Skip to main content

ECLI:NL:GHARL:2026:2279

Tribunal

Leeuwarden

Date

7 April 2026

Langue

nl

Résumé de l'Affaire

Question Juridique

Civiel recht

Décision / Solution

Uitspraak

Leeuwarden

Procedure: UitspraakDomain: Civiel rechtType: uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.347.807/01

zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle 10843775

arrest van 7 april 2026

in de zaak van

NRG Compleet B.V.

die is gevestigd in Zwolle

die hoger beroep heeft ingesteld

en bij de rechtbank optrad als eisende partij in conventie en verweerster in reconventie

hierna: NRG

advocaat: mr. E.T. van den Hout te Amsterdam

tegen

1. V.O.F. SFC Kampen

die is gevestigd in Kampen

en haar vennoten:2. [geïntimeerde2]

die woont in [woonplaats1]3. [geïntimeerde3]

die woont in [woonplaats1]4. [geïntimeerde4]

die woont in [woonplaats2]5. [geïntimeerde5]

die woont in [woonplaats1]

en bij de rechtbank optraden als gedaagde partij in conventie en eisende partij in reconventie

hierna in enkelvoud: SFC Kampen

advocaat: mr. P.F.A. Reichenbach te Zwolle

1. Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1. NRG heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, op 18 juni 2024 heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

de dagvaarding in hoger beroep;

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen van 20 januari 2025;

de memorie van grieven;

de memorie van antwoord.

1.2. Op 20 november 2025 heeft een inhoudelijke mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen.

2. De kern van de zaak

2.1. NRG en SFC Kampen hebben een overeenkomst gesloten op grond waarvan NRG aan SFC Kampen een zonnepanelensysteem zou leveren en aanleggen. Voordat de zonnepanelen werden geleverd, heeft SFC Kampen de overeenkomst opgezegd. NRG is het daar niet mee eens en maakt aanspraak op een contractuele boete. Volgens SFC Kampen is zij geen boete verschuldigd, omdat NRG tijdens de onderhandelingen heeft toegezegd dat SFC Kampen de overeenkomst kosteloos kon opzeggen, onder meer als geen financiering werd gekregen. SFC Kampen heeft de boete niet betaald.

2.2. NRG heeft bij de kantonrechter in conventie gevorderd SFC Kampen te veroordelen tot betaling van de contractuele boete (€ 19.427,85), de wettelijke handelsrente (tot dagvaarding € 1.441,12) en de buitengerechtelijke kosten (€ 969,28). Dit leidt tot het gevorderde bedrag van € 21.838,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding.

2.3. SFC Kampen heeft in reconventie drie verklaringen voor recht gevorderd, waarvan één subsidiair. SFC Kampen heeft primair gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat (A) SFC Kampen de overeenkomst terecht kosteloos heeft opgezegd en aan NRG niets meer is verschuldigd en (B) artikel 3.8 van de Leveringsvoorwaarden van NRG is vernietigd, dan wel deze te vernietigen. Subsidiair heeft SFC Kampen gevorderd dat (C) voor recht wordt verklaard dat de overeenkomst tussen partijen op grond van dwaling rechtsgeldig buitengerechtelijk is vernietigd, althans deze te vernietigen en (D) NRG wordt veroordeeld tot betaling van € 12.667,99 aan schadevergoeding.

2.4. De kantonrechter heeft geoordeeld dat tussen partijen is overeengekomen dat als de financiering niet rond zou komen SFC Kampen de overeenkomst kosteloos kon opzeggen. De door SFC Kampen primair onder A in reconventie gevorderde verklaring is daarom toegewezen. De andere vorderingen van SFC Kampen zijn afgewezen. Ook de vordering van NRG in conventie is afgewezen. NRG is veroordeeld tot betaling van de proceskosten van SFC Kampen in conventie. In reconventie zijn de proceskosten gecompenseerd.

2.5. NRG is in hoger beroep gekomen en wil dat haar vorderingen alsnog worden toegewezen en de toegewezen vordering van SFC Kampen alsnog wordt afgewezen met veroordeling van SFC Kampen in de proceskosten.

2.6. Het hof is van oordeel dat NRG op de boete aanspraak kan maken. Het hof zal daarom het vonnis vernietigen, de vordering van NRG grotendeels toewijzen en de vorderingen van SFC Kampen afwijzen. Na de feiten te hebben vastgesteld, zal het hof de redenen geven die tot deze beslissing hebben geleid.

3. De feiten

3.1. NRG is een onderneming gespecialiseerd in de handel en bemiddeling van energie gerelateerde producten en diensten, waaronder zonnepanelen.

3.2. SFC Kampen is eigenaar van een bedrijfshal aan de Handelsstraat 1A in Kampen, waarin zij een sport- en fitnesscentrum exploiteert.

3.3. De heer [naam1] is als zelfstandig ondernemer werkzaam bij Energy Company. [naam1] heeft onder meer SFC Kampen jaarlijks geadviseerd over energieovereenkomsten. Ook heeft [naam1] (in ieder geval) contacten met NRG.

3.4. In oktober 2021 zijn NRG en SFC Kampen door tussenkomst van [naam1] met elkaar in contact gekomen over het leveren en plaatsen van zonnepanelen op het dak van de bedrijfshal van SFC Kampen.

3.5. Dat contact heeft geleid tot een gesprek op 5 november 2021 op het kantoor van SFC Kampen. Bij deze bespreking waren aanwezig de heer [naam2] (projectmanager bij NRG), de heer [geïntimeerde2] (vennoot van SFC Kampen) en [naam1] .

3.6. Na dat gesprek heeft NRG op 8 november 2021 aan SFC Kampen een offerte toegezonden. NRG zal niet alleen 366 zonnepanelen met een omvormer leveren en plaatsen, maar ook ten behoeve van SFC Kampen de SDE (Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie)-subsidie aanvragen. Het geoffreerde bedrag is € 129.519,- exclusief btw. Op 12 november 2021 heeft [geïntimeerde2] de offerte van NRG ondertekend en iedere pagina geparafeerd. Daarmee is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen.

3.7. In de overeenkomst is vermeld dat SFC Kampen met de ondertekening ook akkoord gaat met de Leveringsvoorwaarden van NRG. Artikel 3.8 van de Leveringsvoorwaarden bevat een boeteclausule, luidende:

“Indien wederpartij om welke reden dan ook geen gebruik zal maken van de diensten van NRG Compleet B.V. en/of de overeenkomst […] annuleert tussen NRG Compleet B.V. en wederpartij is de wederpartij een boete verschuldigd aan NRG Compleet B.V. De boete bedraagt 15% van de totale overeenkomst […] prijs. Deze prijs staat vermeld in de overeenkomst […] die is afgesloten tussen NRG Compleet B.V. en wederpartij.”

3.8. NRG heeft de getekende overeenkomst op 12 november 2021 aan SFC Kampen gemaild en gemeld dat NRG de SDE-subsidie zal aanvragen.

3.9. Eerst op 29 juni 2022 heeft NRG de SDE-subsidie bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland aangevraagd. In de beschikking van 17 augustus 2022 is de SDE-subsidie voor een periode van 15 jaar (juli 2023 t/m juni 2038) toegekend. Deze beschikking heeft NRG op 10 oktober 2022 aan SFC Kampen toegezonden.

3.10. NRG heeft SFC Kampen voor de externe financiering van het aankoopbedrag geattendeerd op Bankkraft. Bankkraft is een tussenpersoon voor het verkrijgen van externe financiering bij banken en andere private partijen. SFC Kampen heeft zich vervolgens tot Bankkraft gewend.

3.11. In de e-mail van 8 december 2022 heeft NRG aan SFC Kampen gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot de financieringsaanvraag. Doordat een reactie uitbleef, heeft NRG SFC Kampen bij e-mails van 2 januari 2023 en 10 januari 2023 gevraagd op de e-mail van 8 december 2022 te reageren.

3.12. In de e-mail van 23 februari 2023 heeft NRG opnieuw naar de stand van zaken gevraagd. In deze e-mail staat:

“Het is inmiddels februari 2023 en we weten helaas nog niets concreets over dit project. Wij begrijpen dat u bezig bent met het financiering van het project maar helaas hebben we tot nu toe geen terugkoppeling gehad. Kunt u mij concreet toelichten wat nu de stand van zaken is? (…)”

3.13. Op 28 februari 2023 heeft SFC Kampen de volgende e-mail aan NRG gestuurd:

“Met Dhr [geïntimeerde2] en u is een gesprek geweest, die geleid heeft tot een onaangename afronding.

Middels deze weg willen wij dan ook aangegeven dat we niet verder gaan met jullie. Dit is Dhr. [naam1] ook kenbaar gemaakt dat dit absoluut geen goede match is.”

3.14. Uit de per e-mail verzonden brief van 1 maart 2023 blijkt dat NRG de e-mail van SFC Kampen van 28 februari 2023 heeft opgevat als een opzegging van de overeenkomst. NRG heeft er op gewezen dat SFC Kampen in dat geval een contractuele boete verschuldigd is en heeft aan SFC Kampen gevraagd de opzegging te heroverwegen.

3.15. In reactie op deze brief heeft SFC Kampen laten weten bij de opzegging te blijven. In deze reactie wordt onder meer op het volgende gewezen. De externe financiering bleek niet via “een eigen bank” van NRG te gaan, maar SFC Kampen is door NRG verwezen naar Bankkraft die een tussenpersoon bleek te zijn. Inmiddels is bij externe financiering een (veel) hogere rente verschuldigd dan ten tijde van het tekenen van de overeenkomst. Volgens SFC Kampen was NRG onbereikbaar voor overleg over de zonnepanelen, de SDE-subsidie en de rente. Dit heeft SFC Kampen ertoe gebracht op te merken:

“Alles bij elkaar heeft voor een onbestemd gevoel gezorgd over jullie bedrijf en doen besluiten het contract op te zeggen.”

3.16. NRG heeft vervolgens onder verwijzing naar artikel 3.8 van de Leveringsvoorwaarden bij factuur van 3 april 2023 € 19.427,85 in rekening gebracht. SFC Kampen heeft deze factuur onbetaald gelaten.

4. Het oordeel van het hof

Omvang appel

4.1. In de memorie van grieven komt NRG met negen Romeins genummerde grieven tegen het vonnis van de kantonrechter op. De eerste grief, waarin NRG een gedeelte in haar conclusie van antwoord in reconventie wil herroepen, heeft NRG ter zitting ingetrokken, zodat daarop niet meer hoeft te worden beslist.

4.2. SFC Kampen is niet (in incidenteel appel) opgekomen tegen de afwijzing van haar primaire vordering onder B voor recht te verklaren dat artikel 3.8 van de Leveringsvoorwaarden is vernietigd, althans deze te vernietigen en haar subsidiaire vordering voor recht te verklaren dat de overeenkomst op grond van dwaling rechtsgeldig buitengerechtelijk is vernietigd, althans deze op die grond te vernietigen en NRG te veroordelen € 12.667,99 aan schadevergoeding te betalen. De kantonrechter heeft deze vorderingen inhoudelijk beoordeeld in de rechtsoverwegingen 5.4 t/m 5.11 van het vonnis. Dit betekent dat het hof van de juistheid van die beslissingen heeft uit te gaan, zodat de overeenkomst rechtsgeldig is en op die overeenkomst de Leveringsvoorwaarden van NRG van toepassing zijn.

4.3. Het hof zal de grieven hierna thematisch behandelen.

Vordering NRG, verweer SFC Kampen met betrekking tot financiering en oordeel kantonrechter

4.4. NRG vordert SFC Kampen te veroordelen tot betaling van de op grond van artikel 3.8 van de Leveringsvoorwaarden verschuldigde boete.

4.5. SFC Kampen heeft tegen deze vordering onder meer het verweer gevoerd dat NRG bij de totstandkoming van de overeenkomst de toezegging heeft gedaan dat SFC Kampen de overeenkomst kosteloos kan opzeggen in het geval SFC Kampen de financiering voor de levering en aanleg van de zonnepanelen niet rond kan krijgen. Volgens SFC Kampen heeft zij de overeenkomst op deze grond opgezegd, zodat daarmee de overeenkomst is geëindigd.

4.6. NRG betwist dat zij deze toezegging aan SFC Kampen heeft gedaan en dat SFC Kampen op deze grond de overeenkomst heeft opgezegd.

4.7. De kantonrechter heeft in rechtsoverweging 5.2 van het vonnis (mede) op basis van de ter zitting afgegeven verklaring van [naam1] aangenomen dat met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat op de bespreking van 5 november 2021 door [naam2] en/of [naam1] is toegezegd dat indien de financiering niet rond zou komen SFC Kampen de overeenkomst kon opzeggen. De kantonrechter heeft in rechtsoverweging 5.3 van het vonnis geoordeeld dat die toezegging boven de boeteclausule in de Leveringsvoorwaarden gaat. Zonder daaraan een expliciete overweging te wijden, gaat de kantonrechter ervan uit dat SFC Kampen op deze grond de overeenkomst heeft opgezegd. Volgens de kantonrechter kan NRG geen aanspraak op de contractuele boete maken.

4.8. De grieven van NRG zijn vooral gericht tegen deze twee overwegingen in het vonnis. Ook in het geval het hof veronderstellenderwijs aanneemt dat NRG een dergelijke toezegging heeft gedaan dan wel een door [naam1] gedane toezegging van deze strekking niet heeft weersproken, kan het verweer van SFC Kampen niet slagen. Het hof licht dat hieronder toe.

Heeft SFC Kampen opgezegd wegens ontbreken van externe financiering?

4.9. Bij e-mail van 28 februari 2023 heeft SFC Kampen de overeenkomst opgezegd. NRG heeft gezien haar reactie op 1 maart 2023 deze e-mail ook als zodanig opgevat.

In de e-mail van 28 februari 2023 staat niet met zoveel woorden dat de grond voor de opzegging is het niet kunnen verkrijgen van financiering. In de e-mail wordt gemeld dat “een gesprek” tussen partijen “tot een onaangename afronding” heeft geleid en dat ook [naam1] heeft laten weten dat er “absoluut geen goede match is”. Deze bewoordingen duiden er meer op dat verstoorde verhoudingen voor SFC Kampen de reden is geweest de overeenkomst op te zeggen. Dit wordt ondersteund door de reactie van SFC Kampen op de brief van NRG van 1 maart 2023. In die reactie verwijt SFC Kampen NRG dat er geen “eigen bank” van NRG was die de financiering zou verzorgen, dat NRG SFC Kampen slechts heeft verwezen naar een tussenpersoon (Bankkraft), dat een (veel) hogere rente bij externe financiering moet worden betaald dan het geval was toen de overeenkomst werd getekend en dat NRG voor SFC Kampen onbereikbaar was voor overleg. Al deze omstandigheden – waarbij niet expliciet is gewezen op het ontbreken van mogelijkheden voor externe financiering – geeft SFC Kampen volgens haar reactie “een onbestemd gevoel … over jullie bedrijf” en heeft SFC Kampen “doen besluiten het contract op te zeggen.”

4.10. Hieruit blijkt dat SFC Kampen de overeenkomst niet op voor NRG kenbare wijze heeft opgezegd wegens het ontbreken van externe financiering. Ervan uitgaande dat (alleen) op die grond de overeenkomst kon worden opgezegd, is de door SFC Kampen gedane opzegging niet rechtsgeldig geweest.

Kon SFC Kampen geen externe financiering krijgen?

4.11. Het hof voegt daaraan toe dat zelfs al zou worden aangenomen dat SFC Kampen op grond van het ontbreken van externe financiering de overeenkomst heeft opgezegd, SFC Kampen onvoldoende heeft onderbouwd dat zij geen externe financiering kon krijgen. Het volgende is daarvoor redengevend.

4.12. SFC Kampen heeft ter onderbouwing van haar stelling een verklaring van de heer [naam3] , werkzaam bij Bankkraft, overgelegd die in een e-mail van 6 juni 2023 is vastgelegd. [naam3] verklaart:

“Hierbij de bevestiging dat ik voor SFC Kampen VOF geen passende financiering heb kunnen vinden voor het gevraagde bedrag van € 130.000. (…)”4.13.

NRG heeft gemotiveerd betwist dat SFC Kampen geen financiering kon krijgen. Volgens haar was voor SFC Kampen externe financiering mogelijk, maar heeft SFC Kampen er zelf voor gekozen om het project af te blazen.

NRG heeft in dat verband allereerst gewezen op de door SFC Kampen in de memorie van antwoord weergegeven e-mail van [naam2] van NRG aan [naam3] van Bankkraft van 8 januari 2025. In deze e-mail – waarvan de juistheid door SFC Kampen niet gemotiveerd is betwist – heeft [naam2] vastgelegd wat tussen hen die dag in een telefoongesprek is besproken. In deze e-mail staat onder meer:

“Zoals eerder door jou aangegeven in 2022/2023 was de financiering destijds in een vergevorderd stadium, waarbij alleen de definitieve goedkeuring van SFC Kampen nog ontbrak. SFC Kampen heeft uiteindelijk zelf de financiering geannuleerd vanwege de destijds geldende rentetarieven. Je had SFC Kampen twee verschillende kredietopties aangeboden: één krediet met een rente van circa 2,5% voor de eerst € 50.000 van de investering en een tweede krediet met een rente van circa 8% voor het resterende bedrag van de investering.”

In de tweede plaats heeft NRG aangevoerd dat externe financiering voor een zonnepanelenproject waarvoor SDE-subsidie is afgegeven bij allerlei marktpartijen goed mogelijk is.

4.14. Naar aanleiding van deze gemotiveerde betwisting heeft SFC Kampen geen verdere onderbouwing van haar stelling gegeven. Zo heeft SFC Kampen niet gesteld, laat staan met stukken onderbouwd, bij welke financieringsinstellingen externe financiering is aangevraagd en tot welke uitkomst die aanvragen hebben geleid.

Bovendien wordt in de door SFC Kampen overgelegde verklaring van Bankkraft over “passende financiering” gesproken. SFC Kampen heeft niet toegelicht wat onder “passende” financiering moet worden verstaan en of NRG dat als zodanig heeft begrepen. Ook heeft SFC Kampen geen stukken overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat zij die “passende” financiering niet kon krijgen.

4.15. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat SFC Kampen onvoldoende heeft onderbouwd dat zij geen financiering kon verkrijgen. Daarmee is niet komen vast te staan dat de voorwaarde voor kosteloze opzegging is vervuld.

Kon SFC Kampen om andere redenen dan geen financiering de overeenkomst beëindigen?

4.16. SFC Kampen heeft de stelling betrokken dat haar zou zijn toegezegd dat zij ook om andere redenen dan het niet verkrijgen van financiering de overeenkomst mocht beëindigen. Voor de juistheid van deze stelling bevat het dossier onvoldoende aanknopingspunten. Weliswaar heeft [naam1] deze woorden in de mond genomen in zijn verklaring bij de kantonrechter, maar de toelichting die hij geeft ziet alleen op het niet verkrijgen van financiering. In dat licht levert ook de bij de mondelinge behandeling in hoger beroep ingenomen stelling van SFC Kampen dat met de door Bankkraft genoemde rentetarieven geen rendement uit het zonnesysteem zou kunnen behalen geen toerekende grond op om de overeenkomst zonder instemming van NRG op te zeggen.

Boete

4.17. Nu de door SFC Kampen gedane opzegging niet rechtsgeldig is, blijft de overeenkomst en de daarop van toepassing zijnde Leveringsvoorwaarden in stand. Op grond van artikel 3.8 van de Leveringsvoorwaarden is SFC Kampen de boete verschuldigd.

4.18. De hoogte van de gevorderde boete is niet betwist, en een beroep op matiging ligt niet voor, zodat het hof dit bedrag zal toewijzen.

Buitengerechtelijke incassokosten

4.19. NRG heeft aanspraak gemaakt op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Zij heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag van € 969,28 voldoet aan het in het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. SFC Kampen heeft de verschuldigdheid van het bedrag en de hoogte daarvan ook niet betwist. Dit betekent dat het gevorderde bedrag zal worden toegewezen. Het gevorderde bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de eerst dienende dag bij de kantonrechter.

Wettelijke (handels)rente

4.20. NRG heeft over de gevorderde boete de wettelijke handelsrente gevorderd. SFC Kampen heeft daartegen geen verweer gevoerd. Uit artikel 24 Rv volgt evenwel dat de rechter de toewijsbaarheid van de vordering met toepassing van de juiste rechtsopvatting moet onderzoeken en beslissen op de grondslag van de feiten die aan de vordering ten grondslag zijn gelegd.

4.21. De boete is te beschouwen als een (gefixeerde) schadevergoeding. Over een schadevergoeding is geen handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW verschuldigd. Het hof zal dit deel van de vordering afwijzen. Nu NRG wettelijke handelsrente heeft gevorderd, moet worden aangenomen dat zij tevens aanspraak maakt op het mindere, te weten wettelijke rente vanaf de vervaldatum van de factuur. Deze komt op de voet van artikel 6:119 BW voor vergoeding in aanmerking.

Proceskosten

4.22. Het hoger beroep slaagt. Uit doelmatigheidsoverwegingen zal het hof het gehele vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoen.

4.23. Omdat SFC Kampen in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof haar tot betaling van de proceskosten van NRG zowel in hoger beroep als bij de kantonrechter (in conventie en reconventie) veroordelen. Vanwege de samenhang tussen de conventionele en reconventionele vordering beperkt het hof in reconventie het aantal punten tot 1. Onder de proceskosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover.De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening.

4.24. De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

5. De beslissing

Het hof:

5.1. vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle van 18 juni 2024;

opnieuw rechtdoende:

5.2. veroordeelt SFC Kampen tot betaling van:

€ 19.427,85 aan boete, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 april 2023 tot aan de dag van betaling;

€ 969,28 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2023 tot aan de dag van betaling;

5.3. veroordeelt SFC Kampen tot betaling van de volgende proceskosten van NRG tot aan de uitspraak van de kantonrechter in conventie:

€ 1.384,- aan griffierecht

€ 113,29 aan kosten voor het betekenen (bekendmaken) van de dagvaarding aan SFC Kampen

€ 1.086,- aan salaris van de advocaat van NRG (2 punten x tarief € 543,-);

5.4. veroordeelt SFC Kampen tot betaling van de volgende proceskosten van NRG tot aan de uitspraak van de kantonrechter in reconventie:

  • € 406,- aan salaris van de advocaat van NRG (1 punten x tarief € 406,-);

5.5. veroordeelt SFC Kampen tot betaling van de volgende proceskosten van NRG in hoger beroep:

€ 2.175,- aan griffierecht

€ 117,70 aan kosten voor het betekenen (bekendmaken) van de dagvaarding aan SFC Kampen

€ 5.010,- aan salaris van de advocaat van NRG (3 punten x tarief III);

5.6. bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag;

5.7. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.8. wijst af het meer of anders door NRG gevorderde;

5.9. wijst af de vorderingen van SFC Kampen.

Dit arrest is gewezen door mrs. D.H. de Witte, J.H. Kuiper en M.M.A. Wind, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op

7 april 2026.

HR 30 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1710, in het bijzonder conclusie AG Valk onder nr 3.19

HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:70.

HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.

Plus de Décisions