ECLI:NL:RBNNE:2026:2605
Case Summary
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Uitspraak
Assen
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 273563499
zaaknummer: 12012878 BU VERZ 25-2551
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van15 juni 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 19 april 2025, om 14:24 uur, op de Noordersingel in Assen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2..
De kantonrechter heeft het beroep op 15 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie
mr. K. Kattick.
1.3.. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat de boete vernietigd moet worden. Hij heeft geparkeerd op het terrein van de rechtbank en daar mogen geen boetes uitgedeeld worden, omdat het privéterrein is. Hij was zich van geen kwaad bewust dat hij daar niet mocht parkeren als het gebouw gesloten is.
3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. Het terrein van de rechtbank is voor het verkeer openbaar toegankelijk. Dit terrein valt daarom onder de reikwijdte van de parkeerverbodszone.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
5.1.. Op een privéterrein mag wel een boete opgelegd worden als dit terrein een voor het openbaar verkeer openstaande weg is.Hierbij is van belang of het terrein feitelijk voor het openbaar verkeer openstaat.Het terrein naast de rechtbank is een openbaar terrein waartoe de toegang niet wordt ontzegd door bijvoorbeeld een hek.Hierdoor valt dit terrein onder de parkeerverbodszone en mag er wel een boete worden opgelegd voor het parkeren op dit terrein. Het maakt verder ook niet uit dat de rechtbank op dat moment gesloten was.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. M. Hidding, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Hof Arnhem-Leeuwarden 14 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10767.
Artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Hof Arnhem-Leeuwarden 14 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10767.
Hof Arnhem-Leeuwarden 22 augustus 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:7240.