ECLI:NL:RBLIM:2026:6525
Case Summary
Strafrecht
Uitspraak
Roermond
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.176268.24
Tegenspraak (gemachtigde raadsman)
Tussenbeslissing van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1970,
wonende te [adres 1] ,
De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.M. Kuyp, advocaat kantoorhoudende te Laren.
1. Procedure
Deze tussenbeslissing is gegeven naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 juni 2026. Voorafgaand aan die terechtzitting heeft de verdediging bij schrijven van 12 juni 2026 onderzoekswensen ingediend. Op de regiezitting zijn de onderzoekswensen toegelicht en heeft de officier van justitie haar standpunt met betrekking tot de verzoeken kenbaar gemaakt. Van de zitting van 24 juni 2026 is een afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
De rechtbank heeft op basis van de schriftelijke verzoeken en hetgeen tijdens de regiezitting naar voren is gebracht, vastgesteld welke concrete verzoeken op dit moment ter beoordeling voorliggen en zal deze hierna inhoudelijk bespreken.
De rechtbank zal deze beslissingen schriftelijk mededelen en verspreiden en er zal geen extra ingelaste terechtzitting zijn. Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben hiermee ingestemd.
2. De onderzoekswensen
De door de verdediging onder 3 in haar schrijven geformuleerde onderzoekswens inzake sepotbeslissingen is, zoals ter terechtzitting bleek, komen te vervallen. De rechtbank zal daarover dus geen beslissing nemen.
De verdediging heeft verzocht als getuigen te horen:
[naam 1] , president bij het gerechtshof Den Haag, domicilie te [adres 2] ;
[naam 2] , plaatsvervangend president bij het gerechtshof Den Haag, domicilie te [adres 2] .
4. [naam 3] , raadsheer, [geboortedatum 2] , domicilie te [adres 2] ;
5. [naam 4] , advocaat-generaal, [geboortedatum 3] , domicilie te [adres 2] ;
6. [naam 5] , advocaat-generaal, geboortedatum onbekend, domicilie te [adres 2] ;
7. [naam 6] , raadsheer en lid van het MT, [geboortedatum 4] , domicilie te [adres 3] ;
8. [naam 7] , raadsheer en lid van het MT, [geboortedatum 5] , domicilie te [adres 4] ;
9. [naam 8] , griffier, [geboortedatum 6] , domicilie te [adres 2] ;
10. [naam 9] , griffier, [geboortedatum 7] , domicilie te [adres 2] ;
11. [naam 10] , advocaat-generaal, [geboortedatum 8] , domicilie te [adres 2] ;
12. [naam 11] , advocaat-generaal, [geboortedatum 9] , domicilie te [adres 2] ;
13. [naam 12] , raadsheer, [geboortedatum 10] , domicilie te [adres 2] ;
14. [naam 13] , raadsheer, geboortedatum onbekend, domicilie te [adres 2] ;
15. [naam 14] , raadsheer, geboortedatum onbekend, domicilie te [adres 2] ;
16. [naam 15] , hoofd juridische ondersteuning, [geboortedatum 11] , domicilie te [adres 2] ;
17. [naam 16] , adviseur bedrijfsvoering, [geboortedatum 12] , [adres 5] ;
18. [naam 17] , managementassistent, geboortedatum en adresgegevens onbekend;
19. [naam 18] , geboortedatum en adresgegevens onbekend, destijds medewerker Hof Den Haag;
20. [naam 19] , geboortedatum en adresgegevens onbekend, destijds medewerker Hof Den Haag;
21. [naam 20] , griffier, geboortedatum onbekend, domicilie te [adres 2] .
De OvJ is van mening dat de rechtbank alle getuigenverzoeken dient af te wijzen. Zij heeft daarbij acht geslagen op de reden (voor het ontbreken) van het ondervragingsrecht, het gewicht van de reeds afgelegde of eventueel nog af te leggen verklaringen en de aanwezigheid van compenserende factoren.
De OvJ komt tot de conclusie dat de getuigen die al zijn gehoord allen geloofwaardige en betrouwbare verklaringen hebben afgelegd die bovendien steun vinden in het dossier. Dat geldt eveneens voor de schriftelijke verklaring ingediend bij de rijksrecherche door getuige 8. De OvJ acht al deze verklaringen afdoende en ziet geen reden waarom de verdediging in de gelegenheid dient te worden gesteld deze te toetsen.
Wat betreft de getuigen onder 8, 13, 15, 16, 18, 9 en 21 stelt zij zich bovendien op het standpunt dat er sprake is van een te verwijderd verband met hetgeen de verdachte is ten laste gelegd. De mailwisseling van 16 augustus 2022 en rolzittingen van 10 augustus 2022 en oktober 2023 zien niet op de tenlastelegging en zijn daarom niet relevant voor de beoordeling ervan.
De rechtbank acht het van belang dat duidelijk wordt wat de werkwijze rondom het opmaken van de bestreden NO-arresten exact was, hoe deze werkwijze zich in de tijd heeft ontwikkeld, en wie wanneer en hoe van deze werkwijze op de hoogte was/waren. De rechtbank acht het om die reden relevant om alle getuigen te horen die met de bestreden werkwijze in aanraking kwamen. Zij acht de verklaringen van de opgegeven getuigen 1 en 2 relevant in het kader van de beantwoording van de vragen ex artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Dat betekent dat de rechtbank, gelet op het verdedigingsbelang, het verzoek tot het horen van de getuigen genoemd onder 1, 2, en 4 tot en met 21 toewijst.
Ten aanzien van de getuige onder 14 ( [naam 13] ) wenst de rechtbank ambtshalve tevens het proces-verbaal van verhoor van [naam 13] te ontvangen, zoals dat in het kader van de artikel 12 Sv-procedure is afgenomen. De rechtbank zal de officier van justitie daartoe opdracht geven.
Overige verzoeken
De verdediging verzoekt voorts om:
22. kennisname middels kopie van alle documenten/bestanden die het Gerechtshof Den Haag op basis van de vordering ex art. 126nd lid 1 Sv met documentcode [nummer 1] (pg. 378 van het procesdossier) heeft verstrekt. Tevens verzoekt de verdediging om kennisname middels kopie van een document met documentcode [nummer 2] dat deel uitmaakt van het personeelsdossier van de verdachte, maar overeenkomstig de geheimhoudersprocedure buiten het onderzoek is gelaten. De verdediging wenst mogelijk daarna op grond van het relevantiecriterium een verzoek tot voegen van bepaalde documenten/bestanden te doen;
23. de zittingslijsten (documentnummer [nummer 3] ) van de rolzitting van 18 april 2023 en verzoekt opdracht aan de Rijksrecherche te geven om na te gaan welke griffier de betreffende rolzitting heeft bijgewoond en de arresten heeft opgemaakt, alsook om daarvan door de Rijksrecherche proces-verbaal te laten opmaken;
24. inzage te krijgen in de gehele inhoud van de mailbox van de verdachte bij het Gerechtshof Den Haag in de tenlastegelegde periode, teneinde te kunnen achterhalen of, en zo ja wanneer, de verdachte omstreeks 5 oktober 2022 een e-mail heeft verzonden aan [naam 6] en [naam 7] , en daarop een reactie heeft ontvangen van [naam 6] . De verdediging verzoekt daartoe om:
a. de gehele inhoud van de volledige mailbox (ontvangen/verstuurd/
verwijderd/concept/prullenbak) van de verdachte te verstrekken, althans digitale toegang te verkrijgen, inclusief de verwijderde items, ongeacht of deze op een lokale server (van het hof) stonden of op een externe server, over de gehele tenlastegelegde periode,
b. op basis van de inhoud van de mailboxen van [naam 6] en [naam 7] proces-verbaal te laten opmaken met daarin een overzicht van alle door de verdachte aan [naam 6] en/of [naam 7] verzonden e-mails met een opgave van het onderwerp van de mail, alsmede een overzicht van alle door de verdachte ontvangen e-mails van [naam 6] en/of [naam 7] voorzien van het onderwerp van de mail in de gehele tenlastegelegde periode, althans in de periode van 1 tot en met 10 oktober 2022,
c. de volledige metadata van de mailboxen, inclusief eventuele unallocated clusters van de mailboxen van de verdachte, en de [naam 6] en [naam 7] in de gehele tenlastegelegde periode, althans in de periode van 1 tot en met 10 oktober 2022.
De officier van justitie verzet zich niet tegen toewijzing van onderzoekswens 22 en onderzoekswens 24 onder a. De officier van justitie heeft zich echter wel verzet tegen toewijzing van onderzoekswens 23, omdat de zitting van 18 april 2023 buiten de reikwijdte valt van de tenlastelegging. Zij verzet zich eveneens tegen toewijzing van de onderzoekswensen 24 onder b en c, omdat uit het procesdossier voldoende blijkt dat er door de Rijksrecherche uitputtend is gezocht naar het vermeende e-mailbericht dat de verdachte naar eigen zeggen op 5 oktober 2022 zou hebben verzonden.
Gelet op het verdedigingsbelang wijst de rechtbank, het verzoek toe tot het ter beschikking stellen van een kopie van alle documenten/bestanden en het geheimhoudersstuk (zoals geformuleerd onder onderzoekswens 22).
Ten aanzien van onderzoekswens 23 is de rechtbank van oordeel dat de verzochte bevindingen niet relevant zijn voor enige in het kader van de artikelen 348 en 350 Sv te nemen beslissing in de zaak van de verdachte, aangezien de rolzitting van 18 april 2023 niet is genoemd in de tenlastelegging en daarmee nadrukkelijk buiten de reikwijdte van de tenlastelegging valt, zodat dit verzoek dient te worden afgewezen.
De rechtbank wijst, gelet op het verdedigingsbelang, toe het verzoek, zoals geformuleerd onder onderzoekswens 24 a, b en c, met dien verstande dat de te verstrekken data uitsluitend zien op de periode van 1 oktober 2022 tot en met 10 oktober 2022. Ten aanzien van onderzoekswens 24 onder c bepaalt de rechtbank dat de te verstrekken metadata uit de mailboxen van [naam 6] en [naam 7] zich zal beperken tot de communicatie tussen beide raadsheren met de verdachte. De rechtbank is van oordeel dat de bevindingen uit deze onderzoeken relevant kunnen zijn voor enige in het kader van de artikelen 348 en 350 Sv te nemen beslissing in de zaak van de verdachte.
Aanvullend verzoek
De verdediging heeft ter terechtzitting aanvullend verzocht om de officier van justitie op te dragen om proces-verbaal te laten opmaken, waaruit blijk:
op welk moment de verdachte is geregistreerd als verdachte;
op wiens/wier verzoek dat is gebeurd;
of en zo ja in overleg met wie deze beslissing is genomen.
De officier van justitie heeft zich niet tegen deze aanvullende onderzoekswens verzet.
Gelet op het verdedigingsbelang wijst de rechtbank dit verzoek toe.
Verwijzing rechter-commissaris
De rechtbank verwijst de zaak naar de rechter-commissaris voor het horen van de getuigen 4 tot en met 6 en de getuigen 9 tot en met 21 (16 getuigen in totaal). De rechtbank verzoekt de rechter-commissaris al datgene te doen wat hem of haar in het belang van het onderzoek geraden voorkomt.
Horen getuigen ter terechtzitting
De getuigen 1 ( [naam 1] ) en 2 ( [naam 2] ) – bestuursleden van het gerechtshof - en 7 ( [naam 6] ) en 8 ( [naam 7] ) – (destijds) MT-leden van de het gerechtshof - zal de rechtbank als getuigen horen tijdens het onderzoek ter terechtzitting, nadat alle overige 16 getuigen bij de rechter-commissaris zijn gehoord.
3. De beslissingen
De rechtbank:
- stelt de stukken in handen van derechter-commissarisbelast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, nu het horen van de navolgende getuigen door de rechter-commissaris noodzakelijk blijkt:
o [naam 3], raadsheer, [geboortedatum 2] , domicilie te [adres 2] ;
o [naam 4], advocaat-generaal, [geboortedatum 3] , domicilie te [adres 2] ;
o [naam 5], advocaat-generaal, geboortedatum onbekend, domicilie te [adres 2] ;
o [naam 8], griffier, [geboortedatum 6] , domicilie te [adres 2] ;
o [naam 9], griffier, [geboortedatum 7] , domicilie te [adres 2] ;
o [naam 10], advocaat-generaal, [geboortedatum 8] , domicilie te [adres 2] ;
o [naam 11], advocaat-generaal, [geboortedatum 9] , domicilie te [adres 2] ;
o [naam 12], raadsheer, [geboortedatum 10] , domicilie te [adres 2] ;
o [naam 13], raadsheer, geboortedatum onbekend, domicilie te [adres 2] ;
o [naam 14], raadsheer, geboortedatum onbekend, domicilie te [adres 2] ;
o [naam 15], hoofd juridische ondersteuning, [geboortedatum 11] , domicilie te [adres 2] ;
o [naam 16], adviseur bedrijfsvoering, [geboortedatum 12] , [adres 5] ;
o [naam 17], managementassistent, geboortedatum en adresgegevens onbekend;
o [naam 18], geboortedatum en adresgegevens onbekend, destijds medewerker Hof Den Haag;
o [naam 19], geboortedatum en adresgegevens onbekend, destijds medewerker Hof Den Haag;
o [naam 20], griffier, geboortedatum onbekend, domicilie te [adres 2] .
verzoekt de rechter-commissaris voorts al datgene te doen wat hem of haar in het belang van het onderzoek geraden voorkomt;
geeft de officier van justitieopdrachttot:
het toevoegen aan het procesdossier van het proces-verbaal van verhoor van
[naam 13] zoals dat in het kader van de artikel 12 Sv-procedure is afgenomen;
het verstrekken aan de verdediging van een kopie van alle documenten/bestanden die door het Gerechtshof Den Haag op basis van de vordering ex art. 126nd lid 1 Sv met documentcode [nummer 1] (pg. 378 van het procesdossier) zijn verstrekt;
het verstrekken aan de verdediging van een kopie van een document met documentcode [nummer 2] dat deel uitmaakt van het personeelsdossier van de verdachte, maar overeenkomstig de geheimhoudersprocedure buiten het onderzoek is gelaten;
het verstrekken aan de verdediging van de gehele inhoud van de volledige mailbox (ontvangen/verstuurd/verwijderd/concept/prullenbak) van de verdachte, althans daartoe digitale toegang te verschaffen, inclusief de verwijderde items, ongeacht of deze op een lokale server (van het hof) stonden of op een externe server, over de periode van 1 oktober 2022 tot en met 10 oktober 2022;
het toevoegen aan het procesdossier van aanvullend proces-verbaal door de Rijksrecherche op basis van de inhoud van de mailboxen van [naam 6] en [naam 7] , met daarin een overzicht van alle door de verdachte aan [naam 6] en/of [naam 7] verzonden e-mails met een opgave van het onderwerp van de mail, alsmede een overzicht van alle door de verdachte ontvangen e-mails van [naam 6] en/of [naam 7] voorzien van het onderwerp van de mail in de periode van 1 tot en met 10 oktober 2022;
het verstrekken aan de verdediging van de volledige metadata van de mailboxen, inclusief eventuele unallocated clusters, van de mailboxen van de verdachte, [naam 6] en [naam 7] in de periode van 1 tot en met 10 oktober 2022;
het laten opmaken van aanvullend proces-verbaal, waaruit blijk:
op welk moment de verdachte is geregistreerd als verdachte;
op wiens/wier verzoek dat is gebeurd;
of en zo ja in overleg met wie deze beslissing is genomen;
beveelt de oproeping van de navolgende getuigen:
o [naam 6], raadsheer en lid van het MT, [geboortedatum 4] , domicilie te [adres 3] ;
o [naam 7], raadsheer en lid van het MT, [geboortedatum 5] , domicilie te [adres 4] ;
o [naam 1], president bij het gerechtshof Den Haag, domicilie te [adres 2] ;
o [naam 2], plaatsvervangend president bij het gerechtshof Den Haag, domicilie te [adres 2] .
tegen de datum en het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat.
Deze beslissing is op 6 juli 2026 genomen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter,
mr. L. Feuth en mr. I.T.H.L. van den Bergh, rechters, in het bijzijn van mr. I.K. Bakker, griffier.
Buiten staat
mr. L. Feuth is buiten staat deze tussenbeslissing mede te ondertekenen.