ECLI:NL:RBDHA:2026:15435
Case Summary
Civiel recht
Uitspraak
Den Haag
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/698388 / KG ZA 26-85
Vonnis in kort geding van 3 maart 2026
in de zaak van
[de vrouw]te [woonplaats 1],
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. drs. M. Erkens te Den Haag,
tegen:
[de man]te [woonplaats 2],
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. J.G. Schnoor te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vrouw’ en ‘de man’.
1. De procedure
1.1..
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties;
de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties;
de op 17 februari 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door de advocaat van de vrouw pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.. De voorzieningenrechter heeft met de kinderen in een kindgesprek gesproken.
1.3.. Tijdens de zitting, waarbij naast partijen en hun advocaten ook een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig was, is vonnis bepaald op vandaag.
2. De feiten in conventie en in reconventie
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.. De ouders zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2005 tot [datum 2] 2025.
2.2..
Zij zijn de ouders van de minderjarige kinderen:
o [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats],
o [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats].
2.3.. De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
2.4..
De ouders zijn een zorgregeling, inhoudende een co-ouderschap, overeengekomen.
Deze zorgregeling is vastgelegd in een ouderschapsplan. Het ouderschapsplan is
ondertekend en vormt onderdeel van de echtscheidingsbeschikking van 24 september 2025. De kinderen verblijven momenteel volledig bij de man.
3. Het geschil
in conventie
3.1..
De vrouw vordert in deze procedure, zakelijk weergegeven, dat:
de man wordt veroordeeld om de zorgregeling uit de beschikking van 24 september 2025 onverkort na te komen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-- voor elke dag of elk dagdeel dat de man de regeling niet nakomt;
de kinderen - al dan niet voorlopig - onder toezicht worden gesteld van een gecertificeerde instelling,
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
3.2.. Daartoe voert de vrouw – samengevat – het volgende aan. Na het uiteengaan hebben partijen afspraken gemaakt over de zorgregeling en die vastgelegd in een ouderschapsplan dat is opgenomen in de beschikking van 24 september 2025. De vrouw stelt dat de man de zorgregeling niet nakomt. Zij heeft de kinderen sinds november 2025 niet meer gezien. De kinderen geven volgens de man aan niet meer naar hun moeder te willen. De vrouw is van mening dat de man de kinderen onvoldoende stimuleert om naar de vrouw te gaan en dat hij er niets aan doet om de weerstand die kennelijk bij de kinderen bestaat te doen afnemen. Verder maakt de vrouw zich grote zorgen om de emotionele ontwikkeling van de kinderen. Dat is de reden dat zij verzoekt de kinderen (voorlopig) onder toezicht te stellen, zodat de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek kan verrichten naar de huidige situatie.
3.3.. De man voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
in reconventie
3.4..
De man vordert de zorgregeling zoals die is opgenomen in het ouderschapsplan
van 29 augustus 2025 op te schorten, totdat in een door één van de ouders op te starten
bodemprocedure is beslist, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
3.5.. Daartoe voert de man – samengevat – het volgende aan. De man maakt zich zorgen over het welzijn van de kinderen en is van mening dat de door de vrouw gestarte procedure een negatieve invloed op de kinderen heeft. De man heeft, sinds de vrouw de echtelijke woning heeft verlaten, de volledige zorg voor de kinderen. De kinderen verzetten zich tegen contact met hun moeder. Verder is sprake van automutilatie bij [minderjarige 2]; [minderjarige 2] heeft in mei 2025 ook een suïcidepoging gedaan. Voor [minderjarige 2] is momenteel hulp vanuit de GGZ ingeschakeld. Voor [minderjarige 1] wordt deze hulp aangevraagd zodra de verhuizing van de man en zijn nieuwe partner naar [plaats] rond is. Volgens de man zijn de omstandigheden na het opstellen van het ouderschapsplan gewijzigd. De kinderen willen niet meer naar hun moeder. Om deze reden hebben partijen nadere afspraken gemaakt en is besproken dat zij de kinderen niet zullen dwingen. Dat de vrouw nu een kort gedingprocedure is gestart is in strijd met deze nadere afspraken. Omdat is gebleken dat bij de kinderen dusdanig veel weerstand tegen de vrouw bestaat dat zij niet meer naar haar toe willen, is de man van mening dat de zorgregeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan moet worden opgeschort. Een voorlopige ondertoezichtstelling vindt de man niet nodig. De enige bedreiging in de ontwikkeling van de kinderen wordt veroorzaakt door de vrouw, nu zij de kinderen wil dwingen bij haar te komen.
3.6.. De vrouw voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4. De beoordeling van het geschil
in conventie en in reconventie
4.1.. Nu de vorderingen in conventie en reconventie met elkaar samen hangen zullen die hierna gezamenlijk worden besproken.
4.2.. In geschil is of de kinderen weer een deel van de tijd bij de vrouw moeten gaan verblijven of dat de situatie dusdanig gewijzigd is, dat verblijf van de kinderen bij de vrouw op dit moment niet in het belang van de kinderen is.
4.3.. Ter zitting is gebleken dat een onmiddellijke hervatting van de zorgregeling met de vrouw onder de gegeven omstandigheden niet mogelijk is. De kinderen laten momenteel grote weerstand zien tegen contact met hun moeder; zij hebben dat zelf ook tijdens het kindgesprek aangegeven. Het is van groot belang dat de kinderen hulp krijgen om de problemen die zij hebben op te lossen en het contact met hun moeder te herstellen. Vaststaat dat [minderjarige 2] al hulp ontvangt van de GGZ en dat het ook voor [minderjarige 1] van belang is dat zij zo spoedig mogelijk hulp gaat krijgen. De ouders moeten daarbij gezamenlijk optrekken en bezien welke hulp gepast is en snel kan worden gegeven. Het is vervolgens aan de ouders om in samenspraak met de hulpverlening te bezien wanneer en op welke wijze contactherstel kan plaatsvinden. De voorzieningenrechter gaat er daarbij van uit dat ook de man zich ten volle zal inspannen om de kinderen te stimuleren in het contact met de vrouw. Verder kan van hem worden gevergd de vrouw op de hoogte te houden van relevante informatie en ontwikkelingen die de kinderen betreffen, zeker zo lang de vrouw zelf geen contact met hen heeft.
4.4.. De voorzieningenrechter volgt de Raad in het advies om, ten behoeve van een door de man te starten bodemprocedure tot wijziging van de zorgregeling, een raadsonderzoek te gelasten. Daarin zal moeten worden onderzocht welke zorgregeling het meest in het belang van de kinderen is en kan tevens worden bekeken of een beschermingsmaatregel door de Raad nodig wordt geacht. Daarom zal in dit vonnis een raadsonderzoek worden gelast met dat doel. Het rapport van de Raad kan dan worden ingebracht in de bodemprocedure. De vader dient daartoe aan de Raad door te geven onder welk nummer de bodemprocedure gaat lopen zodra hij die procedure heeft opgestart. Voor een voorlopige ondertoezichtstelling ziet de voorzieningenrechter onvoldoende reden, net als de Raad. De situatie is weliswaar erg zorgelijk, maar niet dusdanig spoedeisend dat een onderzoek door de Raad niet kan worden afgewacht.
4.5.. Dit alles leidt tot de slotsom dat de vorderingen in conventie zullen worden afgewezen en die in reconventie zal worden toegewezen, met dien verstande dat zal worden bepaald dat de zorgregeling wordt geschorst zolang geen nadere afspraken tussen partijen zijn gemaakt of de bodemrechter meer of anders heeft beslist.
4.6.. Nu deze zaak een geschil over een zorgregeling betreft zullen de kosten in conventie en in reconventie worden gecompenseerd, waarbij ieder de eigen proceskosten draagt.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
in conventie
5.1.. wijst de vorderingen af;
5.2.. bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in reconventie
5.3.. schorst de zorgregeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan van 29 augustus 2025 totdat partijen (al dan niet in samenspraak met de hulpverlening) nadere afspraken hebben gemaakt of de bodemrechter meer of anders heeft beslist;
5.4.. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.. bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in conventie en reconventie:
5.6.. gelast de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor onder 4.4. omschreven doel en daarover aan de rechtbank in de nog door de man aanhangig te maken bodemprocedure te rapporteren en advies uit te brengen;
de Raad kan daartoe telefonisch een eerste afspraak maken met de advocaten van de ouders, die te bereiken zijn op de volgende telefoonnummers: [telefoonnummer 1] (de vrouw) en [telefoonnummer 2] (de man);
gelast de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming toe te sturen;
5.7.. bepaalt dat de man de Raad direct op de hoogte zal brengen van de start van de bodemprocedure onder vermelding van het betreffende zaaknummer;
=
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.
PH