[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-s-hertogenbosch-mental-health-law-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":21,"total":16,"page":48,"limit":49},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},72,"'s-Hertogenbosch","nl","s-hertogenbosch",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},67,"mental-health-law-nl","Mental Health Law","NL","2026-07-08T16:54:19.252Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":20},3,{"min":18,"max":19},"2026-04-29T00:00:00.000Z","2026-06-25T00:00:00.000Z",[],[22,33,41],{"id":23,"ecli":24,"slug":25,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":19,"fullText":27,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":29,"sourceTimestamp":30,"parsedAt":31,"updatedAt":32},"1292","ECLI:NL:RBOBR:2026:4805","ecli-nl-rbobr-2026-4805","","RECHTBANK OOST-BRABANT\n\nZittingsplaats ’s-Hertogenbosch\n\nzaaknummers : 12105467 TD VERZ 26-110 & 12133250 TD VERZ 26-165\n\ndatum : 25 juni 2026\n\n [griffier]beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling en instelling mentorschap\n\nop verzoek van\n\n [verzoeker] ,\n\nwonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,\n\nhierna te noemen: de zus,\n\nmet betrekking tot\n\n [betrokkene] ,\n\ngeboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,\n\nwonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,\n\nhierna te noemen: betrokkene,\n\ngemachtigde mr. J.B.G. Gelissen.\n\nprocedure\n\nDe kantonrechter heeft kennisgenomen van:\n\nhet verzoek van de zus tot het instellen van een bewind voor betrokkene, met bijlagen, ontvangen op 19 februari 2026;\n\nde e-mails van de zus met bijlage, ontvangen op 3 maart 2026;\n\nhet verzoek van de zus tot het instellen van een mentorschap voor betrokkene, met bijlagen, waaronder haar bereidverklaringen bewindvoerder en mentor, ontvangen op 10 maart 2026;\n\nhet verweerschrift van [nicht] (hierna te noemen: de nicht), ontvangen op 18 maart 2026;\n\nde brief met bijlagen van de zus, ontvangen op 20 maart 2026;\n\nde brief van de zus van 31 maart 2026;\n\nde e-mail van [broer] (hierna te noemen: de broer), ontvangen op 26 maart 2026;\n\nde e-mail van de gemachtigde van betrokkene, ontvangen op 15 april 2026;\n\nde e-mail van de broer, met als bijlage een verweerschrift houdende een zelfstandig verzoek, ontvangen op 25 april 2026;\n\nhet verweerschrift met bijlagen van betrokkene, ingediend door zijn gemachtigde, ontvangen op 22 mei 2026;\n\nde e-mail van de gemachtigde van betrokkene met aanvullende producties, waaronder de bereidverklaringen bewindvoerder en mentor van de nicht, ontvangen op 26 mei 2026;\n\nde aanvullende informatie en bereidverklaringen van de broer, ontvangen op 23 juni 2026.\n\nHet verzoek is mondeling behandeld op de zitting van 28 mei 2026. Ter zitting zijn verschenen: betrokkene en zijn gemachtigde mr. J.B.G. Gelissen, de zus van betrokkene met haar echtgenoot, en de nicht van betrokkene (dochter van een overleden zus van betrokkene). De broer van betrokkene is via een Teams videoverbinding over het verzoek gehoord.\n\nbeoordeling\n\nSamengevat moet de kantonrechter beoordelen of het noodzakelijk is de goederen van betrokkene onder bewind te stellen en een mentorschap ten behoeve van betrokkene in te stellen. Als die noodzaak bestaat, moet worden bepaald wie de maatregelen zal gaan uitvoeren. Betrokkene en zijn familieleden verschillen hierover onderling van mening.\n\nDe nadere inhoudelijke beoordeling door de kantonrechter is uit privacyoverwegingen voor betrokkene opgenomen in een aparte bijlage bij deze beschikking. Deze bijlage maakt in zijn geheel onderdeel uit van de beschikking.\n\n Uit de processtukken en de behandeling op de zitting blijkt dat betrokkene als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Daarom zal de kantonrechter bewind instellen. De kantonrechter zal de in de beslissing genoemde personen tot bewindvoerders benoemen, nu daartegen geen gegronde bezwaren zijn gebleken.\n\nBetrokkene is (op dit moment) niet in staat om de rekening en verantwoording te beoordelen. Betrokkene is (op dit moment) niet in staat om toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 Burgerlijk Wetboek.\n\nUit de processtukken en behandeling op de zitting blijkt ook dat betrokkene vanwege zijn geestelijke of lichamelijke toestand onvoldoende in staat is zijn niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Daarom zal de kantonrechter naast het bewind een mentorschap instellen. De kantonrechter zal de in de beslissing genoemde mentoren benoemen, nu daartegen geen gegronde bezwaren zijn gebleken.beslissing\n\nDe kantonrechter:\n\n- stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking\n\neen bewind in over de goederen die [betrokkene](zullen) toebehoren vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand;\n\n- benoemt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking tot bewindvoerders: [nicht] , wonende te [postcode] ’ [woonplaats] , [adres] , en [broer] , wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ;\n\n- stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking\n\neen mentorschap in ten behoeve van [betrokkene];\n\n- benoemt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking tot mentoren: [nicht] , wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] , en [broer] , wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ;\n\n- wijst af het meer of anders verzochte.\n\nDeze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.\n\nTegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger\n\nberoep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:\n\na. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;\n\nb. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan\n\nof nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.\n\nBijlage\n\nOverwegingen van de kantonrechter\n\nDe verzoeken en de verweren\n\nDe zus van betrokkene verzoekt de goederen van betrokkene onder bewind te stellen, met benoeming van zichzelf tot bewindvoerder. Zij verzoekt ook een mentorschap in te stellen ten behoeve van betrokkene, met benoeming van zichzelf tot mentor.\n\nDe zus acht betrokkene niet meer in staat om zelfstandig zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijk belangen naar behoren te behartigen. Zij verwijst naar een verklaring van de casemanager dementie uit [woonplaats] van 31 januari 2026, waarin staat dat betrokkene is gediagnosticeerd met dementie en dat zijn cognitieve vermogens afnemen.\n\nZij verwijst ook naar de brief van een notaris van 9 juli 2024, waaruit blijkt dat deze notaris betrokkene op dat moment niet wilsbekwaam achtte. De nicht regelt veel zaken voor betrokkene. In de afgelopen jaren heeft echter een aantal zaken plaatsgevonden waardoor de zus haar vertrouwen in de nicht is verloren. Bovendien is betrokkene recent door zijn nicht van [woonplaats] naar ’ [woonplaats] verhuisd zonder dat de zus daarover is geïnformeerd. Hoewel zij op dat moment eerste contactpersoon was voor de zorg in [woonplaats] , wist zij enige tijd niet waar betrokkene zich bevond en of alles in orde was met hem. Zij maakt zich zorgen.\n\nNa indiening van haar verzoeken heeft de zus verklaard niet langer zelf benoemd te willen worden tot bewindvoerder en mentor van betrokkene. Zij acht in plaats daarvan benoeming van een onafhankelijke professionele bewindvoerder en mentor aangewezen.\n\nDe nicht vraagt in haar verweerschrift een onafhankelijk medisch deskundige aan te wijzen om de wilsbekwaamheid en de aard van het hersenletsel van betrokkene objectief vast te stellen. Zij acht betrokkene nog voldoende in staat om zelfstandig zijn belangen te behartigen. Zij twijfelt aan de diagnose dementie. Betrokkene is in het voorjaar van 2026 in overleg met de nicht en de broer verhuisd, iets waar zij al een aantal jaar mee bezig waren. Hij is sindsdien behandeld voor het syndroom van Wernicke en het gaat veel beter met hem, nu hij al enige tijd veel minder drinkt dan voorheen. Voor het geval de kantonrechter instelling van een bewind en mentorschap noodzakelijk acht, verzoekt zij onafhankelijke professionals te benoemen. In een later schrijven heeft zij zichzelf bereid verklaard om tot bewindvoerder en mentor benoemd te worden. Zij is de meest betrokken mantelzorger en nauw betrokken contactpersoon en vertrouwenspersoon van haar oom. Zij ziet zich in haar mogelijkheden om haar oom bij te staan in financiële en medische zaken gesaboteerd door de zus. Betrokkene heeft volgens haar veel last van de strijd die binnen de familie is ontstaan.\n\nDe broer (oom van de nicht) vraagt in zijn verweerschrift het verzoek van de zus af te wijzen en op dit moment geen enkel verzoek tot het instellen van een bewind en mentorschap te behandelen, omdat er geen spoed voor bestaat. Betrokkene woont op een goede nieuwe plek binnen de muren van een verzorgingshuis, waar het goed met hem gaat. De broer wenst dat de huidige situatie in stand blijft. Als de kantonrechter toch een maatregel noodzakelijk acht, dan verzoekt hij om de vertrouwensband tussen betrokkene en zijn mantelzorger, de nicht, niet los te koppelen, en de nicht én zichzelf tot bewindvoerders en mentoren te benoemen.\n\nDe gemachtigde van betrokkene vraagt in het verweerschrift de verzoeken van de zus nietig of niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen omdat op geen enkele wijze is aangetoond dat betrokkene niet in staat zou zijn om zijn belangen behoorlijk waar te nemen. Betrokkene heeft geen schulden. Hij is onlangs verhuisd en woont momenteel zelfstandig in een appartement in een zorgcomplex. Uit niets blijkt dat het niet goed zou gaan. Mocht de kantonrechter instelling van bewind en mentorschap noodzakelijk achten, is het de wens van betrokkene dat zijn nicht en zijn broer benoemd worden tot bewindvoerders en mentoren.\n\nDe overwegingen van de kantonrechter – procedureel verweer\n\nDe gemachtigde van betrokkene heeft primair gesteld dat de inleidende verzoeken van de zus nietig of niet-ontvankelijk zijn. Zij zouden niet aan de wettelijke eisen voldoen, omdat in het mentorschapsverzoek het actuele adres van betrokkene niet juist is vermeld en ten onrechte de broer als medeverzoeker is genoemd. Ook is de nicht niet als belanghebbende vermeld, zijn de stellingen van de zus niet deugdelijk onderbouwd en heeft zij niet alle onderdelen van de formulieren volledig ingevuld.\n\nDe kantonrechter wijst dit verweer af. De gestelde tekortkomingen leiden niet tot nietigheid van het verzoekschrift. Voor niet-ontvankelijkheid ziet de kantonrechter geen aanleiding. Zoals ter zitting is gebleken, was het op grond van de stukken en de toelichting daarop voor alle betrokkenen en ook voor de kantonrechter (over)duidelijk welke verzoeken ter beoordeling voorliggen en op welke gronden. De verzoeken zijn vervolgens uitgebreid besproken, waarbij alle betrokkenen op elkaars stellingen en argumenten hebben kunnen reageren.\n\nDe overwegingen van de kantonrechter – bewind en mentorschap\n\n Op grond van de stukken en hetgeen is besproken op de zitting acht de kantonrechter voldoende aannemelijk dat betrokkene als gevolg van een lichamelijke of geestelijke toestand niet langer in staat is zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelfstandig voldoende te behartigen.\n\nBetrokkene is eerder gediagnosticeerd met dementie. Ook als die diagnose niet juist zou zijn, is volgens zijn nicht sprake van niet-aangeboren hersenletsel, mogelijk als gevolg van langdurig alcoholgebruik. Hij valt regelmatig. De kantonrechter heeft op de zitting geconstateerd dat betrokkene moeite heeft met zijn kortetermijngeheugen en dat hij zich veel dingen uit het recente verleden niet herinnert. Betrokkene heeft dat ook zelf bevestigd. Om die reden schrijft hij zaken in zijn agenda op. Hij gebruikt dit als geheugensteuntje. Op de zitting heeft betrokkene zijn agenda onder meer bekeken toen het ging over zijn adres, de gang van zaken rondom zijn verhuizing en zijn ziekenhuisverblijf in het voorjaar, dat hij zich in eerste instantie niet herinnerde. Duidelijk is dat betrokkene hulp nodig heeft bij het regelen van financiële en niet-financiële zaken.\n\nBetrokkene heeft op de zitting aangegeven dat hij zich neerlegt bij de beslissing van de kantonrechter, maar dat hij liefst heeft dat de situatie blijft zoals die nu is. Zoals op de zitting echter duidelijk is geworden, lopen zowel de zus als de nicht tegen problemen aan omdat niet eenduidig is geregeld wie betrokkene mag vertegenwoordigen. Door de conflicten tussen beiden kunnen bepaalde zaken op dit moment niet (goed) geregeld worden.\n\nDe kantonrechter zal om de hiervoor genoemde redenen een bewind en mentorschap instellen ten behoeve van betrokkene.\n\nVervolgens is de vraag wie als bewindvoerder en mentor benoemd moet worden. Daarover overweegt de kantonrechter als volgt.\n\nHet uitgangspunt van de wet is dat bij de benoeming van een bewindvoerder en\u002Fof mentor de voorkeur van betrokkene wordt gevolgd, tenzij er gegronde redenen zijn die zich daartegen verzetten. Op de zitting heeft betrokkene een duidelijke voorkeur te kennen gegeven voor zijn nicht als bewindvoerder en mentor. Hij vertrouwt zijn nicht en hij accepteert haar. Zij hebben altijd veel contact gehouden en nu zij dichter bij elkaar wonen zien ze elkaar nog vaker. Hij voelt zich prima in zijn nieuwe woning en leven in ’s-Hertogenbosch. Als iemand hem moet helpen, dan moet zijn nicht dat doen. Daarnaast vindt hij het goed als ook zijn broer tot bewindvoerder en mentor wordt benoemd.\n\nDe kantonrechter ziet geen gegronde reden om af te wijken van de duidelijke voorkeur van betrokkene en licht dat als volgt toe.\n\nDuidelijk is dat sprake is van verstoorde familieverhoudingen tussen de zus enerzijds en de broer en nicht anderzijds. Zij maken elkaar over en weer verwijten en vertrouwen elkaar niet meer, hoewel zij allemaal het beste met betrokkene voor hebben en de afgelopen jaren betrokkene op verschillende momenten en manieren hebben bijgestaan.\n\nDe zus heeft aangegeven dat zij heeft gezien dat de nieuwe woonsituatie van betrokkene prima is. Zij meent echter vanwege haar eerdere ervaringen dat de nicht niet geschikt zou zijn als bewindvoerder en mentor. De nicht heeft dit in een uitgebreide reactie weersproken. Zij heeft de afgelopen maanden veel zorg geboden aan betrokkene en hij heeft ook een aantal weken bij haar gelogeerd na een val, voordat hij kon verhuizen. De broer (oom van nicht) heeft bevestigd dat het goed met betrokkene gaat en dat zijn nicht in overleg met betrokkene en de broer de verhuizing heeft geregeld naar een geschikte nieuwe woonplek. Hij meent dat de belangen van betrokkene op dit moment goed worden behartigd door de nicht als mantelzorger. Zij kent de wensen van betrokkene en is nauw betrokken bij zijn dagelijkse zorg en onderhoudt een goede relatie met de hulpverleners. Volgens de gemachtigde van betrokkene zijn er geen aanwijzingen voor financieel misbruik en heeft de bank van betrokkene dit bevestigd. Naar het oordeel van de kantonrechter is aldus niet gebleken van concrete feiten en omstandigheden die in de huidige situatie een belemmering vormen om de nicht en de broer als bewindvoerders en mentoren van betrokkene te benoemen.\n\nDe kantonrechter zal daarom de voorkeur van betrokkene volgen en de nicht en de broer gezamenlijk benoemen tot bewindvoerders en mentoren ten behoeve van betrokkene. De kantonrechter zal op de gebruikelijke wijze toezicht houden op de uitvoering van het bewind en het mentorschap. Dat betekent dat de bewindvoerders-mentoren verantwoording zullen afleggen aan de kantonrechter. Omdat betrokkene niet in staat wordt geacht om toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 Burgerlijk Wetboek, zullen de bewindvoerders voor dergelijke handelingen steeds tevoren toestemming aan de kantonrechter moeten verzoeken. Voor een nadere toelichting op de taken en verantwoordelijkheden van bewindvoerder en mentor verwijst de kantonrechter onder meer naar de informatie die is opgenomen op de website van de rechtspraak en in de Aanbevelingen Meerderjarigenbewind, Curatele en Mentorschap.","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:4805","2026-07-07T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:29:14.270Z",{"id":34,"ecli":35,"slug":36,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":37,"fullText":38,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":39,"sourceTimestamp":30,"parsedAt":31,"updatedAt":40},"1268","ECLI:NL:RBOBR:2026:4795","ecli-nl-rbobr-2026-4795","2026-05-13T00:00:00.000Z","RECHTBANK OOST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie 's-Hertogenbosch\n\nZaaknummer: C\u002F01\u002F425155 \u002F FA RK 26-1524\n\nDatum uitspraak: 13 mei 2026\n\nBeschikking over een zorgmachtiging\n\nop het verzoek van de officier van justitie voor\n\n [betrokkene],\n\ngeboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen betrokkene,\n\nwonend in [woonplaats] ,\n\nadvocaat mr. A.A.W.A. Vissers uit 's-Hertogenbosch.\n\n1. De verdere procedure\n\n1.1.. Deze beschikking volgt op de beschikking van deze rechtbank van 29 april 2026. Zij heeft daarin – kort gezegd – de beslissing op het verzoek aangehouden en de officier van justitie verzocht een nieuwe medische verklaring over te leggen.\n\n1.2.. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:\n\nhet verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 april 2026;\n\nhet bericht van de mentor van betrokkene van 24 april 2026;\n\nde nieuwe medische verklaring van 4 mei 2026;\n\nde reactie van de advocaat van betrokkene van 8 mei 2025.\n\n1.3.. De rechtbank acht zich, gelet op de nader ingekomen stukken, voldoende voorgelicht om de zaak zonder hervatting van de zitting af te doen. De rechtbank heeft de beschikking bepaald op vandaag.\n\n2. Wat vaststaat\n\n2.1.. Voor betrokkene is een mentorschap ingesteld.\n\n3. Het verzoek\n\n3.1.. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.\n\n4. De beoordeling\n\n4.1.. De officier van justitie heeft naar aanleiding van de beschikking van 29 april 2026 een nieuwe medische verklaring van een andere onafhankelijke psychiater overgelegd. Deze psychiater heeft betrokkene in persoon onderzocht en komt tot de diagnose dat bij betrokkene sprake is van een ernstige stoornis in het gebruik van alcohol in combinatie met een uitgebreide neurocognitieve stoornis.\n\n4.2.. In reactie hierop betwist de advocaat van betrokkene dat de onafhankelijk psychiater de stoornis in het gebruik van alcohol rechtstreeks heeft waargenomen. Daarnaast stelt de advocaat dat onvoldoende is onderbouwd dat de verslaving van zodanige ernst is dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend wordt beïnvloed dat sprake is van een psychische stoornis. Verder valt de neurocognitieve stoornis volgens de advocaat van betrokkene onder de reikwijdte van de Wet zorg en dwang (Wzd) en staat de inbreuk op de vrijheid van betrokkene niet in een redelijke verhouding tot het doel van de zorgmachtiging.\n\n4.3.. De rechtbank is zich ervan bewust dat deze zaak zich beweegt op het grensvlak tussen de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), Wzd en vrijwilligheid. Dat heeft er in het verleden toe geleid dat verzoeken niet zijn toegewezen. Uit de stukken en de toelichting van de zorgverleners is gebleken dat er pas duidelijkheid kan komen over de aard van de neurocognitieve stoornis als de alcohol-afhankelijkheid van betrokkene is teruggedrongen. Daarom zal de rechtbank – nu de onafhankelijk psychiater een stoornis in de zin van de Wvggz aanneemt – de gevraagde machtiging voor zes maanden verlenen. De rechtbank zal hierna verder uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.\n\n4.4.. De rechtbank is van oordeel dat de stoornis deugdelijk is vastgesteld door de onafhankelijk psychiater. De onafhankelijk psychiater heeft voldoende aanleiding gezien in het gesprek met betrokkene en in het dossier om aan te nemen dat bij betrokkene sprake is van een ernstige stoornis in het gebruik van alcohol. Betrokkene koopt wekelijks grote hoeveelheden alcohol en lijkt niet zonder te kunnen. Hieraan doet niet af dat betrokkene op het moment van de onafhankelijke beoordeling niet duidelijk onder invloed van alcohol was. Temeer niet nu deze beoordeling plaatsvond op een maandag (4 mei 2026). Uit het zorgplan blijkt immers dat betrokkene op woensdag zijn weekgeld ontvangt en dan veel drinkt totdat het geld en de alcohol op is. Dan stopt hij met drinken totdat hij opnieuw weekgeld ontvangt. Dit kan ook verklaren waarom betrokkene tijdens de zitting niet zichtbaar onder invloed van alcohol was. De zitting vond namelijk plaats op een dinsdag (28 april 2026). Bovendien zou een diagnose – als de redenering van de advocaat wordt gevolgd – in alle gevallen onderuit gehaald kunnen worden door ofwel tijdelijk abstinent te zijn dan wel min of meer toevallig een goede dag te hebben. Het is – zeker in deze zaak – belangrijk om het geheel aan informatie te beschouwen en daar conclusies aan te verbinden.\n\n4.5.. Ten aanzien van de stoornis is volgens de rechtbank voldoende onderbouwd dat de stoornis betrokkene in zijn greep heeft. Het veroorzaakte gevaar kan hem niet worden aangerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst. Uit de nieuwe medische verklaring volgt dat betrokkene wantrouwend en paranoïde is naar de instanties. Hij geeft aan bang te zijn dat de instanties zijn woning willen afnemen. Tijdens de zitting gaf betrokkene ook aan bang te zijn dat de medewerkers van Novadic Kentron zijn platencollectie in beslag willen nemen. De rechtbank heeft dus ook zelf de onrealistische gedachten van betrokkene gehoord. Hoewel nader onderzoek zal moeten plaatsvinden, lijkt het erop dat deze gedachten ontstaan onder invloed van de verslaving en dat betrokkene hier niet zelf de regie over heeft. Daarbij komt dat de mentor zich grote zorgen maakt. De mentor geeft in een uitgebreide brief aan dat betrokkene zich uitstekend kan verwoorden, maar niet in staat is om hetgeen hij zegt tot uitvoering te brengen. De mentor maakt zich ernstige zorgen over het welzijn van betrokkene. Deze mentor heeft bij uitstek zicht op betrokkene, kent betrokkene goed en kan dus ook met argument pleiten voor een opname. Aan deze brief kan daarom niet zomaar voorbij worden gegaan.4.6.. De rechtbank ziet in de paranoïde gedachten en de door de mentor geuite zorgen voldoende aanleiding om aan te nemen dat betrokkene zodanig wordt beïnvloed door zijn stoornis dat hij niet langer in staat is om de gevolgen van zijn handelingen en uitspraken te overzien, waardoor er gevaarlijke situaties voor hemzelf en anderen ontstaan. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat betrokkene als een ‘willoos werktuig’ van zijn verslaving kan worden beschouwd.\n\n4.7.. De rechtbank is dan ook, anders dan de advocaat, van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, namelijk een ernstige stoornis in het gebruik van alcohol in combinatie met een uitgebreide neurocognitieve stoornis. Uit de stukken volgt dat de stoornis in het gebruik van alcohol op dit moment op de voorgrond staat. Er dient namelijk eerst een klinische detox en uitgebreid diagnostisch onderzoek plaats te vinden, waarna vastgesteld kan worden welke vorm van nazorg het meest passend is. Dat kan in theorie ook betekenen dat zal blijken dat een Wzd-machtiging nodig is. 4.8. De rechtbank verwijst in dit verband naar onderdeel 2.8 van de conclusie van A-G Lückers van 29 juli 2022 (te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:PHR:2022:728) waarin onder meer het volgende is overwogen: “De onduidelijkheid waar het middel naar verwijst (…) en waarvoor observatie en diagnostiek nodig is, ziet - na bestudering van het dossier en de bestreden uitspraak - niet zo zeer op de vraag óf er sprake is van een geestelijke stoornis (…), maar op onderzoek naar de oorzaak van de geestelijke stoornis en welke behandeling betrokkene adequate hulp kan geven en verandering kan bewerkstellingen (…). Die vraag kan alleen beantwoord worden door opname van betrokkene (observatie) en stabilisatie (….). De onduidelijkheid over de psychiatrische kwalificatie, over de oorzaken van de psychische stoornis en over de behandeling hoeft de verlening van een zorgmachtiging niet in de weg te staan. Dit volgt ook uit de wetsgeschiedenis waarin is overwogen dat in de medische verklaring moet worden ingegaan op de symptomen en, zo mogelijk, een diagnose moet worden gesteld. Een (definitieve) diagnose is niet altijd direct te stellen en vergt vaak - na opname - nadere observatie en stabilisatie van betrokkene.” De rechtbank leest hierin steun voor haar oordeel ten aanzien van de onduidelijkheid van de herkomst van de cognitieve stoornis en de noodzaak van diagnostiek. Een diagnose hoeft – kort gezegd - nog niet 100% duidelijk te zijn bij afgifte van een zorgmachtiging. Soms is (verdere) diagnostisering nodig na afgifte. 4.9. De stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:\n\n- ernstig lichamelijk letsel;\n\n- ernstige psychische schade;\n\n- ernstige verwaarlozing;\n\n- maatschappelijke teloorgang;\n\n- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.\n\n.4.10.. Er is bij betrokkene sprake van zelfverwaarlozing en vervuiling. Betrokkene lijkt al langere tijd niet goed in staat om voor zichzelf en voor zijn leefomgeving te zorgen. Zijn woning is met tijden zeer vervuild, zijn kleding is vuil en kapot en in de zomer klagen de buren vanwege ernstige stankoverlast door urine. De onafhankelijk psychiater heeft onlangs het bed van betrokkene vervuild met urine aangetroffen. Bovendien bestaat er een risico op brand doordat betrokkene onder invloed van alcohol brandende sigaretten laat vallen, waarvoor al meerdere keren de brandweer is gebeld. Betrokkene is verder wantrouwend, paranoïde en denigrerend richting de thuiszorg en verslavingszorg. Hij laat medewerkers van Novadic Kentron niet binnen in zijn woning en is bijzonder vocaal richting die medewerkers. Dit is ook tijdens de zitting gebleken. Betrokkene wilde pertinent niet dat de zitting zou plaatsvinden in aanwezigheid van hulpverleners van Novadic Kentron. Uit de stukken volgt ook dat betrokkene bedreigingen heeft geuit naar hulpverleners en dat hij regelmatig suïcidale uitspraken doet. De mentor van betrokkene maakt zich ernstige zorgen en geeft aan dat de huidige zelfstandige woonsituatie niet langer veilig en verantwoord is.\n\n4.11.. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.\n\n4.12.. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Er is herhaaldelijk geprobeerd om de zorg op een vrijwillige basis vorm te geven, maar dit is onvoldoende toereikend gebleken. Betrokkene weigert structureel zorg en diagnostiek. Daarbij laat betrokkene hulpverleners niet binnen. Daarom is verplichte zorg nodig.\n\n4.13.. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:\n\n- het toedienen van medicatie;\n\n- het verrichten van medische controles;\n\n- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;\n\n- het beperken van de bewegingsvrijheid;\n\n- uitoefenen van toezicht op betrokkene;\n\n- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;\n\n- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;\n\n- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;\n\n- opnemen in een accommodatie.\n\n4.14.. De verzochte vorm van verplichte zorg ‘het toedienen van vocht en voeding’ zal worden afgewezen, omdat niet is gebleken dat deze vorm noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. Tegen de overige vormen van verplichte zorg is geen verweer gevoerd.\n\n4.15.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. De voorgenomen klinische detox en de daaropvolgende diagnostiek zijn passend en noodzakelijk en rechtvaardigen – anders dan door de advocaat betoogd – de inbreuk op de rechten van betrokkene. 4.16. Zoals aan het begin van deze beschikking is overwogen zit deze casus op de grenzen van de verschillende wettelijke stelsels. Ook zijn er – afhankelijk van de belichtingswijze – andere pleitbare standpunten mogelijk. Dat hoeft volgens A-G Lückers (zie de eerder genoemde conclusie, onderdeel 2.9) niet te betekenen dat het oordeel van een rechtbank onjuist is:\n\n“Het is aan de rechtbank als feitenrechter voorbehouden welke waardering wordt gegeven aan de verklaringen van de verschillende partijen bij de verlening van de zorgmachtiging. Die vrijheid in de feitelijke afweging van de rechter brengt met zich mee dat - anders dan het middel stelt - de rechtbank ook niet in hoeft te gaan op elke verklaring die andersluidend is dan het oordeel, zoals de mening van de zorgverantwoordelijke (subonderdeel 2.1) 12, die overigens op p. 7 van het zorgplan heeft aangekruist dat is voldaan aan alle criteria voor verplichte zorg en dat de doelen van verplichte zorg zijn het afwenden van ernstig nadeel en het stabiliseren lichamelijke gezondheid. Het oordeel van de rechtbank dat aan de vereisten van artikel 2:1 Wvggz wordt voldaan (rov. 2.2 en 2.10), waaronder ook vallen effectiviteit, doelmatigheid en proportionaliteit van de verplichte zorg, kon mijns inziens op basis van de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting worden gedragen en is geenszins onbegrijpelijk. Dat een andere feitelijke beoordeling mogelijk was op basis van een opmerking van de zorgverantwoordelijke in het zorgplan\u002Fbehandelplan, maakt het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk of onjuist.”\n\n4.17. \n\nTot slot wil de rechtbank betrokkene nog het volgende meegeven. Betrokkene geeft aan dat het zijn keuze is om zijn leven te leiden zoals hij dat nu doet. De rechtbank vindt de autonomie ten aanzien van het eigen leven een groot goed en kan het tot op zekere hoogte eens zijn met betrokkene. Die autonomie moet zo lang mogelijk in stand gehouden worden, maar het hierboven omschreven ernstig nadeel rechtvaardigt een begrenzing van de autonomie ter bescherming van op de eerste plaats zijn psychische en fysieke gezondheid, zijn veiligheid en zijn maatschappelijke status. In de tweede plaats gaat het om de veiligheid van omwonenden en eigendommen van derden. De rechtbank gunt iedereen zijn leven. De rechtbank moet ook scherp in de gaten houden wanneer daarin een grens is bereikt. De rechtbank spreekt de hoop uit dat betrokkene hier – ook al is hij nu mordicus tegen verplichte zorg – uiteindelijk beter uit komt.\n\n5. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\n5.1.. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 4.13. staan kunnen worden toegepast;\n\n5.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 november 2026;\n\n5.3.. wijst af het meer of anders verzochte.\n\nDeze beschikking is gegeven door mr. M. de Vries, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026, in aanwezigheid van de griffier.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:4795","2026-07-13T00:29:13.026Z",{"id":42,"ecli":43,"slug":44,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":45,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":46,"sourceTimestamp":30,"parsedAt":31,"updatedAt":47},"1113","ECLI:NL:RBOBR:2026:4794","ecli-nl-rbobr-2026-4794","RECHTBANK OOST-BRABANT\n\nFamilie- en Jeugdrecht\n\nLocatie 's-Hertogenbosch\n\nZaaknummer: C\u002F01\u002F425155 \u002F FA RK 26-1524\n\nDatum uitspraak: 29 april 2026\n\nBeschikking zorgmachtiging\n\nop het verzoek van de officier van justitie voor\n\n [betrokkene],\n\ngeboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,\n\nhierna te noemen betrokkene,\n\nwonend in [woonplaats] ,\n\nadvocaat mr. A.A.W.A. Vissers uit 's-Hertogenbosch.\n\n1. Het verloop van de procedure\n\n1.1.. \n\nDe rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:\n\n- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 april 2026.\n\n1.2.. De zitting heeft plaatsgevonden op 28 april 2026. Daarbij zijn gehoord:\n\nbetrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;\n\n [zorgverantwoordelijke 1] , zorgverantwoordelijke;\n\nJ [zorgverantwoordelijke 2] , zorgverantwoordelijke.\n\n1.3.. De mentor is, hoewel correct opgeroepen, niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling. Zij heeft per e-mail haar zienswijze kenbaar gemaakt aan de rechtbank.\n\n2. Wat vaststaat\n\n2.1.. Voor betrokkene is een mentorschap ingesteld.\n\n3. Het verzoek\n\n3.1.. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.\n\n4. De beoordeling\n\n4.1.. De advocaat heeft tijdens de mondelinge behandeling de deugdelijkheid van de medische verklaring betwist, omdat de onafhankelijk psychiater niet met betrokkene heeft gesproken en ook onvoldoende heeft gedaan om betrokkene te spreken. De psychiater is samen met zorgmedewerkers van Novadic Kentron bij betrokkene aan de deur geweest. Betrokkene is echter zeer wantrouwig ten opzichte van Novadic Kentron en is om die reden niet in gesprek gegaan met de psychiater. De psychiater heeft daarna niet nogmaals een poging gedaan om betrokkene, buiten de aanwezigheid van de medewerkers van Novadic Kentron, te spreken. De advocaat heeft aangegeven dat betrokkene wel bereid zou zijn om in gesprek te gaan met de psychiater als er geen medewerkers van Novadic Kentron bij zijn.4.2.. De rechtbank ziet in deze gang van zaken een zorgvuldigheidsgebrek. Een persoonlijk gesprek tussen betrokkene en een psychiater is van belang om diverse redenen. Betrokkene moet met een medicus kunnen praten over wat er speelt in zijn leven, waarbij de psychiater hem in direct contact spreekt en observeert. Diezelfde medicus moet op basis van dat gesprek kunnen adviseren en een medische verklaring opstellen. Dat luistert extra nauw nu de machtiging zoals gevraagd niet gering is qua duur en omvang. Er zal dus een nieuwe onafhankelijke beoordeling moeten komen, waarbij het voorgaande in acht wordt genomen en geen medewerkers van Novadic Kentron betrokken zijn.\n\n4.3.. De rechtbank ziet dan ook aanleiding de officier van justitie te verzoeken om een nieuwe medische verklaring te laten opmaken en over te leggen, waarbij betrokkene wordt onderzocht door een andere onafhankelijk psychiater en buiten de aanwezigheid van medewerkers van Novadic Kentron.\n\n4.4.. De rechtbank zal de zaak, gelet op het voorgaande en gelet op het bepaalde in artikel 6:1, vijfde lid Wvggz, aanhouden en de officier van justitie verzoeken en in de gelegenheid stellen om uiterlijk op 6 mei 2026 een nieuwe medische verklaring bij de rechtbank in te dienen. De rechtbank zal vervolgens partijen in de gelegenheid stellen om binnen een week op die verklaring schriftelijk te reageren en hen verzoeken om daarbij aan te geven of de onderhavige zaak verder wel of niet schriftelijk kan worden afgehandeld.\n\n4.5.. Gelet op het bepaalde in artikel 6:2, vierde lid, Wvggz wordt de beslistermijn tot 22 mei 2026 verlengd.\n\n5. De beslissing\n\nDe rechtbank:\n\n5.1.. houdt de beslissing op het verzoek aan en verzoekt de officier van justitie om uiterlijk 6 mei 2026 een nieuwe medische verklaring over te leggen.\n\nDeze beschikking is gegeven op 29 april 2026 door mr. M. de Vries, rechter, in aanwezigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.\n\nTegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:4794","2026-07-13T00:29:04.814Z",1,20]