Skip to main content

ECLI:NL:RBGEL:2026:5219

Court

Arnhem

Date

2 July 2026

Language

nl

Case Summary

Legal Issue

Strafrecht

Holding / Outcome

Uitspraak

Arnhem

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05.183502.25

Datum uitspraak : 2 juli 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] (Afghanistan),

wonende aan [adres] [woonplaats] .

Raadsman: mr. S. Çelik, advocaat in Lent.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1hij op of omstreeks 15 juni 2025 te Nijmegen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - zijn arm om de keel van die [slachtoffer] heeft gehouden - met zijn arm die keel en/of hals van die [slachtoffer] heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen, en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen heeft gehouden - een brandende sigaret op/tegen/in de handpalm van die [slachtoffer] heeft uitgedrukt, en/of - veelvuldig, althans meermalen met de vuisten en/of met de vlakke hand op/tegen haar neus en/of kaak, althans haar hoofd en/of tegen haar ribben en/of rug en/of buik, althans haar lichaam, heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 juni 2025 te Nijmegen, althans in Nederland, zijn levensgezel [slachtoffer] heeft mishandeld door - zijn arm om de keel van die [slachtoffer] te houden - met zijn arm die keel en/of hals van die [slachtoffer] dicht te drukken en/of dicht te knijpen en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen te houden - een brandende sigaret op/tegen/in de handpalm van die [slachtoffer] uit te drukken en/of - veelvuldig, althans meermalen met de vuisten en/of met de vlakke hand op/tegen haar neus en/of kaak, althans tegen haar hoofd en/of tegen haar ribben en/of rug en/of buik, althans tegen haar lichaam, te slaan;

feit 2hij op of omstreeks 11 juni 2025 te Nijmegen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - met een door vuur verhitte metalen opscheplepel in de handpalm van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of - meermalen tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of - met een verhitte lepel op/tegen de hand en/of het been van die [slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 juni 2025 te Nijmegen, althans in Nederland, zijn levensgezel [slachtoffer] heeft mishandeld door - met een door vuur verhitte metalen opscheplepel in de handpalm van die [slachtoffer] te drukken, - meermalen tegen het hoofd van die [slachtoffer] te slaan, en/of - met een door vuur verhitte metalen lepel op/tegen de hand en/of het been van die [slachtoffer] te slaan;

feit 3hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Nijmegen, althans in Nederland, [slachtoffer] (telefonisch) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen - Geloof mij maar, ik pak [naam] en met [naam] sla ik jou dood, geloof mij maar" en/of - Ik pak jou en je hele kankerfamilie” en/of -"Nee, jij kent mij jij durft niet eerlijk te zijn, want jij weet dat ik die kind in je buik en die kind die naast jou loopt dat ik die afmaak, dat weet jij. Dat weet jij heel goed!" en/of "Maakt niet uit ik pak jullie alle twee." en/of "Is goed, als jij dit volhoudt, wollah, ik pak jou die kind in je buik af. Ik zweer het op alles wat mij lief is." en/of Wacht maar tot ik je zelf tegenkom en ik je kankerkind uit je kankerbuik sla, ja?" en/of "Nou oké, maakt niet uit. Ik pak jou hoe dan ook. Linksom rechtsom. Linksom of rechtsom, goedschiks of kwaadschiks, ik pak jou. Ik pak jou. Ik laat zo een litteken in jouw leven achter hè, dat jij niet meer weet hoe ik heet. Let maar op." en/of "Ik beloof jou, ik beloof jou, ja, dat ik zo een wrak van jou maak hè. En dan mag de rechter beslissen, het politiebureau, jouw veilig thuis, jouw veilig bezorgd, wacht maar. De enigste waar ik jou mee sla dat is [naam] . Let maar op, let maar op. Dat is jou dierbaar toch. Let maar op, als ik hem pak en hem op de grond smack dan ga jij weten, oh ik had maar gewoon eerlijk moeten zijn, had die jongen mij gewoon met rust gelaten ." en/of Over tien jaar. Ja, ik ga jou pakken en dat is wat ik ga doen. ik heb er allemaal schijt aan, dan ga ik maar een jaar zittten. wacht maar. kankerhoer je bent een kankerhoer, net als je dooie kankermoeder", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde onder feit 1 en 2, en het tenlastegelegde onder feit 3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde onder feit 1, nu uit het dossier onvoldoende bewijs volgt dat verdachte opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde onder feit 1 heeft de raadsman betoogd dat de bewezenverklaring beperkt dient te worden tot de twee à drie klappen die verdachte heeft erkend. De overige ten laste gelegde geweldshandelingen vinden onvoldoende steun in het dossier en verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken. De raadsman heeft daarnaast betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde onder feit 2 vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman heeft daarbij betoogd dat de rechtbank een eventuele bewezenverklaring van feit 3 niet zou moeten gebruiken als zelfstandig bewijs voor de onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde geweldshandelingen.

Beoordeling door de rechtbank

Bewijsmiddelen

Aangeefster [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) heeft verklaard dat zij sinds 2021 een relatie had met verdachte. In 2022 is hun zoon geboren. Na een breuk van zes maanden kwamen [slachtoffer] en verdachte weer bij elkaar. In maart 2025 bleek [slachtoffer] weer zwanger te zijn.

feit 1

Op 15 juni 2025 kwam bij de politie een melding binnen van een mishandeling in een woning aan [adres] in Nijmegen. De bewoonster, [slachtoffer] , had bij een buurvrouw aangebeld. Zij was met haar kind haar woning uit gevlucht nadat zij door verdachte was mishandeld. [slachtoffer] vertelde aan de agenten dat verdachte haar bont en blauw had geslagen. [slachtoffer] verklaarde dat zij zwanger was van verdachte en dat verdachte haar bewust in haar buik had geslagen. Daarnaast verklaarde [slachtoffer] dat zij veel pijn aan haar rug, arm, neus en gezicht had en dat zij door verdachte was gewurgd. Verbalisant [verbalisant 1] zag een aantal rode puntjes in de nek van [slachtoffer] en zag dat zij op haar rechterarm een grote blauwe plek had. [slachtoffer] had onder haar linkeroog ook een blauwe plek. De neus van [slachtoffer] was aan de linkerkant dik. [slachtoffer] verklaarde dat zij last had van haar rechterkaak.

[slachtoffer] heeft aangifte gedaan en daarbij het volgende verklaard. Verdachte begon na zijn thuiskomst in de nacht van 15 juni 2025 haar vragen te stellen over het daten met een andere man, iets wat hij ook al eerder had gedaan (waarover meer bij de overwegingen over feit 2). [slachtoffer] zag dat verdachte zijn arm ophief en voelde meteen de vlakke hand van verdachte waarmee hij haar op de linkerwang sloeg. Ze voelde een tintelend en branderig gevoel op haar linkerwang. Vervolgens dwong verdachte haar om haar rechterhand uit te steken. [slachtoffer] stak haar rechterhand met de palm omhoog naar hem uit. Verdachte pakte haar hand vast en zij voelde tegelijkertijd een scherpe pijn en een brandend gevoel op haar handpalm. Verdachte drukte zijn brandende sigaret op haar handpalm uit en draaide daarna de nog smeulende peuk een aantal keren rond totdat de sigaret helemaal uit was. Verdachte begon haar met gebalde vuisten op haar hoofd en neus te slaan. Hij beukte onafgebroken met gebalde vuisten op haar kaak, ribben, rug en buik. Toen voelde [slachtoffer] dat verdachte zijn rechteronderarm om haar nek sloeg en dat hij haar keel dichtdrukte. [slachtoffer] kon niets meer zeggen, huilen of schreeuwen. Ze kreeg geen lucht meer en zag geen kleur meer, de wereld om haar heen vervaagde. [slachtoffer] zakte langzaam weg. Plotseling liet verdachte haar los. Het duurde even voordat zij weer een beetje bij haar positieven was.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [slachtoffer] die avond twee à drie keer met de platte hand heeft geslagen.

feit 2

[slachtoffer] heeft in haar hiervoor aangehaalde aangifte verder verklaard dat verdachte al eerder, op 11 juni 2025, aan haar vragen begon te stellen over de tijd dat zij uit elkaar waren. In die tijd had zij gedatet met een andere man en verdachte wilde weten of zij seks had gehad met die date. Elke keer dat [slachtoffer] iets zei, kreeg ze van verdachte een klap met de platte hand. Hij sloeg [slachtoffer] op haar hoofd. Bij iedere klap hief verdachte zijn arm op en bewoog deze naar achteren om daarna met kracht op haar hoofd te slaan. [slachtoffer] voelde zich duizelig worden. Verdachte bleef doorslaan. Verdachte had een grote ijzeren opscheplepel in zijn hand en hield deze boven het vuur van het fornuis. De lepel werd verhit en kreeg een rode kleur. Verdachte pakte haar rechterhand vast en drukte de roodgloeiende lepel in de palm van haar hand. [slachtoffer] schreeuwde van pijn en angst. Verdachte drukte met kracht zijn hand op haar mond om haar schreeuwen te smoren. Verdachte sloeg [slachtoffer] met de inmiddels afgekoelde lepel op de bovenzijde van haar rechterhand en op haar linkerbovenbeen.

Feit 1 en 2

Letsel [slachtoffer]

Door een arts en forensisch fotograaf zijn op 17 juni 2025 de volgende letsels bij [slachtoffer] waargenomen en gefotografeerd.

1. Blauwe en gezwollen oogkas;

2. Gezwollen kaak rechterzijde van het gezicht;

3. Schaafwondje onder de kaak links;

4. Striem/blauwe plek in de nek/hals;

5. Rechterhand binnenkant kleine ronde brandwond en een grotere brandwond;

6. Rechterhand bovenkant licht gezwollen en blauw;

7. Linker onderarm blauwe plek;

8. Linker bovenarm grotere blauwe plek;

9. Onderrug meerdere blauwe plekken;

9. Zijkant buik links blauwe plek/verkleuring;

10. Linkerbeen boven de knie een blauwe plek;

11. Linkerbeen zijkant bovenbeen een blauwe plek.

Door de arts werd gezegd dat het letsel in de hals vermoedelijk was veroorzaakt door een drukkende kracht.

De bevindingen van de arts en de foto’s van de forensisch fotograaf zijn opgenomen in de forensisch geneeskundige letselbeschrijving.

Bewijsoverwegingen feit 1 en 2

Verdachte erkent dat hij op 15 juni 2025 [slachtoffer] twee à drie klappen met de platte hand heeft gegeven. Verdachte ontkent echter dat hij de rest van de onder feit 1 en 2 ten laste gelegde geweldshandelingen heeft gepleegd.

Gelet op de verklaring van aangeefster ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of sprake is geweest van de (overige) geweldshandelingen zoals ten laste is gelegd. Het gaat hier om een verdenking van geweld binnen de relatie tussen beiden in de woning van aangeefster, waarbij er geen getuigen waren die rechtstreeks iets hebben waargenomen van de vermeende geweldshandelingen. De vraag die de rechtbank in dit verband (daarom) moet beantwoorden, is of de verklaring van [slachtoffer] voldoende betrouwbaar is en of deze in voldoende mate wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] ten aanzien van de gepleegde geweldshandelingen op 15 juni 2025 authentiek, voldoende consistent en gedetailleerd is. [slachtoffer] heeft in haar aangifte verklaard hoe en op welke plekken verdachte haar sloeg en beschreef gedetailleerd hoe verdachte de brandende peuk op haar handpalm uitdraaide en de pijn die zij daardoor ervoer. [slachtoffer] beschrijft daarnaast uitgebreid welke effecten het door verdachte dichtdrukken van haar keel had, namelijk dat zij niets meer kon zeggen, dat zij geen kleur meer zag en dat zij geen lucht meer kreeg. De gedetailleerde beschrijving van het geweld en de gevolgen daarvan komt op de rechtbank geloofwaardig en authentiek over.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaring van [slachtoffer] ten aanzien van de geweldshandelingen van 15 juni 2025 betrouwbaar en neemt zij deze als uitgangspunt. De verklaring van [slachtoffer] vindt bovendien voldoende steun in de overige bewijsmiddelen in het dossier. Eén van de verbalisanten die kort na de melding bij de buurvrouw bij wie [slachtoffer] haar toevlucht had gezocht arriveerden, zag dat [slachtoffer] diverse letsels had, waaronder diverse blauwe plekken en rode puntjes in de nek. Bij het forensisch onderzoek aan het lichaam van [slachtoffer] werden diverse letsels waargenomen en door de forensisch fotograaf vastgelegd. Deze letsels kwamen overeen met de door haar beschreven geweldshandelingen. Onder andere werd waargenomen en vastgelegd dat [slachtoffer] meerdere blauwe plekken verspreid over haar gezicht en haar lichaam had. Ook werd waargenomen dat zij een striem c.q. blauwe plek in haar hals had.

De rechtbank overweegt dat het bij [slachtoffer] waargenomen letsel zozeer past bij de geweldshandelingen die zij beschrijft, dat dit steun oplevert voor die geweldshandelingen. Zo ondersteunen dat letsel, en de rode puntjes in de hals die door de verbalisant zijn waargenomen, de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte haar hals heeft dichtgedrukt. Eén van de brandwonden die op de hand van [slachtoffer] werd waargenomen, werd door de arts omschreven als een kleine, ronde brandwond. De rechtbank stelt vast dat dat letsel past bij de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte een brandende sigaret uitdrukte en ronddraaide op haar handpalm. Dat [slachtoffer] dit letsel aan zichzelf zou hebben toegebracht, zoals door verdachte is gesuggereerd, acht de rechtbank onaannemelijk, te meer nu verdachte een ander deel van het uitgeoefende geweld wél bekent.

[slachtoffer] verklaart naar het oordeel van de rechtbank ook over de geweldshandelingen van 11 juni 2025 authentiek en gedetailleerd. Zo beschrijft zij ook hier in detail hoe verdachte haar sloeg en een door hem verhitte roodgloeiende hete opscheplepel in haar handpalm drukte. Deze verklaring vindt steun in de bevindingen van de ingeschakelde arts en forensisch fotograaf. Die hebben waargenomen en vastgelegd dat [slachtoffer] , meer richting de pols ten opzichte van de kleine ronde brandwond, ook een grotere brandwond op haar hand had. De geweldshandelingen vertonen hierin ook een belangrijke overeenkomst: dat verdachte het stellen van (dwingende) vragen gepaard liet gaan met het op de hand van [slachtoffer] drukken van een brandend heet voorwerp. Ook deze verklaring is daarmee betrouwbaar en kan worden gebruikt voor het bewijs.

Nu de verklaring van [slachtoffer] zowel ten aanzien van de geweldshandelingen op 15 als ten aanzien van die van 11 juni 2025 door de rechtbank betrouwbaar wordt geacht en voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, acht de rechtbank bewezen dat alle door haar beschreven geweldshandelingen hebben plaatsgevonden.

Kan uit dat handelen worden afgeleid dat verdachte gepoogd heeft [slachtoffer] zwaar te mishandelen, ofwel: kan het onder feit 1 en 2 primair tenlastegelegde worden bewezen? Daarover oordeelt de rechtbank als volgt.

Poging tot zware mishandeling

Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte vol opzet had om [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De rechtbank is echter op grond van het volgende van oordeel dat verdachte wel voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Uit de verklaring van [slachtoffer] volgt dat verdachte op 15 juni 2025 haar keel/hals heeft dichtgedrukt en dichtgedrukt heeft gehouden, dat zij daardoor geen lucht kreeg en dat het wel even duurde voordat ze weer een beetje bij haar positieven was. Het is een feit van algemene bekendheid dat in de keel en hals zich kwetsbare en vitale organen bevinden zoals de luchtpijp, het strottenhoofd en de halsslagader en dat het dichtknijpen van de keel en hals snel tot ademnood leidt hetgeen tot uitval van vitale organen kan leiden.

Daarnaast heeft verdachte bewust brandwonden aan [slachtoffer] toegebracht door op 11 juni 2025 een verhitte opscheplepel in haar handpalm te drukken en op 15 juni 2025 een brandende sigaret op haar handpalm uit te drukken en rond te draaien. Het is algemeen bekend dat brandwonden tot blijvend letsel in de vorm van ontsieringen aan het lichaam kunnen leiden. Bovendien kan voor brandwonden medisch ingrijpen noodzakelijk zijn. Ten slotte heeft verdachte meerdere keren op het hoofd van [slachtoffer] geslagen en op 15 juni 2025 heeft hij [slachtoffer] in haar buik heeft geslagen, terwijl hij wist dat [slachtoffer] zwanger was. Verdachte heeft [slachtoffer] aldus veelvuldig op kwetsbare plekken van haar lichaam geraakt. Het is een feit van algemene bekendheid dat het meermalen (met kracht) slaan tegen het hoofd van een persoon tot breuken en hersenletsel kan leiden en dat het slaan in de buik van een zwangere vrouw kan leiden tot een mogelijk verlies van het ongeboren kind. Al deze mogelijke gevolgen vallen volgens de rechtbank onder de noemer “zwaar lichamelijk letsel”.

Verdachte moet zich ervan bewust zijn geweest dat er een aanmerkelijke kans was dat een of meerdere van deze geweldshandelingen bij [slachtoffer] tot zwaar lichamelijk letsel zou leiden, gelet op de aard en intensiteit van het geweld, en die kans heeft verdachte op de koop toegenomen (bewust aanvaard). Daarmee is het voor een bewezenverklaring benodigde opzet, in voorwaardelijke vorm, vast komen te staan.

De rechtbank wordt in haar overtuiging gesterkt door wat zij hieronder ten aanzien van feit 3 bewezen zal verklaren, de eerdere ernstige bedreigingen aan het adres van [slachtoffer] en de meermaals geuite sterke wens van verdachte, de zwangerschap van [slachtoffer] te laten onderbreken. Daaruit blijkt ook dat het bij de feiten 1 en 2 telkens niet ging om een opwelling bij verdachte, maar om opzettelijk handelen. In een korte tijdspanne van minder dan twee weken ging verdachte drie keer over tot ernstig geweld; eerst verbaal en daarna, twee keer, in de lijn van zijn bedreigingen, fysiek.

De rechtbank komt op grond van wat zij hiervoor heeft overwogen en vastgesteld, tot een bewezenverklaring van de zowel onder 1 primair als onder 2 primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling van [slachtoffer] .

feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

  • het proces-verbaal van bevindingen p. 82-85;

  • de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 juni 2026.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 tot en met 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

feit 1 (primair)hij opof omstreeks15 juni 2025 te Nijmegen,althans in Nederland,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - zijn arm om de keel van die [slachtoffer] heeft gehouden - met zijn arm die keel en/ofhals van die [slachtoffer] heeft dichtgedrukten/of dichtgeknepen,en/ofdichtgedrukt en/of dichtgeknepenheeft gehouden - een brandende sigaret op/tegen/in de handpalm van die [slachtoffer] heeft uitgedrukt, en/of- veelvuldig,althans meermalenmet de vuisten en/ofmet de vlakke hand op/tegen haar neus en/ofkaak, althans haar hoofd en/oftegen haar ribben en/ofrug en/ofbuik,althans haar lichaam,heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2 (primair)hij opof omstreeks11 juni 2025 te Nijmegen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - met een door vuur verhitte metalen opscheplepel in de handpalm van die [slachtoffer] heeft gedrukt en/of- meermalen tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of- met eenverhittelepel op/tegen de hand en/ofhet been van die [slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 3hij opof omstreeks29 mei 2025 te Nijmegen,althans in Nederland,[slachtoffer] (telefonisch) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/ofmet zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen - “Geloof mij maar, ik pak [naam] en met [naam] sla ik jou dood, geloof mij maar” en/of- “Ik pak jou en je hele kankerfamilie” en/of- “Nee, jij kent mij jij durft niet eerlijk te zijn, want jij weet dat ik die kind in je buik en die kind die naast jou loopt dat ik die afmaak, dat weet jij. Dat weet jij heel goed!” en/of“Maakt niet uit ik pak jullie alle twee.” en/of“Is goed, als jij dit volhoudt, wollah, ik pak jou die kind in je buik af. Ik zweer het op alles wat mij lief is.” en/of“Wacht maar tot ik je zelf tegenkom en ik je kankerkind uit je kankerbuik sla, ja?” en/of“Nou oké, maakt niet uit. Ik pak jou hoe dan ook. Linksom rechtsom. Linksom of rechtsom, goedschiks of kwaadschiks, ik pak jou. Ik pak jou. Ik laat zo een litteken in jouw leven achter hè, dat jij niet meer weet hoe ik heet. Let maar op.” en/of"Ik beloof jou, ik beloof jou, ja, dat ik zo een wrak van jou maak hè. En dan mag de rechter beslissen, het politiebureau, jouw veilig thuis, jouw veilig bezorgd, wacht maar. De enigste waar ik jou mee sla dat is [naam] . Let maar op, let maar op. Dat is jou dierbaar toch. Let maar op, als ik hem pak en hem op de grond smack dan ga jij weten, oh ik had maar gewoon eerlijk moeten zijn, had die jongen mij gewoon met rust gelaten.” en/of“Over tien jaar. Ja, ik ga jou pakken en dat is wat ik ga doen. ik heb er allemaal schijt aan, dan ga ik maar een jaar zitten. wacht maar. kankerhoer je bent een kankerhoer, net als je dooie kankermoeder”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 (primair) en 2 (primair), telkens:

poging tot zware mishandeling

feit 3:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling, meermalen gepleegd

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een taakstraf van 200 uren dient te worden opgelegd, bij niet (naar behoren) uitvoeren te vervangen door 100 dagen hechtenis. Bij het voorwaardelijk strafdeel dienen een contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer] en een locatieverbod met betrekking tot [adres] in Nijmegen als bijzondere voorwaarden te worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de omstandigheden dat verdachte bijna één maand in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en ongeveer acht maanden elektronische monitoring heeft gehad. Verdachte heeft zich daarbij aan alle voorwaarden gehouden, heeft een behandeling gevolgd en heeft zijn leven weer opgepakt. De raadsman heeft erop gewezen dat de reclassering het risico op recidive inmiddels als laag inschat. De raadsman verzoekt de rechtbank primair, bij bewezenverklaring van feit 1 subsidiair en feit 3, te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en hooguit een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van één jaar. Subsidiair heeft de raadsman verzocht dat, indien de rechtbank tot een ruimere bewezenverklaring komt, de rechtbank dient te volstaan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, met een proeftijd van één jaar. Voor zover de rechtbank bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, verzoekt de raadsman te volstaan met oplegging van een contactverbod en een locatieverbod zonder elektronisch toezicht, waarbij het locatieverbod wordt beperkt tot het adres van aangeefster.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zijn toenmalige levenspartner [slachtoffer] in korte tijd zeer ernstig bedreigd en mishandeld. Hij deed dat bij degene die hij op basis van de affectieve relatie juist zou moeten beschermen, in een omgeving waar zij zich bij uitstek veilig zou moeten voelen. Alleen om zijn woede te koelen, zijn jaloezie te botvieren en zijn zin door te drijven over de zwangerschap van [slachtoffer] , ging hij ertoe over haar op dwingende wijze te “bevragen” en haar daarbij met brandend hete voorwerpen te bewerken. De rechtbank is het met de omschrijving van de officier van justitie eens, die een en ander vergeleek met marteling. Hij beknotte [slachtoffer] daarmee niet alleen in haar fysieke vrijheid, maar ook in haar vrijheid haar leven in te richten naar eigen keuze. Verdachte trok er zich daarbij niets van aan dat er ook een aan zijn zorg toevertrouwd kind in de buurt was, en betrok dat kind ook in zijn zeer ernstige (doods)bedreigingen aan het adres van [slachtoffer] . Het geweld richtte zich deels ook op de buik van [slachtoffer] , tegen het ongeboren kind van [slachtoffer] en verdachte.

Verdachte trok zich bij dit alles ook niets aan van de hevige (doods)angst die een en ander bij [slachtoffer] moet hebben veroorzaakt en van de verwondingen en de pijn die hij haar heeft toegebracht. De rechtbank houdt er ernstig rekening mee dat [slachtoffer] nog lange tijd de schadelijke mentale gevolgen van dit beangstigende geweld zal ervaren. Ook weegt de rechtbank mee dat de politie [slachtoffer] ontredderd aantrof bij een buurtgenoot, die ongewild werd betrokken in het door verdachte veroorzaakte leed van [slachtoffer] en die daarvan zeer moet zijn geschrokken.

Ter terechtzitting heeft verdachte niet of nauwelijks zelfinzicht of empathie voor [slachtoffer] laten zien; integendeel. Nog steeds lijkt verdachte vooral met een beschuldigende vinger te wijzen naar [slachtoffer] , naar haar (in zijn ogen laakbare) levenswandel en haar reactie op de geweldshandelingen. Hij lijkt zich, geheel ten onrechte, slachtoffer te voelen in plaats van de dader. Niet alleen neemt de rechtbank hem dat kwalijk, ook levert dat ernstige zorgen op over de kans dat verdachte in de toekomst dit soort gedrag opnieuw vertoont.

Reclassering Nederland heeft in haar rapport van 11 juni 2026 beschreven dat verdachte sinds 14 juli 2025 onder elektronisch toezicht stond vanwege een locatieverbod en een locatiegebod. In december 2025 werd het locatiegebod beëindigd en in maart 2026 werd ook de elektronische monitoring voor het locatieverbod beëindigd. De behandeling die verdachte bij Kairos volgde, is afgesloten. Omdat verdachte geen eigen hulpvraag had, werden door Kairos vijf motiverende gesprekken met de psychosociaal behandelaar ingepland om tot een hulpvraag te komen. Deze gesprekken zijn gevoerd, maar niet doorgezet vanwege de beperkte hulpvraag van verdachte en het lage recidiverisico.

De reclassering stelt dat verdachte redelijk tot goed lijkt te functioneren op de diverse leefgebieden en inmiddels zijn draai lijkt te hebben gevonden. Van drugs- of drankmisbruik lijkt geen sprake. Hij heeft geen hulpvraag meer. De reclassering ziet geen meerwaarde in een reclasseringstoezicht, nu verdachte de behandeling positief heeft afgerond en verdachte geen noemenswaardige problemen meer ervaart. De reclassering adviseert om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met de volgende bijzondere voorwaarden: een contactverbod met [slachtoffer] en een locatieverbod (zonder elektronisch toezicht) voor haar woonadres.

De rechtbank is minder positief gestemd over het herhalingsgevaar, zoals hiervoor uiteengezet. De voorwaarden die de reclassering heeft voorgesteld vindt de rechtbank zeer zeker nodig om dat gevaar in te dammen en om [slachtoffer] te beschermen. Daarom zal zij deze voorwaarden opleggen. Nu de reclassering voor zichzelf geen rol ziet weggelegd en verdachte daaraan ook niet wil meewerken, ziet de rechtbank, ondanks haar zorgen over de houding en het gedrag van verdachte, geen aanleiding reclasseringstoezicht op te leggen.

Bij de bepaling van de hoogte van de straf heeft de rechtbank verder nog gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en zijn neergelegd in de oriëntatiepunten voor de straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Strafverzwarend heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte de feiten heeft begaan tegen zijn (toenmalige) levensgezel.

Alles overwegende acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en geboden. Daarom zal de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen opleggen, waarvan 94 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt van deze straf afgetrokken. De rechtbank merkt daarbij op dat het voorwaardelijk strafdeel hoger uitvalt dan de eis van de officier van justitie, nu de rechtbank uitgaat van 26 dagen voorarrest. De rechtbank zal daarnaast een taakstraf voor de duur van 200 uur opleggen, bij niet (naar behoren) uitvoeren te vervangen door 100 dagen hechtenis.

Aan het voorwaardelijk strafdeel worden de bijzondere voorwaarden uit het reclasseringsadvies van 11 juni 2026 verbonden. De rechtbank realiseert zich dat verdachte en het slachtoffer samen twee kinderen hebben. Indien en voor zover nodig kan, eventueel in samenspraak met de reclassering of bij de omgang betrokken (hulpverlenings-)instanties wijziging van deze voorwaarden worden verzocht indien en voor zover dat voor de omgang nodig blijkt; de rechtbank heeft daarvoor op dit moment onvoldoende concrete aanknopingspunten. De rechtbank zal bepalen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat er, gelet op het beperkte zelfinzicht van verdachte, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45, 285, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen;

bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 94 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:

stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat:

verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met het slachtoffer [slachtoffer] ;

verdachte zich gedurende de proeftijd niet bevindt op het adres van het slachtoffer, te weten [adres] te Nijmegen;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt op een taakstraf van 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen;

 heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Tegelaar (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. M. W.R. Koch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Buscop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juli 2026.

Mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. A. Tegelaar zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025279644, gesloten op 6 november 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 15.

Proces-verbaal van bevindingen, p. 12-13.

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 16-17.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 juni 2026.

Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 15-16.

Proces-verbaal van bevindingen, p. 44.

Forensisch Geneeskundige Letselbeschrijving, p. 46-58.

More Decisions