ECLI:NL:GHARL:2026:4367
Case Summary
Strafrecht
Uitspraak
Zwolle
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001530-22
Uitspraakdatum: 3 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 7 april 2022 met parketnummer 16-047826-20 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres]
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis van de rechtbank.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 maart 2025 en 19 juni 2026 en het onderzoek op de terechtzitting van de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot
veroordeling van verdachte ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten tot een taakstraf van 200 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren.
niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in zijn vordering.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. W.J. Ausma, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De rechtbank heeft verdachte bij voornoemd vonnis veroordeeld ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten tot een taakstraf van 240 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 120 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren. Verder heeft de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.
Er is in hoger beroep veel besproken en daarnaast zal het hof verdachte een andere straf opleggen. Daarom zal het hof het vonnis van de rechtbank vernietigen en opnieuw rechtdoen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 september 2017 tot en met 23 oktober 2017 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten computersyste(e)m(en) en/of server(s) van slachtoffer [benadeelde] en/of [naam 19] , is/zijn binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid te weten door
het (telkens) onrechtmatig opzetten van (een) Remote Desktop Protocol (RDP) sessie(s)/verbinding(en) naar het computersysteem van slachtoffer [benadeelde] en/of
het (telkens) inloggen met een onrechtmatig verkregen wallet ID en wachtwoord op de wallet van slachtoffer [benadeelde] bij [naam 19]
en/of
hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) door tussenkomst van de/het geautomatiseerd(e) werk(en) waarin hij is binnengedrongen (het computersysteem van slachtoffer [benadeelde] ) de toegang heeft verworven tot één of meer geautomatiseerde werk(en) van één of meer derde(n), te weten de computersyste(e)m(en) en/of server(s) van [naam 19] , welk feit hij, verdachte, (telkens) heeft gepleegd door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk (te weten het internet);
2. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 september 2017 tot en met 23 oktober 2017 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
30 Bitcoins (ter waarde van 115.380,00 euro) en/of
30 Bitcoin Cash (ter waarde van 4.922,00 euro),
welke geheel of ten dele toebehoorde(n) aan slachtoffer [benadeelde] , althans een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen Bitcoins en/of Bitcoin Cash onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten
een onrechtmatig verkregen wallet ID en wachtwoord voor het inloggen op de wallet van slachtoffer [benadeelde] bij [naam 19] en/of
een onrechtmatig verkregen private key van de wallet van slachtoffer [benadeelde] (en deze naar zijn/hun eigen wallet op [naam 18] geïmporteerd),
in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverweging
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte de ten laste gelegde feiten ontkent en de verklaring die verdachte tegenover medewerkers van [Bedrijfsnaam] heeft afgelegd, niet voor het bewijs kan worden gebruikt. Het ging hier niet om een gedegen politieverhoor met alle waarborgen die daarbij horen. Verdachte is onder druk gezet waardoor hij hem voorgehouden zinnen heeft geciteerd als zijn verklaring, en het geldbedrag en de Bitcoins heeft overgemaakt naar aangever. Het overige in het dossier aanwezige bewijs is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten te komen. Dat verdachte een aantal Bitcoins in bezit had met een waarde die vrijwel gelijk was aan de waarde van de weggenomen Bitcoins van aangever maakt dit niet anders. Hiervoor heeft verdachte immers een verklaring gegeven, namelijk dat hij de betreffende Bitcoins voor een deel geërfd had van zijn vader, en verder verworven heeft door mining en trading. Verder kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld dat verdachte over de zogeheten private key beschikte om toegang te verkrijgen tot de wallet van aangever. Bovendien blijkt uit de door verdachte overgelegde contra-expertiserapporten dat het niet mogelijk is om de private key te exporteren en te kopiëren. Daarbij komt dat niet bewezen kan worden dat verdachte de persoon is achter de 4 relevante RDP-sessies die in het rapport van [Bedrijfsnaam] aan hem worden toegeschreven. Bij 3 van deze sessies wordt geen herkenbaar IP-adres gevonden. Bij de RDP-sessie van 2 september 2017 wordt ingelogd op [naam 19] via het IP-adres van verdachte. Hierover heeft verdachte in hoger beroep verklaard dat hij niet de persoon is geweest die achter die sessie zit en dat het mogelijk is dat een ander een eerdere RDP-sessie die hij wel had gestart heeft overgenomen. Ook wordt in het rapport van [Bedrijfsnaam] gesteld dat door middel van de desbetreffende RDP-sessies vermoedelijk op de wallet van aangever is ingelogd. Dit blijkt echter verder niet uit het dossier. Bij de RDP-sessie in de nacht van 17 op 18 oktober 2017 zou op de webmail van [naam1] , het bedrijf van verdachte, zijn ingelogd. Ook dit wijst verdachte echter niet noodzakelijkerwijs aan als de persoon die achter de betreffende RDP-sessie zit. Iedereen die een account in gebruik had op dezelfde webmail had daarop kunnen inloggen, ook aangever zelf. Bovendien heeft verdachte stukken overgelegd waaruit blijkt dat ook sprake is geweest van een hack waardoor gebruikersnamen en wachtwoorden zijn buitgemaakt. Het kan hierdoor goed zijn dat het hier ook om de gegevens van aangever ging en dat daarmee door toedoen van een ander de cryptomunten uit de wallet zijn verdwenen. Los hiervan heeft verdachte gesteld dat aangever niet heeft kunnen aantonen dat hij over de private key beschikte ten tijde van het verdwijnen van de cryptomunten uit zijn wallet of daarna. Volgens verdachte betekent dit dat niet is aangetoond dat de verdwenen cryptomunten daadwerkelijk in het bezit van aangever zijn geweest. Het wegnemen van de betreffende munten is dan ook niet mogelijk.
Oordeel van het hof
Bewijsmiddelen
Uit het dossier blijkt dat aangever op 24 september 2017 aangifte heeft gedaan. Hij verklaarde in het bezit te zijn geweest van 30 Bitcoins, dat hij op 20 september 2017 samen met een ICT-er zijn [naam 21] -account heeft bekeken en zag dat op (zoals het hof begrijpt) 2 september 2017 rond 01.56 uur 30 Bitcoins uit zijn wallet waren weggenomen. Ook had aangever 30 Bitcoin Cash in zijn wallet die ongeveer 1,5 maand later, op 20 en 23 oktober 2017 uit zijn wallet waren weggenomen.De computer waarop de inlog van zijn [naam 21] -account staat, betreft de werkcomputer in zijn tandartsenpraktijk.
Om na te gaan hoe de cryptomunten uit zijn wallet kunnen zijn verdwenen, heeft aangever op 12 januari 2018 contact opgenomen met [Bedrijfsnaam] . Dit is een bedrijf dat gespecialiseerd is in cyberveiligheid. [Bedrijfsnaam] heeft onderzoek gedaan naar de diefstal van de cryptomunten en daarover een rapport opgesteld.In het rapport schrijft [Bedrijfsnaam] onder meer het volgende:
Opdrachtgever (het hof begrijpt: aangever) maakt sinds 2013 gebruik van een Bitcoinwallet via de website [naam 19] (...) Opdrachtgever heeft verklaard dat door hem gebruik werd gemaakt van het Bitcoinadres [Bitcoinadres] . (...) Op 2 september 2017 om 1:56:33 (blockchaintijd) zijn de 30 Bitcoins in twee transacties verzonden naar een adres dat niet in het bezit of beheer is van Opdrachtgever, te weten [Bitcoinadres2] . Tien dagen later zijn de Bitcoins vanaf dit adres in meerdere delen verzonden naar andere Bitcoinadressen buiten het beheer van Opdrachtgever. [Bedrijfsnaam] stelt vast dat het adres [bitcoinadres3] als wisseladres gebruikt wordt in dezelfde transactie en dus toebehoort aan dezelfde Bitcoinwallet van de dader.
[Bedrijfsnaam] heeft, in opdracht van Opdrachtgever, onderzocht of de 30 Bitcoin Cash ook gestolen is. [Bedrijfsnaam] heeft vastgesteld dat op 20 oktober 2017 rond 1:24 10 Bitcoin Cash van Opdrachtgever is verzonden naar het adres [bitcoinadres4] . [Bedrijfsnaam] heeft vastgesteld dat op 23 oktober 2017 rond 22:49 nog 20 Bitcoin Cash van Opdrachtgever is verzonden naar het adres [bitcoinadres5] .
(…)
RDP (Remote Desktop Protocol) is een standaard onderdeel van het Microsoft Windows besturingssysteem dat mogelijkheid biedt om op afstand in te loggen op een computer. (...) In de nacht van 1 op 2 september 2017 heeft een opvallende RDP-sessie plaatsgevonden naar het praktijksysteem. Deze sessie is gestart om 1:24:13 en geëindigd om 2:09:16. Deze RDP-connectie is opgezet vanuit het 1P-adres [IP-adres] en daarbij is geauthentiseerd met de gebruikersnaam [naam 3] en het wachtwoord behorende bij deze gebruiker. (...) [Bedrijfsnaam] heeft vastgesteld dat de website [naam 19] en [naam 21] zijn bezocht en dat sporen aanwezig zijn die suggereren dat via Chrome ingelogd is op de [naam 19] van Opdrachtgever. Op 2 september 2017 vanaf 1:52 vindt nog meer [naam 19] activiteit plaats. Hierbij kan niet vastgesteld worden welke activiteit in de wallet plaatsvindt. Echter, gezien het tijdstip en de locatie van de activiteit, acht [Bedrijfsnaam] het aannemelijk dat hier de transacties van de 30 Bitcoins plaatsvind. (...)
In de nacht van dinsdag 17 op woensdag 18 oktober 2017 heeft een verdachte RDP-sessie plaatsgevonden naar het praktijksysteem. Deze sessie is gestart om 23:46:42 en geëindigd om 0:33:21. (...) [Bedrijfsnaam] heeft onderzoek verricht naar de activiteiten gedurende deze RDP-sessie. De internethistorie bevat registraties waaruit duidelijk wordt dat om 0:21:06 de gebruiker via de adresbalk het adres webmail. [naam1] deels intypt en vervolgens bezoekt. Daarbij wordt de URL [naam 17] bezocht. Dit suggereert dat de gebruiker inlogt op een account op de webmailomgeving van [naam1] . [Bedrijfsnaam] heeft vastgesteld dat vervolgens twee URL‘s direct na elkaar geopend zijn: [naam 14] en
[naam 16] .
Dit suggereert dat een e-mail bekeken is in de webmailomgeving waarin een plaatje aanwezig was welke opgehaald werd van [naam 19] . Dit zou passen in een scenario waarin een e-mail van [naam 19] is bekeken. (...)
In de nacht van donderdag 19 op vrijdag 20 oktober 2017 hebben een tweetal verdachte RDP-sessies plaatsgevonden naar het praktijksysteem. (…)
Op woensdag 25 oktober 2017 van 23:47.47 tot 23:58:28 heeft een verdachte RDP-sessie plaatsgevonden naar het praktijksysteem.
(...)
[Bedrijfsnaam] heeft een openbronnenonderzoek verricht naar het IP-adres [IP-adres] . De volgende domeinnamen zijn toegewezen aan het IP-adres:
[naam 5] (sinds 13 juni 2017)
[naam 6] (sinds 2 januari 2016)
[naam 7] nl ( sinds 24 juni 2017)
[naam 8] (sinds 12 februari 2016)
[naam 9] (sinds 17 oktober 2017)
Opvallend zijn de domeinnamen in het domein [naam1] . Deze domeinen zijn alle drie geregistreerd op naam van [naam 10] en/of [verdachte] .
(…)
[Bedrijfsnaam] heeft onderzoek verricht op het e-mailpostvak van Opdrachtgever. (...) Een van deze partijen is [naam 11] en reageert richting Opdrachtgever op 12 oktober 2017 09:18 (UTC+2) met de algemene melding geen oplossing voor de Bitcoindiefstal te vinden, tevens meldt hij dat er mogelijk nog Bitcoin Cash in de Bitcoinwallet van Opdrachtgever aanwezig is. Deze e-mail wordt op 16 oktober 2017 door Opdrachtgever doorgestuurd naar Betrokkene (het hof begrijpt: verdachte). Betrokkene antwoord dezelfde dag op deze e-mail. [Bedrijfsnaam] acht de timing van deze e-mail relevant, omdat op 17 oktober sinds 1,5 maand weer een verdachte RDP-sessie plaatsvindt naar het praktijksysteem.
Met betrekking tot de in voornoemd rapport van [Bedrijfsnaam] genoemde IP-adres eindigend op * [cijfers] heeft verdachte op de zitting van het hof verklaard dat dat zijn IP-adres is.
Verder blijkt uit het dossier dat onderzoek is gedaan naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] op naam van verdachte en naar de volgende drie [naam 20] -accounts:
- [verdachte] (User-ID [nummer 1] )
Date of birth: [geboortedag] 1975
- [verdachte] (User-ID [nummer 2] )
Date of birth: [geboortedag] 1975
- [naam 12] (User-ID [nummer 3] )
Date of birth: onbekend
Uit de transacties van [naam 20] blijkt dat er Bitcoins zijn verzonden naar de desbetreffende [naam 20] -accounts. In totaal is een bedrag van € 129.031,03 verstuurd naar [naam 20] . Omgerekend met de koers van de transactiedatum gaat dat om 28.05 Bitcoins. In totaal is vanuit de [naam 20] -accounts een bedrag van € 128.326,21 uitbetaald op rekeningen van verdachte, [naam1] , [naam 13] en [naam 10] .
Tijdens een gesprek dat verdachte en [Bedrijfsnaam] op 6 maart 2018 hadden, heeft verdachte verklaard dat hij verantwoordelijk is geweest voor het wegnemen van de 30 Bitcoins en de 30 Bitcoin Cash.Ook heeft verdachte verklaard dat hij aangevers wachtwoord te weten is gekomen toen aangever problemen had met zijn browser. Tijdens deze werkzaamheden kwam verdachte erachter wat het wachtwoord was door deze na invoer zichtbaar te maken.Daarbij heeft verdachte op 6 maart 2018 een bedrag van € 77.950,00 overgemaakt naar de rekening van aangever, alsmede 2.94 Bitcoins (toentertijd omgerekend zo’n € 26.000,00) verstuurd naar de wallet van aangever.
Verbalisant [verbalisant] heeft vervolgens de historische transacties van de gestolen Bitcoins van aangever en de door verdachte uitbetaalde Bitcoins aan aangever geanalyseerd in Chainalysis, een [naam 21] analyse tool.Verbalisant [verbalisant] zag dat de Bitcoins uit de wallet van aangever zijn verstuurd naar het Bitcoin-adres [Bitcoinadres2] .Vervolgens zijn de Bitcoins in 9 transacties opgesplitst, die direct of indirect naar Shapeshift.io zijn verstuurd.Shapeshift.io is een platform waar je cryptocurrencies kunt wisselen, een soort digitaal wisselkantoor, maar staat ook wel bekend als Bitcoinmixer. Een mixer is een soort dienst die Bitcointransacties door elkaar husselt, zodat het spoor onderbroken wordt en het traceren van de transacties vrijwel onmogelijk wordt.Middels Chainalysis is het mogelijk om dit spoor toch terug te vinden. Te zien is dat er in verschillende transacties Bitcoins op de accounts van verdachte zijn gestort via Shapeshift.io. Vijf van deze transacties zijn te herleiden naar de wallet van aangever.De door verdachte ontvangen Bitcoins worden vervolgens omgezet in Litebitcredits en uitbetaald op zijn bankrekeningen.
Bewijsoverweging
Op grond van de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van deze bewijsmiddelen. Het hof overweegt hiertoe aanvullend als volgt.
Anders dan door de verdediging betoogd, is het hof van oordeel dat de door verdachte tegenover de medewerkers van [Bedrijfsnaam] afgelegde bekennende verklaring voor het bewijs kan worden gebruikt. Hoewel het hof wil aannemen dat sprake is geweest van enige druk, die vanzelfsprekend gepaard gaat met dergelijke verhoren, is op basis van het dossier niet gebleken dat deze druk dusdanig zou zijn geweest dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan verdachtes verklaring. Bovendien is niet duidelijk geworden hoe de desbetreffende druk ertoe zou hebben moeten leiden dat verdachte een dusdanig specifieke verklaring heeft afgelegd en bovendien een groot geldbedrag en Bitcoins heeft overgeboekt naar aangever aan het eind van het verhoor. Anders dan door verdachte op de zitting van het hof is verklaard, is (mede gelet op de inhoud van de desbetreffende verklaring) niet aannemelijk geworden dat de verklaring die verdachte heeft afgelegd aan verdachte is voorgekauwd door de medewerkers van [Bedrijfsnaam] .
Gelet op de inhoud van deze verklaring van verdachte, in samenhang met de andere bewijsmiddelen zoals hierboven uitgewerkt, kunnen de verweren van de verdediging niet slagen voor zover zij inhouden dat verdachte niet over de private key heeft beschikt, dat verdachte niet achter de relevante RDP-sessies zat, dat niet vastgesteld kan worden dat door middel van één van deze sessies in de wallet van aangever is ingelogd en dat mogelijk anderen de cryptomunten hebben weggenomen nadat zij toegang hadden tot de wallet van aangever door middel van een hack.
Ook het verweer dat niet aangetoond is dat aangever eigenaar is (geweest) van de wallet en de cryptomunten daarin kan niet slagen. Het hof ziet namelijk geen reden om te twijfelen aan het eigenaarschap van de betreffende [naam 21] -wallet. Dat aangever inderdaad de eigenaar daarvan is, wordt onderbouwd door onderzoek aan de wallet en rekeningafschriften van de bankrekening van aangever door verbalisant [verbalisant] , waaruit blijkt dat op verschillende tijdstippen tussen 12 december 2013 en 2 november 2015 in totaal 30 Bitcoins zijn aangeschaft en betaald vanuit de rekening van aangever.De tijdstippen waarop de Bitcoins in de wallet verschijnen, komen hierbij overeen met de tijdstippen waarop de geldbedragen voor aanschaf van de Bitcoins van de rekening van aangever worden afgeschreven.Anders dan door verdachte betoogd, doet het gegeven dat aangever zijn wachtwoord voor het account op blokchain.info/.com of de bij de wallet behorende private key niet kenbaar heeft gemaakt aan het voorgaande niet af. Zelfs in het geval dat aangever deze informatie ten tijde van het wegnemen van de cryptomunten niet meer zou hebben gehad, had hij daarmee niet zijn eigendom van de cryptomunten verloren (al kon hij dan hooguit niet meer over zijn eigendom beschikken).
Ook de stelling van verdachte dat het bedrag dat hij in december 2017 op zijn bankrekening heeft laten uitbetalen afkomstig zou zijn van Bitcoins die hij heeft gekregen van zijn vader, dan wel zelf heeft verworven door te minen of traden, acht het hof in het licht van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet aannemelijk geworden. Afgezien van het feit dat verdachte, na zijn stellige toezegging bewijs hiervoor aan te zullen leveren in de vorm van screenshots, op geen enkele wijze dit scenario nader heeft onderbouwd, verklaart dit scenario nog steeds niet het totale aantal Bitcoins dat verdachte in bezit heeft gehad. Verdachte heeft verklaard 20 Bitcoins van zijn vader te hebben gekregen. Naar eigen zeggen heeft hij vervolgens met die Bitcoins gemined en aan daytrading gedaan, waarbij met name dat laatste hem nog eens 5 Bitcoins zou hebben opgeleverd.Bij elkaar opgeteld levert dit 25 Bitcoins op. Daarbij komt dat zowel [Bedrijfsnaam] als verbalisant [verbalisant] onderzoek hebben gedaan naar de historie van Bitcoinadressen op naam van verdachte. Daarbij is geen enkele transactie aangetroffen van vóór de diefstal van de cryptomunten van aangever.
Tot slot geldt dat ook de inhoud van de door verdachte overgelegde contra-expertiserapporten niet maken dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten niet bewezen zouden kunnen worden. Allereerst geldt in dit kader dat het hof geen conclusies kan trekken op grond van de inhoud van de rapporten nu het voor het hof niet vast te stellen is wie het rapport precies heeft opgesteld en of deze perso(o)n(en) over de daarvoor vereiste (relevante) deskundigheid beschikte(n). Verdachte heeft hierover verklaard dat er meerdere mensen, waaronder ook hijzelf, hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de rapporten, dat zij niet bij naam genoemd willen worden en dat de persoon die de rapporten heeft ondertekend een tandarts is (die volgens verdachte veel weet van cryptocurrency).Ook los hiervan geldt echter dat de rapporten van verdachte met name gericht zijn op het presenteren van verschillende alternatieve manieren waarop aangever mogelijk zijn cryptomunten ook zou kunnen hebben verloren, zonder deze nader te concretiseren en onderbouwen in het licht van het dossier en bovendien terwijl een deel van deze manieren al is weerlegd in de door [Bedrijfsnaam] samengestelde onderzoeksrapporten.
Het hof is derhalve van oordeel dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. hij op tijdstippen in de periode van 2 september 2017 tot en met 23 oktober 2017 te [plaats 1] , telkens opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) geautomatiseerde werken, te weten computersystemen en/of servers van slachtoffer [benadeelde] en [naam 19] , is binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en door een technische ingreep en met behulp van valse signalen of een valse sleutel en door het aannemen van een valse hoedanigheid te weten door
het telkens onrechtmatig opzetten van Remote Desktop Protocol (RDP) sessies naar het computersysteem van slachtoffer [benadeelde] en
het telkens inloggen met een onrechtmatig verkregen wallet ID en wachtwoord op de wallet van slachtoffer [benadeelde] bij [naam 19]
en
hij, verdachte, telkens door tussenkomst van het geautomatiseerde werk waarin hij is binnengedrongen (het computersysteem van slachtoffer [benadeelde] ) de toegang heeft verworven tot een geautomatiseerde werk van een derde, te weten de server van [naam 19] , welk feit hij, verdachte, telkens heeft gepleegd door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk (te weten het internet);
2. hij op tijdstippen in de periode van 2 september 2017 tot en met 23 oktober 2017 te [plaats 1] , telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
30 Bitcoins (ter waarde van 115.380,00 euro) en
30 Bitcoin Cash (ter waarde van 4.922,00 euro),
welke toebehoorden aan slachtoffer [benadeelde] , waarbij hij, verdachte, de weg te nemen Bitcoins en Bitcoin Cash onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, te weten
een onrechtmatig verkregen wallet ID en wachtwoord voor het inloggen op de wallet van slachtoffer [benadeelde] bij [naam 19] en
een onrechtmatig verkregen private key van de wallet van slachtoffer [benadeelde] (en deze naar zijn eigen wallet op [naam 18] geïmporteerd).
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar en levert op:
de voortgezette handeling van
computervredebreuk, meermalen gepleegd
en
computervredebreuk, gepleegd door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk, terwijl de dader vervolgens door tussenkomst van het geautomatiseerd werk waarin hij is binnengedrongen de toegang verwerft tot het geautomatiseerd werk van een derde, meermalen gepleegd(het onder 1 bewezenverklaarde)
en
diefstal, waarbij de schuldige de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd(het onder 2 bewezenverklaarde).
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het navolgende meegewogen.
Verdachte heeft vanuit zijn eenmanszaak gedurende een lange periode als systeembeheerder voor aangever werkzaamheden verricht. Uit hoofde van die functie wist hij dat aangever Bitcoins bezat. In de nacht van 1 op 2 september 2017 heeft verdachte via een RDP-sessie toegang verkregen tot het computersysteem van aangever. Vervolgens is hij ingelogd in diens [naam 21] -wallet om daar 30 Bitcoins uit weg te nemen. 1,5 maand later, nadat verdachte ervan op de hoogte was geraakt dat aangever ook nog 30 Bitcoin Cash bezat, heeft hij nogmaals verschillende RDP-sessies opgezet om in het computersysteem van aangever te komen. In die periode heeft hij ook de 30 Bitcoin Cash van aangever weggenomen. De totale waarde van de weggenomen cryptomunten was destijds ruim € 120.000,00. Verdachte heeft na het wegnemen van de cryptomunten zoveel mogelijk geprobeerd zijn digitale sporen uit te wissen. Door zijn handelen heeft verdachte niet enkel op grove wijze inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van aangever, maar het vertrouwen dat hij in verdachte had gesteld ook ernstig geschaad. Voor zijn handelen heeft in hoger beroep geen verantwoordelijkheid genomen. Dit weegt het hof in strafverzwarende zin mee.
Het hof weegt ook mee het strafblad van verdachte van 18 mei 2026. Daaruit volgt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Dit weegt het hof in strafmatigende zin mee.
Daarnaast heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte die op de zitting van het hof naar voren zijn gebracht. Verdachte heeft naar voren gebracht dat hij een moeilijke periode doormaakt. Ten gevolge van deze strafzaak is verdachte klanten kwijtgeraakt. Ook is er in het kader van de burgerlijke procedure beslag gelegd onder verdachte. Verdachte ligt momenteel ook in echtscheiding met zijn toenmalige partner. Dit verloopt stroef. Hier heeft verdachte het, met name vanwege de gevolgen voor zijn kinderen, moeilijk mee.
Gelet op het hiervoor overwogene en op de ouderdom van de feiten acht het hof passend en noodzakelijk de oplegging van een taakstraf van 200 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 100 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren. Het voorwaardelijke gedeelte van deze straf zal als stok achter de deur dienen om verdachte ervan te weerhouden wederom strafbare feiten te plegen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 110.538,80 aan materiële schade ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft, voordat hij overleed, middels het wensenformulier bij het hof aangegeven dat hij het oorspronkelijke bedrag nog steeds wenst te vorderen. Het hof neemt daarom een beslissing over de oorspronkelijk bij de rechtbank ingediende vordering.
In lijn met de beslissing van de rechtbank is het hof van oordeel dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van de strafprocedure zal opleveren. Daarom zal het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Namens de benadeelde partij zou de vordering eventueel nog bij de burgerlijke rechter kunnen worden ingediend.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 56, 57, 138ab en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde, dan wel zoals zij gelden op het moment van het wijzen van dit arrest.BESLISSING
Het hof:
vernietigthet vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaartzoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaartniet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard enspreektde verdachte daarvanvrij.
Verklaarthet onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar,kwalificeertdit als hiervoor vermeld enverklaartde verdachte strafbaar.
Veroordeeltde verdachte tot eengevangenisstrafvoor de duur van6 (zes) maanden.
Bepaaltdat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeeltde verdachte tot eentaakstrafvoor de duur van200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door100 (honderd) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaartde benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeeltde verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraakbegrootop nihil.
Dit arrest is gewezen door mr. M.C. van Linde, mr. T.H. Bosma en mr. Z.J. Oosting, in aanwezigheid van de griffier mr. I.C. Bita en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 3 juli 2026.
Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers worden hiermee bedoeld, tenzij anders aangegeven, paginanummers van in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakte processen-verbaal opgenomen in het politiedossier met nummer PL0900-2017292782 (onderzoek: 03Titanium/MDRDD20003), afgesloten en ondertekend op 20 mei 2021.
Proces-verbaal van aangifte van 24 september 2017, p. 9.
Proces-verbaal van verdenking van 18 maart 2020, p. 173 en het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 24.
Proces-verbaal van aangifte van 24 september 2017, p. 9.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 19.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 23.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 23A.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 24.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 25.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 25A.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 27-27A.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 27A.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 28.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 28A.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 29.
De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van het hof van 19 juni 2026.
PV van bevindingen van 16 juli 2020, p. 223-224.
PV van bevindingen van 16 juli 2020, p. 223-224.
PV van bevindingen van 16 juli 2020, p. 229.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 30.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 30-30A.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 30A.
Het onderzoeksrapportage van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 31.
PV van bevindingen van 24 juli 2020, 230.
PV van bevindingen van 24 juli 2020, 230.
PV van bevindingen van 24 juli 2020, 231.
PV van bevindingen van 24 juli 2020, 232.
PV van bevindingen van 24 juli 2020, 233-234.
PV van bevindingen van 16 juli 2020, p. 228.
PV van bevindingen van 16 december 2020 (incl. bijlagen), p. 274-280.
PV van bevindingen van 16 december 2020 (incl. bijlagen), p. 274-280.
PV van verhoor verdachte van 4 maart 2020, p. 183-184.
De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van het hof van 19 juni 2026.
Onderzoeksrapport van [Bedrijfsnaam] van 27 maart 2018, p. 19-41A en deskundigenbericht van [Bedrijfsnaam] van 4 februari 2019, p. 48-64.