ECLI:NL:RBZWB:2026:5044
Case Summary
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Uitspraak
Tilburg
RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11693992 \ CV EXPL 25-2354
Vonnis bij vervroeging van 3 juni 2026
in de zaak van
VEMAD B.V.,
te Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: VEMAD,
gemachtigde: [gemachtigde] (R&R Gerechtsdeurwaarders B.V. te Breda),
tegen
[gedaagde] ,h.o.d.n. [bedrijf] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
VEMAD heeft vanaf oktober 2021 een BMW verhuurd aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft huurfacturen onbetaald gelaten. Daarnaast heeft VEMAD een factuur van de autogarage voldaan, waarvan zij stelt dat [gedaagde] deze factuur had moeten voldoen. [gedaagde] erkent dat hij facturen (gedeeltelijk) onbetaald gelaten heeft, maar daar had hij zijn redenen voor. Daarnaast betwist hij de hoogte van de huurfacturen en de verschuldigdheid van de factuur van de autogarage. De kantonrechter is van oordeel dat de betwisting door [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd is. De kantonrechter wijst de vordering van VEMAD daarom toe.
1. De procedure
1.1..
Het verloop van de procedure blijkt uit:
a. het tussenvonnis van 23 juli 2025, waarbij mondelinge behandeling is bepaald,
b. de brief van 31 december 2025, waarbij mondelinge behandeling nader is bepaald,
c. de mondelinge behandeling van 21 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.. Daarna is een datum bepaald waarop dit vonnis wordt uitgesproken.
2. De feiten
2.1.. De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten.
a. VEMAD verhuurde aan [gedaagde] vanaf oktober 2021 een BMW type 218 met [kenteken] (hierna: de auto).
b. Partijen hebben geen huurovereenkomst aan de kantonrechter overgelegd.
c. De huurovereenkomst is telkens maandelijks stilzwijgend verlengd.
d. De huurprijs per maand bedroeg bij aanvang € 1.113,16 per maand.
e. De huurprijs per maand is per februari 2024 verhoogd tot € 1.140,99 per maand.
f. [gedaagde] heeft de huur gedurende de periode februari 2024 tot en met maart 2025 tien maanden onbetaald gelaten.
g. [gedaagde] heeft de facturen van maart, mei en juli 2024 wel betaald.
h. [gedaagde] heeft geen toestemming gevraagd voor het (op kosten van VEMAD) laten updaten van het navigatiesysteem van de auto en het beschikken over vervangend vervoer tijdens deze werkzaamheden.
i. VEMAD heeft de factuur van [autogarage] (hierna: de autogarage) voor de update van het navigatiesysteem en het vervangend vervoer voldaan.
j. VEMAD heeft deze factuur doorbelast aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft deze factuur onbetaald gelaten.
k. [gedaagde] heeft de auto ingeleverd bij VEMAD op 28 februari 2025.
l. De huurovereenkomst is beëindigd met ingang van 1 maart 2025.
3. Het geschil
3.1.. VEMAD vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 13.134,82, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 1 mei 2025 en kosten.
3.2.. VEMAD legt aan de vordering het volgende ten grondslag. VEMAD verhuurde de auto aan [gedaagde] op basis van een huurovereenkomst die maandelijks stilzwijgend werd verlengd. [gedaagde] heeft de huurfacturen van tien maanden onbetaald gelaten. VEMAD vordert betaling van deze facturen op basis van nakoming. Daarnaast vordert ze betaling van een factuur voor de update van het navigatiesysteem en vervangend vervoer op grond van doorbelasting.
3.3..
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] erkent dat hij facturen onbetaald heeft gelaten, maar voert aan dat hij daar zijn redenen voor had. Zo voert [gedaagde] aan dat hij in een onaangename en ongewenste zakelijke situatie terechtkwam met fors inkomensverlies tot gevolg. Daarnaast betwist [gedaagde] de hoogte van de onbetaald gebleven facturen, in zoverre dat er een tussentijdse prijsverhoging heeft plaatsgevonden waarvan hij geen kennisgeving heeft ontvangen. Ook is hij onder meer van mening dat de factuur voor de update van het navigatiesysteem en vervangend vervoer niet voor zijn rekening mag komen. [gedaagde] concludeert kort gezegd tot afwijzing van de vorderingen van VEMAD.
3.4.. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Niet betaalde huurfacturen
4.1.. VEMAD vordert betaling van de onbetaald gebleven huurfacturen. Tussen partijen staat vast dat zij een huurovereenkomst hadden voor de auto. Onderdeel van deze overeenkomst was de verbintenis dat [gedaagde] maandelijks een bedrag betaalde als tegenprestatie voor het gebruik van de auto. VEMAD heeft gesteld en onderbouwd dat [gedaagde] de huur over de maanden februari, april, juni, augustus, september, oktober, november en december 2024 en januari en februari 2025 niet heeft betaald. Het totaal van deze facturen bedraagt € 11.409,90.
4.2..
[gedaagde] heeft de hoogte van de onbetaald gebleven facturen betwist. Zo heeft hij aangevoerd dat hij geen kennisgeving heeft ontvangen van een tussentijdse verhoging van de huurprijs. Volgens [gedaagde] bestond voor deze prijsverhoging ook geen grondslag. Hoewel de kantonrechter niet beschikt over een huurovereenkomst, is wel vast komen staan dat [gedaagde] de facturen in de maanden maart, mei en juli 2024 heeft betaald. Ook staat vast dat deze facturen de (inmiddels) verhoogde huurprijs van € 1.140,99 bedroegen. Verder is de kantonrechter ook niet gebleken dat [gedaagde] in die periode tegen de prijsverhoging heeft geprotesteerd bij VEMAD. Pas in zijn conclusie van antwoord heeft [gedaagde] een punt gemaakt van de prijsverhoging. Uit deze feiten en omstandigheden leidt de kantonrechter af dat [gedaagde] gedurende de looptijd van de huurovereenkomst akkoord is gegaan met de prijsverhoging. Dit betekent dat [gedaagde] de stelling van VEMAD dat de facturen € 1.140,99 per maand bedroegen onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. [gedaagde] had de verhoogde huurprijs moeten betalen aan VEMAD.
4.3.. Verder heeft [gedaagde] aangevoerd dat hij structureel veel minder kilometers heeft gereden met de auto dan bij huurovereenkomst was overeengekomen. Volgens [gedaagde] is dit aanleiding om een minderprijs per niet gereden kilometer toe te passen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft VEMAD toegelicht dat de huurovereenkomst een kilometrage toestaat van 3000 kilometer per maand (100 kilometer per dag), maar dat de huurprijs niet gekoppeld was aan de kilometrage en dat er geen afspraken zijn gemaakt over (compensatie van) minderkilometers. [gedaagde] heeft ook deze stelling van VEMAD onvoldoende gemotiveerd betwist.
4.4.. Omdat [gedaagde] de genoemde facturen onbetaald heeft gelaten, ook nadat hij in gebreke is gesteld door VEMAD, wijst de kantonrechter de gevorderde betaling van deze facturen toe. [gedaagde] moet daarom aan VEMAD een bedrag van € 11.409,90 betalen.
Kosten update navigatiesysteem en vervangend vervoer
4.5.. VEMAD vordert ook betaling van een door haar betaalde factuur van € 203,07. Deze factuur van de autogarage ziet op de update van het navigatiesysteem van de auto en het vervangend vervoer waarvan [gedaagde] gedurende werkzaamheden gebruik heeft gemaakt. VEMAD heeft deze factuur voldaan, maar heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij deze factuur heeft doorbelast aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft deze factuur echter onbetaald gelaten.
4.6.. De kantonrechter begrijpt de vordering van VEMAD zo dat zij betaling van deze factuur vordert op grond van onverschuldigde betaling (artikel 6:203 van het Burgerlijk Wetboek). VEMAD heeft gesteld dat zij het factuurbedrag heeft voldaan aan de autogarage, terwijl de factuur voor rekening van [gedaagde] moest komen. [gedaagde] heeft dit betwist en heeft aangevoerd dat hij als huurder mocht verwachten dat de auto beschikte over een up-to-date navigatiesysteem. [gedaagde] had echter toestemming aan VEMAD moeten vragen voor het laten verrichten van deze werkzaamheden aan de auto, als hij de kosten voor rekening van VEMAD had willen laten komen. Vast is komen te staan dat [gedaagde] dit niet heeft gedaan. Dit betekent dat [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten met [autogarage] om het navigatiesysteem te laten updaten. Gedurende die werkzaamheden heeft hij gebruikgemaakt van vervangend vervoer. VEMAD was geen partij bij deze overeenkomst. De betaling van de factuur aan de autogarage heeft VEMAD daarom onverschuldigd gedaan. Dit betekent dat [gedaagde] € 203,07 aan VEMAD moet betalen.
Wettelijke handelsrente
4.7.. VEMAD vordert de wettelijke handelsrente over de onbetaald gebleven facturen. VEMAD heeft bij dagvaarding de wettelijke handelsrente vanaf 30 dagen na de factuurdata tot 1 mei 2025 berekend op een bedrag van € 642,13. VEMAD vordert daarom verder toe te wijzen de wettelijke handelsrente vanaf 1 mei 2025 tot de dag van volledige betaling over € 11.612,97. Het staat vast dat [gedaagde] de betreffende facturen onbetaald heeft gelaten. Bij niet tijdige betaling is [gedaagde] op grond van artikel 6:119a BW de wettelijke handelsrente over de factuurbedragen verschuldigd vanaf de dag van opeisbaarheid daarvan. De kantonrechter wijst aan wettelijke handelsrente het bedrag van € 642,13 tot 1 mei 2025 toe. Daarnaast wijst hij de wettelijke handelsrente toe over het hiervoor genoemde bedrag van € 11.612,97 vanaf 1 mei 2025.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.8.. VEMAD vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). VEMAD vordert een bedrag van € 879,72. VEMAD heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden voor haar zijn verricht. VEMAD heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom wijst de kantonrechter het gevorderde bedrag van € 879,72 toe.
Wat [gedaagde] moet betalen aan VEMAD
4.9.. Op basis van de overwegingen 4.4, 4.6, 4.7 en 4.8 moet [gedaagde] aan VEMAD het door VEMAD gevorderde bedrag van € 13.134,82 betalen.
Proceskosten
4.10..
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom ook de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VEMAD worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
123,16
- griffierecht
€
1.461,00
- salaris gemachtigde
€
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.592,16
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.. veroordeelt [gedaagde] om aan VEMAD te betalen een bedrag van € 13.134,82 aan onbetaald gebleven facturen (inclusief wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW en buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 11.612,97 vanaf 1 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.2.. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.592,16, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. Paijmans en in het openbaar bij vervroeging uitgesproken op 3 juni 2026.