ECLI:NL:RBROT:2026:6855
Case Summary
Civiel recht
Uitspraak
Rotterdam
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/716924 / KG ZA 26-282
Vonnis in kort geding van 24 april 2026
in de zaak van
[eiseres],
te [plaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. V.T.E. Kuijpers,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
in persoon verschenen.
1. De procedure
1.1..
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 maart 2026 - producties 1 tot en met 3 van [eiseres] - de mondelinge behandeling van 21 april 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2. De feiten
2.1.. Partijen hebben een affectieve relatie gehad die enige tijd geleden is geëindigd. Zij hebben nimmer een samenlevingsovereenkomst gesloten. Uit de relatie zijn twee dochters geboren.
2.2..
[eiseres] is per 28 februari 2011 voor onbepaalde tijd van Stichting Com·wonen de woning aan het [adres] te [postcode] Capelle aan den IJssel (de woning) gaan huren. Op 4 november 2013 heeft [eiseres] bij Havensteder (kennelijk de rechtsopvolger van Stichting Com·wonen) een aanvraag ingediend en verkregen tot inwoning van [gedaagde] in de woning.
2.3..
Tussen partijen heeft in de woning op 11 december 2025 een incident (eenvoudige mishandeling van [eiseres] door [gedaagde] ) plaatsgevonden, waarvan [eiseres] aangifte heeft gedaan. [eiseres] heeft de woning toen verlaten.
3. Het geschil
3.1..
[eiseres] vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
te bepalen dat [eiseres] met uitsluiting van [gedaagde] gerechtigd is om de woning te gebruiken, met het bevel aan [gedaagde] deze te verlaten en niet meer te betreden;
[gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, het salaris van de advocaat van [eiseres] daaronder begrepen, en met bepaling dat [gedaagde] de wettelijke rente verschuldigd is over de proceskosten vanaf veertien dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.
3.2..
[gedaagde] voert beperkt verweer.
4. De beoordeling
4.1..
[eiseres] heeft gesteld dat het geweldsincident dat eind vorig jaar door toedoen van [gedaagde] in de woning heeft plaatsgevonden bij haar aanhoudende gevoelens van onveiligheid en spanning heeft veroorzaakt. Zij durft vanwege de gestelde problematiek van [gedaagde] niet meer terug te keren in de woning zolang [gedaagde] daar nog verblijft, terwijl zij de enige huurder van de woning is en [gedaagde] enkel inwonend. [gedaagde] heeft tot nu toe geweigerd de woning te verlaten. Gelet hierop is de vordering voldoende spoedeisend. Bovendien heeft [gedaagde] de spoedeisendheid ook niet betwist. Daarmee is voldaan aan de voorwaarde om de vordering in kort geding te kunnen voorleggen. Of de vordering materieel ook toewijsbaar is, komt hierna aan de orde.
4.2.. Niet ter discussie staat dat de huurovereenkomst van de woning alleen op naam van [eiseres] staat. Evenmin is in geschil dat van medehuurderschap van [gedaagde] geen sprake is. Dat [eiseres] na het plaatsvinden van het geweldsincident de woning heeft verlaten, maakt ook niet dat zij haar huurrechten heeft prijsgegeven. Gelet op de positie van [eiseres] als enige huurder van de woning ligt het voor de hand dat zij, ook na afweging van de belangen van beide partijen, mag terugkeren in de woning. Dit geldt ook omdat gesteld noch gebleken is dat [eiseres] de huur niet zelfstandig kan voldoen. Omdat [eiseres] het eerste deel van haar vordering onder 1 niet heeft ingesteld bij wijze van voorlopige voorziening, maar heeft gevraagd ‘te bepalen dat’ kan dit deel van de vordering in kort geding niet worden toegewezen. Dit impliceert immers een declaratoire uitspraak. Het tweede deel van de vordering onder 1 kan wel worden toegewezen, met dien verstande dat [gedaagde] wordt bevolen de woning, overeenkomstig het redelijk te achten voorstel van [eiseres] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis te verlaten. Met die termijn wordt voldoende tegemoetgekomen aan de situatie dat [gedaagde] op dit moment nog niet beschikt over vervangende woonruimte (zelfstandig of onzelfstandig) en/of begeleiding in het vinden daarbij.
4.3.. Ter zitting heeft [eiseres] zich op het punt van de proceskostenveroordeling aan het oordeel van de voorzieningenrechter gerefereerd. Omdat partijen een affectieve relatie hebben gehad en niet is gebleken dat zij elkaar over dit geschil eerder in rechte hebben betrokken, worden de proceskosten tussen partijen, zoals te doen gebruikelijk in dit soort geschillen, gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4.4.. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.. veroordeelt [gedaagde] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis de woning aan het [adres] te [postcode] Capelle aan den IJssel te verlaten en niet meer te betreden,
5.2.. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.3.. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026. 1734/2009