Skip to main content

ECLI:NL:RBROT:2026:7858

Court

Dordrecht

Date

1 April 2026

Language

nl

Case Summary

Legal Issue

Strafrecht

Holding / Outcome

Uitspraak

Dordrecht

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer 10/240146-23

Datum uitspraak: 1 april 2026

Datum zitting: 18 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres:

[adres] , [postcode] [woonplaats] ,

Advocaat van de verdachte: mr. L. Klewer

Officier van justitie: mr. B. Woei-A-Tsoi

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van kinderporno. De rechtbank legt aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden op, met daaraan gekoppeld een proeftijd van 3 jaren met een algemene voorwaarde en bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat -

in de periode van 12 februari 2023 tot en met 28 april 2023 kinderpornografische afbeeldingen heeft verspreid en in zijn bezit heeft gehad.

De volledige tenlastelegging houdt in dat

Hij op of omstreeks de periode van 12 februari 2023 tot en met 28 september 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of vervaardigd en/of in heeft bezit gehad waarop te zien is dat: - die perso(o)n(en) oraal, vaginaal en/of anaal wordt/worden gepenetreerd met een een penis, vinger(s) en/of een voorwerp en/of - het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met vinger(s) of een dildo en/of tandenborstel (visuele weergave 1,2,9 en 12) en/of - het geslachtsdeel en/of de billen van die pers(o)n(en) wordt/worden aangeraakt met de penis, hand en/of vingers en/of - die perso(o)n(en) een penis aanraken met een vinger en/of hand en/of mond en/of tong en/of borst(en) aanraken met een vinger en/of hand en/of voorwerp en/of -die perso(o)n(en) het eigen lichaam aanraken bij de geslachtsdelen en/of borsten met de vingers en/of hand en/of een voorwerp (visuele weergave 3 en 4) en/of - het geslachtsdeel van die perso(o)n(en) wordt/worden gelikt door een dier (visuele weergave 5) en/of - die perso(o)n(en) geheel of gedeeltelijk naakt is/zijn en/of gekleed is/zijn op een wijze die niet bij de leeftijd past en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij de leeftijd past poseert/poseren en daarbij de borsten, vagina en billen laten zien en/of - die perso(o)n(en) een op sperma gelijkende substantie op het lichaam en/of het gezicht heeft (visuele weergave 6,7,8,10 en 11) en hij van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.2. Bewijs2.1..

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld. De verdachte dient vrijgesproken te worden van het strafverzwarende element dat hij van het plegen van het delict een gewoonte heeft gemaakt. Het laatstgenoemde is abusievelijk in de definitieve tenlastelegging terecht gekomen.2.2..

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onderdeel ‘gewoonte maken’ van het misdrijf. De verdediging heeft zich voor het overige gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.2.3.. Oordeel van de rechtbank2.3.1..

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het ten laste gelegde bekend en er is geen vrijspraak bepleit, anders dan ten aanzien van het element dat hij van het plegen van het feit een gewoonte heeft gemaakt. Gelijk aan de eis van de officier van justitie en het standpunt van de verdediging komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte van dat deel moet worden vrijgesproken. Gelet op het voorgaande worden de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Bekennende verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, beschrijving kinderpornografisch materiaal

2.3.2.. Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Hij inde periode van 12 februari 2023 tot en met 28 september 2023 te Rotterdam, meermalen, een of meer afbeeldingen en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en in bezitheeftgehad waarop te zien is dat: - die perso(o)n(en) oraal, vaginaal en/of anaal wordt/worden gepenetreerd met een een penis, vinger(s) en/of een voorwerp en - het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met vinger(s) of een dildo en/of tandenborstel (visuele weergave 1,2,9 en 12) en\ - het geslachtsdeel en/of de billen van die pers(o)n(en) wordt/worden aangeraakt met de penis, hand en/of vingers en - die perso(o)n(en) een penis aanraken met een vinger en/of hand en/of mond en/of tong en/of borst(en) aanraken met een vinger en/of hand en/of voorwerp en -die perso(o)n(en) het eigen lichaam aanraken bij de geslachtsdelen en/of borsten met de vingers en/of hand en/of een voorwerp (visuele weergave 3 en 4) en - het geslachtsdeel van die perso(o)n wordt gelikt door een dier (visuele weergave 5) en\ - die perso(o)n(en) geheel of gedeeltelijk naakt is/zijn en/of gekleed is/zijn op een wijze die niet bij de leeftijd past en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij de leeftijd past poseert/poseren en daarbij de borsten, vagina en billen laten zien en - die perso(o)n(en) een op sperma gelijkende substantie op het lichaam en/of het gezicht heeft/hebben(visuele weergave 6,7,8,10 en 11)3. Kwalificatie en strafbaarheid3.1..

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en in bezit hebben, meermalen gepleegd

3.2..

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.4. Straf4.1..

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren, met oplegging van de algemene voorwaarde en bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 23 oktober 2025. De verdachte moet daarnaast worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis.4.2..

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om bij een eventuele strafoplegging (nog meer dan door de officier van justitie is gedaan) rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zodoende te komen tot een geheel voorwaardelijke (gevangenis)straf met een lange proeftijd.4.3.. Oordeel van de rechtbank4.3.1..

Ernst en omstandigheden van het feit /de feiten

De verdachte heeft afbeeldingen van kinderpornografische aard in zijn bezit gehad. De collectie kinderporno betrof 893 foto’s en video’s van kinderen met voornamelijk een leeftijd van onder de 12 jaar. Ook blijkt hij een deel daarvan door de afbeeldingen te delen met een ander te hebben verspreid.

Het bezit van kinderpornografisch materiaal is verboden om seksueel misbruik van kinderen en de exploitatie van dergelijk misbruik tegen te gaan. Door de vraag naar dergelijke afbeeldingen blijft de productie daarvan en het misbruik dat daarmee gepaard gaat, bestaan. De verdachte heeft met zijn handelen indirect bijgedragen aan de instandhouding van dit misbruik. Bij het maken van kinderporno wordt op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van de betrokken - in dezen ook zeer jonge - kinderen. Dergelijk seksueel misbruik zal in de regel leiden tot ernstige lichamelijke en psychische schade bij hen.

De verdachte weet en wist al dat dit een ernstig zedendelict is, omdat hij hiervoor zoals hierna wordt besproken, al eerder veroordeeld is.4.3.2..

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 10 februari 2026 blijkt dat de verdachte op 15 december 2017 door het Gerechtshof Den Haag onder meer is veroordeeld voor eenzelfde strafbaar feit. De proeftijd behorend bij de door het Hof opgelegde voorwaardelijke straf was nog geen twee maanden verstreken toen de verdachte opnieuw de fout inging.

Reclasseringsadvies en verklaring op de zitting

In het rapport van Reclassering Nederland van 23 oktober 2025 komt de reclassering tot de volgende conclusie en het volgende advies.

Criminogene risicofactoren ziet de reclassering gelegen in het psychosociaal functioneren, het ontbreken van een ondersteunend sociaal netwerk, het verlies van werk en het ontbreken van zingeving. De verdachte is gediagnosticeerd met een obsessief compulsieve stoornis, pedofilie en daarnaast is er sprake van een angststoornis. Er is sprake van een grote lijdensdruk. Ten aanzien van het in bezit hebben van kinderpornografie is er sprake van een langdurig en persisterend patroon, beginnende in het achttiende levensjaar van de verdachte. Naast een seksuele functie, wordt het downloaden van en kijken naar porno eveneens gebruikt als coping strategie voor het omgaan met stress en spanningen. De verdachte zit sinds bijna een half jaar in de Ziektewet en het ziet er niet naar uit dat hij terug kan naar zijn werk. De verdachte heeft nauwelijks een ondersteunend sociaal netwerk en woont alleen, maar heeft hiervoor onvoldoende (woon)vaardigheden en het alleen wonen vergroot zijn sociaal isolement. Door zijn angsten komt de verdachte niet buiten en is het leggen van contacten moeilijk. De verdachte heeft medicatie die zijn seksuele impulsen onderdrukt, maar wisselingen van medicatie en het te plotseling stoppen van medicatie verergerden de symptomen en leidden tot een verhoogd gebruik van (kinder)pornografie. Er is een hoog risico op recidive.

Om dit hoge recidiverisico te verlagen, is het van belang dat de verdachte in behandeling blijft bij [zorginstelling 2] , zijn medicatie blijft gebruiken, een sociaal netwerk heeft en zijn interpersoonlijke vaardigheden vergroot. Beschermd wonen is geïndiceerd, zodat het sociaal isolement wordt doorbroken en er sneller gesignaleerd kan worden als de stress bij de verdachte oploopt. Controle op “digitale omgevingen seksueel kindermisbruik” acht de reclassering noodzakelijk, omdat er sprake is van een langdurig en volhardend patroon van het downloaden en bekijken van kinderpornografie.

Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden:

• Meldplicht bij de reclassering;

• Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname);

• Begeleid wonen;

• Dagbesteding en

• Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik.

Op de zitting heeft de door de verdediging meegebrachte en gehoorde getuige [getuige] , werkzaam bij [zorginstelling 1] , verklaard dat hij vanaf november 2025 actief betrokken is bij de begeleiding van de verdachte. Laatstgenoemde staat open voor hulp, stelt zich begeleidbaar op, maar heeft aansturing nodig. De hulp die de verdachte aangeboden krijgt, pakt hij aan. De getuige heeft verder verklaard dat er voor de verdachte een aanvraag in het kader van de Wet langdurige zorg (hierna: WLZ) is ingediend en dat deze naar alle waarschijnlijkheid binnen drie maanden zal worden gehonoreerd. Met een WLZ-indicatie kan de verdachte meer dan thans het geval is aanspraak maken op zorg.4.3.3..

Redelijke termijn

Algemeen uitgangspunt van rechtspleging is dat zaken binnen redelijke termijn moeten worden afgedaan. Dat geldt ook voor strafzaken. Dit uitgangspunt wordt bovenal gedragen door de gedachte dat het onrechtvaardig is personen te lang met de dreiging van een strafvervolging te confronteren. Dat kan niet alleen een zware psychische belasting opleveren, maar ook het maatschappelijk functioneren van degene die dit treft in de weg staan.

Voor zaken als de onderhavige geldt dat de zaak binnen een termijn van twee jaar dient te zijn afgerond met een einduitspraak in eerste aanleg, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Hierbij dient te worden gerekend vanaf het moment dat de verdachte in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem een strafvervolging zou worden ingesteld.

De rechtbank oordeelt in dezen dat de redelijke termijn op 28 september 2023 is aangevangen, waarbij zij aansluiting heeft gezocht bij het moment waarop de woning van de verdachte is doorzocht ter inbeslagname. Deze doorzoeking had betrekking op het feit waarvoor de verdachte thans wordt vervolgd en deze had ook belangrijke gevolgen voor (de strafzaak van) de verdachte. Aan deze doorzoeking kon de verdachte in redelijkheid de verwachting ontlenen dat tegen hem een strafvervolging zou worden ingesteld, te meer nu hij reeds eerder voor eenzelfde feit was veroordeeld. Dat de verdachte deze verwachting ook daadwerkelijk heeft gehad, volgt uit het gegeven dat hij tijdens de doorzoeking aan een lid van de zoekploeg – nadat aan hem de cautie was gegeven – heeft verklaard dat hij kinder- en dierenporno had bekeken en dat zijn leven voorbij was. Ook heeft hij toen meermalen verklaard dat hij schuldig was aan het bezit van kinderporno. Uit de verdere verklaringen van de verdachte en uit de overige inhoud van voornoemd rapport van de reclassering volgt dat de (reële) dreiging van strafvervolging zwaar op de verdachte heeft gedrukt en mede heeft geleid tot een aanmelding voor euthanasie.

Sinds 28 september 2023 tot aan (de in de aanhef van) dit vonnis (genoemde datum) is een periode van twee jaren en zes maanden is verstreken. Het is onduidelijk gebleven wat heeft gemaakt dat de verdachte na de doorzoeking in september 2023 pas in maart 2025 is aangehouden en verhoord en de strafzaak van de verdachte eerst in februari 2026 op zitting is gebracht, zodat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat de redelijke termijn is geschonden.4.3.4..

Oplegging straf

De ernst van het feit rechtvaardigt, mede gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Echter, nu er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, de reclassering oplegging van bijzondere voorwaarden adviseert en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte hier aanleiding toe geven, ziet de rechtbank aanleiding om de gevangenisstraf geheel voorwaardelijk op te leggen, met daaraan gekoppeld een proeftijd van drie jaren. Deze proeftijd is korter dan gevorderd door de officier van justitie. Dit wordt ingegeven door de omstandigheid dat de verdachte is vervolgd en veroordeeld voor het overtreden van artikel 240b (oud) van het Wetboek van Strafrecht. In samenhang bezien met artikel 14b, tweede lid, (oud) van het Wetboek van Strafrecht is de maximale proeftijd drie jaren. De rechtbank verbindt aan deze voorwaardelijke gevangenisstraf de voorwaarden die hierna worden genoemd, die ertoe dienen de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet vanwege de coöperatieve houding van de verdachte ten aanzien van de aan hem geboden hulp(verlening) geen meerwaarde in het dadelijk uitvoerbaar verklaren van deze bijzondere voorwaarden.

De rechtbank ziet, gelet op de zwaarwegende persoonlijke omstandigheden van de verdachte waarbij met name is gekeken naar de (fysieke en mentale) belastbaarheid van de verdachte, af van het opleggen van een (onvoorwaardelijke) taakstraf.5. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c en 240b van het Wetboek van Strafrecht (oud).6. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals onder 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het onder 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) maanden;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op drie jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

  • de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. Meldplicht bij reclassering

De verdachte meldt zich na uitnodiging bij Reclassering Nederland. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

2. Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname)

De verdachte laat zich behandelen door [zorginstelling 2] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling is al gestart. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling of stabilisatie. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal de verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. (De rechtbank: de verdachte heeft zich daartoe bereid verklaard.)

3. Begeleid wonen

De verdachte verblijft in een, in overleg met [zorginstelling 1] en [zorginstelling 2] , door de reclassering nader te bepalen instelling voor beschermd wonen. De toezichthouder meldt de verdachte aan. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.

4. Dagbesteding

De verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van onbetaald werk of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.

5. Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik

Dat de verdachte gedurende de gehele proeftijd:

digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;

digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;

games met chatfunctie, die specifiek ontwikkeld zijn voor minderjarigen vermijdt;

geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);

inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1 en 2 zal vermijden en bespreekt hoe dit tot dat moment verlopen is.

Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1 tot en met 4 beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft. De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. Bij de controle kan gebruik worden gemaakt van een hulpmiddel dat een indicatie geeft of kinderporno-grafisch materiaal aanwezig is. De controles mogen gedurende de gehele proeftijd maximaal één keer per jaar proeftijd, dus drie keer in totaal plaatsvinden.

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

de verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

de verdachte zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.7. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.F. Smulders, voorzitter,

en mrs. D. van der Sluis en M.S. Polet, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 1 april 2026.

Mr. E.P. de Jong is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer] .

Verklaard tijdens de zitting van 18 maart 2026.

Pagina’s 62-82.

vgl. ECLI:NL:HR:2017:524.

More Decisions