Skip to main content

ECLI:NL:RBROT:2026:7865

Court

Dordrecht

Date

16 April 2026

Language

nl

Case Summary

Legal Issue

Strafrecht

Holding / Outcome

Uitspraak

Dordrecht

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/347237-25

Datum uitspraak: 16 april 2026

Datum zitting: 2 april 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1972 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

ingeschreven op het adres: [adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [verblijfsplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. E.B. Jobse

Officier van justitie: mr. S.E. Poutsma

Benadeelde partij: [benadeelde partij]

Kern van het vonnis

De verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag en bedreiging. Hij wordt veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 120 dagen, met aftrek van voorarrest. Daarnaast wordt aan hem een 38v-maatregel inhoudende een contactverbod met [benadeelde partij] opgelegd, die direct uitvoerbaar is. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag (feit 1, impliciet primair) dan wel een (zware) mishandeling (feit 1 impliciet subsidiair en subsidiair) en een bedreiging (feit 2).

De volledige tenlastelegging houdt in dat:

1 hij op of omstreeks 18 december 2025 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] , van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (met kracht) die [slachtoffer] - meermalen, althans eenmaal heeft gewurgd, althans gedurende enige tijd de keel heeft dichtgeknepen en/of - aan/bij de haren heeft beetgepakt en/of (daarbij) met haar hoofd en/of schouder tegen een muur heeft geslagen en/of - op/tegen het gezicht/hoofd en/of lichaam heeft gestompt en/of - op/tegen haar lichaam heeft geschopt en/of - een knietje op/tegen haar hoofd (slaap) heeft gegeven terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiairhij op of omstreeks 18 december 2025 te Rotterdam [slachtoffer] , heeft mishandeld, door die [slachtoffer] - meermalen, althans eenmaal te wurgen, althans gedurende enige tijd de keel dicht te knijpen en/of - aan/bij de haren beet te pakken en/of (daarbij) met haar hoofd en/of schouder tegen een muur te slaan en/of - op/tegen het gezicht/hoofd en/of lichaam te stompen en/of - op/tegen haar lichaam te schoppen en/of - een knietje op/tegen haar hoofd (slaap) te geven terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel;

2 hij op of omstreeks 18 december 2025 te Rotterdam [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die aan die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen -zakelijk weergegeven- dat hij verdachte die [slachtoffer] dood ging maken en/of dat hij haar ging slaan en/of dat hij haar van het balkon ging gooien, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking2. Bewijs2.1..

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt vrijgesproken van de onder 1 impliciet primair ten laste gelegde poging tot doodslag en dat hij wordt veroordeeld voor de onder 1 impliciet subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. Daarnaast moet de verdachte worden veroordeeld voor de onder 2 ten laste gelegde bedreiging.2.2..

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit voor beide ten laste gelegde feiten.2.3.. Oordeel van de rechtbank2.3.1..

Vrijspraak (feit 1 impliciet primair en feit 2)

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de impliciet primair ten laste gelegde poging tot doodslag niet is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

De verdachte zal ook worden vrijgesproken van de onder 2 ten laste gelegde bedreiging. De aangeefster heeft verklaard dat de verdachte haar heeft bedreigd door te zeggen dat hij haar zou gaan doodmaken, haar zou gaan slaan en haar van het balkon zou gooien. De verdachte heeft dit ontkend. Naar het oordeel van de rechtbank zit in het dossier onvoldoende ondersteunend bewijs voor de bedreiging voor zover het betreft het hiervoor genoemde doodmaken en van het balkon gooien. Het dossier bevat als ondersteunend bewijsmiddel voor de bedreiging slechts de verklaring van de buurman, [getuige] . Hij heeft verklaard dat hij de verdachte hoorde schreeuwen en dat de verdachte “(..) ik ga je slaan(..)” heeft gezegd. Dat kan dus bewezen worden verklaard. De woorden ‘ik ga je slaan’ leveren echter geen strafbare bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling op. Nu er voor de andere ten laste gelegde uitlatingen – die op zich zelf, mits bewezen, wel een strafbare bedreiging zouden kunnen opleveren – geen steunbewijs is, zal de verdachte worden vrijgesproken van de bedreiging.2.3.2..

Bewezenverklaring (feit 1 impliciet subsidiair) en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 impliciet subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering. Een weergave van letselfoto’s is als bijlage 1 bijgevoegd bij dit vonnis.

1. Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangeefster]

Plaats delict: [adres 2] te Rotterdam

Pleegdatum/tijd: Tussen 18 december 2025 20:44 uur en 18 december 2025 21:15 uur.

Op 18 december 2025 hoorden wij een persoon die ons opgaf te zijn:

Voornamen: [voornamen aangeefster]

Achternaam: [achternaam aangeefster]

Ik ben mishandeld door mijn ex-partner, [verdachte] . [verdachte] is de man die met mij in de woning was toen de politie hier kwam en wie uw collega's net hebben aangehouden. [verdachte] en ik waren zeven maanden samen en we zijn nu ongeveer een maand uit elkaar. We gingen uit elkaar omdat hij steeds agressiever werd.

Ik ben vandaag door [verdachte] gewurgd, hij deed dit drie keer erg stevig, waarbij dit elke keer ongeveer een paar seconde duurde. Hierdoor kon ik geen adem halen. Hierna pakte hij mij bij mijn haren en sloeg hij mij tegen de muur. Nu heb ik een schaafwond op mijn linkerarm en linkerschouder, ik laat dit u nu even zien. Daarna sloeg hij mij met zijn vuist tegen mijn wang. Ik kan mijn gezicht niet bewegen. Ik voel overal pijn. Als ik praat voel ik pijn aan de zijkant van mijn hoofd, maar ik heb op het moment het meeste last van mijn lip. Na de klappen schopte [verdachte] mij met zijn knie tegen mijn slaap. Dit was aan de rechterzijde van mijn slaap. Ik hoorde hem zeggen dat hij mij ging doodmaken, ik zou dood gaan. Hij kwam dronken thuis en vroeg mij of ik verder met hem wilde in de relatie. Toen ik dit afwees, hoorde ik dat hij zei dat hij mij wilde doodmaken en van het balkon wilde gooien. We stonden namelijk naast het balkon en ik zag dat hij de balkondeur opendeed. Hij pakte me bij mij haren en probeerde mij naar het balkon te trekken. Ik zette mijn been in de deurpost om mezelf niet mee te laten sleuren, waarna we samen op de grond vielen. Hier op de grond ligt nog een haarpluk van mij, ik wijs u deze nu aan."

2. Proces-verbaal van politie, bevindingen

Op donderdag 18 december 2025, omstreeks 20.45 uur, kregen wij van een medewerker van

het Operationeel Centrum Rotterdam het verzoek om te gaan naar [adres 2] in

Rotterdam. Hier zou een buurtbewoner hebben gehoord dat er een ruzie gaande was. Er

waren harde geluiden en geschreeuw te horen o.a. au.

Op 18 december 2025, om 20.55 uur, kwamen wij ter plaatse aan [adres 2] in Rotterdam. Wij belden aan en zagen dat de voordeur werd geopend door een vrouw. Wij, verbalisanten, zagen direct dat de vrouw bloed op en rondom haar mond had. De vrouw maakte ook een angstige indruk. Wij zetten een stap naar voren en zagen dat er een man achter de vrouw stond. Wij betraden hierdoor direct de woning en scheidden de man en vrouw van elkaar.

De vrouw bleek later genaamd te zijn: --- [slachtoffer] . De man bleek later genaamd te zijn; --- [verdachte]

Ik, verbalisant [verbalisant] , vroeg direct aan [slachtoffer] of er meer personen in de woning waren. Ik hoorde dat [slachtoffer] verklaarde dat zij enkel met [verdachte] in de woning was. Ik liep samen met [slachtoffer] naar de slaapkamer. Ik hoorde dat [slachtoffer] verklaarde dat haar ex-partner haar had geslagen. Ik zag dat [slachtoffer] angstig was: [slachtoffer] was aan het trillen en zij had een gesloten houding doordat zij haar armen om zich heen had geslagen. Ik vroeg [slachtoffer] om tegen de muur te gaan staan zodat ik foto's van haar en haar letsel kon maken.

Ik zag dat [slachtoffer] tegen de muur stond en ik zag het volgende: - een verdikking, blauw van kleur, op de linkerwang; - een rode plek op de linkerzijde van de hals; - een bebloede onderlip; - rode vlekken/plekken en schaafwonden aan de rechterzijde (onder) van de hals; - een rode vlek/plek in het midden van de hals; - rode plekken/schaafwonden ter hoogte van het sleutelbeen, aan de rechterzijde; - een blauwe plek op de linker bovenarm aan de binnenkant; - bloed en verdikking aan de binnenkant van de bovenlip; - meerdere schaafwondjes op de linker elle boog en - een blauwe plek op de rechter bovenarm aan de binnenkant. Wij hoorden [slachtoffer] het volgende verklaren: 'Ik ben twee keer in mijn buik geslagen. Ik ben gewurgd en heb een schop tegen mijn slaap gekregen. Ik heb erg veel pijn in mijn gezicht en lip. Ik heb hoofdpijn en alles doet zeer.' Ik, verbalisant vroeg aan het slachtoffer waarom zij rode plekken in haar nek en hals had. Ik hoorde [slachtoffer] verklaren dat zij door [verdachte] gewurgd was. Ik hoorde [slachtoffer] verklaren dat zij drie keer stevig bij haar nek was vastgepakt. Dat dit elke keer enkele seconden duurde. Het slachtoffer was hierdoor duizelig.

3. Schriftelijk stuk, FARR-verklaring

S

MEN via politie zuidplein geweld op de hals casus

23-24u op kantoor FARR

O

Foto's [bestandsnaam 1] t/m [bestandsnaam 2]

Forensisch lichtfoto's; FARR NFS [bestandsnaam 3] t/m [bestandsnaam 4] .

linker wang bloeduitstorting ca 5cm dsnd.

Linker schouder opp schaafverwonding ca. 3 cm dsnd

Gehele hals bandvormige rode huidverkleuring en verdikking.

op borst aan rechter kant thv sleutelbeen en eronder 2 bloeduitstortingen resp. 2cm en 2cm dsnd.

Op binnenzijde armen bdzd bloeduitstortingen (links 2stukt 5x4cm en 2x3 cm en rechts een 2x1cm grootte.

Op beide linker elleboog twee krasverwondingen ca 4 cm groot en evenwijdig.

Op rechter elleboog opp. schaafverwonding met hierin twee bastverwondingen in gebied van ca. 2cm dsnd.

E

Bloeduitstortingen en schaafverwondingen, krasverwondingen en barstverwondingen.

tevens Aanwijzingen middels forensisch licht voor bloedophoping diepere huidlagen passen bij inwerkend geweld op de hals

P

Genezingsduur 2 weken.

Ingestuurd naar SEH IKazia voor onderzoek aangezicht.

Er is door politie een VT melding gedaan.

4. Proces-verbaal van de politie, aanvullend verhoor [aangeefster]

Toen [verdachte] binnenkwam heeft hij heeft hij gevraagd of hij hier mag blijven en of we samen verder kunnen. Ik zei nee want je hebt me te vaak pijn gedaan. Toen schopte hij mij tegen mijn borstkas. Ik heb ook een hele schoenafdruk op mijn borstkas staan. Toen begon de hele ruzie. Toen [verdachte] mij wurgde, was ik heel erg bang. Ik was bang dat hij mij iets aan zou doen. Ik ben nog steeds bang voor mijn leven. Hij heeft gezegd dat hij mij sowieso gaat doden.

5. Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [getuige]

Ik en mijn vriendin zaten op de bank en hoorde en man schreeuwen. Het geschreeuw kwam van de boven buren. Ik kon de man verstaan. Ik hoorde hem in Pools zeggen. (..) Ik ga je slaan. (..) Ik hoor vaker ruzie tussen de man en vrouw. Normaal schreeuwen ze tegen elkaar en maken ze ruzie maar vanavond was het heftiger. Vanavond hoorde ik geschreeuw en direct daarna gebonk. Het leek alsof er iemand op de grond werd gegooid. Ik hoorde de boven buurvrouw schreeuwen: au en stop. Ik hoorde haar ook huilen. Het geluid stopte en de ruzie was over.2.3.3..

Bewijsmotivering

Op 18 december 2025 komt de politie ter plaatse bij de woning van [aangeefster] (hierna: de aangeefster), nadat buurtbewoners melding maken van een ruzie waarbij harde geluiden en geschreeuw was te horen met onder andere het woord ‘au’. Als de aangeefster de voordeur opent zien de verbalisanten een angstige vrouw met bloed rondom haar mond. De enige andere persoon in de woning is de verdachte. Ter plaatse en in haar aangifte verklaart de aangeefster dat de verdachte haar die avond heeft mishandeld, waarbij hij onder andere meermalen haar keel heeft dichtgeknepen, haar tegen het gezicht heeft gestompt en haar tegen het lichaam heeft geschopt. Deze verklaring vindt steun in de getuigenverklaring van de buurman [getuige] , de FARR-verklaring, de bevindingen van de verbalisanten over de situatie ter plaatse en de toestand van de aangeefster, en de verschillende foto’s van het gezicht en het lichaam van de aangeefster, die zowel ter plaatse als de volgende dag door de politie zijn genomen. Uit de FARR-verklaring en de foto’s blijkt dat bij aangeefster meerdere letsels en bloeduitstortingen zijn vastgesteld, waaronder (onderhuids) letsel aan de hals, en dat het vastgestelde letsel past bij de toedracht zoals beschreven door aangeefster. De rechtbank heeft daarom geen reden te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de aangeefster dat de verdachte haar die avond heeft mishandeld.

De rechtbank gaat voorbij aan de lezing van de verdachte dat hij de aangeefster slechts van achteren met zijn armen heeft vastgepakt om haar te kalmeren nadat zij – blijkbaar zonder duidelijke aanleiding – door de woning begon te springen, dat zij snel blauwe plekken krijgt en dat zij zichzelf heeft verwond terwijl hij haar in zijn armen vast had. Dit door de verdachte geschetste alternatieve scenario acht de rechtbank onaannemelijk, nu het geheel op zichzelf staat en geen enkele steun vindt in het procesdossier.

De rechtbank stelt op basis van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen vast dat verdachte de aangeefster in het gezicht heeft gestompt, tegen haar lichaam heeft geschopt, haar met haar hoofd en schouder tegen de muur heeft geslagen en meerdere keren gedurende enige tijd haar keel heeft dichtgeknepen. De rechtbank kwalificeert dit handelen van verdachte als een poging tot zware mishandeling, nu het meerdere keren gedurende enige tijd dichtknijpen van de hals naar algemene ervaringsregels ook de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel oplevert. Omdat zijn handelingen niet daadwerkelijk tot zwaar letsel hebben geleid, kwalificeert de rechtbank het als een poging.2.3.4.. Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij op of omstreeks18 december 2025 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] ,van het leven te beroven, althanszwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (met kracht) die [slachtoffer] - meermalen,althans eenmaal heeft gewurgd, althansgedurende enige tijd de keel heeft dichtgeknepen en/of-aan/bij de haren heeft beetgepakt en/of(daarbij) met haar hoofd en/of schouder tegen een muur heeft geslagen en/of-op/tegen het gezicht/hoofd en/of lichaamheeft gestompt en/of-op/tegen haar lichaam heeft geschopten/of- een knietje op/tegen haar hoofd (slaap) heeft gegeventerwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;3. Kwalificatie en strafbaarheid3.1..

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

Feit 1 (impliciet) subsidiair: poging tot zware mishandeling

3.2..

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

De raadsman heeft in het kader van de strafbaarheid van de verdachte bij pleidooi opgemerkt dat het dossier aanwijzingen bevat dat de verdachte heeft gehandeld uit (putatief) noodweer. Volgens vaste jurisprudentie is het aan de verdediging de feitelijke grondslag van een straf- of rechtvaardigingsgrond aannemelijk te maken. Nu de verdachte zelf helemaal niet heeft verklaard dat hij heeft gehandeld uit noodweer en de raadsman ook verder niet heeft toegelicht waaruit de gestelde aanwijzingen voor (putatief) noodweer zouden bestaan, is er geen begin van aannemelijkheid. De rechtbank acht dus het feit en de verdachte strafbaar.4. Straf4.1..

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, alsmede oplegging van een 38v-maatregel inhoudende een contactverbod met [aangeefster] .4.2..

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen.4.3.. Oordeel van de rechtbank4.3.1..

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. Hij heeft zijn (toenmalige) vriendin [aangeefster] in haar woning aangevallen. De verdachte is daarmee zonder noemenswaardige aanleiding over gegaan tot excessief geweld. Uit haar verklaringen en haar vordering als benadeelde partij blijkt dat dit voor het slachtoffer een zeer beangstigend incident is geweest. De verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het dossier geeft aanleiding te vermoeden dat het geweld alleen is gestopt omdat de politie ter plaatse kwam doordat buren alarm sloegen.4.3.2..

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 17 februari 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk, maar niet recentelijk, is veroordeeld voor strafbare feiten.

Reclasseringsrapport

In het rapport van Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) van 18 maart 2026 staat het volgende.

De reclassering kan het risico op recidive, letsel en het onttrekken aan voorwaarden niet inschatten. Gelet op de aard van het ten laste gelegde zouden eventuele risico-verhogende factoren gelegen kunnen zijn in de leefgebieden relaties, middelengebruik en het psychosociaal functioneren, waarbij bij het laatste gedacht moet worden aan het maken van verkeerde keuzes en het onvoldoende nadenken over zijn handelen en de gevolgen ervan. De verdachte is niet eerder bekend met huiselijk geweld. De verdachte zegt dat hij beperkt drinkt en alleen bij gelegenheden. Tot een paar jaar geleden zou hij amfetamine gebruikt hebben. Door de ontkennende houding van de verdachte kan de reclassering geen concrete uitspraken doen over delictgerelateerde factoren of een verband leggen tussen de tenlastelegging en de diverse leefgebieden. Bij een veroordeling adviseert de reclassering dan ook een straf zonder bijzondere voorwaarden. Gezien de aard van de tenlastelegging adviseert zij wel een contact- en locatieverbod.4.3.3..

Oplegging straf en maatregel

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Bij het bepalen van de straf weegt de rechtbank verder in negatieve zin mee dat de verdachte geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen, terwijl er wel sprake is van divers letsel. Ook weegt de rechtbank mee dat uit onderzoek is gebleken dat hij tijdens het incident flink onder invloed was van alcohol. Alles overziend komt de rechtbank tot een gevangenisstraf van 120 dagen.

Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten wordt aan de verdachte op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 jaren opgelegd, met 2 weken hechtenis per overtreding met een maximum van 6 maanden. Deze maatregel houdt in een contactverbod met aangeefster [aangeefster] .

De rechtbank beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens de aangeefster. De rechtbank betrekt daarbij dat de verdachte geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen5. Vordering van de benadeelde partij5.1..

Vordering [benadeelde partij]

heeft als benadeelde partij twee vorderingen ingediend waarin zij (bij elkaar opgeteld) verzoekt om € 5.000,- als vergoeding voor materiële schade en € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.5.2..

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 2.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.5.3..

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij moet, gelet op de bepleite vrijspraak, niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Indien dit niet wordt gevolgd heeft de verdediging verzocht de schade te schatten op hoogstens enkele honderden euro’s.5.4.. Oordeel van de rechtbank5.4.1..

Materiële schade

De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot vergoeding van materiële schade. Die vordering ligt niet voor onmiddellijke toewijzing gereed. De behandeling van dat deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht5.4.2..

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen, waardoor hij op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van zijn immateriële schade.

De vergoeding voor immateriële schade wordt toegewezen tot een bedrag van € 2.000,-. Voor het overige wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering verklaard, omdat de vordering voor het meerdere onvoldoende is onderbouwd. Zo kan onder meer niet worden vastgesteld dat de aangeefster psychisch letsel heeft opgelopen door het incident. Wel staat vast dat de benadeelde partij divers letsel heeft opgelopen door het bewezen verklaarde feit. Bij het bepalen van de hoogte van het toegewezen bedrag is rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is acht geslagen op bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend.5.4.3..

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 18 december 2025.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel op als bedoeld in artikel 36f Sr. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 20 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is op de artikelen 36f, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.7. Beslissingen

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1 impliciet primair en onder 2 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 impliciet subsidiair ten laste gelegde feit, zoals in hoofdstuk 2.3.4. is omschreven, heeft gepleegd;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 120 (honderdtwintig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

legt de verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 jaar, inhoudende dat de verdachte:

  • op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met [benadeelde partij] , geboren op [geboortedatum 2] 1979;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 2 weken, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;

toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;

beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde partij] te betalen een bedrag van € 2.000,-als vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 18 december 2025 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van haar vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil, en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] aan de staat€ 2.000,-te betalen, alsmede de wettelijke rente hierover vanaf 18 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal20dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I. Bouter, voorzitter,

en mrs. A.M. van der Leeden en T. Urbanus, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 april 2026.

Mr. T. Urbanus is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier met nummer [dossiernummer] .

Pagina’s 2-10

Pagina’s 28-40

Pagina 11

Pagina’s 18-22

Pagina’s 23-24

More Decisions