ECLI:NL:RBNHO:2026:7506
Case Summary
Civiel recht; Aanbestedingsrecht
Uitspraak
Haarlem
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/377936 / KG ZA 26-257
Vonnis in kort geding van 25 juni 2026
in de zaak van
ORTHOPEDAGOGISCHE PRAKTIJK DE REGENBOOG B.V.,
te Zaanstad,
eisende partij,
hierna te noemen: De Regenboog,
advocaat: mr. H.R. Eikelboom,
tegen
GEMEENTE ZAANSTAD,
te Zaanstad,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaat: mr. M.W. Langhout.
1. De procedure
1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties 1 tot en met 4
de producties 1 tot en met 4 van de gemeente - de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de pleitnota van De Regenboog - de pleitnota van de gemeente.
1.2.. Voor de mondelinge behandeling op 11 juni 2026 zijn verschenen namens de Regenboog mevrouw [betrokkene 1] (directrice) en mevrouw [betrokkene 2] (operationeel manager), bijgestaan door mr. Eikelboom voornoemd en namens de gemeente mevrouw [betrokkene 3] (contractmanager), de heer [betrokkene 4] (jurist) en de heer [betrokkene 5] (projectleider), bijgestaan door mr. Langhout voornoemd.
1.3.. Tenslotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.. De gemeente Zaanstad heeft in december 2025 de Europese openbare aanbesteding Specialistische Jeugdhulp Segment C en V 2027 Zaanstreek-Waterland gepubliceerd. Zij deed dit mede namens de gemeenten Purmerend, Edam-Volendam, Wormerland, Landsmeer en Oostzaan.
2.2..
De Offerteleidraad (hierna: de leidraad) houdt onder meer het volgende in:
(…)4.2.
Contactpersonen en -gegevens
(…)
Indien er naar aanleiding van deze aanbestedingsleidraad nog vragen zijn, dient de gegadigde deze via TenderNed te stellen. (…) Deze vragen dienen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk voor het op TenderNed gepubliceerde tijdstip, te zijn ingediend. Vragen die na dit tijdstip binnenkomen, worden in beginsel niet beantwoord. De gemeente behoudt zich het recht voor vragen die na dit tijdstip binnenkomen wel te beantwoorden als dat vanwege de aard van de vraag wenselijk is.
Beantwoording van de vragen vindt plaats middels een nota van inlichtingen via TenderNed aan alle gegadigden. De vragen en de daarop gegeven antwoorden moeten worden beschouwd als integraal onderdeel van de aanbestedingsdocumenten en worden volgens planning gepubliceerd op TenderNed.
(…)
5. Beschrijving opdracht5.1.
Uitgangspunten, doelstellingen en voorzieningen
(…)
De opdracht heeft betrekking op de gezamenlijke inkoop van specialistische jeugdhulp voor de periode 2027-2034. De inkoop richt zich op:
segment C: hoogspecialistische en/of complexe ambulante hulp;
segment V: verblijfszorg.
Segmenten C en V zijn onderdeel van het jeugdzorgstelsel in de regio Zaanstreek-Waterland. Het jeugdhulpstelsel bestaat uit vijf onderdelen die segmenten worden genoemd. Segment A is de basis: lokale teams en lichte hulp die vrij toegankelijk is. Segment B biedt specialistische ambulante hulp voor enkelvoudige problemen. Segment C is voor complexe, hoogspecialistische hulp. Segment D richt zich op ernstige dyslexiezorg. Segment V omvat 24-uurs verblijf voor jeugdigen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen.
(…)
6. Percelenverdeling en inkoopmethodiek
Deze opdracht is onderverdeeld in drie percelen (zie tabel). Het betreft twee percelen voor segment C en één perceel voor segment V. (…)
(…)6.1.2.
Indeling in percelen
De inkoop van segment C is opgedeeld in twee percelen:
Perceel 1A is bedoeld voor kernpartners die actief bijdragen aan de doorontwikkeling van het zorglandschap en vanaf 2030 gezamenlijk de volledige zorgvraag in segment C opvangen.
Perceel 1B is bedoeld voor overige leveranciers die zonder ontwikkelverplichting een deel van de zorg leveren gedurende drie jaar tot 2030.
(…)
Inkoopprocedure perceel 1B
De procedure voor perceel 1B bestaat uit twee fases. Inschrijvers moeten voldoen aan de
geschiktheidseisen en selectiecriteria (zie paragraaf 7.3). Na inschrijving wordt gecontroleerd of de ingediende stukken volledig en correct zijn. Vervolgens worden de inschrijvers die een juiste inschrijving hebben gedaan uitgenodigd voor de onderhandelingsgesprekken over de prijs.
(…)6.2.
Inkoop methodiek: Segment V
Segment V betreft jeugdhulp waarbij de jeugdige tijdelijk of langdurig in een woonvoorziening verblijft.
Dit kan een pleeggezin, gezinshuis, logeerhuis of behandelgroep zijn. Het gaat om 24-uurszorg voor
jeugdigen die (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen vanwege de ernst of complexiteit van hun situatie.
(…)6.6.
Rechtsverwerking
De aanbestedingsleidraad is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Desondanks kunnen er toch onduidelijkheden/onvolkomenheden in het document (en/of bijlagen) voorkomen.
Gemeente verwacht een proactieve houding van de gegadigden, wat betekent dat de gegadigden eventuele onduidelijkheden en/of onvolkomenheden in de aanbestedingsleidraad zo spoedig mogelijk, in ieder geval vóór de laatste nota van inlichtingen, aan Gemeente moeten melden.
(…)6.7.
Mededeling van de gunningbeslissing
De aanbestedende dienst zal de inschrijvers gelijktijdig schriftelijk informeren over het voornemen tot gunning. De mededeling van de gunningsbeslissing bevat de relevante redenen voor die beslissing.
(…)
De aanbestedende dienst neemt een termijn van 20 kalenderdagen (stand stilltermijn) in acht voordat zij de met de gunningsbeslissing beoogde raamovereenkomst sluit. De betrokken inschrijvers hebben aldus de gelegenheid om binnen 20 kalenderdagen ingaande op de dag na de verzenddatum van de mededeling van de gunningsbeslissing, tegen deze beslissing op te komen en een kort geding aanhangig te maken bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.
Deze termijn, die gelijkloopt met de stand still termijn, is een vervaltermijn. Een kort geding moet voor deze termijn aanhangig zijn gemaakt.
Een kort geding is aanhangig vanaf het moment dat aan de aanbestedende dienst de datum van het kort geding en de inhoud daarvan (door het toesturen van de conceptdagvaarding) is medegedeeld óf vanaf de dag dat de deurwaarder de aanbestedende dienst heeft betekend.
(…)6.8.
Klachtenprocedure
Klachten over deze aanbestedingsprocedure kunnen op de manier zoals in onze klachtenregeling omschreven, worden ingediend bij het volgende mailadres: [email protected].
(…)7.3.
Geschiktheidseisen
(…)
Aanvullende geschiktheidseis aandeel ZZP'ers
De inschrijver toont aan dat zijn organisatie beschikt over een stabiele personele bezetting met een substantieel aandeel medewerkers in loondienst. Dit draagt bij aan continuïteit, kwaliteit en borging van zorg.
Bij inschrijving voegt de inschrijver een ondertekend document toe waarin het percentage
medewerkers in loondienst wordt vermeld. Dit percentage bedraagt minimaal 80%. Dit document bevat:
De totale personeelskosten
De personeelskosten van de medewerkers in loondienst.
Het berekende percentage medewerkers in loondienst ten opzichte van het totaal.
Een verklaring dat dit percentage representatief is voor de inzet binnen de regio Zaanstreek- Waterland.
(…).
Aanvullende geschiktheidseis samenstelling multidisciplinair team
Opdrachtnemer heeft binnen haar organisatie een multidisciplinair team welke ter beschikking staat voor behandeling van Cliënten binnen de regio Zaanstreek-Waterland. Hier stellen we de volgende eisen aan:
Het team dient te bestaan uit verschillende disciplines werkzaam binnen de organisatie en bevat minimaal: een (kinder- en jeugd)Psychiater of een Arts VG, een Klinisch psycholoog/GZ psycholoog of Orthopedagoog Generalist (OG-er) en een systeemtherapeut.
Het team kan gezamenlijk ondersteunen. Dit ten behoeve van de vorming van een behandelplan en/of oplossingen voor vragen van de jeugdige / het gezin vanuit een interdisciplinaire visie vereist, teneinde de juiste dienstverlening te matchen bij de juiste probleemstellingen bij zeer complexe casussen, waarbij intercollegiale consultatie van een enkele behandelaar niet afdoende is.
Het team dient een outreachend karakter te hebben en beschikbaar te zijn.
Het team omvat 10 tot 15 fte.
Bij inschrijving voegt de inschrijver een document toe waarin de samenstelling van het team wordt beschreven, inclusief:
Functies en disciplines binnen het team inclusief BIG- en SKJ-registratienummers
Aantal FTE per discipline.
(…)7.3.4.
Referentie eisen
Wij verzoeken u om aan de hand van referenties aan te tonen dat u beschikt over de kerncompetenties die nodig zijn voor de uitvoering van deze opdracht. (…) U dient enkel een referentie in te dienen voor het perceel waarvoor u zich inschrijft. Het is ook toegestaan om referenties van een derde op te geven. In dat geval doet u een beroep op die derde, zoals bedoeld in paragraaf 10.3.4.
(…)
Perceel 2: Segment V
Kerncompetentie 1 — Ervaring met het uitoefenen van specialistische jeugdhulp met een verblijfscomponent.
Deze kerncompetentie ziet met name toe dat Inschrijver duidelijk ervaring heeft in het vakgebied verblijf gerelateerd aan de aard en inhoud zoals beschreven in de opdrachtomschrijving en programma van eisen.
Aan de referenties worden de volgende eisen gesteld:
Met de referentie toont de Inschrijver aan voldoende ervaring te hebben met de kerncompetentie;
De referentie is in de afgelopen drie jaren uitgevoerd;
De referent toont aan minimaal 10 cliënten in een jaar gehuisvest hebben voor één opdrachtgever.
De gerefereerde opdracht is voor een gemeente en/of jeugdzorgregio.
De referentie behoeft niet naar aard, hoeveelheid of omvang en het doel van de uitgevraagde opdracht exact gelijk te zijn, maar wel op onderdelen van de opdracht vergelijkbaar, waardoor aangetoond wordt dat de Inschrijver voldoende kennis en ervaring heeft op dit gebied;
De referenties dienen een looptijd van minimaal 6 maanden te hebben gehad.
(…)10.3.4.
Beroep op draagkracht derde
Als u een beroep wilt doen op de draagkracht van een derde om aan de geschiktheidseisen te voldoen zoals beschreven in hoofdstuk 7, dan moet u dat aan geven in deel IIC van het UEA. Hierbij moet u toelichten op welke specifieke draagkracht van de derde een beroep wordt gedaan. Daarnaast levert u bij inschrijving het door de derde ingevulde en ondertekende UEA in. Hiernaast dient u ook een ‘verklaring beroep op derde’ in, zie bijlage 13.
(…)10.7.2.
Rechtsgang
Een voorlopige selectie- of gunningsbeslissing is nog geen aanvaarding van een aanbod. De inkopende organisatie stuurt de mededeling van selectie of gunning via het aanbestedingsplatform. Is een potentiële opdrachtnemer het niet eens met een afwijzing? Dan kan hij een kort geding starten. Dat moet binnen 20 kalenderdagen na de bekendmaking van de selectie of gunning. Na die termijn vervalt het recht op bezwaar en schadevergoeding.
2.3.. De Regenboog exploiteert een onderneming in de vorm van het ondersteunen en begeleiden van jeugdigen zonder verblijf (inclusief dagactviteiten) alsmede een maatschappelijke opvang met verblijf. Zij heeft op 23 maart 2026 ingeschreven op de aanbesteding voor perceel 1 B en perceel 2.
2.4..
Bij brief van 24 april 2026 heeft de gemeente De Regenboog de volgende beslissing meegedeeld:
(…)
Uw inschrijving wordt uitgesloten van deelname. Uw inschrijving voldoet helaas niet aan de gestelde eisen.
Segment C1b — Perceel 2
Wij hebben vastgesteld dat uw inschrijving niet voldoet aan twee geschiktheidseisen. Het ingediende document voor het aandeel ZZP'ers vermeldt enkel een percentage van 3%, zonder onderbouwing met personeelskosten en berekening conform pagina 24 van de offerteleidraad. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat aan de eis van minimaal 80% medewerkers in loondienst is voldaan.
Daarnaast beschikt uw organisatie niet over een (kinder- en jeugd)Psychiater of Arts VG; een openstaande vacature volstaat hiervoor niet, een vacature toont immers niet aan dat de betreffende discipline daadwerkelijk beschikbaar en werkzaam is binnen uw organisatie (…). Daarnaast moest u bij uw inschrijving de BIG registraties overleggen van deze professionals, in geval van een vacature kan dat ook niet (…)
Dit komt niet voor herstel in aanmerking. Uw inschrijving is ongeldig voor segment C en komt niet in
aanmerking voor fase 2 noch gunning voor perceel 2.
Segment V — Perceel 3
Conform pagina 26 van de offerteleidraad dient de referentie aan te tonen dat minimaal 10 cliënten in één kalenderjaar zijn gehuisvest voor één opdrachtgever (gemeente en/of jeugdzorgregio), binnen de afgelopen drie jaar.
Na twee verduidelijkingsronden is dit niet aangetoond. In uw eerste antwoord gaf u aan meer dan 10 Zaanse cliënten te hebben bediend over meerdere jaren, maar niet gelijktijdig. In de tweede vragenronde, waarbij wij u uitdrukkelijk hebben gewaarschuwd dat het niet aantonen hiervan zou leiden tot ongeldigheid, heeft u erkend dat aantallen niet in de referentie zijn vermeld en verwezen naar contractmanagement. Dit is niet toegestaan. Bovendien ziet uw toelichting op een totaal over drie jaar, terwijl de eis betrekking heeft op minimaal 10 cliënten binnen één kalenderjaar.
Dit komt niet voor herstel in aanmerking. Uw inschrijving is ongeldig voor segment V en komt niet in
aanmerking voor fase 2 noch gunning voor perceel 3.
Bent u het niet eens met dit besluit?
Dan kunt u tot en met 14 mei 2026 bezwaar maken tegen deze beslissing. Wordt er geen bezwaar gemaakt uiterlijk op gemelde datum, dan is uw recht om dat te doen vervallen.
2.5.. De Regenboog is het niet eens met de beslissing en heeft op 13 mei 2026 een bezwaarschrift ingediend bij de gemeente. Enkele minuten na het indienen van het bezwaar kreeg zij reactie vanuit de gemeente dat het bezwaar niet in behandeling genomen zou worden en dat zij hiervoor binnen de daarvoor geldende termijn een kort geding aanhangig zou moeten maken
2.6..
Bij brief van 14 mei 2026 heeft de advocaat van De Regenboog de rechtbank verzocht een datum te bepalen voor het kort geding. In zijn brief vermeldt hij: Ik heb de opdracht pas heden van De Regenboog ontvangen. De aanvraag moest heden (dan wel
morgen i.v.m. Hemelvaartsdag) ingediend worden.
Met de wederpartij, de gemeente heb ik nog geen contact kunnen hebben. (…).
2.7.. Op 15 mei 2026 heeft de rechtbank de datum/tijd voor het kort geding bepaald en is die informatie gecommuniceerd aan de advocaat van De Regenboog, die deze informatie inclusief de concept-dagvaarding nog dezelfde dag heeft gedeeld met de gemeente.
3. Het geschil
3.1..
De Regenboog vordert - na eisvermeerdering - dat de voorzieningenrechter:
I. de gemeente gelast om de uitsluitingsbeslissing van 24 april 2026 in te trekken, althans totdat de inschrijving van de Regenboog is herbeoordeeld, te schorsen, althans de Regenboog alsnog toe te laten tot -fase 2 van - de gunningsprocedure;
II. de gemeente gelast de inschrijving van de Regenboog te herbeoordelen met in achtneming van het gelijkheidsbeginsel, het transparantiebeginsel en het proportionaliteitsbeginsel,
III. de gemeente gelast zich tot nader order te onthouden van het sluiten van overeenkomsten met andere gegadigden,
IV.de gemeente primair veroordeelt in de volledige kosten van deze kortgedingprocedure
(€ 3.250 excl. btw, te vermeerderen met de deurwaarderskosten en griffierechten) en subsidiair in de forfaitaire kosten van deze kortgedingprocedure, de nakosten daaronder
begrepen.
3.2.. De Regenboog stelt dat de gemeente haar inschrijving ten onrechte heeft uitgesloten. Zij stelt dat de gemeente de geschiktheidseis ‘berekening personeelskosten’ onjuist heeft toegepast en wijst erop dat zij heeft voldaan aan de gestelde eisen in de leidraad, te weten een beschrijving van de functies en disciplines binnen het team, het aantal fte per discipline en een verklaring dat de beschreven teamsamenstelling representatief is voor de inzet binnen de regio Zaanstreek-Waterland. Zij benadrukt dat uit haar inschrijving aantoonbaar blijkt dat zij ruim meer dan 15 fte in loondienst heeft, aangevuld met circa 3% zzp-inzet en dat ook de multidisciplinaire samenstelling van het team en de beschikbaarheid daarvan voldoende zijn aangetoond.
3.3..
Verder stelt De Regenboog dat de eis om een psychiater in loondienst te hebben onevenredig is. Zij erkent dat zij momenteel geen psychiater in loondienst heeft en wijst erop dat zij wel een vacature open heeft staan voor 2 tot 4 uur per week, maar dat de arbeidsmarkt voor psychiaters op dit moment uiterst krap is. Zij verklaart dat zij in de tussentijd voldoet aan de psychiatrische inzet door middel van samenwerkingsverbanden met partijen die een psychiater in loondienst hebben of met vrijgevestigde psychiaters en dat strikte toepassing van de eis om een psychiater in loondienst te hebben disproportioneel is en daarom strijdig met het proportionaliteitsbeginsel als bedoeld in artikel 1.10 van de Aanbestedingswet 2012.
Verder plaatst De Regenboog vraagtekens bij de juridische en praktische uitvoerbaarheid van de eis dat gedurende de gehele contractperiode 10 tot 15 fte in loondienst moet zijn, omdat arbeidsverhoudingen onderhevig zijn aan verandering. Zij voert aan dat medewerkers
de organisatie kunnen verlaten, wat leidt tot openstaande vacatures op specifieke
disciplines en dat onduidelijk is of het ontstaan van een dergelijke vacature grond vormt voor beëindiging van de overeenkomst.
Over het segment verblijf erkent De Regenboog dat zij abusievelijk in haar inschrijving niet het cliëntenaantal heeft vermeld. Zij benadrukt dat zij nog geprobeerd heeft deze informatie alsnog te verstrekken in de nadere onderbouwing, maar dat zij geen nieuwe informatie meer mocht aanleveren, waardoor zij alleen nog maar kon verwijzen naar contractmanagement, zodat de gemeente die informatie zelf kon nagaan. Zij benadrukt daarbij dat zij referenties had kunnen overleggen van anderen, maar dat zij tot nu toe de specialistische zorg heeft verleend onder segment B en dat het haar niet was toegestaan om haar inschrijving aan te vullen. Daarbij voert zij aan dat zij niet begrepen heeft dat met de vraag of beroep gedaan wordt op de draagkracht van een derde niet gedoeld werd op financiële draagkracht maar op professionele draagkracht. Tenslotte wijst zij er op dat zij ook heeft aangegeven dat geen beroep gedaan wordt op een onderaannemer omdat het op dit moment bij de gemeente niet mogelijk is om een aanvraag te doen met een onderaannemer.
3.4.. De gemeente voert verweer. In de eerste plaats voert zij aan dat De Regenboog niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar vordering, omdat zij haar vordering te laat heeft ingesteld. De gemeente wijst er op dat de selectiebeslissing dateert van 24 april 2026 en dat de laatste dag van de termijn om daartegen op te komen 14 mei 2026 was. Op die datum heeft De Regenboog de rechtbank wel om een datum gevraagd, maar pas op 15 mei 2026 heeft De Regenboog de gemeente geïnformeerd over de gevraagde datum en de concept-dagvaarding doen toekomen.
3.5.. In de tweede plaats voert de gemeente inhoudelijk verweer. Zij voert aan dat de inschrijving van De Regenboog (betreffende perceel 1B) niet voldoet aan de gestelde eisen, omdat:
uit de inschrijving niet opgemaakt kan worden of aan de eis van minimaal 80% medewerkers in loondienst is voldaan;
De Regenboog niet beschikt over een (kinder- en jeugd)psychiater of Arts VG (een openstaande vacature volstaat niet);
BIG- en registratienummers door De Regenboog zijn niet overgelegd.
Verder voert de gemeente aan dat ook voor segment V de inschrijving van De Regenboog niet voldoet omdat uit de door haar aangeleverde referentie niet volgt dat minimaal tien cliënten in één jaar gehuisvest zijn voor één opdrachtgever.
De gemeente benadrukt daarbij dat er hoge eisen worden gesteld omdat het hier gaat om specialistische jeugdhulp met een meervoudig of hoogspecialistisch karakter, die niet vrij toegankelijk is en alleen beschikbaar is op basis van een verwijzing door een wettelijke verwijzer. Daarbij bestaat de doelgroep veelal uit jeugdigen met complexe problematiek, vaak in combinatie met ouders die worstelen met hun opvoedrol, mede als gevolg van eigen psychische of sociale problemen. De gemeente wijst er op dat het daarom van belang is om aan de hand van de geschiktheidseisen te kunnen vaststellen of de inschrijver geschikt is om de gevraagde opdracht uit te voeren. De eis van minimaal 80% medewerkers in loondienst is dan ook gesteld met het oog op borging van de continuïteit, kwaliteit en zorg en aan deze eis voldoet De Regenboog niet. Bovendien maakt vooral het feit dat De Regenboog geen psychiater in loondienst heeft, maar slechts een vacature open heeft staan, dat zij niet voldoet aan de geschiktheidseis, vooral niet nu niet is aangegeven dat een beroep wordt gedaan op de draagkracht van een derde, aldus de gemeente. Ook heeft De Regenboog niet de vereiste BIG- en registratienummers in haar inschrijving vermeld en de verwijzing naar contractmanagement is niet voldoende. De gemeente verklaart dat zij naar aanleiding van die verwijzing naar contractmanagement nog wel heeft gezocht, maar geen contract heeft aangetroffen onder segment C of V met betrekking tot De Regenboog. Zij benadrukt dat De Regenboog ook referenties van andere gemeenten of opdrachtgevers had kunnen overleggen.
3.6.. Over de eisvermeerdering van De Regenboog stelt de gemeente in de eerste plaats dat deze moet worden geweigerd, omdat deze in strijd is met de goede procesorde. Daarnaast stelt zij dat de lat voor een reële proceskostenvergoeding hoog ligt en dat De Regenboog onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van misbruik van recht.
3.7.. Op de stelling van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Ontvankelijkheid
4.1.. Het meest verstrekkende verweer van de gemeente is dat De Regenboog de gemeente niet tijdig in kort geding heeft betrokken om bezwaar te maken tegen de beslissing van 24 april 2026 en daarom niet in haar vordering kan worden ontvangen.
4.2.. Dit verweer faalt. Vast staat dat de termijn om tegen de beslissing op te komen eindigde op Hemelvaartsdag. Dit is een in de Europese Unie erkende feestdag in Nederland. Uit de Memorie van Toelichting bij de Aanbestedingswet 2012 volgt dat een opschortingstermijn na de gunningsbeslissing die eindigt op een erkende feestdag, eindigt op het laatste uur van de daarop volgende werkdag. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit ook moet gelden voor de beroepstermijn ten aanzien van de beslissing tot uitsluiting als bedoeld in artikel 10.7.2 van de leidraad. Dit betekent dat De Regenboog deze kortgedingprocedure tijdig aanhangig heeft gemaakt.4.3.. Daarnaast heeft de gemeente in de brief met de uitsluitingsbeslissing zelf aangegeven dat er tot en met 14 mei 2026 bezwaargemaakt kon worden. Ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat De Regenboog door die formulering op het verkeerde been is gezet en daarom haar bezwaar in eerste instantie bij de gemeente heeft ingediend en niet direct een kortgedingprocedure is gestart. De gemeente heeft ter zitting ook erkend dat de formulering in de brief ongelukkig is geweest. Toen het voor De Regenboog duidelijk was geworden dat in de brief bedoeld is dat zij een kortgedingprocedure moest starten, heeft zij direct een advocaat ingeschakeld die op 14 mei 2026 de rechtbank verzocht om een datumbepaling. Op 14 mei 2026 was het echter Hemelvaartsdag, een algemeen erkende feestdag, waarop de rechtbank gesloten was. Hierdoor is de aanvraag om een datumbepaling niet eerder in behandeling genomen dan op 15 mei 2026. Direct na ontvangst van de dagbepaling op 15 mei 2026 is ook de gemeente hierover ingelicht onder toezending van de concept dagvaarding. Vast staat dat de gemeente tijdig - dat wil zeggen voor afloop van de termijn - op de hoogte was van het feit dat De Regenboog bezwaar wilde maken en van de gronden daarvoor. Aangezien de gemeente bovendien zelf onduidelijkheid heeft gecreëerd over de te volgen procedure, kan zij zich daarom in dit geval in redelijkheid niet beroepen op een termijnoverschrijding met slechts één dag. De Regenboog kan daarom worden ontvangen in haar vorderingen.
Spoedeisend belang
4.4.. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat De Regenboog daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
4.5.. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering.
Bezwaar tegen de eisvermeerdering
4.6.. Het bezwaar van de gemeente, dat de eisvermeerdering in strijd zou zijn met de goede procesorde en daarom niet geaccepteerd kan worden, wordt verworpen. De Regenboog mocht haar eis nog wijzigen op de zitting, tenzij dat in strijd zou zijn met de goede procesorde. Dat is niet het geval. Het om een zeer beperkte aanvulling op de eis voor een proceskostenveroordeling. De gemeente heeft hiertegen ter zitting ook inhoudelijk verweer gevoerd, zodat zij door deze eisvermeerdering niet in haar verdediging is geschaad. De eisvermeerdering wordt toegelaten.
Inhoudelijk
4.7..
De Regenboog heeft gesteld dat in de leidraad niet de eis is gesteld om bij inschrijving een berekening van de personeelskosten te voegen en dat de gemeente in dit stadium ten onrechte daar om heeft gevraagd. Dit betoog treft geen doel. Hoewel aan De Regenboog kan worden toegegeven dat het op basis van haar verklaring over de stabiele personele bezetting voor de gemeente voldoende duidelijk moet zijn geweest dat het percentage medewerkers in loondienst bij De Regenboog tenminste 80% bedraagt, kan dit haar niet helpen. Zoals de gemeente terecht heeft opgemerkt voldoet De Regenboog niet aan de eis dat in haar team een psychiater werkzaam is. De Regenboog heeft erkend dat zij hiervoor een vacature heeft openstaan. De Regenboog heeft gesteld dat deze eis disproportioneel is, maar hierin wordt zij niet gevolgd. Zeker gelet op de hoogspecialistische jeugdzorg waarop de aanbesteding betrekking heeft, kan niet worden geoordeeld dat de eis die de gemeente hier stelt onredelijk of disproportioneel is. De Regenboog had ervoor kunnen kiezen samen met een ander in te schrijven, of de psychiater waar zij naar eigen zeggen mee samenwerkt als onderaannemer op te voeren, maar dat heeft zij niet gedaan. Niet in geschil is dat De Regenboog in haar inschrijving heeft aangegeven dat zij geen gebruik maakt van de draagkracht van anderen. De Regenboog heeft gesteld dat zij de term ‘draagkracht’ in het UEA heeft opgevat als ‘financiële draagkracht’, maar dat komt voor haar rekening en risico. ‘Draagkracht’ is ook in relatie tot beroepsbekwaamheid een begrip uit de Aanbestedingswet 2012. Van een inschrijver mag worden verwacht dat deze daarmee bekend is. Bovendien is het begrip ook in de leidraad gebruiktin relatie tot de geschiktheidseisen.
Voor zover De Regenboog heeft betoogd dat het niet mogelijk was om een psychiater als onderaannemer op te voeren omdat dit, zo begrijpt de voorzieningenrechter, in het bestaande digitale dashboard van de gemeente niet mogelijk is, had het op haar weg gelegen om daarover voorafgaande aan haar inschrijving een vraag te stellen. Zij kan zich hierover niet achteraf beklagen. Van een inschrijver in een aanbesteding wordt een proactieve houding verwacht op dit punt. Daar is De Regenboog in de leidraad ook op gewezen. Bovendien betreft de inschrijving een toekomstige opdracht en volgt uit de leidraad dat een beperkt deel van het team (maximaal 20%) kan bestaan uit onderaannemers.
4.8.. Uit het betoog van De Regenboog dat zij zich afvraagt of de eis om 10-15 fte in loondienst te hebben praktisch wel uitvoerbaar is omdat arbeidsverhoudingen vaak aan verandering onderhevig zijn, komt naar voren dat De Regenboog het met die eis niet eens is. Het is echter aan de gemeente als aanbestedende dienst om de eisen te bepalen. Zoals hiervoor al is overwogen gaat het hier om hoog specialistische jeugdzorg waaraan door de gemeente als aanbestedende dienst eisen mogen worden gesteld. Deze eis, die dient om de aanwezigheid van de benodigde zorg te waarborgen, is niet disproportioneel. Voor zover De Regenboog heeft willen betogen dat het onmogelijk is om aan deze eis te voldoen, heeft zij dat onvoldoende onderbouwd. Nog daargelaten dat zij dit dan vóór haar inschrijving aan de gemeente kenbaar had moeten maken.
4.9.. Met betrekking tot haar inschrijving op segment V (logeeropvang) heeft De Regenboog erkend dat zij abusievelijk het cliëntenaantal niet heeft vermeld. Dit komt voor haar rekening en risico. De enkele verwijzing naar contractsmanagement om dit te herstellen is onvoldoende, temeer omdat De Regenboog heeft erkend dat het daarbij gaat om werkzaamheden die zij heeft uitgevoerd in een ander segment, namelijk segment B. De gemeente heeft De Regenboog terecht niet in de gelegenheid gesteld haar aanschrijving op dit punt aan te passen met nieuwe gegevens. Als aanbestedende dienst is de gemeente gebonden aan het gelijkheidsbeginsel en mag zij een inschrijver niet toestaan zijn/haar inschrijving aan te passen of aan te vullen.
4.10.. Uit het vorenstaande volgt dat de gemeente de inschrijving van De Regenboog op goede gronden heeft uitgesloten van verdere deelname. Dit betekent dat de vorderingen van De Regenboog worden afgewezen.
Proceskosten
4.11..
De Regenboog wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de kant van de gemeente begroot op:
griffierecht € 735,00
salaris advocaat € 1.177,00
nakosten € 189,00
Totaal € 2.101,00
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.. wijst de vorderingen af,
5.2.. veroordeelt De Regenboog in de proceskosten van de gemeente van € 2.101,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,
5.3.. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.
1155
MvT, Kamerstukken II, 32 027, nr. 3, p.6.
Artikel 3.65a Aanbestedingswet 2012
Artikel 10.3.4 van de leidraad