Skip to main content

ECLI:NL:RBNHO:2026:7508

Court

Haarlem

Date

25 June 2026

Language

nl

Case Summary

Legal Issue

Civiel recht; Aanbestedingsrecht

Holding / Outcome

Uitspraak

Haarlem

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; AanbestedingsrechtType: uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/377934 / KG ZA 26-256

Vonnis in kort geding van 25 juni 2026

in de zaak van

[eiser],

te [plaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

advocaat: mr. R.L.G.J. Eikelboom,

tegen

GEMEENTE ZAANSTAD,

te Zaanstad,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de gemeente,

advocaat: mr. M.W. Langhout.

1. De procedure

1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding met producties 1 tot en met 3

  • de producties 1 tot en met 3 van de gemeente - de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de pleitnota van [eiser] - de pleitnota van de gemeente.

1.2.. Voor de mondelinge behandeling op 11 juni 2026 zijn verschenen namens [eiser] de heer [betrokkene 1], echtgenoot van [eiser] en schriftelijk gemachtigd om haar ter zitting te vertegenwoordigen, bijgestaan door mr. Eikelboom voornoemd en namens de gemeente mevrouw [betrokkene 2] (contractmanager), de heer [betrokkene 3] (jurist) en de heer [betrokkene 4] (projectleider), bijgestaan door mr. Langhout voornoemd.

1.3.. Tenslotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.. De gemeente Zaanstad heeft in december 2025 de Europese openbare aanbesteding Specialistische Jeugdhulp Segment C en V 2027 Zaanstreek-Waterland gepubliceerd. Zij treedt hierin samen op met de gemeenten Purmerend, Edam-Volendam, Wormerland, Landsmeer en Oostzaan.

2.2..

De Offerteleidraad (hierna: de leidraad) houdt onder meer het volgende in:

(…)4.2.

Contactpersonen en -gegevens

(…)

Indien er naar aanleiding van deze aanbestedingsleidraad nog vragen zijn, dient de gegadigde deze via TenderNed te stellen. (…)Deze vragen dienen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk voor het op TenderNed gepubliceerde tijdstip, te zijn ingediend. Vragen die na dit tijdstip binnenkomen, worden in beginsel niet beantwoord. De gemeente behoudt zich het recht voor vragen die na dit tijdstip binnenkomen wel te beantwoorden als dat vanwege de aard van de vraag wenselijk is.

Beantwoording van de vragen vindt plaats middels een nota van inlichtingen via TenderNed aan alle gegadigden. De vragen en de daarop gegeven antwoorden moeten worden beschouwd als integraal onderdeel van de aanbestedingsdocumenten en worden volgens planning gepubliceerd op TenderNed.

(…)

5. Beschrijving opdracht5.1.

Uitgangspunten, doelstellingen en voorzieningen

(…)

De opdracht heeft betrekking op de gezamenlijke inkoop van specialistische jeugdhulp voor de periode 2027-2034. De inkoop richt zich op:

segment C: hoogspecialistische en/of complexe ambulante hulp;

segment V: verblijfszorg.

Segmenten C en V zijn onderdeel van het jeugdzorgstelsel in de regio Zaanstreek-Waterland. Het jeugdhulpstelsel bestaat uit vijf onderdelen die segmenten worden genoemd. Segment A is de basis: lokale teams en lichte hulp die vrij toegankelijk is. Segment B biedt specialistische ambulante hulp voor enkelvoudige problemen. Segment C is voor complexe, hoogspecialistische hulp. Segment D richt zich op ernstige dyslexiezorg. Segment V omvat 24-uurs verblijf voor jeugdigen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen.

(…)

6. Percelenverdeling en inkoopmethodiek

Deze opdracht is onderverdeeld in drie percelen (zie tabel). Het betreft twee percelen voor segment C en één perceel voor segment V. (…)

(…)6.1.2.

Indeling in percelen

De inkoop van segment C is opgedeeld in twee percelen:

Perceel 1A is bedoeld voor kernpartners die actief bijdragen aan de doorontwikkeling van het zorglandschap en vanaf 2030 gezamenlijk de volledige zorgvraag in segment C opvangen.

Perceel 1B is bedoeld voor overige leveranciers die zonder ontwikkelverplichting een deel van de zorg leveren gedurende drie jaar tot 2030.

(…)

Inkoopprocedure perceel 1B

De procedure voor perceel 1B bestaat uit twee fases. Inschrijvers moeten voldoen aan de

geschiktheidseisen en selectiecriteria (zie paragraaf 7.3). Na inschrijving wordt gecontroleerd of de ingediende stukken volledig en correct zijn. Vervolgens worden de inschrijvers die een juiste inschrijving hebben gedaan uitgenodigd voor de onderhandelingsgesprekken over de prijs.

(…)6.6.

Rechtsverwerking

De aanbestedingsleidraad is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Desondanks kunnen er toch onduidelijkheden/onvolkomenheden in het document (en/of bijlagen) voorkomen.

Gemeente verwacht een proactieve houding van de gegadigden, wat betekent dat de gegadigden eventuele onduidelijkheden en/of onvolkomenheden in de aanbestedingsleidraad zo spoedig mogelijk, in ieder geval vóór de laatste nota van inlichtingen, aan Gemeente moeten melden.

(…)6.7.

Mededeling van de gunningbeslissing

De aanbestedende dienst zal de inschrijvers gelijktijdig schriftelijk informeren over het voornemen tot gunning. De mededeling van de gunningsbeslissing bevat de relevante redenen voor die beslissing.

(…)

De aanbestedende dienst neemt een termijn van 20 kalenderdagen (stand stilltermijn) in acht voordat zij de met de gunningsbeslissing beoogde raamovereenkomst sluit. De betrokken inschrijvers hebben aldus de gelegenheid om binnen 20 kalenderdagen ingaande op de dag na de verzenddatum van de mededeling van de gunningsbeslissing, tegen deze beslissing op te komen en een kort geding aanhangig te maken bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.

Deze termijn, die gelijkloopt met de stand still termijn, is een vervaltermijn. Een kort geding moet voor deze termijn aanhangig zijn gemaakt.

Een kort geding is aanhangig vanaf het moment dat aan de aanbestedende dienst de datum van het kort geding en de inhoud daarvan (door het toesturen van de conceptdagvaarding) is medegedeeld óf vanaf de dag dat de deurwaarder de aanbestedende dienst heeft betekend.

(…)6.8.

Klachtenprocedure

Klachten over deze aanbestedingsprocedure kunnen op de manier zoals in onze klachtenregeling omschreven, worden ingediend bij het volgende mailadres: [email protected].

(…)7.3.

Geschiktheidseisen

(…)

Aanvullende geschiktheidseis aandeel ZZP'ers

De inschrijver toont aan dat zijn organisatie beschikt over een stabiele personele bezetting met een substantieel aandeel medewerkers in loondienst. Dit draagt bij aan continuïteit, kwaliteit en borging van zorg.

Bij inschrijving voegt de inschrijver een ondertekend document toe waarin het percentage

medewerkers in loondienst wordt vermeld. Dit percentage bedraagt minimaal 80%. Dit document bevat:

De totale personeelskosten

De personeelskosten van de medewerkers in loondienst.

Het berekende percentage medewerkers in loondienst ten opzichte van het totaal.

Een verklaring dat dit percentage representatief is voor de inzet binnen de regio Zaanstreek- Waterland.

(…).

Aanvullende geschiktheidseis samenstelling multidisciplinair team

Opdrachtnemer heeft binnen haar organisatie een multidisciplinair team welke ter beschikking staat voor behandeling van Cliënten binnen de regio Zaanstreek-Waterland. Hier stellen we de volgende eisen aan:

Het team dient te bestaan uit verschillende disciplines werkzaam binnen de organisatie en bevat minimaal: een (kinder- en jeugd)Psychiater of een Arts VG, een Klinisch psycholoog/GZ psycholoog of Orthopedagoog Generalist (OG-er) en een systeemtherapeut.

Het team kan gezamenlijk ondersteunen. Dit ten behoeve van de vorming van een behandelplan en/of oplossingen voor vragen van de jeugdige / het gezin vanuit een interdisciplinaire visie vereist, teneinde de juiste dienstverlening te matchen bij de juiste probleemstellingen bij zeer complexe casussen, waarbij intercollegiale consultatie van een enkele behandelaar niet afdoende is.

Het team dient een outreachend karakter te hebben en beschikbaar te zijn.

Het team omvat 10 tot 15 fte.

Bij inschrijving voegt de inschrijver een document toe waarin de samenstelling van het team wordt beschreven, inclusief:

Functies en disciplines binnen het team inclusief BIG- en SKJ-registratienummers

Aantal FTE per discipline.

(…)7.3.4.

Referentie eisen

Wij verzoeken u om aan de hand van referenties aan te tonen dat u beschikt over de kerncompetenties die nodig zijn voor de uitvoering van deze opdracht. (…) U dient enkel een referentie in te dienen voor het perceel waarvoor u zich inschrijft. Het is ook toegestaan om referenties van een derde op te geven. In dat geval doet u een beroep op die derde, zoals bedoeld in paragraaf 10.3.4.

(…)10.3.4.

Beroep op draagkracht derde

Als u een beroep wilt doen op de draagkracht van een derde om aan de geschiktheidseisen te voldoen zoals beschreven in hoofdstuk 7, dan moet u dat aan geven in deel IIC van het UEA. Hierbij moet u toelichten op welke specifieke draagkracht van de derde een beroep wordt gedaan. Daarnaast levert u bij inschrijving het door de derde ingevulde en ondertekende UEA in. Hiernaast dient u ook een ‘verklaring beroep op derde’ in, zie bijlage 13.

(…)10.7.2.

Rechtsgang

Een voorlopige selectie- of gunningsbeslissing is nog geen aanvaarding van een aanbod. De inkopende organisatie stuurt de mededeling van selectie of gunning via het aanbestedingsplatform. Is een potentiële opdrachtnemer het niet eens met een afwijzing? Dan kan hij een kort geding starten. Dat moet binnen 20 kalenderdagen na de bekendmaking van de selectie of gunning. Na die termijn vervalt het recht op bezwaar en schadevergoeding.

2.3..

[eiser] is van beroep orthopedagoog-generalist en K&J NIP in afronding.

Zij heeft op 23 maart 2026 namens haar onderneming Jij, Ik en Wijingeschreven op de aanbesteding voor segment C, perceel 1 B.

2.4..

Bij brief van 24 april 2026 heeft de gemeente [eiser] de volgende beslissing meegedeeld:

(…)

Uw inschrijving wordt uitgesloten van deelname. Uw inschrijving voldoet helaas niet aan de gestelde eisen.

We hebben vastgesteld dat de door u ingediende bijlagen voor geschiktheidseis aandeel ZZP'ers en samenstelling multidisciplinair team niet aan de gestelde eisen voldoen. U beschikt namelijk volgens uw ingediende stukken niet over 80% eigen personeel, maar 11%.

Daarnaast beschikt u over onvoldoende FTE voor de samenstelling van het multidisciplinair team zoals beschreven in de offerteleidraad. Dit komt niet voor herstel in aanmerking.

Daarom is uw inschrijving ongeldig, waardoor deze niet verder wordt beoordeeld en u niet in aanmerking komt voor deelname aan fase 2 noch voor gunning.

Bent u het niet eens met dit besluit?

Dan kunt u tot en met 14 mei 2026 bezwaar maken tegen deze beslissing. Wordt er geen bezwaar gemaakt uiterlijk op gemelde datum, dan is uw recht om dat te doen vervallen.

2.5..
[eiser] is het niet eens met de beslissing en heeft bezwaar gemaakt bij de gemeente. Op 15 mei 2026 heeft de gemeente [eiser] bericht dat het niet mogelijk is om bezwaar te maken bij de gemeente, maar dat zij hiervoor een kort geding aanhangig moest maken binnen de termijn en dat dan uiterlijk op 14 mei 2026 de conceptdagvaarding aan de gemeente toegestuurd had moeten zijn.

2.6..

Omdat [eiser] ook via een andere gegadigde had gehoord dat een kort geding de aangewezen weg is, heeft haar advocaat bij brief van 14 mei 2026 de rechtbank verzocht een datum te bepalen voor het kort geding. In zijn brief vermeldt hij: Ik werd gisteravond pas verzocht door cliënte, mevrouw [eiser] - de Boer, om het kort geding aan te vragen.

Dat moest uiterlijk vandaag (c.q. wellicht morgen i.v.m. hemelvaartsdag). De wederpartij (gemeente Zaanstad) heb ik nog niet kunnen contacteren (…).

2.7.. Op 15 mei 2026 heeft de rechtbank de datum/tijd voor het kort geding bepaald en is die informatie gecommuniceerd aan de advocaat van [eiser], die deze informatie inclusief de concept-dagvaarding nog dezelfde dag heeft gedeeld met de gemeente.

3. Het geschil

3.1..

[eiser] vordert - na eisvermeerdering - dat de voorzieningenrechter:

de gemeente gelast om de uitsluitingsbeslissing van 24 april 2026 in te trekken, althans totdat de inschrijving van [eiser] is herbeoordeeld te schorsen, althans [eiser] alsnog toe te laten tot fase 2 van de gunningsprocedure,

II. de gemeente gelast om de inschrijving van [eiser] te herbeoordelen met in achtneming van het gelijkheidsbeginsel, het transparantiebeginsel en het proportionaliteitsbeginsel,

III. de gemeente gelast zich tot nader order te onthouden van het sluiten van overeenkomsten met andere gegadigden,

IV.de gemeente primair veroordeelt in de volledige kosten van deze kortgedingprocedure

(€ 3.250 excl. btw per zaak, te vermeerderen met de deurwaarderskosten en griffierechten) en subsidiair in de forfaitaire kosten van deze kortgedingprocedure, de nakosten daaronder

begrepen.

3.2..

[eiser] stelt dat de gemeente haar uitsluitingsbeslissing onvoldoende inzichtelijk heeft gemotiveerd en dat de beslissing lijkt te berusten op een te beperkte uitleg van de

aanbestedingsstukken, met name waar het gaat om de betekenis van structureel beschikbare capaciteit, onderaanneming, beroep op derden en de onderscheiden positie van perceel 1B. Zij voert aan dat de afwijzingsbrief uitsluitend de uitkomst van de beoordeling vermeldt, maar niet inzichtelijk maakt:

a. of structureel verbonden professionals, onderaannemers of derden zijn beoordeeld,

b. waarom geen nadere verificatie heeft plaatsgevonden van de opgegeven teamstructuur en beschikbare capaciteit.

Zij stelt dat zij daardoor niet kan controleren of de eisen juist en consistent zijn toegepast, wat temeer relevant is omdat de aanbestedingsstukken uitdrukkelijk voorzien in

inschrijving als hoofdaannemer met onderaannemers, inschrijving als combinatie en beroep op draagkracht van derden. Zij wijst er in dat verband op dat in de opdrachtomschrijving is vermeld: : “Opdrachtgever heeft geen voorkeur voor de wijze waarop dit wordt georganiseerd door Opdrachtnemers. Dit kan bijvoorbeeld zijn door het versterken van eigen capaciteit, het werken met onderaannemers of het inschrijven als combinatie”waaruit blijkt dat de stukken niet uitsluitend uitgaan van één klassieke organisatievorm waarin alle relevante zorgprofessionals in loondienst zijn, maar juist erkennen dat capaciteit en deskundigheid ook via andere juridische structuren en samenwerking kan worden georganiseerd. Zij benadrukt dat zij al drie jaar samenwerkt met een groep van circa 11 zzp-ers, dat zij op die manier de zorg levert en dat dit op basis van de opdrachtomschrijving toegestaan zou moeten zijn. Zij stelt dat sprake is van volstrekte willekeur en toepassing van onduidelijke gunningscriteria, waarbij de persoonlijke voorkeuren van de vertegenwoordiger van de gemeente die daarmee is belast, naar bevind van zaken kunnen worden toegepast, wat vervolgens oncontroleerbaar is.

3.3.. De gemeente voert verweer. In de eerste plaats voert zij aan dat [eiser] niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar vordering, omdat zij haar vordering te laat heeft ingesteld. De gemeente wijst er op dat de selectiebeslissing dateert van 24 april 2026 en dat de laatste dag van de termijn om daartegen op te komen 14 mei 2026 was. Op die datum heeft [eiser] de rechtbank wel om een datum gevraagd, maar pas op 15 mei 2026 heeft [eiser] de gemeente geïnformeerd over de gevraagde datum en de concept-dagvaarding doen toekomen.

3.4..

In de tweede plaats betwist de gemeente dat sprake is van volstrekte willekeur bij het beoordelen van de inschrijvingen en al helemaal dat "persoonlijke voorkeuren van de vertegenwoordiger van de gemeente die daarmee is belast, naar bevind van zaken kunnen worden toegepast”, zoals [eiser] heeft gesteld. De gemeente benadrukt dat de inschrijvingen zorgvuldig en door meerdere personen zijn beoordeeld, die daarbij naar eer en geweten hebben gehandeld. Verder voert de gemeente aan dat [eiser] erover klaagt dat de gunningscriteria onduidelijk zijn, maar dat zij daarover had moeten klagen voorafgaande aan haar inschrijving en dat zij haar recht om te klagen nu verwerkt heeft. De gemeente wijst er op dat van een gegadigde in een aanbestedingsprocedure proactief handelen verwacht mag worden, wat betekent dat [eiser] over onduidelijkheid van de gunningscriteria niet pas na ontvangst van de uitsluitingsbeslissing kan klagen.

De gemeente benadrukt dat er hoge eisen worden gesteld omdat het hier gaat om specialistische jeugdhulp met een meervoudig of hoogspecialistisch karakter, die niet vrij toegankelijk is en alleen beschikbaar is op basis van een verwijzing door een wettelijke verwijzer. Daarbij bestaat de doelgroep veelal uit jeugdigen met complexe problematiek, vaak in combinatie met ouders die worstelen met hun opvoedrol, mede als gevolg van eigen psychische of sociale problemen. De gemeente wijst er op dat het daarom van belang is om aan de hand van de geschiktheidseisen te kunnen vaststellen of de inschrijver geschikt is om de gevraagde opdracht uit te voeren. De eis van minimaal 80% medewerkers in loondienst is dan ook gesteld met het oog op borging van de continuïteit, kwaliteit en zorg en aan deze eis voldoet [eiser] niet. Ook heeft zij niet aangetoond dat zij voldoet aan de gestelde eis dat haar team bestaat uit 10 – 15 fte.

3.5.. Over de eisvermeerdering van [eiser] stelt de gemeente in de eerste plaats dat deze moet worden geweigerd, omdat deze in strijd is met de goede procesorde. Daarnaast stelt zij dat de lat voor een reële proceskostenvergoeding hoog ligt en dat [eiser] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van misbruik van recht.

3.6.. Op de stelling van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Ontvankelijkheid

4.1.. Het meest verstrekkende verweer van de gemeente is dat [eiser] de gemeente niet tijdig in kort geding heeft betrokken om bezwaar te maken tegen de beslissing van 24 april 2026 en daarom niet in haar vordering kan worden ontvangen.

4.2.. Dit verweer faalt. Vast staat dat de termijn om tegen de beslissing op te komen eindigde op Hemelvaartsdag. Dit is een in de Europese Unie erkende feestdag in Nederland. Uit de Memorie van Toelichting bij de Aanbestedingswet 2012 volgt dat een opschortingstermijn na de gunningsbeslissing die eindigt op een erkende feestdag, eindigt op het laatste uur van de daarop volgende werkdag. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit ook moet gelden voor de beroepstermijn ten aanzien van de beslissing tot uitsluiting als bedoeld in artikel 10.7.2 van de leidraad. Dit betekent dat [eiser] deze kortgedingprocedure tijdig aanhangig heeft gemaakt.4.3.. Daarnaast heeft de gemeente in de brief met de uitsluitingsbeslissing zelf aangegeven dat er tot en met 14 mei 2026 bezwaargemaakt kon worden. Ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat [eiser] door die formulering op het verkeerde been is gezet en daarom haar bezwaar in eerste instantie bij de gemeente wilde indienen en niet direct een kortgedingprocedure is gestart. De gemeente heeft ter zitting ook erkend dat de formulering in de brief ongelukkig is geweest. Toen het voor [eiser], op grond van een reactie van de gemeente op het bezwaarschrift van een andere inschrijver, duidelijk was geworden dat in de brief bedoeld is dat zij een kortgedingprocedure moest starten, heeft zij direct een advocaat ingeschakeld die op 14 mei 2026 de rechtbank verzocht om een datumbepaling. Op 14 mei 2026 was het echter Hemelvaartsdag, een algemeen erkende feestdag, waarop de rechtbank gesloten was. Hierdoor is de aanvraag om een datumbepaling niet eerder in behandeling genomen dan op 15 mei 2026. Direct na ontvangst van de dagbepaling op 15 mei 2026 is ook de gemeente hierover ingelicht onder toezending van de concept dagvaarding. Aangezien de gemeente zelf onduidelijkheid heeft gecreëerd over de te volgen procedure, kan zij zich in dit geval in redelijkheid niet beroepen op een (eventuele) termijnoverschrijding met slechts één dag. [eiser] kan daarom worden ontvangen in haar vorderingen.

Spoedeisend belang

4.4.. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

4.5.. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering.

Bezwaar tegen de eisvermeerdering

4.6.. Het bezwaar van de gemeente, dat de eisvermeerdering in strijd zou zijn met de goede procesorde en daarom niet geaccepteerd kan worden, wordt verworpen. [eiser] mocht haar eis nog wijzigen op de zitting, tenzij dat in strijd zou zijn met de goede procesorde. Dat is niet het geval. Het om een zeer beperkte aanvulling op de eis voor een proceskostenveroordeling. De gemeente heeft hiertegen ter zitting ook inhoudelijk verweer gevoerd, zodat zij door deze eisvermeerdering niet in haar verdediging is geschaad. De eisvermeerdering wordt toegelaten.

Is de uitsluitingsbeslissing voldoende inzichtelijk en deugdelijk gemotiveerd?

4.7..

[eiser] heeft gesteld dat de beslissing niet voldoende inzichtelijke en deugdelijk gemotiveerd is en dat niet blijkt of daarbij structureel verbonden professionals, onderaannemers of derden zijn beoordeeld. De gemeente heeft haar beslissing in de brief aan [eiser] als volgt toegelicht:

We hebben vastgesteld dat de door u ingediende bijlagen voor geschiktheidseis aandeel ZZP'ers en samenstelling multidisciplinair team niet aan de gestelde eisen voldoen. U beschikt namelijk volgens uw ingediende stukken niet over 80% eigen personeel, maar 11%.

Daarnaast beschikt u over onvoldoende FTE voor de samenstelling van het multidisciplinair team zoals beschreven in de offerteleidraad. Dit komt niet voor herstel in aanmerking.

4.8..

Uit wat de gemeente naar voren heeft gebracht blijkt dat zij heeft gekeken naar de opgave van de door [eiser] ingeschakelde derden en de toelichting daarbij bij haar inschrijving, maar dat [eiser] de vraag of zij een beroep doet op de draagkracht van derden met ‘nee’ heeft beantwoord. Uit haar als bewijsstuk bijgevoegde lijst van het team waarmee zij de zorg verleent, blijkt dat dit team bestaat uit 1 regiebehandelaar ([eiser] zelf) en 8 zelfstandig werkende professionals. [eiser] heeft in haar toelichting zelf vermeld dat het aandeel zelfstandig werkende professionals circa 89% bedraagt.

Aan de hand van de uitleg van [eiser] heeft de gemeente vastgesteld dat [eiser] voor 89% een beroep doet op zzp-ers en dus hooguit 11% eigen personeel heeft om de gevraagde zorg te verlenen. Hiermee voldoet [eiser] niet aan de eis dat de inschrijver aantoont dat minimaal 80% van de betrokken medewerkers in loondienst is bij de inschrijver om zo de continuïteit, kwaliteit en zorg te borgen. Ook heeft de gemeente er terecht op gewezen dat uit de opgave van de door [eiser] in te schakelen zzp-ers niet kan worden afgeleid voor hoeveel fte per discipline deze personen kunnen bijdragen aan de zorg. De gemeente heeft er terecht op gewezen dat het hier gaat om zelfstandig opererende professionals, van wie het aannemelijk is dat zij er ook een eigen praktijk op na houden en dat niet is gebleken dat zij allen fulltime werken.

4.9..

Ook heeft [eiser] niet samen met anderen ingeschreven, om het samenwerkingsverband duidelijk te maken. Daarbij heeft de gemeente benadrukt dat ook als [eiser] de vraag of zij een beroep doet op de draagkracht van derden met ‘ja’ zou hebben beantwoord, ieder van de leden van het opgegeven team zelf ook een formulier had moeten indienen om de gemeente in staat te stellen te beoordelen of de afzonderlijke ‘teamleden’ aan de gestelde geschiktheidseisen voldoen. Omdat niet gezamenlijk is ingeschreven zijn die formulieren niet ingediend en kon de gemeente dit niet meenemen in haar beoordeling.

[eiser] heeft nog betoogd dat zij dacht dat met ‘draagkracht’ financiële draagkracht werd bedoeld, maar dat komt voor haar rekening en risico. ‘Draagkracht’ is ook in relatie tot beroepsbekwaamheid een begrip uit de Aanbestedingswet 2012. Van een inschrijver mag worden verwacht dat deze daarmee bekend is. Bovendien is het begrip ook in de leidraad gebruiktin relatie tot de geschiktheidseisen.

4.10..
[eiser] heeft nog gesteld dat de gemeente haar in de gelegenheid had moeten stellen om haar inschrijving hierop aan te passen, maar zoals de gemeente terecht heeft opgemerkt, is dat in een aanbesteding niet toegestaan. Het staat de gemeente niet vrij om een afzonderlijke inschrijver in de gelegenheid te stellen een inschrijving aan te passen of aan te vullen met nieuwe gegevens. Dat is in strijd met het gelijkheidsbeginsel waaraan de aanbestedende dienst gebonden is.

4.11.. Tenslotte heeft [eiser] nog gesteld dat zij met haar team van zzp-ers wel gekeken heeft of zij gezamenlijk konden inschrijven, maar dat dit niet mogelijk bleek omdat men ook een referentie moest overleggen dat eerder voor de gemeente gewerkt was en de gemeente die referenties alleen wilde verstrekken als men als hoofdaannemer voor de gemeente actief was geweest, wat niet het geval was.

4.12.. Wat hier ook van zij, [eiser] heeft ervoor gekozen om niet gezamenlijk met anderen in te schrijven en haar inschrijving voldeed niet aan de door de gemeente gestelde geschiktheidseisen. Dat zij ervan uit ging dat zij met de vermelding van haar team van zzp-ers wel aan de eis zou voldoen, maakt dit niet anders. De leidraad is op dit punt naar het oordeel van de voorzieningenrechter duidelijk. Die misvatting moet daarom voor rekening en risico van [eiser] blijven.

4.13.. Uit het vorenstaande volgt dat de gemeente de inschrijving van [eiser] op goede gronden heeft uitgesloten van verdere deelname. Hieruit volgt dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen.

Proceskosten

4.14..

[eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure tot op heden aan de kant van de gemeente begroot op:

griffierecht € 735,00

salaris advocaat € 1.177,00

nakosten € 189,00

Totaal € 2.101,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.. wijst de vorderingen af,

5.2.. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van de gemeente van € 2.101,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,

5.3.. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.

1155

MvT, Kamerstukken II, 32 027, nr. 3, p.6.

Artikel 3.65a Aanbestedingswet 2012

Artikel 10.3.4 van de leidraad

More Decisions