Skip to main content

ECLI:NL:GHARL:2026:4363

Court

Leeuwarden

Date

10 June 2026

Language

nl

Case Summary

Legal Issue

Strafrecht

Holding / Outcome

Uitspraak

Leeuwarden

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003740-20

Uitspraakdatum: 10 juni 2026

Tegenspraak

Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 19 oktober 2018 met het parketnummer

18-850004-16 in de strafzaak tegen de verdachte
[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

wonende in [land] ,

blijkens de gegevens die het gerechtshof heeft verkregen in het kader van de betekening van de oproeping van de verdachte tegen de zitting van het gerechtshof van 10 juni 2026.

Het hoger beroep

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het hierboven genoemde vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het gerechtshof van 17 januari 2023 en 10 juni 2026.

Het gerechtshof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het gerechtshof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep, op grond van het bepaalde in artikel 416, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering.

Verder heeft het gerechtshof kennisgenomen van hetgeen namens de verdachte door zijn raadsman, mr. J.A. Schadd, is aangevoerd, zakelijk weergegeven inhoudende dat de raadsman zich refereert aan het oordeel van het gerechtshof over de betekening van de oproeping van de verdachte tegen de zitting van vandaag en dat de raadsman niet gemachtigd is door zijn cliënt en daarom nu inhoudelijk niets over de zaak kan zeggen.

Tevens heeft het gerechtshof kennisgenomen van hetgeen mr. M. Molenaar, de advocaat van de benadeelde partij [benadeelde] , heeft aangevoerd.

De ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het gerechtshof heeft onmiddellijk na het onderzoek op de terechtzitting van 10 juni 2026 uitspraak gedaan. De beslissing van het gerechtshof is toen mondeling gemotiveerd.

Deze motivering luidt - in hoofdlijnen - als volgt:

Door of namens de verdachte zijn geen bezwaren opgegeven tegen het hierboven genoemde vonnis van de rechtbank. Het gerechtshof ziet zelf geen redenen die een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep noodzakelijk maken. Het gerechtshof verklaart de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. T.H. Bosma, mr. H.J. Deuring en mr. L.J. Hofstra, in aanwezigheid van de griffier H. Kingma en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 10 juni 2026.

More Decisions