ECLI:NL:RBDHA:2026:18758
Case Summary
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Uitspraak
Groningen
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.63151
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. E. Ebes),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de kennelijk ongegrondverklaring van zijn asielaanvraag. De minister heeft dit besluit op 9 juni 2026 ingetrokken. Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
3. De minister heeft het besluit na het indienen van het beroep ingetrokken. Hieraan
legt de minister ten grondslag dat vanaf 23 maart 2026 voor Iran een besluit- en vertrekmoratorium voor de duur van zes maanden van kracht is. Op dit moment is onzeker hoe de situatie in Iran zich gaat ontwikkelen en welke gevolgen dat heeft voor de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming. Gelet hierop is naar het oordeel van de rechtbank sprake is van (een situatie die is gelijk te stellen met) tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. De minister dient daarom de proceskosten van verzoeker te betalen.
Conclusie en gevolgen
4. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoeker gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 934,-.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 8:75 en 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 1.