ECLI:NL:RBZWB:2026:5420
Case Summary
Civiel recht; Personen- en familierecht
Uitspraak
Breda
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446131 / JE RK 26-454
Datum uitspraak: 20 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant 's-Hertogenbosch, gevestigd te 's-Hertogenbosch,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2013 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats 2] ,
advocaat mr. W.H.P. de Jongh uit Roosendaal.
1. Het verloop van de procedure
1.1.. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 maart 2026;
het bericht van mr. De Jongh van 15 mei 2026.
1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
de moeder;
twee vertegenwoordigers van de GI.1.3.. De vader en zijn advocaat zijn juist opgeroepen, maar niet verschenen. De advocaat van de vader heeft voorafgaand aan de zitting aan de kinderrechter te kennen gegeven dat zowel hij als de vader niet aanwezig zullen zijn.
1.4.. De kinderrechter heeft [minderjarige 2] en [minderjarige 1] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
2.1.. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2..
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij hun moeder.
2.3.. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 mei 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van de GI gesteld met ingang van 22 mei 2025 tot 22 mei 2026.
3. Het verzoek
3.1.. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De mening van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
4.1..
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben aan de kinderrechter verteld dat zij het fijn hebben bij de moeder en haar nieuwe partner. Zij willen op dit moment geen contact met de vader.
5. De standpunten
5.1.. De GI heeft ter onderbouwing van het verzoek het navolgende naar voren gebracht. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hadden bij aanvang van de ondertoezichtstelling al geruime tijd de vader niet gezien en er waren zorgen rondom [minderjarige 2] . De zorgen over de schoolgang en het welbevinden van [minderjarige 2] zijn in de loop van het jaar toegenomen. Het lukte hem niet om mee te komen in de groep en hij ging nog maar halve dagen naar school. In het najaar is hij door school aangemeld bij de [school] , een geïntegreerde onderwijs- en zorgsetting voor kinderen uit het primair onderwijs die uit dreigen te vallen op school, met als doel hen duurzaam te laten terugkeren naar passend regulier onderwijs. Hier is [minderjarige 2] uiteindelijk medio januari 2026 toegelaten. Om versnippering van de hulpverlening te voorkomen en de samenwerking en effectiviteit te vergroten is Expertise In Ervaren (E-I-E) ingezet voor systemische therapie zowel thuis als op school en [praktijk] in onderaannemerschap voor het contacthersteltraject. Door wachtlijsten zit de hulpverlening nog in een voortraject, maar de eerste gesprekken hebben plaatsgevonden of zullen op korte termijn plaatsvinden. Hoewel de vader zich heeft geconformeerd aan het contacthersteltraject en zich tijdens de eerste gesprekken heeft opengesteld, verloopt de verdere samenwerking zeer moeizaam. De vader voelt zich machteloos en is gefrustreerd waardoor het hem niet lukt om zijn verantwoordelijkheid te nemen. Zo is hij na twee keer al gestopt met het versturen van kaartjes naar de kinderen. De samenwerking met de moeder verloopt goed en zij neemt adviezen aan en handelt daar ook naar. De ingezette hulpverlening zal veel van de moeder als hoofdopvoeder gaan vragen. Zij moet [minderjarige 1] en [minderjarige 2] stabiliteit bieden terwijl zij zelf ook nog wel last heeft van de traumatische gebeurtenissen uit het verleden.
5.2.. De moeder heeft naar voren gebracht dat verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is. Zij ziet de positieve ontwikkelingen die de ondertoezichtstelling [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben gebracht.
5.3.. De advocaat van de vader heeft middels voornoemd bericht aangegeven dat de vader geen verweer voert tegen verlenging van de ondertoezichtstelling.
6. De beoordeling
6.1.. Op grond van artikel 1:260 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
6.2.. Op grond van artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.
6.3.. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.4.. De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De zorgen over hen zoals omschreven in de vorige beschikking zijn onverminderd aanwezig. Zij hebben veel meegemaakt en hebben verbleven in een spanningsvolle gezinssituatie waarbij sprake was van huiselijk geweld. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben al geruime tijd geen contact met de vader. Het lukt de vader niet om hen te geven wat zij nodig hebben, namelijk erkenning voor wat zij hebben meegemaakt en betrouwbaarheid. Hierdoor blijven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] last houden van de situatie. Daarnaast kampt [minderjarige 2] met kind-eigenproblemen en gaat hij sinds kort naar [school] , een geïntegreerde onderwijs- en zorgsetting. De nodig geachte hulpverlening voor systemische behandeling bij E-I-E en het contacthersteltraject bij [praktijk] is pas net van de grond gekomen. De bij de ondertoezichtstelling bepaalde doelen zijn dan ook nog niet behaald. Hieraan dient in de komende periode verder te worden gewerkt.
6.5.. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De kinderrechter acht betrokkenheid van en regievoering door de GI noodzakelijk. Immers, de verstandhouding tussen de ouders is ernstig verstoord en het zal hen samen niet lukken om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weg te nemen. Bovendien is de vader onvoldoende in samenwerking. De situatie is daardoor te complex om de nodig geachte hulpverlening voort te zetten in het vrijwillig kader.
6.6.. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar verlengen, dit gelet op alles wat er nog moet gebeuren.
6.7.. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6.8.. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
7. De beslissing
De kinderrechter:
7.1.. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 22 mei 2026 tot 22 mei 2027;7.2.. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026 door mr. Pellikaan, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Noort als griffier, en op schrift gesteld op 4 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.