Skip to main content

ECLI:NL:RBOVE:2026:3810

Court

Zwolle

Date

25 June 2026

Language

nl

Case Summary

Legal Issue

Civiel recht

Holding / Outcome

Uitspraak

Zwolle

Procedure: UitspraakDomain: Civiel rechtType: uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 12168256 \ RR FORM 26-19

Vonnis van 25 juni 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter

in de zaak van

[eiser],

wonende in [woonplaats],

eisende partij, hierna te noemen: [eiser],

procederend in persoon,

tegen

de vennootschap onder firma [gedaagde V.O.F.], handelend onder de naam[bedrijf],

gevestigd in [vestigingsplaats],

gedaagde partij, hierna te noemen: [bedrijf],

niet verschenen.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het aanvraagformulier met bijlagen van [eiser];

  • de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waar de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat er is besproken;

  • het aan [bedrijf] verleende verstek.

1.2. Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2. Waar deze zaak over gaat

2.1. [eiser] heeft met [bedrijf] een overeenkomst gesloten, op basis waarvan [bedrijf] rijlessen voor [eiser] zou verzorgen en voor het theorie- en praktijkexamen zou zorgen.

2.2. [eiser] heeft vooraf € 2.025,00 betaald voor 30 rijlessen, het theorie-examen, het praktijkexamen en rijschoolkosten.

2.3. [eiser] heeft 11,5 lessen bij [bedrijf] gevolgd. Daarna was de rij-instructeur van [bedrijf] niet of nauwelijks meer beschikbaar. Er was geen andere instructeur beschikbaar.

2.4. [bedrijf] heeft [eiser] in verband met de niet genoten rijlessen en het niet afgelegde praktijkexamen een creditfactuur gezonden voor een bedrag van € 1.277,50. Op de creditfactuur staat vermeld dat [bedrijf] dit bedrag zo spoedig mogelijk aan [eiser] zal overmaken. [eiser] heeft het gecrediteerde bedrag niet ontvangen.

2.5. [eiser] vordert in deze procedure dat [bedrijf] wordt veroordeeld om een bedrag van € 1.277,50 aan [eiser] te betalen. Dat bedrag bestaat uit € 1.073,00 voor de 18,5 rijlessen die [eiser] niet heeft kunnen volgen, € 136,50 voor het reeds betaalde CBR Praktijkexamen en € 148,50 voor de reeds betaalde rijschoolkosten voor het praktijkexamen.

3. De beoordeling

3.1. Bij het oproepen van [bedrijf] zijn de voorgeschreven formaliteiten in acht genomen. Aan [bedrijf] is daarom verstek verleend.

3.2. Gelet op het verleende verstek zal de kantonrechter de vordering van [eiser] toewijzen tenzij de vordering hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

3.3. De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

3.4. [bedrijf] wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eiser] betalen. Daarnaast moet [bedrijf] de kosten van de eventuele betekening van dit vonnis betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

reis-, verblijf- en verletkosten € 50,00

griffierecht € 233,00

totaal € 283,00

4. De beslissing

De kantonrechter

4.1. veroordeelt [bedrijf] om een bedrag van € 1.277,50 aan [eiser] te betalen;

4.2. veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op € 283,00;

4.3. veroordeelt [bedrijf] tot betaling van de kosten van betekening als zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

4.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Berends en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.(SB)

More Decisions