Skip to main content

ECLI:NL:RBAMS:2026:6705

Court

Amsterdam

Date

18 June 2026

Language

nl

Case Summary

Legal Issue

Civiel recht; Verbintenissenrecht

Holding / Outcome

Uitspraak

Amsterdam

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; VerbintenissenrechtType: uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12061285 \ CV EXPL 26-792

Vonnis van 18 juni 2026

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: [gemachtigde] (Objection Service),

tegen

1. [gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna te noemen: [gedaagde], 2. EURO INSURANCES DAC,

gevestigd te Hoofddorp,

hierna te noemen: Euro Insurances,

gedaagde partijen,

gemachtigde: mr. H.A.C. Trimbach.

1. De procedure

1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaardingen van 31 december 2025, met producties,

  • de conclusie van antwoord,

  • de aanvullende stukken van [eiser] van 16 januari 2026,

  • het tussenvonnis van 10 februari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald.

1.2.. De mondelinge behandeling vond plaats op 12 mei 2026. [eiser] en haar gemachtigde waren hierbij niet aanwezig, hoewel zij daartoe wel waren opgeroepen. De gemachtigde van [gedaagde] en Euro Insurances was aanwezig. Hij heeft zijn standpunt nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1..
[eiser] is de eigenaar van de personenauto met kenteken [kenteken] (hierna: de auto). Op 16 januari 2025 is deze auto bij het achteruitrijden aangereden door een voertuig waarvan het kenteken op naam van [gedaagde] staat en die verzekerd is bij Euro Insurances.2.2..
[eiser] heeft [gedaagde] schriftelijk aansprakelijk gesteld voor de schade aan haar auto.

2.3.. Door een schade-expert is de schade aan de auto vastgesteld. In het rapport worden de herstelkosten begroot op € 3.025,00, de dagwaarde van de auto op € 2.500,00 en de restwaarde op € 500,00. De schade-uitkering is op basis daarvan vastgesteld op € 2.000,00. Euro Insurances heeft dit bedrag uitgekeerd aan [eiser] .

3. Het geschil

3.1..
[eiser] vordert – samengevat – hoofdelijke veroordeling van [gedaagde] en Euro Insurances tot betaling van:

€ 498,00 voor een DAB+-systeem en camera,

€ 5,10 aan RDW-onderzoekskosten,

€ 554,00 aan kosten voor rechtsbijstand,

€ 306,50 aan deurwaarderskosten.

3.2.. Verder vordert [eiser] de wettelijke rente over de hiervoor genoemde bedragen en veroordeling van gedaagde partijen in de kosten van deze procedure.

3.3..
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Bij het bepalen van de dagwaarde van de auto is ten onrechte geen rekening gehouden met DAB+-apparatuur die kort voor het ongeval in de auto was geïnstalleerd. De apparatuur heeft geleid tot een waardevermeerdering van de auto. Het systeem was duurzaam met het voertuig verbonden en was uitsluitend geschikt voor dit specifieke model. [eiser] wil deze kosten dan ook vergoed zien, aangezien zij op grond van artikel 6:97 BW zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht als waarin zij zich zou hebben bevonden als het ongeval niet had plaatsgevonden. De overige kosten heeft [eiser] noodzakelijkerwijs moeten maken omdat een inhoudelijke reactie van [gedaagde] en Euro Insurance uitbleef. Volgens [eiser] is [gedaagde] op grond van artikel 6:170 BW aansprakelijk voor de schade. Deze schade is namelijk veroorzaakt door een ondergeschikte van [gedaagde]. Daarnaast heeft [eiser] zich op grond van artikel 6 WAM rechtstreeks gewend tot Euro Insurances als verzekeraar van het voertuig van de wederpartij.

3.4..
[gedaagde] en Euro Insurances voeren verweer. [gedaagde] betwist dat sprake is van werkgeversaansprakelijkheid. De auto is middels een leaseovereenkomst ter beschikking gesteld aan de afnemer. Verder betwist Euro Insurances primair dat de apparatuur in de auto aanwezig was. Subsidiair stelt zij zich dat als de apparatuur in de auto geïnstalleerd was, deze niet duurzaam met het voertuig was verbonden. Verder stelt Euro Insurances zich op het standpunt dat de schade-expert de accessoires, en dus daarmee ook de DAB+-apparatuur, heeft meegenomen in het schaderapport. Bovendien heeft Euro Insurance uitgelegd dat voor zover de apparatuur niet zou zijn meegenomen in het schaderapport, de dagwaarde van de auto met de waarde van de apparatuur zou worden verhoogd. Als gevolg hiervan zou de wrakwaarde met hetzelfde bedrag worden verhoogd. Dit zou betekenen dat het netto uit te keren schadebedrag in dat geval hetzelfde is. De auto de auto en de DAB+-apparatuur zijn bovendien nog steeds in gebruik bij [eiser] . [eiser] heeft dan ook geen schade geleden, aldus steeds Euro Insurances.

3.5..

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Vorderingen ten aanzien van [gedaagde]4.1.. heeft gemotiveerd betwist dat er een arbeidsrechtelijke relatie bestaat tussen haar en de bestuurder van de auto die [eiser] heeft aangereden. [eiser] heeft dit standpunt van [gedaagde] verder niet meer weersproken. Evenmin heeft zij (met stukken) onderbouwd dat de bestuurder van de auto werknemer van [gedaagde] is. Gelet hierop oordeelt de kantonrechter dat een grondslag voor de vorderingen ten aanzien van [gedaagde] ontbreekt. Deze worden dan ook ten aanzien van [gedaagde] afgewezen.

Vorderingen ten aanzien van Euro Insurance4.2.. Vervolgens is de vraag of Euro Insurances de kosten voor de DAB+-apparatuur, die volgens [eiser] kort voor het ongeval in de auto geïnstalleerd was, en de door [eiser] gevorderde bijkomende kosten moet vergoeden. Hierover oordeelt de kantonrechter als volgt.

4.3.. Euro Insurances betwist dat de DAB+-apparatuur in de auto aanwezig was. De beoordeling van de vraag of dit het geval was, kan echter in het midden blijven. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Euro Insurances immers gemotiveerd aangevoerd dat de DAB+-apparatuur – anders dan [eiser] heeft gesteld – eenvoudig gedemonteerd kan worden en dus herbruikbaar is. Nu [eiser] niet ter zitting aanwezig was, heeft zij dit standpunt van Euro Insurance niet weersproken. Evenmin heeft zij (met stukken) onderbouwd dat deze apparatuur duurzaam met de auto was verbonden. Gelet hierop is de kantonrechter met Euro Insurances dan ook van oordeel dat [eiser] ten aanzien van de DAB+-apparatuur geen schade lijdt.

4.4.. Daar komt bij dat Euro Insurances onweersproken heeft gesteld dat als de waarde van de DAB+-apparatuur door de schade-expert in zijn rapport was meegenomen, dit had geleid tot zowel een hogere dagwaarde als een hogere de restwaarde van de auto, waardoor de hoogte van de schade-uitkering op hetzelfde bedrag was berekend als nu is gebeurd.

4.5.. Gelet op het voorgaande heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd dat zij met betrekking tot de DAB+-apparatuur schade heeft geleden of dat zij anderszins benadeeld is. Deze vordering ten aanzien van Euro Insurance wordt daarom afgewezen.

4.6.. De door [eiser] gevorderde kosten voor RDW-kentekenonderzoek worden toegewezen. [eiser] heeft voldoende onderbouwd dat zij deze kosten heeft moeten maken om de gegevens van de verzekeraar te achterhalen en deze kosten komen de kantonrechter niet onredelijk voor. De gevorderde wettelijke rente hierover is toewijsbaar als hierna te melden, omdat Euro Insurances deze kosten niet op tijd heeft betaald.

4.7.. De overige door [eiser] gevorderde kosten worden afgewezen. Nog daargelaten dat de gevorderde deurwaarderskosten niet overeenkomen met de factuur die zij ter onderbouwing heeft overgelegd, worden deze geacht onderdeel uit te maken van een proceskostenveroordeling. Voor zover [eiser] met het vorderen van de kosten voor rechtsbijstand een veroordeling in de werkelijke proceskosten heeft willen vorderen, wordt deze vordering eveneens afgewezen. Een dergelijke vordering is immers alleen toewijsbaar in buitengewone omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer sprake is van misbruik van procesrecht. Van dergelijke omstandigheden is niet gesteld of gebleken. De enkele stelling dat [eiser] zich genoodzaakt zag gedaagde partijen te dagvaarden omdat een inhoudelijke afhandeling uitbleef, is hiervoor onvoldoende.

Proceskosten4.8..
[eiser] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] en Euro Insurances worden begroot op:

  • salaris gemachtigde

434,00

(2 punten × € 217,00)

  • nakosten

108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

542,50

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1.. wijst de vorderingen ten aanzien van [gedaagde] af,

5.2.. veroordeelt Euro Insurances om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 5,10, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 31 december 2025, tot de dag van volledige betaling,

5.3.. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 542,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.4.. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Coumou en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier, mr. D.C. Vink.

57327

More Decisions