Skip to main content

ECLI:NL:RBZWB:2026:5440

Court

Middelburg

Date

20 May 2026

Language

nl

Case Summary

Legal Issue

Civiel recht; Personen- en familierecht

Holding / Outcome

Uitspraak

Middelburg

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; Personen- en familierechtType: uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/440959 / JE RK 25-1875

Datum uitspraak: 20 mei 2026

(Nadere) beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. M.V. de Nooijer te Middelburg,

over

[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2012 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat: mr. R. Wouters te Middelburg,

[de stiefvader],

hierna te noemen: de stiefvader,

wonende in [woonplaats 2] ,

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Middelburg.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

is in de procedure gekend:

  • de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,

hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.

1. Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • de beschikking van deze rechtbank van 26 november 2025 en alle daarin genoemde stukken;

  • het bericht van de GI met bijlagen van 22 april 2026;

  • het bericht van mr. de Nooijer met bijlagen van 24 april 2026.

1.2.. Op 20 mei 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

  • de vader, bijgestaan door mr. Sijnesael als waarnemend advocaat voor mr. de Nooijer;

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

  • een vertegenwoordiger van de Raad;

  • een tweetal vertegenwoordigsters van de GI.

De stiefvader is niet op de zitting verschenen.

1.3.. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.

2. De feiten

2.1.. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

2.2..
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.

2.3..

Bij (echtscheidings)beschikking van [datum] 2020 is onder meer en voor zover

hier van belang bepaald dat de overige regeling uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking.

2.4..

Partijen hebben de (reguliere) zorgregeling, zoals vastgelegd in het ouderschapsplan gewijzigd, inhoudende dat de vader de zorg heeft voor de kinderen gedurende één weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag 16:30 uur tot zondagavond

19:00 uur en iedere dinsdag na school tot woensdagochtend voor school.

2.5.. Partijen hebben op 30 april 2025 in het kader van een door de vader opgestarte kortgedingprocedure afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn vastgelegd in een proces- verbaal, inhoudende:

Beide partijen nemen binnen één week contact op met het CJG met de mededeling dat na het studioverhoor van [minderjarige 1] onderzoek kan worden gestart.

Tot en met het studioverhoor van [minderjarige 1] zal vader geen contact hebben met de kinderen.

Na het studioverhoor wordt het CJG verzocht onderzoek te doen danwel casusregie te voeren, waarbij als een door CJG te betrekken hulpinstantie aangeeft dat er contact kan zijn tussen vader en de kinderen of één van de kinderen hieraan door ouders medewerking wordt verleend, al dan niet met het maken van veiligheidsafspraken en aan CJG wordt specifiek verzocht de situatie van de kinderen apart te beoordelen.

Voorgaande afspraken zijn gemaakt in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming. Van de zijde van de Raad is opgemerkt in te kunnen stemmen met deze afspraken. Gelet op het belang dat de Raad hecht aan deze afspraken, zal de Raad ook zelfstandig contact opnemen met het CJG om het vorenstaande zo spoedig mogelijk in werking te stellen.

2.6.. Bij beschikking van deze rechtbank van 26 november 2025 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 26 november 2025 en tot 26 mei 2026. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden tot de mondelinge behandeling van heden.

3. Het (nadere) verzoek

3.1.. De vader verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.. De kinderrechter heeft reeds deels op het verzoek beslist. Aan de orde is het resterende deel van het verzoek, te weten de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de periode met ingang van 26 mei 2026 en tot 26 november 2026.

4. De standpunten

4.1.. Door en namens de vader wordt ter gelegenheid van de mondelinge behandeling verklaard dat het (restant)verzoek moet worden toegewezen voor de kortere periode van drie maanden, waarbij het restant moet worden aangehouden. Het is van belang dat een vinger aan de pols wordt gehouden. Er is weinig gebeurd sinds de ondertoezichtstelling is uitgesproken. De zaak heeft niet de hoogste prioriteit gekregen bij de GI. Over drie maanden is de strafzaak tegen de vader geëindigd. Op dat moment is ook duidelijk hoe de situatie verder kan worden beoordeeld. Daarnaast wordt namens de vader naar voren gebracht dat de complexiteit van deze zaak aan de houding van de moeder te wijten is. De moeder heeft de regie gepakt. Zo heeft zij zonder toestemming en overleg een paardencoach voor [minderjarige 1] ingezet. Ook bepaalt de moeder of de omgangsmomenten met [minderjarige 2] wel of niet doorgaan en waar deze omgangsmomenten moeten plaatsvinden. Er is sprake van ouderverstoting en daar wordt niets aan gedaan door de betrokken instanties. De zorgen over de kinderen stapelen zich op en zij kunnen geen onbelast contact hebben met de vader. De contactmomenten met [minderjarige 2] verlopen goed, zodat de vader geen begrip heeft voor de vermindering van de omgangsmomenten.

4.2.. Door en namens de moeder wordt toegelicht dat zij de visie van de Raad volgt. Het is van belang dat het verzoek wordt toegewezen voor de volledige periode. De moeder ziet de meerwaarde van een nieuwe zitting over drie maanden niet in. Er is over drie maanden duidelijkheid over de strafzaak tegen de vader, maar er moeten dan nog plannen worden gemaakt over hoe nu verder. De moeder is meewerkend. De vader belast [minderjarige 2] met volwassenproblematiek. Het is daarom belangrijk dat de omgang begeleid blijft worden. Het klopt niet dat de moeder bepaalt dat de omgangsmomenten wel of niet doorgaan. Het is goed dat de omgangsbegeleiding nu rechtstreeks communiceert met [minderjarige 2] .

4.3.. De Raad verklaart dat de kinderen in een complexe situatie zitten. Er zijn veel zorgen om de kinderen. Volgende maand zal de strafzaak van de vader op zitting worden behandeld. Het is belangrijk dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd. De uitkomst van de strafzaak zal tevens bepalen welke koers de GI met de ouders moet inslaan. De Raad kan de afweging van de GI, met betrekking tot het niet inzetten van een NICHD-interview bij [minderjarige 2] volgen, gelet op het risico op overbelasting. Het is van belang dat de GI overzicht en regie houdt en zorgt dat wordt voorkomen dat de vader het beeld krijgt dat de moeder de regie heeft. Gelet op de zorgen die er zijn, kan het verzoek voor de volledige duur worden toegewezen. Aan de andere kant is de uitspraak in de strafzaak over drie maanden wel bekend, waardoor er meer duidelijkheid zal zijn. Over drie maanden kan dan worden gekeken naar de voortgang en de toekomst, zodat ook gedacht kan worden aan toewijzing voor de duur drie maanden met aanhouding van het restant van het verzoek.

4.4.. De GI licht toe dat zij halverwege maart 2026 betrokken is geraakt als vaste jeugdbeschermer. Het instroomteam heeft een veiligheidsplan opgesteld en de begeleide bezoeken tussen [minderjarige 2] en de vader gemonitord. Ook zijn de omgangsmomenten tussen [minderjarige 2] en de vader teruggeschroefd, nu zij stress-signalen vanuit [minderjarige 2] ontvingen. [minderjarige 2] heeft sindsdien minder last van somatische stressklachten. Sinds het moment dat de vaste jeugdbeschermer betrokken is, heeft zij zich vooral bezig gehouden met het vormen van een gezinsplan, het verzamelen van informatie, het opstellen van een patroon en het analyseren. Dit kost extra tijd, aangezien er geen rapport van de Raad is. De GI hoopt dat zo snel mogelijk naar fase 2 te kunnen gaan, zodat een zorgvuldig beeld van de situatie kan worden gecreëerd en passende hulpverlening kan worden ingezet. Er zijn veel zorgen over de kinderen. Er moet goed worden onderzocht wat nodig is voor de kinderen. Het is met momenten voor de vader lastig om de belangen van de kinderen mee te wegen. Zo geeft [minderjarige 2] spanningssignalen af omtrent de bezoeken aan vader, maar de vader lijkt dan wel druk uit te oefenen om de contactmomenten uit te breiden. Het verzoek moet worden toegewezen voor de volledige periode. De GI kan echter ook de redenering van de Raad volgen met betrekking tot de toewijzing voor drie maanden met aanhouding van het restant van het verzoek.

5. De beoordeling

Wettelijk kader5.1.. Op grond van het bepaalde in artikel 1:260 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond als bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Inhoudelijke beoordeling5.2.. De kinderrechter is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat aan de voorwaarden voor een (verlenging van de) ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.3.. De kinderrechter stelt allereerst vast dat de positief is dat er momenteel een vaste jeugdbeschermer betrokken is die - na aanvang van de betrokkenheid - voortvarend met de doelen aan de slag is gegaan, zodat geleidelijk meer duidelijkheid kan ontstaan. Ook lukt het de ouders steeds beter om te kijken naar wat de kinderen nodig hebben. Dit stemt de kinderrechter positief. De kinderrechter stelt echter ook vast dat de kinderen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De zorgen over de kinderen blijven voortduren en er is nog altijd weinig zicht op wat de structurele spanningen doen met de kinderen. Het staat vast dat de kinderen veel hebben meegemaakt en onder druk staan. Bij [minderjarige 1] is sprake van overbelasting, verslechterde schoolresultaten, slaapproblemen, verhoogde prikkelbaarheid en een toename in conflicten met leeftijdsgenoten. Bij [minderjarige 2] worden signalen van overbelasting en een loyaliteitsconflict waargenomen. Tevens moet de strafzaak tegen de vader nog op een zitting worden behandeld, hetgeen maakt dat er nog altijd onduidelijkheid bestaat over de beschuldigingen van seksueel misbruik. Voorts lukt het de ouders niet om met elkaar te communiceren en samen te werken in het belang van de kinderen. De ouders hebben een verschillende visie en liggen niet op een lijn. Tot slot heeft [minderjarige 1] al een langere tijd geen contact meer met de vader en zijn de contactmomenten tussen [minderjarige 2] en de vader verder beperkt.

5.4.. Het lukt de ouders niet om de noodzakelijke en passende hulpverlening binnen het vrijwillige kader te aanvaarden en te benutten. Ook heeft de vrijwillige hulpverlening zich teruggetrokken, omdat zij geen verdere mogelijkheden meer zagen. De betrokkenheid van de GI als regievoerder is de komende periode nog noodzakelijk. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is gebleken dat het gezin in fase 1 zit, te weten het analyseren, het vormen van een gezinsplan, het verkennen van het opvoedsysteem en het onderzoeken welke hulpverlening passend en noodzakelijk is. Aangezien er geen rapport van de Raad beschikbaar is, duurt deze fase langer dan gebruikelijk. De GI heeft aangegeven binnenkort het gezinsplan af te kunnen ronden. Het is van belang dat de GI voldoende tijd krijgt om fase 1 zorgvuldig af te ronden, zodat over kan worden gegaan naar fase 2. Ook dient de strafzaak tegen de vader nog te worden afgerond, hetgeen van belang zal zijn voor het verdere plan van aanpak van de GI. Binnen fase 2 kan de GI de noodzakelijke en passende hulpverleningstrajecten, zowel voor de kinderen als voor de ouders, inzetten en de voortgang daarvan monitoren. Ook is het van belang dat de GI zorgt dat de situatie veilig blijft voor de kinderen en onderzoek doet naar de opvoedsystemen van de kinderen. Tot slot dient de GI de komende periode te kijken naar de mogelijkheden van contactherstel tussen de vader en [minderjarige 1] , alsmede naar het behouden van contact tussen de vader en [minderjarige 2] , telkens in het tempo van de kinderen.

5.5.. De ondertoezichtstelling is, gelet op het voorgaande, in dit geval nodig. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen tot 26 november 2026. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling niet voor een kortere periode verlengen, zoals is verzocht door de vader. Uiteraard is de kinderrechter er niet gelukkig mee dat pas in maart 2026 een vaste jeugdbeschermer aan het gezin is gekoppeld. Dit heeft een aanmerkelijke vertraging in de aanpak tot gevolg gehad. Tegelijkertijd is het de kinderrechter gebleken dat de GI vervolgens zorgvuldig en daadkrachtig aan de slag is gegaan met de uitvoering van de ondertoezichtstelling binnen de onderzoeksfase. Er zijn geen redenen om te twijfelen dat dit in de komende fase anders zal zijn. Er is zoverre de komende zes maanden dan ook geen rol voor de kinderrechter. Het is van belang dat de ouders de komende periode met de GI in gesprek gaan en daarin niet hoeven te wachten op een nadere mondelinge behandeling. Er moet bovendien nog veel gebeuren, hetgeen maakt dat de volle zes maanden noodzakelijk zijn.

5.6.. De kinderrechter verklaart de beslissing in het belang van de voortgezette hulpverlening aan de kinderen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

6.1.. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 26 mei 2026 en tot 26 november 2026;6.2.. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026 door mr. Duinhof, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 28 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

More Decisions