ECLI:NL:GHAMS:2026:1863
Case Summary
Strafrecht
Uitspraak
Amsterdam
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002463-23
datum uitspraak: 23 juni 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 augustus 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-132823-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1994,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
23 juni 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), en van het standpunt van de verdediging.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De raadsman heeft ter terechtzitting van 23 juni 2026, in vervolg op zijn e-mail van 16 juni 2026, namens de verdachte te kennen gegeven dat hij zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven en dat hij het hof verzoekt hem in het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Gelet hierop en nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijkin het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.A. Boom, mr. T. de Bont en mr. E.J. Hofstee in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 juli 2026.