ECLI:NL:RBZWB:2026:5415
Case Summary
Civiel recht; Personen- en familierecht
Uitspraak
Breda
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/441650 FA RK 25/5732
datum uitspraak: 20 mei 2026
beschikking betreffende echtscheiding
in de zaak van
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. A. van Tol-Macharoblishvili,
tegen
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. J.W.J. van den Broek.
1. Het procesverloop
Dit blijkt uit de volgende stukken:
het op 6 november 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
het op 3 februari 2026 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek
met bijlagen;
- het F9-formulier van mr. Van Tol-Macharoblishvili van 9 april 2026 met als bijlage
het door partijen op 2 en 9 april 2026 ondertekende echtscheidingsconvenant;
- het F9-formulier van mr. Van den Broek van 13 april 2026.
2. De feiten
Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
zij zijn op [datum] 2024 te [plaats] , Suriname, met elkaar gehuwd;
uit hun huwelijk zijn geen minderjarige kinderen geboren;
de vrouw bezit in ieder geval de Surinaamse nationaliteit en de man bezit de Nederlandse nationaliteit;
hun huwelijk is duurzaam ontwricht.
3. De verzoeken
3.1. De man verzoekt nu, samengevat,
echtscheiding;
opneming van de door partijen getroffen regelingen in de beschikking.
3.2. De vrouw verzoekt nu, samengevat, opneming van de door partijen getroffen regelingen in de beschikking.
4. De beoordeling
4.1. Bij F9-formulier van 9 april 2026 is namens de man bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt en dit is vastgelegd in een convenant. Gelet hierop wijzigt de man zijn verzoek op de wijze zoals hiervoor onder 3.1. is weergegeven. Verder verzoekt de man de zaak schriftelijk af te doen.
4.2. Bij F9-formulier van 13 april 2026 is namens de vrouw bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt. De vrouw wijzigt haar verzoek op de wijze zoals hiervoor onder 3.2. is vermeld. Ook de vrouw heeft aangegeven dat er geen mondelinge behandeling hoeft plaats te vinden.
Echtscheiding
4.3. De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, aangezien ten tijde van de indiening van het verzoek partijen hun gewone verblijfplaats hadden in Nederland.
4.4. In het kader van een echtscheiding waarbij het huwelijk in het buitenland is voltrokken, dient de rechtbank ambtshalve de vraag te beantwoorden of dit huwelijk op grond van artikel 10:31 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt erkend in Nederland. De beantwoording van deze vraag is van belang, omdat een buitenlands huwelijk dat naar Nederlands recht niet wordt erkend, door de Nederlandse rechter niet kan worden ontbonden.
4.5. Uitgangspunt is dat een buiten Nederland gesloten huwelijk wordt erkend wanneer het volgens het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden (artikel 10:31 eerste lid BW). Op grond van artikel 10:31 lid 4 BW wordt een huwelijk vermoed rechtsgeldig te zijn als een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.
4.6. De man heeft een gewaarmerkt en gedateerd afschrift van de huwelijksakte in het geding gebracht. Gelet hierop wordt vermoed dat het huwelijk tussen partijen rechtsgeldig is voltrokken. De rechtbank zijn geen feiten of omstandigheden bekend geworden die het rechtsvermoeden van artikel 10:31 lid 4 BW weerleggen. Van omstandigheden die zouden moeten leiden tot het oordeel dat dit huwelijk niet voor erkenning in Nederland vatbaar is, omdat die erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van Nederland (artikel 10:32 BW) is niet gebleken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het huwelijk in Nederland kan worden erkend.
4.7. De rechtbank zal op het verzoek tot echtscheiding Nederlands recht toepassen ingevolge artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. Dit verzoek zal als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen.
Convenant
4.8. Op verzoek van partijen zullen de door partijen onderling getroffen regelingen worden opgenomen in de beschikking.
4.9. Nu de overige verzoeken zijn ingetrokken, kunnen deze verzoeken niet meer worden onderzocht en zullen deze worden afgewezen.
4.10. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De rechtbank
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2024 te [plaats] , Suriname, met elkaar gehuwd;
bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het als bijlage toegevoegde convenant deel uitmaken van deze beschikking;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Benjaddi, rechter en in tegenwoordigheid van mr. Verhamme, griffier, in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.