[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-haarlem-public-procurement-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":21,"total":16,"page":48,"limit":49},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},67,"Haarlem","nl","haarlem",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},68,"public-procurement-nl","Public Procurement","NL","2026-07-08T16:54:19.266Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":20},3,{"min":18,"max":19},"2026-06-05T00:00:00.000Z","2026-06-25T00:00:00.000Z",[],[22,33,40],{"id":23,"ecli":24,"slug":25,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":19,"fullText":27,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":29,"sourceTimestamp":30,"parsedAt":31,"updatedAt":32},"1940","ECLI:NL:RBNHO:2026:7506","ecli-nl-rbnho-2026-7506","","RECHTBANK Noord-Holland\n\nCiviel recht\n\nZittingsplaats Haarlem\n\nZaaknummer: C\u002F15\u002F377936 \u002F KG ZA 26-257\n\nVonnis in kort geding van 25 juni 2026\n\nin de zaak van\n\nORTHOPEDAGOGISCHE PRAKTIJK DE REGENBOOG B.V.,\n\nte Zaanstad,\n\neisende partij,\n\nhierna te noemen: De Regenboog,\n\nadvocaat: mr. H.R. Eikelboom,\n\ntegen\n\nGEMEENTE ZAANSTAD,\n\nte Zaanstad,\n\ngedaagde partij,\n\nhierna te noemen: de gemeente,\n\nadvocaat: mr. M.W. Langhout.\n\n1. De procedure\n\n1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:\n\n- de dagvaarding met producties 1 tot en met 4\n\n- de producties 1 tot en met 4 van de gemeente - de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de pleitnota van De Regenboog - de pleitnota van de gemeente.\n\n1.2.. Voor de mondelinge behandeling op 11 juni 2026 zijn verschenen namens de Regenboog mevrouw [betrokkene 1] (directrice) en mevrouw [betrokkene 2] (operationeel manager), bijgestaan door mr. Eikelboom voornoemd en namens de gemeente mevrouw [betrokkene 3] (contractmanager), de heer [betrokkene 4] (jurist) en de heer [betrokkene 5] (projectleider), bijgestaan door mr. Langhout voornoemd.\n\n1.3.. Tenslotte is vonnis bepaald.\n\n2. De feiten\n\n2.1.. De gemeente Zaanstad heeft in december 2025 de Europese openbare aanbesteding Specialistische Jeugdhulp Segment C en V 2027 Zaanstreek-Waterland gepubliceerd. Zij deed dit mede namens de gemeenten Purmerend, Edam-Volendam, Wormerland, Landsmeer en Oostzaan.\n\n2.2.. \n\nDe Offerteleidraad (hierna: de leidraad) houdt onder meer het volgende in:\n\n(…)4.2. \n\nContactpersonen en -gegevens\n\n(…)\n\nIndien er naar aanleiding van deze aanbestedingsleidraad nog vragen zijn, dient de gegadigde deze via TenderNed te stellen. (…) Deze vragen dienen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk voor het op TenderNed gepubliceerde tijdstip, te zijn ingediend. Vragen die na dit tijdstip binnenkomen, worden in beginsel niet beantwoord. De gemeente behoudt zich het recht voor vragen die na dit tijdstip binnenkomen wel te beantwoorden als dat vanwege de aard van de vraag wenselijk is.\n\nBeantwoording van de vragen vindt plaats middels een nota van inlichtingen via TenderNed aan alle gegadigden. De vragen en de daarop gegeven antwoorden moeten worden beschouwd als integraal onderdeel van de aanbestedingsdocumenten en worden volgens planning gepubliceerd op TenderNed.\n\n(…)\n\n5. Beschrijving opdracht5.1. \n\nUitgangspunten, doelstellingen en voorzieningen\n\n(…)\n\nDe opdracht heeft betrekking op de gezamenlijke inkoop van specialistische jeugdhulp voor de periode 2027-2034. De inkoop richt zich op:\n\nsegment C: hoogspecialistische en\u002Fof complexe ambulante hulp;\n\nsegment V: verblijfszorg.\n\nSegmenten C en V zijn onderdeel van het jeugdzorgstelsel in de regio Zaanstreek-Waterland. Het jeugdhulpstelsel bestaat uit vijf onderdelen die segmenten worden genoemd. Segment A is de basis: lokale teams en lichte hulp die vrij toegankelijk is. Segment B biedt specialistische ambulante hulp voor enkelvoudige problemen. Segment C is voor complexe, hoogspecialistische hulp. Segment D richt zich op ernstige dyslexiezorg. Segment V omvat 24-uurs verblijf voor jeugdigen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen.\n\n(…)\n\n6. Percelenverdeling en inkoopmethodiek\n\nDeze opdracht is onderverdeeld in drie percelen (zie tabel). Het betreft twee percelen voor segment C en één perceel voor segment V. (…)\n\n(…)6.1.2. \n\nIndeling in percelen\n\nDe inkoop van segment C is opgedeeld in twee percelen:\n\nPerceel 1A is bedoeld voor kernpartners die actief bijdragen aan de doorontwikkeling van het zorglandschap en vanaf 2030 gezamenlijk de volledige zorgvraag in segment C opvangen.\n\nPerceel 1B is bedoeld voor overige leveranciers die zonder ontwikkelverplichting een deel van de zorg leveren gedurende drie jaar tot 2030.\n\n(…)\n\nInkoopprocedure perceel 1B\n\nDe procedure voor perceel 1B bestaat uit twee fases. Inschrijvers moeten voldoen aan de\n\ngeschiktheidseisen en selectiecriteria (zie paragraaf 7.3). Na inschrijving wordt gecontroleerd of de ingediende stukken volledig en correct zijn. Vervolgens worden de inschrijvers die een juiste inschrijving hebben gedaan uitgenodigd voor de onderhandelingsgesprekken over de prijs.\n\n(…)6.2. \n\nInkoop methodiek: Segment V\n\nSegment V betreft jeugdhulp waarbij de jeugdige tijdelijk of langdurig in een woonvoorziening verblijft.\n\nDit kan een pleeggezin, gezinshuis, logeerhuis of behandelgroep zijn. Het gaat om 24-uurszorg voor\n\njeugdigen die (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen vanwege de ernst of complexiteit van hun situatie.\n\n(…)6.6. \n\nRechtsverwerking\n\nDe aanbestedingsleidraad is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Desondanks kunnen er toch onduidelijkheden\u002Fonvolkomenheden in het document (en\u002Fof bijlagen) voorkomen.\n\nGemeente verwacht een proactieve houding van de gegadigden, wat betekent dat de gegadigden eventuele onduidelijkheden en\u002Fof onvolkomenheden in de aanbestedingsleidraad zo spoedig mogelijk, in ieder geval vóór de laatste nota van inlichtingen, aan Gemeente moeten melden.\n\n(…)6.7. \n\nMededeling van de gunningbeslissing\n\nDe aanbestedende dienst zal de inschrijvers gelijktijdig schriftelijk informeren over het voornemen tot gunning. De mededeling van de gunningsbeslissing bevat de relevante redenen voor die beslissing.\n\n(…)\n\nDe aanbestedende dienst neemt een termijn van 20 kalenderdagen (stand stilltermijn) in acht voordat zij de met de gunningsbeslissing beoogde raamovereenkomst sluit. De betrokken inschrijvers hebben aldus de gelegenheid om binnen 20 kalenderdagen ingaande op de dag na de verzenddatum van de mededeling van de gunningsbeslissing, tegen deze beslissing op te komen en een kort geding aanhangig te maken bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.\n\nDeze termijn, die gelijkloopt met de stand still termijn, is een vervaltermijn. Een kort geding moet voor deze termijn aanhangig zijn gemaakt.\n\nEen kort geding is aanhangig vanaf het moment dat aan de aanbestedende dienst de datum van het kort geding en de inhoud daarvan (door het toesturen van de conceptdagvaarding) is medegedeeld óf vanaf de dag dat de deurwaarder de aanbestedende dienst heeft betekend.\n\n(…)6.8. \n\nKlachtenprocedure\n\nKlachten over deze aanbestedingsprocedure kunnen op de manier zoals in onze klachtenregeling omschreven, worden ingediend bij het volgende mailadres: klachtenInkoop@zaanstad.nl.\n\n(…)7.3. \n\nGeschiktheidseisen\n\n(…)\n\nAanvullende geschiktheidseis aandeel ZZP'ers\n\nDe inschrijver toont aan dat zijn organisatie beschikt over een stabiele personele bezetting met een substantieel aandeel medewerkers in loondienst. Dit draagt bij aan continuïteit, kwaliteit en borging van zorg.\n\nBij inschrijving voegt de inschrijver een ondertekend document toe waarin het percentage\n\nmedewerkers in loondienst wordt vermeld. Dit percentage bedraagt minimaal 80%. Dit document bevat:\n\nDe totale personeelskosten\n\nDe personeelskosten van de medewerkers in loondienst.\n\nHet berekende percentage medewerkers in loondienst ten opzichte van het totaal.\n\nEen verklaring dat dit percentage representatief is voor de inzet binnen de regio Zaanstreek- Waterland.\n\n(…).\n\nAanvullende geschiktheidseis samenstelling multidisciplinair team\n\nOpdrachtnemer heeft binnen haar organisatie een multidisciplinair team welke ter beschikking staat voor behandeling van Cliënten binnen de regio Zaanstreek-Waterland. Hier stellen we de volgende eisen aan:\n\nHet team dient te bestaan uit verschillende disciplines werkzaam binnen de organisatie en bevat minimaal: een (kinder- en jeugd)Psychiater of een Arts VG, een Klinisch psycholoog\u002FGZ psycholoog of Orthopedagoog Generalist (OG-er) en een systeemtherapeut.\n\nHet team kan gezamenlijk ondersteunen. Dit ten behoeve van de vorming van een behandelplan en\u002Fof oplossingen voor vragen van de jeugdige \u002F het gezin vanuit een interdisciplinaire visie vereist, teneinde de juiste dienstverlening te matchen bij de juiste probleemstellingen bij zeer complexe casussen, waarbij intercollegiale consultatie van een enkele behandelaar niet afdoende is.\n\nHet team dient een outreachend karakter te hebben en beschikbaar te zijn.\n\nHet team omvat 10 tot 15 fte.\n\nBij inschrijving voegt de inschrijver een document toe waarin de samenstelling van het team wordt beschreven, inclusief:\n\nFuncties en disciplines binnen het team inclusief BIG- en SKJ-registratienummers\n\nAantal FTE per discipline.\n\n(…)7.3.4. \n\nReferentie eisen\n\nWij verzoeken u om aan de hand van referenties aan te tonen dat u beschikt over de kerncompetenties die nodig zijn voor de uitvoering van deze opdracht. (…) U dient enkel een referentie in te dienen voor het perceel waarvoor u zich inschrijft. Het is ook toegestaan om referenties van een derde op te geven. In dat geval doet u een beroep op die derde, zoals bedoeld in paragraaf 10.3.4.\n\n(…)\n\nPerceel 2: Segment V\n\n Kerncompetentie 1 — Ervaring met het uitoefenen van specialistische jeugdhulp met een verblijfscomponent.\n\nDeze kerncompetentie ziet met name toe dat Inschrijver duidelijk ervaring heeft in het vakgebied verblijf gerelateerd aan de aard en inhoud zoals beschreven in de opdrachtomschrijving en programma van eisen.\n\nAan de referenties worden de volgende eisen gesteld:\n\nMet de referentie toont de Inschrijver aan voldoende ervaring te hebben met de kerncompetentie;\n\nDe referentie is in de afgelopen drie jaren uitgevoerd;\n\nDe referent toont aan minimaal 10 cliënten in een jaar gehuisvest hebben voor één opdrachtgever.\n\nDe gerefereerde opdracht is voor een gemeente en\u002Fof jeugdzorgregio.\n\nDe referentie behoeft niet naar aard, hoeveelheid of omvang en het doel van de uitgevraagde opdracht exact gelijk te zijn, maar wel op onderdelen van de opdracht vergelijkbaar, waardoor aangetoond wordt dat de Inschrijver voldoende kennis en ervaring heeft op dit gebied;\n\nDe referenties dienen een looptijd van minimaal 6 maanden te hebben gehad.\n\n(…)10.3.4. \n\nBeroep op draagkracht derde\n\nAls u een beroep wilt doen op de draagkracht van een derde om aan de geschiktheidseisen te voldoen zoals beschreven in hoofdstuk 7, dan moet u dat aan geven in deel IIC van het UEA. Hierbij moet u toelichten op welke specifieke draagkracht van de derde een beroep wordt gedaan. Daarnaast levert u bij inschrijving het door de derde ingevulde en ondertekende UEA in. Hiernaast dient u ook een ‘verklaring beroep op derde’ in, zie bijlage 13.\n\n(…)10.7.2. \n\nRechtsgang\n\nEen voorlopige selectie- of gunningsbeslissing is nog geen aanvaarding van een aanbod. De inkopende organisatie stuurt de mededeling van selectie of gunning via het aanbestedingsplatform. Is een potentiële opdrachtnemer het niet eens met een afwijzing? Dan kan hij een kort geding starten. Dat moet binnen 20 kalenderdagen na de bekendmaking van de selectie of gunning. Na die termijn vervalt het recht op bezwaar en schadevergoeding.\n\n2.3.. De Regenboog exploiteert een onderneming in de vorm van het ondersteunen en begeleiden van jeugdigen zonder verblijf (inclusief dagactviteiten) alsmede een maatschappelijke opvang met verblijf. Zij heeft op 23 maart 2026 ingeschreven op de aanbesteding voor perceel 1 B en perceel 2.\n\n2.4.. \n\nBij brief van 24 april 2026 heeft de gemeente De Regenboog de volgende beslissing meegedeeld:\n\n(…)\n\nUw inschrijving wordt uitgesloten van deelname. Uw inschrijving voldoet helaas niet aan de gestelde eisen.\n\nSegment C1b — Perceel 2\n\nWij hebben vastgesteld dat uw inschrijving niet voldoet aan twee geschiktheidseisen. Het ingediende document voor het aandeel ZZP'ers vermeldt enkel een percentage van 3%, zonder onderbouwing met personeelskosten en berekening conform pagina 24 van de offerteleidraad. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat aan de eis van minimaal 80% medewerkers in loondienst is voldaan.\n\nDaarnaast beschikt uw organisatie niet over een (kinder- en jeugd)Psychiater of Arts VG; een openstaande vacature volstaat hiervoor niet, een vacature toont immers niet aan dat de betreffende discipline daadwerkelijk beschikbaar en werkzaam is binnen uw organisatie (…). Daarnaast moest u bij uw inschrijving de BIG registraties overleggen van deze professionals, in geval van een vacature kan dat ook niet (…)\n\nDit komt niet voor herstel in aanmerking. Uw inschrijving is ongeldig voor segment C en komt niet in\n\naanmerking voor fase 2 noch gunning voor perceel 2.\n\nSegment V — Perceel 3\n\nConform pagina 26 van de offerteleidraad dient de referentie aan te tonen dat minimaal 10 cliënten in één kalenderjaar zijn gehuisvest voor één opdrachtgever (gemeente en\u002Fof jeugdzorgregio), binnen de afgelopen drie jaar.\n\nNa twee verduidelijkingsronden is dit niet aangetoond. In uw eerste antwoord gaf u aan meer dan 10 Zaanse cliënten te hebben bediend over meerdere jaren, maar niet gelijktijdig. In de tweede vragenronde, waarbij wij u uitdrukkelijk hebben gewaarschuwd dat het niet aantonen hiervan zou leiden tot ongeldigheid, heeft u erkend dat aantallen niet in de referentie zijn vermeld en verwezen naar contractmanagement. Dit is niet toegestaan. Bovendien ziet uw toelichting op een totaal over drie jaar, terwijl de eis betrekking heeft op minimaal 10 cliënten binnen één kalenderjaar.\n\nDit komt niet voor herstel in aanmerking. Uw inschrijving is ongeldig voor segment V en komt niet in\n\naanmerking voor fase 2 noch gunning voor perceel 3.\n\nBent u het niet eens met dit besluit?\n\nDan kunt u tot en met 14 mei 2026 bezwaar maken tegen deze beslissing. Wordt er geen bezwaar gemaakt uiterlijk op gemelde datum, dan is uw recht om dat te doen vervallen.\n\n2.5.. De Regenboog is het niet eens met de beslissing en heeft op 13 mei 2026 een bezwaarschrift ingediend bij de gemeente. Enkele minuten na het indienen van het bezwaar kreeg zij reactie vanuit de gemeente dat het bezwaar niet in behandeling genomen zou worden en dat zij hiervoor binnen de daarvoor geldende termijn een kort geding aanhangig zou moeten maken\n\n2.6.. \n\nBij brief van 14 mei 2026 heeft de advocaat van De Regenboog de rechtbank verzocht een datum te bepalen voor het kort geding. In zijn brief vermeldt hij: Ik heb de opdracht pas heden van De Regenboog ontvangen. De aanvraag moest heden (dan wel\n\nmorgen i.v.m. Hemelvaartsdag) ingediend worden.\n\nMet de wederpartij, de gemeente heb ik nog geen contact kunnen hebben. (…).\n\n2.7.. Op 15 mei 2026 heeft de rechtbank de datum\u002Ftijd voor het kort geding bepaald en is die informatie gecommuniceerd aan de advocaat van De Regenboog, die deze informatie inclusief de concept-dagvaarding nog dezelfde dag heeft gedeeld met de gemeente.\n\n3. Het geschil\n\n3.1.. \n\nDe Regenboog vordert - na eisvermeerdering - dat de voorzieningenrechter:\n\nI. de gemeente gelast om de uitsluitingsbeslissing van 24 april 2026 in te trekken, althans totdat de inschrijving van de Regenboog is herbeoordeeld, te schorsen, althans de Regenboog alsnog toe te laten tot -fase 2 van - de gunningsprocedure;\n\nII. de gemeente gelast de inschrijving van de Regenboog te herbeoordelen met in achtneming van het gelijkheidsbeginsel, het transparantiebeginsel en het proportionaliteitsbeginsel,\n\nIII. de gemeente gelast zich tot nader order te onthouden van het sluiten van overeenkomsten met andere gegadigden,\n\nIV.de gemeente primair veroordeelt in de volledige kosten van deze kortgedingprocedure\n\n(€ 3.250 excl. btw, te vermeerderen met de deurwaarderskosten en griffierechten) en subsidiair in de forfaitaire kosten van deze kortgedingprocedure, de nakosten daaronder\n\nbegrepen.\n\n3.2.. De Regenboog stelt dat de gemeente haar inschrijving ten onrechte heeft uitgesloten. Zij stelt dat de gemeente de geschiktheidseis ‘berekening personeelskosten’ onjuist heeft toegepast en wijst erop dat zij heeft voldaan aan de gestelde eisen in de leidraad, te weten een beschrijving van de functies en disciplines binnen het team, het aantal fte per discipline en een verklaring dat de beschreven teamsamenstelling representatief is voor de inzet binnen de regio Zaanstreek-Waterland. Zij benadrukt dat uit haar inschrijving aantoonbaar blijkt dat zij ruim meer dan 15 fte in loondienst heeft, aangevuld met circa 3% zzp-inzet en dat ook de multidisciplinaire samenstelling van het team en de beschikbaarheid daarvan voldoende zijn aangetoond.\n\n3.3.. \n\nVerder stelt De Regenboog dat de eis om een psychiater in loondienst te hebben onevenredig is. Zij erkent dat zij momenteel geen psychiater in loondienst heeft en wijst erop dat zij wel een vacature open heeft staan voor 2 tot 4 uur per week, maar dat de arbeidsmarkt voor psychiaters op dit moment uiterst krap is. Zij verklaart dat zij in de tussentijd voldoet aan de psychiatrische inzet door middel van samenwerkingsverbanden met partijen die een psychiater in loondienst hebben of met vrijgevestigde psychiaters en dat strikte toepassing van de eis om een psychiater in loondienst te hebben disproportioneel is en daarom strijdig met het proportionaliteitsbeginsel als bedoeld in artikel 1.10 van de Aanbestedingswet 2012.\n\nVerder plaatst De Regenboog vraagtekens bij de juridische en praktische uitvoerbaarheid van de eis dat gedurende de gehele contractperiode 10 tot 15 fte in loondienst moet zijn, omdat arbeidsverhoudingen onderhevig zijn aan verandering. Zij voert aan dat medewerkers\n\nde organisatie kunnen verlaten, wat leidt tot openstaande vacatures op specifieke\n\ndisciplines en dat onduidelijk is of het ontstaan van een dergelijke vacature grond vormt voor beëindiging van de overeenkomst.\n\nOver het segment verblijf erkent De Regenboog dat zij abusievelijk in haar inschrijving niet het cliëntenaantal heeft vermeld. Zij benadrukt dat zij nog geprobeerd heeft deze informatie alsnog te verstrekken in de nadere onderbouwing, maar dat zij geen nieuwe informatie meer mocht aanleveren, waardoor zij alleen nog maar kon verwijzen naar contractmanagement, zodat de gemeente die informatie zelf kon nagaan. Zij benadrukt daarbij dat zij referenties had kunnen overleggen van anderen, maar dat zij tot nu toe de specialistische zorg heeft verleend onder segment B en dat het haar niet was toegestaan om haar inschrijving aan te vullen. Daarbij voert zij aan dat zij niet begrepen heeft dat met de vraag of beroep gedaan wordt op de draagkracht van een derde niet gedoeld werd op financiële draagkracht maar op professionele draagkracht. Tenslotte wijst zij er op dat zij ook heeft aangegeven dat geen beroep gedaan wordt op een onderaannemer omdat het op dit moment bij de gemeente niet mogelijk is om een aanvraag te doen met een onderaannemer.\n\n3.4.. De gemeente voert verweer. In de eerste plaats voert zij aan dat De Regenboog niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar vordering, omdat zij haar vordering te laat heeft ingesteld. De gemeente wijst er op dat de selectiebeslissing dateert van 24 april 2026 en dat de laatste dag van de termijn om daartegen op te komen 14 mei 2026 was. Op die datum heeft De Regenboog de rechtbank wel om een datum gevraagd, maar pas op 15 mei 2026 heeft De Regenboog de gemeente geïnformeerd over de gevraagde datum en de concept-dagvaarding doen toekomen.\n\n3.5.. In de tweede plaats voert de gemeente inhoudelijk verweer. Zij voert aan dat de inschrijving van De Regenboog (betreffende perceel 1B) niet voldoet aan de gestelde eisen, omdat:\n\nuit de inschrijving niet opgemaakt kan worden of aan de eis van minimaal 80% medewerkers in loondienst is voldaan;\n\nDe Regenboog niet beschikt over een (kinder- en jeugd)psychiater of Arts VG (een openstaande vacature volstaat niet);\n\nBIG- en registratienummers door De Regenboog zijn niet overgelegd.\n\nVerder voert de gemeente aan dat ook voor segment V de inschrijving van De Regenboog niet voldoet omdat uit de door haar aangeleverde referentie niet volgt dat minimaal tien cliënten in één jaar gehuisvest zijn voor één opdrachtgever.\n\nDe gemeente benadrukt daarbij dat er hoge eisen worden gesteld omdat het hier gaat om specialistische jeugdhulp met een meervoudig of hoogspecialistisch karakter, die niet vrij toegankelijk is en alleen beschikbaar is op basis van een verwijzing door een wettelijke verwijzer. Daarbij bestaat de doelgroep veelal uit jeugdigen met complexe problematiek, vaak in combinatie met ouders die worstelen met hun opvoedrol, mede als gevolg van eigen psychische of sociale problemen. De gemeente wijst er op dat het daarom van belang is om aan de hand van de geschiktheidseisen te kunnen vaststellen of de inschrijver geschikt is om de gevraagde opdracht uit te voeren. De eis van minimaal 80% medewerkers in loondienst is dan ook gesteld met het oog op borging van de continuïteit, kwaliteit en zorg en aan deze eis voldoet De Regenboog niet. Bovendien maakt vooral het feit dat De Regenboog geen psychiater in loondienst heeft, maar slechts een vacature open heeft staan, dat zij niet voldoet aan de geschiktheidseis, vooral niet nu niet is aangegeven dat een beroep wordt gedaan op de draagkracht van een derde, aldus de gemeente. Ook heeft De Regenboog niet de vereiste BIG- en registratienummers in haar inschrijving vermeld en de verwijzing naar contractmanagement is niet voldoende. De gemeente verklaart dat zij naar aanleiding van die verwijzing naar contractmanagement nog wel heeft gezocht, maar geen contract heeft aangetroffen onder segment C of V met betrekking tot De Regenboog. Zij benadrukt dat De Regenboog ook referenties van andere gemeenten of opdrachtgevers had kunnen overleggen.\n\n3.6.. Over de eisvermeerdering van De Regenboog stelt de gemeente in de eerste plaats dat deze moet worden geweigerd, omdat deze in strijd is met de goede procesorde. Daarnaast stelt zij dat de lat voor een reële proceskostenvergoeding hoog ligt en dat De Regenboog onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van misbruik van recht.\n\n3.7.. Op de stelling van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.\n\n4. De beoordeling\n\nOntvankelijkheid\n\n4.1.. Het meest verstrekkende verweer van de gemeente is dat De Regenboog de gemeente niet tijdig in kort geding heeft betrokken om bezwaar te maken tegen de beslissing van 24 april 2026 en daarom niet in haar vordering kan worden ontvangen.\n\n4.2.. Dit verweer faalt. Vast staat dat de termijn om tegen de beslissing op te komen eindigde op Hemelvaartsdag. Dit is een in de Europese Unie erkende feestdag in Nederland. Uit de Memorie van Toelichting bij de Aanbestedingswet 2012 volgt dat een opschortingstermijn na de gunningsbeslissing die eindigt op een erkende feestdag, eindigt op het laatste uur van de daarop volgende werkdag. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit ook moet gelden voor de beroepstermijn ten aanzien van de beslissing tot uitsluiting als bedoeld in artikel 10.7.2 van de leidraad. Dit betekent dat De Regenboog deze kortgedingprocedure tijdig aanhangig heeft gemaakt.4.3.. Daarnaast heeft de gemeente in de brief met de uitsluitingsbeslissing zelf aangegeven dat er tot en met 14 mei 2026 bezwaargemaakt kon worden. Ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat De Regenboog door die formulering op het verkeerde been is gezet en daarom haar bezwaar in eerste instantie bij de gemeente heeft ingediend en niet direct een kortgedingprocedure is gestart. De gemeente heeft ter zitting ook erkend dat de formulering in de brief ongelukkig is geweest. Toen het voor De Regenboog duidelijk was geworden dat in de brief bedoeld is dat zij een kortgedingprocedure moest starten, heeft zij direct een advocaat ingeschakeld die op 14 mei 2026 de rechtbank verzocht om een datumbepaling. Op 14 mei 2026 was het echter Hemelvaartsdag, een algemeen erkende feestdag, waarop de rechtbank gesloten was. Hierdoor is de aanvraag om een datumbepaling niet eerder in behandeling genomen dan op 15 mei 2026. Direct na ontvangst van de dagbepaling op 15 mei 2026 is ook de gemeente hierover ingelicht onder toezending van de concept dagvaarding. Vast staat dat de gemeente tijdig - dat wil zeggen voor afloop van de termijn - op de hoogte was van het feit dat De Regenboog bezwaar wilde maken en van de gronden daarvoor. Aangezien de gemeente bovendien zelf onduidelijkheid heeft gecreëerd over de te volgen procedure, kan zij zich daarom in dit geval in redelijkheid niet beroepen op een termijnoverschrijding met slechts één dag. De Regenboog kan daarom worden ontvangen in haar vorderingen.\n\nSpoedeisend belang\n\n4.4.. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat De Regenboog daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.\n\n4.5.. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering.\n\nBezwaar tegen de eisvermeerdering\n\n4.6.. Het bezwaar van de gemeente, dat de eisvermeerdering in strijd zou zijn met de goede procesorde en daarom niet geaccepteerd kan worden, wordt verworpen. De Regenboog mocht haar eis nog wijzigen op de zitting, tenzij dat in strijd zou zijn met de goede procesorde. Dat is niet het geval. Het om een zeer beperkte aanvulling op de eis voor een proceskostenveroordeling. De gemeente heeft hiertegen ter zitting ook inhoudelijk verweer gevoerd, zodat zij door deze eisvermeerdering niet in haar verdediging is geschaad. De eisvermeerdering wordt toegelaten.\n\nInhoudelijk\n\n4.7.. \n\nDe Regenboog heeft gesteld dat in de leidraad niet de eis is gesteld om bij inschrijving een berekening van de personeelskosten te voegen en dat de gemeente in dit stadium ten onrechte daar om heeft gevraagd. Dit betoog treft geen doel. Hoewel aan De Regenboog kan worden toegegeven dat het op basis van haar verklaring over de stabiele personele bezetting voor de gemeente voldoende duidelijk moet zijn geweest dat het percentage medewerkers in loondienst bij De Regenboog tenminste 80% bedraagt, kan dit haar niet helpen. Zoals de gemeente terecht heeft opgemerkt voldoet De Regenboog niet aan de eis dat in haar team een psychiater werkzaam is. De Regenboog heeft erkend dat zij hiervoor een vacature heeft openstaan. De Regenboog heeft gesteld dat deze eis disproportioneel is, maar hierin wordt zij niet gevolgd. Zeker gelet op de hoogspecialistische jeugdzorg waarop de aanbesteding betrekking heeft, kan niet worden geoordeeld dat de eis die de gemeente hier stelt onredelijk of disproportioneel is. De Regenboog had ervoor kunnen kiezen samen met een ander in te schrijven, of de psychiater waar zij naar eigen zeggen mee samenwerkt als onderaannemer op te voeren, maar dat heeft zij niet gedaan. Niet in geschil is dat De Regenboog in haar inschrijving heeft aangegeven dat zij geen gebruik maakt van de draagkracht van anderen. De Regenboog heeft gesteld dat zij de term ‘draagkracht’ in het UEA heeft opgevat als ‘financiële draagkracht’, maar dat komt voor haar rekening en risico. ‘Draagkracht’ is ook in relatie tot beroepsbekwaamheid een begrip uit de Aanbestedingswet 2012. Van een inschrijver mag worden verwacht dat deze daarmee bekend is. Bovendien is het begrip ook in de leidraad gebruiktin relatie tot de geschiktheidseisen.\n\nVoor zover De Regenboog heeft betoogd dat het niet mogelijk was om een psychiater als onderaannemer op te voeren omdat dit, zo begrijpt de voorzieningenrechter, in het bestaande digitale dashboard van de gemeente niet mogelijk is, had het op haar weg gelegen om daarover voorafgaande aan haar inschrijving een vraag te stellen. Zij kan zich hierover niet achteraf beklagen. Van een inschrijver in een aanbesteding wordt een proactieve houding verwacht op dit punt. Daar is De Regenboog in de leidraad ook op gewezen. Bovendien betreft de inschrijving een toekomstige opdracht en volgt uit de leidraad dat een beperkt deel van het team (maximaal 20%) kan bestaan uit onderaannemers.\n\n4.8.. Uit het betoog van De Regenboog dat zij zich afvraagt of de eis om 10-15 fte in loondienst te hebben praktisch wel uitvoerbaar is omdat arbeidsverhoudingen vaak aan verandering onderhevig zijn, komt naar voren dat De Regenboog het met die eis niet eens is. Het is echter aan de gemeente als aanbestedende dienst om de eisen te bepalen. Zoals hiervoor al is overwogen gaat het hier om hoog specialistische jeugdzorg waaraan door de gemeente als aanbestedende dienst eisen mogen worden gesteld. Deze eis, die dient om de aanwezigheid van de benodigde zorg te waarborgen, is niet disproportioneel. Voor zover De Regenboog heeft willen betogen dat het onmogelijk is om aan deze eis te voldoen, heeft zij dat onvoldoende onderbouwd. Nog daargelaten dat zij dit dan vóór haar inschrijving aan de gemeente kenbaar had moeten maken.\n\n4.9.. Met betrekking tot haar inschrijving op segment V (logeeropvang) heeft De Regenboog erkend dat zij abusievelijk het cliëntenaantal niet heeft vermeld. Dit komt voor haar rekening en risico. De enkele verwijzing naar contractsmanagement om dit te herstellen is onvoldoende, temeer omdat De Regenboog heeft erkend dat het daarbij gaat om werkzaamheden die zij heeft uitgevoerd in een ander segment, namelijk segment B. De gemeente heeft De Regenboog terecht niet in de gelegenheid gesteld haar aanschrijving op dit punt aan te passen met nieuwe gegevens. Als aanbestedende dienst is de gemeente gebonden aan het gelijkheidsbeginsel en mag zij een inschrijver niet toestaan zijn\u002Fhaar inschrijving aan te passen of aan te vullen.\n\n4.10.. Uit het vorenstaande volgt dat de gemeente de inschrijving van De Regenboog op goede gronden heeft uitgesloten van verdere deelname. Dit betekent dat de vorderingen van De Regenboog worden afgewezen.\n\nProceskosten\n\n4.11.. \n\nDe Regenboog wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de kant van de gemeente begroot op:\n\ngriffierecht € 735,00\n\nsalaris advocaat € 1.177,00\n\nnakosten € 189,00\n\nTotaal € 2.101,00\n\n5. De beslissing\n\nDe voorzieningenrechter\n\n5.1.. wijst de vorderingen af,\n\n5.2.. veroordeelt De Regenboog in de proceskosten van de gemeente van € 2.101,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,\n\n5.3.. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.\n\nDit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.\n\n1155\n\n MvT, Kamerstukken II, 32 027, nr. 3, p.6.\n\n Artikel 3.65a Aanbestedingswet 2012\n\n Artikel 10.3.4 van de leidraad","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7506","2026-06-23T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:29:46.456Z",{"id":34,"ecli":35,"slug":36,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":19,"fullText":37,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":38,"sourceTimestamp":30,"parsedAt":31,"updatedAt":39},"1994","ECLI:NL:RBNHO:2026:7508","ecli-nl-rbnho-2026-7508","RECHTBANK Noord-Holland\n\nCiviel recht\n\nZittingsplaats Haarlem\n\nZaaknummer: C\u002F15\u002F377934 \u002F KG ZA 26-256\n\nVonnis in kort geding van 25 juni 2026\n\nin de zaak van\n\n [eiser],\n\nte [plaats],\n\neisende partij,\n\nhierna te noemen: [eiser],\n\nadvocaat: mr. R.L.G.J. Eikelboom,\n\ntegen\n\nGEMEENTE ZAANSTAD,\n\nte Zaanstad,\n\ngedaagde partij,\n\nhierna te noemen: de gemeente,\n\nadvocaat: mr. M.W. Langhout.\n\n1. De procedure\n\n1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:\n\n- de dagvaarding met producties 1 tot en met 3\n\n- de producties 1 tot en met 3 van de gemeente - de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de pleitnota van [eiser] - de pleitnota van de gemeente.\n\n1.2.. Voor de mondelinge behandeling op 11 juni 2026 zijn verschenen namens [eiser] de heer [betrokkene 1], echtgenoot van [eiser] en schriftelijk gemachtigd om haar ter zitting te vertegenwoordigen, bijgestaan door mr. Eikelboom voornoemd en namens de gemeente mevrouw [betrokkene 2] (contractmanager), de heer [betrokkene 3] (jurist) en de heer [betrokkene 4] (projectleider), bijgestaan door mr. Langhout voornoemd.\n\n1.3.. Tenslotte is vonnis bepaald.\n\n2. De feiten\n\n2.1.. De gemeente Zaanstad heeft in december 2025 de Europese openbare aanbesteding Specialistische Jeugdhulp Segment C en V 2027 Zaanstreek-Waterland gepubliceerd. Zij treedt hierin samen op met de gemeenten Purmerend, Edam-Volendam, Wormerland, Landsmeer en Oostzaan.\n\n2.2.. \n\nDe Offerteleidraad (hierna: de leidraad) houdt onder meer het volgende in:\n\n(…)4.2. \n\nContactpersonen en -gegevens\n\n(…)\n\nIndien er naar aanleiding van deze aanbestedingsleidraad nog vragen zijn, dient de gegadigde deze via TenderNed te stellen. (…)Deze vragen dienen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk voor het op TenderNed gepubliceerde tijdstip, te zijn ingediend. Vragen die na dit tijdstip binnenkomen, worden in beginsel niet beantwoord. De gemeente behoudt zich het recht voor vragen die na dit tijdstip binnenkomen wel te beantwoorden als dat vanwege de aard van de vraag wenselijk is.\n\nBeantwoording van de vragen vindt plaats middels een nota van inlichtingen via TenderNed aan alle gegadigden. De vragen en de daarop gegeven antwoorden moeten worden beschouwd als integraal onderdeel van de aanbestedingsdocumenten en worden volgens planning gepubliceerd op TenderNed.\n\n(…)\n\n5. Beschrijving opdracht5.1. \n\nUitgangspunten, doelstellingen en voorzieningen\n\n(…)\n\nDe opdracht heeft betrekking op de gezamenlijke inkoop van specialistische jeugdhulp voor de periode 2027-2034. De inkoop richt zich op:\n\nsegment C: hoogspecialistische en\u002Fof complexe ambulante hulp;\n\nsegment V: verblijfszorg.\n\nSegmenten C en V zijn onderdeel van het jeugdzorgstelsel in de regio Zaanstreek-Waterland. Het jeugdhulpstelsel bestaat uit vijf onderdelen die segmenten worden genoemd. Segment A is de basis: lokale teams en lichte hulp die vrij toegankelijk is. Segment B biedt specialistische ambulante hulp voor enkelvoudige problemen. Segment C is voor complexe, hoogspecialistische hulp. Segment D richt zich op ernstige dyslexiezorg. Segment V omvat 24-uurs verblijf voor jeugdigen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen.\n\n(…)\n\n6. Percelenverdeling en inkoopmethodiek\n\nDeze opdracht is onderverdeeld in drie percelen (zie tabel). Het betreft twee percelen voor segment C en één perceel voor segment V. (…)\n\n(…)6.1.2. \n\nIndeling in percelen\n\nDe inkoop van segment C is opgedeeld in twee percelen:\n\nPerceel 1A is bedoeld voor kernpartners die actief bijdragen aan de doorontwikkeling van het zorglandschap en vanaf 2030 gezamenlijk de volledige zorgvraag in segment C opvangen.\n\nPerceel 1B is bedoeld voor overige leveranciers die zonder ontwikkelverplichting een deel van de zorg leveren gedurende drie jaar tot 2030.\n\n(…)\n\nInkoopprocedure perceel 1B\n\nDe procedure voor perceel 1B bestaat uit twee fases. Inschrijvers moeten voldoen aan de\n\ngeschiktheidseisen en selectiecriteria (zie paragraaf 7.3). Na inschrijving wordt gecontroleerd of de ingediende stukken volledig en correct zijn. Vervolgens worden de inschrijvers die een juiste inschrijving hebben gedaan uitgenodigd voor de onderhandelingsgesprekken over de prijs.\n\n(…)6.6. \n\nRechtsverwerking\n\nDe aanbestedingsleidraad is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Desondanks kunnen er toch onduidelijkheden\u002Fonvolkomenheden in het document (en\u002Fof bijlagen) voorkomen.\n\nGemeente verwacht een proactieve houding van de gegadigden, wat betekent dat de gegadigden eventuele onduidelijkheden en\u002Fof onvolkomenheden in de aanbestedingsleidraad zo spoedig mogelijk, in ieder geval vóór de laatste nota van inlichtingen, aan Gemeente moeten melden.\n\n(…)6.7. \n\nMededeling van de gunningbeslissing\n\nDe aanbestedende dienst zal de inschrijvers gelijktijdig schriftelijk informeren over het voornemen tot gunning. De mededeling van de gunningsbeslissing bevat de relevante redenen voor die beslissing.\n\n(…)\n\nDe aanbestedende dienst neemt een termijn van 20 kalenderdagen (stand stilltermijn) in acht voordat zij de met de gunningsbeslissing beoogde raamovereenkomst sluit. De betrokken inschrijvers hebben aldus de gelegenheid om binnen 20 kalenderdagen ingaande op de dag na de verzenddatum van de mededeling van de gunningsbeslissing, tegen deze beslissing op te komen en een kort geding aanhangig te maken bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.\n\nDeze termijn, die gelijkloopt met de stand still termijn, is een vervaltermijn. Een kort geding moet voor deze termijn aanhangig zijn gemaakt.\n\nEen kort geding is aanhangig vanaf het moment dat aan de aanbestedende dienst de datum van het kort geding en de inhoud daarvan (door het toesturen van de conceptdagvaarding) is medegedeeld óf vanaf de dag dat de deurwaarder de aanbestedende dienst heeft betekend.\n\n(…)6.8. \n\nKlachtenprocedure\n\nKlachten over deze aanbestedingsprocedure kunnen op de manier zoals in onze klachtenregeling omschreven, worden ingediend bij het volgende mailadres: klachtenInkoop@zaanstad.nl.\n\n(…)7.3. \n\nGeschiktheidseisen\n\n(…)\n\nAanvullende geschiktheidseis aandeel ZZP'ers\n\nDe inschrijver toont aan dat zijn organisatie beschikt over een stabiele personele bezetting met een substantieel aandeel medewerkers in loondienst. Dit draagt bij aan continuïteit, kwaliteit en borging van zorg.\n\nBij inschrijving voegt de inschrijver een ondertekend document toe waarin het percentage\n\nmedewerkers in loondienst wordt vermeld. Dit percentage bedraagt minimaal 80%. Dit document bevat:\n\nDe totale personeelskosten\n\nDe personeelskosten van de medewerkers in loondienst.\n\nHet berekende percentage medewerkers in loondienst ten opzichte van het totaal.\n\nEen verklaring dat dit percentage representatief is voor de inzet binnen de regio Zaanstreek- Waterland.\n\n(…).\n\nAanvullende geschiktheidseis samenstelling multidisciplinair team\n\nOpdrachtnemer heeft binnen haar organisatie een multidisciplinair team welke ter beschikking staat voor behandeling van Cliënten binnen de regio Zaanstreek-Waterland. Hier stellen we de volgende eisen aan:\n\nHet team dient te bestaan uit verschillende disciplines werkzaam binnen de organisatie en bevat minimaal: een (kinder- en jeugd)Psychiater of een Arts VG, een Klinisch psycholoog\u002FGZ psycholoog of Orthopedagoog Generalist (OG-er) en een systeemtherapeut.\n\nHet team kan gezamenlijk ondersteunen. Dit ten behoeve van de vorming van een behandelplan en\u002Fof oplossingen voor vragen van de jeugdige \u002F het gezin vanuit een interdisciplinaire visie vereist, teneinde de juiste dienstverlening te matchen bij de juiste probleemstellingen bij zeer complexe casussen, waarbij intercollegiale consultatie van een enkele behandelaar niet afdoende is.\n\nHet team dient een outreachend karakter te hebben en beschikbaar te zijn.\n\nHet team omvat 10 tot 15 fte.\n\nBij inschrijving voegt de inschrijver een document toe waarin de samenstelling van het team wordt beschreven, inclusief:\n\nFuncties en disciplines binnen het team inclusief BIG- en SKJ-registratienummers\n\nAantal FTE per discipline.\n\n(…)7.3.4. \n\nReferentie eisen\n\nWij verzoeken u om aan de hand van referenties aan te tonen dat u beschikt over de kerncompetenties die nodig zijn voor de uitvoering van deze opdracht. (…) U dient enkel een referentie in te dienen voor het perceel waarvoor u zich inschrijft. Het is ook toegestaan om referenties van een derde op te geven. In dat geval doet u een beroep op die derde, zoals bedoeld in paragraaf 10.3.4.\n\n(…)10.3.4. \n\nBeroep op draagkracht derde\n\nAls u een beroep wilt doen op de draagkracht van een derde om aan de geschiktheidseisen te voldoen zoals beschreven in hoofdstuk 7, dan moet u dat aan geven in deel IIC van het UEA. Hierbij moet u toelichten op welke specifieke draagkracht van de derde een beroep wordt gedaan. Daarnaast levert u bij inschrijving het door de derde ingevulde en ondertekende UEA in. Hiernaast dient u ook een ‘verklaring beroep op derde’ in, zie bijlage 13.\n\n(…)10.7.2. \n\nRechtsgang\n\nEen voorlopige selectie- of gunningsbeslissing is nog geen aanvaarding van een aanbod. De inkopende organisatie stuurt de mededeling van selectie of gunning via het aanbestedingsplatform. Is een potentiële opdrachtnemer het niet eens met een afwijzing? Dan kan hij een kort geding starten. Dat moet binnen 20 kalenderdagen na de bekendmaking van de selectie of gunning. Na die termijn vervalt het recht op bezwaar en schadevergoeding.\n\n2.3.. \n\n [eiser] is van beroep orthopedagoog-generalist en K&J NIP in afronding.\n\nZij heeft op 23 maart 2026 namens haar onderneming Jij, Ik en Wijingeschreven op de aanbesteding voor segment C, perceel 1 B.\n\n2.4.. \n\nBij brief van 24 april 2026 heeft de gemeente [eiser] de volgende beslissing meegedeeld:\n\n(…)\n\nUw inschrijving wordt uitgesloten van deelname. Uw inschrijving voldoet helaas niet aan de gestelde eisen.\n\nWe hebben vastgesteld dat de door u ingediende bijlagen voor geschiktheidseis aandeel ZZP'ers en samenstelling multidisciplinair team niet aan de gestelde eisen voldoen. U beschikt namelijk volgens uw ingediende stukken niet over 80% eigen personeel, maar 11%.\n\nDaarnaast beschikt u over onvoldoende FTE voor de samenstelling van het multidisciplinair team zoals beschreven in de offerteleidraad. Dit komt niet voor herstel in aanmerking.\n\nDaarom is uw inschrijving ongeldig, waardoor deze niet verder wordt beoordeeld en u niet in aanmerking komt voor deelname aan fase 2 noch voor gunning.\n\nBent u het niet eens met dit besluit?\n\nDan kunt u tot en met 14 mei 2026 bezwaar maken tegen deze beslissing. Wordt er geen bezwaar gemaakt uiterlijk op gemelde datum, dan is uw recht om dat te doen vervallen.\n\n2.5.. \n [eiser] is het niet eens met de beslissing en heeft bezwaar gemaakt bij de gemeente. Op 15 mei 2026 heeft de gemeente [eiser] bericht dat het niet mogelijk is om bezwaar te maken bij de gemeente, maar dat zij hiervoor een kort geding aanhangig moest maken binnen de termijn en dat dan uiterlijk op 14 mei 2026 de conceptdagvaarding aan de gemeente toegestuurd had moeten zijn.\n\n2.6.. \n\nOmdat [eiser] ook via een andere gegadigde had gehoord dat een kort geding de aangewezen weg is, heeft haar advocaat bij brief van 14 mei 2026 de rechtbank verzocht een datum te bepalen voor het kort geding. In zijn brief vermeldt hij: Ik werd gisteravond pas verzocht door cliënte, mevrouw [eiser] - de Boer, om het kort geding aan te vragen.\n\nDat moest uiterlijk vandaag (c.q. wellicht morgen i.v.m. hemelvaartsdag). De wederpartij (gemeente Zaanstad) heb ik nog niet kunnen contacteren (…).\n\n2.7.. Op 15 mei 2026 heeft de rechtbank de datum\u002Ftijd voor het kort geding bepaald en is die informatie gecommuniceerd aan de advocaat van [eiser], die deze informatie inclusief de concept-dagvaarding nog dezelfde dag heeft gedeeld met de gemeente.\n\n3. Het geschil\n\n3.1.. \n\n [eiser] vordert - na eisvermeerdering - dat de voorzieningenrechter:\n\nde gemeente gelast om de uitsluitingsbeslissing van 24 april 2026 in te trekken, althans totdat de inschrijving van [eiser] is herbeoordeeld te schorsen, althans [eiser] alsnog toe te laten tot fase 2 van de gunningsprocedure,\n\nII. de gemeente gelast om de inschrijving van [eiser] te herbeoordelen met in achtneming van het gelijkheidsbeginsel, het transparantiebeginsel en het proportionaliteitsbeginsel,\n\nIII. de gemeente gelast zich tot nader order te onthouden van het sluiten van overeenkomsten met andere gegadigden,\n\nIV.de gemeente primair veroordeelt in de volledige kosten van deze kortgedingprocedure\n\n(€ 3.250 excl. btw per zaak, te vermeerderen met de deurwaarderskosten en griffierechten) en subsidiair in de forfaitaire kosten van deze kortgedingprocedure, de nakosten daaronder\n\nbegrepen.\n\n3.2.. \n\n [eiser] stelt dat de gemeente haar uitsluitingsbeslissing onvoldoende inzichtelijk heeft gemotiveerd en dat de beslissing lijkt te berusten op een te beperkte uitleg van de\n\naanbestedingsstukken, met name waar het gaat om de betekenis van structureel beschikbare capaciteit, onderaanneming, beroep op derden en de onderscheiden positie van perceel 1B. Zij voert aan dat de afwijzingsbrief uitsluitend de uitkomst van de beoordeling vermeldt, maar niet inzichtelijk maakt:\n\na. of structureel verbonden professionals, onderaannemers of derden zijn beoordeeld,\n\nb. waarom geen nadere verificatie heeft plaatsgevonden van de opgegeven teamstructuur en beschikbare capaciteit.\n\nZij stelt dat zij daardoor niet kan controleren of de eisen juist en consistent zijn toegepast, wat temeer relevant is omdat de aanbestedingsstukken uitdrukkelijk voorzien in\n\ninschrijving als hoofdaannemer met onderaannemers, inschrijving als combinatie en beroep op draagkracht van derden. Zij wijst er in dat verband op dat in de opdrachtomschrijving is vermeld: : “Opdrachtgever heeft geen voorkeur voor de wijze waarop dit wordt georganiseerd door Opdrachtnemers. Dit kan bijvoorbeeld zijn door het versterken van eigen capaciteit, het werken met onderaannemers of het inschrijven als combinatie”waaruit blijkt dat de stukken niet uitsluitend uitgaan van één klassieke organisatievorm waarin alle relevante zorgprofessionals in loondienst zijn, maar juist erkennen dat capaciteit en deskundigheid ook via andere juridische structuren en samenwerking kan worden georganiseerd. Zij benadrukt dat zij al drie jaar samenwerkt met een groep van circa 11 zzp-ers, dat zij op die manier de zorg levert en dat dit op basis van de opdrachtomschrijving toegestaan zou moeten zijn. Zij stelt dat sprake is van volstrekte willekeur en toepassing van onduidelijke gunningscriteria, waarbij de persoonlijke voorkeuren van de vertegenwoordiger van de gemeente die daarmee is belast, naar bevind van zaken kunnen worden toegepast, wat vervolgens oncontroleerbaar is.\n\n3.3.. De gemeente voert verweer. In de eerste plaats voert zij aan dat [eiser] niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar vordering, omdat zij haar vordering te laat heeft ingesteld. De gemeente wijst er op dat de selectiebeslissing dateert van 24 april 2026 en dat de laatste dag van de termijn om daartegen op te komen 14 mei 2026 was. Op die datum heeft [eiser] de rechtbank wel om een datum gevraagd, maar pas op 15 mei 2026 heeft [eiser] de gemeente geïnformeerd over de gevraagde datum en de concept-dagvaarding doen toekomen.\n\n3.4.. \n\nIn de tweede plaats betwist de gemeente dat sprake is van volstrekte willekeur bij het beoordelen van de inschrijvingen en al helemaal dat \"persoonlijke voorkeuren van de vertegenwoordiger van de gemeente die daarmee is belast, naar bevind van zaken kunnen worden toegepast”, zoals [eiser] heeft gesteld. De gemeente benadrukt dat de inschrijvingen zorgvuldig en door meerdere personen zijn beoordeeld, die daarbij naar eer en geweten hebben gehandeld. Verder voert de gemeente aan dat [eiser] erover klaagt dat de gunningscriteria onduidelijk zijn, maar dat zij daarover had moeten klagen voorafgaande aan haar inschrijving en dat zij haar recht om te klagen nu verwerkt heeft. De gemeente wijst er op dat van een gegadigde in een aanbestedingsprocedure proactief handelen verwacht mag worden, wat betekent dat [eiser] over onduidelijkheid van de gunningscriteria niet pas na ontvangst van de uitsluitingsbeslissing kan klagen.\n\nDe gemeente benadrukt dat er hoge eisen worden gesteld omdat het hier gaat om specialistische jeugdhulp met een meervoudig of hoogspecialistisch karakter, die niet vrij toegankelijk is en alleen beschikbaar is op basis van een verwijzing door een wettelijke verwijzer. Daarbij bestaat de doelgroep veelal uit jeugdigen met complexe problematiek, vaak in combinatie met ouders die worstelen met hun opvoedrol, mede als gevolg van eigen psychische of sociale problemen. De gemeente wijst er op dat het daarom van belang is om aan de hand van de geschiktheidseisen te kunnen vaststellen of de inschrijver geschikt is om de gevraagde opdracht uit te voeren. De eis van minimaal 80% medewerkers in loondienst is dan ook gesteld met het oog op borging van de continuïteit, kwaliteit en zorg en aan deze eis voldoet [eiser] niet. Ook heeft zij niet aangetoond dat zij voldoet aan de gestelde eis dat haar team bestaat uit 10 – 15 fte.\n\n3.5.. Over de eisvermeerdering van [eiser] stelt de gemeente in de eerste plaats dat deze moet worden geweigerd, omdat deze in strijd is met de goede procesorde. Daarnaast stelt zij dat de lat voor een reële proceskostenvergoeding hoog ligt en dat [eiser] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van misbruik van recht.\n\n3.6.. Op de stelling van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.\n\n4. De beoordeling\n\nOntvankelijkheid\n\n4.1.. Het meest verstrekkende verweer van de gemeente is dat [eiser] de gemeente niet tijdig in kort geding heeft betrokken om bezwaar te maken tegen de beslissing van 24 april 2026 en daarom niet in haar vordering kan worden ontvangen.\n\n4.2.. Dit verweer faalt. Vast staat dat de termijn om tegen de beslissing op te komen eindigde op Hemelvaartsdag. Dit is een in de Europese Unie erkende feestdag in Nederland. Uit de Memorie van Toelichting bij de Aanbestedingswet 2012 volgt dat een opschortingstermijn na de gunningsbeslissing die eindigt op een erkende feestdag, eindigt op het laatste uur van de daarop volgende werkdag. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit ook moet gelden voor de beroepstermijn ten aanzien van de beslissing tot uitsluiting als bedoeld in artikel 10.7.2 van de leidraad. Dit betekent dat [eiser] deze kortgedingprocedure tijdig aanhangig heeft gemaakt.4.3.. Daarnaast heeft de gemeente in de brief met de uitsluitingsbeslissing zelf aangegeven dat er tot en met 14 mei 2026 bezwaargemaakt kon worden. Ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat [eiser] door die formulering op het verkeerde been is gezet en daarom haar bezwaar in eerste instantie bij de gemeente wilde indienen en niet direct een kortgedingprocedure is gestart. De gemeente heeft ter zitting ook erkend dat de formulering in de brief ongelukkig is geweest. Toen het voor [eiser], op grond van een reactie van de gemeente op het bezwaarschrift van een andere inschrijver, duidelijk was geworden dat in de brief bedoeld is dat zij een kortgedingprocedure moest starten, heeft zij direct een advocaat ingeschakeld die op 14 mei 2026 de rechtbank verzocht om een datumbepaling. Op 14 mei 2026 was het echter Hemelvaartsdag, een algemeen erkende feestdag, waarop de rechtbank gesloten was. Hierdoor is de aanvraag om een datumbepaling niet eerder in behandeling genomen dan op 15 mei 2026. Direct na ontvangst van de dagbepaling op 15 mei 2026 is ook de gemeente hierover ingelicht onder toezending van de concept dagvaarding. Aangezien de gemeente zelf onduidelijkheid heeft gecreëerd over de te volgen procedure, kan zij zich in dit geval in redelijkheid niet beroepen op een (eventuele) termijnoverschrijding met slechts één dag. [eiser] kan daarom worden ontvangen in haar vorderingen.\n\nSpoedeisend belang\n\n4.4.. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.\n\n4.5.. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering.\n\nBezwaar tegen de eisvermeerdering\n\n4.6.. Het bezwaar van de gemeente, dat de eisvermeerdering in strijd zou zijn met de goede procesorde en daarom niet geaccepteerd kan worden, wordt verworpen. [eiser] mocht haar eis nog wijzigen op de zitting, tenzij dat in strijd zou zijn met de goede procesorde. Dat is niet het geval. Het om een zeer beperkte aanvulling op de eis voor een proceskostenveroordeling. De gemeente heeft hiertegen ter zitting ook inhoudelijk verweer gevoerd, zodat zij door deze eisvermeerdering niet in haar verdediging is geschaad. De eisvermeerdering wordt toegelaten.\n\nIs de uitsluitingsbeslissing voldoende inzichtelijk en deugdelijk gemotiveerd?\n\n4.7.. \n\n [eiser] heeft gesteld dat de beslissing niet voldoende inzichtelijke en deugdelijk gemotiveerd is en dat niet blijkt of daarbij structureel verbonden professionals, onderaannemers of derden zijn beoordeeld. De gemeente heeft haar beslissing in de brief aan [eiser] als volgt toegelicht:\n\nWe hebben vastgesteld dat de door u ingediende bijlagen voor geschiktheidseis aandeel ZZP'ers en samenstelling multidisciplinair team niet aan de gestelde eisen voldoen. U beschikt namelijk volgens uw ingediende stukken niet over 80% eigen personeel, maar 11%.\n\nDaarnaast beschikt u over onvoldoende FTE voor de samenstelling van het multidisciplinair team zoals beschreven in de offerteleidraad. Dit komt niet voor herstel in aanmerking.\n\n4.8.. \n\nUit wat de gemeente naar voren heeft gebracht blijkt dat zij heeft gekeken naar de opgave van de door [eiser] ingeschakelde derden en de toelichting daarbij bij haar inschrijving, maar dat [eiser] de vraag of zij een beroep doet op de draagkracht van derden met ‘nee’ heeft beantwoord. Uit haar als bewijsstuk bijgevoegde lijst van het team waarmee zij de zorg verleent, blijkt dat dit team bestaat uit 1 regiebehandelaar ([eiser] zelf) en 8 zelfstandig werkende professionals. [eiser] heeft in haar toelichting zelf vermeld dat het aandeel zelfstandig werkende professionals circa 89% bedraagt.\n\nAan de hand van de uitleg van [eiser] heeft de gemeente vastgesteld dat [eiser] voor 89% een beroep doet op zzp-ers en dus hooguit 11% eigen personeel heeft om de gevraagde zorg te verlenen. Hiermee voldoet [eiser] niet aan de eis dat de inschrijver aantoont dat minimaal 80% van de betrokken medewerkers in loondienst is bij de inschrijver om zo de continuïteit, kwaliteit en zorg te borgen. Ook heeft de gemeente er terecht op gewezen dat uit de opgave van de door [eiser] in te schakelen zzp-ers niet kan worden afgeleid voor hoeveel fte per discipline deze personen kunnen bijdragen aan de zorg. De gemeente heeft er terecht op gewezen dat het hier gaat om zelfstandig opererende professionals, van wie het aannemelijk is dat zij er ook een eigen praktijk op na houden en dat niet is gebleken dat zij allen fulltime werken.\n\n4.9.. \n\nOok heeft [eiser] niet samen met anderen ingeschreven, om het samenwerkingsverband duidelijk te maken. Daarbij heeft de gemeente benadrukt dat ook als [eiser] de vraag of zij een beroep doet op de draagkracht van derden met ‘ja’ zou hebben beantwoord, ieder van de leden van het opgegeven team zelf ook een formulier had moeten indienen om de gemeente in staat te stellen te beoordelen of de afzonderlijke ‘teamleden’ aan de gestelde geschiktheidseisen voldoen. Omdat niet gezamenlijk is ingeschreven zijn die formulieren niet ingediend en kon de gemeente dit niet meenemen in haar beoordeling.\n\n [eiser] heeft nog betoogd dat zij dacht dat met ‘draagkracht’ financiële draagkracht werd bedoeld, maar dat komt voor haar rekening en risico. ‘Draagkracht’ is ook in relatie tot beroepsbekwaamheid een begrip uit de Aanbestedingswet 2012. Van een inschrijver mag worden verwacht dat deze daarmee bekend is. Bovendien is het begrip ook in de leidraad gebruiktin relatie tot de geschiktheidseisen.\n\n4.10.. \n [eiser] heeft nog gesteld dat de gemeente haar in de gelegenheid had moeten stellen om haar inschrijving hierop aan te passen, maar zoals de gemeente terecht heeft opgemerkt, is dat in een aanbesteding niet toegestaan. Het staat de gemeente niet vrij om een afzonderlijke inschrijver in de gelegenheid te stellen een inschrijving aan te passen of aan te vullen met nieuwe gegevens. Dat is in strijd met het gelijkheidsbeginsel waaraan de aanbestedende dienst gebonden is.\n\n4.11.. Tenslotte heeft [eiser] nog gesteld dat zij met haar team van zzp-ers wel gekeken heeft of zij gezamenlijk konden inschrijven, maar dat dit niet mogelijk bleek omdat men ook een referentie moest overleggen dat eerder voor de gemeente gewerkt was en de gemeente die referenties alleen wilde verstrekken als men als hoofdaannemer voor de gemeente actief was geweest, wat niet het geval was.\n\n4.12.. Wat hier ook van zij, [eiser] heeft ervoor gekozen om niet gezamenlijk met anderen in te schrijven en haar inschrijving voldeed niet aan de door de gemeente gestelde geschiktheidseisen. Dat zij ervan uit ging dat zij met de vermelding van haar team van zzp-ers wel aan de eis zou voldoen, maakt dit niet anders. De leidraad is op dit punt naar het oordeel van de voorzieningenrechter duidelijk. Die misvatting moet daarom voor rekening en risico van [eiser] blijven.\n\n4.13.. Uit het vorenstaande volgt dat de gemeente de inschrijving van [eiser] op goede gronden heeft uitgesloten van verdere deelname. Hieruit volgt dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen.\n\nProceskosten\n\n4.14.. \n\n [eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure tot op heden aan de kant van de gemeente begroot op:\n\ngriffierecht € 735,00\n\nsalaris advocaat € 1.177,00\n\nnakosten € 189,00\n\nTotaal € 2.101,00\n\n5. De beslissing\n\nDe voorzieningenrechter\n\n5.1.. wijst de vorderingen af,\n\n5.2.. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van de gemeente van € 2.101,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,\n\n5.3.. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.\n\nDit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.\n\n1155\n\n MvT, Kamerstukken II, 32 027, nr. 3, p.6.\n\n Artikel 3.65a Aanbestedingswet 2012\n\n Artikel 10.3.4 van de leidraad","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7508","2026-07-13T00:29:49.122Z",{"id":41,"ecli":42,"slug":43,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":44,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":45,"sourceTimestamp":46,"parsedAt":31,"updatedAt":47},"433","ECLI:NL:RBNHO:2026:6348","ecli-nl-rbnho-2026-6348","RECHTBANK Noord-Holland\n\nCiviel recht\n\nZittingsplaats Haarlem\n\nZaaknummer: C\u002F15\u002F375522 \u002F KG ZA 26-114\n\nVonnis in kort geding van 5 juni 2026\n\nin de zaak van\n\nUITKIJKPOST MEDIA B.V.,\n\nte Heiloo,\n\neisende partij,\n\nhierna te noemen: Uitkijkpost,\n\nadvocaat: mr. C.S.G. de Lange,\n\ntegen\n\nGEMEENTE HEILOO,\n\nte Heiloo,\n\ngedaagde partij,\n\nhierna te noemen: de gemeente,\n\nadvocaat: mr. M.W. Langhout.\n\n1. De procedure\n\n1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:\n\n- de dagvaarding\n\n- de akte overlegging producties 1 tot en met 15\n\n- producties 1 tot en met 5 van de zijde van de gemeente - de mondelinge behandeling van 23 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de pleitnota van Uitkijkpost - de pleitnota van de gemeente.\n\n1.2.. Voor de mondelinge behandeling op 23 april 2026 zijn verschenen namens Uitkijkpost de heer [betrokkene 1] (bedrijfsleider) en de heer [betrokkene 2] (aandeelhouder\u002Fdirecteur), bijgestaan door mr. De Lange voornoemd en namens de gemeente mevrouw [betrokkene 3] (inkoopadviseur), mevrouw [betrokkene 4] (inkoopadviseur) en mevrouw [betrokkene 5] (communicatieadviseur), bijgestaan door mr. Langhout voornoemd.\n\n1.3.. \n\nNadat partijen over en weer het woord gevoerd hebben is de verdere behandeling van de zaak pro forma aangehouden voor de duur van drie weken om partijen in de gelegenheid te stellen met elkaar en met Rodi Media in gesprek te gaan.\n\nIn een bericht van 22 mei 2026 heeft mr. Langhout, mede namens Uitkijkpost de voorzieningenrechter verzocht vonnis te wijzen.\n\n1.4.. Tenslotte is vonnis bepaald op heden.\n\n2. De feiten\n\n2.1.. De gemeente heeft in september 2024 een meervoudig onderhandse aanbesteding aangekondigd voor het publiceren van het gemeentenieuws in een lokale krant. Zij heeft Uitkijkpost en Rodi Media uitgenodigd om in te schrijven. Gunningscriterium was beste- prijs-kwaliteit-verhouding.\n\n2.2.. In een brief van 3 december 2024 heeft de gemeente aan Uitkijkpost meegedeeld dat zij voornemens was de opdracht te gunnen aan Rodi Media.\n\n2.3.. Uitkijkpost heeft tegen die gunningsbeslissing bezwaar gemaakt en de gemeente verzocht de voorgenomen gunningsbeslissing in te trekken. De gemeente heeft hieraan geen gevolg gegeven, waarna Uitkijkpost een kort geding procedure is begonnen tegen de gemeente. In het vonnis van 31 januari 2025 heeft de voorzieningenrechter de gemeente veroordeeld zowel de gunningsbeslissing aan Rodi Media als de aanbesteding in te trekken.\n\n2.4.. In april 2025 hebben evaluatiegesprekken plaatsgevonden tussen de gemeente en Uitkijkpost en de gemeente en Rodi Media.\n\n2.5.. \n\nIn november 2025 heeft de gemeente opnieuw een onderhandse aanbesteding aangekondigd en zowel Uitkijkpost als Rodi Media uitgenodigd om in te schrijven.\n\nBeide inschrijvers hebben in de twee vragenrondes vragen gesteld over het Programma van Eisen en de deadline. Na de eerste vragenronde werd het Programma van Eisen aangepast. Nadat partijen in de volgende vragenronde opnieuw vragen hadden gesteld, heeft de gemeente op 20 januari 2026 deze aanbesteding ingetrokken met de mededeling dat een nieuwe aanbesteding zou volgen.\n\nUitkijkpost heeft tegen de mededeling dat de aanbesteding werd ingetrokken geen bezwaar gemaakt.\n\n2.6.. Op 28 januari 2026 heeft de gemeente een aanbesteding uitgeschreven voor advertentieruimte ten behoeve van gemeentelijke publicaties in een huis-aan-huisblad. De gemeente heeft Uitkijkpost en Rodi Media opnieuw uitgenodigd om in te schrijven. In deze aanbesteding heeft de gemeente niet langer concrete eisen gesteld wat betreft oplage, redactie inhoud en bezorging. Het gunningscriterium is ‘laagste prijs’.\n\n2.7.. In de eerste vragenronde hebben beide inschrijvers vragen gesteld over:\n\na. de oplage (aantallen);\n\nb. de planning; en,\n\nc. het ontbreken van eisen m.b.t. redactie inhoud, bezorging, etc.\n\nDe gemeente heeft in de Nota van Inlichtingen 1 (NvI 1) geantwoord dat dit allemaal de verantwoordelijkheid is van de inschrijvers, dat zij beide titels kent en genoeg informatie heeft over hoe beide titels inhoudelijk zijn.\n\n2.8.. Op 10 februari 2026 heeft Uitkijkpost schriftelijk formeel bezwaren geuit tegen de opzet van de aanbestedingsprocedure (gunning op basis van laagste prijs).\n\n2.9.. In een brief van 19 februari 2026 heeft de gemeente als volgt gereageerd op de door Uitkijkpost ingediende bezwaren.\n\n‘Zoals aangegeven in de Nota van Inlichtingen zijn er in Heiloo twee partijen die een huis-aan-huisblad verspreiden. Wij wensen ons gemeentelijk nieuws in één van deze bestaande bladen te laten plaatsen. Wij kennen beide bladen. Wij menen dat, mede gegeven de gestelde eisen, beide partijen de gevraagde kwaliteit kunnen leveren en ook dat de kwaliteit van beide partijen niet veel verschilt. Dat is dan ook de reden dat wij wensen te gunnen op basis van laagste prijs (bovenop de gestelde eisen, blijft er naar onze mening te weinig onderscheidend vermogen over.)\n\n2.10.. Op 5 maart 2026 heeft de gemeente bekend gemaakt dat zij voornemens is de gunning toe te kennen aan Rodi Media.\n\n3. Het geschil\n\n3.1.. Uitkijkpost vordert – samengevat - dat de voorzieningenrechter bepaalt dat de gemeente gehouden is de gunningsbeslissing in te trekken en de aanbesteding in te trekken c.q. te beëindigen en verder bepaalt dat de tweede aanbesteding wordt voortgezet met inachtneming van dit vonnis of, indien er een nieuwe aanbesteding moet plaatsvinden, dit gebeurt met inachtneming van wat in dit vonnis is bepaald, met veroordeling van de gemeente in de kosten van het geding.\n\n3.2.. Uitkijkpost legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de gemeente de tweede aanbesteding op 20 januari 2026 niet had mogen stopzetten, omdat geen van de in de jurisprudentie genoemde mogelijke aanleidingen voor het intrekken van een aanbestedingsprocedure, te weten:\n\na. de gemeente wil op basis van gewijzigde inzichten de specificaties van de opdracht aanpassen,\n\nb. de gemeente heeft niet langer behoefte aan de aanbestede opdracht,\n\nc. de ingediende prijzen overschrijden het budget van de gemeente,\n\nd. de aanbestedingsprocedure bevat gebreken (bijvoorbeeld tegenstrijdige of dubbelzinnige eisen),\n\ne. er is maar één (geldige) inschrijving ontvangen, waardoor het concurrentieniveau te laag was,\n\nzich heeft voorgedaan, zodat de gemeente de tweede aanbestedingsprocedure moet voortzetten. Uitkijkpost stelt verder dat zij tegen het stopzetten van die aanbestedingsprocedure ook nu nog bezwaar kan maken, omdat de gemeente geen Alcatel-termijn heeft gesteld bij haar beslissing om die procedure te beëindigen.\n\n3.3.. De gemeente voert verweer. Zij voert aan dat zij besloten heeft de tweede aanbesteding in te trekken, omdat zij bij heroverweging tot de conclusie is gekomen dat zij slechts advertentieruimte in een bestaand huis-aan-huisblad wenst in te kopen, zodat zij veel van de eerder gestelde eisen kon laten varen. Zij stelt verder dat Uitkijkpost haar recht om te klagen over de intrekking van de tweede aanbesteding heeft verwerkt door hier niet tijdig over te klagen. Zij verklaart dat op het moment van intrekking van de aanbesteding nog niet was gegund en betwist dat sprake is van strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel of dat sprake is van favoritisme en\u002Fof manipulatie. Zij voert aan dat zij beide bestaande huis-aan-huisbladen kent, dat beide partijen de door de gemeente gevraagde kwaliteit kunnen leveren en dat zij wenst dat het gemeentelijk nieuws in één van deze bladen wordt geplaatst, waarvoor zij van beide partijen een prijs wil ontvangen, waarbij de vraag is wat het haar kost om in een van deze bladen een advertentie te plaatsen en dat het voor het antwoord op die vraag niet nodig is dat zij aangeeft hoeveel exemplaren er verspreid moeten worden.\n\n3.4.. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.\n\n4. De beoordeling\n\nSpoedeisend belang\n\n4.1.. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat Uitkijkpost daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen. Het gaat hier om een aanbestedingsprocedure en het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering.\n\nHeeft Uitkijkpost tijdig geklaagd?\n\n4.2.. De gemeente heeft onder meer als verweer gevoerd dat Uitkijkpost te laat geklaagd heeft tegen het beëindigen van de tweede aanbesteding. Uitkijkpost heeft hierover gesteld dat zij ook nu nog kan klagen tegen de intrekking van die aanbesteding omdat de gemeente daarbij geen Alcatel-termijn had gesteld. Dit betoog slaagt niet. De gemeente heeft op 20 januari 2026 zowel Uitkijkpost als Rodi Media geïnformeerd dat de tweede aanbesteding werd ingetrokken. Op dat moment heeft Uitkijkpost tegen die beëindiging geen bezwaar gemaakt. Die bezwaren voert zij voor het eerst nu, nadat in de huidige aanbestedingsprocedure is gegund. In het Grossmann-arrestis geoordeeld dat van een deelnemer aan een aanbesteding een proactieve houding mag worden verwacht, zodat wordt voorkomen dat aanbestedingsprocedures onnodig worden vertraagd en wordt bewerkstelligd dat eventuele omissies in de procedure zodanig tijdig aan de orde worden gesteld dat zij nog (eenvoudig) kunnen worden hersteld. Dit is zowel in het belang van de aanbestedende dienst als van de (andere) deelnemers, omdat voorkomen wordt dat kosten worden gemaakt voor een procedure die niet aan eisen voldoet. Het tijdstip waarop over een bepaald aspect van een aanbestedingsprocedure moet worden geklaagd, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In algemene zin dient van een gegadigde te worden verwacht dat hij zijn bezwaren kenbaar maakt zo spoedig mogelijk nadat hij kennis had of had behoren te hebben van de gestelde gebreken in de procedure. Die proactieve houding mag ook worden wanneer een inschrijver het niet eens is met de intrekking van een aanbesteding. Dat is bij uitstek een beslissing waarvoor geldt dat de hiervoor omschreven ratio van de Grossmann exceptie van de inschrijver actie verlangt. Dit betekent dat wordt geoordeeld dat Uitkijkpost te laat heeft geklaagd. Haar vordering om te bepalen dat de tweede aanbesteding wordt voortgezet wordt dan ook afgewezen.\n\nZijn de klachten van Uitkijkpost terecht aangevoerd?\n\n4.3.. \n\nWat betreft de huidige aanbesteding heeft Uitkijkpost aangevoerd dat geen sprake is van een gelijk speelveld tussen de inschrijvers als uitsluitend wordt uitgegaan van de laagste prijs. Uitkijkpost heeft verklaard dat zij voor de druk van haar blad afhankelijk is van Rodi Rotatie en dat zij voor de verspreiding van haar blad deels gebruik maakt van Rodi Verspreiding, beiden onderdeel van de Rodi|Groep, zodat Rodi Media marktkennis heeft van Uitkijkpost, wat in haar voordeel werkt en heeft gewerkt omdat Rodi Media weet dat haar prijs 25 % goedkoper is dan de kostprijs van Uitkijkpost. Uitkijkpost stelt dat de gemeente hiervoor een maatregel had moeten treffen.\n\nDe gemeente heeft dit betwist. Zij heeft benadrukt dat beide inschrijvers de door haar gevraagde kwaliteit kunnen leveren en dat de kwaliteit van beide bladen niet veel verschilt, terwijl het aan een inschrijver is om te bepalen met welke prijs er wordt ingeschreven. Uitkijkpost had alle ruimte bij het aanbieden van haar prijs en had in beginsel ook\n\nstrategisch mogen inschrijven. De gemeente betwist dat zij vooraf wist dat Uitkijkpost een aanbesteding op basis van laagste prijs nooit zou kunnen winnen.\n\n4.4.. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Dat Uitkijkpost gebruik maakt van diensten van andere onderdelen van de Rodi Groep maakt dat Rodi Media Uitkijkpost met haar inschrijving concurrentie kon aandoen. Rodi Media is echter niet bekend geraakt met deze informatie in de aanbestedingsprocedure, zodat zij die informatie niet onrechtmatig heeft verkregen. De omstandigheid dat Uitkijkpost voor het drukken en verspreiden van haar blad gebruik maakt van diensten van de Rodi Groep, maakt nog niet dat dit de gemeente ervan had moeten weerhouden als gunningscriterium ‘laagste prijs’ te bepalen. Niet gesteld of gebleken is dat de gemeente er vooraf mee bekend was dat Uitkijkpost gebruik maakt van deze diensten van Rodi Media. Bovendien was Uitkijkpost er uit de eerdere aanbestedingen mee bekend dat alleen zij en Rodi Media waren uitgenodigd om in te schrijven. Uitkijkpost had kunnen proberen haar bedrijfsproces aan te passen door bijvoorbeeld een andere drukker te vinden voor haar blad. Dat zij dit niet heeft gedaan, dient voor haar rekening en risico te blijven. Dit betekent dat het verwijt van Uitkijkpost aan de gemeente niet terecht is.\n\n4.5.. \n\nOok heeft Uitkijkpost erover geklaagd dat de gemeente haar eis wat betreft de oplage van het blad heeft laten vallen. Zij heeft gesteld dat de gemeente wenst dat haar lokale nieuws haar inwoners bereikt maar dat Rodi Media met haar blad een veel lagere dekkingsgraad heeft dan Uitkijkpost, te weten een dekkingsgraad van circa 8.800 exemplaren tegenover circa 10.000 exemplaren en dat Rodi Media bepaalde wijken in de gemeente helemaal niet bedient. De gemeente heeft verklaard dat haar geen klachten bereikt hebben van inwoners dat bepaalde wijken niet door Rodi bediend worden en dat zij genoegen neemt met de lagere oplage van Rodi Media. Uitkijkpost heeft nog aangevoerd dat de omstandigheid dat de gemeente hierover geen klachten heeft ontvangen verklaarbaar is omdat Uitkijkpost deze wijken met haar blad op dit moment, zolang er nog geen uitsluitsel is over de uitkomst van de aanbesteding, nog wel bedient. Uitkijkpost heeft haar stelling over de lagere dekkingsgraad en het niet bedienen van sommige wijken door Rodi Media echter niet onderbouwd, zodat haar betoog op dit punt onvoldoende aannemelijk is en hieraan voorbij gegaan wordt.\n\nDaar komt bij dat de gemeente heeft verklaard dat zij de kleinere oplage van Rodi, van circa 8.800 exemplaren voldoende dekkingsgraad acht en erop heeft gewezen dat Rodi Media haar blad ook verspreidt door het neer te leggen op bepaalde ophaalpunten. Nu niet langer eisen worden gesteld aan de oplage is het de gemeente toegestaan dit uitgangspunt te hanteren.\n\nEr bestaat dan ook geen grond om te bepalen dat de gemeente gehouden is de gunningsbeslissing in te trekken en de vorderingen van Uitkijkpost worden afgewezen.\n\nProceskosten\n\n4.6.. Uitkijkpost krijgt ongelijk. Daarom moet zij de proceskosten betalen die tot op heden aan de zijde van de gemeente worden begroot op:\n\ngriffierecht € 735,00\n\nsalaris advocaat € 1.177,00\n\nnakosten € 189,00((plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)\n\nTotaal € 2.101,00\n\n5. De beslissing\n\nDe voorzieningenrechter\n\n5.1.. wijst de vorderingen af,\n\n5.2.. veroordeelt Uitkijkpost in de proceskosten van de gemeente van € 2.101,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,\n\n5.3.. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.\n\nDit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op\n\n5 juni 2026.\n\n1155\n\n HvJ EG 12 februari 2004, ECLI:EU:C:2004:93","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6348","2026-06-02T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:28:29.814Z",1,20]