Skip to main content

ECLI:NL:RBDHA:2026:17995

Court

Arnhem

Date

1 July 2026

Language

nl

Case Summary

Legal Issue

Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Holding / Outcome

Uitspraak

Arnhem

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; VreemdelingenrechtType: uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.38862
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. W. Volkers),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de minister in de proceskosten. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

3. Verzoeker heeft op 18 augustus 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 21 november 2022.

3.1.. De minister heeft op 20 augustus 2025 alsnog een besluit genomen en de aanvraag van verzoeker afgewezen. Verzoeker heeft laten weten het niet eens te zijn met dit besluit en heeft daartegen beroepsgronden ingediend.

3.2.. Bij brief van 20 februari 2026 heeft de minister aan verzoeker laten weten dat het besluit van 20 augustus 2025 wordt ingetrokken. De minister heeft vervolgens bij besluit van 27 februari 2026 de aanvraag van verzoeker ingewilligd. Daarop heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken. Verzoeker heeft de rechtbank daarbij verzocht om een veroordeling van de minister in de proceskosten.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

4. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

4.1.. Tussen partijen staat vast dat de minister niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van verzoeker. Nu de minister hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op 20 augustus 2025 (alsnog) heeft beslist, is de minister geheel aan het beroep tegemoetgekomen. Vervolgens heeft de minister de aanvraag van verzoeker bij besluit van 27 februari 2026 ingewilligd. Daarmee is de minister ook geheel tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker tegen het besluit van 20 augustus 2025.

Welk bedrag aan proceskosten moet de minister aan verzoeker vergoeden?

5. De minister is bereid om een proceskostenvergoeding te betalen tot een bedrag van € 934,-. De minister gaat daarbij uit van 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met wegingsfactor 1. De minister ziet geen reden om daarnaast nog 0,5 punt toe te kennen voor het indienen van het beroep niet tijdig beslissen. Volgens de minister is er in dit geval slechts één beroepschrift. In de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bbp) staat dat voor een beroepschrift 1 punt wordt toegekend. Er is geen aparte categorie/puntentoedeling voor een beroepschrift dat als beroep niet tijdig beslissen is ingediend en daarna is ‘omgeklapt’ naar een inhoudelijk beroepschrift. Ook uit het Bbp zelf blijkt niet dat vanwege het verloop van de huidige procedure 1,5 punt zou moeten worden toegekend, aldus de minister.

6. Verzoeker is het daar niet mee eens en stelt dat er ook 0,5 punt moet worden toegekend voor het indienen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

7. De rechtbank oordeelt dat verzoeker recht heeft op 1,5 punt aan proceskosten en geeft verzoeker gelijk. Daarbij is het volgende van belang. De rechtbank stelt allereerst vast dat de minister niet heeft betwist dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit terecht is ingediend. Verder is van belang dat in deze zaak sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6:20, derde lid, van de Awb waarbij het beroep vanwege het niet tijdig nemen van een besluit van rechtswege is ‘omgeklapt’ naar een (inhoudelijk) beroep tegen het besluit van 20 augustus 2025. Niet in geschil is dat verzoeker tegen dit besluit inhoudelijke beroepsgronden heeft aangevoerd. Voor de gronden ingediend in het kader van het beroep van rechtswege tegen het alsnog genomen besluit op de asielaanvraag ligt bij de proceskostenveroordeling in beginsel toekenning van 1 punt in de rede, omdat het daarbij om iets anders gaat dan bij het oorspronkelijke beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Deze nadere gronden kunnen voor de toepassing van de bijlage bij het Bpb naar het oordeel van de rechtbank worden gelijkgesteld met het indienen van een beroepschrift. Dat betekent dat verzoeker recht heeft op 0,5 punt voor het op 18 augustus 2025 ingestelde beroep. Dat ging uitsluitend over het door de minister niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag en geldt als eenvoudig. Om die reden wordt wegingsfactor 0,5 toegepast. Verzoeker heeft verder recht op 1 punt, met wegingsfactor 1, vanwege de inhoudelijke beroepsgronden tegen het besluit van 20 augustus 2025. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De slotsom is dat de minister 1,5 punt aan proceskosten aan verzoeker moet vergoeden. De vergoeding bedraagt daarom € 1.401,-.

8. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 1.401,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van

mr. L.G.C. Lelifeld, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

More Decisions