[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"category-violent-crime-nl-2023":3},{"detail":4,"years":74},{"category":5,"year":11,"latestYear":11,"monthlyCounts":12,"decisions":38,"total":19,"page":14,"limit":73},{"id":6,"slug":7,"name":8,"country":9,"createdAt":10},115,"violent-crime-nl","Violent Crime","NL","2026-07-08T16:56:56.704Z",2023,[13,15,18,20,22,24,26,28,30,32,34,36],{"month":14,"count":14},1,{"month":16,"count":17},2,0,{"month":19,"count":17},3,{"month":21,"count":17},4,{"month":23,"count":17},5,{"month":25,"count":14},6,{"month":27,"count":17},7,{"month":29,"count":14},8,{"month":31,"count":17},9,{"month":33,"count":17},10,{"month":35,"count":17},11,{"month":37,"count":17},12,[39,53,63],{"id":40,"ecli":41,"slug":42,"caseNumber":43,"courtId":44,"decisionDate":45,"fullText":46,"summary":43,"language":47,"source":48,"sourceUrl":49,"sourceTimestamp":50,"parsedAt":51,"updatedAt":52},"1320","ECLI:NL:RBAMS:2023:5260","ecli-nl-rbams-2023-5260","",56,"2023-08-24T00:00:00.000Z","vonnisRECHTBANK AMSTERDAM\n\nAfdeling Publiekrecht\n\nTeams Strafrecht\n\nParketnummer: 13.132823.23\n\nDatum uitspraak: 24 augustus 2023\n\nVonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:\n\n [verdachte] ,\n\ngeboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1994,\n\nwonende op het adres [adres] (niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen),\n\nthans gedetineerd te: [plaats detentie]\n\n1. Het onderzoek op de zitting\n\nDit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 10 augustus 2023. Verdachte was bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig.\n\nDe rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.R.F. van Raab van Canstein, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.I. L’Ghdas, naar voren hebben gebracht.\n\n2. Beschuldiging\n\nAan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan\n\n1. een diefstal in vereniging vergezeld van geweld, waarbij van [aangever] een telefoon (Apple iPhone 11 Pro) is weggenomen;\n\n2. een poging tot diefstal in vereniging vergezeld van geweld, waarbij is gepoogd van [aangever] een horloge (merk Tudor) weg te nemen.\n\nDe volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.\n\n3. Voorvragen\n\nDe dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.\n\n4. Waardering van het bewijs\n\n4.1.. Het standpunt van het Openbaar Ministerie\n\nDe officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich aan beide ten laste gelegde feiten schuldig heeft gemaakt.\n\n4.2.. Het standpunt van de verdediging\n\nDe raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte van beide ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken. Het dossier bevat onvoldoende bewijs op basis waarvan de rol van verdachte als (mede)pleger kan worden aangetoond, gelet ook op de verklaring van verdachte dat hij niets met de diefstal te maken heeft en de situatie alleen wilde de-escaleren. Hij is weggerend voor de politie, omdat hij geen legale verblijfstatus heeft. Dat kan dus niet als belastend worden aangemerkt.\n\nMocht de rechtbank vinden dat het dossier voldoende bewijs bevat om verdachte als (mede)pleger aan te merken, heeft de raadsman subsidiair aangevoerd dat ten aanzien van de diefstal van de telefoon (feit 1) niet is gebleken dat het toegepaste geweld zag op het voorbereiden of vergemakkelijken daarvan, waardoor het in dit verband vereiste oogmerk ontbreekt. Verdachte moet dus in ieder geval van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.\n\n4.3.. Het oordeel van de rechtbank\n\n4.3.1.. Feiten en omstandigheden\n\nDe rechtbank stelt de volgende feiten en omstandigheden vast.\n\nAangever, [aangever] , wordt op 28 mei 2023 kort na 04:45 uur door drie mannen benaderd. Nadat deze mannen aan aangever vragen of hij weet waar de tram is, loopt een van de mannen het trappetje op waarop aangever zit. Aangever staat op en wordt dan bij zijn linkerarm ter hoogte van zijn elleboog vastgepakt. Nadat aangever zich weet los te rukken en wegrent, krijgt hij een trap van achteren waardoor hij op de grond terecht komt. Eenmaal op de grond voelt aangever dat de drie mannen naar zijn horloge grijpen. Aangever houdt zijn horloge stevig vast en wordt ondertussen door de mannen tegen zijn benen getrapt. Tijdens de worsteling valt de telefoon van aangever uit zijn broekzak. Zodra een fietser ter plaatse komt rennen de drie mannen weg. De telefoon van aangever blijkt dan te zijn verdwenen.\n\nNadat de drie mannen zijn weggerend komt de politie ter plaatse. Aangever vertelt hen wat er is gebeurd en laat weten dat een van de mannen een opvallend rood trainingspak droeg. De vriendin van aangever, [vriendin van aangever] , traceert de telefoon van aangever via een app op haar iPhone. De laatst bekende locatie van de telefoon van aangever, is de [straat] ter hoogte van perceel [nummer] . Verbalisant [verbalisant] treft drie personen aan die naast elkaar op hun rug in de bosjes liggen. Wanneer verbalisant [verbalisant] de drie personen toeroept dat zij zijn aangehouden, slaan zij op de vlucht. Er volgt een achtervolging. Eén van de personen die in de bosjes lag wordt uiteindelijk aangehouden. Deze persoon draagt een rood traingingspak en blijkt verdachte te zijn.\n\n4.3.2.. Verdachte is medepleger\n\nDe rechtbank vindt op basis van de bovenstaande feiten en omstandigheden bewezen dat de drie mannen nauw en bewust hebben samengewerkt bij het wegnemen van de telefoon van aangever (feit 1) en ook in hun poging om het horloge van aangever weg te nemen (feit 2). Verdachte is één van die drie mannen. De afzonderlijke rollen zijn niet precies vast te stellen, maar dat is voor de bewezenverklaring van medeplegen ook niet nodig. Dat verdachte niets met de ten laste gelegde feiten te maken heeft en enkel de situatie wilde de-escaleren, vindt de rechtbank ongeloofwaardig. Deze verklaring wordt weersproken door de verklaring van aangever en ook door de verklaring van getuige [getuige] . Uit beide verklaringen volgt dat aangever door drie mannen te grazen werd genomen. Daarnaast is verdachte samen met de twee medeverdachten gevlucht en later door de politie aangetroffen, terwijl hij naast deze medeverdachten in de bosjes lag. Ook hieruit blijkt het gezamenlijk handelen van de drie mannen. Dat verdachte vluchtte voor de politie omdat hij geen verblijfstatus heeft, vindt de rechtbank in het licht van het voorgaande evenmin geloofwaardig.\n\n4.3.3.. Wel geweld bij poging diefstal horloge, maar niet bij diefstal telefoon\n\nOp grond van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden vindt de rechtbank bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten met geweld hebben geprobeerd het horloge van aangever weg te nemen (feit 2). Dat het geweld ook was gericht op het wegnemen van de telefoon van aangever (feit 1), kan echter niet worden bewezen. De toepassing van het geweld door de verdachten richtte zich vanaf het begin op het voorbereiden en het vergemakkelijken van het wegnemen van het horloge van aangever. De telefoon van aangever is tijdens de worsteling uit zijn broek gevallen en is daarmee als een bijkomstig gevolg van het toegepaste geweld in het bezit van verdachte en zijn mededaders gekomen. Het oogmerk om geweld toe te passen in relatie tot de diefstal van de telefoon kan niet worden bewezen. Verdachte zal daarom van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.\n\n4.3.4.. Conclusie\n\nDe rechtbank is van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen, zoals opgenomen in bijlage 2 bij dit vonnis, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een diefstal van een telefoon in vereniging gepleegd (feit 1) en aan een poging tot diefstal van een horloge in vereniging gepleegd en vergezeld van geweld (feit 2).\n\n5. Bewezenverklaring\n\nDe rechtbank acht bewezen dat verdachte\n\nten aanzien van feit 1:\n\nop 28 mei 2023 te Amsterdam omstreeks 4:55, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met anderen, een mobiele telefoon (te weten een Apple iPhone 11 Pro) die aan [aangever] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;\n\nten aanzien van feit 2:\n\nop 28 mei 2023 te Amsterdam omstreeks 4:55, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om een horloge (te weten van het merk Tudor) dat aan [aangever] toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld tegen voornoemde [aangever] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken\n\n- die [aangever] met kracht bij de linker arm heeft vastgepakt en - die [aangever] met kracht tegen de rug heeft getrapt, ten gevolge waarvan die [aangever] ten val kwam en - (vervolgens) terwijl die [aangever] op de grond lag, met kracht aan het voornoemde horloge aan de arm van die [aangever] heeft getrokken en - met kracht het horloge van de arm van die [aangever] heeft af\u002Flosgetrokken en - die [aangever] meermaals tegen zijn benen heeft getrapt,\n\nterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.\n\n6. De strafbaarheid van de feiten\n\nDe bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.\n\n7. De strafbaarheid van verdachte\n\nEr is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.\n\n8. Motivering van de straf\n\n8.1.. De eis van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de bewezen verklaarde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek van voorarrest. De officier van justitie gaat daarbij uit van een eendaadse samenloop.\n\nDe officier van justitie is verder van mening dat het gebruik van een vuurwapen door de politie bij de aanhouding van verdachte een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering oplevert, maar dat verdachte hiervan geen nadeel heeft ondervonden. Om die reden dient dit volgens haar niet te leiden tot strafvermindering.\n\n8.2.. Het standpunt van de raadsman\n\nDe raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, mocht de rechtbank beide ten laste gelegde feiten bewezen verklaren, sprake is van eendaadse samenloop.\n\nDe raadsman heeft zich verder op het standpunt gesteld dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Uit het dossier blijkt dat een van de verbalisanten betrokken bij de aanhouding van verdachte zijn vuurwapen uit zijn holster heeft gehaald en daarmee op verdachte heeft gericht. Dit vuurwapengebruik is in strijd met artikel 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, omdat er geen sprake is van een verdenking van een strafbaar feit dat ernstig genoeg is om het trekken van een vuurwapen te rechtvaardigen. Het nadeel dat verdachte heeft ondervonden bestaat uit een schending van zijn lichamelijke integriteit, te meer nu verdachte recent het slachtoffer is geweest van een schietincident. De raadsman vindt dat er naar aanleiding van het vormverzuim strafvermindering moet volgen.\n\nBij het bepalen van de straf moet ook rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.\n\n8.3.. Het oordeel van de rechtbank\n\nDe hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.\n\nDe rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.\n\nVerdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal in vereniging en aan een poging tot diefstal in vereniging vergezeld van geweld. Verdachte heeft daarmee een ernstige inbreuk gemaakt op zowel de lichamelijke integriteit als het eigendomsrecht van het slachtoffer, [aangever] . Naast dat dit soort feiten schokkend zijn voor de samenleving in het algemeen , leert de ervaring dat slachtoffers van dit soort misdrijven nog langdurig nadelige gevolgen kunnen ondervinden van wat hen is overkomen. In deze zaak speelt daarbij ook dat het slachtoffer als gevolg van het geweld dat tegen hem is gebruikt zijn pols heeft gebroken. Het slachtoffer zal hierdoor nog vaak ongewild herinnerd zijn aan wat hem op 28 mei 2023 is overkomen. De rechtbank neemt verdachte dit alles zeer kwalijk.\n\nDe rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de twee bewezen verklaarde feiten dusdanig samenhangend zijn en zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspeelden, dat er moet worden gesproken van eendaadse samenloop. De diefstal in vereniging van de telefoon (feit 1) maakte onderdeel uit van de poging tot diefstal in vereniging vergezeld van geweld (feit 2). De rechtbank neemt daarom dit laatste bewezen verklaarde feit als vertrekpunt voor de op te leggen straf.\n\nBij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. De rechtbank heeft hiervoor aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor strafoplegging, die de rechtbanken en hoven onderling hebben afgesproken (LOVS). De rechtbank houdt rekening met het uittreksel uit de Justitiële Documentatie dat aan het dossier is toegevoegd en waaruit blijkt dat verdachte zich eerder aan vermogensdelicten schuldig heeft gemaakt. Het oriëntatiepunt voor een straatroof met licht geweld of verbale bedreiging is, in geval van recidive, een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. In het nadeel van verdachte neemt de rechtbank in aanmerking dat het slachtoffer een botbreuk aan de beroving heeft overgehouden en dat verdachte de feiten samen met anderen heeft begaan. De rechtbank komt tot een lagere straf dan vermeld in de oriëntatiepunten vanwege het hierna te bespreken vormverzuim.\n\nDe rechtbank is met de raadsman en officier van justitie van oordeel dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Uit het dossier blijkt dat een van de verbalisanten tijdens de achtervolging die uiteindelijk tot de aanhouding van verdachte heeft geleid, zijn vuurwapen heeft getrokken en dit vuurwapen kort op de benen van verdachte heeft gericht. De rechtbank is van oordeel dat het doel dat de verbalisant tijdens het trekken van zijn vuurwapen nastreefde, namelijk het tot stilstand brengen en aanhouden van een verdachte waarvan niet is gebleken dat hij tijdens zijn vlucht over verzetsmiddelen beschikte, het gebruik van een vuurwapen niet rechtvaardigt en dat dit doel op een andere wijze had kunnen worden bereikt. Daarmee heeft de verbalisant artikel 7 van de Politiewet geschonden.\n\nAnders dan de officier van justitie, is de rechtbank met de raadsman van oordeel dat verdachte nadeel heeft ondervonden als gevolg van het vormverzuim zoals hierboven omschreven. De raadsman heeft op de zitting betoogd dat verdachte recent het slachtoffer is geweest van een schietincident. De rechtbank neemt zonder meer aan dat een dergelijk incident traumatisch is en dat het opnieuw worden geconfronteerd met een vuurwapen onder deze omstandigheden gevoelens van angst en psychisch leed heeft veroorzaakt. Om dit nadeel te compenseren zal de rechtbank overgaan tot strafvermindering.\n\nAlles overwegend zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 6 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.\n\n9. Beslag\n\nNaar aanleiding van de bewezen verklaarde feiten is het volgende voorwerp in beslag genomen:\n\n1 STK Pet (G6346924)\n\nDit goed is aangetroffen in het onderzoek naar de door verdachte begane feiten. Nu niet is gebleken aan wie dit goed toebehoort, zal het worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.\n\n10. Toepasselijke wettelijke voorschriften\n\nDe op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 55, 311, 312 van het Wetboek van Strafrecht.\n\n11. Beslissing\n\nDe rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.\n\nVerklaart bewezen dat verdachte het onder feiten 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.\n\nVerklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.\n\nHet bewezen verklaarde levert op, ten aanzien van feiten 1 en 2:\n\neendaadse samenloop van diefstal door twee of meer verenigde personen en poging tot diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.\n\nVerklaart het bewezene strafbaar.\n\nVerklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.\n\nVeroordeelt verdachte tot een gevangenisstrafvoor de duur van6 (zes) maanden.\n\nBeveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.\n\nGelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbendevan: 1 STK Pet (G6346924).\n\nDit vonnis is gewezen door\n\nmr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,\n\nmrs. E.G.M.M. van Gessel en L. Leerkes, rechters,\n\nin tegenwoordigheid van mrs. J.M. Esschendal en R.R. Eijsten, griffiers,\n\nen uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 augustus 2023.\n\n [(...)]","nl","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5260","2023-08-16T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:29:15.849Z",{"id":54,"ecli":55,"slug":56,"caseNumber":43,"courtId":57,"decisionDate":58,"fullText":59,"summary":43,"language":47,"source":48,"sourceUrl":60,"sourceTimestamp":61,"parsedAt":51,"updatedAt":62},"284","ECLI:NL:RBROT:2023:5671","ecli-nl-rbrot-2023-5671",61,"2023-06-28T00:00:00.000Z","Rechtbank Rotterdam\n\nTeam straf 1\n\nParketnummer: 10-066729-23\n\nDatum uitspraak: 28 juni 2023\n\nTegenspraak\n\nVonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:\n\n[verdachte01]\n,\n\ngeboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],\n\ningeschreven in de basisregistratie personen op het adres:\n\n[adres01] , [postcode01] [plaats01],\n\nraadsvrouw mr. J. van Wingerden, advocaat te Dordrecht.1.. Onderzoek op de terechtzitting\n\nGelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 14 juni 2023.2.. Tenlastelegging\n\nAan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.3.. Eis officier van justitie\n\nDe officier van justitie mr. J. Spaans heeft gevorderd:\n\nvrijspraak van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;\n\nbewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde;\n\nveroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week met aftrek van voorarrest.4.. Waardering van het bewijs\n\nInleiding:\n\nOp grond van hetgeen is besproken ter zitting en op grond van het strafdossier is het volgende komen vast te staan:\n\nTijdens de jaarwisseling van 2022\u002F2023 hebben zich in het centrum van ’s-Gravendeel ernstige ongeregeldheden voorgedaan. Politiemensen die ter plekke dienst deden werden beschoten met vuurpijlen en zwaar vuurwerk dat werd gegooid vanuit een groep in het zwart geklede jongeren. Deze jongeren trokken door het dorp terwijl zij vernielingen pleegden en ook naar nietsvermoedende burgers vuurwerk gooiden. Op de [straatnaam01] , ter hoogte van [huisnummer01] , werden glimmende voorwerpen op de weg aangetroffen ter hoogte van een wegversmalling. Politiemedewerkers ontdekten dat het zelf geproduceerde kraaienpoten waren, kennelijk opzettelijk neergelegd om de banden van (politie)voertuigen lek te laten rijden. De politiemedewerkers moesten dekking zoeken om niet geraakt te worden en vroegen om versterking, in de vorm van de Mobiele Eenheid.\n\nToen de Mobiele Eenheid (verder: ME) omstreeks 01.30 uur arriveerde werd opnieuw geweld gepleegd en zwaar vuurwerk gegooid, onder meer bestaande uit witte bollen die na ontploffing een enorme drukgolf teweeg brachten in de onmiddellijke nabijheid van politiemensen. Na verloop van tijd kon een grote groep mensen door de ME ingesloten (‘ingeboxt’) worden, met het doel de orde en rust weer te laten keren. Terwijl deze groep mensen, waaronder de verdachte, ingesloten was, bleef het gooien van vuurwerk, het gooien van voorwerpen, het beledigen en schreeuwen, het opdringen en ander geweld in de richting van de ME voortduren. Enkelen probeerden te ontsnappen. Naar de ME werd opnieuw vuurwerk en andere projectielen gegooid om dit ontsnappen te ondersteunen. Tijdens dit insluiten is zeer zwaar illegaal vuurwerk gebruikt tegen de ME. Bij de ME’ers was er reële angst voor blijvend letsel. Door twintig politieambtenaren werd aangifte gedaan.\n\nDe officier van justitiestelt zich op het standpunt dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde, te weten de poging doodslag\u002Fzware mishandeling als ook van het onder 2 ten laste gelegde, te weten het plegen van openlijk geweld tegen de politie. Ondanks dat de verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte01] een verwerpelijk filmpje heeft opgenomen, is dat onvoldoende zwaarwegend of dragend voor een veroordeling van openlijk geweld.\n\nDe\n\nverdachteheeft ter zitting verklaard bij deze rellen aanwezig te zijn geweest doch hieraan niet te hebben deelgenomen. De verdachte zou niets hebben gegooid zodat hij van het onder 1 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Daarnaast zou hij geen geweld hebben gebruikt, zodat hij ook van het onder 2 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hij heeft weliswaar deelgenomen aan een whatsappgroep in de dagen voorafgaand aan oudejaarsnacht en hij heeft een filmpje opgenomen op zijn mobiele telefoon toen hij was ingesloten door de ME. In dat filmpje spreekt hij samen met medeverdachte [medeverdachte01] over het doodschoppen of doodslaan van een agent. Daaruit kan echter geen voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het openlijk geweld worden afgeleid. De verdachte heeft namelijk niet deelgenomen aan het appgesprek. Het filmpje was niet meer dan een misplaatste grap en een verband tussen het filmpje en het geweld dat medeverdachte [medeverdachte01] later pleegde ontbreekt.\n\nBeoordeling:\n\nDe centrale vraag die de rechtbank heeft te beantwoorden is de vraag of de verdachte openlijk geweld heeft gebruikt tijdens de grote ordeverstoringen in deze oudejaarsnacht, waarbij bovendien door de verdachte zou zijn geprobeerd om tezamen met anderen \u002F een ander politiemensen te doden en \u002F of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.4.1.. \n\nVrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde\n\nDe rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van de verdachte eens dat dit feit niet met de in het dossier opgenomen bewijsmiddelen bewezen kan worden. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte al dan niet met één of meer anderen geprobeerd heeft om politiemensen te doden dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken.4.2.. \n\nBewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde.\n\nArtikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr.) – de openlijke geweldpleging wordt hierin strafbaar gesteld – beoogt een strafrechtelijke vertaling te geven aan de aantasting van de openbare orde door geweldpleging vanuit een groep. Dit brengt mee dat de verdachte die zelf geweld pleegt geen weet hoeft te hebben gehad van (al) het geweld dat is gepleegd door andere personen die deel uitmaakten van de samengekomen menigte, laat staan dat hij aan dat andere geweld een bijdrage moet hebben geleverd. Dat zou juist bij grootschalige verstoringen van de openbare orde waaraan de wetgever oorspronkelijk dacht een onmogelijke eis zijn geweest. Voldoende voor aansprakelijkheid was en is nog steeds dat men één van de geweldplegers was. Voorts brengt het mee dat alle door de verschillende personen uit de menigte gepleegde geweldshandelingen deel uitmaken van één en dezelfde verstoring van de openbare orde. De optelsom van al die individuele geweldshandelingen vormt als het ware de openbare orde verstorende openlijke geweldpleging waarvoor de verdachte mede aansprakelijk wordt gehouden. Anders gezegd: de afzonderlijke geweldshandelingen leveren samen één overtreding van artikel 141 Sr. op. Tot slot dient te worden vermeld dat het vaste rechtspraak is dat van ‘in vereniging’ plegen van geweld sprake is indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert\u002Fheeft geleverd aan het (mede door anderen gepleegde) geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn.\n\nHet is vanuit dit normkader van de strafbepaling die aan de verdachte wordt verweten dat de rechtbank het gedrag van de verdachte beoordeelt en zij neemt daar bij het volgende in haar overwegingen mee.\n\nDe verdachte heeft voorafgaand aan de jaarwisseling deelgenomen aan een appgroep waaraan naast de verdachte anderen (waaronder ook medeverdachte [medeverdachte01] ) hebben meegedaan. Hierin werd in de weken\u002Fdagen voorafgaand aan oudejaarsnacht gesproken over de aankomende jaarwisseling, over de aankoop van zwaar illegaal vuurwerk, over de komst van “tuig” naar het dorp in de oudejaarsnacht, werd concreet besproken om de camera’s van de in het dorp zich bevindende torenpaal af te plakken en waar om 23:08:29 uur op 31 december 2022 wordt gezegd:\n\n\"Wij zijn sgravendeel nu weeegje gassss drop niemand is gekker dan wij.\"\n\nDe verdachte heeft – zoals hij ter zitting heeft verklaard – zich sinds kort na twaalf uur tijdens de jaarwisseling in het centrum rond de rellen bevonden.\n\nOp de telefoon van de verdachte bevindt zich een filmpje, gemaakt op 1 januari 2023 te 1:01 uur UTC, te weten 2:01 uur plaatselijke tijd. genaamd\n\n“Agent pakt”.Hierin spreken de verdachte en [medeverdachte01] met elkaar waarbij [medeverdachte01] zegt:\n\"Als ik een agent pak, sla jij hem dan dood?\"De verdachte antwoordde:\n\"Als ik.. Als jij een agent pakt schop ik hem dood.\"De verdachte [medeverdachte01] , antwoordde:\n\"Nee. Ja.\" De verdachte antwoordde:\n\"Ja, is goed\"Vervolgens werd de camera van de telefoon van de verdachte gericht op een lid van de Mobiele Eenheid en iemand zei\n: \"Hij\".Kennelijk is dit filmpje gemaakt op een moment dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte01] door de ME waren ingesloten.\n\nDe medeverdachte [medeverdachte01] trapte kort daarna, omstreeks 2:15 uur, tegen het schild van agent [verbalisant01] en werd vervolgens terzake openlijke geweldpleging aangehouden.\n\nOp basis van getuigenverklaringen en processen-verbaal van bevindingen stelt de rechtbank vast dat in de periode dat een groep mensen, die overlast hadden gegeven en waaronder de verdachte en [medeverdachte01] zich bevonden werden opgehouden door de mobiele eenheid, deze ME-ers werden bestookt met vuurwerk en andere projectielen. Mensen probeerden te ontsnappen uit deze situatie door geweld tegen de politie te gebruiken.\n\nOok is vastgesteld dat nadat de gehele groep was geïdentificeerd en was vertrokken, op de grond verschillende cobra’s, boksbeugels etc. door de politie zijn aangetroffen.\n\nDe verdachte heeft, hiermee ter zitting geconfronteerd, gezegd dat hij wel lid was van de appgroep, maar dat hij de appgesprekken grotendeels niet heeft meegekregen. Het filmpje is gemaakt nadat hij ruim een uur ingesloten had gestaan door de politie. Op een gegeven moment heeft hij toen voor de grap dat filmpje gemaakt. Hij heeft verklaard dat hij het filmpje op dat moment wel grappig vond, maar toen hij het terugzag niet meer, hij noemt het een misplaatste grap.\n\nDe rechtbank schuift deze verklaring als ongeloofwaardig terzijde. Er zijn in de appgroep teveel concrete gegevens door de politie aangetroffen die rechtstreeks in verband met de rellen van die nacht gebracht kunnen worden om deze verklaring van de verdachte aan te nemen. De rechtbank stelt vast dat in de appgesprekken en het filmpje blijkt van voorbereidingen voor gevechten met de ME in de oudejaarsnacht, waarbij illegaal vuurwerk zou worden gekocht, mogelijk bewijs vergarende instrumenten (camera’s) onklaar zouden worden gemaakt en gericht ME-ers werden aangewezen om geweld tegen uit te oefenen. De verdachte heeft op 30 december 2022 een bericht van de verdachte [medeverdachte01] doorgestuurd in die groepsapp. Daaruit leidt de rechtbank af dat hij wel degelijk deelnam aan die appgroep.\n\nHet geweld tegen de politieagent [verbalisant01] , die hierdoor pijn en letsel opliep, vormt een essentieel onderdeel van het openlijk geweld ter verstoring van de openbare orde. Anders dan de verdediging heeft bepleit ziet de rechtbank gelet op het korte tijdsverloop tussen het moment dat de verdachte en [medeverdachte01] het filmpje – dat later de naam “ [bestandsnaam01] ” heeft meegekregen – hebben gemaakt en het moment dat [medeverdachte01] tegen schild van [verbalisant01] heeft getrapt, wel een voldoende oorzakelijk verband tussen het filmpje en het gepleegde geweld zodat in het verlengde daarvan kan worden vastgesteld dat de verdachte een voldoende significante en wezenlijke bijdrage aan dat geweld heeft geleverd.\n\nDe in de tenlastelegging opgenomen geweldshandelingen zijn niet alle door de verdachten verricht maar vormen tezamen met zijn bijdrage deze inbreuk op de openbare orde zoals door de officier van justitie is beschreven. Feit 2 is dan ook bewezen zoals hierna is aangegeven.4.3.. \n\nBewezenverklaring zonder nadere motivering van het onder 3 ten laste gelegde\n\nHet onder 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.4.4.. \n\nBewezenverklaring\n\nIn bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.\n\nIn bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan.\n\nDe verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:\n\n2.\n\nhij op 01 januari 2023 te 's-Gravendeel, gemeente Hoeksche Waard,\n\nopenlijk, te weten, op of aan de Smidsweg en\u002Fof de Langestraat, in elk geval op of aan (een) openbare weg(en), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen\n\nverbalisanten, zijnde groepsleden van de Mobiele Eenheid van politie Eenheid Rotterdam, te weten [verbalisant02] en\u002Fof [verbalisant01] en\u002Fof [verbalisant03] en\u002Fof [verbalisant04] en\u002Fof [verbalisant05] en\u002Fof [verbalisant06] en\u002Fof [verbalisant07] en\u002Fof [verbalisant08] en\u002Fof [verbalisant09] en\u002Fof [verbalisant10] en\u002Fof [verbalisant11] en\u002Fof [verbalisant12] en\u002Fof [verbalisant13] en\u002Fof [verbalisant14] en\u002Fof [verbalisant15] en\u002Fof [verbalisant16] en\u002Fof [verbalisant17] en\u002Fof [verbalisant18] en\u002Fof [verbalisant19] en\u002Fof [verbalisant20] , door\n\n- één of meer stuks zwaar (illegaal) vuurwerk in de richting van voornoemde verbalisanten af te schieten en\u002Fof te gooien en\u002Fof\n\n- ( met kracht) één of meer stenen en\u002Fof glaswerk op\u002Ftegen, althans in de richting van voornoemde verbalisanten te gooien en\u002Fof\n\n- naar\u002Fin de richting van voornoemde ambtenaren te schelden, met de woorden: \"Kankerlijers\", \"Kanker op joh\" en\u002Fof\n\n- ( met kracht) op\u002Ftegen het (politie)schild van die [verbalisant01] te trappen;\n\n3.\n\nhij op 31 december 2022 te 's-Gravendeel, gemeente Hoeksche Waard\n\nopzettelijk en wederrechtelijk een prullenbak, die aan Gemeente Hoeksche Waard toebehoorde heeft vernield.\n\nHetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.5.. Strafbaarheid feiten\n\nDe bewezen feiten leveren op:\n\n2.\n\nopenlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.\n\n3.\n\nopzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.\n\nEr zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.6.. Strafbaarheid verdachte\n\nEr is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.7.. Motivering straf7.1.. \n\nAlgemene overweging\n\nDe straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.7.2.. \n\nFeiten waarop de straf is gebaseerd\n\nZoals hierboven onder 4 vermeld, hebben zich rond de jaarwisseling 2022 \u002F 2023 zeer ernstige ongeregeldheden voorgedaan. Het heeft er alle schijn van dat er sprake was van een vooropgezet plan om politieambtenaren en ME’ers in de val te lokken en fysieke schade toe te brengen, onder meer door het bekogelen van die politiemensen met zwaar, illegaal vuurwerk. Uit de aangiften blijkt dat de politieambtenaren, die toch gewend zijn aan het optreden in stressvolle situaties, oprecht bang waren dat zij er niet zonder ernstig letsel van af zouden komen. Meerdere politiemensen spraken van een oorlogssituatie, enkelen van hen overwogen zelfs om – uit lijfsbehoud – gericht op relschoppers te schieten.\n\nDe verdachte heeft in de aanloop naar deze rellen een rol gespeeld door deel te nemen aan opruiende WhatsApp-gesprekken. Verder nam hij deel aan een gefilmd gesprek over het doodschoppen van ME’ers. Dat was kort voordat medeverdachte [medeverdachte01] agent [verbalisant01] , op dat moment in functie als ME’er, tegen haar schild schopte en daardoor pijn en letsel toebracht. Dit alles gebeurde te midden van het ‘strijdtoneel’ waarin politieambtenaren met zwaar vuurwerk werden bekogeld. De verdachte was, door zijn opruiende rol en door het van politieambtenaren, mede verantwoordelijk voor het openlijk geweld dat door de grotere groep werd gepleegd.\n \nEerder, in de avond van 31 december 2022, heeft de verdachte een vuilnisbak opgeblazen met zwaar vuurwerk. Deze vernieling staat los van wat er later die nacht is gebeurd, maar past wel in het patroon van geweldpleging met behulp van zwaar vuurwerk.7.3.. \nPersoonlijke omstandigheden van de verdachte7.3.1.. \n\nStrafblad\n\nDe rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 26 mei 2023, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.7.3.2.. \n\nRapportage\n\nReclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 31 mei 2023. Dit rapport houdt – onder meer en voor zover van belang – het volgende in.\n\nHet alcoholgebruik van de verdachte wordt als delictgerelateerd beschouwd, en zijn sociaal netwerk mogelijk ook. Uit het onderzoek komen geen aanwijzingen voor agressieproblematiek naar voren. De verdachte komt zijn afspraken in het kader van het schorsingstoezicht na. Positief is dat de verdachte na zijn vrijlating weer aan het werk is gegaan en dat hij wordt gesteund door zijn familie. De kans op recidive en letselschade wordt laag ingeschat. Geadviseerd wordt om bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.\n\nDe rechtbank heeft acht geslagen op de informatie van de reclassering.7.4.. \n\nConclusies van de rechtbank\n\nGelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.\n\nGezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan het reeds ondergane voorarrest. In plaats daarvan wordt een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank legt de verdachte een hogere straf dan door de officier van justitie gevorderd, omdat zij feit 2 bewezen heeft verklaard.\n\nAlles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.8.. Vorderingen benadeelde partijen\n\nTweeëntwintig politieagenten hebben zich als benadeelde partij in het geding gevoegd ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partijen [benadeelde partij01] ,\n\n[benadeelde partij02] , [benadeelde partij03] , [benadeelde partij04] , [benadeelde partij05] , [benadeelde partij06] , [benadeelde partij07] , [benadeelde partij08] , [benadeelde partij09] , [benadeelde partij10] ,\n\n[benadeelde partij11] , [benadeelde partij12] , [benadeelde partij13] , [benadeelde partij14] , [benadeelde partij15] , [benadeelde partij16] , [benadeelde partij17] , [benadeelde partij18] en [benadeelde partij19] vorderen per persoon een vergoeding van € 350,- aan immateriële schade, de benadeelde partijen [benadeelde partij20] en [benadeelde partij21] vorderen per persoon een vergoeding van € 400,- aan immateriële schade en de benadeelde partij [benadeelde partij22] vordert een vergoeding van € 750,- aan immateriële schade.8.1.. \n\nStandpunt officier van justitie\n\nOmdat er vrijspraak is gevorderd dienen de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vorderingen.8.2.. \n\nStandpunt verdediging\n\nDe benadeelde partijen moeten niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat er vrijspraak is bepleit.8.3.. \n\nBeoordeling\n\nDe benadeelde partijen zullen in hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard omdat thans onvoldoende is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het onder 2 primair bewezen verklaarde feit. Daarbij heeft de rechtbank ervoor gekozen om ten aanzien van de beoordeling van de vorderingen van de benadeelde partijen uit te gaan van de door de verdachte gepleegde handelingen. Die hebben wel bijgedragen aan het door medeverdachte [medeverdachte01] gepleegde geweld, maar de verdachte heeft zelf geen geweldshandelingen gepleegd.\n\nNu de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen de benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vorderingen gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.8.4.. \n\nConclusie\n\nIn deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.9.. Toepasselijke wettelijke voorschriften\n\nGelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c en 141 van het Wetboek van Strafrecht.10. . Bijlagen\n\nDe in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.11.. Beslissing\n\nDe rechtbank:\n\nverklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;\n\nverklaart bewezen, dat de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;\n\nverklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;\n\nstelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;\n\nverklaart de verdachte strafbaar;\n\nveroordeelt de verdachte tot een\n\ngevangenisstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;\n\nbepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot\n\n73 (drieënzeventig) dagenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;\n\nverbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;\n\ntenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;\n\nstelt als algemene voorwaarde:\n\nde veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;\n\nbeveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht zodat thans geen onvoorwaardelijk strafdeel resteert, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;\n\nheft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;\n\nverklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij01] , [benadeelde partij02] , [benadeelde partij20] ,\n\n[benadeelde partij03] , [benadeelde partij04] , [benadeelde partij05] , [benadeelde partij06] , [benadeelde partij21] , [benadeelde partij07] , [benadeelde partij08] , [benadeelde partij09] , [benadeelde partij10] , [benadeelde partij11] , [benadeelde partij12] , [benadeelde partij13] ,\n\n[benadeelde partij22] , [benadeelde partij14] , [benadeelde partij15] , [benadeelde partij16] , [benadeelde partij17] , [benadeelde partij18] en\n\n[benadeelde partij19] niet-ontvankelijk in de vorderingen;\n\nveroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.\n\nDit vonnis is gewezen door mr. E.M. Havik, voorzitter,\n\nen mrs. G.P. van de Beek en C.J.L. van Dam, rechters,\n\nin tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,\n\nen uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.\n\nDe voorzitter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.\n\nBijlage I\n\nTekst tenlastelegging\n\nAan de verdachte wordt ten laste gelegd dat\n\n1.\n\nhij op of omstreeks 01 januari 2023 te 's-Gravendeel, gemeente Hoeksche Waard tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en\u002Fof diens mededader(s) voorgenomen misdrijf om\n\néén of meer verbalisanten van de politie Eenheid Rotterdam, te weten [verbalisant21] (hoofdagent) en\u002Fof [verbalisant22] (aspirant)\n\nen\u002Fof\n\néén of meer verbalisanten, zijnde groepsleden van de Mobiele Eenheid van politie Eenheid Rotterdam, te weten [verbalisant02] en\u002Fof [verbalisant01] en\u002Fof [verbalisant03] en\u002Fof [verbalisant04] en\u002Fof [verbalisant05] en\u002Fof [verbalisant06] en\u002Fof [verbalisant07] en\u002Fof [verbalisant08] en\u002Fof [verbalisant09] en\u002Fof [verbalisant10] en\u002Fof [verbalisant11] en\u002Fof [verbalisant12] en\u002Fof [verbalisant13] en\u002Fof [verbalisant14] en\u002Fof [verbalisant15] en\u002Fof [verbalisant16] en\u002Fof [verbalisant17] en\u002Fof [verbalisant18] en\u002Fof [verbalisant19] en\u002Fof [verbalisant20] , althans een of meer (andere) verbalisanten\n\nopzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,\n\n- één of meer stuks zwaar (illegaal) vuurwerk (betreffende onder meer: cobra's \u002F nitraten \u002F shells) en\u002Fof vuurwerkbommen op\u002Ftegen, althans in de richting van\u002Fnaar voornoemde verbalisanten heeft\u002Fhebben afgeschoten en\u002Fof gegooid, waarbij voornoemd(e) vuurwerk\u002Fvuurwerkbommen vlakbij\u002Fnaast het\u002Fde lichamen en\u002Fof het\u002Fde hoofden\u002Fgezichten van voornoemde verbalisanten tot ontploffing is\u002Fzijn gekomen en\u002Fof\n\n- ( met kracht) één of meer stenen en\u002Fof glaswerk op\u002Ftegen, althans in de richting van voornoemde verbalisanten heeft\u002Fhebben gegooid,\n\nterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;\n\n2.\n\nhij op of omstreeks 01 januari 2023 te 's-Gravendeel, gemeente Hoeksche Waard,\n\nopenlijk, te weten, op of aan de Smidsweg en\u002Fof de Langestraat, in elk geval op of aan (een) openbare weg(en), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen\n\neen of meer verbalisanten van de politie Eenheid Rotterdam, te weten [verbalisant21] (hoofdagent) en\u002Fof [verbalisant22] (aspirant)\n\nen\u002Fof\n\néén of meer verbalisanten, zijnde groepsleden van de Mobiele Eenheid van politie Eenheid Rotterdam, te weten [verbalisant02] en\u002Fof [verbalisant01] en\u002Fof [verbalisant03] en\u002Fof [verbalisant04] en\u002Fof [verbalisant05] en\u002Fof [verbalisant06] en\u002Fof [verbalisant07] en\u002Fof [verbalisant08] en\u002Fof [verbalisant09] en\u002Fof [verbalisant10] en\u002Fof [verbalisant11] en\u002Fof [verbalisant12] en\u002Fof [verbalisant13] en\u002Fof [verbalisant14] en\u002Fof [verbalisant15] en\u002Fof [verbalisant16] en\u002Fof [verbalisant17] en\u002Fof [verbalisant18] en\u002Fof [verbalisant19] en\u002Fof [verbalisant20] , althans een of meer (andere) verbalisanten door\n\n- één of meer stuks zwaar (illegaal) vuurwerk (betreffende onder meer: cobra's \u002F nitraten \u002F shells) en\u002Fof vuurwerkbommen op\u002Ftegen, althans in de richting van\u002Fnaar voornoemde verbalisanten af te schieten en\u002Fof te gooien, waarbij voornoemd(e) vuurwerk\u002Fvuurwerkbommen vlakbij\u002Fnaast het\u002Fde lichamen en\u002Fof het\u002Fde hoofden\u002Fgezichten van voornoemde verbalisanten tot ontploffing is\u002Fzijn gekomen en\u002Fof\n\n- ( met kracht) één of meer stenen en\u002Fof glaswerk op\u002Ftegen, althans in de richting van voornoemde verbalisanten te gooien en\u002Fof\n\n- ( dreigend) zich op te dringen aan voornoemde ambtenaren en\u002Fof\n\n- ( daarbij) (dreigend) een of meerdere ploertendoders, althans slagvoorwerpen, aan voornoemde ambtenaren te tonen\u002Fvoor te houden en\u002Fof\n\n- ( daarbij) aan die [verbalisant22] en\u002Fof [verbalisant21] en\u002Fof een of meer (andere) verbalisanten de weg te versperren, althans de doorgang te beletten en\u002Fof (daarbij) te verhinderen dat die [verbalisant22] en\u002Fof [verbalisant21] en\u002Fof anderen met\u002Fin een (politie)voertuig weg konden rijden en\u002Fof\n\n- naar\u002Fin de richting van voornoemde ambtenaren te schelden, met de woorden: \"Kankerlijers\", \"Kanker op joh\" en\u002Fof \"Kankerpolitie\" en\u002Fof\n\n- ( met kracht) op\u002Ftegen het (politie)schild van die [verbalisant01] te trappen\u002Fschoppen;\n\n3.\n\nhij op of omstreeks 31 december 2022 te 's-Gravendeel, gemeente Hoeksche Waard\n\nopzettelijk en wederrechtelijk een vuilnisbak\u002Fprullenbak, in elk geval enig goed,dat\u002Fdie geheel of ten dele aan Gemeente Hoeksche Waard, in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:5671","2023-06-30T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:28:22.607Z",{"id":64,"ecli":65,"slug":66,"caseNumber":43,"courtId":67,"decisionDate":68,"fullText":69,"summary":43,"language":47,"source":48,"sourceUrl":70,"sourceTimestamp":71,"parsedAt":51,"updatedAt":72},"992","ECLI:NL:RBMNE:2023:7824","ecli-nl-rbmne-2023-7824",63,"2023-01-26T00:00:00.000Z","RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND\n\nStrafrecht\n\nZittingsplaats Utrecht\n\nParketnummer: 16\u002F172283-22 (P)\n\nVonnis van de meervoudige kamer van 26 januari 2023\n\nin de strafzaak tegen\n\n [verdachte] ,\n\ngeboren in 1990 [datum onbekend] te [geboorteplaats] , Somalië,\n\nzonder vaste woon- of verblijfplaats,\n\nhierna: verdachte.1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING\n\nDit vonnis op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting op 20 oktober 2022 en 12 januari 2023. Op die laatste datum is de zaak inhoudelijk behandeld.\n\nDe rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van de officier van justitie mr. E. Wiersma en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. P.M.A.C. van de Wouw, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen benadeelde partij de heer [slachtoffer] heeft gezegd.2. TENLASTELEGGING\n\nDe tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.\n\nDe verdenking komt er in het kort op neer dat verdachte op 9 juli 2022 te Amersfoort [slachtoffer] in het gezicht en\u002Fof arm heeft gestoken met een mes of ander scherp en puntig voorwerp.\n\nDeze gedraging is in meerdere varianten ten laste gelegd: primair als een poging doodslag, subsidiair als zware mishandeling, meer subsidiair als een poging tot zware mishandeling en ten slotte meest subsidiair als (eenvoudige) mishandeling.3. VOORVRAGEN\n\nDe dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. Dat betekent dat er geen formele belemmeringen zijn om de zaak inhoudelijk te beoordelen.4. WAARDERING VAN HET BEWIJS4.1. \n\nHet standpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het meer subsidiaire ten laste gelegde feit – de poging zware mishandeling – wettig en overtuigend kan worden bewezen.\n\n4.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het primaire, subsidiaire en meer subsidiaire ten laste gelegde. De raadsvrouw heeft betoogd dat de gedragingen van verdachte mishandeling (meest subsidiaire) opleveren. Verdachte heeft ontkend een mes of schaar te hebben gehad en daarmee te hebben gestoken. Het lijkt er sterk op dat verdachte aangever met (de gesp \u002F pin) van zijn riem heeft geslagen of geprikt. Omdat uit het dossier niet blijkt van enig zwaar lichamelijk letsel en een riem ongeschikt is om iemand zwaar letsel toe te brengen, kan alleen het meest subsidiaire (mishandeling) worden bewezen.\n\n4.3. Het oordeel van de rechtbank\n\nBewijsmiddelen – zakelijk weergegeven\n\nDe verklaring van verdachte ter terechtzitting\n\nOp 9 juli 2022 heb ik met [slachtoffer] gevochten voor het gemeentehuis in Amersfoort. Ik heb hem bij zijn wenkbrauw geraakt.\n\nHet proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] van 9 juli 2022\n\nOp 9 juli 2022 was ik bij het gemeentehuis in Amersfoort. (…) Toen ik nogmaals kenbaar maakte dat ik mijn powerbank terug wilde hebben, haalde de jongen een mes uit zijn tasje.(…) Ik zag en voelde vervolgens dat de jongen mij stak met het mes. Ik voelde dat de jongen mij stak bij mijn linkeroog ter hoogte van mijn wenkbrauw.(…) In het ziekenhuis is de steekwond bij mijn linkeroog gehecht. Ik bleek ook een snijwond aan mijn rechter onderarm te hebben (…).\n\nHet proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 9 juli 2022\n\nTijdens dit incident heb ik twee mannen met elkaar in gevecht gezien. (…) Ik zag dat man 1 voorop rende en dat man 2, achter man 1 aan rende. (…) De man die erachteraan rende, had een sleutelbos vast in zijn hand.\n\nIk zag dat man 1 en 2 bij dit muurtje weer bij elkaar kwamen. Ik zal dat man 2 zwaaiende bewegingen maakte met de sleutelbos hangend aan het keykoord (…). Ik zag dat man 1, zeker 3 keer tegen zijn hoofd werd geraakt door de sleutelbos.\n\nIk zag vervolgens dat man 1 het mes weer pakte wat hij eerder ook had vastgehouden. (…) Ik zag dat man 1 met het mes harde stekende bewegingen in de richting van het hoofd van man 2 maakte. Ik zag dat man 2 net boven zijn oog werd geraakt door het mes van man 1. (…) Vervolgens zag ik nog dat man 2 in zijn rechter arm door het mes werd geraakt toen hij zich probeerde af te weren.\n\nEen ander geschrift: het niet door de getuige ondertekende proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] van 9 juli 2022\n\nIk zag dat de man met het rode shirt met een sleutelbos liep te zwaaien. (…) Ik zag dat de man met het grijze vest een omtrekkende beweging maakte en weer richting het plein voor het gemeentehuis rende. Ik zag dat hij iets van een voorwerp in zijn hand had, wat leek op een lemmet of een schaar. (…) Ik zag dat beide mannen elkaar tegen kwamen bij een stenen trapje voor het gemeentehuis. Ik zag dat ze met elkaar begonnen te vechten. Ik zag dat de man met het grijze shirt de andere man in zijn oog stak met het voorwerp dat hij in zijn handen had.\n\nHet proces-verbaal van bevindingen van 9 juli 2023\n\nIk, verbalisant [verbalisant] , zag dat [slachtoffer] een gapende wond boven zijn linkeroog had. Ik zag dat op zijn rechterarm ook een rond wondje zat welke open was.(…)\n\nBewijsmotivering\n\nOp grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangever met een scherp en\u002Fof puntig voorwerp in het gezicht, vlak boven het linkeroog, alsmede in de rechter onderarm heeft gestoken. De getuigen en aangever verklaren immers allemaal over een mes, dan wel een schaar. Ook verklaren zij allemaal over een steekbeweging, en niet over een slaande beweging, zoals verdachte ter terechtzitting verklaarde. Door met een scherp en\u002Fof puntig voorwerp in de richting van de ogen te steken ontstaat een reële, niet onwaarschijnlijke, kans op ernstig en onherstelbaar oogletsel. Verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling en zal voor dit (meer subsidiaire ten laste gelegde) feit worden veroordeeld.5. BEWEZENVERKLARING\n\nDe rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:\n\nop 9 juli 2022 te Amersfoort, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, immers heeft hij, verdachte, voornoemde [slachtoffer] meermalen met een scherp en\u002Fof puntig voorwerp in het gezicht en de onderarm gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.\n\nVoor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en\u002Fof schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.\n\nHetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.6. STRAFBAARHEID VAN HET FEIT\n\nEr is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.\n\nHet bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:\n\n(meer subsidiair)\n\npoging tot zware mishandeling.7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE\n\n7.1. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe verdediging heeft een beroep gedaan op noodweer, dan wel uit noodweerexces. Daartoe heeft de raadsvrouw de volgende feiten en omstandigheden aangevoerd. Aangever is de agressor geweest. Verdachte werd door aangever achterna gezeten, terwijl aangever daarbij met een riem zwaaide. Toen die achtervolging stopte, is verdachte terug naar het muurtje gelopen waar zijn telefoon nog lag. Vervolgens is het opnieuw aangever die naar verdachte is toegelopen en verdachte in ieder geval één keer met een riem heeft geslagen. Toen pas heeft verdachte geweld toegepast. Hij kon zich op dat moment niet langer onttrekken aan het handelen van aangever en heeft aldus gehandeld om zijn lijf en goederen (telefoon) te redden. Voor zover verdachte daarbij de grenzen van het toelaatbare heeft overschreden, heeft hij uit noodweerexces gehandeld. Verdachte dient daarom ontslagen te worden van alle rechtsvervolging.\n\n7.2. \n\nHet standpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover al sprake zou zijn geweest van een noodweersituatie, niet is voldaan aan de voor noodweer geldende vereiste van proportionaliteit. Het steken met een mes of ander scherp voorwerp stond niet in een redelijke verhouding tot de ernst van de aanranding.\n\n7.3. \n\nHet oordeel van de rechtbank\n\nDe rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de gedragingen van de aangever worden gekwalificeerd als een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, waartegen verdachte zich had mogen verdedigen. In eerste instantie werd verdachte achterna gezeten door aangever terwijl die met een riem (vermoedelijk door getuigen aangezien voor sleutelbos met keycord) zwaaide. Vervolgens, teruggekomen bij ‘het muurtje’, heeft aangever verdachte met een riem tegen zijn hoofd geslagen. Hierop heeft verdachte gereageerd door met een scherp en\u002Fof puntig voorwerp in het gezicht van aangever te steken. Een andere steekbeweging heeft aangever afgeweerd, maar heeft hem wel in de onderarm getroffen. Het door verdachte aangewende verdedigingsmiddel staat naar het oordeel van de rechtbank niet in verhouding tot de ernst van de aanranding. Verdachte heeft naar een te zwaar verdedigingsmiddel gegrepen. Het beroep op noodweer wordt dan ook verworpen.\n\nOp grond van de hiervoor vermelde feiten en omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank evenmin aannemelijk geworden dat bij de verdachte sprake is geweest van een hevige gemoedsbeweging als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. De raadsvrouw heeft dit standpunt niet verder onderbouwd. Uit de verklaring van verdachte op zitting kan evenmin worden afgeleid dat hij handelde vanuit een hevige gemoedsbeweging. Op zitting verklaarde hij immers dat hij één keer werd geraakt door de riem van aangever en dat dat geen pijn deed. Verdachte komt aldus geen beroep op noodweer of noodweerexces toe.\n\nEr is geen andere omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.8. OPLEGGING VAN STRAF\n\n8.1. \n\nDe vordering van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van acht maanden, met aftrek van het voorarrest.\n\n8.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe raadsvrouw heeft aangevoerd dat ten gunste van verdachte rekening moet worden gehouden met eigen schuld aan de zijde van aangever. Aangever is het gevecht gestart en heeft verdachte ook nog in zijn oor gebeten, als gevolg waarvan dit is gehecht. Tot slot heeft de raadsvrouw erop gewezen dat verdachte getekend is door traumatische jeugdervaringen in zijn land van herkomst en hij – net als aangever – als dak- en thuisloze in feite buiten de maatschappij staat. Van hem kan niet verwacht worden dat hij op een bedreigende situatie als deze reageert zoals een gemiddelde andere deelnemer aan de Nederlandse maatschappij zou reageren.\n\n8.3. \n\nHet oordeel van de rechtbank\n\nBij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.\n\nErnst van de feiten en de omstandigheden waaronder het feit is begaan\n\nVerdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door aangever met een scherp en\u002Fof puntig voorwerp in het gezicht te steken. Daarbij heeft hij aangever net boven zijn linkeroog geraakt. Dat had heel goed anders kunnen aflopen, met blijvend ernstig oogletsel of permanente blindheid aan dat oog als gevolg. Verdachte heeft daarmee een grote inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever. Maar ook nadat hij aangever boven het oog en in de onderarm had gestoken, is verdachte doorgegaan met het gebruiken van geweld. Verdachte heeft aangever gestoken in zijn arm en uit de verschillende getuigenverklaringen blijkt dat verdachte aangever daarna nog meerdere malen met een riem heeft geslagen. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan. Gelet hierop kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.\n\nPersoonlijke omstandigheden\n\nUit het reclasseringsadvies van 31 oktober 2022, uitgebracht door Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering en de verklaringen van verdachte afgelegd bij de politie en ter terechtzitting, maakt de rechtbank op dat verdachte al jarenlang een dak- en thuisloos is en er niet in slaagt om meer van zijn leven te maken. Hij verblijft het grootste gedeelte van zijn tijd bij [locatie] aan het [straat] in Amersfoort. Verdachte gebruikt al lange tijd drugs en kampt met angsten als gevolg van traumatische ervaringen in zijn jeugd in zijn geboorteland Somalië.\n\nUit een reclasseringsadvies ontstaat een niet eenduidig beeld van verdachte.In een eerste gesprek uit verdachte zelf een hulpvraag in de vorm van het benoemen van de 'problemen' in zijn hoofd, zijn angsten en de wens hieraan geholpen te worden. Na een tweede gesprek, waarin de reclassering met verdachte onder andere de noodzaak tot verdiepingsdiagnostiek wilde bespreken, ontstaat een volledig ander beeld. Verdachte ontkent in dat tweede gesprek namelijk de besproken problemen in zijn hoofd en zegt zich niet te kunnen herinneren dat hij in het eerdere gesprek gesproken heeft over trauma's uit het verleden. De reclassering adviseert daarom een straf zonder bijzondere voorwaarden.\n\nGelet op de wisselende bereidheid van verdachte om hulp te aanvaarden en het gegeven dat verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, ziet de rechtbank reclasseringstoezicht niet goed van de grond komen. Verdachte heeft op de zitting te kennen gegeven vooral hulp te willen bij praktische zaken. De rechtbank ziet net als de reclassering onvoldoende aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen.\n\nUit het uittreksel justitiële documentatie (strafblad) van verdachte van 15 december 2022 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een geweldsmisdrijf. De rechtbank weegt het strafblad van verdachte daarom niet in strafverzwarende en ook niet in strafmatigende wijze mee.\n\nConclusie\n\nDe rechtbank heeft voor de strafoplegging aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS voor het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met behulp van een wapen, niet zijnde een vuurwapen. Die gaan uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden. Omdat verdachte wordt veroordeeld voor een poging is echter een lagere straf op zijn plaats. Ook zal de rechtbank de straf enigszins matigen omdat aangever de ruzie is gestart en hij als eerste geweld heeft toegepast.\n\nAlles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden passend en geboden is. Omdat verdachte ten tijde van de zitting al langer vastzat is de voorlopige hechtenis al bij afzonderlijk bevel met ingang van 13 januari 2023 opgeheven.9. BESLAG9.1. \n\nHet standpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft verzocht te bepalen dat de volgende inbeslaggenomen goederen worden teruggegeven aan verdachte, die steeds de beslagene is:\n\nzwarte riem (G3016485);\n\nbruine riem (G3016482);\n\ngrijze kabel (G3016495);\n\nwitte kabel (G3016487);\n\ngrijze jas (G3016494).\n\nDe schaar (G3016480) en sigarettendoos (G3016481) dienen volgens de officier van justitie ten behoeve van de rechthebbende bewaard te worden.\n\n9.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank over het beslag.\n\n9.2. \n\nHet oordeel van de rechtbank\n\nDe rechtbank zal ten aanzien van de zwarte riem en bruine riem de beslissing nemen dat deze kunnen worden teruggegeven aan ‘de rechthebbende’, nu uit het dossier niet duidelijk volgt wie als eigenaar van welke riem moet worden aangemerkt.\n\nTen aanzien van de schaar heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat dit het voorwerp is geweest waarmee het ten laste gelegde feit is begaan. Dat betekent dat de schaar strikt genomen terug moet naar de rechthebbende. De schaar is echter aangetroffen in een prullenbak op straat en behoort – in vermogensrechtelijke zin – dus niemand meer toe. Daarom zal de rechtbank over dit goed geen beslissing nemen.\n\nDe sigarettendoos kan terug naar de rechthebbende.\n\nDe grijze kabel, witte kabel en grijze jas kunnen worden teruggegeven aan verdachte.10. BENADEELDE PARTIJ\n\nDe heer [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. Hij heeft mondeling schadevergoeding gevorderd voor de immateriële schade die hij heeft opgelopen ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. Daarbij heeft benadeelde partij geen geldbedrag genoemd, maar de rechtbank verzocht dat bedrag vast te stellen.\n\n10.1. \n\nHet standpunt van de officier van justitie\n\nDe officier van justitie heeft verzocht de immateriële schade op een bedrag van € 1.000,- vast te stellen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.\n\n10.2. \n\nHet standpunt van de verdediging\n\nDe raadsvrouw heeft bepleit dat bij de vaststelling van het schadebedrag rekening moet worden gehouden met eigen schuld aan de zijde van de benadeelde partij.\n\n10.3. \n\nHet oordeel van de rechtbank\n\nVerdachte heeft benadeelde partij met een scherp en\u002Fof puntig voorwerp in het gezicht, net boven de linkeroog, gestoken. Hoewel dat geen zwaar lichamelijk letsel of blijvend letsel heeft opgeleverd, heeft benadeelde partij, zo vertelde hij op zitting, drie dagen in het ziekenhuis moeten verblijven en ondervindt hij zo nu en dan nog pijn. De rechtbank heeft gekeken naar vergelijkbare zaken en acht een bedrag van € 1.000,- aan immateriële schade – zoals verzocht door de officier van justitie – in beginsel toewijsbaar. Omdat benadeelde partij degene was die de ruzie is begonnen en als eerste geweld heeft toegepast (door te slaan met een riem), is echter sprake van eigen schuld. Daarom zal een lager bedrag worden toegewezen. De rechtbank stelt de immateriële schade van benadeelde partij geschat vast op een bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de wettelijke vanaf 9 juli 2022 tot en met de dag van algehele betaling.\n\nVerdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.\n\nAls extra waarborg voor betaling zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 500,- tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.\n\nDe betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.11. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN\n\nDe beslissing berust op de artikelen 36b, 36d, 36f, 45, 63, 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.12. BESLISSING\n\nDe rechtbank:\n\nBewezenverklaring\n\n- verklaart het onder feit 1 meer subsidiair ten laste gelegde feit bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;\n\n- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;\n\nStrafbaarheid\n\n- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;\n\n- verklaart verdachte strafbaar;\n\nOplegging straf\n\n- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden;\n\n- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;\n\nBeslag\n\n- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:\n\ngrijze kabel (PL0900-2022199352-G3016495);\n\nwitte kabel (PL0900-2022199352-G3016487);\n\ngrijze jas (PL0900-2022199352-G3016494);\n\n- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende voorwerpen:\n\nzwarte riem (PL0900-2022199352-G3016485);\n\nbruine riem (PL0900-2022199352-G3016482);\n\n- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) van het volgende voorwerp:\n\n sigarettendoos (PL0900-2022199352-G3016481);\n\nBenadeelde partij A.U. Wasunge\n\nwijst de vordering van [slachtoffer] toe en stelt de (immateriële) schade vast op een bedrag van € 500,-;\n\nveroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2022 tot en met de dag van algehele voldoening;\n\nveroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;\n\nlegt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij, € 500,- te betalen, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij niet op;\n\nbepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.\n\nDit vonnis is gewezen door mr. J.A. Spee, voorzitter, mr. L.M.M. Heppe en mr. J.P. Verboom, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 januari 2023.\n\nBijlage: de tenlastelegging\n\nAan verdachte wordt ten laste gelegd dat:\n\nhij, op of omstreeks 9 juli 2022, te Amersfoort, althans in Nederland,\n\nter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer]\n\nopzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer]\n\nmeermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en\u002Fof puntig\n\nvoorwerp, in het gezicht, en\u002Fof de (onder)arm, althans het lichaam van die [slachtoffer]\n\n heeft gestoken en\u002Fof gesneden,\n\nterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;\n\n( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )\n\nsubsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou\n\nkunnen leiden:\n\nhij, op of omstreeks 9 juli 2022, te Amersfoort, althans in Nederland,\n\naan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of\n\nmeerdere steek- en\u002Fof snijwond(en) in het gezicht en\u002Fof de (onder)arm, althans het\n\nlichaam, heeft toegebracht door die [slachtoffer] meermalen, althans\n\neenmaal, met een mes, althans een scherp en\u002Fof puntig voorwerp, in het gezicht,\n\nen\u002Fof de (onder)arm, althans het lichaam te steken en\u002Fof te snijden;\n\n( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht )\n\nmeer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of\n\nzou kunnen leiden:\n\nhij, op of omstreeks 9 juli 2022, te Amersfoort, althans in Nederland, ter uitvoering\n\nvan het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer]\n\nopzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, immers heeft hij, verdachte,\n\nvoornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een mes,\n\nalthans een scherp en\u002Fof puntig voorwerp, in het gezicht, en\u002Fof de (onder)arm,\n\nalthans het lichaam gestoken en\u002Fof gesneden,\n\nterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;\n\n( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )\n\nmeest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht\n\nof zou kunnen leiden:\n\nhij op of omstreeks 9 juli 2022 te Amersfoort, althans in Nederland,\n\n [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen,\n\nalthans eenmaal, met een mes, althans een scherp en\u002Fof puntig voorwerp, in het\n\ngezicht, en\u002Fof de (onder)arm, althans het lichaam te steken en\u002Fof te snijden,\n\nterwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meerdere steek- en\u002Fof\n\nsnijwond(en) in het gezicht en\u002Fof de (onder)arm ten gevolge heeft gehad;\n\n( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 300 lid 2 Wetboek van Strafrecht )\n\n Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van 11 juli 2022, 18 juli 2022 en 6 oktober 2022, genummerd 20220711.0900.09015, 20220718.0900.09015 en 20221006.0900.09015, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 103. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.\n\n De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 januari 2023.\n\n Pagina 7.\n\n Pagina 8.\n\n Pagina 76.\n\n Pagina 76.\n\n Pagina 43.\n\n Pagina 18, 20-22.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:7824","2026-07-06T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:28:57.923Z",20,[75,76,77,11],2026,2025,2024]