Skip to main content

ECLI:NL:RBZWB:2026:5457

Court

Breda

Date

21 May 2026

Language

nl

Case Summary

Legal Issue

Civiel recht; Personen- en familierecht

Holding / Outcome

Uitspraak

Breda

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; Personen- en familierechtType: uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/445329 / JE RK 26-303

Datum uitspraak: 4 juni 2026

Nadere beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE TILBURG,

hierna te noemen: het college,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] ,

advocaat: mr. V.C. Andeweg uit Breda.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats 1] ,

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats 2] (België).

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1.. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de in deze zaak gegeven beschikking van 4 maart 2026 en de daarin genoemde stukken;

de instemmende verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper van 20 mei 2026;

het bericht van het college van 20 mei 2026, inhoudende een voortgangsrapportage van [locatie] ;

de schriftelijke toestemmingsverklaring van 28 mei 2026 van de vader van [minderjarige] .

1.2.. Op 21 mei 2026 heeft de kinderrechter de zaak op zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij waren aanwezig:

twee vertegenwoordigers van het college;

de advocaat van [minderjarige] ;

  • de moeder.

1.3.. Van de advocaat van [minderjarige] heeft de kinderrechter vernomen dat [minderjarige] niet naar de rechtbank is gekomen, omdat zij het belangrijk vindt om naar school te gaan en ook omdat zij een verwachting heeft over de beslissing die de kinderrechter zal nemen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat [minderjarige] op de juiste wijze is opgeroepen. De advocaat heeft op de zitting namens haar het woord gevoerd.

1.4.. Van het college heeft de kinderrechter vernomen dat de vader niet naar de rechtbank komt in verband met een afspraak in het ziekenhuis. De kinderrechter heeft besloten de zitting voort te zetten bij afwezigheid van de vader. De overige aanwezigen hebben hiertegen geen bezwaar geuit.

2. De feiten

2.1.. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

2.2.. Bij de hiervoor genoemde beschikking van 4 maart 2026 heeft de kinderrechter voor [minderjarige] een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 5 maart 2026 tot 5 juni 2026.

2.3..
[minderjarige] verblijft momenteel op basis van voornoemde machtiging bij [jeugdhulp] te [locatie] .

3. Het (resterende) verzoek

3.1.. Thans ligt het volgende resterende verzoek nog ter beoordeling voor. Het gaat daarbij om het verzoek van het college om een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.

4. Het standpunt van het college

4.1.. Ter onderbouwing van en in aanvulling op het schriftelijke verzoek voert het college, samengevat, het volgende aan. [minderjarige] verblijft sinds 27 november 2025 bij [jeugdhulp] in [locatie] . De ontwikkeling van [minderjarige] is kwetsbaar. Zij heeft moeite om anderen te vertrouwen. Ook erkent en herkent zij moeilijk de emoties van zichzelf en anderen. [minderjarige] heeft trauma’s en onveiligheidsgevoelens vanuit haar verleden. Zij heeft de neiging haar gevoelens en spanningen weg te stoppen en vindt het moeilijk hierover te praten. [minderjarige] zit nog veel in haar hoofd. Op de groep werd lange tijd gezien dat zij een passieve houding heeft en zij moeite heeft haar concentratie vast te houden. [minderjarige] heeft geregeld een weerwoord richting de begeleiding. Op het moment dat [minderjarige] daarop wordt aangesproken ervaart zij dit als een persoonlijke aanval of afwijzing.

4.2..

Binnen de therapie en op de groep wordt ook gezien dat [minderjarige] positieve stappen zet in haar ontwikkeling. Zij maakt een gemotiveerde indruk en doet zichtbaar haar best. [minderjarige] is gegroeid in haar emotieregulatie, impulscontrole en durft voorzichtig meer te delen. [minderjarige] gaat naar school en zet zich in voor school. Ook in haar zelfzorg heeft [minderjarige] stappen gezet. Zij heeft verschillende vrijheden gekregen op de gesloten groep.

Zo heeft [minderjarige] een bijbaantje en gaat in de weekenden met verlof. Zij gaat dan zelfstandig naar haar moeder of haar vader toe.

4.3.. Een volledige terugkeer naar de moeder behoort op dit moment nog niet tot de mogelijkheden. De verwerking van haar trauma’s vraagt nog veel tijd, vertrouwen en herhaling. Ook de emotieregulatie en het herkennen van emoties bij anderen blijven een aandachtspunt. Het college is op zoek naar een passende plek in een open setting voor [minderjarige] , waar zij voor langere tijd kan verblijven. Het aantal plekken is echter beperkt en de vader heeft geen toestemming gegeven om een plek buiten de regio te zoeken. Het college hoopt dat het [minderjarige] zo snel als mogelijk kan doorstromen naar een open behandelgroep. De situatie is schrijnend voor [minderjarige] . Het college gunt [minderjarige] een passende plek waar zij langdurig kan verblijven.

5. De standpunten van belanghebbende

5.1.. Namens [minderjarige] is, samengevat, naar voren gebracht dat zij zich kan vinden in het verlenen van de machtiging gesloten jeugdhulp voor nog eens drie maanden. Naar omstandigheden gaat het goed met [minderjarige] . Zij ervaart steun aan de begeleiding op de groep. De afgelopen periode was bedoeld om uit te zoeken naar welke open groep [minderjarige] zou kunnen gaan. Helaas is er nog geen alternatief voor [minderjarige] gevonden en een thuisplaatsing is op dit moment niet mogelijk. [minderjarige] blijft daarom liever op de gesloten groep, totdat er een passende plek voor haar is gevonden. Hoewel [minderjarige] enkele vrijheden heeft gekregen op de groep, blijft het echter wel een gesloten groep. [minderjarige] hoort niet gesloten geplaatst te zijn. Ook de groep geeft dat aan. Aan de andere kant is het ook niet in het belang van [minderjarige] als zij overhaast wordt geplaatst op een open groep die eigenlijk niet passend is. [minderjarige] wil graag dat er een goede, passende plek voor haar komt waar zij langdurig kan blijven en van waaruit stappen kunnen worden gezet om begeleid te gaan wonen en toe werken naar zelfstandigheid.

5.2.. Door de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat zij zich kan vinden in het verzoek. De plaatsing is goed voor [minderjarige] . Het geeft rust. In de weekenden komt [minderjarige] naar de moeder toe. [minderjarige] werkt op zondag in de buurt van [locatie] , dus ze blijft niet bij haar moeder slapen. Ook gaat zij zelfstandig met de bus naar haar vader die in [plaats 2] woont.

6. De (nadere) beoordeling

Wettelijk kader6.1.. De kinderrechter dient de vraag te beantwoorden of een machtiging gesloten jeugdhulp gerechtvaardigd is. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet, kan een machtiging om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven alleen worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter:

jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;

de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en

er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.

Inhoudelijke beoordeling6.2.. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er nog steeds sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. [minderjarige] is een kwetsbaar meisje met een belast verleden. [minderjarige] heeft veel meegemaakt. In het verleden is gebleken dat zij niet altijd in staat is geweest om gezonde en veilige keuzes voor zichzelf te maken, waardoor ze zichzelf in risicovolle situaties bracht en een gevaar voor zichzelf was. [minderjarige] verblijft al enige tijd op de gesloten groep van [jeugdhulp] . De begeleiding van de groep ziet dat [minderjarige] veel in haar hoofd zit. Zij laat geen negatief gedrag zien, maar toont een passieve houding en heeft moeite haar concentratie vast te houden. De aandacht van [minderjarige] richting jongens is toegenomen. Dit zou zorgelijk kunnen worden, gelet op de eerdere zorgen over het seksueel wervende gedrag van [minderjarige] , het risico op slachtofferschap en het risico op zelfbeschadigend gedrag. Daarnaast heeft [minderjarige] moeite met haar emotieregulatie en het erkennen en herkennen van de emoties van zichzelf en anderen. Zij is geneigd haar gevoelens weg te stoppen, praat niet graag over de gebeurtenissen uit het verleden en heeft moeite om anderen te vertrouwen. [minderjarige] heeft daar nog veel stappen in te maken en heeft daarvoor hulpverlening nodig.

6.3.. De kinderrechter ziet daarnaast ook dat sprake is van een positieve ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] is gemotiveerd en doet zichtbaar haar best. Zij stelt zich langzamerhand open voor de hulpverlening en neemt de hulpverleners in vertrouwen. Ook is zij gegroeid in haar emotieregulatie en impulscontrole. [minderjarige] doet daarnaast zichtbaar haar best voor school. Vanaf de start van het schooljaar in 2025 ging [minderjarige] niet meer naar school, maar sinds de gesloten plaatsing is haar aanwezigheid binnen het onderwijs toegenomen. Verder heeft [minderjarige] een bijbaantje gevonden en gaat zij zelfstandig naar haar ouders met verlof. [minderjarige] is goed op weg naar zelfstandigheid. Door de begeleiding van de groep wordt gezien dat [minderjarige] gebaat is bij de structuur, veiligheid en de rust die door de groep geboden wordt.

6.4.. Met het college, de ouders en de advocaat van [minderjarige] is de kinderrechter van oordeel dat een gesloten plaatsing op dit moment nog steeds het enige alternatief is. [minderjarige] kan niet bij haar ouders terecht en geeft aan dit zelf ook niet te willen. Zowel het college als de advocaat van [minderjarige] hebben aangegeven dat het de voorkeur heeft dat [minderjarige] naar een plek in een open setting gaat, maar dat [minderjarige] er niet bij gebaat is als zij overhaast op een niet passende plek wordt geplaatst. Dit zou de kans dat zij de stijgende lijn niet kan vasthouden vergroten. Op dit moment acht de kinderrechter een gesloten plaatsing bij [jeugdhulp] dan ook gepast en noodzakelijk om de positieve van ontwikkeling van [minderjarige] voort te zetten. Hoewel een gesloten plaatsing een ingrijpende maatregel is en als ultimum remedium dient te gelden, bestaan er op dit moment zoals vermeld geen andere mogelijkheden voor de plaatsing van [minderjarige] . Het verzoek zal daarom worden toegewezen voor de duur van drie maanden, zoals is verzocht. Gelet op het karakter van de maatregel van de gesloten plaatsing is het wel noodzakelijk dat het college zo snel als mogelijk een passende plek binnen een open setting voor [minderjarige] vindt.

6.5.. Het college heeft bij het verzoek een schriftelijke en door de onafhankelijke gedragswetenschapper, ondertekende verklaring overgelegd waaruit blijkt dat hij instemt met het verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden.

6.6.. De kinderrechter merkt op dat er ten tijde van de zitting geen recente toestemmingsverklaring van de vader in het dossier zat en de vader was ook niet op de zitting aanwezig. Het college heeft de toestemmingsverklaring van de vader naderhand opgestuurd, zodat ook wat betreft de vader alsnog aan het vereiste van artikel 6.1.2, derde lid onder c, Jeugdwet is voldaan.

6.7.. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

De kinderrechter:

7.1.. verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 5 juni 2026 tot 5 september 2026.

Deze beschikking is gegeven door mr. Vos, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Van Ham als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

More Decisions