osso”. Het hof begrijpt dit bericht zo dat [medeverdachte 1] hier spreekt over een overval (torri) op een goudsmid in huis (in osso), welke overval dus ook daadwerkelijk die nacht heeft plaatsgevonden.\n\nDe verdachten [medeverdachte 2] en [verdachte] hebben verklaard dat de chats over hasj gaan. Gelet op het voorgaande en in het bijzonder de verklaring van [medeverdachte 1] wordt deze verklaringen als ongeloofwaardig terzijde gesteld.\n\nMedeplegen\n\nUit de bewijsmiddelen leidt het hof af dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de drie daders zijn geweest die (in elk geval) de woning van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] in Avenhorn zijn binnengegaan en dat [medeverdachte 3] de bestuurder van de vluchtauto is geweest. Uit de verklaringen van [medeverdachte 1] en [verdachte] blijkt dat er voorafgaand aan de overval een overleg heeft plaatsgehad waarin het plan om de woning te overvallen is besproken. Dit blijkt eveneens uit de berichtenuitwisselingen die hebben plaatsgevonden.\n\n [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben samen het plan opgevat om de woning te overvallen, zij zijn gezamenlijk naar de woning toegegaan en vervolgens zijn midden in de nacht in elk geval [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en mogelijk [medeverdachte 4] met in ieder geval twee vuurwapens de woning binnen gegaan.\n\nDaarmee hebben zij nauw en bewust samengewerkt om de bewoners in de slaapkamer ‘onder controle te houden’ en de buit mee te nemen. Zij hebben dan ook allen een rol van voldoende gewicht gehad bij de gezamenlijke uitvoering van de woningoverval en kunnen om die reden als medepleger van de woningoverval worden aangemerkt.\n\nTen aanzien van [medeverdachte 3] overweegt het hof nog het volgende. Voorafgaand aan de woningoverval in Avenhorn hadden al drie overvallen plaatsgevonden: de woningoverval in De Goorn op 8 augustus 2020, de overval op het tankstation in Nieuwe Niedorp op 9 augustus 2020, de woningoverval in Dreumel op 30 december 2020 en dan een week later deze overval. In alle gevallen treedt [medeverdachte 3] op als chauffeur en regelt hij de vluchtauto. Bovendien blijkt uit wat ten aanzien van deze andere overvallen is overwogen dat [medeverdachte 3] meedeelde in de buit en ook bij de voorbesprekingen aanwezig was. Gelet op zijn rol bij die overvallen en wat ten aanzien van deze overval hiervoor is overwogen, is het hof van oordeel dat ook zijn rol als die van medepleger kan worden gekwalificeerd.\n\nSchutterUit de verklaring van mevrouw [slachtoffer 5] volgt dat een van de overvallers met een wapen op haar af is gekomen. Hij heeft een vuurwapen tegen haar hals gedrukt en heeft geschoten. Uit deze verklaring begrijpt het hof dat dit de door haar geduide ‘tweede overvaller’ is geweest. Deze persoon zou tussen de 1.74 en 1.77 meter lang zijn geweest, tussen de 20 en 25 jaar en droeg gezichtsbedekking. Uit de verklaring van [medeverdachte 1] blijkt dat zowel [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 4] als hijzelf in de woning zijn geweest. Op grond van de verklaringen van [slachtoffer 5] , in het bijzonder de kenmerken van de schutter die zij noemt, en de omstandigheid dat meerdere verdachten in de woning\u002Fslaapkamer zijn geweest, komen naar het hof meerdere verdachten in aanmerking voor de vaststelling de schutter te zijn geweest. Immers zowel [verdachte] en [medeverdachte 1] en mogelijk ook nog een derde verdachte passen binnen de vaststellingen die het hof kan doen.\n\nGelet hierop concludeert het hof dat het niet mogelijk is om vast te stellen wie de schutter is geweest. Wel kan worden vastgesteld dat een van de aanwezige daders hiervoor verantwoordelijk is.\n\nConclusieHet hof komt op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, tot de conclusie dat de verdachten [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] betrokken zijn geweest bij de gewelddadige woningoverval in Avenhorn en dat dit gekwalificeerd kan worden als medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.\n\nGekwalificeerde doodslag\n\nAan de verdachten is ook het medeplegen van een poging tot gekwalificeerde doodslag ten laste gelegd. Deze verdenking geldt in hoger beroep nog voor de verdachten [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 1] . Het hof maakt eerst enkele algemene opmerkingen over de eisen die de wet stelt aan een bewezenverklaring van gekwalificeerde doodslag. Vervolgens licht het hof toe waarom voor de verdachten [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 1] in het zaaksdossier Zwenkau aan die eisen is voldaan.\n\nDe wet spreekt van (een poging tot) gekwalificeerde doodslag als er sprake is van (een poging tot) doodslag die is gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van een ander strafbaar feit. Voor een bewezenverklaring van een poging gekwalificeerde doodslag moet allereerst worden bewezen dat verdachten opzettelijk een ander van het leven hebben proberen te beroven. Onder ‘opzettelijk’ wordt ook begrepen ‘voorwaardelijk opzet’. Dat betekent dat de verdachten niet per sé de uitdrukkelijke bedoeling hoeven te hebben gehad om iemand van het leven te beroven, maar dat het voldoende is als zij bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat het slachtoffer van het leven zou worden beroofd.\n\nTen tweede moet de (poging tot) doodslag zijn gepleegd met het oogmerkom dat andere strafbare feit voor te bereiden, te vergemakkelijken of om – bij betrapping op heterdaad – aan zichzelf of anderen straffeloosheid of bezit van het wederrechtelijke verkregene te verzekeren. Anders verwoord: de (poging tot) doodslag moet worden gepleegd met een specifiek doel.\n\nHet hof zoomt voor de verdachten in deze zaak hierna in op beide elementen (opzet en oogmerk).\n\nOpzetOp grond van het dossier en het verhandelde ter zitting kan niet worden vastgesteld dat de verdachten de woning zijn binnengedrongen met de intentie [slachtoffer 5] van het leven te beroven. Het opzet van de verdachten was erop gericht een overval te plegen en de inhoud van een kluis, geld en waardevolle goederen te bemachtigen. Dat blijkt uit de wijze van binnentreden, uit het feit dat zij (nadat met het vuurwapen is geschoten) de woning beneden nog hebben doorzocht en de verdachten voortdurend hebben geroepen: ‘Waar is het geld’, ‘We willen het grote geld’, ‘We willen geld van achteren’. Er is dus geen sprake van zogenoemd ‘vol’ opzet op de dood van [slachtoffer 5] .\n\nVoorwaardelijk opzetVervolgens dient de vraag te worden beantwoord of sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer 5] . De verdachten zijn de woning binnengedrongen terwijl twee van hen een vuurwapen in de hand hadden. Ook bij eerdere overvallen hadden de verdachten een vuurwapen bij zich. Bij een woningoverval, zeker op een tijdstip in de nacht, bestaat de aanmerkelijke kans dat de bewoners thuis zijn en zich tegen dat binnendringen zullen verzetten. Reeds door een vuurwapen direct bij de hand te hebben waarbij het, gelet op de verklaring van [slachtoffer 5] over het moment waarop moet zijn geschoten, aannemelijk is dat dit wapen was doorgeladen, hebben de verdachten zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat bij verzet het vuurwapen zou worden gebruikt en (een) bewoner(s) daardoor zodanig ernstig gewond zou(den) raken dat de dood het gevolg zou kunnen zijn. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat schotwonden onder omstandigheden de dood tot gevolg kunnen hebben. Bij [slachtoffer 5] is het wapen tegen haar hals gedrukt waarna zij in de hals is geschoten. Algemene ervaringsregels leren dat de hals een kwetsbaar deel van het lichaam is, omdat zich daarin de luchtpijp en (slag)aders bevinden, waar op vrij eenvoudige wijze dodelijk letsel kan worden toegebracht. Door in de nacht de woning met vuurwapens (waarvan er ten minste één was doorgeladen) binnen te dringen, hebben de verdachten bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat bij verzet het vuurwapen zou worden gebruikt.\n\nOogmerkOok kan bewezen worden verklaard dat de verdachten deze poging tot doodslag hebben gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van de overval gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en de andere deelnemers straffeloosheid en het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren. Dit blijkt immers uit het feit dat het schot is gelost toen zij na het binnendringen van de woning op weerstand stuitten. Nadat deze weerstand was gebroken door [slachtoffer 5] neer te schieten, zijn de verdachten blijven zoeken naar en roepen om waardevolle goederen en hebben zij onder meer de portemonnee en autosleutels van [slachtoffer 6] meegenomen.\n\nConclusieHet hof acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van een poging tot gekwalificeerde doodslag.\n\nHet hof merkt verder op dat hierbij sprake is geweest van eendaadse samenloop met het medeplegen van de diefstal met (bedreiging met) geweld, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend. Dat betekent dat de gedragingen van de verdachten weliswaar twee strafbare feiten opleveren maar dat de verdachten in wezen één verwijt wordt gemaakt nu het gaat om dezelfde handelingen die op dezelfde tijd en plaats plaatsvonden.\n\n6.2.4. Zaaksdossier Zulpich\n\nStandpunt van het Openbaar Ministerie\n\nDe advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het oordeel van de rechtbank gevolgd kan worden. [verdachte] en [medeverdachte 3] hebben zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van diefstal met (bedreiging van) geweld. Het bewijs daarvoor volgt uit:\n\nde aangiftes;\n\neen vluchtauto die gekoppeld kan worden aan [medeverdachte 3] ;\n\nverschillende chatberichten voor en na de overval die tussen de verdachten zijn uitgewisseld en die verband houden met de overval;\n\nde aanwezigheid van [verdachte] en [medeverdachte 5] voorafgaand aan de overval in de woning van [medeverdachte 2] ;\n\nde aanwezigheid van [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de loods van [medeverdachte 3] in [plaats 2] voor en na de overval;\n\neen foto van [medeverdachte 5] met een wapen die vlak voor de overval is gemaakt en waarbij het wapen overeenkomt met het wapen dat bij de overval is gebruikt;\n\nhet aantreffen van de weggenomen autosleutel op de vluchtroute;\n\nde verklaring van [medeverdachte 11] ;\n\ncamerabeelden.\n\nDaar komt bij dat [medeverdachte 1] in hoger beroep een verklaring heeft afgelegd die de bovenstaande bewijsmiddelen bevestigt.\n\nHet is volgens het Openbaar Ministerie niet aannemelijk dat [verdachte] wel wist van de overval, maar dat hij niet is meegegaan.\n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.\n\nOordeel van het hof\n\nZaaksdossier Zulpich gaat over een woningoverval in Heerhugowaard in de nacht van 4 juni 2021.\n\nHet hof is net als de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 3] zich schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van diefstal met (bedreiging van) geweld. Het hof zal de overwegingen van de rechtbank grotendeels overnemen en daar aanvullen waar nodig met verklaringen van de verdachten en bewijsmiddelen die in hoger beroep aan het dossier zijn toegevoegd.\n\nHet hof gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.\n\nVerklaring [medeverdachte 1] in hoger beroep\n\n [medeverdachte 1] heeft in hoger beroep bij de politie en ter terechtzitting als getuige verklaard dat hij wist van de overval, maar dat hij er niet bij aanwezig is geweest. [medeverdachte 1] is wel een week voor de overval op locatie geweest, maar de overval is toen niet doorgegaan omdat er politie kwam aanrijden. [medeverdachte 1] zou achteraf over de overval hebben gehoord in restaurant [eetgelegenheid] (het hof begrijpt: eetgelegenheid [eetgelegenheid] in Opmeer). [medeverdachte 1] heeft gehoord dat [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] , [verdachte] , ‘ [medeverdachte 6] ’ en [medeverdachte 3] betrokken waren bij de overval. [medeverdachte 3] was de bestuurder van de auto waarmee naar de overvallocatie is gereden en waarmee na de overval weer is gevlucht. [medeverdachte 1] heeft gehoord dat er € 200 per persoon is buitgemaakt.\n\nVerklaringen van de aangevers [slachtoffers 7 en 8] en [slachtoffer 8]\n\nDe aangevers hebben verklaard dat in de nacht van 4 juni 2021 vijf mannen met bivakmutsen hun woning zijn binnengekomen. De overvallers hebben daartoe het rooster van het lichtvenster van de garage verwijderd en het uitzetraam opengebroken, waarna één van de overvallers naar binnen is geklommen en toegang heeft verleend aan de andere overvallers. Tenminste twee van hen hadden een vuurwapen en één van hen had een koevoet. Een van de wapens had een demper. De aangevers zijn vastgebonden en geblinddoekt. De aangever [slachtoffer 7] is meermaals geslagen met de koevoet. Zijn vrouw, [slachtoffer 8] , is bedreigd met een vuurwapen. Hun zoon, [slachtoffer 9] , is ook met de koevoet geslagen. Er is ook een hete strijkbout op de bovenarm van de zoon nabij de schouder gezet, waardoor een tweede en derdegraads brandwond is ontstaan. De overvallers zijn in de auto van de aangevers weggereden, een Audi Q7 met kenteken [kenteken 4] . Van de aangevers zijn ook een telefoon en een geldbedrag weggenomen.\n\nCamerabeeldenUit forensisch onderzoek is gebleken dat een hek van gaas op het bedrijventerrein waar de woning van de [familie slachtoffers 7, 8 en 9] \u002F [slachtoffer 8] zich bevindt naar beneden is gedrukt. Op deze manier is het mogelijk geweest voor de overvallers het bedrijventerrein te betreden en naar de achterzijde van de woning te lopen.\n\nOp camerabeelden van een bedrijf gevestigd op het bedrijventerrein is te zien dat omstreeks 02:32 uur een auto van het type Sedan het parkeerterrein van een naastgelegen bedrijf oprijdt. Omstreeks 02:33 uur zijn vijf personen te zien die in de richting van het hekwerk lopen. Uit de camerabeelden kan worden afgeleid dat één persoon in de auto achterblijft, omdat er af en toe licht brandt in of bij de auto. Omstreeks 03:58 uur komt er van rechts een auto aangereden die stopt bij de geparkeerde auto. Omstreeks 03:59 uur is te zien is dat één persoon naar de passagierszijde van de geparkeerde auto loopt en dat de verlichting van de auto aangaat. Omstreeks 04:00 uur rijdt de auto weg. De andere auto rijdt er achteraan.\n\nUit de camerabeelden blijkt dus dat één persoon in de auto heeft gewacht op de andere overvallers. Dit komt overeen met de verklaring van [medeverdachte 1] dat [medeverdachte 3] de bestuurder is geweest bij deze overval.\n\nHet hof gaat ervan uit dat de geparkeerde auto op de beschreven beelden de auto betreft waarmee de overvallers met [medeverdachte 3] als bestuurder naar de plaats van het delict zijn gereden. De tweede auto is de gestolen Audi Q7 van [slachtoffer 7] . Het hof betrekt daarbij dat de aangever [slachtoffer 7] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat zijn gestolen auto wegreed in de richting van [adres 25] . Later zag hij van links weer twee auto’s aankomen, die vlak achter elkaar reden. De achterste auto herkende hij aan het kenteken als zijn eigen auto.\n\nAantreffen Audi Q7 aan de [adres 8] in Winkel\n\nKort na de overval is de gestolen auto van de [familie slachtoffers 7, 8 en 9] teruggevonden aan de [adres 8] in Winkel. Uit de getuigenverklaring van [getuige 7] volgt dat deze auto daar is geparkeerd en dat een groep jongens in een grijze personenauto, type Sedan zijn weggereden. De vluchtauto reed met hoge snelheid weg in oostelijke richting. [verdachte] heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij denkt dat een grijze auto is gebruikt. Het zou kunnen dat het een Sedan was. Het hof merkt daarbij op dat op de hierboven beschreven camerabeelden gemaakt van het terrein van de aangevers ook een grijze sedan te zien is. De auto die is gezien door [getuige 7] komt dus qua type overeen met de auto die is gezien op de camerabeelden.\n\nVluchtauto\n\nOp camerabeelden van de [adres 8] in Winkel van 4 juni 2021 vanaf 04:08 uur is een Volvo C70 Coupe uit de jaren 1998-2005 te zien. De politie herkent deze auto als de vluchtauto. Uit onderzoek van de politie blijkt dat deze auto aan [medeverdachte 3] kan worden gekoppeld. In die periode had [medeverdachte 3] zo’n auto op zijn naam staan en uit foto’s opgeslagen in zijn telefoon blijkt dat hij deze auto ook gebruikte in de periode rondom de overval. [medeverdachte 3] heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat ‘het waarschijnlijk wel zo is’ dat deze auto van hem is als deze door de politie aan hem is toegeschreven.\n\nChatberichten\n\nIn het dossier bevinden zich verschillende chatberichten in de periode voorafgaand aan de overval die over het regelen van wapens en het plannen van de overval gaan:\n\nop 11 mei 2021 is er een chatgesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] waarin gesproken wordt over 765, dempers, “eropzette” en adapters.\n\nop 24 mei 2021 stuurt [verdachte] een audiobericht aan [medeverdachte 5] , waarin [verdachte] vraagt of alles “ready” is, omdat hij een datum moet gaan prikken voor dat wat ze gaan doen. In een chatbericht dat daarop volgt wordt gesproken over een adapter, een “pijppie” en “erop draaije”. En: “we alles wannrr ready gaan”.\n\nuit chatberichten tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] blijkt dat op 31 mei 2021 een afspraak wordt gemaakt bij eetgelegenheid [eetgelegenheid] in Opmeer. [verdachte] wil even wat dingen bespreken met [medeverdachte 3] Om 17:39 uur maakt de telefoon van [verdachte] verbinding met de wifi van dat restaurant.\n\nop 2 juni 2021 chat [medeverdachte 1] aan [verdachte] dat “ [bijnaam 3] (het hof begrijpt: [medeverdachte 3] ) vraagt of hij morgen ready is”. [verdachte] antwoordt hierop bevestigend en chat aan [medeverdachte 1] dat hij niet moet vergeten om contact op te nemen met “ [bijnaam 1] ” en “ie en wat dan hoe weet”, wat het hof vertaalt als ‘dan weet ie hoe en wat’.\n\nHet hof begrijpt de chatberichten zo dat er wapens geregeld moeten worden voor een overval. Als dit geregeld is kan de overval plaatsvinden (“we alles wnnrr ready gaan”). Dat de gesprekken over wapens gaan wordt bevestigd door [verdachte] zelf. Hij heeft in hoger beroep verklaard over deze gesprekken dat het klopt dat hij met [medeverdachte 5] over wapens heeft gepraat. Met de ‘765’ werd een ‘CZ’ wapen bedoeld.\n\n [verdachte] en [medeverdachte 5] zijn voor de overval in de woning van [medeverdachte 2]\n\nUit het dossier blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 5] voor de overval in de woning van [medeverdachte 2] zijn geweest. Dit blijkt onder andere uit telefooncontacten tussen [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] , zendmastgegevens van de telefoon van [verdachte] , telefoongegevens van [medeverdachte 2] en ARS-gegevens van de auto van de (ex-)vriendin van [verdachte] . [verdachte] heeft dit bevestigd door in hoger beroep te verklaren dat hij voorafgaand aan de overval in de woning van [medeverdachte 2] is geweest.\n\nAanwezigheid in loods [medeverdachte 3] voor en na de overval\n\nUit het dossier blijkt dat [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de periode voorafgaand aan de overval en daarna in de loods van [medeverdachte 3] in [plaats 2] zijn geweest. Dit kan geconcludeerd worden op basis van:\n\neen pintransactie van [medeverdachte 3] bij tankstation [tankstation] in [plaats 2] om 01:45 uur (zo’n 45 minuten voor de overval) in de nabijheid van zijn loods;\n\nzendmastgegevens van de telefoon van [medeverdachte 2] , die nog geen tien minuten na die pintransactie een zendmast aanstraalt die dekking geeft aan de loods van [medeverdachte 3] ;\n\nde zendmastgegevens van de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte 2] na de overval waaruit blijkt dat beide telefoons een zendmast aanstralen die dekking geeft aan de loods van [medeverdachte 3] . De telefoon van [medeverdachte 2] blijft tot 07:08 uur een zendmast aanstralen in de omgeving van de loods van [medeverdachte 3] .\n\n [verdachte] heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij op de avond van de overval in de loods in [plaats 2] is geweest. Tijdens de overval zijn er geen registraties van de telefoons van [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Dit komt overeen met de verklaring van [verdachte] , die heeft verklaard dat hij zijn telefoon op vliegtuigstand heeft gezet om te voorkomen dat later gezien kon worden waar hij was geweest.\n\nAantreffen autosleutels\n\nDe autosleutels van de gestolen Audi Q7 zijn een paar dagen na de overval teruggevonden op de [adres 9] in Winkel. Uit raadpleging van Google Maps blijkt dat deze locatie past in de route van de [adres 8] in Winkel naar de loods van [medeverdachte 3] in [plaats 2] .\n\nVerklaring van [medeverdachte 11][medeverdachte 11] heeft verklaard dat hij van [medeverdachte 3] heeft gehoord dat [medeverdachte 3] betrokken is geweest bij de overval in Heerhugowaard en dat de gestolen auto is weggereden naar Winkel. Voor wat betreft de betrouwbaarheid van de verklaring van [medeverdachte 11] verwijst het hof naar hetgeen daarover is overwogen in paragraaf 6.1.3 Het hof merkt daarbij op dat de verklaring van [medeverdachte 11] overeen komt met het aantreffen van de gestolen auto aan de [adres 8] in Winkel, de camerabeelden hiervan en de later teruggevonden autosleutels van de gestolen auto in Winkel.\n\nGebruikte wapen\n\nIn de nacht van 4 juni 2021 om 00:44 uur is in de woning van [medeverdachte 2] een foto gemaakt van [medeverdachte 5] , terwijl hij een vuurwapen vastheeft dat volgens de politie een CZ Scorpion VZ.61 betreft. Op de foto is het wapen voorzien van een demper. Het hof concludeert net als de rechtbank dat dit het wapen is dat is gebruikt bij de overval in Heerhugowaard. De foto is vlak voor de overval gemaakt en het wapen dat op de foto is te zien komt overeen met het wapen dat de aangever [slachtoffer 7] heeft beschreven in zijn aangifte. [slachtoffer 7] heeft verklaard dat er een vuurwapen met een demper was, terwijl het vuurwapen op de foto van [medeverdachte 5] ook is voorzien van een demper. Dat dit het wapen is dat is gebruikt bij de overval vindt ook bevestiging in de verklaring die [verdachte] in hoger beroep heeft afgelegd. In de chatberichten waarin het gaat over het regelen van een wapen voor een overval wordt immers gesproken over een ‘.765’ en [verdachte] heeft verklaard dat die berichten over een ‘CZ’ gingen. Hij heeft verder verklaard dat hij op de avond van de overval het wapen heeft gezien waarmee [medeverdachte 5] op de foto staat en dat hij wist dat het wapen mee zou gaan naar de overval.\n\nVolgens de raadslieden van [verdachte] is er geen bewijs dat [verdachte] is meegegaan naar de overval Zendmastgegevens, forensisch bewijs of camerabeelden die hierop duiden ontbreken immers. De verklaring van [medeverdachte 1] is onvoldoende om bij te dragen aan het bewijs, omdat hij heeft verklaard niet veel te weten over deze overval en er zelf niet bij is geweest. [verdachte] heeft zelf verklaard dat hij wel wist van de overval, maar dat hij niet is meegegaan. Hij is in de loods achtergebleven om de rolluiken open te doen als de overvallers terug zouden keren na de overval. De gesprekken die hij gevoerd heeft met [medeverdachte 5] gingen wel over wapens, maar hielden geen verband met de overval in Heerhugowaard.\n\nHet hof is – anders dan de verdediging – van oordeel dat [verdachte] is meegegaan naar de overval. De gesprekken die [verdachte] voorafgaand aan de overval heeft gevoerd hebben naar het oordeel van het hof betrekking op het regelen van een wapen voor de overval in Heerhugowaard. Het hof betrekt daarbij dat de gesprekken kort voor de overval zijn gevoerd. Uit de gesprekken blijkt dat de overval kan plaatsvinden als er een wapen is geregeld (“we alles wnnrr ready gaan”). Iets meer dan een week daarna bevestigt [verdachte] op 2 juni 2021 dat hij ‘ready’ is en zeer kort daarop wordt de overval gepleegd op 4 juni 2021. Het wapen waarover in het gesprek wordt gesproken (de ‘765’) komt daarnaast overeen met het wapen dat is gebruikt bij de overval. [verdachte] is – zoals hij zelf ook verklaart – de avond van de overval zowel in de woning van [medeverdachte 2] als in de loods van [medeverdachte 3] met de medeverdachten geweest. Daarbij komt dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat [verdachte] betrokken is geweest bij de overval. Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat de verklaring van [medeverdachte 1] wel kan worden gebruikt voor het bewijs, omdat zijn verklaring bevestiging vindt in de andere bewijsmiddelen. Daarnaast blijkt uit het dossier dat de verdachte bij andere overvallen in die periode betrokken is geweest met gedeeltelijk dezelfde medeverdachten als die bij deze overval betrokken zijn geweest. [medeverdachte 1] verklaart bovendien dat hij eerst zelf deze overval zou plegen, maar dat dit niet is doorgegaan omdat de politie kwam aanrijden. Het is daarmee aannemelijk dat hij geïnformeerd is over deze overval.\n\nDeze bevindingen in onderlinge samenhang bezien maken dat het hof het niet aannemelijk vindt dat [verdachte] niet is meegegaan naar de overval en dat hij is achtergebleven in de loods. Dat er geen zendmastgegevens zijn die [verdachte] op de plaats delict plaatsen maakt dat niet anders, omdat [verdachte] immers zelf heeft verklaard dat hij zijn telefoon op vliegtuigstand heeft gezet zodat kan worden voorkomen dat later gezien kan worden waar hij geweest is.\n\nConclusie ten aanzien van het bewijs en de betrokkenheid van [medeverdachte 3] en [verdachte]Het hof stelt op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, vast dat [verdachte] en [medeverdachte 3] , samen met anderen, betrokken zijn geweest bij de woningoverval in Heerhugowaard. Het hof gaat ervan uit dat zij vanaf de loods in [plaats 2] in de auto van [medeverdachte 3] naar de plaats van het delict zijn vertrokken, en dat zij na afloop van de overval daarnaar ook zijn teruggekeerd.\n\nMedeplegen\n\nHet hof is van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 3] als medeplegers hebben deelgenomen aan de overval in Heerhugowaard.\n\nVoorafgaand aan de overval zijn [verdachte] en [medeverdachte 3] beiden betrokken geweest bij de voorbereiding en de planning van de overval. [verdachte] heeft met [medeverdachte 5] gesproken op 11 en 24 mei 2021 over het regelen van een wapen, munitie en een demper. Hierna zouden ze ‘ready’ zijn om de overval te plegen. Kort na die gesprekken spreken [verdachte] en [medeverdachte 3] op 31 mei 2021 af om ‘dingen te bespreken’. Op 2 juni 2021 worden wat berichten gewisseld over ‘ready’ zijn en kort daarna wordt in de nacht van 4 juni 2021 de overval gepleegd. Uit deze berichten blijkt dat sprake was van onderlinge afstemming voorafgaand aan de overval.\n\nOp de avond van de overval zijn de verdachten in de loods van [medeverdachte 3] in [plaats 2] , waarvandaan de verdachten gezamenlijk zijn vertrokken naar de woning in Heerhugowaard.\n\nHet hof gaat ervan uit dat [verdachte] een van de vijf overvallers is die te zien zijn op de camerabeelden die in de richting van het hek en het perceel van de woning lopen en dat hij één van de overvallers is geweest die binnen in de woning is geweest. [medeverdachte 3] bestuurde de auto naar de plaats delict en is buiten in de auto blijven wachten.\n\nNa afloop van de overval rijden de verdachten met de gestolen auto naar Winkel, die ze daar vervolgens achterlaten. Daarna zijn de verdachten weer samen naar de loods in [plaats 2] gegaan. Uit de telefoongegevens blijkt dat [verdachte] nog geruime tijd in de loods van [medeverdachte 3] is gebleven, voordat hij daar weer is opgehaald door zijn (ex-)vriendin.\n\nUit het bovenstaande blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 3] zich voorafgaand aan de overval intensief hebben beziggehouden met de planning daarvan. Op de avond van de overval wordt er gezamenlijk gereisd en lijkt sprake van een onderlinge taakverdeling, waarbij [medeverdachte 3] in de auto achterblijft zodat de overvallers na de overval snel weg kunnen komen . Na de overval gaat niet ieder zijn eigen weg, maar verzamelen de verdachten nog in de loods in [plaats 2] .\n\nOp grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan. Er was sprake geweest van onderlinge afstemming en een gezamenlijk plan. De bijdrage van de verdachte aan het tenlastegelegde is van dusdanig gewicht geweest dat deze moet worden aangemerkt als medeplegen.\n\n6.2.5. Zaaksdossier Ararat\n\nOp 14 juni 2021 wordt in een woning in Berkhout het overleden lichaam van de heer [slachtoffer 10] aangetroffen. Hij heeft een schotverwonding in de borst. Vermoed wordt dat het slachtoffer die nacht in zijn woning is overvallen. Voor deze overval met dodelijke afloop worden alle vier de verdachten vervolgd: [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] . Behalve de poging diefstal met geweld de dood ten gevolge hebbend wordt ook aan de verdachten de gekwalificeerde doodslag verweten.\n\nStandpunt van het Openbaar Ministerie\n\nDe advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van zowel medeplegen van een poging diefstal met geweld de dood ten gevolge hebbend als het medeplegen van gekwalificeerde doodslag.\n\nStandpunt van de verdediging ten aanzien van de verdenking poging diefstal met geweld\n\nDe verdediging heeft betoogd dat een integrale vrijspraak voor beide feiten moet volgen.\n\nOordeel van het hof\n\nHet hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden tot een bewezenverklaring van het medeplegen van de poging tot diefstal met geweld de dood ten gevolge hebbend en het medeplegen van gekwalificeerde doodslag is gekomen in de zaken tegen [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en verenigt zich met die beslissingen. Ook de daaraan ten grondslag liggende overwegingen neemt het hof voor een groot deel over. Gelet op het verhandelde in hoger beroep is op enkele punten een nuancering en aanvullingen opgenomen.\n\nOp grond van de inhoud van het dossier en de bewijsmiddelen in de bijlage neemt het hof de volgende feiten en omstandigheden als vaststaand aan.\n\nAantreffen van het slachtoffer [slachtoffer 10]\n\nOp maandag 14 juni 2021 rond 13:55 uur heeft de politie een melding gekregen dat in de woning aan het [adres 10] te Berkhout een overleden persoon lag. De politie is naar de woning gegaan en trof op de grond in de woonkamer, het levenloze lichaam aan van [slachtoffer 10] (geboren op [geboortedatum 2] ). [slachtoffer 10] lag op zijn buik, was op blote voeten en droeg alleen een onderbroek.\n\nSporen in de woning van het slachtoffer\n\nDe voordeur en het kozijn van de woning zijn beschadigd door wrikken met een breekijzer en een schroevendraaier. De ruit van de voordeur is gebroken. Op de vloer van de woning is een bloedsporenpatroon te zien en zijn afdruksporen gevonden die zijn veroorzaakt door blote voeten. Deze sporen liepen van de gang, via de woonkamer en de keuken tot bij de achterdeur in de bijkeuken en vervolgens terug tot aan de plaats in de woonkamer waar het lichaam van [slachtoffer 10] is gevonden. In de bijkeuken is op de grond een hockeystick gevonden. Op de buitenzijde van de voordeur en op de vloer in de gang zijn schoenzoolafdruksporen gevonden met een profiel dat overeenkomt met dat van Nike-schoenen. Moeten (indrukken) in het kozijn van de deur tussen de gang en de woonkamer wijzen erop dat daar een worsteling is geweest waarbij een breekijzer en een hockeystick zijn gehanteerd.\n\nOp de grond in de woonkamer is de vaste telefoon gevonden. Gebleken is dat er om 02:56:43 uur en 02:57:29 uur met deze telefoon is geprobeerd te bellen. Beide keren is er geen verbinding tot stand gekomen.\n\nOnderzoek aan het lichaam van het slachtoffer\n\nOnderzoek aan het lichaam van [slachtoffer 10] heeft aangetoond dat hij schotletsel aan de borst had waardoor de rechterondersleutelbeenader en rechterlong zijn geperforeerd. Dit heeft geleid tot ademhaling- en longfunctiestoornissen en bloedverlies op basis waarvan het overlijden wordt verklaard. [slachtoffer 10] had ook een schotwond aan zijn linker ellenboog; dit betrof een doorschot en dit letsel is op één lijn te brengen met het schotkanaal door de borst. Verder zijn er meerdere bloeduitstortingen, waaronder één aan de borst die kan zijn opgelopen door een krachtinwerking met een langwerpig voorwerp. Het tijdstip van zijn overlijden wordt door de schouwarts geschat op 14 juni 2021 rond 03:00 uur.\n\nGeluidsopname camerasysteem [adres 11]\n\nEen camerasysteem bij de woning aan het [adres 11] heeft een video- en geluidsopname gemaakt. Op de geluidsopname is omstreeks 02:33 uur en 02:39 uur een auto te horen die een zwaar, sportief geluid maakt. Tussen 02:54 uur en 02:56 uur zijn meerdere dreunen te horen, en om ongeveer 02:55 uur is er een harde knal te horen die nog even na-echoot en waarna de schapen in het weiland beginnen te blaten. Om 02:59:21 uur is de eerder genoemde auto met zwaar, sportief geluid wederom te horen, die ditmaal in tegengestelde richting reed.\n\nTussenconclusie ten aanzien van het overlijden van [slachtoffer 10]\n\nUit het voorgaande concludeert het hof dat een of meer personen door middel van braak de woning van [slachtoffer 10] zijn binnengedrongen en dat er een gewelddadige confrontatie is geweest tussen deze persoon of personen en [slachtoffer 10] . Hierbij is geschoten wat heeft geleid tot een schotwond in de borst bij [slachtoffer 10] ten gevolge waarvan [slachtoffer 10] op 14 juni 2021 omstreeks 03:00 uur is overleden. Zeer kort daarna zijn de daders weer met een auto vertrokken.\n\nVuurwapen\n\nSporen op de kogel die in het lichaam van [slachtoffer 10] is gevonden zijn vergeleken met sporen op proefkogels uit het zilverkleurige vuurwapen dat op 29 juni 2021 bij het overleden lichaam van [medeverdachte 5] is gevonden. De deskundige heeft in het rapport wapen- en munitieonderzoek gerapporteerd dat de resultaten van dit onderzoek veel waarschijnlijker tot en met zeer veel waarschijnlijker zijn wanneer de kogel is afgevuurd uit de loop van dat vuurwapen, dan wanneer de kogel is afgevuurd uit een andere loop van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als de loop van het vuurwapen.\n\nSchotresten op het lichaam van [slachtoffer 10] zijn vergeleken met schotresten op het lichaam van [medeverdachte 5] en schotresten die zijn aangetroffen op het lichaam van [slachtoffer 1] (het mannelijke slachtoffer in het onderzoek Mainz). De drie verzamelingen deeltjes vertonen volgens de deskundige overeenkomsten. Het hof verwijst naar de overwegingen hierover die zijn opgenomen onder het kopje ‘zaaksdossier Mainz’. Het hof neemt de conclusie van de deskundige over.\n\nOp het in de woning van [medeverdachte 5] aangetroffen wapen is ook DNA-onderzoek verricht. In het rapport van 26 augustus 2021 heeft de deskundige opgenomen dat in drie bemonsteringen (namelijk #21, #23 en #29) DNA-materiaal is aangetroffen dat afkomstig kan zijn van [medeverdachte 2] . In het rapport vergelijkend DNA-onderzoek van 28 oktober 2022 staat beschreven dat de bemonsteringen waarin DNA-materiaal was aangetroffen van op dat moment nog onbekende personen is vergeleken met de DNA-profielen van diverse slachtoffers, verdachten en andere personen. Uit dat rapport volgt dat in nog eens drie bemonsteringen (namelijk #17, #22, #24) DNA-materiaal is gevonden dat afkomstig kan zijn van [medeverdachte 2] . Uit deze zes bemonsteringen zijn telkens mengprofielen van verschillende donoren verkregen. Het DNA-profiel van [medeverdachte 2] komt overeen met deze DNA-mengprofielen. De bewijskracht van de overeenkomsten met het profiel van [medeverdachte 2] variëren van circa 1,3 miljoen tot meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker dat DNA van [medeverdachte 2] in de bemonsteringen aanwezig is dan de kans dat het DNA betreft van een willekeurige, niet aan hem verwante persoon.\n\nIn één bemonstering (#17) is DNA-materiaal aangetroffen dat afkomstig kan zijn van het slachtoffer [slachtoffer 10] . Het DNA-mengprofiel [profiel] is circa 240 duizend keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van [slachtoffer 10] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van vier willekeurige onbekende personen.\n\nTussenconclusies ten aanzien het vuurwapen\n\nOp grond van het wapen- en munitieonderzoek, het vergelijkend schotrestenonderzoek, de toelichting van de deskundige ter terechtzitting van de rechtbank en bovengenoemd DNA-onderzoek concludeert het hof dat het wapen dat bij [medeverdachte 5] is gevonden, ook het wapen is geweest waarmee het schot is gelost dat [slachtoffer 10] dodelijk heeft getroffen. Het gebruikte wapen betreft – gelet op het feit dat het ook aan de dood van [medeverdachte 5] kan worden gekoppeld en er DNA van [medeverdachte 2] op is aangetroffen – een wapen dat in verband kan worden gebracht met deze groep verdachten.\n\nCamerabeelden en vluchtauto\n\nOp camerabeelden van [adres 11] is te horen dat rond drie uur ’s nachts een auto komt aanrijden uit de richting van de woning van [slachtoffer 10] . De auto lijkt snel op te trekken en rijdt zonder verlichting. Op diverse camerabeelden is de auto te volgen via Spierdijk tot in Opmeer.\n\nGetuige [getuige 8] heeft de auto die is te horen in een geluidsopname van het camerasysteem van een perceel aan de [adres 12] te Spierdijk herkend als zijn groene Opel Astra met kenteken [kenteken 5] en heeft verklaard dat hij zijn auto op 13 juni 2021 heeft uitgeleend aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] .\n\nHet hof acht zijn verklaring betrouwbaar omdat zijn verklaringen consistent en gedetailleerd zijn geweest en bovendien bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal. Zo passen de zendmastgegevens van de telefoons van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] van 13 juni 2021 bij de verklaring van [getuige 8] en heeft [medeverdachte 3] in afgeluisterde gesprekken tussen hem en zijn moeder en met zijn toenmalige vriendin bevestigd dat hij de auto van [getuige 8] heeft geleend.\n\nDe Opel Astra met kenteken [kenteken 5] is op 11 november 2021 door [medeverdachte 3] ingeleverd bij een auto demontagebedrijf in Blokker.\n\nTussenconclusie ten aanzien van de groene Opel Astra\n\nVanwege het tijdstip (zeer kort nadat [slachtoffer 10] dodelijk gewond is geraakt) en omdat de auto zonder verlichting reed en snel optrok, gaat het hof ervan uit dat de groene Opel Astra van [getuige 8] is gebruikt als vluchtauto. Ook deze vluchtauto kan gelet op wat hiervoor is overwogen aan de groep van de verdachten worden gekoppeld.\n\nVoorverkenningen en ‘voorbesprekingen’\n\nOp twee telefoons van [medeverdachte 5] zijn notities gevonden die beide op 5 december 2020 zijn gemaakt. In de notities staat: ‘Berkhout [adres 10] ’ resp. ‘ [adres 10] ’.\n\nOp 6 juni 2021 om 16:14 uur heeft [verdachte] een bericht gestuurd aan [medeverdachte 5] dat luidt: “32 min”. [medeverdachte 5] antwoordde “aii totzo”.\n\nUit locatiegegevens gekoppeld aan de telefoon van [medeverdachte 5] (Google Cloud gegevens) blijkt dat hij op 6 juni 2021 van 16:02 uur tot ten minste 16:57 uur in de buurt van treinstation Hoorn is geweest. Hij is vervolgens over het [adres 27] in Berkhout in de richting van De Goorn gereden, waarbij [medeverdachte 5] rond 17.13 uur ter hoogte van de woning van [slachtoffer 10] reed. Daarna is hij teruggereden naar Hoorn via het [adres 13] in Berkhout. Ook de telefoon van [verdachte] maakt dan contact met een Cell-ID in Hoorn.\n\n [verdachte] heeft ten overstaan van het hof bevestigd dat hij op 6 juni 2021 met [medeverdachte 5] vanuit Hoorn is gereden en in de omgeving van Berkhout is geweest. [medeverdachte 5] had gezegd dat ‘dit de omgeving’ was, waaruit [verdachte] begreep dat dit ging om een klus. In de auto hebben zij over de klus gesproken.\n\nUit de Cell-ID gegevens van de telefoons en de verklaring van [verdachte] leidt het hof af dat [verdachte] en [medeverdachte 5] op 6 juni 2021 samen in de directe omgeving van de woning van [slachtoffer 10] zijn geweest en toen over de geplande overval (de klus) hebben gesproken.\n\nUit chatberichten die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] op 7 juni 2021 vanaf 18:21 uur hebben uitgewisseld en uit de locatiegegevens van hun telefoons leidt het hof af dat zij elkaar hebben ontmoet bij een coffeeshop in Hoorn. De chatberichten suggereren dat ook [medeverdachte 3] daarbij aanwezig is geweest, wat is bevestigd door [medeverdachte 1] .\n\nOp 7 juni 2021 om 21:12 uur heeft [medeverdachte 5] aan [verdachte] geschreven: “mondhoude zitten wij op iedereen wachte die enge en punt ze getallen taart gelijke 100procent stil in punten gaat wel snijden”. [verdachte] antwoordde om 21:23 uur: “krijgt zelfde zowie 100 de deel bro zo iedereen”.\n\nOp 8 juni 2021 hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] contact gehad. [verdachte] heeft aan [medeverdachte 1] bericht: “gezegt heb je die [bijnaam 3] bro”, waarop [medeverdachte 1] heeft geantwoord: “jaaa”, “klaar alles zere wij gaan”. [bijnaam 3] (ook: [bijnaam 3] ) is de bijnaam van [medeverdachte 3] .\n\nOp 9 juni 2021 rond 03:15 uur heeft de telefoon van [medeverdachte 5] wederom over het [adres 13] in Berkhout bewogen. Aan het eind van het [adres 13] is hij gekeerd en dezelfde weg terug gereden. Voorafgaand aan en na deze reisbeweging is de telefoon van [medeverdachte 5] in de directe omgeving van de woning van [medeverdachte 2] geweest.\n\nOp 9 juni 2021 rond 11:15 uur heeft [verdachte] aan [medeverdachte 2] geschreven: “ [bijnaam 5] checken je komen is”. [medeverdachte 2] antwoordde: “aaai”, “was daaar”, “efe die kijke jwz man moete”. Vervolgens heeft [verdachte] gereageerd met: “ai”, “is maar goeie”, “happen g deze moeten we”, “geen grap”, “alles ready”. In een verhoor heeft [verdachte] verklaard dat “happen” betekent ‘proberen bij te verdienen’.\n\nIn de middag van 9 juni 2021 heeft [verdachte] geprobeerd [medeverdachte 3] telefonisch te bereiken. [medeverdachte 3] heeft vervolgens in chatberichten aan [verdachte] gemeld: “aan stiefmoeder thuis t werk is”, “dat niet te horen bro die hoeft”. [verdachte] antwoordde: “oke bro cool”, “ [bijnaam 6] naar dalijk ga”, “bro en”, “regel alles”, “je weet precies”. [bijnaam 6] is een bijnaam van [medeverdachte 2] .\n\nOp 10 juni 2021 heeft [medeverdachte 1] aan [verdachte] gevraagd: “wie is [bijnaam 10] ”. [verdachte] antwoordde: “ [medeverdachte 2] broertje”. [medeverdachte 1] schreef daarop: “ [bijnaam 10] en hij [medeverdachte 2] halen zegt”. [medeverdachte 7] heeft verklaard dat hij door anderen ‘ [bijnaam 10] ’ wordt genoemd en zijn telefoonnummer stond in de telefoon van [medeverdachte 5] opgeslagen als ‘ [bijnaam 10] ’.\n\nOp 11 juni 2021 zijn er chatberichten verstuurd tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] uitte daarin zijn onvrede over [medeverdachte 3] (“ [bijnaam 3] ”) die hij ‘kk driver’ noemt. [verdachte] antwoordde: “dingen met hem gesproken”, “zondag gaan”, “bro ik die doen torrie weet”, “goed alles hij moet fixen maken”, “ook gaat doen ie”.\n\nOp 12 juni 2021 hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] elkaar onderstaande berichten geschreven.\n\n [medeverdachte 3] : [betrokkene 2]\n\n [medeverdachte 1] : ja wat is plan wil je doen wat\n\n [medeverdachte 3] : jagen\n\n [medeverdachte 1] : nooo je blijf rustig vandaag risico lopen nu geen voor ga saus\n\nmorgen belangrijk dag verpeste het niet ga\n\n [medeverdachte 3] : zijn met oke dan rijden pak morgen we [betrokkene 2] even rustig rondje ik en bespreken ook want auto gaan weten te hij hoeft niet veel die eventueel voet licht als ik andere er heb al nieuwe niet\n\n [medeverdachte 1] : niks je hem zegt die je auto pakt gewoon\n\n [medeverdachte 3] : yes op aan kunnen maar wel van moet\n\n [medeverdachte 1] : auto geregeld morgen voor jongen\n\n [medeverdachte 3] : ik pak zijn auto heb gezegd keer tien je al ik anders morgen starten de we alfa en op niet tijds we dat voor bij auto ga verrassingen mar komen pakken te staan zijn\n\n(…)\n\n [medeverdachte 1] : bel [betrokkene 2]\n\nis hoeveel vraag ze tank\n\n [medeverdachte 3] : didii zijn tank is voor hij heeft auto wat astra sport\n\nEn op 13 juni 2021:\n\n [medeverdachte 1] : nu hij onderweg is\n\n [medeverdachte 3] : si\n\nmij ook osso haal.\n\nOp 13 juni 2021 om 22:29 uur heeft [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] gestuurd: “broer moet je halen we”. [medeverdachte 2] antwoordde: “waar jullie”, “reddy”. [medeverdachte 1] schreef vervolgens: “nu obdam”, waarna [medeverdachte 2] chatte: “loods ga wacht”.\n\nOp 14 juni 2021 om 00:06 uur heeft [betrokkene 1] aan [medeverdachte 1] getekst: “Ewa broer, doe je ding goed”. [medeverdachte 1] antwoordde: “Ja broer thans”.\n\nOp 14 juni 2021 om 00:21 uur stuurde [medeverdachte 2] aan [verdachte] : “open dan swa”.\n\nTussenconclusie met betrekking tot voorverkenningen en voorbesprekingen\n\nDe politie heeft de verdachten gevraagd naar de betekenis van de hiervoor genoemde chatberichten. [verdachte] heeft in hoger beroep verklaard dat de tekstberichten van 11 juni en 13 juni 2021 waaraan hij deelneemt over deze klus gaan. Verder is een aannemelijke uitleg voor deze chatberichten uitgebleven. De chatgesprekken die de verdachten met elkaar hebben gevoerd zijn door de verdachten gewist. De politie heeft de chatgesprekken gedeeltelijk kunnen terughalen, maar de woordvolgorde is daardoor gewijzigd (‘scrambled’). Desondanks wijst de inhoud van de berichten op een overval (torrie, happen, iedereen krijgt een gelijk deel) en er wordt ook gesproken over “zondag gaan” en “morgen belangrijk dag” wat past bij de nacht waarin de overval op [slachtoffer 10] plaatsvond (van zondag 13 op maandag 14 juni 2021) en dit is ook door [verdachte] in hoger beroep bevestigd. Uit de voorgaande berichtenuitwisselingen leidt het hof verder af dat er behalve op 6 juni 2021 ook op 7 en 9 juni 2021 kortstondige bezoeken aan het [adres 13] in Berkhout hebben plaatsgevonden. Gelet op het voorgaande concludeert het hof dat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in chatgesprekken en door middel van voorverkenningen de overval op [slachtoffer 10] hebben voorbereid.\n\nAanwezigheid van de verdachten in de loods in [plaats 2] in de avond en nacht van de overval (13 op 14 juni 2021)\n\nUit de verklaring van zowel [verdachte] als die van [medeverdachte 2] blijkt dat zij die avond\u002Fnacht in de loods in [plaats 2] zijn geweest. [verdachte] heeft verklaard dat er toen meerdere personen aanwezig waren .\n\nUit telefoongegevens blijkt dat de telefoons van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] in die avond\u002Fnacht contact maken met een Cell-ID van een zendmast die dekking geeft aan de locatie van de loods in [plaats 2] . De telefoon van [medeverdachte 1] maakte tussen 13 juni 2021 22:50 uur en 14 juni 2021 01:34 uur contact met een Cell-ID van een zendmast die dekking geeft aan de loods in [plaats 2] .\n\nDe telefoon van [medeverdachte 2] heeft op 14 juni 2021 tussen 01:18 uur en 02:05 uur middels data contact gemaakt met Cell-ID’s van een zendmast die dekking biedt aan diezelfde loods.\n\nOp 14 juni 2021 om 01:23 uur maakte de telefoon van [medeverdachte 3] contact met een Cell-ID van diezelfde zendmast.\n\nDe telefoon van [verdachte] maakte om 01:34:06 uur contact met een Cell-ID die dekking biedt aan de loods in [plaats 2] .\n\nUit zendmastgegevens en locatiegegevens van de telefoon van [medeverdachte 7] volgt dat hij tussen ongeveer 18:01 uur en 23:06 uur in de buurt van de woning van [medeverdachte 2] is geweest en vanaf 00:26 uur in de omgeving van de loods in [plaats 2] aanwezig was.\n\nTussenconclusie met betrekking tot aanwezigheid in de loods voorafgaand aan overval\n\nUit de hiervoor genoemde verklaringen van [verdachte] en [medeverdachte 2] , en uit de gegevens over de locatie van de telefoons van de verdachten leidt het hof af dat [medeverdachte 7] , [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] rond half twee ’s nachts in de nacht waarin de overval op [slachtoffer 10] plaats heeft gevonden, in de omgeving van de loods in [plaats 2] zijn geweest.\n\nDeze conclusie wordt ondersteund door het hiervoor genoemde chatgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 13 juni 2021 (“loods ga wacht”), de verklaring van [medeverdachte 1] bij de politie op 12 juli 2022, de ARS-gegevens van de auto van [getuige 9] (de toenmalige vriendin van [verdachte] ), en het volgende chatgesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] op 13 juni 2021 tussen 21:49 en 00:04 uur:\n\n [medeverdachte 1] : broer al je onderweg ben\n\n [bijnaam 6] wij moeten halen toch\n\n [verdachte] : [bijnaam 5] halen zou ze gaan\n\n(…)\n\n [verdachte] : er ik bijna bro ben\n\n [medeverdachte 1] : toch [plaats 2]\n\n [verdachte] : man ja\n\n [medeverdachte 1] : aii\n\nbroer parra op niet mijn worden\n\nstraks\n\n [verdachte] : waarom\n\nwat\n\n [medeverdachte 1] : [bijnaam 3]\n\n [verdachte] : net die mat wat\n\n [medeverdachte 1] : neus\n\n [verdachte] : met lat hem ze neus\n\nmaar als shit ze ie\n\ndoet\n\nis daat ie\n\n [medeverdachte 1] : ja\n\n(…)\n\n [verdachte] : ben er ik.\n\nHet hof begrijpt uit deze (gewiste maar gescrambled teruggehaalde) berichten dat [verdachte] onderweg was naar de loods in [plaats 2] en dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] daar reeds waren. [medeverdachte 7] en [medeverdachte 2] zijn kennelijk door [medeverdachte 5] ( [bijnaam 5] ) naar de loods gebracht. [verdachte] is gelet op het chatbericht van [medeverdachte 2] aan [verdachte] (“open dan swa”) kennelijk eerder dan de anderen aangekomen in de loods en moest de deur voor hen openen.\n\nBeeldmateriaal gemaakt in de loods\n\nDat [medeverdachte 7] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] rond half twee ’s nachts in de loods in [plaats 2] waren, wordt verder bevestigd door beeldmateriaal dat daar is gemaakt. Op de telefoon van [medeverdachte 7] stonden foto’s opgeslagen waarop hij en [medeverdachte 2] samen te zien zijn. Die foto’s zijn die nacht gemaakt in de loods om 01:27 uur en 01:28 uur. Om 01:29 uur is in het kantoor van de loods een filmpje gemaakt met de telefoon van [medeverdachte 1] . Op dat filmpje is [medeverdachte 1] te zien en is de stem van onder andere [medeverdachte 2] te horen. Op het filmpje is een tas zichtbaar met daarin een zwart vuurwapen met een houtkleurig handvat (dat volgens verbalisant overeenkomsten heeft met een Scorpion vuurwapen), handschoenen en tape.\n\n [verdachte] heeft bij het hof verklaard dat hij die avond\u002Fnacht in de loods een wapen, te weten een Scorpion, heeft gezien.\n\nTelefoons van de verdachten uitgeschakeld of inactief tijdens overval\n\nKort na de video-opname zijn de telefoons van de verdachten uitgezet of was daarop geen activiteit in de zin van telecommunicatie of geregistreerde stappen. Het hof stelt vast dat dit ook nog zo was gedurende de tijd dat de overval op [slachtoffer 10] plaatsvond.\n\nLocatie van de telefoons van de verdachten na de overval en de vlucht van [medeverdachte 7]\n\nToen de telefoon van [verdachte] om 03:24 uur weer een dataverbinding maakte, is de verbinding opgebouwd via een Cell-ID die dekking biedt aan de loods in [plaats 2] . De telefoon van [medeverdachte 2] maakte om 04:26 uur een datacontact met een zendmast die dekking bood aan diezelfde loods. De telefoons van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] maakten voor het eerst weer contact om respectievelijk 05:52 uur en 05:39 uur, via zendmasten die onder meer dekking bieden aan hun woningen.\n\nDe telefoon van [medeverdachte 7] is om 03:03 uur weer aangezet, dus zeer kort na de overval. [medeverdachte 7] was op dat moment in Berkhout. [medeverdachte 7] is te zien op camerabeelden die zijn opgenomen op het [adres 14] en [adres 15] in Berkhout en de [adres 16] in Hoorn. De kleding en de schoenen die [medeverdachte 7] die avond droeg (te zien op de foto’s die in de loods in [plaats 2] zijn gemaakt om 01:27 uur en 01:28 uur) komen overeen met de kleding en schoenen van de persoon die op deze camerabeelden te zien is en [medeverdachte 7] heeft in verhoren bij de politie en als getuige ten overstaan van de raadsheer-commissaris bevestigd dat hij de persoon is die op de camerabeelden is te zien. Behalve [medeverdachte 7] zijn op die camerabeelden geen andere personen te zien. [medeverdachte 7] heeft echter verklaard dat hij samen met anderen in een auto naar de plek in Berkhout is gereden waar – volgens [medeverdachte 7] – zou worden ingebroken.\n\nOm 10:54 uur startte een dataverbinding vanaf de telefoon van [medeverdachte 7] naar een Cell-ID in een zendmast die dekking geeft aan de woning van [medeverdachte 2] . Uit een om 13:21 uur opgenomen video opgeslagen op de telefoon van [medeverdachte 7] volgt dat [medeverdachte 7] toen in de schuur bij de woning van [medeverdachte 2] was.\n\nVerschillende verdachten hebben verklaard dat de telefoons werden uitgezet als een klus werd uitgevoerd, ook als je uiteindelijk niet mee ging. Dit om te voorkomen dat ze in verband zouden kunnen worden gebracht met een bepaalde inbraak\u002Foverval. Dat dit in elk geval niet voor iedereen gold leidt het hof al af uit het feit dat [medeverdachte 5] ten tijde van de overval op de woning van [slachtoffer 10] in Berkhout zijn telefoon niet had uitgezet. Van [medeverdachte 5] kan worden vastgesteld dat hij niet op de plaats delict was. Naar het oordeel van het hof levert dit een aanwijzing op dat de telefoons werden uitgezet op het moment dat feitelijk naar de woning of het pand werd gereden die\u002Fdat zou worden overvallen.\n\nTussenconclusie aankomst bij en vertrek van de plaats van het delict\n\nHet voorgaande in onderlinge samenhang bezien leidt het hof tot de conclusie dat de verdachten in de Opel Astra vanaf de loods in [plaats 2] naar de woning van het slachtoffer zijn gereden. Na de overval is [medeverdachte 7] te voet gevlucht in de richting van Hoorn en hij is in de loop van de ochtend weer bij de woning van [medeverdachte 2] gearriveerd. De andere aanwezigen in\u002Fbij de woning in Berkhout zijn met de groene Opel Astra gevlucht, die via Spierdijk naar de loods in [plaats 2] is gereden.\n\nChat [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] 14 juni 2021\n\nOp 14 juni 2021 om 15:50 uur heeft [betrokkene 1] aan [medeverdachte 1] geschreven: “Was gelukt of niet”. [medeverdachte 1] stuurde [betrokkene 1] vervolgens twee audioberichten, waarin hij onder meer zegt: “Het is uit de hand gelopen broer uhhh.” en “Zoals ik gister al zei broer. Ik ben er klaar mee.”\n\nOntkennende verklaringen verdachten\n\nAlle vier de verdachten hebben – ook ten overstaan van het hof – ontkend bij de overval in Berkhout, waar [slachtoffer 10] in zijn woning om het leven is gekomen, aanwezig te zijn geweest.\n\n [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] hebben kort gezegd verklaard wel op de hoogte te zijn geweest van het plan om deze woning te overvallen. Er zou veel contant geld aanwezig zijn, waarbij een bedrag van 100.000 euro is genoemd. Ook waren zij betrokken bij de voorbereidingen en hebben zij met anderen over het plan gesproken, maar uiteindelijk zijn zij niet meegegaan.\n\n [medeverdachte 2] heeft verklaard geen enkele betrokkenheid te hebben gehad bij dit feit. Hij is wel in de loods geweest, maar dit was om hennep te knippen.\n\nVerklaring [medeverdachte 1] in hoger beroep\n\n [medeverdachte 1] heeft in hoger beroep ook verklaringen afgelegd over dit zaaksdossier. Hoewel het hof eerder heeft overwogen dat de verklaringen van [medeverdachte 1] die hij als verdachte en als getuige in hoger beroep heeft afgelegd, betrouwbaar zijn en voor het bewijs gebezigd kunnen worden, geldt dat niet voor zijn verklaringen over het onderzoek Ararat.\n\nUit de inhoud van het dossier bezien in samenhang met de inhoud van zijn verklaringen, leidt het hof af dat [medeverdachte 1] zijn eigen rol in dit zaaksdossier marginaliseert en ook de rol van verschillende anderen kleiner maakt. Het door hem geschetste alternatieve scenario is in het licht van de inhoud van het dossier ook onvoldoende aannemelijk geworden. Op grond van wat hierna wordt overwogen concludeert het hof dat alle vier de verdachten aanwezig zijn geweest op de plaats delict. Gelet hierop zal het hof de verklaringen van [medeverdachte 1] over dit zaaksdossier niet als bewijsmiddel gebruiken. Het hof zal de verklaring evenmin in ontlastende zin gebruiken, omdat het geschetste alternatieve scenario onvoldoende aannemelijk is geworden.\n\nVerklaringen van getuigen met wie de verdachten hebben gesproken\n\n [betrokkene 1] is als getuige gehoord bij de rechter-commissaris. Hij heeft toen verteld dat hij van [medeverdachte 1] heeft gehoord dat [medeverdachte 1] bij de overval op [slachtoffer 10] betrokken was. Hij heeft verklaard dat [medeverdachte 1] veel moeite heeft gehad met wat er is gebeurd, er slecht van sliep, geschrokken was en er nachtmerries van had.\n\nHet hof acht de verklaring van [betrokkene 1] bruikbaar voor het bewijs, omdat deze steun vindt in de verklaring van getuige [getuige 10] .\n\n [getuige 10] heeft verklaard dat hij van [medeverdachte 1] heeft gehoord dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] betrokken waren bij de overval op [slachtoffer 10] en dat bij die overval door [medeverdachte 2] is geschoten met een revolver. Hij hoorde dit van [medeverdachte 1] op de dag na de overval, toen zij bij een feestje bij [betrokkene 3] thuis waren.\n\nHet hof acht deze verklaring van [getuige 10] betrouwbaar. [getuige 10] is consistent en gedetailleerd geweest in zijn verklaringen en niet gebleken is van een motief bij [getuige 10] om een valse verklaring af te leggen. Maar belangrijker nog is dat zijn verklaring steun vindt in andere bewijsmiddelen. Dat [slachtoffer 10] is doodgeschoten met een revolver komt overeen met de resultaten van het forensisch onderzoek. Daarnaast heeft [medeverdachte 1] in een chatbericht op 14 juni 2021 om 18:25 uur (de dag na de overval op [slachtoffer 10] ) aan [medeverdachte 2] getekst: “zit bij [betrokkene 3] ”. Dat bevestigt dat [medeverdachte 1] die dag bij [betrokkene 3] thuis was, zoals [getuige 10] heeft verklaard.\n\nWat verder bijdraagt aan de geloofwaardigheid van de verklaring van [getuige 10] is het feit dat er ook een verklaring is afgelegd door een persoon die op enig moment gedetineerd heeft gezeten in dezelfde penitentiaire inrichting als [medeverdachte 2] . Deze ‘beperkt anonieme medegedetineerde ( [nummer] )’ heeft verklaard dat [medeverdachte 2] hem heeft verteld over een overval met dodelijke afloop. [medeverdachte 2] heeft deze medegedetineerde gezegd dat [medeverdachte 2] voorop liep en gewapend was, dat na het betreden van de woning een aantal stappen gedaan zijn en dat er toen iemand de trap af kwam. Het wapen is toen gericht, er heeft een klein handgemeen plaatsgevonden waarbij het vuurwapen vastgepakt werd of tegen het wapen is geslagen door het slachtoffer en het vuurwapen is afgegaan. Het slachtoffer is ter hoogte van zijn borst geraakt. [medeverdachte 2] heeft de getuige ook verteld dat het wapen dat bij de overval is gebruikt, een Smith & Wesson .357 was en dat een vriend van [medeverdachte 2] met hetzelfde wapen zelfmoord gepleegd zou hebben.\n\nOok deze verklaring is naar het oordeel van het hof bruikbaar voor het bewijs. Onderdelen van de verklaring van de medegedetineerde vinden immers steun in andere bewijsmiddelen. Dat de verdachten slechts enkele stappen in de woning hebben gedaan, dat er een handgemeen is geweest in de buurt van de trap en dat er een schot is gelost en de verdachte(n) vervolgens is\u002Fzijn vertrokken, komt overeen met de sporen die zijn gevonden in de woning van [slachtoffer 10] . Dat zowel [medeverdachte 2] als het slachtoffer het wapen hebben aangeraakt komt overeen met de resultaten van het DNA-onderzoek dat is verricht op het wapen. Hoewel niet met zekerheid kan worden vastgesteld wanneer het DNA van [medeverdachte 2] op het wapen terecht is gekomen, komt aan deze bevinding wel redengevende betekenis toe gelet op de overige bewijsmiddelen. Verder is juist dat het gebruikte wapen een Smith & Wesson .357 was, dat [slachtoffer 10] in de borst is geraakt en dat ook [medeverdachte 5] met datzelfde wapen om het leven is gekomen. Er is niet gebleken van een motief bij deze getuige om een valse verklaring af te leggen en ook is niet aannemelijk geworden dat deze getuige de informatie in zijn verklaring heeft verkregen uit de media of door het lezen van het (voorgeleidings)dossier van [medeverdachte 2] . Belangrijk om op te merken is dat de medegedetineerde de informatie van [medeverdachte 2] heeft gehoord in december 2021, terwijl pas uit het DNA-rapport van 28 oktober 2022 is gebleken dat er ook DNA van [slachtoffer 10] op het wapen zat. De medegedetineerde kon in december 2021 dan ook niet weten dat in oktober 2022 bevestigd zou worden dat [slachtoffer 10] het wapen heeft aangeraakt. Sommige onderdelen van de verklaring van de medegedetineerde kloppen weliswaar niet met andere onderzoeksresultaten (namelijk dat er een Audi RS3 is gebruikt en dat degene die te voet vluchtte dezelfde persoon is als degene die zelfmoord pleegde), maar de hiervoor beschreven punten die wel overeenstemmen wegen voor het hof zwaarder.\n\nVerder is van belang om te markeren dat deze getuigenverklaringen elkaar ook onderling ondersteunen.\n\nVerklaring [medeverdachte 11] over rol [medeverdachte 3]\n\n [medeverdachte 11] heeft verklaard dat [medeverdachte 3] (het hof begrijpt: [medeverdachte 3] ) ook bij de overval is geweest op die man in Berkhout. Hij heeft ook toen als chauffeur opgetreden. Dat [medeverdachte 11] hier spreekt over het zaaksdossier Ararat leidt het hof af uit zijn opmerking dat dit die zaak is waar de politie die man op de camera’s heeft gezien, een jongen uit Alkmaar. Dit komt overeen met de informatie in het dossier dat op de camerabeelden [medeverdachte 7] is gezien. [medeverdachte 7] is afkomstig uit Alkmaar en heeft als getuige verklaard dat hij daar toen aanwezig is geweest. Bovendien heeft de getuige verklaard over de door [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ) geleende auto van iemand uit Heerhugowaard. Ook dit wordt door de onderzoeksresultaten bevestigd. De auto die gebruikt is bij de overval en te horen is op de camerabeelden is immers herkend door getuige [getuige 8] die bevestigd heeft dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] zijn auto hebben geleend.\n\nTussenconclusie met betrekking tot verklaringen van getuigen\n\nOp grond van het voorgaande concludeert het hof dat verschillende personen hebben verklaard dat zij van [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] hebben gehoord dat [medeverdachte 1] en\u002Fof [medeverdachte 2] betrokken is\u002Fzijn geweest bij de overval op [slachtoffer 10] . Voormalig medeverdachte [medeverdachte 11] heeft over de betrokkenheid van [medeverdachte 3] verklaard. Twee van de getuigen hebben [medeverdachte 2] aangewezen als de schutter. Nu deze verklaringen steun vinden in de resultaten van het forensisch onderzoek, gaat het hof ervan uit dat [medeverdachte 2] degene is geweest die het schot heeft gelost als gevolg waarvan [slachtoffer 10] is overleden.\n\nConclusie\n\nHet hof leidt uit het voorgaande af dat alle vier de verdachten betrokken zijn geweest bij de voorbereiding en de uitvoering van de overval op de woning van [slachtoffer 10] . Al in de dagen voorafgaand aan de overval is over de ‘klus’ gesproken en is de omgeving voorverkend. Voor wat betreft de verschillende rollen kan vastgesteld worden dat [medeverdachte 3] de chauffeur was van de vluchtauto en dat [medeverdachte 2] heeft geschoten. Hoewel de rollen van [verdachte] en [medeverdachte 1] niet verder kunnen worden geduid, is het hof van oordeel dat deze rollen in elk geval voldoende waren voor medeplegen. De verdachten hebben immers (allen) in de voorfase overleg gevoerd over de overval, [verdachte] heeft met [medeverdachte 5] de omgeving voorverkend, ze hebben op het moment van vertrek naar de woning in Berkhout allemaal hun telefoon uitgezet, zij zijn gezamenlijk naar de woning in Berkhout toegegaan waarna [medeverdachte 3] achterbleef in de auto om direct de vluchtauto te kunnen besturen. De overige verdachten (en [medeverdachte 7] ) zijn naar de woning gegaan om het vooraf besproken doel, te weten het halen van een groot contant geldbedrag dat men dacht daar aan te zullen treffen, te realiseren.\n\nDat het geld uiteindelijk niet is meegenomen en dus de diefstal niet is voltooid kan worden verklaard door het schot dat is gelost en in elk geval direct tot levensgevaarlijke verwondingen bij [slachtoffer 10] heeft geleid. Gelet hierop is het aannemelijk dat de verdachten direct na het dodelijke schot de woning hebben verlaten en zijn vertrokken.\n\nHet hof acht voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig voor het medeplegen van de poging diefstal met (bedreiging met) geweld de dood ten gevolge hebbend.\n\nGekwalificeerde doodslag\n\nAan de verdachte is ook het medeplegen ten laste gelegd van gekwalificeerde doodslag (artikel 288 Sr). Het hof verwijst allereerst naar de in zaaksdossier Zwenkau gemaakte algemene opmerkingen over de eisen die de wet stelt aan een bewezenverklaring van gekwalificeerde doodslag. Hieronder licht het hof toe waarom voor [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] aan die eisen is voldaan.\n\nOpzet\n\nOp grond van het dossier en het verhandelde ter zitting kan niet worden vastgesteld dat de verdachten de woning zijn binnengedrongen met de intentie [slachtoffer 10] van het leven te beroven. Het opzet van de verdachten was erop gericht een overval te plegen en een groot geldbedrag buit te maken. Er is dus geen sprake van zogenoemd ‘vol’ opzet op de dood van [slachtoffer 10] .\n\nVoorwaardelijk opzet\n\nVan belang om te markeren is dat [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] voorafgaand aan de overval in de woning van [slachtoffer 10] , betrokken zijn geweest bij eerdere overvallen die zij gezamenlijk hebben gepleegd en waarbij vuurwapens zijn gebruikt. In twee gevallen is dat vuurwapen ook daadwerkelijk afgevuurd, namelijk in de onderzoeken Mainz en Zwenkau. In het onderzoek Mainz is met een wapen in de richting van het hoofd van slachtoffer [slachtoffer 1] geschoten toen hij zich verzette tegen de overvallers. In het onderzoek Zwenkau is komen vast te staan dat het slachtoffer [slachtoffer 5] in haar hals is geschoten toen zij en haar partner zich verzetten tegen de overvallers. Gelet op de betrokkenheid van de verdachten bij deze eerdere overvallen waarbij vuurwapens zijn gebruikt, moesten de verdachten er ook bij deze overval ernstig rekening mee houden dat een of meer wapen(s) zou(den) worden meegebracht en gebruikt. Door kennelijk een vuurwapen direct bij de hand te hebben, hebben de verdachten zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat bij verzet door [slachtoffer 10] het vuurwapen zou worden gebruikt en dat hij daardoor zodanig ernstig gewond zou raken, dat zijn dood het gevolg zou zijn. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat schotwonden onder omstandigheden dit gevolg kunnen hebben. Bovendien is [slachtoffer 10] in de borst geschoten. De borst is een kwetsbaar deel van het lichaam omdat zich daarin vitale organen bevinden.\n\nAangezien deze vier verdachten in (deels) dezelfde samenstelling (in deze aangevuld met [medeverdachte 7] ), wederom midden in de nacht, een tijdstip waarop bewoners doorgaans thuis zijn, gewapend naar een woning zijn gegaan met het doel de bewoner met (bedreiging met) geweld te beroven, hebben zij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat ook bij deze overval de bewoner zou worden neergeschoten in geval van verzet.\n\nDaarnaast is op het filmpje van de tas met de Scorpion (dat is gemaakt kort voor vertrek vanuit de loods naar Berkhout) [medeverdachte 2] te horen en [medeverdachte 1] te zien. [verdachte] heeft ten overstaan van het hof bevestigd dat hij die avond in de loods de Scorpion heeft gezien. De verdachten hadden daarom nog meer reden om rekening te houden met de aanwezigheid van een vuurwapen. Voor [medeverdachte 2] geldt bovendien dat hij door het hof als de schutter wordt beschouwd en dus van de aanwezigheid van dat vuurwapen op de hoogte was.\n\nOogmerk\n\nDuidelijk is dat de verdachten uit waren op het contante geld dat in de woning van [slachtoffer 10] aanwezig was. Zij hebben de voordeur van de woning opengebroken, ten minste één van de verdachten heeft de woning betreden, waarna in de hal van de woning een gevecht heeft plaatsgevonden met [slachtoffer 10] en [slachtoffer 10] is daarbij in de borst geschoten. Daarna heeft\u002Fhebben de in de woning aanwezige verdachte(n) de woning van [slachtoffer 10] verlaten.\n\nDe raadslieden van de verdachte hebben betoogd dat het dossier geen aanwijzing bevat dat het schot werd gelost met het oogmerk de overval te begunstigen of straffeloosheid te verzekeren. Oogmerk veronderstelt een bewuste, op een bepaald doel gerichte wilshandeling. Een (impulsief en mogelijk per ongeluk afgevuurd) paniekschot tijdens een worsteling, het onmiddellijk vluchten van de verdachten, het nog leven van het slachtoffer op het moment dat de woning werd verlaten en het feit dat er geen voortgezette zoektocht naar de buit heeft plaatsgevonden wijzen juist op het tegendeel, aldus de verdediging.\n\nHet hof overweegt het volgende.\n\nBij de eerdere overvallen Mainz en Zwenkau is door de verdachten geschoten op het moment dat de slachtoffers zich verzetten tegen de overvallers. Ook bij de hierna te bespreken overval in het onderzoek Willich is door de overvallers ( [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) geschoten op het moment dat het slachtoffer verzet bood. Uit dit patroon leidt het hof af dat de verdachten bij al deze overvallen kennelijk vuurwapens hebben meegebracht om zo nodig te gebruiken op het moment dat de slachtoffers verzet zouden bieden.\n\nUit de verklaring van de beperkt anonieme medegedetineerde blijkt dat [medeverdachte 2] het wapen heeft gericht op [slachtoffer 10] op het moment dat deze de trap af kwam. Met andere woorden: op dat moment heeft [medeverdachte 2] de keuze gemaakt om het wapen als dreigmiddel te gebruiken tegenover mogelijk verzet. De beperkt anonieme medegedetineerde heeft verder verklaard dat er vervolgens een klein handgemeen heeft plaatsgevonden waarbij het vuurwapen vastgepakt werd of tegen het wapen is geslagen door het slachtoffer en het vuurwapen is afgegaan. Deze verklaring is verder weinig concreet en specifiek over de gang van zaken, en hiermee is op zichzelf dan ook onvoldoende aannemelijk geworden dat het schot per ongeluk is afgegaan. Uit de verklaring blijkt bijvoorbeeld niets over het verloop van de worsteling, hoe het kan dat het vuurwapen op de borst van [slachtoffer 10] was gericht, hoe het wapen door het slachtoffer dan zou zijn vastgepakt of hoe hij tegen dat wapen zou hebben geslagen, of het vuurwapen al schietklaar was voorafgaand aan de worsteling of pas later en hoe het kan dat het vuurwapen “is afgegaan” (is het wapen afgegaan zonder dat de trekker werd overgehaald, heeft [medeverdachte 2] in een reflex de trekker overgehaald, of was er nog een andere oorzaak).\n\nDat verdachten na het schot onmiddellijk zijn gevlucht, dat het slachtoffer op dat moment nog leefde en dat er geen voortgezette zoektocht naar de buit heeft plaatsgevonden, is weliswaar een aanwijzing dat verdachten voorafgaand aan de overval niet het plan hadden om iemand dood te schieten, maar zegt niets over het oogmerk waarmee het schot tijdens de worsteling werd gelost.\n\nUit het feit dat het gebruik van een vuurwapen past binnen de gebruikelijke werkwijze van de verdachten, waarbij zowel bij overvallen voorafgaand aan deze overval als bij de hierop volgende overval door de verdachten is geschoten op het moment dat slachtoffers verzet boden, het feit dat [medeverdachte 2] een vuurwapen op [slachtoffer 10] heeft gericht op het moment dat hij de trap af kwam en het feit dat [slachtoffer 10] vervolgens verzet heeft geboden, kan het hof, ook bij gebrek aan een betrouwbare verklaring van één van de verdachten uit eigen wetenschap over de aanleiding voor het schot, geen andere conclusie verbinden dan dat [slachtoffer 10] kennelijk door [medeverdachte 2] is neergeschoten omdat [slachtoffer 10] de verdachten in zijn woning betrapte en zich tegen hen verzette, met het oogmerk om hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.\n\nHet hof acht dus het voor gekwalificeerde doodslag vereiste oogmerk aanwezig. Voor de hand ligt dat – gelet op de betrapping op heterdaad door en het daarop volgende verzet van [slachtoffer 10] – het vuurwapen is gebruikt om de vlucht mogelijk te maken (en dus: straffeloosheid te verzekeren). Uit de rechtspraak volgt overigens dat – zoals in het geval van [slachtoffer 10] – ook sprake kan zijn van het oogmerk om zich het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren in het geval de diefstal (nog) niet is voltooid en dus (nog) niets is weggenomen van het slachtoffer. Dat het wapen is afgegaan voordat er iets uit de woning van [slachtoffer 10] is weggenomen, vormt dus geen obstakel voor het aanwezig achten van het vereiste oogmerk.\n\nOogmerk en medeplegen\n\n [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] hebben niet op [slachtoffer 10] geschoten. Ook degene die niet het bijkomende oogmerk had, kan echter voor het medeplegen van gekwalificeerde doodslag worden veroordeeld als hij welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn mededader een derde zou doden om bijvoorbeeld de vlucht mogelijk te maken of straffeloosheid te verzekeren. Uit hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen, volgt dat daarvan in deze zaak sprake is.\n\nConclusie\n\nDe doodslag is vergezeld van een poging tot diefstal met geweld en is gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.\n\nHet hof merkt op dat sprake is geweest van eendaadse samenloop van de gekwalificeerde doodslag en de poging diefstal met (bedreiging met) geweld, de dood ten gevolge hebbend. Dat betekent dat deze gedragingen van de verdachte weliswaar twee strafbare feiten opleveren maar de verdachte in wezen één verwijt wordt gemaakt nu het gaat om dezelfde handelingen die op dezelfde tijd en plaats plaatsvonden.\n\n6.2.6. Zaaksdossier Willich\n\nStandpunt van het Openbaar Ministerie\n\nDe advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het oordeel van de rechtbank gevolgd kan worden. [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging gekwalificeerde doodslag en het medeplegen van diefstal met (bedreiging van) geweld. Het bewijs daarvoor volgt uit:\n\nde aangiftes;\n\nchatgesprekken voorafgaand aan de overval;\n\ncamerabeelden;\n\nde verklaringen van [getuige 1] en [getuige 9] ;\n\nde omstandigheid dat het wapen dat is gebruikt bij de overval aan de verdachten gekoppeld kan worden;\n\nde door [medeverdachte 1] in hoger beroep afgelegde verklaringen.\n\nDe advocaat-generaal heeft zich in dit zaaksdossier op het standpunt gesteld dat [verdachte] de schutter is geweest die op [slachtoffer 12] heeft geschoten. Uit het dossier blijkt dat het type wapen dat is gebruikt in deze zaak een Scorpion betreft. Volgens de advocaat-generaal kan dit type wapen aan [verdachte] worden gekoppeld. De verklaring van [verdachte] dat hij wist van de overval, maar niet mee is gegaan naar de overval is niet geloofwaardig gelet op de bewijsmiddelen die zich in het dossier bevinden.\n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde\n\nOordeel van het hofZaaksdossier Willich gaat over een woningoverval in Noord-Scharwoude op 22 juli 2021.\n\nHet hof is evenals de rechtbank van oordeel dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van een poging tot gekwalificeerde doodslag en het medeplegen van diefstal met (bedreiging van) geweld. Het hof zal de overwegingen van de rechtbank grotendeels overnemen en aanvullen waar nodig met verklaringen van de verdachten en bewijsmiddelen die in hoger beroep aan het dossier zijn toegevoegd. Het hof is – anders dan de rechtbank – van oordeel dat kan worden vastgesteld dat [verdachte] de schutter is geweest in deze zaak.\n\nHet hof gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.\n\nVerklaring [medeverdachte 1] in hoger beroep\n\n [medeverdachte 1] heeft bij de politie en ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat [medeverdachte 4] , ‘ [medeverdachte 6] ’, [verdachte] , [medeverdachte 2] en hijzelf aanwezig waren bij de overval. Er was ook nog een andere jongen bij van wie een DNA-spoor is aangetroffen op de trui van de aangever [slachtoffer 12] . Deze jongen heeft buiten gewacht in de auto. Volgens [medeverdachte 1] was het de bedoeling wiet te stelen. Er moest snel geld [slachtoffer 12] , want het kon elk moment klaar zijn. De groep beroofde vaker wietplantages en het ging altijd goed in die zin dat ‘niemand een kogel kreeg’ en de politie werd niet gebeld door de slachtoffers. [medeverdachte 1] had van ‘ [bijnaam 7] ’ (het hof begrijpt: [medeverdachte 8] ) gehoord dat er wiet in de woning lag. Hier zou tevoren over zijn gesproken met [bijnaam 7] , [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en hemzelf. Eén of twee dagen voor de overval zou [medeverdachte 1] zijn gaan kijken op de te overvallen locatie samen met [bijnaam 7] en [medeverdachte 2] .\n\nTijdens de overval is [medeverdachte 1] met [medeverdachte 6] in de schuur geweest waar de aangever [slachtoffer 11] zich bevond. De schuur werd ook als een woning gebruikt. [medeverdachte 6] had een bijl in zijn hand en rende op de aangever [slachtoffer 11] af, die daarna met tape is vastgebonden door [medeverdachte 6] en [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft verklaard dat daarbij ook een wapen is getoond. De aangever [slachtoffer 11] zou hebben gezegd dat er wiet in het huis lag. Hierna zou zijn gevraagd om sleutels van de hoofdwoning, maar de aangever [slachtoffer 11] had deze niet.\n\n [medeverdachte 1] is de woning van de aangever [slachtoffer 12] binnengekomen door een raam te forceren. [medeverdachte 2] zou naar binnen zijn gegaan en de aangever [slachtoffer 12] gelijk tegen zijn gekomen. [medeverdachte 1] zag dat er binnen een worsteling ontstond tussen [medeverdachte 2] en de aangever [slachtoffer 12] .\n\n [medeverdachte 4] en [verdachte] stonden met [medeverdachte 1] buiten. [verdachte] stond aan de linkerkant en [medeverdachte 4] aan de rechterkant. [medeverdachte 1] stond bij het raam. Aan de linkerkant van [medeverdachte 1] ging vervolgens een wapen af. [medeverdachte 1] hoorde een ‘paf’. Toen het schot was gelost zag [medeverdachte 1] een Scorpion met een demper erop. [medeverdachte 1] zag dat de demper eraf vloog omdat deze er niet goed opgedraaid was. [medeverdachte 1] zag dat [verdachte] de demper van de grond pakte en weer op het wapen draaide. Het was ook [verdachte] die een wapen bij zich had. [medeverdachte 4] zou mensen buiten hebben bedreigd met een zwarte revolver.\n\nHet slachtoffer is naar buiten gevlucht via de voordeur, waarna [medeverdachte 1] naar binnen is gestapt via het kozijn. Hij zag bloed op de grond liggen. [medeverdachte 2] heeft een dweil gepakt en daarmee de grond gedweild om schoensporen uit te wissen. Hierna zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar boven gelopen. [medeverdachte 1] heeft geprobeerd een witte deur te openen. Toen dit niet lukte is hij weer naar beneden gegaan. Buiten was het druk geworden met toeschouwers. [medeverdachte 1] is teruggelopen naar de woning en heeft [medeverdachte 2] geroepen.\n\nZe zijn allemaal weggerend en bij de chauffeur in een witte auto gestapt. Na een klein stukje zijn ze uitgestapt en kwamen zij in een steeg terecht. In die steeg zijn [medeverdachte 1] en de andere overvallers te zien op de camerabeelden waarop ze ‘in een treintje achter elkaar lopen’. [medeverdachte 1] is op de camerabeelden naar eigen zeggen de persoon met de gevlekte rugtas. [medeverdachte 6] is naar zijn eigen auto gegaan en in de kofferbak gaan liggen. [medeverdachte 1] is met [medeverdachte 4] naar de woning van [medeverdachte 2] gegaan, maar wel via een omweg om camera’s te omzeilen.\n\nBij terugkomst in de woning van [medeverdachte 2] waren daar [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [getuige 1] en [medeverdachte 4] . Gedurende de overval heeft hij zijn telefoon uitgezet.\n\nVerklaringen van de aangevers [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12]\n\nDe overval heeft vanaf 03:44 uur plaatsgevonden aan de [adres 28] in Noord-Scharwoude. De locatie betreft een woonhuis met daarnaast een steeg en daaraan grenzend een schuur\u002Fgarage met woongedeelte. Aangever [slachtoffer 11] verbleef in de schuur en aangever [slachtoffer 12] in de woning. Beiden waren aan het slapen op het moment van de overval. [slachtoffer 11] is tijdens de overval bedreigd met een wapen, geschopt en vastgebonden met tape. De daders hebben [slachtoffer 11] naar geld en de wiet gevraagd. [slachtoffer 12] is beschoten, heeft gevochten met één van de daders en is ernstig gewond de woning uit gevlucht en naar het ziekenhuis gebracht. Op de eerste verdieping van de woning waar [slachtoffer 12] verbleef zijn een hennepkwekerij en onder andere hennepplantjes gevonden. Bij de overval zijn portemonnees, een sleutel, een telefoon en een breekijzer weggenomen.\n\nLetsel van de aangever [slachtoffer 12]\n\n heeft een schotwond opgelopen in de borst. Verder zijn bij hem gebroken ribben, een klaplong, letsel aan meerdere longkwabben en een bloeding in de borstholte vastgesteld. [slachtoffer 12] heeft vier liter bloed verloren en hij is geopereerd. Het hof is het met de rechtbank eens dat daarmee sprake is van zwaar lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 82 Sr.\n\nCamerabeeldenIn het dossier bevinden zich (beschrijvingen van) camerabeelden uit de omgeving van de plaats van het delict en camerabeelden van de omgeving van de [straat 1] \u002F [straat 2] \u002F [straat 3] in Noord-Scharwoude.\n\nUit de camerabeelden in de omgeving van de plaats delict ( [adres 29] ) volgt dat bij de overval sprake was van één dadergroep van vijf personen. Te zien is dat om 03:44 uur deze groep van vijf personen de steeg van [adres 28] binnengaat. Dit is hetzelfde tijdstip als het tijdstip waarop volgens de aangevers de overval heeft plaatsgevonden. Op de verschillende beelden zijn vijf personen te zien in donkere kleding met hoodies. De getuige [getuige 11] , die vier van de vijf daders de steeg uit zag komen en in de rug werd gelopen door een vijfde dader met een revolver, heeft het over in ieder geval drie personen met gezichtsbedekking (kappen). Omstreeks 04:34 uur verlaten de vijf personen de plaats van het delict.\n\nOmstreeks 04:40 uur is vervolgens een groep van vijf personen in donkere kleding en hoodies te zien op de [straat 1] . Deze groep personen loopt door naar de [straat 2] . Op de beelden van de [adres 20] (in samenhang met de beelden van [adres 21] ) is te zien dat drie van deze vijf personen gezichtsbedekking dragen. Verder is op de camerabeelden van zowel de [straat 5] , als op die van de [adres 21] en [adres 20] te zien dat één van de vijf personen een rugtas draagt met een vlekkerige print, ook wel camouflageprint genoemd. Tenslotte is de portemonnee van aangever [slachtoffer 12] nog dezelfde dag teruggevonden in een speeltuin gelegen achter een woning aan de [adres 22] . Het hof merkt op dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de persoon is op de camerabeelden met ‘de gevlekte rugtas’.\n\nHet hof is het met de rechtbank eens dat de vijf personen die te zien zijn op de camerabeelden van de plaats delict dezelfde personen zijn als de personen op de camerabeelden van de omgeving [straat 1] \u002F [straat 2] \u002F [straat 3] . Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het aantal personen, de rugtas met camouflageprint en gezichtsbedekking op de camerabeelden overeen komen . Dat de bovenkleding in het ene proces-verbaal als donker en in het andere proces-verbaal als licht wordt beschreven doet daar niets aan af omdat kleding kan zijn uittrokken. Hiervoor vindt het hof ook bevestiging in de verklaring van [medeverdachte 1] die heeft verklaard altijd een ‘dubbele laag’ kleding te dragen. Bovendien heeft [medeverdachte 1] ook verklaard over een dadergroep van vijf personen en een chauffeur die in de auto bleef.\n\nVoorbereiding en afspreken bij [medeverdachte 2]In het dossier bevinden zich verschillende chatgesprekken van 21 juli 2021 waaruit blijkt dat de verdachten met elkaar over het voornemen om een overval te plegen hebben gesproken en naar het oordeel van het hof deze hebben voorbereid:\n\n [medeverdachte 1] heeft contact met [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] vraagt aan [medeverdachte 1] om een auto (“wagie”) te regelen en hij zegt dat [medeverdachte 1] moet zorgen dat alles klaar is (“regel alles reddy”). [medeverdachte 1] geeft dan aan [medeverdachte 2] aan dat het hem niet lukt om een auto te regelen (“ik kan nu geen waggie fixen”).\n\nOndertussen heeft [medeverdachte 1] contact met [verdachte] . [medeverdachte 1] zegt: “lekker vanavond bij [bijnaam 6] ”. [medeverdachte 2] heeft zelf ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij [bijnaam 6] wordt genoemd. [medeverdachte 1] vraagt aan [verdachte] of hij ook aanwezig is. [verdachte] zegt dat hij aanwezig is en vraagt aan [medeverdachte 1] of alles geregeld (“gefixt”) is en of er een auto geregeld is om spullen weg te kunnen nemen (“een waggie om spullen te rossen”). [medeverdachte 1] geeft daarop aan dat [medeverdachte 2] een bus heeft geregeld. [verdachte] is dan tevreden (“oke cool bro”). Hij zegt dat hij op dat moment (16:28 uur) in Duinrell is en dat hij er rond 12 is (het hof begrijpt: twaalf uur ‘s nachts).\n\nLater op de avond vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] of hij hem kan ophalen van station Heerhugowaard. [medeverdachte 2] antwoordt dat dat kan en dat hij eraan komt. Om 21:54 uur geeft [medeverdachte 1] aan dat hij [medeverdachte 2] belt als hij er bijna is en om 22:39 uur is [medeverdachte 1] kennelijk gearriveerd, want dan vraagt hij waar [medeverdachte 2] is. Op de camerabeelden van de [adres 20] is vervolgens te zien dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] omstreeks 23:02 uur achter elkaar aanlopen in de richting van de woning van [medeverdachte 2] .\n\nOm 23:06 uur vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 1] of hij met [medeverdachte 2] is en geeft hij aan dat hij zo uit huis gaat.\n\nHet hof begrijpt uit deze berichten in onderlinge samenhang bezien dat de verdachten spreken over het regelen van een auto voor de overval en dat onderling werd afgestemd om voorafgaand aan de overval met elkaar af te spreken bij [medeverdachte 2] thuis.\n\nDeze lezing vindt ook steun in de verklaringen die [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben afgelegd in hoger beroep. [verdachte] heeft bevestigd dat hij heeft gesproken over het regelen van een auto voor ‘de klus’ (het hof begrijpt: de overval) en dat hij de avond van deze overval bij [medeverdachte 2] thuis is geweest. [medeverdachte 1] bevestigt ook dat deze gesprekken gingen over het regelen van een auto voor de overval.\n\nVerklaring van de getuige [getuige 1]De getuige [getuige 1] heeft met betrekking tot de overval van zaaksdossier Willich verklaard dat [verdachte] en zijn vriendin [getuige 9] die nacht bij haar en [medeverdachte 2] thuis waren op de [adres 23] . Ook waren er volgens haar twee andere mannen met een donkere huidskleur aanwezig. [getuige 1] heeft verklaard dat de mannen, waaronder [medeverdachte 2] en [verdachte] , in de nacht zijn weggegaan en dat [getuige 9] bij haar is blijven wachten. Zij en [getuige 9] hebben de hele tijd samen gezeten en zijn op enig moment in slaap gevallen. Toen ze terugkwamen zijn [verdachte] en [getuige 9] weggegaan. Over [medeverdachte 1] heeft [getuige 1] verklaard dat zij hem in de ochtend bij haar thuis heeft gezien.\n\n [getuige 1] heeft tijdens haar verhoor bij de politie op 3 oktober 2022 de bewegende beelden van de [adres 21] zoals vertoond in Opsporing Verzocht bekeken, en een still(overzichtsfoto) waarop van links naar rechts de daders 1 tot en met 5 te zien zijn (zoals te zien op p. 581 in Map ZD07). [getuige 1] heeft aangegeven iedereen te herkennen op de beelden. Zij heeft daarover gezegd dat als je met iemand omgaat, dat je diegene dan herkent. Op de overzichtsfoto herkent zij persoon 1 als [medeverdachte 2] . Persoon 2 met de schoudertas herkent zij als [verdachte] . Persoon 3 met de camouflagerugzak is volgens haar [medeverdachte 1] . Personen 4 en 5 zouden volgens [getuige 1] [medeverdachte 4] en een vriend van hem zijn. Dat de verklaring van [getuige 1] betrouwbaar is, is hiervoor al overwogen.\n\nBovendien vindt de verklaring van [getuige 1] steun in andere bewijsmiddelen zoals hieronder weergegeven.\n\nOndersteuning voor de verklaring van [getuige 1]De verklaring van [getuige 1] vindt bovendien steun in de verklaring van [getuige 9] , die net als [getuige 1] aan de politie heeft verklaard dat zij één keer samen met [verdachte] bij [medeverdachte 2] en [getuige 1] thuis is geweest en dat zij toen de hele tijd samen met [getuige 1] in de woonkamer heeft gezeten. Ook heeft [getuige 9] verklaard dat er die avond een groep van vier of vijf mannen in de keuken aanwezig was, waaronder [medeverdachte 2] en [verdachte] . [getuige 9] heeft verklaard dat zij op de bank in slaap is gevallen en dat [verdachte] haar wakker heeft gemaakt, waarna [getuige 9] en [verdachte] naar huis zijn gegaan. Zowel [getuige 9] als [verdachte] hebben tegenover de politie verklaard dat zij samen wegrijden in de auto die volgens de camerabeelden om 04:50 uur wegrijdt over de [straat 1] , komende vanaf (de parkeerplaats achter) de [straat 2] . De verklaring van [getuige 9] over het verloop van de avond\u002Fnacht past bij wat [getuige 1] hierover heeft verklaard.\n\nDe verklaring van [getuige 1] vindt daarnaast steun in de camerabeelden, die passen bij het tijdspad waarover [getuige 1] en [getuige 9] verklaren.\n\n [getuige 1] heeft [medeverdachte 2] herkend als degene die op de beelden van de [adres 21] voorop loopt (persoon 1). Zij herkent hem onder meer aan zijn loopje en de beige schoenen en geeft daarbij aan dat hij een muts op heeft, maar geen gezichtsbedekking. [verdachte] heeft zij herkend als persoon 2. Op de beelden van de [adres 21] draagt persoon 2 een sporttas ter hoogte van de rechterheup. Op de beelden van de [adres 20] is te zien dat persoon 1 nog steeds voorop loopt. Op deze beelden is ook te zien dat deze persoon geen gezichtsbedekking draagt, maar een muts op lijkt te hebben met een capuchon daaroverheen, zoals [getuige 1] heeft beschreven. Persoon 2, met de sporttas nu kruiselings om zijn schouder, loopt als derde de steeg in naast [adres 20] .\n\nVervolgens is op de beelden van de [adres 31] te zien dat de personen 1 en 2 omstreeks 04:43 uur achter elkaar aan lopend de steeg naast [adres 20] uitkomen en vanaf de achterzijde van de [straat 2] , recht over de parkeerplaats, richting de [straat 3] lopen. Persoon 2 doet tijdens het lopen de sporttas af en houdt hem in zijn hand. Uit de beelden van [adres 24] en [adres 30] volgt dat personen 1 en 2 doorlopen naar het voetpad richting [straat 4] . Komende vanaf dat voetpad, uit de richting van de parkeerplaats, is de tweede woning aan de rechterkant de woning van [medeverdachte 2] .\n\nHet hof is met de rechtbank van oordeel dat de personen op de camerabeelden die hierboven zijn beschreven elke keer [verdachte] en [medeverdachte 2] zijn, die na de overal samen teruglopen naar de woning van [medeverdachte 2] . Het teruglopen van [verdachte] en [medeverdachte 2] sluit daarnaast aan bij het vertrek van [verdachte] en [getuige 9] zeven minuten later vanaf de woning van [medeverdachte 2] naar Rotterdam.\n\nVerder vindt de verklaring van [getuige 1] dat zij persoon 3 op de beelden (de persoon met de rugtas met camouflageprint) als [medeverdachte 1] herkent steun in de verklaring van [medeverdachte 1] zelf, die heeft verklaard dat hij de persoon met ‘de gevlekte rugtas’ is. De verklaring van [getuige 1] dat zij [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] herkent als 4 van de 5 personen die te zien zijn op de camerabeelden vindt ook steun in de verklaring van [medeverdachte 1] , die over al deze personen heeft verklaard dat zij bij de overval aanwezig waren.\n\nGebruikte vuurwapenUit de bewijsmiddelen volgt dat aangever [slachtoffer 12] is beschoten met een vuurwapen. De kogel die door het lichaam van [slachtoffer 12] heen is gegaan is teruggevonden op de vensterbank van zijn woning. De huls is in de steeg teruggevonden. Uit munitie-onderzoek blijkt dat de huls vermoedelijk is verschoten met een (semi-)automatisch werkend machinepistool van het kaliber 7,65mm Browning type Scorpion, merk Ceska Zbrojovka model 61 of merk Crvena Zastava model 84. De afvuursporen in de kogel passen eveneens bij dergelijke vuurwapens. [slachtoffer 11] heeft verklaard dat hij een machinegeweer met een demper heeft gezien bij de daders.\n\nUit het dossier volgt daarnaast dat ook bij andere overvallen (Zulpich en Ararat) een Scorpion wapen is meegenomen. Zowel in het zaakdossier Zulpich als in Ararat is sprake van een foto dan wel videomateriaal waarop een op een Scorpion (gelijkend) wapen is te zien. Dat de verdachten over een Scorpion wapen beschikten vindt ook steun in de verklaringen van de verdachten zelf. [medeverdachte 1] heeft zowel ten aanzien van zaaksdossier Ararat als Willich verklaard dat hij een Scorpion wapen heeft gezien en dat deze door [verdachte] is meegenomen. [verdachte] heeft verklaard in zaaksdossiers Zulpich, Ararat en Willich dat hij een Scorpion heeft gezien op de avond van de overval. Ten aanzien van onderzoek Willich heeft hij verklaard over een ‘Scorpion met een demper’.\n\nTot slot heeft [medeverdachte 1] verklaard dat [verdachte] bij de overval in Willich ‘een Scorpion met demper’ in zijn hand had en dat hij daarmee heeft geschoten.\n\nOp grond van het bovenstaande komt het hof net als de rechtbank tot de conclusie dat de aangever [slachtoffer 12] is beschoten met een Scorpion.\n\nSchutter\n\nHet hof is – anders dan de rechtbank – van oordeel dat wel kan worden vastgesteld wie de schutter is geweest bij de overval in zaaksdossier Willich. Het hof komt tot de conclusie dat [verdachte] de schutter is geweest die van buiten naar binnen heeft geschoten en waarbij aangever [slachtoffer 12] is geraakt. Het hof trekt deze conclusie op basis van de verklaringen van [medeverdachte 1] , die heeft verklaard dat [verdachte] de schutter is geweest in onderzoek Willich. Het ging gewoon ‘paf’, er viel wat op de grond, kennelijk had [verdachte] de demper er niet goed opgedraaid van de Scorpion. [verdachte] pakte te demper van de grond en draaide deze er weer op. Bovendien blijkt uit de verklaring van [medeverdachte 1] ten aanzien van het zaaksdossier Ararat dat [verdachte] vaker een Scorpion wapen meenam naar overvallen en dat hij dus over een zodanig wapen kon beschikken. [verdachte] heeft overigens ook zelf verklaard dat hij mensen kende die in wapens handelden en dat een paar keer aan hem om wapens is gevraagd.\n\nDat [verdachte] niet is meegegaan naar de overval en dat hij is achtergebleven in de woning van [medeverdachte 2] ‘om wiet snel door te kunnen stoten naar Rotterdam’ wordt weersproken door verschillende bewijsmiddelen die zich in het dossier bevinden. [getuige 1] verklaart immers dat [verdachte] de woning heeft verlaten en is teruggekomen. Dit vindt ook steun in de verklaring van [getuige 9] . Hoewel zij niet heeft verklaard dat zij [verdachte] weg heeft zien gaan, past haar verklaring met betrekking tot het verloop van de avond wel bij de verklaring van [getuige 1] . Daarnaast blijkt uit zowel de herkenning van [getuige 1] als de verklaring van [medeverdachte 1] dat [verdachte] te zien is op de camerabeelden voorafgaand aan en kort na de overval. Tot slot heeft [medeverdachte 1] verklaard dat [verdachte] mee is gegaan naar de overval en dat hij de schutter is geweest. Dat ‘de overvaller met de donkere huidskleur’ zou kunnen duiden op [medeverdachte 9] wordt verworpen gelet op het voorgaande. Het hof betrekt daarbij dat de verklaring van [medeverdachte 1] ook aanwijzingen bevat dat [medeverdachte 9] wel bij de overval betrokken is geweest, maar dan in de rol als chauffeur. Dat de zendmast is aangestraald ook dekking geeft aan de woning van [medeverdachte 2] doet ook niets af aan de conclusie dat [verdachte] bij de overval is geweest. Het hof betrekt hierbij zoals eerder al overwogen ten aanzien van andere zaaksdossiers, dat het gebruikelijk was voor de verdachten om hun telefoons uit te zetten tijdens overvallen.\n\nMedeplegenHet hof komt op grond van hetgeen hiervoor is overwogen in onderling verband en samenhang bezien tot de conclusie dat (in elk geval) [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en een persoon die “ [medeverdachte 6] ” wordt genoemd, betrokken zijn geweest bij de gewelddadige woningoverval in Noord-Scharwoude. Deze overval is zoals blijkt uit de chatgesprekken gezamenlijk voorbereid. De verdachten hebben van tevoren gesproken over het regelen van een auto en voorafgaand aan de overval is er bij [medeverdachte 2] thuis afgesproken. Vervolgens zijn de verdachten samen naar de overval gegaan. [medeverdachte 1] is met [medeverdachte 6] de schuur binnengegaan bij de aangever [slachtoffer 11] en hebben hem op gewelddadige wijze gevraagd ‘waar de wiet was’ en gevraagd naar de sleutel van de woning van [slachtoffer 12] . In de woning heeft [medeverdachte 2] gevochten met de aangever [slachtoffer 12] . [verdachte] heeft vervolgens van buiten door het raam geschoten op de aangever [slachtoffer 12] . Nadat [slachtoffer 12] hevig gewond naar buiten is gevlucht heeft [medeverdachte 4] vervolgens omstanders bedreigd met een pistool die op de situatie waren afgekomen. Alle verdachten hebben daarmee dus een actieve rol bij de overval gehad en hebben nauw en bewust samengewerkt. De samenwerking bestond daarbij in de kern uit een gezamenlijke uitvoering van een vooraf voor alle verdachten duidelijk plan om een overval te plegen. Dat betekent dat een bewezenverklaring volgt voor het medeplegen van diefstal met geweld (met slachtoffer [slachtoffer 11] ) en medeplegen van diefstal met geweld met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg (met slachtoffer [slachtoffer 12] ).\n\nGekwalificeerde doodslag\n\nAan de verdachte is daarnaast het medeplegen van een poging gekwalificeerde doodslag (artikel 288 Sr) ten laste gelegd. Het hof verwijst allereerst naar de in zaaksdossier Zwenkau gemaakte algemene opmerkingen over de eisen die de wet stelt aan een bewezenverklaring van (poging) gekwalificeerde doodslag. Hieronder licht het hof toe waarom in het zaaksdossier Willich voor [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aan die eisen is voldaan.\n\nOpzet\n\nOp grond van het dossier en het verhandelde ter zitting kan niet worden vastgesteld dat de verdachten de woning zijn binnengedrongen met de intentie [slachtoffer 12] van het leven te beroven. Het opzet van de verdachten was erop gericht een overval te plegen en zo geld, hennep en\u002Fof waardevolle goederen mee te nemen. De daders hebben immers tegen zowel [slachtoffer 11] als de getuige [getuige 11] geroepen ‘waar is de wiet’. Nadat [slachtoffer 12] met het vuurwapen is neergeschoten en hij de woning is uit gevlucht, is de woning nog doorzocht en is in ieder geval [slachtoffer 12] portemonnee weggenomen. Van zogenoemd ‘vol’ opzet op de dood van [slachtoffer 12] is dan ook geen sprake.\n\nVoorwaardelijk opzetVervolgens dient de vraag te worden beantwoord of sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op de dood. Het hof stelt het volgende vast.\n\nZoals uit de bewijsmiddelen blijkt, heeft [verdachte] van buiten de woning door een raam [slachtoffer 12] met een semi-automatisch wapen in de borst geschoten op het moment dat de overval in volle gang was. Ook bij eerdere overvallen is door verdachten vuurwapengeweld gebruikt met het doel om het verzet van slachtoffers te breken. Naar de uiterlijke verschijningsvorm kan het hof uit deze gang van zaken dan ook geen andere conclusie trekken dan dat [verdachte] welbewust in de richting van [slachtoffer 12] heeft geschoten met het doel hem uit te schakelen. Concrete aanknopingspunten waaruit zou kunnen worden afgeleid dat het schot per ongeluk zou zijn afgegaan, zoals [medeverdachte 1] heeft verklaard, ontbreken in het dossier. [verdachte] heeft hier geen verklaring over willen afleggen.\n\nHet hof overweegt voorts dat dit de laatste overval is in een reeks overvallen die door de verdachten zijn gepleegd. Ook bij de eerdere overvallen zijn één of meer vuurwapens gebruikt, is in meerdere gevallen geschoten en tijdens de voorlaatste overval is een dodelijk slachtoffer gevallen. Onder deze omstandigheden kan bezwaarlijk worden volgehouden dat de andere verdachten er geen rekening mee hoefden te houden dat een vuurwapen gebruikt zou worden. Integendeel, zij hebben welbewust de kans aanvaard dat er ook tijdens deze overval door een van de verdachten geschoten zou worden en dat daarbij de aanmerkelijke kans op de dood van een van de slachtoffers aanwezig was.\n\nOogmerkTevens kan bewezen worden verklaard dat de daders deze poging tot doodslag hebben gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van de overval gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan de andere deelnemers hetzij straffeloosheid, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren. Dit blijkt immers uit het feit dat het schot is gelost toen zij bij het binnendringen van de woning op de bewoner stuitten. Nadat [slachtoffer 12] zwaar gewond was geraakt en de woning was uit gevlucht, is de woning nog doorzocht op zoek naar waardevolle goederen en is in ieder geval de portemonnee van [slachtoffer 12] meegenomen.\n\nConclusie\n\nHet hof acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van een poging tot gekwalificeerde doodslag.\n\nHet hof merkt op dat hierbij wat betreft aangever [slachtoffer 12] sprake is geweest van eendaadse samenloop van de poging tot gekwalificeerde doodslag en diefstal met (bedreiging met) geweld, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend. Dat betekent dat deze gedragingen van de verdachte weliswaar twee strafbare feiten opleveren maar de verdachte in wezen één verwijt wordt gemaakt nu het gaat om dezelfde handelingen die op dezelfde tijd en plaats plaatsvonden.\n\n6.2.7. Zaaksdossier criminele organisatie\n\nStandpunt van het Openbaar Ministerie\n\nDe advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het oordeel van de rechtbank gevolgd kan worden. [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben deelgenomen aan een criminele organisatie die zich heeft beziggehouden met het plegen van gewelddadige (woning)overvallen.\n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft geen verweren gevoerd met betrekking tot het bewijs.\n\nOordeel van het hof\n\n​Beoordelingskader\n\nVan een 'organisatie' als bedoeld in artikel 140 Sr is sprake als het gaat om een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon. Het kan daarbij gaan om natuurlijke personen en\u002Fof rechtspersonen.\n\nVan 'deelneming' aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr kan slechts dan sprake zijn als de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Het is niet vereist dat vast komt te staan dat de betrokkene heeft samengewerkt met, of in ieder geval bekend is met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. De deelneming moet voor de betrokkene op zichzelf worden beoordeeld. Het is dus bijvoorbeeld niet van belang of andere personen meer hebben gedaan of een belangrijker rol vervulden dan de betrokkene.\n\nVoor 'deelneming' in de zin van artikel 140 Sr is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. De betrokkene hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.\n\nHet gaat bij het misdrijf van artikel 140 Sr niet om het daadwerkelijk gepleegd zijn van misdrijven, maar om het 'oogmerk' tot het plegen van misdrijven. Voor dat oogmerk kan ook het naaste doel van de organisatie volstaan. Het is niet vereist dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is.\n\nHet oogmerk hoeft niet in de tenlastelegging nader te zijn omschreven, maar moet uit de bewijsvoering blijken. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.\n\nVoor het bewijs voor deelname aan de criminele organisatie zal, gelet op het hiervoor weergegeven\n\nbeoordelingskader, dus moeten worden vastgesteld dat:\n\n-sprake is geweest van een organisatie;\n\n-deze organisatie als oogmerk had het plegen van misdrijven;\n\n-het handelen van de verdachte kan worden aangemerkt als deelneming aan deze organisatie.\n\nOrganisatie\n\nOp grond van het bewijs dat is opgenomen ten aanzien van de hierboven besproken zaaksdossiers stelt het hof vast dat tussen de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] een samenwerkingsverband heeft bestaan met een zekere duurzaamheid en structuur.\n\nDe verdachten hebben zich (in wisselende samenstelling) ongeveer een jaar lang beziggehouden met het plegen van (gewapende) gewelddadige overvallen. Hierbij werd voorafgaand veelvuldig met elkaar gecommuniceerd over adressen, het regelen van vluchtauto’s en (de aanschaf van) wapens, dempers en munitie. Na de overvallen werd er ook gecommuniceerd over het verloop van de overvallen en de (mogelijke) problemen die daardoor waren ontstaan. Voor de overvallen werd er vaak verzameld in de woning van [medeverdachte 2] of in de loods van [medeverdachte 3] , waarvandaan vervolgens werd vertrokken naar de locaties die werden overvallen. Uit de verklaringen van zowel [medeverdachte 10] als [medeverdachte 1] blijkt bovendien dat de verdachten soms overvallen pleegden nadat zij daarover ‘getipt’ waren. Uit het dossier en de verklaringen van [verdachte] en [medeverdachte 1] die zij in hoger beroep hebben afgelegd blijkt daarnaast dat het voor deze verdachten gebruikelijk was om hun telefoons uit te zetten tijdens overvallen, zodat zij niet traceerbaar zouden zijn voor opsporingsinstanties op het moment dat de overvallen gepleegd werden. Er was dus sprake van onderlinge afstemming tussen de verdachten die functioneel was voor het plegen van de overvallen. Deze afstemming vond zowel voor als na de overvallen plaats.\n\nIn de organisatie was ook sprake van een structuur met een zekere hiërarchie en rolverdeling.\n\nUit het dossier en (onder andere) de verklaring van [medeverdachte 1] blijkt dat [verdachte] een bepalende stem had in de groep. Maar ook uit de chatgesprekken blijkt dat [verdachte] de medeverdachten aanstuurde om dingen te regelen. [verdachte] regelde zelf dat er wapens beschikbaar waren en hij is de persoon geweest die een Scorpion wapen heeft meegenomen naar verschillende overvallen. [verdachte] gedroeg zich tijdens verschillende overvallen gewelddadig. In zaakdossier Willich heeft het hof vastgesteld dat [verdachte] de schutter is geweest die de aangever [slachtoffer 12] door de borst heeft geschoten.\n\n [medeverdachte 1] heeft bij meerdere overvallen ervoor gezorgd dat er toegang is verkregen tot de woningen die werden overvallen, doordat hij ramen en deuren open heeft gemaakt. Tijdens de overvallen heeft [medeverdachte 1] vervolgens gezocht naar geld of andere waardevolle spullen die konden worden meegenomen. Ook [medeverdachte 1] gedroeg zich tijdens de overvallen gewelddadig. In zaaksdossier Oberhof heeft hij een (nep)wapen getoond aan een jonge medewerker van een tankstation, in zaaksdossier Zwenkau heeft hij geweld gebruikt tegen aangeefster en in zaaksdossier Willich heeft hij zich zeer gewelddadig en dreigend opgesteld naar de aangever [slachtoffer 11] .\n\n [medeverdachte 2] is voor de groep een belangrijke schakel geweest, doordat zijn woning een vaste verzamelplek was voor de groep. Bij meerdere overvallen heeft [medeverdachte 2] zich buitengewoon gewelddadig opgesteld naar slachtoffers. In zaaksdossier Zwenkau heeft hij met het mannelijke slachtoffer; de heer [slachtoffer 6] , gevochten, in zaaksdossier Millet heeft [medeverdachte 2] de aangeefster in haar gezicht geslagen en aan haar haren getrokken op het moment dat hij dacht dat de aangeefster niet eerlijk was geweest over de hoeveelheid geld die er in de woning lag. In zaaksdossier Willich heeft hij met het slachtoffer [slachtoffer 12] geworsteld\u002Fgevochten en in zaaksdossier Ararat heeft [medeverdachte 2] het dodelijke schot gelost.\n\n [medeverdachte 3] was bij alle overvallen betrokken als chauffeur. Hij was vaak actief betrokken bij het regelen van auto’s voor de overvallen en had voor de overvallen veelvuldig overleg met de medeverdachten. Ook voorzag hij in zaaksdossier Millet de groep van informatie over de woning van de slachtoffers waar een groot geldbedrag zou liggen. Zijn loods in [plaats 2] was bovendien een belangrijke plek voor de groep om te verzamelen voor en na de overvallen. De rol van [medeverdachte 3] was van dusdanig gewicht dat hij in alle zaken door het hof is aangemerkt als medepleger.\n\nOogmerk van de organisatie\n\nUit het bewijs dat is opgenomen ten aanzien van de hierboven besproken zaaksdossiers blijkt ook dat het oogmerk van de organisatie gericht was op het plegen van overvallen. Er zijn door de groep meerdere overvallen gepleegd waarbij het de bedoeling was dat er geld en andere waardevolle spullen zoals sieraden en auto’s zouden worden buitgemaakt. In chats wordt regelmatig gesproken over geld en het hebben van ‘honger’ (het hof begrijpt: de behoefte om geld te verdienen). [medeverdachte 1] heeft in dat verband verklaard dat er vaker wietplantages werden overvallen en dat zij ‘heel veel wiet en geld’ hebben meegenomen. Kenmerkend in dit verband zijn de overvallen in Dreumel, Avenhorn en Berkhout. Voor de woning in Dreumel geldt dat de verdachten erg gemotiveerd waren om de overval te plegen omdat er naar verluid € 100.000 zou liggen in de woning. In de woning in Avenhorn zou goud en mogelijk ook cash aanwezig zijn en in de woning in Berkhout zou er volgens een tip veel contant geld aanwezig zijn wat de woningen aantrekkelijke objecten maakten om te overvallen.\n\nUit hetgeen hiervoor is overwogen onder ‘organisatie’ blijkt bovendien dat er een duurzame en gestructureerde samenwerking was tussen de verdachten. Daarbij was sprake van een onderlinge verdeling van taken en afstemming van activiteiten. Deze taakverdeling en afstemming gingen op een planmatige manier. Illustratief daarvoor is dat uit het dossier blijkt dat de verdachten van tevoren routes bekeken van en naar de locaties waar overvallen gepleegd moesten worden. Bij het bekijken van deze routes was er ook aandacht voor de locatie van ANPR-camera’s. Er vonden ook voorverkenningen plaats ten aanzien van verschillende overvallen. Het gezamenlijk uitzetten van telefoons tijdens de overvallen toont ook aan dat sprake was een bepaalde organisatiegraad. Deze verdeling en afstemming waren gericht op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, namelijk het plegen van overvallen.\n\nDeelname\n\nUit hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de hiërarchie en de rolverdeling binnen de organisatie blijkt dat elke verdachte een eigen rol had en belangrijk is geweest voor de organisatie. De verdachten zijn daarmee allemaal deelnemers aan de organisatie geweest, omdat zij behoorden tot het samenwerkingsverband en een aandeel hebben gehad in de gedragingen die strekten tot het verwezenlijken van het oogmerk van de organisatie.\n\n7. Bewezenverklaring\n\nHet hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:\n\n15\u002F316555-23 - Mainz1.\n\nhij op 8 augustus 2020 te De Goorn, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning gelegen aan de [adres 1] tezamen en in vereniging met anderen een envelop (met daarin een geldbedrag ter hoogte van 3000,- euro), telefoons en sleutels, die aan [slachtoffer 1] en\u002Fof [slachtoffer 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door\n\neen vuurwapen en breekijzers ter hand te nemen en\n\nmeermalen met een breekijzer tegen het lichaam en op het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan en\n\nmeermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen en\n\ndie [slachtoffer 1] dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en\n\nmeermalen met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer 1] te schieten en\n\ndie [slachtoffer 2] vast te pakken en\n\nvervolgens een vuurwapen tegen haar hoofd te drukken en te houden en\n\ndreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en\n\neen voorwerp tegen de rug van die [slachtoffer 2] te duwen en\n\ndie [slachtoffer 2] te dwingen mee te lopen;\n\n15\u002F025439-23 - Millet\n\n2.hij op 30 december 2020 te Dreumel gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd uit een woning gelegen aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met anderen een geldbedrag en sieraden en een luchtbuks en een personenauto (Audi) en een portemonnee en een schroevendraaier en flessen champagne die geheel aan [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken door\n\nvuurwapens en een breekijzer en een hamer ter hand te nemen en\n\ndaarbij dreigend tegen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] de woorden \"Geld\" en \"Er moet 100.000 euro liggen\" toe te voegen en\n\ndie [slachtoffer 4] te dwingen mee te lopen en\n\nde handen en\u002Fof voeten van die [slachtoffer 4] vast te binden en\n\ntegen het lichaam van die [slachtoffer 4] te slaan en\n\naan de haren van die [slachtoffer 4] te trekken en\n\ndie [slachtoffer 4] (met kracht) van het bed af te trekken\n\neen vuurwapen tegen zijn hoofd van die [slachtoffer 3] te houden en\n\nde handen en voeten van die [slachtoffer 3] vast te binden\n\n15\u002F259320-22 - Zwenkau\n\n3.hij op 7 januari 2021 te Avenhorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 5] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen in de hals van die [slachtoffer 5] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,\n\nwelke vooromschreven poging tot doodslag werd gevolgd en vergezeld van enig strafbaar feit, te weten een diefstal met geweld in vereniging van een geldbedrag en een portemonnee (met inhoud) en (auto)sleutels en sigaretten en een aansteker, gepleegd tegen die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] ,\n\nwelke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;\n\n4.hij op 7 januari 2021 te Avenhorn, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd uit een woning gelegen aan [adres 3] tezamen en in vereniging met anderen een geldbedrag, een portemonnee (met inhoud), (auto)sleutels, sigaretten en een aansteker, die aan [slachtoffer 6] en\u002Fof [slachtoffer 5] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om zich die goederen wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door\n\nvuurwapens ter hand te nemen en\n\n [slachtoffer 6] bij de keel vast te pakken en\n\neen vuurwapen op die [slachtoffer 6] en [slachtoffer 5] te richten en te tonen, en\n\n(met een voorwerp) tegen het lichaam en op het hoofd van die [slachtoffer 6] te slaan en\n\ndreigend te roepen “geld” en \"Ga je geld halen achter\" en \"Schiet hem dood\" en \"We willen het grote geld\", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en\u002Fof strekking en\n\nmet kracht tegen het lichaam van die [slachtoffer 5] te duwen en\n\nmet een vuurwapen op de keel te schieten ten gevolge waarvan die [slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen;\n\n15\u002F025439-23 - Zulpich\n\n5.\n\nhij op 4 juni 2021 te Heerhugowaard gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd uit een woning gelegen aan de [adres 4] tezamen en in vereniging met anderen een personenauto (Audi Q7) en een mobiele telefoon en een geldbedrag die aan [slachtoffer 9] en\u002Fof [slachtoffer 8] en\u002Fof [slachtoffer 7] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 9] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 7] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken door\n\neen zak over het hoofd van [slachtoffer 9] te trekken en\n\ndie [slachtoffer 9] vast te binden en\n\neen heet strijkijzer tegen de schouder van [slachtoffer 9] te drukken en\n\ndie [slachtoffer 9] meermalen met een koevoet tegen het bovenbeen te slaan en\n\nte roepen \"waar is het geld\" en \"Ik snij haar strot door als jullie niet zeggen of er nog meer geld is\" en \"Waar is de kluis\" en\n\ndie [slachtoffer 7] meermalen (met een koevoet) tegen het zijn been te slaan en\n\neen vuurwapen te tonen aan [slachtoffer 7] en\n\ndie [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] vast te binden en te blinddoeken en\n\ntegen die [slachtoffer 7] te roepen \"waar is het geld\" en \"meer geld\" en\n\ntegen die [slachtoffer 8] te roepen \"waar is het geld\" en \"We steken het in brand en\n\neen vuurwapen op [slachtoffer 8] te richten en te dwingen mee te lopen;\n\n15\u002F322543-21 - Ararat6.hij op 14 juni 2021 te Berkhout tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer 10] opzettelijk van het leven heeft beroofd door met een vuurwapen op het bovenlichaam van die [slachtoffer 10] te schieten\n\nwelke doodslag werd vergezeld en voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een poging tot diefstal met geweld in vereniging van een of meerdere goederen, gepleegd tegen die [slachtoffer 10]\n\nen welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en\u002Fof het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;\n\n7.hij op 14 juni 2021 te Berkhout gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn medeverdachten voorgenomen misdrijf om geld en\u002Fof goederen die aan [slachtoffer 10] toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen de woning van die [slachtoffer 10] door middel van braak heeft betreden\n\nterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid\n\nwelke poging tot diefstal werd vergezeld van geweld tegen voornoemde [slachtoffer 10] , gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door\n\n een vuurwapen en breekijzer ter hand te nemen, en\n\nmet een vuurwapen op het lichaam van die [slachtoffer 10] te schieten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 10] is overleden;\n\n15\u002F186945-22 - Willich\n\n8.hij op 22 juli 2021 te Noord-Scharwoude gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd uit een woning gelegen aan de [adres 28] tezamen en in vereniging met anderen een sleutel en een portemonnee (met inhoud) en een breekijzer toebehorende aan [slachtoffer 11] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 11] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door\n\n- een vuurwapen op die [slachtoffer 11] te richten en te tonen, en\n\n- dreigend de woorden toe te voegen: “We willen de sleutel van (de woning van) [slachtoffer 12] \" en \"We willen geld”, althans woorden van soortgelijkende dreigende aard en\u002Fof strekking, en\n\n- die [slachtoffer 11] met tape vast te binden\n\n9.hij op 22 juli 2021 te Noord-Scharwoude gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd uit een woning gelegen aan de [adres 28] tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn medeverdachten voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging opzettelijk [slachtoffer 12] van het leven te beroven,\n\nmet dat opzet met een vuurwapen in het bovenlichaam van die [slachtoffer 12] heeft geschoten,\n\nterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid\n\nwelke poging tot doodslag werd vergezeld van enig strafbaar feit, te weten een diefstal met geweld in vereniging door middel van braak, gepleegd in een woning gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd\n\nwelke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;\n\n10.hij op 22 juli 2021 te Noord-Scharwoude gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd uit een woning gelegen aan de [adres 28] tezamen en in vereniging met anderen een portemonnee (met inhoud) die aan [slachtoffer 12] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [slachtoffer 12]\n\ngepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door\n\nmet een vuurwapen in het bovenlichaam van die [slachtoffer 12] te schieten en\n\ndie [slachtoffer 12] bij de keel vast te pakken ten gevolge waarvan die [slachtoffer 12] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen\n\n11.\n\nhij in de periode van 8 augustus 2020 tot en met 22 juli 2021 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het plegen van overvallen\n\nHetgeen onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.\n\nHet bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn opgenomen, die in een bijlage achter dit arrest zijn te vinden.\n\n8. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde\n\nGeen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.\n\n15\u002F316555-23 - Mainz\n\nHet onder 1 bewezenverklaarde levert op:\n\ndiefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;\n\n15\u002F025439-23 - Millet\n\nHet onder 2 bewezenverklaarde levert op:\n\ndiefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;\n\n15\u002F259320-22 - Zwenkau\n\nHet onder 3 en 4 bewezenverklaarde levert op eendaadse samenloop van:\n\nmedeplegen van poging tot doodslag, gevolgd en vergezeld van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren\n\nen\n\ndiefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;\n\n15\u002F025439-23 - Zulpich\n\nHet onder 5 bewezenverklaarde levert op:\n\ndiefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;\n\n15\u002F322543-21 - Ararat\n\nHet onder 6 en 7 bewezenverklaarde levert op eendaadse samenloop van:\n\nmedeplegen van doodslag, vergezeld en voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren\n\nen\n\npoging tot diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, waartoe de schuldige zich de toegang heeft verschaft door middel van braak en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en het feit de dood ten gevolge heeft;\n\n15\u002F186945-22 - Willich\n\nHet onder 8 bewezenverklaarde levert op:\n\ndiefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;\n\nHet onder 9 en 10 bewezenverklaarde op eendaadse samenloop van:\n\nmedeplegen van poging tot doodslag, vergezeld van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren\n\nen\n\ndiefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;\n\nhet onder 11 bewezenverklaarde levert op:\n\ndeelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.\n\n9. Oplegging van straf\n\nDe rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 jaren met aftrek van het voorarrest.\n\nDe advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het voor het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf\n\nBij de beslissing over de straf die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft het hof rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft het hof het volgende in aanmerking genomen.\n\nErnst van de feitenDe verdachte heeft in een periode van een jaar deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezig hield met het plegen van gewelddadige (woning)overvallen, met name in de regio West-Friesland. Het hof acht bewezen dat hij samen met anderen de woningovervallen in de zaaksdossiers Mainz, Millet, Zwenkau, Zulpich, Ararat en Willich heeft gepleegd.\n\nBij al deze woningovervallen is buitensporig veel en heftig geweld gebruikt. Bewoners zijn uit het niets, ook als zij meewerkten, met een koevoet geslagen of aan haren van het bed getrokken. Ze zijn bedreigd met vuurwapens, met een hamer en met breekijzers. Ze zijn geschopt, geslagen en vastgebonden met tape of tie-wraps. [slachtoffer 9] is mishandeld met een heet strijkijzer. Slachtoffer [slachtoffer 1] is met de daders in gevecht geraakt en is beschoten met een vuurwapen. Slachtoffer [slachtoffer 5] is in haar hals geschoten en mag van geluk spreken dat zij dit heeft overleefd maar is ernstig gewond geraakt en kampt tot de dag van vandaag met de fysieke en mentale gevolgen daarvan. Slachtoffer [slachtoffer 10] is bij de overval op zijn woning in zijn borst geschoten en had dat geluk niet: hij is korte tijd later aan de gevolgen van zijn verwondingen overleden. Het hof acht het met de rechtbank ronduit schokkend dat de verdachte en zijn medeverdachten zich kennelijk niets hebben aangetrokken van het overlijden van [slachtoffer 10] en het leed dat en de onrust die zij daarmee hebben aangericht. Amper een maand na deze fatale overval hebben zij zich immers weer schuldig gemaakt aan een woningoverval (zaaksdossier Willich), waarbij slachtoffer [slachtoffer 12] vrijwel direct na het betreden van de woning eveneens met een vuurwapen in zijn borst is geschoten. Hij is ernstig gewond naar het ziekenhuis gebracht maar heeft het gelukkig wel overleefd. Bij meerdere slachtoffers zijn als gevolg van het uitgeoefende geweld verwondingen ontstaan. Voor anderen geldt dat zij hebben moeten toezien hoe dierbaren zijn mishandeld. Verdachten hebben met hun handelen niet alleen onbeschrijfelijk veel leed toegebracht aan de slachtoffers en aan de nabestaanden van [slachtoffer 10] , maar ook hebben zij ervoor gezorgd dat vele andere mensen in met name West Friesland zich niet langer veilig voelden in hun eigen huis.\n\nUit het herhaalde, buitensporige en heftige (vuurwapen)geweld kan het hof geen andere conclusie trekken dan dat het gebruik van (vuurwapen)geweld onderdeel was van het plan van de verdachte en zijn mededaders en dat zij bij iedere overval wisten dat er doden of zwaargewonden konden vallen, maar dat hen dat niets kon schelen. Het beschieten van [slachtoffer 1] , de ernstige verwonding van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 12] , de verwondingen van vader en zoon [slachtoffers 7 en 8] , de dood van [slachtoffer 10] : keer op keer werden de gevolgen van het geweld heftiger, keer op keer hadden de verdachten de mogelijkheid om andere keuzes te maken maar keer op keer kozen de verdachten er toch voor om op dezelfde manier verder te gaan met hun gewelddadige overvallen. Zij wilden op een makkelijke en snelle manier veel geld verdienen, waarbij de mogelijkheid dat er doden of gewonden konden vallen ingebakken was in hun gebruikelijke werkwijze. Daarmee is er geen wezenlijk verschil met zaken waarin het om het leven brengen van één of meerdere personen wel het doel is, en het hof zal dit ook tot uitdrukking brengen in de op te leggen straf.\n\nDe verdachte is bij de overval in het zaaksdossier Willich de schutter is geweest. Zonder dat daar een directe aanleiding toe bestond, heeft hij [slachtoffer 12] met een semi-automatisch vuurwapen van buiten de woning door het raam in de borst geschoten, op een moment dat [slachtoffer 12] geen verzet bood. Naar de uiterlijke verschijningsvorm kan het hof uit deze gang van zaken geen andere conclusie trekken dan dat de verdachte welbewust op [slachtoffer 12] heeft geschoten met het doel hem uit te schakelen. Dat er sprake zou zijn geweest van een ongeluk -zoals de verdediging heeft betoogd- acht het hof zonder nadere verklaring over deze gang van zaken volstrekt onaannemelijk. Verdachte heeft hier zelf ook geen verklaring over willen afleggen.\n\nDaarnaast heeft de verdachte ook bij de andere overvallen een actieve rol gespeeld. Hij is telkens één van de daders geweest die de woningen van nietsvermoedende mensen zijn binnengegaan, mensen die dit op geen enkele wijze hadden kunnen voorzien of die zich hadden kunnen of moeten prepareren op overvallen als deze. Verdachte is daarbij een van degenen die geweld heeft gebruikt tegen de slachtoffers. Voorts blijkt uit het dossier -onder andere uit de verklaring van [medeverdachte 1] - dat de verdachte een bepalende stem had binnen de groep. Ook dat weegt mee bij het bepalen van de strafmaat.\n\nOok na het vallen van een dodelijk slachtoffer is de verdachte doorgegaan, en was hij degene die bij de volgende overval met een vuurwapen op een van de slachtoffers heeft geschoten. Uit chatberichten in het dossier blijkt dat de verdachte naar alle waarschijnlijkheid was doorgegaan met het plegen van overvallen als hij niet was gepakt. Verdachte heeft op zitting verklaard dat deze dingen nooit hadden mogen gebeuren, maar heeft zijn actieve betrokkenheid bij de feiten tot op heden ontkend en heeft daarmee geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. Hij blijft zijn betrokkenheid ontkennen en legt alle verantwoordelijkheid buiten zichzelf.\n\nPersoon van de verdachteVerdachte is nog niet eerder veroordeeld voor geweldsdelicten. Het hof zal het strafblad van de verdachte daarom niet in strafverzwarende zin betrekken bij het bepalen van de straf. Verdachte heeft consequent geweigerd om mee te werken aan psychologisch en psychiatrisch onderzoek, waardoor de deskundigen geen uitspraken konden doen over de persoonlijkheid van de verdachte en eventuele stoornissen. Er kunnen door de ontbrekende gegevens evenmin conclusies over eventuele psychopathie worden getrokken.\n\nDe op te leggen strafBij het opleggen van een levenslange gevangenisstraf is grote behoedzaamheid en terughoudendheid geboden. Vanwege de veelheid en ernst van de feiten en het excessieve geweld in georganiseerd verband is het hof echter van oordeel dat uit oogpunt van vergelding een levenslange gevangenisstraf de enige passende straf is. Daarbij dient te worden overwogen dat het gewetenloze handelen van de verdachte, waarvoor hij geen enkele verantwoordelijkheid neemt, maakt dat de samenleving tegen hem maximaal moet worden beschermd.\n\nVerdachte is op dit moment 42 jaar oud en het hof realiseert zich dat het opleggen van een levenslange gevangenisstraf betekent dat hij in beginsel voor de rest van zijn leven vast zal zitten, maar een tijdelijke gevangenisstraf, ook niet de maximale tijdelijke gevangenisstraf van 30 jaar doet geen recht aan de ernst van de delicten en de gevolgen voor de slachtoffers en hun naasten.\n\nHet hof overweegt dat na 28 jaar een ambtshalve herbeoordeling van de levenslange straf zal plaatsvinden, waarbij zal worden beoordeeld of de verdere tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf nog een redelijk doel dient. Het Adviescollege Levenslang gestraften zal in dat verband na 25 jaar adviseren of de verdachte mag beginnen met re-integratieactiviteiten gericht op een mogelijke terugkeer in de samenleving. Daarbij toetst het college aan vier criteria:\n\nrecidiverisico\n\ndelictgevaarlijkheid\n\ngedrag en ontwikkeling tijdens detentie\n\nimpact op slachtoffers en nabestaanden, mede in het licht van vergelding.\n\nNiet alleen de verdachte, maar ook slachtoffers en nabestaanden zullen in het kader van die procedure worden gehoord.\n\nDe redelijke termijnGelet op de aard van de straf heeft een eventuele overschrijding van de redelijke termijn in dit geval geen matigende invloed.\n\nConclusie\n\nUit het voorgaande volgt dat het hof aan de verdachte een levenslange gevangenisstraf zal opleggen.\n\n10. Benadeelde partijen\n\n10.1. \n\nVordering benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1)\n\nDe benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding van € 25.988,45 ingediend tegen de verdachten wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 5.988,45 aan materiële schade en € 20.000,00 aan immateriële schade.\n\nDe rechtbank heeft de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade toegewezen tot een bedrag van € 15.510,23 bestaande uit € 5.510,23 als vergoeding voor de materiële schade en € 10.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade.\n\nIn hoger beroep heeft [slachtoffer 1] kenbaar gemaakt te berusten in de door de rechtbank vastgestelde materiële schade. Het hof begrijpt dat [slachtoffer 1] de vordering tot vergoeding wegens materiële schade handhaaft tot het door de rechtbank toegekende bedrag.\n\nIn hoger beroep is de vordering voor wat betreft de immateriële schade verhoogd tot € 40.000,00. Daartoe is aangevoerd dat bij [slachtoffer 1] in 2020 een posttraumatische stressstoornis is vastgesteld. Uit een overgelegde brief van de GZ-psycholoog van 24 maart 2026 volgt dat de klachten van [slachtoffer 1] sinds 2020 bestaan uit voornamelijk angstklachten, vergeetachtigheid en slaapklachten en in de loop van de tijd fluctuerend meer of minder aanwezig zijn. Bovendien is dit verhoogde bedrag in lijn met de bedragen van de inmiddels ingevoerde ‘Rotterdamse schaal’.\n\nStandpunt van het Openbaar MinisterieDe advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot hoofdelijke toewijzing van de gevorderde schade ter hoogte van € 45.510,23. Onder verwijzing naar een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:1275) is volgens de advocaat-generaal sprake van een zeer uitzonderlijk geval dat noopt tot toepassing van de mogelijkheid om in hoger beroep over te gaan tot oplegging van een schadevergoedingsmaatregel die de hoogte van de initiële vordering van de benadeelde partij overstijgt.\n\nStandpunt van de verdedigingDe verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde feit is bepleit. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd zich te refereren aan het oordeel van het hof ten aanzien van de posten ‘geldbedrag’ en ‘eigen risico verzekering’. Ten aanzien van de posten ‘installatie alarmsysteem’ en ‘abonnementskosten’ dient de BTW in mindering te worden gebracht nu deze kosten zijn gemaakt door het bedrijf van [slachtoffer 1] . De verdediging heeft bij pleidooi en bij dupliek geen standpunt ingenomen ten aanzien van de verhoging van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade.\n\nOordeel van het hof\n\nMateriële schadeHet hof zal de gevorderde vergoeding voor de geleden materiële schade evenals de rechtbank toewijzen tot een bedrag van € 5.510,23. Deze schade bestaat uit:\n\nweggenomen geldbedrag € 3.000,00;\n\neigen risico verzekering € 113,00;\n\ninstallatie alarmsysteem (minus 21% BTW) € 970,25;\n\nabonnementskosten alarmsysteem (minus 21% BTW) € 1.306,98;\n\nberedderingskosten € 120,00.\n\nDit deel van de gevorderde schade vloeit rechtstreeks voort uit het bewezen verklaarde feit, is voldoende onderbouwd, niet betwist en komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond voor.\n\nImmateriële schadeMet betrekking tot het initiële deel van de gevorderde immateriële schade ad € 20.000,00 overweegt het hof als volgt. Gelet op artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in de eer of goede naam of op andere wijze.\n\nEr is in deze zaak sprake van een gewapende overval die in de nacht plaatsvond, waarbij vier gemaskerde mannen de woning van [slachtoffer 1] zijn binnengedrongen. Hij is meermalen met een breekijzer geslagen en er zijn twee schoten in de richting van zijn hoofd gelost. Uit de stukken en de toelichting op de vordering blijkt dat hij hierdoor onder meer een hoofdwond en bloeduitstortingen op zijn lichaam heeft opgelopen. Hij is met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht, waar een scan van zijn hoofd is gemaakt en de hoofdwond met twaalf hechtingen is gedicht. Hij heeft sinds de overval regelmatig last van zware hoofdpijn, waardoor hij dan moet gaan liggen. Verder heeft [slachtoffer 1] door het geluid van het schot ongeveer een half jaar lang slecht kunnen horen aan één oor.\n\nNu sprake is van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, is er een wettelijke grondslag voor de vordering van de benadeelde partij en mogen ook andere – niet als lichamelijk letsel te kwalificeren – gevolgen, worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid.\n\n Uit de toelichting op de initiële vordering alsmede uit de aanvulling in hoger blijkt dat de overval grote impact heeft gehad op [slachtoffer 1] . Hij was maandenlang zeer emotioneel waardoor ook zijn relatie onder druk kwam te staan. Hij heeft maandenlang slecht geslapen. Sinds de overval slaapt hij met een dwarsbalk aan de binnenzijde van zijn slaapkamerdeur. Omdat hij zich niet meer veilig voelde op zijn eigen erf en in zijn eigen woning, heeft hij zijn dieren verkocht en een ander huis gekocht. Hij heeft twee keer EMDR-therapie gehad vanwege PTSS-klachten, maar dit heeft hem niet geholpen. Uit eerder genoemde brief van de GZ-psycholoog van 24 maart 2026 volgt dat [slachtoffer 1] op 2 februari 2026 opnieuw is gestart met behandeling vanwege een toename van bestaande klachten. Het hof komt gelet op de aard en ernst van de woningoverval, de onderbouwing van de vordering, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 20.000,00 billijk voor.\n\nOp grond van de wet is het voor een benadeelde partij niet mogelijk om in hoger beroep de vordering tot schadevergoeding te verhogen. Wel kan het hof in uitzonderlijke gevallen door middel van de schadevergoedingsmaatregel een aanvullende schadevergoeding toekennen. Ten aanzien van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van € 20.000,00 overweegt het hof als volgt. Anders dan het Openbaar Ministerie is het hof van oordeel dat geen sprake is van een uitzonderlijk geval als bedoeld in de genoemde uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024: 1275). De PTSS diagnose dateert immers van 2020 en is geen sprake van schade die in eerste aanleg in het geheel niet was te voorzien.\n\nToegewezen bedragDe vordering zal worden toegewezen tot een totaalbedrag van € 25.510,23.\n\nWettelijke renteDe verdachte is vanaf 11 november 2020 wettelijke rente verschuldigd over het toegewezen bedrag voor de installatie van het alarmsysteem ter hoogte van € 970,25. Het hof zoekt bij het bepalen van die datum aansluiting bij de uiterste betaaldatum van de laatste termijn van de desbetreffende factuur. De wettelijke rente over de abonnementskosten van het alarmsysteem ter hoogte van € 1.306,98 is verschuldigd vanaf 1 december 2021. De abonnementskosten worden gevorderd vanaf september 2020 tot en met februari 2023 en het hof gaat daarom uit van een datum die in het midden ligt van deze periode.\n\nDe wettelijke rente over het eigen risico van de verzekering ter hoogte van € 113,00 is verschuldigd vanaf 2 november 2021, de uiterste betaaldatum van de factuur.\n\nVoor het resterende bedrag ter hoogte van € 23.120,00 wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf 8 augustus 2020, de datum waarop de woningoverval heeft plaatsgevonden. Een en ander ten aanzien van alle posten tot aan de dag van algehele voldoening.\n\nHoofdelijkheidHet hof zal bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.\n\nProceskostenDaarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.\n\n10.2. \n\n Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 1)\n\nDe benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding van € 10.120,00 ingediend tegen de verdachten wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 120,00 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade. De materiële schade bestaat uit beredderingskosten.\n\nDe rechtbank heeft de gevorderde materiële schade afgewezen en de gevorderde immateriële schade toegekend tot een bedrag van € 5.000,00.\n\nIn hoger beroep heeft [slachtoffer 2] kenbaar gemaakt te berusten in de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de gevorderde materiële schade. Het hof begrijpt dat [slachtoffer 2] de vordering tot vergoeding wegens materiële schade niet handhaaft.\n\nIn hoger beroep is de vordering voor wat betreft de immateriële schade verhoogd tot € 40.000,00. Daartoe is aangevoerd dat blijkens een overgelegde brief van de GZ-psycholoog van 4 februari 2021 bij [slachtoffer 2] in 2021 een posttraumatische stressstoornis is vastgesteld en een behandelplan is besproken. Uit een overgelegde brief van de GZ-psycholoog van 24 maart 2026 volgt dat de klachten sinds 2020 bestaan uit voornamelijk angstklachten, vergeetachtigheid en slaapklachten en in de loop van de tijd fluctuerend meer of minder aanwezig zijn. Bovendien is dit verhoogde bedrag in lijn met de bedragen van de inmiddels ingevoerde ‘Rotterdamse schaal’.\n\nStandpunt van het Openbaar MinisterieDe advocaat-generaal is het eens met de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de gevorderde materiële schade. De in hoger beroep gevorderde immateriële schade van € 40.000,00 is gezien de aanvullende stukken en de nadere motivering door de advocaat billijk en vatbaar voor toewijzing.\n\nStandpunt van de verdedigingDe verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde feit is bepleit. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de gevorderde immateriële kosten dienen te worden gematigd.\n\nOordeel van het hof\n\nImmateriële schadeMet betrekking tot het initiële deel van de gevorderde immateriële schade ad € 10.000,00 overweegt het hof evenals de rechtbank als volgt.\n\nGelet op artikel 6:106 BW ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in de eer of goede naam of op andere wijze. Het hof stelt vast dat [slachtoffer 2] bij de woningoverval geen lichamelijk letsel heeft opgelopen.\n\nUit vaste rechtspraak blijkt dat van de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’in ieder geval sprake is indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon‘op andere wijze’sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Van een aantasting in de persoon‘op andere wijze’als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.\n\nTen aanzien van de aantasting van de benadeelde partij in de persoon ‘op andere wijze’overweegt het hof dat de aard en de ernst van de normschending in deze zaak met zich meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor [slachtoffer 2] zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Er is sprake van een gewapende overval die plaatsvond in de nacht, waarbij vier gemaskerde mannen de woning van [slachtoffer 2] en haar partner zijn binnengedrongen. Bij deze overval is fors geweld uitgeoefend op [slachtoffer 1] , de partner van de [slachtoffer 2] en zijn er twee schoten in zijn richting gelost. Ook [slachtoffer 2] is met het vuurwapen bedreigd. Uit de toelichting op de vordering blijkt dat [slachtoffer 2] nog altijd last heeft van wat haar is overkomen. Zij ondervindt gevoelens van angst en onveiligheid, heeft haar huis verkocht en is vanwege aanhoudende psychische klachten naar haar huisarts gegaan. Zij heeft vanwege PTSS-klachten twee EMDR-sessies ondergaan. Omdat dit haar niet hielp heeft zij zich gewend tot een psycholoog, waar zij een jaar lang maandelijks gesprekken heeft gevoerd. Uit een in hoger beroep overgelegde brief van de GZ-psycholoog van 24 maart 2026 volgt dat de klachten sinds 2020 bestaan uit voornamelijk angstklachten, vergeetachtigheid en slaapklachten en in de loop van de tijd fluctuerend meer of minder aanwezig zijn.\n\nHet hof komt gelet op de aard en ernst van de woningoverval, de onderbouwing van de vordering, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 10.000,00 billijk voor.\n\nOp grond van de wet is het voor een benadeelde partij niet mogelijk om in hoger beroep de vordering tot schadevergoeding te verhogen. Wel kan het hof in uitzonderlijke gevallen door middel van de schadevergoedingsmaatregel een aanvullende schadevergoeding toekennen. Ten aanzien van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van € 30.000,00 overweegt het hof als volgt. Anders dan het Openbaar Ministerie is het hof van oordeel dat geen sprake is van een uitzonderlijk geval als bedoeld in de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:1275). De PTSS diagnose dateert immers van 2021 en is geen sprake van schade die in eerste aanleg in het geheel niet was te voorzien.\n\nToegewezen bedragDit betekent dat de gevorderde schade zal worden toegewezen tot een bedrag van € 10.000,00. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2020 tot aan de dag van algehele voldoening.\n\nHoofdelijkheidHet hof bepaalt dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.\n\nProceskostenDaarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.\n\n10.3. \n\nVordering benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 2)\n\nDe benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een initiële vordering tot schadevergoeding van € 42.150,40 ingediend tegen de verdachten wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.\n\nDe gestelde schade bestaat uit € 39.070,14 aan materiële schade te verminderen met een uitkering van de verzekering ad € 8.919,74. De gestelde schade bedraagt € 30.150,40. In deze berekening heeft de verdediging rekening gehouden met 33% aan afschrijving of waardevermindering\n\nDe gestelde schade bestaat verder uit € 12.000,00 aan immateriële schade.\n\nDe materiële schade bestaat uit twee posten:\n\n- gestolen goederen € 29.582,30 minus 33% = € 19.820,14\n\n- gestolen geldbedrag € 19.250,00.\n\nTer zitting in eerste aanleg is de vordering tot schadevergoeding van materiële schade door de advocaat van [slachtoffer 3] aangepast en gesteld op € 39.912,56:\n\ngestolen goederen € 29.582,30 gestolen geldbedrag € 19.250,00\n\nminus vergoeding verzekering € 8.919,74.\n\nDe immateriële schade is gehandhaafd op € 12.000,00.\n\nDe rechtbank heeft de vordering tot vergoeding van de materiële schade toegewezen tot een bedrag van € 30.131,13 en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.\n\nDe rechtbank heeft de vordering tot vergoeding van de immateriële schade toegewezen tot een bedrag van € 5.000,00 en het meer gevorderde afgewezen.\n\n [slachtoffer 3] heeft bij brief van 22 november 2024 en zijn advocaat heeft ter zitting in hoger beroep de vordering gehandhaafd.\n\nStandpunt van het Openbaar MinisterieDe advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot vergoeding van de materiële schade kan worden toegewezen zoals de rechtbank dat heeft gedaan. Daarbij wordt uitgegaan van de dagwaarde van de goederen en niet van de gevorderde aanschafwaarde. Het door de verzekering uitgekeerde bedrag dient in mindering te worden gebracht, wat maakt dat de toewijsbare vordering neerkomt op een bedrag van € 30.131,13. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de gehele vordering van € 12.000,00 vatbaar is voor toewijzing. In totaal kan € 42.131,13 worden toegewezen.\n\nStandpunt van de verdedigingDe verdediging heeft kenbaar gemaakt de vordering te weerspreken maar zich te refereren aan het oordeel van het hof.\n\nOordeel van het hof\n\nMateriële schade\n\nHet hof zal de gevorderde vergoeding voor gestolen goederen toewijzen tot een bedrag van € 26.292,35. Het gaat dan om de volgende posten:\n\n6. Oorbellen Ti Sento € 100,00 7. Oorbellen Zilveren creolen € 55,00 8. Oorbellen Ti Sento € 59,00 13. Zonnebril Miu Miu € 270,00 14. Zonnebril Tiffany & Co € 225,00 15. Zonnebril Guess € 80,00 16. Zonnebril Bulgari € 300,00 17. Zonnebril Prada € 180,00 18. Zonnebril Ray Ban € 150,00 19. Zonnebril Ray Ban € 150,00 20. Zonnebril Ray Ban € 150,00 21. Zonnebril Ray Ban € 150,00 22. Zonnebril Ray Ban € 150,00 23. Zonnebril Ray Ban € 150,00 25. Portemonnee € 64,40 29. Horloge Guess € 109,95 30. Horloge Corum Royal Flush € 3.900,00 31. Moët champagne € 399,00 32. 2x Piper Heidsick (champagne) € 150,00 34. Audi A8 € 19.500,00.\n\nHet hof acht evenals de rechtbank deze posten voldoende onderbouwd, gezien de toelichting met foto’s, aankoopbonnen en\u002Fof verwijzingen naar internetpagina’s met daarop de waarde van vergelijkbare artikelen. Bovendien zijn deze goederen terug te voeren op de aangiften of de nadere verhoren van de aangevers. Bij de begroting van de schade is [slachtoffer 3] uitgegaan van de nieuwwaarde van de weggenomen goederen. Het grootste deel van de goederen is echter al enige tijd geleden aangeschaft, zodat voor vergoeding in aanmerking komt de dagwaarde. Bij gebrek aan concrete gegevens over de dagwaarde zal het hof evenals de rechtbank gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en aansluiting zoeken bij het percentage dat [slachtoffer 3] oorspronkelijk als waardevermindering had gehanteerd, zijnde 33%. Dat er meer goederen zijn weggenomen en dat dit voor [slachtoffer 3] niet te achterhalen of te onderbouwen is, vormt geen reden om dit te compenseren door de afschrijving achterwege te laten. Het hof zal echter evenals de rechtbank geen afschrijving in mindering brengen op de waarde van de Audi A8, nu deze zeer kort voor de overval was aangekocht en mag worden aangenomen dat de aanschafwaarde de dagwaarde vertegenwoordigt. Het hof stelt de dagwaarde van de weggenomen goederen aldus vast op € 26.292,35.\n\nHet hof zal evenals de rechtbank de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de overige gestolen goederen niet-ontvankelijk verklaren, gezien de betwisting daarvan (door in algemene zin te stellen dat de vordering wordt weersproken) en omdat deze goederen niet zijn terug te voeren op de aangiften of de latere verhoren van de aangevers (schoenen), dan wel de waarde daarvan niet met stukken is onderbouwd (overige sieraden en beautycase). Ten aanzien van de make-up overweegt het hof evenals de rechtbank dat niet kan worden vastgesteld wanneer dat is aangeschaft en tegen welke prijs. Bovendien mag worden aangenomen dat de producten zijn aangebroken\u002Fgebruikt. Er is dan ook niet vast te stellen in hoeverre de make-up artikelen (nog) een waarde vertegenwoordigen. Dit laatste geldt ook voor de opgevoerde parfums. Hiervoor is nadere bewijslevering noodzakelijk, hetgeen een onevenredige belasting vormt voor dit strafgeding.\n\n Wat betreft het gestolen geld zal het hof evenals de rechtbank een bedrag van € 15.000,00 toewijzen, hetgeen aansluit bij het bedrag dat in de aangifte en de aanvullende verhoren is genoemd.\n\n Dit betekent dat de materiële schade in totaal € 41.292,35 bedraagt. Hierop komt het door de verzekeraar uitgekeerde bedrag van € 8.919,74 in mindering, zodat een bedrag van € 32.372,61 zal worden toegewezen. Voor het overige zal het hof de vordering voor wat betreft de materiële schade niet-ontvankelijk verklaren.\n\nImmateriële schadeMet betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt het hof evenals de rechtbank als volgt. Gelet op artikel 6:106 BW ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in de eer of goede naam of op andere wijze. Het hof stelt vast dat [slachtoffer 3] geen lichamelijk letsel heeft opgelopen.\n\nUit vaste rechtspraak blijkt dat van de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’in ieder geval sprake is indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon‘op andere wijze’sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Van een aantasting in de persoon‘op andere wijze’als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.\n\nTen aanzien van de aantasting van de benadeelde partij in zijn persoon ‘op andere wijze’overweegt het hof evenals de rechtbank in deze zaak dat de aard en de ernst van de normschending, met zich meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor [slachtoffer 3] zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Er is sprake van een gewapende overval, waarbij vier gemaskerde mannen in de nacht met wapens de slaapkamer zijn binnengedrongen. [slachtoffer 3] en zijn partner zijn bedreigd met vuurwapens en zijn vastgebonden met tie-wraps. Ook is bij deze overval geweld uitgeoefend op de partner van de [slachtoffer 3] , waardoor zij gewond is geraakt.\n\nHet hof komt gelet op de aard en ernst van de overval, de onderbouwing van de vordering, alsmede de bedragen die in min of meer vergelijkbare gevallen worden toegekend, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 10.000,00 billijk voor.\n\nToegewezen bedragDit betekent dat de gevorderde schade zal worden toegewezen tot een bedrag van € 42.372,61. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2020 tot aan de dag van algehele voldoening.\n\nHoofdelijkheidHet hof zal bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.\n\nProceskosten\n\nDaarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.\n\nSchadevergoedingsmaatregel\n\nHet hof ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen (diefstal met geweld en bedreiging met geweld, in vereniging gepleegd) aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen.\n\n10.4. \n\n Vordering benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 2)\n\nDe benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 12.000,00 ingediend tegen de verdachten wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.\n\nDe rechtbank heeft de vordering tot immateriële schadevergoeding toegewezen tot een bedrag van € 7.000,00 en het meer gevorderde afgewezen.\n\nDe benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft bij brief van 22 november 2024 haar vordering gehandhaafd.\n\nStandpunt van het Openbaar MinisterieDe advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de gehele vordering voor toewijzing vatbaar is. Zowel het lichamelijk letsel opgelopen tijdens de overval als het psychisch letsel waar [slachtoffer 4] nog altijd mee kamp, zijn toegelicht en houden rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde.\n\nStandpunt van de verdedigingDe verdediging is primair van mening dat de vordering geheel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in verband met de bepleite vrijspraak. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de gevorderde immateriële schade dient te worden gematigd.Oordeel van het hof\n\nImmateriële schadeMet betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt het hof evenals de rechtbank als volgt. Gelet op artikel 6:106 BW ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in de eer of goede naam of op andere wijze.\n\nEr is sprake van een gewapende overval, waarbij vier gemaskerde mannen in de nacht met wapens de slaapkamer zijn binnengedrongen. [slachtoffer 4] en haar partner zijn bedreigd met vuurwapens en zijn vastgebonden met tie-wraps. Uit de stukken en de toelichting op de vordering blijkt dat [slachtoffer 4] door een van de daders van de woningoverval aan haar haren van het bed is getrokken. Hierbij is haar teen uit de kom geraakt, heeft zij snijwonden op haar knieën opgelopen en een kale plek op haar hoofd. Zij is naar de eerste hulp van het ziekenhuis geweest, waar haar teen weer is rechtgezet.\n\nNu in onderhavige zaak sprake is geweest van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, is er een wettelijke grondslag voor de vordering van [slachtoffer 4] en mogen ook de andere niet als lichamelijk letsel te kwalificeren gevolgen worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid.\n\nUit het door [slachtoffer 4] uitgeoefende spreekrecht zowel in eerste aanleg als in hoger beroep blijkt dat zij kampt met gevoelens van angst en boosheid en dat haar leven als gevolg van de woningoverval voorgoed veranderd is.\n\nHet hof komt gelet op de aard en ernst van de woningoverval, de onderbouwing van de vordering, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 10.000,00 billijk voor.\n\nToegewezen bedragDit betekent dat de gevorderde schade zal worden toegewezen tot een bedrag van € 10.000,00. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2020 tot aan de dag van algehele voldoening.\n\nHoofdelijkheidHet hof zal bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.\n\nProceskostenDaarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.\n\n10.5. \n\nVordering benadeelde partij [slachtoffer 6] (feiten 3 en 4)\n\nDe benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 44.388,24‬ ingediend tegen de verdachten wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 3 en 4 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 3.888,24 aan materiële schade en € 40.500,00 aan immateriële schade. De materiële schade is in het verzoek tot schadevergoeding gesplitst in twee onderdelen:\n\n- de helft van de gezamenlijke materiële schadevan [slachtoffer 6] en zijn partner [slachtoffer 5] ter hoogte van\n\n€ 2.238,24 en\n\n- zijn eigen materiële schadeter hoogte van € 1.650,00.\n\nDe gezamenlijke materiële schadebestaat uit drie posten:\n\nkosten beveiliging woning € 2.031,05;\n\nschade woning:\n\nweggenomen geld € 450,00;\n\nvervangen sloten € 810,00;\n\nvloerbedekking trap € 653,84;\n\nbraakschade € 311,75;\n\nkosten vervanging autosleutel € 219,84.\n\n(Subtotaal € 4.476,48, waarvan [slachtoffer 6] 50% vordert: € 2.238,24.)\n\nDe eigen materiële schadevan € 1.650,00 bestaat uit vier posten:\n\n portemonnee € 45,00;\n\n eigen risico € 385,00;\n\n inkomstenderving € 1.140,00;\n\n medische kosten € 80,00.\n\nDe immateriële schadeis opgebouwd uit drie onderdelen:\n\nimmateriële schade € 15.000,00;\n\naffectieschade € 17.500,00;\n\nshockschade € 8.000,00.\n\nDe rechtbank heeft de helft van de door [slachtoffer 6] gevorderde gezamenlijke materiële schadetoegewezen tot een bedrag van € 1.911,32. Deze schade bestaat uit 50% van de volgende posten:\n\nkosten beveiliging woning € 2.031,05;\n\nschade woning:\n\nweggenomen geld € 450,00;\n\nvervangen sloten € 810,00;\n\nbraakschade € 311,75;\n\nkosten vervanging autosleutel € 219,84.\n\nTen aanzien van de gevorderde kosten voor de vloerbedekking is de rechtbank uitgegaan van de dagwaarde die blijkens de toelichting op de vordering door de verzekeraar is vergoed. De rechtbank heeft deze post afgewezen.\n\n De rechtbank heeft de eigen materiële schadevan [slachtoffer 6] toegewezen tot een bedrag van € 1.610,00. Deze schade bestaat uit de volgende posten: d. portemonnee € 45,00;\n\n eigen risico € 385,00;\n\n inkomstenderving € 1.140,00;\n\n medische kosten € 40,00.\n\nDe rechtbank heeft:\n\nde gevorderde immateriële schade ad € 10.000,00 toegewezen en het meer gevorderde afgewezen;\n\nde gevorderde affectieschade ad € 17.500,00 toegewezen;\n\nde gevorderde schokschade ad € 8.000,00 afgewezen.\n\nBij brief van 12 december 2024 heeft [slachtoffer 6] kenbaar gemaakt de vordering te handhaven.\n\nStandpunt van het Openbaar MinisterieDe advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen het eens te zijn met de beslissing van de rechtbank inzake de materiële schade. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade dient de gevorderde €15.000,00 te worden toegewezen alsmede de gevorderde affectieschade ad €17.500,00. De gevorderde schokschade dient te worden afgewezen.\n\nTer zitting in hoger beroep is namens [slachtoffer 6] naar voren gebracht dat de gevorderde immateriële schadevergoeding dient te worden toegewezen. Onder verwijzing naar de Rotterdamse Schaal is verder naar voren gebracht dat, hoewel € 15.000,00 is gevorderd, een bedrag tussen de € 41.000,00 en €69.000,00 passend wordt geacht. Verzocht wordt het gevorderde bedrag toe te wijzen en het meerdere ambtshalve alsnog via een schadevergoedingsmaatregel vast te stellen. Het hof begrijpt dat dit een bedrag zou moeten zijn tussen de € 26.000,00 en € 54.000,00. Tevens is verzocht de gevorderde schokschade toe te wijzen waarbij is gewezen op een uitspraak van de rechtbank Overijssel (ECLI:NL:RBOVE:2019:4594).\n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe verdediging is primair van mening dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in verband met de bepleite vrijspraak. Subsidiair refereert de verdediging zich ten aanzien van de gevorderde medische kosten (eigen risico 2021) ad € 385,00 en de inkomstenderving ad € 1.140,00. De gevorderde affectieschade dient te worden afgewezen.\n\nOordeel van het hof\n\nMateriële schadeEvenals de rechtbank zal het hof de gevorderde vergoeding voor de geleden materiële schade toewijzen tot een totaalbedrag van € 3.521,32 (€ 1.911,32 aan gezamenlijke schade en € 1.610,00 aan eigen schade).\n\nDe gezamenlijke materiële schadewordt vastgesteld op een bedrag van € 3.822,64 en is als volgt opgebouwd:\n\nkosten beveiliging woning € 2.031,05;\n\nschade woning:\n\nweggenomen geld € 450,00;\n\nvervangen sloten € 810,00;\n\nbraakschade € 311,75;\n\nkosten vervanging autosleutel € 219,84.\n\nDit gedeelte van de schade vloeit rechtstreeks voort uit het bewezen verklaarde feit. De vordering is voldoende onderbouwd en komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond voor. Dit geldt echter niet voor de post ‘vloerbedekking’. Ten aanzien van de vloerbedekking is de benadeelde partij uitgegaan van de kosten voor het laten plaatsen van nieuwe vloerbedekking. In aanmerking voor vergoeding komt echter de dagwaarde van de door de overval beschadigde vloerbedekking. Die dagwaarde is blijkens de toelichting op de vordering al door de verzekeraar vergoed. Dit betekent dat deze post zal worden afgewezen.\n\nOmdat [slachtoffer 6] de helft van de gezamenlijke materiële schadeheeft gevorderd zal het hof voor [slachtoffer 6] een bedrag van € 1.911,32 toewijzen.\n\nHet hof zal de eigen materiële schadevan [slachtoffer 6] tot een bedrag van € 1.610,00 toewijzen, nu deze schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De vordering is voldoende onderbouwd en komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond voor. Deze schade bestaat uit de volgende posten:\n\n portemonnee € 45,00;\n\n eigen risico € 385,00;\n\n inkomstenderving € 1.140,00;\n\n medische kosten € 40,00.\n\nTen aanzien van de medische kosten merkt het op dat de factuur van 6 maart 2024, die ter onderbouwing is overgelegd, op naam is gesteld van [slachtoffer 5] . Het hof zal evenals de rechtbank dit gedeelte van de vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren bij gebrek aan een afdoende onderbouwing daarvan.\n\nImmateriële schade\n\nMet betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt het hof evenals de rechtbank als volgt. Gelet op artikel 6:106 BW ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in de eer of goede naam of op andere wijze.\n\nEr is sprake van een gewapende overval, waarbij gemaskerde mannen midden in de nacht met wapens de slaapkamer van [slachtoffer 6] zijn binnengedrongen. Hij is met de overvallers in gevecht geraakt, waarbij hij in het gezicht is geslagen en met een hard voorwerp (mogelijk een lamp) een klap op zijn achterhoofd heeft gekregen. Zijn partner [slachtoffer 5] is door een van de daders in haar hals geschoten. [slachtoffer 6] en [slachtoffer 5] zijn naar het ziekenhuis vervoerd, waar [slachtoffer 6] onder meer een CT-scan heeft gehad. [slachtoffer 6] heeft bloeduitstortingen op zijn lichaam en in zijn gezicht opgelopen en twee hoofdwonden op zijn achterhoofd.\n\nNu in onderhavige zaak sprake is geweest van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, is er een wettelijke grondslag voor de vordering van de benadeelde partij en mogen ook de andere niet als lichamelijk letsel te kwalificeren gevolgen worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid.\n\nUit de toelichting op de vordering blijkt onder meer dat de woningoverval een enorme impact heeft gehad op het gevoel van veiligheid en controle van [slachtoffer 6] . Hij staat nog altijd op scherp en is alert. Hij heeft last van herbelevingen, vooral in de nacht. Hij wordt beperkt in zijn levensvreugde. Ter behandeling van zijn klachten heeft [slachtoffer 6] een uitgebreide sessie gevolgd bij een coach gespecialiseerd op het gebied van trauma’s na geweld. Ook heeft hij contact gehad met Slachtofferhulp Nederland. In aanloop naar de zitting heeft hij zich tot een psycholoog gewend, omdat de nachtmerries en herbelevingen weer de overhand kregen.\n\nHet hof komt anders dan de rechtbank gelet op de aard en ernst van de woningoverval, de onderbouwing van de vordering, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 15.000,00 billijk voor.\n\nOp grond van de wet is het voor een benadeelde partij niet mogelijk om in hoger beroep de vordering tot schadevergoeding te verhogen. Wel kan het hof in uitzonderlijke gevallen door middel van de schadevergoedingsmaatregel een aanvullende schadevergoeding toekennen. Met betrekking tot het deel van de gevorderde immateriële schade bij wijze van toepassing van de schadevergoedingsmaatregel tussen de € 26.000,00 en € 54.000,00 overweegt het hof als volgt. Het hof van oordeel dat geen sprake is van een uitzonderlijk geval als bedoeld in de genoemde uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:1275). De door de advocaat bij brief van 15 januari 2024 omschreven klachten van [slachtoffer 6] , thans omschreven als PTSS klachten, dateren van 2021. Het hof concludeert dat geen sprake is van schade die in eerste aanleg in het geheel niet was te voorzien.\n\nAffectieschadeOok de gevorderde affectieschade ad € 17.500,00 komt naar het oordeel van het hof en evenals de rechtbank voor vergoeding in aanmerking. Het hof overweegt evenals de rechtbank hiertoe het volgende.\n\nDe Hoge Raad heeft in zijn arrest van 30 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1750) in een zaak waarin affectieschade werd gevorderd, als volgt overwogen:\n\n“2.4 Onder affectieschade wordt verstaan de schade in verband met het verdriet om het overlijden of het door ernstig en blijvend letsel gekwetst raken van een naaste (vgl. HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, rechtsoverweging 2.4.6). Of een naaste aanspraak kan maken op vergoeding van affectieschade wegens “ernstig en blijvend letsel” van de gekwetste als bedoeld in artikel 6:107 BW hangt in belangrijke mate af van de mate van de blijvende functiestoornis bij de gekwetste, waarbij – volgens de hiervoor weergegeven wetsgeschiedenis – “een zeer bijzondere ernst van letsel” is vereist. De wetgever heeft daarbij als indicatie genoemd dat in geval van lichamelijk letsel bij een – aan de hand van de AMA-guides vastgestelde – blijvende functiestoornis van 70% of meer in ieder geval sprake is van “ernstig en blijvend letsel”. In het bijzonder in die gevallen waarin niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een dergelijke hoge en blijvende functiestoornis, kan de rechter ook anderszins de invloed van het letsel op het leven van de gekwetste en de naaste betrekken bij zijn beoordeling of een naaste aanspraak kan maken op een vergoeding als bedoeld in artikel 6:107 BW.”\n\n [slachtoffer 6] is de levenspartner van [slachtoffer 5] en valt daarom binnen de kring van personen die recht kan hebben op een vergoeding van affectieschade. [slachtoffer 5] is bij de onder feiten 4 en 5 bewezen verklaarde woningoverval in haar hals geschoten. Zij heeft zich als gevolg hiervan ziek moeten melden bij haar werkgever en heeft uiteindelijk haar werk vanuit huis voor 50% hervat, hetgeen voor haar het maximaal haalbare is. Zij kan niet meer naar kantoor in verband met te veel prikkels en opbouwende vermoeidheid. [slachtoffer 5] heeft onder meer onherstelbare gehoorschade (tinnitus) opgelopen, waardoor zij een voortdurende ruis in haar oren heeft en overgevoelig is voor dagelijkse geluiden. Als gevolg van een zenuwbeschadiging aan de linkerkant van het hoofd, ondervindt zij vaak hoofdpijn en oorpijn en steken in haar hoofd. Sinds de woningoverval staat het sociale leven van [slachtoffer 5] nagenoeg stil. Zij kan niet meer naar locaties waar veel mensen bijeen zijn. Zij kan niet meer motorrijden nu zij geen helm meer kan dragen. Hierdoor is de relatie tussen [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] veranderd. Zij kunnen niet meer samen naar verjaardagen of andere feesten en kunnen geen gezamenlijke uitjes meer ondernemen, zoals naar de bioscoop of uit eten. Ook kunnen zij niet meer samen op pad met de motor of samen naar beurzen.\n\nTer zitting in hoger beroep heeft [slachtoffer 6] het spreekrecht uitgeoefend. Daarin heeft hij uitvoerig benadrukt wat de blijvende gevolgen van deze woningoverval voor hem en zijn partner zijn.\n\nGelet op het voorgaande concludeert het hof evenals de rechtbank dat het ernstige en blijvende letsel dat [slachtoffer 5] door het onder feiten 4 en 5 bewezen verklaarde handelen van de verdachte en zijn medeverdachten heeft opgelopen, blijvend een grote impact op het leven van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] zal hebben. Naar het oordeel van het hof is die invloed van dien aard dat [slachtoffer 6] , op grond van artikel 6:107, eerste lid, onder b BW en het Besluit vergoeding affectieschade, aanspraak kan maken op de gevorderde vergoeding voor affectieschade. De hoogte van de vergoeding van affectieschade is in het Besluit vergoeding affectieschade vastgesteld op € 17.500,00. Het hof zal evenals de rechtbank dit bedrag aan gevorderde affectieschade toewijzen.\n\nSchokschadeHet hof zal evenals de rechtbank het gevorderde bedrag aan schokschade, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 28 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:958) afwijzen. In dit arrest heeft de Hoge Raad onder meer de volgende opmerkingen gemaakt over vergoeding van schokschade:\n\n“3.4 Iemand die een ander door zijn onrechtmatige daad doodt of verwondt, kan – afhankelijk van de omstandigheden waaronder die onrechtmatige daad en de confrontatie met die daad of de gevolgen daarvan, plaatsvinden – ook onrechtmatig handelen jegens degene bij wie die confrontatie een hevige emotionele schok teweeg brengt. Het recht op vergoeding van schade is beperkt tot de schade die volgt uit door die laatste onrechtmatige daad veroorzaakt geestelijk letsel zoals hierna onder 3.7 nader omschreven.\n\n(…)3.7 Het recht op vergoeding van schade die is veroorzaakt door het onrechtmatig teweegbrengen van een hevige emotionele schok is – zoals hiervoor in 3.4 reeds overwogen – beperkt tot de schade die volgt uit geestelijk letsel. Voor de toewijzing van schadevergoeding ter zake van dat geestelijk letsel is vereist dat het bestaan van dat geestelijk letsel naar objectieve maatstaven is vastgesteld. In de rechtspraak over schokschade is in dat verband steeds overwogen dat dit in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Daarmee is beoogd tot uitdrukking te brengen dat die emotionele schok moet hebben geleid tot geestelijk letsel dat gelet op aard, duur en\u002Fof gevolgen ernstig is, en in voldoende mate objectiveerbaar. Dit brengt mee dat als de rechter op grond van een rapportage van een ter zake bevoegde en bekwame deskundige – waarbij gedacht kan worden aan een ter zake bevoegde en bekwame psychiater, huisarts of psycholoog – tot het oordeel komt dat sprake is van geestelijk letsel in de hiervoor bedoelde zin, hij tot toewijzing van schadevergoeding kan overgaan, ook als in die rapportage geen diagnose van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld wordt gesteld.\n\nAls sprake is van geestelijk letsel als hier bedoeld, komt zowel de materiële als de immateriële schade die daarvan het gevolg is voor vergoeding in aanmerking.”\n\nHet hof stelt evenals de rechtbank vast dat onvoldoende is gebleken dat bij [slachtoffer 6] sprake is van geestelijk letsel dat is veroorzaakt door de confrontatie met de (gevolgen van de) onrechtmatige daad die is gepleegd jegens zijn partner [slachtoffer 5] . Er is sprake van een woningoverval waarbij de daders ook geweld op [slachtoffer 6] hebben uitgeoefend. Uit de verwijsbrief van de huisarts van 12 januari 2024 in combinatie met de informatie van de therapeut blijkt dat de PTSS-kenmerken bij [slachtoffer 6] verband houden met de overval als zodanig.Uit die stukken blijkt niet dat er geestelijk letsel bij [slachtoffer 6] is ontstaan als gevolg van de emotionele schok door de confrontatie met het geweld tegen [slachtoffer 5] of het letsel dat [slachtoffer 5] heeft opgelopen. Met het letsel dat is ontstaan bij [slachtoffer 6] is al rekening gehouden bij de hoogte van het bedrag aan immateriële schadevergoeding dat aan hem is toegekend. Het hof zal daarom de gevorderde schokschade afwijzen. De door de advocaat genoemde uitspraak van de rechtbank Overijssel maakt dit oordeel niet anders.\n\nToegewezen bedragDit betekent dat de vordering zal worden toegewezen tot een totaalbedrag van € 36.021,32.\n\nWettelijke renteDe verdachte is vanaf 25 februari 2021 wettelijke rente verschuldigd over het toegewezen bedrag van €1.015,53 (de helft van € 2.031,05) voor de installatie van het alarmsysteem. De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de sloten ter hoogte van € 405,00 (de helft van € 810,00) is verschuldigd vanaf 1 februari 2021. De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de autosleutel ter hoogte van € 109,92 (de helft van € 219,84) is verschuldigd vanaf 2 maart 2021. Het hof zoekt evenals de rechtbank hiervoor telkens aansluiting bij de uiterste betaaldata van de desbetreffende facturen. De wettelijke rente over de braakschade ter hoogte van € 155,88 (de helft van € 311,75) is verschuldigd vanaf 17 januari 2024. Hierbij wordt uitgegaan van de datum van indiening van de vordering, omdat er geen factuur is overgelegd waaruit een eerdere datum als bedoeld in artikel 6:119 BW kan worden afgeleid. De wettelijke rente over het eigen risico ter hoogte van € 385,00 is verschuldigd vanaf 10 april 2021, de datum van afschrijving door de verzekeraar. De wettelijke rente over de inkomstenderving van € 1.140,00 is verschuldigd vanaf 25 januari 2021. Hierbij wordt uitgegaan van de datum waarop [slachtoffer 6] weer is gaan werken. De wettelijke rente over de medische kosten van € 40,00 is verschuldigd vanaf 19 januari 2024. Uit de factuur blijkt immers dat deze toen al was voldaan. Over het resterende bedrag ter hoogte van € 32.769,99 wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf 7 januari 2021, de datum waarop de woningoverval heeft plaatsgevonden. Een en ander tot aan de dag van algehele voldoening.\n\nHoofdelijkheid\n\nHet hof zal bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.\n\nProceskostenDaarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.\n\n10.6. \n\nVordering benadeelde partij [slachtoffer 5] (feiten 3 en 4)\n\nDe benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft een vordering tot schadevergoeding van € ‬124.752,01‬ ingediend tegen de verdachten wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.\n\nDe gestelde schade bestaat uit € 7.252,01‬ aan materiële schade en € 117.500,00 aan immateriële schade. De materiële schade is in het verzoek tot schadevergoeding gesplitst in twee onderdelen:\n\nde helft van de gezamenlijke materiële schadevan [slachtoffer 5] en haar partner [slachtoffer 6] ter hoogte van €2.238,24 en\n\nhaar eigen materiële schadeter hoogte van € 5.013,77.\n\nDe gezamenlijke materiële schadebestaat uit drie posten:\n\nkosten beveiliging woning € 2.031,05;\n\nschade woning:\n\nweggenomen geld € 450,00;\n\nvervangen sloten € 810,00;\n\nvloerbedekking trap € 653,84;\n\nbraakschade € 311,75;\n\nkosten vervanging autosleutel € 219,84.\n\n(Subtotaal € 4.476,48, waarvan [slachtoffer 5] 50% vordert: € 2.238,24.)\n\nDe eigen materiële schadebestaat uit vijf posten:\n\n reiskosten medische instanties € 346,79;\n\n medische kosten € 1.201,98;\n\n Spotify abonnement € 145,00;\n\n Softlaser € 399,00;\n\n huishoudelijke hulp € 2.921,00.\n\nTotaal: € 5.013,77\n\nDe immateriële schadeis opgebouwd uit twee onderdelen:\n\nimmateriële schade € 100.000,00;\n\naffectieschade € 17.500,00.\n\nDe rechtbank heeft het aandeel van [slachtoffer 5] in de gezamenlijke materiële schadebegroot op € 1.911,32 en dit bedrag toegewezen. Ten aanzien van deeigen materiële schadeheeft de rechtbank een bedrag van € 2.092,77 toegewezen.\n\nDe rechtbank heeft de immateriële schade toegewezen tot een bedrag van € 25.000,00 en het meer gevorderde afgewezen. De gevorderde affectieschade heeft de rechtbank afgewezen.\n\nTer zitting in hoger beroep is namens [slachtoffer 5] de vordering tot vergoeding van de materiële schade ter hoogte van € 7.252,01 (€ 2.238,24 + € 5.013,77) gehandhaafd. De vordering tot vergoeding van de immateriële schade, initieel gesteld op € 100.000,00, is ter zitting verhoogd en gesteld op het bedrag van € 133.500,00.\n\nStandpunt van het Openbaar MinisterieDe advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen het eens te zijn met de beslissing van de rechtbank inzake de materiële schade. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade dient de ter zitting in hoger beroep gevorderde € 113.500,00 (het hof begrijpt: € 133.500,00) te worden toegewezen. De advocaat-generaal heeft tot slot het standpunt ingenomen het eens te zijn met de beslissing van de rechtbank inzake de gevorderde affectieschade.\n\nStandpunt van de verdediging\n\nDe verdediging is primair van mening dat de vordering geheel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in verband met de bepleite vrijspraak. Subsidiair refereert de verdediging zich aan het oordeel van het hof met betrekking tot de reiskosten medische instanties ad € 346,79 en de medische kosten ad € 1.201,98 (totaal). De kosten voor de verzorging van het paard dienen te worden afgewezen. De gevorderde immateriële kosten dienen te worden gematigd.\n\nOordeel van het hof\n\nMateriële schadeHet hof zal de gevorderde vergoeding voor de geleden materiële schade toewijzen tot een totaalbedrag van € 5.504,09 (€ 1.911,32 aan gezamenlijke schade en € 3.592,77 aan eigen schade).\n\nZoals hiervoor bij de benadeelde partij [slachtoffer 6] is overwogen, wordt het aandeel van [slachtoffer 5] in de post “gezamenlijke schade” begroot op € 1.911,32. Dit bedrag komt voor toewijzing in aanmerking.\n\nDe “eigen materiële schade” van [slachtoffer 5] zal het hof toewijzen tot een bedrag van € 3.592,77. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:\n\n reiskosten medische instanties € 346,79;\n\n medische kosten € 1.201,98;\n\n Spotify abonnement € 145,00;\n\n Softlaser € 399,00;\n\n verzorging paard € 1.500,00.\n\nTen aanzien van de door [slachtoffer 5] gevorderde kosten onder de noemer ‘huishoudelijke hulp’ overweegt het hof als volgt. Het hof begrijpt dat bij gebreke aan een alternatief aansluiting is gezocht bij de letselrichtlijn huishoudelijke hulphoewel de verzorging van een paard niet zonder meer gelijk te stellen is aan kosten voor huishoudelijke hulp. Het hof is echter van oordeel dat aan [slachtoffer 5] een vergoeding voor de verzorging van haar paard toekomt en heeft deze geschat op € 1.500,00.\n\nNaar het oordeel van het hof vloeit dit deel van de schade in zoverre rechtstreeks voort uit de bewezen verklaarde feiten. Voorts is dit deel van de schade voldoende onderbouwd en komt het hof de vordering niet onrechtmatig of ongegrond voor.\n\nImmateriële schadeMet betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt het hof evenals de rechtbank als volgt. Gelet op artikel 6:106 BW ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in de eer of goede naam of op andere wijze.\n\nEr is sprake van een gewapende overval, waarbij gemaskerde mannen in de nacht met wapens de woning van [slachtoffer 5] en haar partner zijn binnengedrongen. Zij heeft als gevolg van het bij de woningoverval uitgeoefende geweld verwondingen opgelopen aan haar hoofd. Ook is zij in haar hals geschoten, waardoor een gat in haar hals en brandwonden zijn ontstaan. Zij is naar het ziekenhuis vervoerd, waar de schotwond in haar hals is gehecht. Volgens de toelichting op de vordering heeft [slachtoffer 5] als gevolg van het schieten onherstelbare gehoorschade opgelopen, bestaande uit een voortdurende ruis in haar oren (tinnitus). Zij is overgevoelig voor dagelijkse geluiden. Ook heeft zij schade opgelopen aan haar ogen. Als gevolg van een zenuwbeschadiging aan de linkerzijde van haar hoofd, heeft zij vaak hoofdpijn, oorpijn en ervaart zij regelmatig pijnlijke steken in haar hoofd. Door het lopen met gehoorbescherming heeft [slachtoffer 5] vrijwel altijd pijn in haar nek en schouders.\n\nNu in onderhavige zaak sprake is geweest van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, is er een wettelijke grondslag voor de vordering van de benadeelde partij en mogen ook de andere niet als lichamelijk letsel te kwalificeren gevolgen worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid.\n\n Uit de toelichting bij de vordering blijkt dat [slachtoffer 5] dagelijks wordt geconfronteerd met haar lichamelijke beperkingen. Daarnaast is sprake van vermoeidheid, slecht slapen en zij staat altijd op scherp. Ook voelt zij zich angstig. Zij heeft zich ziek moeten melden bij haar werkgever en heeft weliswaar inmiddels haar werk vanuit huis voor 50% hervat, hetgeen voor haar het maximaal haalbare is. Zij kan niet meer naar kantoor in verband met teveel prikkels en opbouwende vermoeidheid. Sinds de woningoverval staat haar sociale leven nagenoeg stil. Zij kan niet meer naar locaties waar veel mensen bijeen zijn. Zij kan niet meer motorrijden nu zij geen helm meer kan dragen. Ook kan zij geen wedstrijden meer rijden met haar paard, omdat zij geen cap meer kan dragen. Spontane acties en vakanties kunnen niet meer. Hierdoor is ook de relatie met haar partner veranderd. Zij kunnen niet meer samen naar verjaardagen of andere feesten en kunnen geen gezamenlijke uitjes meer ondernemen, zoals naar de bioscoop of uit eten. Ook kunnen zij niet meer samen op pad met de motor of samen naar beurzen.\n\nHet hof komt gelet op de aard en ernst van de overval en de fysieke en mentale gevolgen die dit voor de benadeelde partij heeft gehad en welke gevolgen ook voldoende zijn onderbouwd in de vordering, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 100.000,00 billijk voor.\n\nOp grond van de wet is het voor een benadeelde partij niet mogelijk om in hoger beroep de vordering tot schadevergoeding te verhogen. Wel kan het hof in uitzonderlijke gevallen door middel van de schadevergoedingsmaatregel een aanvullende schadevergoeding toekennen. Met betrekking tot het deel van de gevorderde immateriële schade bij wijze van toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ad €33.500,00 overweegt het hof als volgt. Anders dan het Openbaar Ministerie is het hof van oordeel dat geen sprake is van een uitzonderlijk geval als bedoeld in de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:1275). De gestelde onderdelen van de vordering: aantasting gezichtsvermogen, aantasting gehoor, misvorming van het gezicht\u002Flitteken in het gezicht en PTSS dateren immers van 2021 en is geen sprake van schade die in eerste aanleg in het geheel niet was te voorzien.\n\nAffectieschadeDe gevorderde affectieschade ad € 17.500,00 dient naar het oordeel van het hof te worden afgewezen, onder verwijzing naar het hiervoor opgenomen arrest van de Hoge Raad van 30 november 2021. Naar het oordeel van het hof is niet gebleken dat bij [slachtoffer 6] sprake is van ernstig en blijvend letsel, op grond waarvan [slachtoffer 5] als naaste aanspraak kan maken op een vergoeding als bedoeld in artikel 6:107 BW.\n\nToegewezen bedragDit betekent dat de vordering zal worden toegewezen tot een totaalbedrag van € 105.504,09.\n\nWettelijke renteDe verdachte is vanaf 25 februari 2021 wettelijke rente verschuldigd over het toegewezen bedrag van €1.015,53 (de helft van € 2.031,05) voor de installatie van het alarmsysteem. De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de sloten ter hoogte van € 405,00 (de helft van € 810,00) is verschuldigd vanaf 1 februari 2021. De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de autosleutel ter hoogte van € 109,92 (de helft van € 219,84) is verschuldigd vanaf 2 maart 2021.\n\nHet hof zoekt hiervoor telkens aansluiting bij de uiterste betaaldata van de desbetreffende facturen. De wettelijke rente over de braakschade ter hoogte van € 155,88 (de helft van € 311,75) is verschuldigd vanaf 17 januari 2024. Het hof gaat hierbij evenals de rechtbank uit van de datum van indiening van de vordering, omdat er geen factuur is overgelegd waaruit een eerdere datum als bedoeld in artikel 6:119 BW kan worden afgeleid. De wettelijke rente over de reiskosten ter hoogte van € 346,79 is verschuldigd vanaf 1 januari 2022. De behandelingen hebben plaatsgevonden vanaf 18 januari 2021 tot en met 3 januari 2023 en de rechtbank zoekt aansluiting bij het midden van deze periode. De wettelijke rente over het eigen risico over 2021 ter hoogte van € 385,00 is verschuldigd vanaf 23 april 2021, de datum van betaling aan de verzekeraar. De wettelijke rente over het eigen risico over 2022 ter hoogte van € 166,98 is verschuldigd vanaf 4 april 2022, de datum van indiening van de laatste factuur bij de verzekeraar. De wettelijke rente over de kosten van de EMDR-sessies van € 650,00 is verschuldigd vanaf 1 september 2022. De sessies zijn gevolgd gedurende de periode van 1 juni 2022 tot en met 3 januari 2023 en de rechtbank zoekt aansluiting bij het midden van deze periode. De wettelijke rente over de kosten van het Spotify abonnement ten bedrage van € 145,00 is verschuldigd vanaf 1 juli 2023. Ook hier gaat de rechtbank uit van het midden van de abonnementsperiode (van december 2022 tot en met januari 2024). De wettelijke rente over de kosten van de softlaser van € 399,00 is verschuldigd vanaf 27 februari 2023, de betaaldatum van de factuur. De wettelijke rente over de kosten verzorging paard is verschuldigd vanaf 28 april 2021 zijnde de laatste dag waarop [betrokkene 4] blijkens haar brief van 9 december 2023 voor het paard van [slachtoffer 5] heeft gezorgd.\n\nOver het resterende bedrag ter hoogte van € 100.224,99 wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf 7 januari 2021, de datum waarop de woningoverval heeft plaatsgevonden. Een en ander tot aan de dag van algehele voldoening.\n\nHoofdelijkheid\n\nHet hof zal de bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.\n\nProceskostenDaarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.\n\n10.7. \n\nVordering benadeelde partij [slachtoffer 7] (feit 5)\n\nDe benadeelde partij [slachtoffer 7] heeft een vordering tot schadevergoeding van € ‬20.000,00 ingediend tegen de verdachten wegens immateriële schade die hij als gevolg van het onder 5 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.\n\nDe rechtbank heeft een bedrag van € 10.000,00 toegewezen.\n\nDe benadeelde partij [slachtoffer 7] heeft bij brief van 2 december 2024 de vordering tot schadevergoeding gehandhaafd.\n\nStandpunt van het Openbaar MinisterieDe advocaat-generaal heeft opgemerkt dat [slachtoffer 7] op 14 maart 2026 is overleden. Dit neemt niet weg dat het hof op de vordering dient te beslissen. De vordering is op de voet van artikel 6:95 lid 2 BW vatbaar voor overgang onder algemene titel op de erfgenaam dan wel erfgenamen. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat een bedrag van € 10.000,00 kan worden toegewezen.\n\nStandpunt van de verdedigingDe verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat vrijspraak van het onder 5 ten laste gelegde feit is bepleit. Subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.\n\nOordeel van het hofMet betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt het hof evenals de rechtbank als volgt. Gelet op artikel 6:106 BW ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in de eer of goede naam of op andere wijze.\n\nEr is sprake van een woningoverval, waarbij vijf mannen met bivakmutsen ’s nachts de woning hebben betreden. Tenminste twee van hen hadden een vuurwapen en een van hen had een koevoet. [slachtoffer 7] is vastgebonden, geblinddoekt en meermaals geslagen met de koevoet. Ook is een vuurwapen op hem en zijn vrouw gericht. Uit het dossier en de toelichting bij de vordering blijkt dat hij blauwe plekken en zwellingen heeft opgelopen op zijn schedel en zijn benen, waarvoor hij naar de Spoedeisende Hulp in het ziekenhuis is gegaan. In het ziekenhuis zijn foto’s genomen. [slachtoffer 7] heeft ongeveer twee maanden last gehad van zijn linkerbeen. Door een klap op zijn oor heeft hij zeker drie maanden last gehad van constant oorsuizen en verminderd gehoor.\n\nNu in onderhavige zaak sprake is geweest van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, is er een wettelijke grondslag voor de vordering van de benadeelde partij en mogen ook de andere niet als lichamelijk letsel te kwalificeren gevolgen worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid.\n\nDe overval heeft flinke impact gehad op [slachtoffer 7] en zijn gezin. Hij hoorde zijn zoon gillen, wat bij hem door merg en been ging. [slachtoffer 7] dacht dat ze zijn zoon gingen vermoorden, maar kon niets voor hem doen. Hij ervaarde een gevoel van machteloosheid en is door de overval veranderd. Hij had nadien onder meer een kort lontje en had vanwege de overval zijn slaapkamer laten ombouwen tot een saferoom.\n\nHet hof komt gelet op de aard en ernst van de woningoverval, de onderbouwing van de vordering, alsmede de bedragen die in min of meer vergelijkbare gevallen worden toegekend, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 10.000,00 billijk voor. Het meer gevorderde zal worden afgewezen.\n\nToegewezen bedragDit betekent dat de gevorderde schade zal worden toegewezen tot een bedrag van € 10.000,00. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2021 tot aan de dag van algehele voldoening.\n\nHoofdelijkheidHet hof zal bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.\n\nProceskostenDaarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.\n\n10.8.. \n\nVordering benadeelde partij [slachtoffer 8] (feit 5)\n\nDe benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft een vordering tot schadevergoeding van € ‬10.380,00 ingediend tegen de verdachten wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 5 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 380,00 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade. De materiële schade bestaat uit medische kosten.\n\nDe rechtbank heeft de vordering tot vergoeding van de materiële schade van € 380,00 betrekking hebbende op EMDR-therapie toegewezen en de vordering tot vergoeding van de immateriële schade toegewezen tot een bedrag van € 5.000,00 en het meer gevorderde afgewezen.\n\nStandpunt van het Openbaar MinisterieDe advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen het eens te zijn met de rechtbank voor wat betreft de toewijzing van de materiële schade. De gevorderde immateriële schade ad € 10.000,00 dient te worden toegewezen.\n\nStandpunt van de verdedigingDe verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat vrijspraak van het onder 5 ten laste gelegde feit is bepleit. Een subsidiair standpunt heeft de verdediging niet ingenomen.\n\nOordeel van het hof\n\nMateriële schadeHet hof zal evenals de rechtbank de gevorderde vergoeding voor de geleden materiële schade, bestaande uit medische kosten ter hoogte van € 380,00 toewijzen. Deze schade vloeit rechtstreeks voort uit het bewezen verklaarde feit, is voldoende onderbouwd, niet betwist en komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond voor.\n\nImmateriële schadeMet betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt het hof evenals de rechtbank als volgt.\n\nGelet op artikel 6:106 BW ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in de eer of goede naam of op andere wijze.\n\nEr is sprake van een woningoverval, waarbij vijf mannen met bivakmutsen ’s nachts de woning hebben betreden. Tenminste twee van hen hadden een vuurwapen en een van hen had een koevoet. [slachtoffer 8] is vastgebonden, geblinddoekt en is bedreigd met een vuurwapen. Uit de letselrapportage en foto’s in het dossier blijkt dat zij blauwe plekken heeft opgelopen op haar rechter oksel en rechter onderbeen.\n\nNu in onderhavige zaak sprake is geweest van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, is er een wettelijke grondslag voor de vordering van de benadeelde partij en mogen ook de andere niet als lichamelijk letsel te kwalificeren gevolgen worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid.\n\nUit de toelichting op de vordering volgt dat de overval voor [slachtoffer 8] een zeer traumatische ervaring is geweest waar zij nog altijd last van heeft. Zij is enorm angstig geweest om het welzijn van haar man en haar zoon. Zij moest toezien hoe haar man geslagen werd met een breekijzer en hoorde ook hoe haar zoon het uitschreeuwde. Ze dacht dat zij haar zoon doodmaakten. Zij moest onder dreiging van een wapen naar de wc lopen. Zij was bang dat zij haar zouden verkrachten of doden. Sinds de overval is [slachtoffer 8] constant angstig en zij slaapt slecht, waarvoor zij slaapmiddelen heeft gekregen van haar arts. Zij heeft vanwege PTSS-klachten hulp gezocht bij een psycholoog en heeft EMDR-therapie gehad, hetgeen niet het gewenste effect heeft gehad. Het leven van [slachtoffer 8] heeft in haar ogen niet meer dezelfde kwaliteit als voorheen. Zij kan minder van het leven genieten. Zij ervaart een blijvend gevoel van onveiligheid en voelt zich beperkt in haar vrijheid. [slachtoffer 8] en haar echtgenoot durfden toen haar man nog leefde ook niet meer op vakantie omdat zij dan hun zoon in de woning alleen achter zouden moeten laten.\n\nHet hof komt anders dan de rechtbank gelet op de aard en ernst van de woningoverval, de onderbouwing van de vordering, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 10.000,00 billijk voor.\n\nToegewezen bedragDit betekent dat de gevorderde schade zal worden toegewezen tot een bedrag van € 10.380,00.\n\nWettelijke renteDe verdachte is vanaf 17 januari 2022 wettelijke rente verschuldigd over het toegewezen bedrag van € 380,00 aan medische kosten. Het hof zoekt hiervoor aansluiting bij de betaaldatum van de factuur.\n\nOver het bedrag aan immateriële schade van € 10.000,00 wordt de wettelijke rente toegewezen gerekend vanaf 4 juni 2021, de datum waarop de overval heeft plaatsgevonden.\n\nEen en ander tot aan de dag van algehele voldoening.\n\nHoofdelijkheidHet hof zal bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.\n\nProceskostenDaarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.\n\n10.9.. \n\n Vordering benadeelde partij [slachtoffer 9] (feit 5)\n\nDe benadeelde partij [slachtoffer 9] heeft een vordering tot schadevergoeding van € ‬20.000,00 ingediend tegen de verdachten wegens immateriële schade die hij als gevolg van het onder 5 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.\n\nDe rechtbank heeft de vordering tot vergoeding van de immateriële schade toegewezen tot een bedrag van € 12.500,00 en het meer gevorderde afgewezen.\n\nDe benadeelde partij [slachtoffer 9] heeft bij brief van 2 december 2024 de vordering gehandhaafd.\n\nStandpunt van het Openbaar MinisterieDe advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat het gevorderde bedrag ad € 20.000,00 dient te worden toegewezen.\n\nStandpunt van de verdedigingDe verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat vrijspraak van het onder 5 ten laste gelegde feit is bepleit. Een subsidiair standpunt heeft de verdediging niet ingenomen.\n\nOordeel van het hof\n\nImmateriële schadeMet betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt het hof evenals de rechtbank als volgt. Gelet op artikel 6:106 BW ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in de eer of goede naam of op andere wijze.\n\nEr is sprake van een woningoverval, waarbij vijf mannen met bivakmutsen ’s nachts de woning hebben betreden. Tenminste twee van hen hadden een vuurwapen en een van hen had een koevoet. [slachtoffer 9] is een zak over zijn hoofd getrokken en zijn handen zijn achter zijn rug geboeid. Ook zijn voeten zijn bij elkaar gebonden. Hij is met de koevoet geslagen. Hij had bloeduitstortingen op zijn dij, zijn bovenarm, zijn schouder en zijn onderrug. Ruim een half jaar heeft hij last gehad van gekneusde ribben en hij had twee maanden last met lopen. Er is ook een hete strijkbout op zijn bovenarm gezet, waardoor een brandwond is ontstaan. Deze is in de ambulance behandeld, en later nog een paar keer verschoond en verbonden door de huisarts. Het heeft [slachtoffer 9] een blijvend groot ontsierend litteken opgeleverd.\n\nNu in onderhavige zaak sprake is geweest van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, is er een wettelijke grondslag voor de vordering van de benadeelde partij en mogen ook de andere niet als lichamelijk letsel te kwalificeren gevolgen worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid.\n\nUit de toelichting bij de vordering blijkt dat [slachtoffer 9] na de woningoverval last had van geheugenzwakte en verstrooidheid. Ook was hij een tijdlang emotioneel labiel. De eerste periode durfde hij niet meer thuis te slapen, uit angst dat de overvallers terug zouden komen . Sinds de overval kan hij niet zo goed tegen “gezeur om kleine dingen”.\n\nHet hof komt anders dan de rechtbank gelet op de aard en ernst van de woningoverval, de onderbouwing van de vordering, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 20.000,00 billijk voor.\n\nToegewezen bedragDit betekent dat de gevorderde schade zal worden toegewezen tot een bedrag van € 20.000,00. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 4 juni 2021 tot aan de dag van algehele voldoening.\n\nHoofdelijkheidHet hof zal daarbij bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.\n\nProceskostenDaarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.\n\n10.10.. \n\nInitiële vordering [slachtoffer 11] (feit 8)\n\nOp 1 maart 2022 heeft [slachtoffer 11] een verzoek tot schadevergoeding ingediend die blijkens een poststempel op 4 maart 2022 is binnengekomen bij het Openbaar Ministerie Noord-Holland.\n\nHet hof stelt vast dat genoemd verzoek ter terechtzitting in eerste aanleg niet is behandeld en er evenmin een beslissing op is genomen.\n\nOp 14 april 2026 heeft de advocaat-generaal het hof geïnformeerd over het feit dat uiteindelijk contact is geweest met [slachtoffer 11] die heeft aangegeven zijn vordering te willen handhaven in hoger beroep maar dat de formulieren door het Openbaar Ministerie nog niet zijn ontvangen.\n\nDe advocaat-generaal heeft ter zitting in hoger beroep het standpunt ingenomen dat nu [slachtoffer 11] zijn vordering niet heeft gehandhaafd deze dan ook niet aan de orde is.\n\nHet hof is van oordeel dat de vordering van [slachtoffer 11] niet aan de orde is omdat hoewel de vordering tijdig is ingediend, deze niet door de rechtbank is behandeld en de rechtbank hierop ook niet heeft beslist. Een behandeling eerst in de fase van het hoger beroep is niet mogelijk zodat de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 11] niet aan de orde is.\n\nHet hof heeft in beginsel ook de mogelijkheid om ambtshalve aan [slachtoffer 11] een schadevergoeding toe te kennen op grond van art. 36f Sr. In deze zaak is immers sprake van een uitzonderlijke situatie, waarin de vordering van [slachtoffer 11] door een fout van justitie niet is behandeld door de rechtbank. Het hof constateert echter dat [slachtoffer 11] de gestelde schade in het geheel niet heeft onderbouwd. Het hof heeft daarmee onvoldoende aanknopingspunten om de hoogte van de schade vast te stellen, en zal daarom geen toepassing geven aan art. 36f Sr.\n\n10. Toepasselijke wettelijke voorschriften\n\nDe op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 45, 47, 55, 57, 140, 288 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.\n\n11. BESLISSING\n\nHet hof:\n\nVerklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep wat betreft de aan hem onder feiten 1, 2, 4, 5, 7, 8 en 10 tweede cumulatief\u002Falternatief tenlastegelegde afpersing.\n\nVernietigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en doet opnieuw recht:\n\nVerklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 tenlastegelegde heeft begaan.\n\nVerklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.\n\nVerklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.\n\nVeroordeelt de verdachte tot levenslange gevangenisstraf.\n\nVordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]\n\nWijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-316555-23 en in dit arrest onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van\n\n€ 25.510,23 (vijfentwintigduizend vijfhonderdtien euro en drieëntwintig cent) bestaande uit\n\n€ 5.510,23 (vijfduizend vijfhonderdtien euro en drieëntwintig cent) materiële schade en\n\n€ 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nWijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.\n\nVeroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.\n\nLegt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-316555-23 en in dit arrest onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 25.510,23 (vijfentwintigduizend vijfhonderdtien euro en drieëntwintig cent) bestaande uit € 5.510,23 (vijfduizend vijfhonderdtien euro en drieëntwintig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nBepaalt de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.\n\nBepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.\n\nBepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op\n\n- 8 augustus 2020 over een bedrag van € 3.120,00 ter zake van resterend bedrag - 11 november 2020 over een bedrag van € 970,25 ter zake van installatie alarmsysteem - 2 november 2021 over een bedrag van € 113,00 ter zake van eigen risico verzekering - 1 december 2021 over een bedrag van € 1.306,98 ter zake van alarmsysteem abonnementskosten\n\nen van de immateriële schade op\n\n8 augustus 2020.\n\nVordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]\n\nWijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-316555-23 en in dit arrest onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nWijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.\n\nVeroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.\n\nLegt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-316555-23 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 10.000,00 (tienduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nBepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 0 (nul) dagen.\n\nBepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.\n\nBepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 8 augustus 2020.\n\nVordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]\n\nWijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-025439-23 en in dit arrest onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 42.372,61 (tweeënveertigduizend driehonderdtweeënzeventig euro en eenenzestig cent) bestaande uit € 32.372,61 (tweeëndertigduizend driehonderdtweeënzeventig euro en eenenzestig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nWijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige, te weten een bedrag van € 2.000,00 (tweeduizend euro) aan immateriële schadeaf.\n\nVerklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.\n\nVeroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.\n\nLegt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-025439-23 en in dit arrest onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 42.372,61 (tweeënveertigduizend driehonderdtweeënzeventig euro en eenenzestig cent) bestaande uit € 32.372,61 (tweeëndertigduizend driehonderdtweeënzeventig euro en eenenzestig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nBepaalt de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.\n\nBepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.\n\nBepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 30 december 2020.\n\nVordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]\n\nWijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-025439-23 en in dit arrest onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nWijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.\n\nVeroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.\n\nLegt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-025439-23 en in dit arrest onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 10.000,00 (tienduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nBepaalt de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.\n\nBepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.\n\nBepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 30 december 2020.\n\nVordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]\n\nWijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 5] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-259320-22 en in dit arrest onder 3 en 4 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 105.504,09 (honderdvijfduizend vijfhonderdvier euro en negen cent) bestaande uit\n\n€ 5.504,09 (vijfduizend vijfhonderdvier euro en negen cent) materiële schade en € 100.000,00 (honderdduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nWijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.\n\nVeroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.\n\nLegt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 5] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-259320-22 en in dit arrest onder 3 en 4 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 105.504,09 (honderdvijfduizend vijfhonderdvier euro en negen cent) bestaande uit € 5.504,09 (vijfduizend vijfhonderdvier euro en negen cent) materiële schade en € 100.000,00 (honderdduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nBepaalt de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.\n\nBepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.\n\nBepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op\n\n- 7 januari 2021 over een bedrag van € 224,99 ter zake van overige kosten - 17 januari 2021 over een bedrag van € 155,88 ter zake van braakschade - 1 februari 2021 over een bedrag van € 405,00 ter zake van kosten sloten - 25 februari 2021 over een bedrag van € 1.015,53 ter zake van installatie alarmsysteem - 2 maart 2021 over een bedrag van € 109,92 ter zake van vervangen autosleutel - 23 april 2021 over een bedrag van € 385,00 ter zake van eigen risico 2021 - 28 april 2021 over een bedrag van € 1.500,00 ter zake van verzorging paard - 1 januari 2022 over een bedrag van € 346,79 ter zake van reiskosten - 4 april 2022 over een bedrag van € 166,98 ter zake van eigen risico 2022 - 1 september 2022 over een bedrag van € 650,00 ter zake van EMDR - 27 februari 2023 over een bedrag van € 399,00 ter zake van softlaser - 1 juli 2023 over een bedrag van € 145,00 ter zake van spotify\n\nen van de immateriële schade op 7 januari 2021.\n\nVordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]\n\nWijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 6] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-259320-22 en in dit arrest onder 3 en 4 bewezenverklaarde tot het bedrag van €36.021,32 (zesendertigduizend eenentwintig euro en tweeëndertig cent) bestaande uit\n\n€ 3.521,32 (drieduizend vijfhonderdeenentwintig euro en tweeëndertig cent) materiële schade en €32.500,00 (tweeëndertigduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nWijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van € 8.326,92 (achtduizend driehonderdzesentwintig euro en tweeënnegentig cent) bestaande uit € 326,92 (driehonderdzesentwintig euro en tweeënnegentig cent) materiële schade en € 8.000,00 (achtduizend euro) immateriële schadeaf.\n\nVerklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.\n\nVeroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.\n\nLegt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 6] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-259320-22 en in dit arrest onder 3 en 4 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 36.021,32 (zesendertigduizend eenentwintig euro en tweeëndertig cent) bestaande uit € 3.521,32 (drieduizend vijfhonderdeenentwintig euro en tweeëndertig cent) materiële schade en € 32.500,00 (tweeëndertigduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nBepaalt de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.\n\nBepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.\n\nBepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op\n\n- 7 januari 2021 over een bedrag van € 269,99 ter zake van overige kosten - 17 januari 2021 over een bedrag van € 155,88 ter zake van braakschade - 19 januari 2021 over een bedrag van € 40,00 ter zake van medische kosten - 25 januari 2021 over een bedrag van € 1.140,00 ter zake van inkomstenderving - 1 februari 2021 over een bedrag van € 405,00 ter zake van kosten vervangen sloten - 25 februari 2021 over een bedrag van € 1.015,53 ter zake van installatie alarmsysteem - 2 maart 2021 over een bedrag van € 109,92 ter zake van vervangen autosleutel - 10 april 2021 over een bedrag van € 385,00 ter zake van eigen risico\n\nen van de immateriële schade op 7 januari 2021.\n\nVordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7]\n\nWijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 7] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-025439-23 en in dit arrest onder 5 bewezenverklaarde tot het bedrag van\n\n€ 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nWijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.\n\nVeroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.\n\nLegt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 7] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-025439-23 en in dit arrest onder 5 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 10.000,00 (tienduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nBepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 0 (nul) dagen.\n\nBepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.\n\nBepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 4 juni 2021.\n\nVordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9]\n\nWijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 9] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-025439-23 en in dit arrest onder 5 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 20.000,00 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nVeroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.\n\nLegt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 9] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-025439-23 en in dit arrest onder 5 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 20.000,00 (twintigduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nBepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 0 (nul) dagen.\n\nBepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.\n\nBepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 4 juni 2021.\n\nVordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8]\n\nWijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 8] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-025439-23 en in dit arrest onder 5 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 10.380,00 (tienduizend driehonderdtachtig euro) bestaande uit € 380,00 (driehonderdtachtig euro) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nVeroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.\n\nLegt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 8] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-025439-23 en in dit arrest onder 5 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 10.380,00 (tienduizend driehonderdtachtig euro) bestaande uit € 380,00 (driehonderdtachtig euro) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.\n\nBepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 0 (nul) dagen.\n\nBepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.\n\nBepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 4 juni 2021.\n\nDit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L. Leenaers, mr. J.W.H.G. Loyson, mr. L.M.G. de Weerd en, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 juli 2026.\n\nBijlage I – tenlastelegging\n\n15\u002F316555-23 - Mainz1.\n\nhij op of omstreeks 8 augustus 2020 te De Goorn, gemeente Koggenland (omstreeks 03:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in\u002Fuit een woning gelegen aan de [adres 1] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een envelop (met daarin een geldbedrag ter hoogte van 3000,- euro) en\u002Fof een of meerdere telefoon(s) en\u002Fof een of meerdere sleutel(s), in elk geval enig(e) goed(eren), dat\u002Fdie geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en\u002Fof [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en\u002Fof zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en\u002Fof gevolgd van geweld en\u002Fof bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en\u002Fof [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en\u002Fof gemakkelijk te maken, en\u002Fof om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en\u002Fof andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - een of meerdere (vuur)wapens en\u002Fof breekijzer(s) ter hand te nemen en\u002Fof\n\nmeermalen (met een breekijzer, althans een voorwerp) op\u002Ftegen het lichaam en\u002Fof op het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan en\u002Fof\n\nmeermalen op\u002Ftegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen en\u002Fof\n\n(daarbij) die [slachtoffer 1] dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en\u002Fof\n\n(meermalen) (met een vuurwapen) op en\u002Fof in de richting van die [slachtoffer 1] te schieten en\u002Fof\n\ndie [slachtoffer 2] vast te pakken en\u002Fof\n\n(vervolgens) een vuurwapen, althans een voorwerp op\u002Ftegen haar hoofd te drukken en\u002Fof te houden en\u002Fof\n\n(daarbij) dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en\u002Fof\n\n(vervolgens) een vuurwapen, althans een voorwerp in\u002Ftegen de rug van die [slachtoffer 2] te duwen en\u002Fof\n\ndie [slachtoffer 2] te dwingen mee te lopen;\n\n15\u002F025439-23 - Millet\n\n2.hij op of omstreeks 30 december 2020 te Dreumel, gemeente West Maas en Waal (gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in\u002Fuit een woning gelegen aan de [adres 2] ), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een geldbedrag (ter hoogte van 15.000 euro) en\u002Fof sieraden en\u002Fof een luchtbuks en\u002Fof een personenauto (Audi) en\u002Fof een portemonnee en\u002Fof een schroevendraaier en\u002Fof een of meerdere flessen champagne in elk geval enig(e) goed(eren), dat\u002Fdie geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] en\u002Fof [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en\u002Fof zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en\u002Fof gevolgd van geweld en\u002Fof bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] en\u002Fof [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en\u002Fof gemakkelijk te maken, en\u002Fof om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en\u002Fof andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door\n\neen of meerdere (vuur)wapens en\u002Fof breekijzer(s) en\u002Fof hamer(s) ter hand te nemen en\u002Fof\n\n(daarbij) dreigend tegen [slachtoffer 4] en\u002Fof [slachtoffer 3] de woorden \"Geld\" en\u002Fof \"Er moet 100.000 euro liggen\" toe te voegen, althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard en\u002Fof strekking, en\u002Fof\n\ndie [slachtoffer 4] te dwingen mee te lopen en\u002Fof\n\nde handen en\u002Fof voeten van die [slachtoffer 4] vast te binden en\u002Fof\n\nop\u002Ftegen het lichaam van die [slachtoffer 4] te slaan en\u002Fof\n\naan de haren van die [slachtoffer 4] te trekken en\u002Fof\n\ndie [slachtoffer 4] (met kracht) van het bed af te trekken\n\neen vuurwapen, althans een voorwerp op\u002Ftegen zijn hoofd van die [slachtoffer 3] te drukken en\u002Fof te houden en\u002Fof\n\nde handen en\u002Fof voeten van die [slachtoffer 3] vast te binden;\n\n15\u002F259320-22 - Zwenkau\n\n3.hij op of omstreeks 7 januari 2021 te Avenhorn, gemeente Koggenland (omstreeks 01.35 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in\u002Fuit een woning gelegen aan\u002Fop [adres 3] ) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk [slachtoffer 5] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen in de nek\u002Fhals van die [slachtoffer 5] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid welke vooromschreven poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en\u002Fof voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een afpersing in vereniging en\u002Fof een diefstal met geweld in vereniging van een geldbedrag en\u002Fof een portemonnee (met inhoud) en\u002Fof (een) (auto)sleutel(s) en\u002Fof sigaretten en\u002Fof een aansteker, in elk geval enig(e) goed(eren), gepleegd tegen die [slachtoffer 5] en\u002Fof [slachtoffer 6] welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en\u002Fof om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en\u002Fof aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en\u002Fof het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;\n\n4.hij op of omstreeks 7 januari 2021 te Avenhorn, gemeente Koggenland (omstreeks 01.35 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in\u002Fuit een woning gelegen aan\u002Fop [adres 3] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een geldbedrag en\u002Fof een portemonnee (met inhoud) en\u002Fof (een) (auto)sleutel(s) en\u002Fof sigaretten en\u002Fof een aansteker, in elk geval enig(e) goed(eren), dat\u002Fdie geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] en\u002Fof [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en\u002Fof zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om zich dat\u002Fdie goed(eren) wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en\u002Fof gevolgd van geweld en\u002Fof bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] en\u002Fof [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en\u002Fof gemakkelijk te maken, en\u002Fof om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en\u002Fof andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door\n\neen of meerdere (vuur)wapens ter hand te nemen en\u002Fof\n\ndie [slachtoffer 6] om\u002Fbij de keel vast te pakken en\u002Fof\n\n(vervolgens) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 6] en\u002Fof [slachtoffer 5] te richten en\u002Fof te tonen, en\u002Fof\n\nmeermalen (met een voorwerp) op\u002Ftegen het lichaam en\u002Fof op het hoofd van die [slachtoffer 6] te slaan en\u002Fof\n\n(daarbij) (meermalen) dreigend te roepen “geld” en\u002Fof \"Ga je geld halen achter\" en\u002Fof \"Schiet hem dood\" en\u002Fof \"We willen het grote geld\", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en\u002Fof strekking en\u002Fof\n\nmet kracht op\u002Ftegen het lichaam van die [slachtoffer 5] te duwen en\u002Fof\n\n(met een vuurwapen) op en\u002Fof in de richting van de keel\u002Fhals, althans lichaam, van die [slachtoffer 5] te schieten ten gevolge waarvan die [slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen;15\u002F025439-23 - Zulpich\n\n5.hij op of omstreeks 04 juni 2021 te Heerhugowaard (omstreeks 03:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in\u002Fuit een woning gelegen aan\u002Fop de [adres 4] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een personenauto (Audi Q7) en\u002Fof twee mobiele telefoons en\u002Fof een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), dat\u002Fdie geheel of ten dele aan [slachtoffer 9] en\u002Fof [slachtoffer 8] en\u002Fof [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en\u002Fof zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en\u002Fof gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 9] en\u002Fof [slachtoffer 8] en\u002Fof [slachtoffer 7] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en\u002Fof gemakkelijk te maken en\u002Fof om, bij betrapping op heterdaad, aan zichelf en\u002Fof andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door\n\neen zak over het hoofd van [slachtoffer 9] te trekken en\u002Fof\n\ndie [slachtoffer 9] vast te binden en\u002Fof\n\n(vervolgens) een heet strijkijzer op\u002Ftegen de schouder van [slachtoffer 9] te drukken en\u002Fof te houden en\u002Fof\n\neen vuurwapen, althans een daarop lijkend voorwerp, op\u002Ftegen de rug van [slachtoffer 9] te houden, althans te tonen en\u002Fof\n\ndie [slachtoffer 9] meermalen, met een koevoet op\u002Ftegen het bovenbeen te slaan en\u002Fof\n\n(daarbij) te roepen \"waar is het geld\" en\u002Fof \"Ik snij haar strot door als jullie niet zeggen of er nog meer geld is\" en\u002Fof \"Waar is de kluis\" of woorden van gelijke dreigende aard en\u002Fof strekking en\u002Fof\n\ndie [slachtoffer 7] meermalen (met een koevoet) op\u002Ftegen het gezicht en\u002Fof zijn been te slaan en\u002Fof\n\neen vuurwapen, althans een daarop lijkend voorwerp, te tonen aan [slachtoffer 7] en\u002Fof\n\ndie [slachtoffer 7] en\u002Fof [slachtoffer 8] vast te binden en\u002Fof te blinddoeken en\u002Fof\n\n(daarbij) tegen die [slachtoffer 7] te roepen \"waar is het geld\" en\u002Fof \"meer geld\" of woorden van gelijke dreigende aard of strekking en\u002Fof\n\n(daarbij) tegen die [slachtoffer 8] te roepen \"waar is het geld\" en\u002Fof \"We steken het in brand\", althans woorden van soortgelijke aard en\u002Fof strekking en\u002Fof\n\neen vuurwapen, althans een daarop lijkend voorwerp, op [slachtoffer 8] te richten en\u002Fof te dwingen mee te lopen;\n\n15\u002F322543-21 - Ararat6.hij op of omstreeks 14 juni 2021 te Berkhout tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 10] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door met een vuurwapen op\u002Fin het (boven)lichaam van die [slachtoffer 10] te schieten welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en\u002Fof voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een poging tot afpersing in vereniging en\u002Fof een poging tot diefstal met geweld in vereniging van een of meerdere goederen van zijn\u002Fhun gading, gepleegd tegen die [slachtoffer 10] en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en\u002Fof om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en\u002Fof aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en\u002Fof het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;\n\n7.hij op of omstreeks 14 juni 2021 te Berkhout, (omstreeks 03:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om geld en\u002Fof goederen, in elk geval enig goed, dat\u002Fdie geheel of ten dele aan [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en\u002Fof zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen de woning van die [slachtoffer 10] door middel van braak en\u002Fof verbreking tegen de wil van die [slachtoffer 10] heeft\u002Fhebben betreden terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en\u002Fof gevolgd van geweld en\u002Fof bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 10] , gepleegd met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en\u002Fof andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door\n\neen of meerdere (vuur)wapens en\u002Fof breekijzer(s) ter hand te nemen, en\u002Fof\n\n(vervolgens) met een vuurwapen op\u002Fin het lichaam van die [slachtoffer 10] te schieten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 10] is overleden;\n\n15\u002F186945-22 - Willich\n\n8.hij op of omstreeks 22 juli 2021 te Noord-Scharwoude (omstreeks 04: 32 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in\u002Fuit een woning gelegen aan de [adres 28] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een sleutel en\u002Fof een portemonnee (met inhoud) en\u002Fof een telefoon en\u002Fof een breekijzer, in elk geval enig(e) goed(eren), dat\u002Fdie geheel of ten dele aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en\u002Fof zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en\u002Fof gevolgd van geweld en\u002Fof bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 11] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en\u002Fof gemakkelijk te maken, en\u002Fof om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en\u002Fof andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door\n\neen vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 11] te richten en\u002Fof te tonen, en\u002Fof\n\n(daarbij) (dreigend) de woorden toe te voegen: “We willen de sleutel van (de woning van) [slachtoffer 12] \" en\u002Fof \"We willen geld”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en\u002Fof strekking en\u002Fof\n\ndie [slachtoffer 11] met tape vast te binden;\n\n9.hij op of omstreeks 22 juli 2021 te Noord-Scharwoude (omstreeks 04: 32 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in\u002Fuit een woning gelegen aan de [adres 28] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk [slachtoffer 12] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen in het bovenlichaam van die [slachtoffer 12] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid welke vooromschreven poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en\u002Fof voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een afpersing in vereniging en\u002Fof een diefstal met geweld in vereniging door middel van braak en\u002Fof verbreking gepleegd in een woning gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (strafbaar gesteld in (de) artikel(en) 317, 312 lid 1 jo lid 2 jo 310 van het Wetboek van Strafrecht), welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en\u002Fof om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en\u002Fof aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en\u002Fof het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;\n\n10.hij op of omstreeks 22 juli 2021 te Noord-Scharwoude (omstreeks 04: 32 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in\u002Fuit een woning gelegen aan de [adres 28] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een portemonnee (met inhoud) en\u002Fof een usb stick, in elk geval enig(e) goed(eren), dat\u002Fdie geheel of ten dele aan [slachtoffer 12] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en\u002Fof zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en\u002Fof gevolgd van geweld en\u002Fof bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 12] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en\u002Fof gemakkelijk te maken, en\u002Fof om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en\u002Fof andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door\n\n(met een vuurwapen) in het bovenlichaam van die [slachtoffer 12] te schieten en\u002Fof\n\ndie [slachtoffer 12] om\u002Fbij de keel vast te pakken en\u002Fof vast te houden ten gevolge waarvan die [slachtoffer 12] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen;\n\n15\u002F025439-23 – criminele organisatie\n\n11.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 08 augustus 2020 tot en met 22 juli 2021 te De Goorn en\u002Fof Nieuwe Niedorp en\u002Fof Dreumel en\u002Fof Avenhorn en\u002Fof Berkhout en\u002Fof [adres 25] en\u002Fof [plaats 2] , althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 2] en\u002Fof [medeverdachte 1] en\u002Fof [medeverdachte 3] welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven te weten het plegen van overvallen (artikel 312\u002F317 Wetboek van Strafrecht).","rechtspraak_nl","ecli-nl-ghams-2026-1864",1,{"totalDecisions":21,"byYear":23,"byCourt":26},[24],{"year":25,"count":21},2026,[27],{"courtId":15,"courtName":16,"count":21},[29,31,34,37,40,43,46,49,52,55,58,61,64,67,70,73,76,79,82,85,88,91,94,97,100,103,106,109,112,115,118,121,124,127,130,133,136,139,142,145,148,151,154,157,160,163,166,169,172,175,178,181,184,187,190,193,196,199,202,205,208,211,214,217,220,223,226,229,232,235,238,241,244,247,250,253,256,259,262,265,268,271,274,277,280,283,286,289,292,295,298,301,304,307,310,313,316,319,322,325,328,331,334,337,340,343,346,349,352,355,358,361,364,367,370,373,376,379,382,385,388,391,394,397,400,403,406,409,412,415,418,421,424,427,430,433,436,439,442,445,448,451,454,457,460,463,466,469,472,475,478,481,484,487,490,493,496,499,502,505,508,511,514,517,520,523,526,529,532,535,538,541,544,547,550,553,556,559,562,565,568,571,574,577,580,583,586,589,592,595,598,601,604,607,610,613,616,619,622,625,628,631,634,637,640,643,646,649,652,655,658,661,664,667,670,673,676,679,682,685,688,691,694,697,700,703,706,709,712,715,718,721,724,727,730,733,736,739,742,745,748,751,754,757,760,763,766,769,772,775,778,781,784,787,790,793,796,799,802,805,808,811,814,817,820,823,826,829,832,835,838,841,844,847,850,853,856,859,862,865,868,871,874,877,880,883,886,889,892,895,898,901,904,907,910,913,916,919,922,925,928,931,934,937,940,943,946,949,952,955,958,961,964,967,970,973,976,979,982,985,988,991,994,997,1000,1003,1006,1009,1012,1015,1018,1021,1024,1027,1030,1033,1036,1039,1042,1045,1048,1051,1054,1057,1060,1063,1066,1069,1072,1075,1078,1081,1084,1087,1090,1093,1096,1099,1102,1105,1108,1111,1114,1117,1120,1123,1126,1129,1132,1135,1138,1141,1144,1147,1150,1153,1156,1159,1162,1165,1168,1171,1174,1177,1180,1183,1186,1189,1192,1195,1198,1201,1204,1207,1210,1213,1216,1219,1222,1225,1228,1231,1234,1237,1240,1243,1246,1249,1252,1255,1258,1261,1264,1267,1270,1273,1276,1279,1282,1285,1288,1291,1294,1297,1300,1303,1306,1309,1312,1315,1318,1321,1324,1327,1330,1333,1336,1339,1342,1345,1348,1351,1354,1357,1360,1363,1366,1369,1372,1375,1378,1381,1384,1387,1390,1393,1396,1399,1402,1405,1408,1411,1414,1417,1420,1423,1426,1429,1432,1435,1438,1441],{"id":30,"code":6,"article":14,"title":8,"country":9},"123747",{"id":32,"code":6,"article":33,"title":8,"country":9},"121882","art. 10:105 lid 2",{"id":35,"code":6,"article":36,"title":8,"country":9},"121886","art. 10:106",{"id":38,"code":6,"article":39,"title":8,"country":9},"122068","art. 10:127",{"id":41,"code":6,"article":42,"title":8,"country":9},"122406","art. 10:127 lid 1",{"id":44,"code":6,"article":45,"title":8,"country":9},"123489","art. 10:158",{"id":47,"code":6,"article":48,"title":8,"country":9},"122067","art. 10:159",{"id":50,"code":6,"article":51,"title":8,"country":9},"123032","art. 10:160",{"id":53,"code":6,"article":54,"title":8,"country":9},"122300","art. 10:2",{"id":56,"code":6,"article":57,"title":8,"country":9},"121887","art. 10:20",{"id":59,"code":6,"article":60,"title":8,"country":9},"123491","art. 10:3",{"id":62,"code":6,"article":63,"title":8,"country":9},"123744","art. 10:31",{"id":65,"code":6,"article":66,"title":8,"country":9},"122101","art. 10:31 lid 4",{"id":68,"code":6,"article":69,"title":8,"country":9},"122102","art. 10:32",{"id":71,"code":6,"article":72,"title":8,"country":9},"121978","art. 10:51",{"id":74,"code":6,"article":75,"title":8,"country":9},"122349","art. 10:56",{"id":77,"code":6,"article":78,"title":8,"country":9},"121939","art. 10:57",{"id":80,"code":6,"article":81,"title":8,"country":9},"121940","art. 10:58",{"id":83,"code":6,"article":84,"title":8,"country":9},"122405","art. 10:8",{"id":86,"code":6,"article":87,"title":8,"country":9},"123090","art. 1:10 lid 1",{"id":89,"code":6,"article":90,"title":8,"country":9},"124297","art. 1:100",{"id":92,"code":6,"article":93,"title":8,"country":9},"124296","art. 1:102",{"id":95,"code":6,"article":96,"title":8,"country":9},"121986","art. 1:12 lid 1",{"id":98,"code":6,"article":99,"title":8,"country":9},"123087","art. 1:15",{"id":101,"code":6,"article":102,"title":8,"country":9},"124354","art. 1:164",{"id":104,"code":6,"article":105,"title":8,"country":9},"122171","art. 1:204",{"id":107,"code":6,"article":108,"title":8,"country":9},"122857","art. 1:207",{"id":110,"code":6,"article":111,"title":8,"country":9},"122856","art. 1:207 lid 1",{"id":113,"code":6,"article":114,"title":8,"country":9},"122170","art. 1:212",{"id":116,"code":6,"article":117,"title":8,"country":9},"121883","art. 1:227 lid 1",{"id":119,"code":6,"article":120,"title":8,"country":9},"121884","art. 1:227 lid 2",{"id":122,"code":6,"article":123,"title":8,"country":9},"121885","art. 1:227 lid 3",{"id":125,"code":6,"article":126,"title":8,"country":9},"121879","art. 1:228",{"id":128,"code":6,"article":129,"title":8,"country":9},"121880","art. 1:228 lid 1",{"id":131,"code":6,"article":132,"title":8,"country":9},"123904","art. 1:235",{"id":134,"code":6,"article":135,"title":8,"country":9},"123903","art. 1:235 lid 1",{"id":137,"code":6,"article":138,"title":8,"country":9},"123905","art. 1:237 lid 1",{"id":140,"code":6,"article":141,"title":8,"country":9},"121955","art. 1:247 lid 2",{"id":143,"code":6,"article":144,"title":8,"country":9},"123037","art. 1:247 lid 3",{"id":146,"code":6,"article":147,"title":8,"country":9},"123013","art. 1:247 lid 4",{"id":149,"code":6,"article":150,"title":8,"country":9},"122741","art. 1:250",{"id":152,"code":6,"article":153,"title":8,"country":9},"124343","art. 1:250 lid 1",{"id":155,"code":6,"article":156,"title":8,"country":9},"121805","art. 1:255",{"id":158,"code":6,"article":159,"title":8,"country":9},"121912","art. 1:255 lid 1",{"id":161,"code":6,"article":162,"title":8,"country":9},"122038","art. 1:255 lid 2",{"id":164,"code":6,"article":165,"title":8,"country":9},"121927","art. 1:257",{"id":167,"code":6,"article":168,"title":8,"country":9},"122036","art. 1:257 lid 1",{"id":170,"code":6,"article":171,"title":8,"country":9},"122037","art. 1:257 lid 2",{"id":173,"code":6,"article":174,"title":8,"country":9},"121875","art. 1:260",{"id":176,"code":6,"article":177,"title":8,"country":9},"122175","art. 1:261 lid 2",{"id":179,"code":6,"article":180,"title":8,"country":9},"122076","art. 1:264 lid 1",{"id":182,"code":6,"article":183,"title":8,"country":9},"122395","art. 1:266 lid 1",{"id":185,"code":6,"article":186,"title":8,"country":9},"124539","art. 1:275 lid 2",{"id":188,"code":6,"article":189,"title":8,"country":9},"123938","art. 1:28",{"id":191,"code":6,"article":192,"title":8,"country":9},"123939","art. 1:28 lid 2",{"id":194,"code":6,"article":195,"title":8,"country":9},"122204","art. 1:295",{"id":197,"code":6,"article":198,"title":8,"country":9},"122205","art. 1:299",{"id":200,"code":6,"article":201,"title":8,"country":9},"122246","art. 1:326 lid 2",{"id":203,"code":6,"article":204,"title":8,"country":9},"124215","art. 1:345",{"id":206,"code":6,"article":207,"title":8,"country":9},"124216","art. 1:356",{"id":209,"code":6,"article":210,"title":8,"country":9},"123485","art. 1:392",{"id":212,"code":6,"article":213,"title":8,"country":9},"121881","art. 1:4 lid 2",{"id":215,"code":6,"article":216,"title":8,"country":9},"122591","art. 1:400 lid 2",{"id":218,"code":6,"article":219,"title":8,"country":9},"122588","art. 1:401",{"id":221,"code":6,"article":222,"title":8,"country":9},"123472","art. 1:401 lid 1",{"id":224,"code":6,"article":225,"title":8,"country":9},"122592","art. 1:401 lid 5",{"id":227,"code":6,"article":228,"title":8,"country":9},"124514","art. 1:402",{"id":230,"code":6,"article":231,"title":8,"country":9},"124006","art. 1:414 lid 5",{"id":233,"code":6,"article":234,"title":8,"country":9},"124007","art. 1:417",{"id":236,"code":6,"article":237,"title":8,"country":9},"122614","art. 1:431 lid 1",{"id":239,"code":6,"article":240,"title":8,"country":9},"123583","art. 1:439",{"id":242,"code":6,"article":243,"title":8,"country":9},"123632","art. 1:441",{"id":245,"code":6,"article":246,"title":8,"country":9},"122615","art. 1:450 lid 1",{"id":248,"code":6,"article":249,"title":8,"country":9},"123751","art. 1:5",{"id":251,"code":6,"article":252,"title":8,"country":9},"123094","art. 1:5 lid 2",{"id":254,"code":6,"article":255,"title":8,"country":9},"123753","art. 1:5 lid 4",{"id":257,"code":6,"article":258,"title":8,"country":9},"123095","art. 1:5 lid 9",{"id":260,"code":6,"article":261,"title":8,"country":9},"123174","art. 1:68",{"id":263,"code":6,"article":264,"title":8,"country":9},"123749","art. 1:7",{"id":266,"code":6,"article":267,"title":8,"country":9},"123752","art. 1:7 lid 1",{"id":269,"code":6,"article":270,"title":8,"country":9},"122624","art. 1:88",{"id":272,"code":6,"article":273,"title":8,"country":9},"122623","art. 1:89",{"id":275,"code":6,"article":276,"title":8,"country":9},"122833","art. 2:11",{"id":278,"code":6,"article":279,"title":8,"country":9},"122898","art. 2:14",{"id":281,"code":6,"article":282,"title":8,"country":9},"122958","art. 2:14 lid 1",{"id":284,"code":6,"article":285,"title":8,"country":9},"122897","art. 2:15",{"id":287,"code":6,"article":288,"title":8,"country":9},"124095","art. 2:15 lid 1",{"id":290,"code":6,"article":291,"title":8,"country":9},"122900","art. 2:15 lid 3",{"id":293,"code":6,"article":294,"title":8,"country":9},"124412","art. 2:19 lid 2",{"id":296,"code":6,"article":297,"title":8,"country":9},"123992","art. 2:203 lid 1",{"id":299,"code":6,"article":300,"title":8,"country":9},"123994","art. 2:203 lid 2",{"id":302,"code":6,"article":303,"title":8,"country":9},"123995","art. 2:203 lid 3",{"id":305,"code":6,"article":306,"title":8,"country":9},"122681","art. 2:210 lid 3",{"id":308,"code":6,"article":309,"title":8,"country":9},"124098","art. 2:227 lid 7",{"id":311,"code":6,"article":312,"title":8,"country":9},"124092","art. 2:244",{"id":314,"code":6,"article":315,"title":8,"country":9},"124097","art. 2:250 lid 2",{"id":317,"code":6,"article":318,"title":8,"country":9},"124093","art. 2:268",{"id":320,"code":6,"article":321,"title":8,"country":9},"124091","art. 2:272",{"id":323,"code":6,"article":324,"title":8,"country":9},"122904","art. 2:8",{"id":326,"code":6,"article":327,"title":8,"country":9},"124096","art. 2:8 lid 1",{"id":329,"code":6,"article":330,"title":8,"country":9},"122343","art. 2:9",{"id":332,"code":6,"article":333,"title":8,"country":9},"123584","art. 3:1",{"id":335,"code":6,"article":336,"title":8,"country":9},"122965","art. 3:105",{"id":338,"code":6,"article":339,"title":8,"country":9},"122966","art. 3:105 lid 1",{"id":341,"code":6,"article":342,"title":8,"country":9},"124027","art. 3:108",{"id":344,"code":6,"article":345,"title":8,"country":9},"122968","art. 3:113 lid 1",{"id":347,"code":6,"article":348,"title":8,"country":9},"124026","art. 3:113 lid 2",{"id":350,"code":6,"article":351,"title":8,"country":9},"122142","art. 3:13",{"id":353,"code":6,"article":354,"title":8,"country":9},"124291","art. 3:13 lid 1",{"id":356,"code":6,"article":357,"title":8,"country":9},"123440","art. 3:13 lid 2",{"id":359,"code":6,"article":360,"title":8,"country":9},"122017","art. 3:14",{"id":362,"code":6,"article":363,"title":8,"country":9},"124292","art. 3:15",{"id":365,"code":6,"article":366,"title":8,"country":9},"122074","art. 3:166",{"id":368,"code":6,"article":369,"title":8,"country":9},"124249","art. 3:166 lid 1",{"id":371,"code":6,"article":372,"title":8,"country":9},"124250","art. 3:166 lid 3",{"id":374,"code":6,"article":375,"title":8,"country":9},"122599","art. 3:168",{"id":377,"code":6,"article":378,"title":8,"country":9},"121863","art. 3:168 lid 2",{"id":380,"code":6,"article":381,"title":8,"country":9},"122977","art. 3:169",{"id":383,"code":6,"article":384,"title":8,"country":9},"122975","art. 3:170 lid 1",{"id":386,"code":6,"article":387,"title":8,"country":9},"122974","art. 3:170 lid 2",{"id":389,"code":6,"article":390,"title":8,"country":9},"123661","art. 3:171",{"id":392,"code":6,"article":393,"title":8,"country":9},"123064","art. 3:172",{"id":395,"code":6,"article":396,"title":8,"country":9},"123063","art. 3:175",{"id":398,"code":6,"article":399,"title":8,"country":9},"122066","art. 3:178",{"id":401,"code":6,"article":402,"title":8,"country":9},"122072","art. 3:178 lid 1",{"id":404,"code":6,"article":405,"title":8,"country":9},"123060","art. 3:178 lid 3",{"id":407,"code":6,"article":408,"title":8,"country":9},"122073","art. 3:178 lid 5",{"id":410,"code":6,"article":411,"title":8,"country":9},"122069","art. 3:182",{"id":413,"code":6,"article":414,"title":8,"country":9},"122783","art. 3:185",{"id":416,"code":6,"article":417,"title":8,"country":9},"122232","art. 3:185 lid 1",{"id":419,"code":6,"article":420,"title":8,"country":9},"122969","art. 3:194 lid 2",{"id":422,"code":6,"article":423,"title":8,"country":9},"122140","art. 3:234",{"id":425,"code":6,"article":426,"title":8,"country":9},"122146","art. 3:234 lid 1",{"id":428,"code":6,"article":429,"title":8,"country":9},"122141","art. 3:251",{"id":431,"code":6,"article":432,"title":8,"country":9},"121990","art. 3:251 lid 1",{"id":434,"code":6,"article":435,"title":8,"country":9},"123192","art. 3:28",{"id":437,"code":6,"article":438,"title":8,"country":9},"124308","art. 3:29",{"id":440,"code":6,"article":441,"title":8,"country":9},"121962","art. 3:3",{"id":443,"code":6,"article":444,"title":8,"country":9},"124036","art. 3:3 lid 1",{"id":446,"code":6,"article":447,"title":8,"country":9},"122065","art. 3:300",{"id":449,"code":6,"article":450,"title":8,"country":9},"122784","art. 3:300 lid 1",{"id":452,"code":6,"article":453,"title":8,"country":9},"121865","art. 3:300 lid 2",{"id":455,"code":6,"article":456,"title":8,"country":9},"121867","art. 3:301",{"id":458,"code":6,"article":459,"title":8,"country":9},"121866","art. 3:301 lid 2",{"id":461,"code":6,"article":462,"title":8,"country":9},"121868","art. 3:301 lid 3",{"id":464,"code":6,"article":465,"title":8,"country":9},"124553","art. 3:302",{"id":467,"code":6,"article":468,"title":8,"country":9},"121901","art. 3:303",{"id":470,"code":6,"article":471,"title":8,"country":9},"122967","art. 3:306",{"id":473,"code":6,"article":474,"title":8,"country":9},"122626","art. 3:309",{"id":476,"code":6,"article":477,"title":8,"country":9},"122120","art. 3:31",{"id":479,"code":6,"article":480,"title":8,"country":9},"123425","art. 3:310",{"id":482,"code":6,"article":483,"title":8,"country":9},"122680","art. 3:310 lid 1",{"id":485,"code":6,"article":486,"title":8,"country":9},"124023","art. 3:314 lid 2",{"id":488,"code":6,"article":489,"title":8,"country":9},"122627","art. 3:317",{"id":491,"code":6,"article":492,"title":8,"country":9},"122992","art. 3:317 lid 1",{"id":494,"code":6,"article":495,"title":8,"country":9},"123075","art. 3:33",{"id":497,"code":6,"article":498,"title":8,"country":9},"122818","art. 3:34",{"id":500,"code":6,"article":501,"title":8,"country":9},"122820","art. 3:35",{"id":503,"code":6,"article":504,"title":8,"country":9},"123056","art. 3:37 lid 1",{"id":506,"code":6,"article":507,"title":8,"country":9},"122993","art. 3:37 lid 3",{"id":509,"code":6,"article":510,"title":8,"country":9},"122216","art. 3:4",{"id":512,"code":6,"article":513,"title":8,"country":9},"122217","art. 3:4 lid 2",{"id":515,"code":6,"article":516,"title":8,"country":9},"121994","art. 3:40",{"id":518,"code":6,"article":519,"title":8,"country":9},"122061","art. 3:40 lid 2",{"id":521,"code":6,"article":522,"title":8,"country":9},"122301","art. 3:44 lid 1",{"id":524,"code":6,"article":525,"title":8,"country":9},"122062","art. 3:44 lid 4",{"id":527,"code":6,"article":528,"title":8,"country":9},"122269","art. 3:45",{"id":530,"code":6,"article":531,"title":8,"country":9},"122302","art. 3:49",{"id":533,"code":6,"article":534,"title":8,"country":9},"122590","art. 3:59",{"id":536,"code":6,"article":537,"title":8,"country":9},"123585","art. 3:6",{"id":539,"code":6,"article":540,"title":8,"country":9},"122586","art. 3:61 lid 2",{"id":542,"code":6,"article":543,"title":8,"country":9},"122116","art. 3:69 lid 2",{"id":545,"code":6,"article":546,"title":8,"country":9},"124186","art. 3:70",{"id":548,"code":6,"article":549,"title":8,"country":9},"122628","art. 3:71",{"id":551,"code":6,"article":552,"title":8,"country":9},"124160","art. 3:84",{"id":554,"code":6,"article":555,"title":8,"country":9},"124437","art. 3:84 lid 2",{"id":557,"code":6,"article":558,"title":8,"country":9},"122008","art. 3:86",{"id":560,"code":6,"article":561,"title":8,"country":9},"124470","art. 3:86 lid 1",{"id":563,"code":6,"article":564,"title":8,"country":9},"122009","art. 3:86 lid 3",{"id":566,"code":6,"article":567,"title":8,"country":9},"124144","art. 3:94",{"id":569,"code":6,"article":570,"title":8,"country":9},"124187","art. 3:94 lid 4",{"id":572,"code":6,"article":573,"title":8,"country":9},"122964","art. 3:99",{"id":575,"code":6,"article":576,"title":8,"country":9},"122268","art. 4:1167",{"id":578,"code":6,"article":579,"title":8,"country":9},"124488","art. 4:13",{"id":581,"code":6,"article":582,"title":8,"country":9},"121827","art. 4:142 lid 1",{"id":584,"code":6,"article":585,"title":8,"country":9},"124252","art. 4:148",{"id":587,"code":6,"article":588,"title":8,"country":9},"122970","art. 4:150 lid 1",{"id":590,"code":6,"article":591,"title":8,"country":9},"122971","art. 4:151",{"id":593,"code":6,"article":594,"title":8,"country":9},"122976","art. 4:159 lid 3",{"id":596,"code":6,"article":597,"title":8,"country":9},"124253","art. 4:16 lid 4",{"id":599,"code":6,"article":600,"title":8,"country":9},"123198","art. 4:160",{"id":602,"code":6,"article":603,"title":8,"country":9},"123201","art. 4:161",{"id":605,"code":6,"article":606,"title":8,"country":9},"123200","art. 4:164",{"id":608,"code":6,"article":609,"title":8,"country":9},"123199","art. 4:178 lid 2",{"id":611,"code":6,"article":612,"title":8,"country":9},"124118","art. 4:192 lid 3",{"id":614,"code":6,"article":615,"title":8,"country":9},"122779","art. 4:195 lid 1",{"id":617,"code":6,"article":618,"title":8,"country":9},"124492","art. 4:205",{"id":620,"code":6,"article":621,"title":8,"country":9},"123108","art. 4:206 lid 1",{"id":623,"code":6,"article":624,"title":8,"country":9},"124413","art. 4:206 lid 3",{"id":626,"code":6,"article":627,"title":8,"country":9},"124490","art. 4:215 lid 1",{"id":629,"code":6,"article":630,"title":8,"country":9},"124489","art. 4:215 lid 2",{"id":632,"code":6,"article":633,"title":8,"country":9},"122973","art. 4:228",{"id":635,"code":6,"article":636,"title":8,"country":9},"124016","art. 4:46 lid 1",{"id":638,"code":6,"article":639,"title":8,"country":9},"121861","art. 4:6",{"id":641,"code":6,"article":642,"title":8,"country":9},"124121","art. 4:64 lid 1",{"id":644,"code":6,"article":645,"title":8,"country":9},"121860","art. 4:65",{"id":647,"code":6,"article":648,"title":8,"country":9},"122978","art. 4:7 lid 1",{"id":650,"code":6,"article":651,"title":8,"country":9},"121859","art. 4:78",{"id":653,"code":6,"article":654,"title":8,"country":9},"121858","art. 4:78 lid 1",{"id":656,"code":6,"article":657,"title":8,"country":9},"122765","art. 4:94",{"id":659,"code":6,"article":660,"title":8,"country":9},"122224","art. 5:1 lid 2",{"id":662,"code":6,"article":663,"title":8,"country":9},"124500","art. 5:120 lid 1",{"id":665,"code":6,"article":666,"title":8,"country":9},"122853","art. 5:121",{"id":668,"code":6,"article":669,"title":8,"country":9},"123007","art. 5:121 lid 1",{"id":671,"code":6,"article":672,"title":8,"country":9},"123381","art. 5:126 lid 1",{"id":674,"code":6,"article":675,"title":8,"country":9},"123382","art. 5:126 lid 2",{"id":677,"code":6,"article":678,"title":8,"country":9},"122918","art. 5:126 lid 5",{"id":680,"code":6,"article":681,"title":8,"country":9},"122902","art. 5:127 lid 1",{"id":683,"code":6,"article":684,"title":8,"country":9},"122574","art. 5:127 lid 3",{"id":686,"code":6,"article":687,"title":8,"country":9},"122959","art. 5:129",{"id":689,"code":6,"article":690,"title":8,"country":9},"124461","art. 5:13",{"id":692,"code":6,"article":693,"title":8,"country":9},"124463","art. 5:13 lid 2",{"id":695,"code":6,"article":696,"title":8,"country":9},"123376","art. 5:130",{"id":698,"code":6,"article":699,"title":8,"country":9},"122899","art. 5:130 lid 1",{"id":701,"code":6,"article":702,"title":8,"country":9},"122575","art. 5:130 lid 2",{"id":704,"code":6,"article":705,"title":8,"country":9},"122957","art. 5:139",{"id":707,"code":6,"article":708,"title":8,"country":9},"124462","art. 5:18",{"id":710,"code":6,"article":711,"title":8,"country":9},"123143","art. 5:2",{"id":713,"code":6,"article":714,"title":8,"country":9},"122214","art. 5:37",{"id":716,"code":6,"article":717,"title":8,"country":9},"124457","art. 5:4",{"id":719,"code":6,"article":720,"title":8,"country":9},"122885","art. 5:42",{"id":722,"code":6,"article":723,"title":8,"country":9},"122223","art. 5:49 lid 1",{"id":725,"code":6,"article":726,"title":8,"country":9},"124458","art. 5:5",{"id":728,"code":6,"article":729,"title":8,"country":9},"124460","art. 5:5 lid 1",{"id":731,"code":6,"article":732,"title":8,"country":9},"124028","art. 5:54 lid 1",{"id":734,"code":6,"article":735,"title":8,"country":9},"122219","art. 5:60",{"id":737,"code":6,"article":738,"title":8,"country":9},"122220","art. 5:62",{"id":740,"code":6,"article":741,"title":8,"country":9},"122221","art. 5:62 lid 1",{"id":743,"code":6,"article":744,"title":8,"country":9},"122222","art. 5:62 lid 2",{"id":746,"code":6,"article":747,"title":8,"country":9},"122215","art. 5:67",{"id":749,"code":6,"article":750,"title":8,"country":9},"122218","art. 5:67 lid 1",{"id":752,"code":6,"article":753,"title":8,"country":9},"124298","art. 6:10",{"id":755,"code":6,"article":756,"title":8,"country":9},"123195","art. 6:100",{"id":758,"code":6,"article":759,"title":8,"country":9},"122108","art. 6:101",{"id":761,"code":6,"article":762,"title":8,"country":9},"122986","art. 6:101 lid 1",{"id":764,"code":6,"article":765,"title":8,"country":9},"122926","art. 6:102",{"id":767,"code":6,"article":768,"title":8,"country":9},"122644","art. 6:104",{"id":770,"code":6,"article":771,"title":8,"country":9},"121802","art. 6:106",{"id":773,"code":6,"article":774,"title":8,"country":9},"124110","art. 6:106 lid 1",{"id":776,"code":6,"article":777,"title":8,"country":9},"122319","art. 6:107",{"id":779,"code":6,"article":780,"title":8,"country":9},"122490","art. 6:108",{"id":782,"code":6,"article":783,"title":8,"country":9},"122601","art. 6:108 lid 3",{"id":785,"code":6,"article":786,"title":8,"country":9},"122600","art. 6:108 lid 4",{"id":788,"code":6,"article":789,"title":8,"country":9},"123429","art. 6:109",{"id":791,"code":6,"article":792,"title":8,"country":9},"122682","art. 6:109 lid 1",{"id":794,"code":6,"article":795,"title":8,"country":9},"121833","art. 6:119",{"id":797,"code":6,"article":798,"title":8,"country":9},"124159","art. 6:119 lid 1",{"id":800,"code":6,"article":801,"title":8,"country":9},"122835","art. 6:119 lid 2",{"id":803,"code":6,"article":804,"title":8,"country":9},"122724","art. 6:124",{"id":806,"code":6,"article":807,"title":8,"country":9},"124179","art. 6:127",{"id":809,"code":6,"article":810,"title":8,"country":9},"123219","art. 6:127 lid 2",{"id":812,"code":6,"article":813,"title":8,"country":9},"124432","art. 6:127 lid 3",{"id":815,"code":6,"article":816,"title":8,"country":9},"124477","art. 6:129 lid 1",{"id":818,"code":6,"article":819,"title":8,"country":9},"123251","art. 6:136",{"id":821,"code":6,"article":822,"title":8,"country":9},"124429","art. 6:140",{"id":824,"code":6,"article":825,"title":8,"country":9},"124059","art. 6:159",{"id":827,"code":6,"article":828,"title":8,"country":9},"124060","art. 6:159 lid 1",{"id":830,"code":6,"article":831,"title":8,"country":9},"121904","art. 6:162",{"id":833,"code":6,"article":834,"title":8,"country":9},"124300","art. 6:162 lid 1",{"id":836,"code":6,"article":837,"title":8,"country":9},"123238","art. 6:162 lid 2",{"id":839,"code":6,"article":840,"title":8,"country":9},"124056","art. 6:162 lid 3",{"id":842,"code":6,"article":843,"title":8,"country":9},"121871","art. 6:163",{"id":845,"code":6,"article":846,"title":8,"country":9},"122348","art. 6:166",{"id":848,"code":6,"article":849,"title":8,"country":9},"123422","art. 6:166 lid 1",{"id":851,"code":6,"article":852,"title":8,"country":9},"123229","art. 6:167",{"id":854,"code":6,"article":855,"title":8,"country":9},"123015","art. 6:170",{"id":857,"code":6,"article":858,"title":8,"country":9},"122943","art. 6:171",{"id":860,"code":6,"article":861,"title":8,"country":9},"124151","art. 6:173",{"id":863,"code":6,"article":864,"title":8,"country":9},"124154","art. 6:181",{"id":866,"code":6,"article":867,"title":8,"country":9},"124152","art. 6:181 lid 1",{"id":869,"code":6,"article":870,"title":8,"country":9},"123165","art. 6:199",{"id":872,"code":6,"article":873,"title":8,"country":9},"122015","art. 6:2",{"id":875,"code":6,"article":876,"title":8,"country":9},"122782","art. 6:2 lid 1",{"id":878,"code":6,"article":879,"title":8,"country":9},"123428","art. 6:2 lid 2",{"id":881,"code":6,"article":882,"title":8,"country":9},"122313","art. 6:203",{"id":884,"code":6,"article":885,"title":8,"country":9},"121931","art. 6:203 lid 1",{"id":887,"code":6,"article":888,"title":8,"country":9},"123244","art. 6:205",{"id":890,"code":6,"article":891,"title":8,"country":9},"122189","art. 6:212",{"id":893,"code":6,"article":894,"title":8,"country":9},"122255","art. 6:215",{"id":896,"code":6,"article":897,"title":8,"country":9},"122946","art. 6:217",{"id":899,"code":6,"article":900,"title":8,"country":9},"123367","art. 6:217 lid 1",{"id":902,"code":6,"article":903,"title":8,"country":9},"123263","art. 6:219",{"id":905,"code":6,"article":906,"title":8,"country":9},"123081","art. 6:227",{"id":908,"code":6,"article":909,"title":8,"country":9},"122063","art. 6:228",{"id":911,"code":6,"article":912,"title":8,"country":9},"123181","art. 6:230",{"id":914,"code":6,"article":915,"title":8,"country":9},"123180","art. 6:230 lid 2",{"id":917,"code":6,"article":918,"title":8,"country":9},"122109","art. 6:234",{"id":920,"code":6,"article":921,"title":8,"country":9},"124480","art. 6:237",{"id":923,"code":6,"article":924,"title":8,"country":9},"122064","art. 6:248",{"id":926,"code":6,"article":927,"title":8,"country":9},"121832","art. 6:248 lid 1",{"id":929,"code":6,"article":930,"title":8,"country":9},"121937","art. 6:248 lid 2",{"id":932,"code":6,"article":933,"title":8,"country":9},"122070","art. 6:253",{"id":935,"code":6,"article":936,"title":8,"country":9},"122071","art. 6:253 lid 2",{"id":938,"code":6,"article":939,"title":8,"country":9},"121996","art. 6:258",{"id":941,"code":6,"article":942,"title":8,"country":9},"122529","art. 6:265",{"id":944,"code":6,"article":945,"title":8,"country":9},"121795","art. 6:265 lid 1",{"id":947,"code":6,"article":948,"title":8,"country":9},"124124","art. 6:265 lid 2",{"id":950,"code":6,"article":951,"title":8,"country":9},"122105","art. 6:271",{"id":953,"code":6,"article":954,"title":8,"country":9},"122107","art. 6:272",{"id":956,"code":6,"article":957,"title":8,"country":9},"122106","art. 6:272 lid 2",{"id":959,"code":6,"article":960,"title":8,"country":9},"124031","art. 6:30",{"id":962,"code":6,"article":963,"title":8,"country":9},"124188","art. 6:37",{"id":965,"code":6,"article":966,"title":8,"country":9},"121896","art. 6:44",{"id":968,"code":6,"article":969,"title":8,"country":9},"122582","art. 6:6 lid 1",{"id":971,"code":6,"article":972,"title":8,"country":9},"122775","art. 6:74",{"id":974,"code":6,"article":975,"title":8,"country":9},"122827","art. 6:75",{"id":977,"code":6,"article":978,"title":8,"country":9},"123919","art. 6:76",{"id":980,"code":6,"article":981,"title":8,"country":9},"122787","art. 6:82",{"id":983,"code":6,"article":984,"title":8,"country":9},"122145","art. 6:86",{"id":986,"code":6,"article":987,"title":8,"country":9},"121943","art. 6:87",{"id":989,"code":6,"article":990,"title":8,"country":9},"122998","art. 6:89",{"id":992,"code":6,"article":993,"title":8,"country":9},"121897","art. 6:91",{"id":995,"code":6,"article":996,"title":8,"country":9},"121898","art. 6:92 lid 1",{"id":998,"code":6,"article":999,"title":8,"country":9},"121899","art. 6:92 lid 2",{"id":1001,"code":6,"article":1002,"title":8,"country":9},"121936","art. 6:94",{"id":1004,"code":6,"article":1005,"title":8,"country":9},"122906","art. 6:94 lid 1",{"id":1007,"code":6,"article":1008,"title":8,"country":9},"123399","art. 6:95 lid 1",{"id":1010,"code":6,"article":1011,"title":8,"country":9},"122028","art. 6:96",{"id":1013,"code":6,"article":1014,"title":8,"country":9},"122414","art. 6:96 lid 2",{"id":1016,"code":6,"article":1017,"title":8,"country":9},"122560","art. 6:96 lid 6",{"id":1019,"code":6,"article":1020,"title":8,"country":9},"122110","art. 6:97",{"id":1022,"code":6,"article":1023,"title":8,"country":9},"122080","art. 6:98",{"id":1025,"code":6,"article":1026,"title":8,"country":9},"123078","art. 7:1",{"id":1028,"code":6,"article":1029,"title":8,"country":9},"124145","art. 7:11 lid 1",{"id":1031,"code":6,"article":1032,"title":8,"country":9},"121948","art. 7:17",{"id":1034,"code":6,"article":1035,"title":8,"country":9},"121793","art. 7:17 lid 2",{"id":1037,"code":6,"article":1038,"title":8,"country":9},"123121","art. 7:175 lid 2",{"id":1040,"code":6,"article":1041,"title":8,"country":9},"122766","art. 7:177 lid 1",{"id":1043,"code":6,"article":1044,"title":8,"country":9},"122945","art. 7:2",{"id":1046,"code":6,"article":1047,"title":8,"country":9},"122254","art. 7:201",{"id":1049,"code":6,"article":1050,"title":8,"country":9},"122951","art. 7:204",{"id":1052,"code":6,"article":1053,"title":8,"country":9},"123556","art. 7:204 lid 2",{"id":1055,"code":6,"article":1056,"title":8,"country":9},"124360","art. 7:206",{"id":1058,"code":6,"article":1059,"title":8,"country":9},"122989","art. 7:206 lid 1",{"id":1061,"code":6,"article":1062,"title":8,"country":9},"124192","art. 7:207",{"id":1064,"code":6,"article":1065,"title":8,"country":9},"124417","art. 7:207 lid 1",{"id":1067,"code":6,"article":1068,"title":8,"country":9},"124190","art. 7:209",{"id":1070,"code":6,"article":1071,"title":8,"country":9},"121794","art. 7:21 lid 1",{"id":1073,"code":6,"article":1074,"title":8,"country":9},"123048","art. 7:213",{"id":1076,"code":6,"article":1077,"title":8,"country":9},"123049","art. 7:214",{"id":1079,"code":6,"article":1080,"title":8,"country":9},"123050","art. 7:219",{"id":1082,"code":6,"article":1083,"title":8,"country":9},"121947","art. 7:22",{"id":1085,"code":6,"article":1086,"title":8,"country":9},"121949","art. 7:22 lid 2",{"id":1088,"code":6,"article":1089,"title":8,"country":9},"122950","art. 7:220 lid 2",{"id":1091,"code":6,"article":1092,"title":8,"country":9},"122631","art. 7:225",{"id":1094,"code":6,"article":1095,"title":8,"country":9},"122532","art. 7:228",{"id":1097,"code":6,"article":1098,"title":8,"country":9},"124353","art. 7:228 lid 1",{"id":1100,"code":6,"article":1101,"title":8,"country":9},"122534","art. 7:228 lid 2",{"id":1103,"code":6,"article":1104,"title":8,"country":9},"122557","art. 7:23 lid 1",{"id":1106,"code":6,"article":1107,"title":8,"country":9},"124104","art. 7:230",{"id":1109,"code":6,"article":1110,"title":8,"country":9},"122530","art. 7:231",{"id":1112,"code":6,"article":1113,"title":8,"country":9},"124506","art. 7:231 lid 2",{"id":1115,"code":6,"article":1116,"title":8,"country":9},"124037","art. 7:233",{"id":1118,"code":6,"article":1119,"title":8,"country":9},"124416","art. 7:241",{"id":1121,"code":6,"article":1122,"title":8,"country":9},"122632","art. 7:248",{"id":1124,"code":6,"article":1125,"title":8,"country":9},"123390","art. 7:248 lid 3",{"id":1127,"code":6,"article":1128,"title":8,"country":9},"122609","art. 7:262 lid 1",{"id":1130,"code":6,"article":1131,"title":8,"country":9},"122308","art. 7:267",{"id":1133,"code":6,"article":1134,"title":8,"country":9},"122311","art. 7:267 lid 1",{"id":1136,"code":6,"article":1137,"title":8,"country":9},"122306","art. 7:267 lid 3",{"id":1139,"code":6,"article":1140,"title":8,"country":9},"122310","art. 7:268",{"id":1142,"code":6,"article":1143,"title":8,"country":9},"122309","art. 7:268 lid 1",{"id":1145,"code":6,"article":1146,"title":8,"country":9},"122307","art. 7:268 lid 2",{"id":1148,"code":6,"article":1149,"title":8,"country":9},"124387","art. 7:268 lid 3",{"id":1151,"code":6,"article":1152,"title":8,"country":9},"122645","art. 7:269",{"id":1154,"code":6,"article":1155,"title":8,"country":9},"124035","art. 7:269 lid 1",{"id":1157,"code":6,"article":1158,"title":8,"country":9},"122646","art. 7:269 lid 2",{"id":1160,"code":6,"article":1161,"title":8,"country":9},"124420","art. 7:272 lid 1",{"id":1163,"code":6,"article":1164,"title":8,"country":9},"124418","art. 7:275 lid 1",{"id":1166,"code":6,"article":1167,"title":8,"country":9},"124419","art. 7:275 lid 2",{"id":1169,"code":6,"article":1170,"title":8,"country":9},"124499","art. 7:280",{"id":1172,"code":6,"article":1173,"title":8,"country":9},"124284","art. 7:281 lid 4",{"id":1175,"code":6,"article":1176,"title":8,"country":9},"122760","art. 7:290",{"id":1178,"code":6,"article":1179,"title":8,"country":9},"122761","art. 7:290 lid 1",{"id":1181,"code":6,"article":1182,"title":8,"country":9},"123341","art. 7:295 lid 1",{"id":1184,"code":6,"article":1185,"title":8,"country":9},"122762","art. 7:296",{"id":1187,"code":6,"article":1188,"title":8,"country":9},"122763","art. 7:296 lid 3",{"id":1190,"code":6,"article":1191,"title":8,"country":9},"123339","art. 7:309",{"id":1193,"code":6,"article":1194,"title":8,"country":9},"123916","art. 7:400",{"id":1196,"code":6,"article":1197,"title":8,"country":9},"121902","art. 7:401",{"id":1199,"code":6,"article":1200,"title":8,"country":9},"122840","art. 7:405 lid 2",{"id":1202,"code":6,"article":1203,"title":8,"country":9},"124482","art. 7:412",{"id":1205,"code":6,"article":1206,"title":8,"country":9},"122773","art. 7:446",{"id":1208,"code":6,"article":1209,"title":8,"country":9},"123331","art. 7:452",{"id":1211,"code":6,"article":1212,"title":8,"country":9},"122826","art. 7:453",{"id":1214,"code":6,"article":1215,"title":8,"country":9},"123437","art. 7:457",{"id":1217,"code":6,"article":1218,"title":8,"country":9},"123332","art. 7:460",{"id":1220,"code":6,"article":1221,"title":8,"country":9},"123079","art. 7:49",{"id":1223,"code":6,"article":1224,"title":8,"country":9},"122556","art. 7:5 lid 1",{"id":1226,"code":6,"article":1227,"title":8,"country":9},"123597","art. 7:57",{"id":1229,"code":6,"article":1230,"title":8,"country":9},"123103","art. 7:60",{"id":1232,"code":6,"article":1233,"title":8,"country":9},"122284","art. 7:610",{"id":1235,"code":6,"article":1236,"title":8,"country":9},"124102","art. 7:610 lid 1",{"id":1238,"code":6,"article":1239,"title":8,"country":9},"123212","art. 7:611",{"id":1241,"code":6,"article":1242,"title":8,"country":9},"122279","art. 7:625",{"id":1244,"code":6,"article":1245,"title":8,"country":9},"122425","art. 7:625 lid 1",{"id":1247,"code":6,"article":1248,"title":8,"country":9},"122418","art. 7:626",{"id":1250,"code":6,"article":1251,"title":8,"country":9},"123156","art. 7:627",{"id":1253,"code":6,"article":1254,"title":8,"country":9},"122280","art. 7:628",{"id":1256,"code":6,"article":1257,"title":8,"country":9},"123157","art. 7:628 lid 1",{"id":1259,"code":6,"article":1260,"title":8,"country":9},"122416","art. 7:629",{"id":1262,"code":6,"article":1263,"title":8,"country":9},"122087","art. 7:629 lid 1",{"id":1265,"code":6,"article":1266,"title":8,"country":9},"122088","art. 7:629 lid 3",{"id":1268,"code":6,"article":1269,"title":8,"country":9},"122471","art. 7:634",{"id":1271,"code":6,"article":1272,"title":8,"country":9},"123204","art. 7:634 lid 1",{"id":1274,"code":6,"article":1275,"title":8,"country":9},"122470","art. 7:639",{"id":1277,"code":6,"article":1278,"title":8,"country":9},"123252","art. 7:641 lid 1",{"id":1280,"code":6,"article":1281,"title":8,"country":9},"123235","art. 7:650",{"id":1283,"code":6,"article":1284,"title":8,"country":9},"123234","art. 7:650 lid 3",{"id":1286,"code":6,"article":1287,"title":8,"country":9},"123239","art. 7:651 lid 1",{"id":1289,"code":6,"article":1290,"title":8,"country":9},"122431","art. 7:655",{"id":1292,"code":6,"article":1293,"title":8,"country":9},"122847","art. 7:658",{"id":1295,"code":6,"article":1296,"title":8,"country":9},"123575","art. 7:658 lid 1",{"id":1298,"code":6,"article":1299,"title":8,"country":9},"123215","art. 7:661",{"id":1301,"code":6,"article":1302,"title":8,"country":9},"123025","art. 7:667 lid 1",{"id":1304,"code":6,"article":1305,"title":8,"country":9},"123021","art. 7:668",{"id":1307,"code":6,"article":1308,"title":8,"country":9},"123307","art. 7:668 lid 2",{"id":1310,"code":6,"article":1311,"title":8,"country":9},"123589","art. 7:669",{"id":1313,"code":6,"article":1314,"title":8,"country":9},"122420","art. 7:669 lid 1",{"id":1316,"code":6,"article":1317,"title":8,"country":9},"123017","art. 7:669 lid 3",{"id":1319,"code":6,"article":1320,"title":8,"country":9},"122304","art. 7:669 lid 4",{"id":1322,"code":6,"article":1323,"title":8,"country":9},"122421","art. 7:670",{"id":1325,"code":6,"article":1326,"title":8,"country":9},"122427","art. 7:671",{"id":1328,"code":6,"article":1329,"title":8,"country":9},"123026","art. 7:672",{"id":1331,"code":6,"article":1332,"title":8,"country":9},"122290","art. 7:672 lid 11",{"id":1334,"code":6,"article":1335,"title":8,"country":9},"122422","art. 7:673",{"id":1337,"code":6,"article":1338,"title":8,"country":9},"123124","art. 7:673 lid 1",{"id":1340,"code":6,"article":1341,"title":8,"country":9},"123221","art. 7:673 lid 2",{"id":1343,"code":6,"article":1344,"title":8,"country":9},"123002","art. 7:673 lid 7",{"id":1346,"code":6,"article":1347,"title":8,"country":9},"123516","art. 7:673 lid 8",{"id":1349,"code":6,"article":1350,"title":8,"country":9},"124109","art. 7:673 lid 9",{"id":1352,"code":6,"article":1353,"title":8,"country":9},"123317","art. 7:675",{"id":1355,"code":6,"article":1356,"title":8,"country":9},"123591","art. 7:676",{"id":1358,"code":6,"article":1359,"title":8,"country":9},"123223","art. 7:677",{"id":1361,"code":6,"article":1362,"title":8,"country":9},"123151","art. 7:677 lid 1",{"id":1364,"code":6,"article":1365,"title":8,"country":9},"123214","art. 7:677 lid 2",{"id":1367,"code":6,"article":1368,"title":8,"country":9},"123259","art. 7:678",{"id":1370,"code":6,"article":1371,"title":8,"country":9},"123222","art. 7:678 lid 1",{"id":1373,"code":6,"article":1374,"title":8,"country":9},"122289","art. 7:681",{"id":1376,"code":6,"article":1377,"title":8,"country":9},"123502","art. 7:681\nlid 1",{"id":1379,"code":6,"article":1380,"title":8,"country":9},"124101","art. 7:682 lid 3",{"id":1382,"code":6,"article":1383,"title":8,"country":9},"123153","art. 7:683",{"id":1385,"code":6,"article":1386,"title":8,"country":9},"123154","art. 7:683 lid 3",{"id":1388,"code":6,"article":1389,"title":8,"country":9},"123155","art. 7:683 lid 5",{"id":1391,"code":6,"article":1392,"title":8,"country":9},"123152","art. 7:683 lid 6",{"id":1394,"code":6,"article":1395,"title":8,"country":9},"123019","art. 7:699 lid 1",{"id":1397,"code":6,"article":1398,"title":8,"country":9},"122603","art. 7:752 lid 2",{"id":1400,"code":6,"article":1401,"title":8,"country":9},"121942","art. 7:754",{"id":1403,"code":6,"article":1404,"title":8,"country":9},"121941","art. 7:758 lid 1",{"id":1406,"code":6,"article":1407,"title":8,"country":9},"124469","art. 7:9",{"id":1409,"code":6,"article":1410,"title":8,"country":9},"123856","art. 7:907",{"id":1412,"code":6,"article":1413,"title":8,"country":9},"122625","art. 7:907 lid 1",{"id":1415,"code":6,"article":1416,"title":8,"country":9},"122829","art. 7:941",{"id":1418,"code":6,"article":1419,"title":8,"country":9},"122822","art. 7:952",{"id":1421,"code":6,"article":1422,"title":8,"country":9},"122825","art. 7:954",{"id":1424,"code":6,"article":1425,"title":8,"country":9},"122808","art. 7:954 lid 1",{"id":1427,"code":6,"article":1428,"title":8,"country":9},"121930","art. 7:962",{"id":1430,"code":6,"article":1431,"title":8,"country":9},"121870","art. 8:1004 lid 1",{"id":1433,"code":6,"article":1434,"title":8,"country":9},"123033","art. 8:219",{"id":1436,"code":6,"article":1437,"title":8,"country":9},"122118","art. 8:755 lid 1",{"id":1439,"code":6,"article":1440,"title":8,"country":9},"123190","art. 8:757",{"id":1442,"code":6,"article":1443,"title":8,"country":9},"124158","art. 95 lid 1"]