Skip to main content

ECLI:NL:RBNNE:2026:2602

Court

Assen

Date

15 June 2026

Language

nl

Case Summary

Legal Issue

Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht

Holding / Outcome

Uitspraak

Assen

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; BestuursstrafrechtType: uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 269756042

zaaknummer: 11760319 BU VERZ 25-1259

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van15 juni 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,

gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een bromfiets rijden terwijl de bromfiets de maximumconstructiesnelheid overschrijdt 11 t/m 15 km/h’, verricht op 17 oktober 2024, om 17:37 uur, op de Sportveldenweg in Hoogeveen, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.. De kantonrechter heeft het beroep op 15 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: O. van der Meer namens de gemachtigde en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. K. Kattick.

1.3.. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Gemachtigde voert aan dat de boete vernietigd moet worden, omdat de meting niet is verricht volgens de eisen. Ten eerste is de motor niet voldoende gekoeld. Daar komt bij dat de meting niet is verricht door met lichaamsgewicht of tegendruk de bromfiets te belasten. Ten slotte blijkt niet uit het zaakoverzicht welke invloed de bandenspanning heeft gehad op de meting. Gemachtigde verwijst hierbij naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland.Verder komt het aanvullend proces-verbaal niet helemaal overeen met de verklaring in het zaakoverzicht. Het hof heeft eerder bepaald dat er dan vraagtekens gezet mogen worden bij de verklaring van de verbalisant.

3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. De meting is verricht volgens de aanwijzing. Dit is ook af te leiden uit het aanvullend proces-verbaal.

Beslissing

4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Overwegingen

5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.

5.1.. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de meting door de verbalisant. Ten eerste heeft betrokkene onvoldoende aangetoond dat de verbalisant de motor niet voldoende heeft laten afkoelen. De verbalisant heeft in het aanvullend proces-verbaal uitgebreid verklaard dat de motor wel voldoende was afgekoeld. De enkele vermelding dat de verbalisant de bromfiets niet heeft laten afkoelen is niet voldoende om te twijfelen aan deze verklaring. Ten tweede hoeft uit het dossier niet te blijken of de bromfiets werd belast en of de bandenspanning invloed had op de meting. Uit de wet volgt namelijk dat dit in de handleiding van de bromfietsrollentestbank moet staan.Verder heeft betrokkene onvoldoende aannemelijk gemaakt dat tijdens de meting niet is voldaan aan de handleiding. De verbalisant heeft namelijk in het aanvullend proces-verbaal verklaart dat hij de bandenspanning heeft gecontroleerd en dat hij de bromfiets op de juiste manier heeft belast.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

mr. M. Hidding, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Rb. Noord-Holland 19 januari 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:4426.

Artikel 29 van de Bijlage VIII van de Regeling voertuigen.

More Decisions