ECLI:NL:RBAMS:2026:6783
Résumé de l'Affaire
Civiel recht
Uitspraak
Amsterdam
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer / rolnummer: C/13/705132 / HA ZA 21-687, C/13/712754 / HA ZA 22-71 en C/13/712812 / HA ZA 22-72
Herstelvonnis van 28 januari 2026
in de zaak C/13/705132 / HA ZA 21-687 van
de stichting
STICHTING EMISSION CLAIM,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
advocaat: mr. C. Jeloschek te Amsterdam,
tegen
1. de naamloze vennootschap
STELLANTIS N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STELLANTIS NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagden 1 en 2,
advocaat mr. A. Knigge te Amsterdam,
en
in de zaak C/13/712754 / HA ZA 22-71 van
de stichting
STICHTING CAR CLAIM,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
advocaat mr. P. Haas te Rotterdam,
tegen de hiervoor onder 1 en 2 genoemde gedaagden en tegen
4. de rechtspersoon naar buitenlands recht
STELLANTIS AUTO S.A.S.,voorheen PSA AUTOMOBILES S.A.,
gevestigd te Poissy, Frankrijk,
5. de rechtspersoon naar buitenlands recht
AUTOMOBILES PEUGEOT S.A.,
gevestigd te Poissy, Frankrijk,
6. de rechtspersoon naar buitenlands recht
AUTOMOBILES CITROËN S.A.S.,
gevestigd te Poissy, Frankrijk,
7. de rechtspersoon naar buitenlands recht
GM DEUTSCHLAND HOLDINGS GMBH,voorheen ADAM OPEL GMBH,
gevestigd te Frankfurt am Main, Duitsland,
8. de rechtspersoon naar buitenlands recht
OPEL AUTOMOBILE GMBH,
gevestigd te Rüsselsheim am Main, Duitsland,
9. de rechtspersoon naar buitenlands recht
GENERAL MOTORS HOLDINGS LLC,
gevestigd te Detroit (Michigan), Verenigde Staten van Amerika,
10. de rechtspersoon naar buitenlands recht
GENERAL MOTORS COMPANY,
gevestigd te Detroit (Michigan), Verenigde Staten van Amerika,
gedaagden 4 tot en met 10,
advocaat mr. A. Knigge te Amsterdam,
en tegen
gedaagden 11 tot en met 137,
advocaat mr. M.J. van Joolingen te ’s-Hertogenbosch,
en
in de zaak C/13/712812 / HA ZA 22-72 van
de stichting
STICHTING DIESEL EMISSIONS JUSTICE,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
advocaat mr. J.D. Edixhoven te Amsterdam,
tegen de hiervoor onder 1, 2 en 4 tot en met 137 genoemde gedaagden.
Eiseressen zullen hierna afzonderlijk SEC, SCC en SDEJ worden genoemd. Gezamenlijk zullen zij de Stichtingen worden genoemd. Gedaagden 1, 2 en 4 tot en met 10 zullen hierna gezamenlijk Stellantis c.s. worden genoemd. Gedaagden 11 t/m 137 zullen hierna gezamenlijk de Autodealers worden genoemd.
1. Het verzoek tot verbetering
1.1.. Mr. J.D. Edixhoven heeft op 22 januari 2026 namens de Stichtingen erop gewezen dat in het vonnis van 21 januari 2026 in rechtsoverweging 3.26 en in het dictum onder 4.6 een verkeerd jaartal - 2025 in plaats van 2026 - is genoemd. Mr. Edixhoven heeft om herstel van deze kennelijke verschrijvingen verzocht.
1.2.. De rechtbank heeft de andere partijen in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Op 23 januari 2026 hebben mr. A. Knigge namens Stellantis c.s. en mr. M.J. van Joolingen namens de Autodealers aan de rechtbank laten weten in te stemmen met correctie van de kennelijke verschrijvingen.
2. De beoordeling
2.1.. Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
2.2.. In het vonnis van 21 januari 2026 is sprake van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen als volgt.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1.. bepaalt dat de laatste zin van rechtsoverweging 3.26 van het op 21 januari 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat
“Dit betekent dat de zaak zal worden verwezen naar de rol van 25 maart 2025 voor het openstellen van de databank met software en het indienen van schriftelijke stukken.”
wordt gewijzigd in
“Dit betekent dat de zaak zal worden verwezen naar de rol van 25 maart 2026 voor het openstellen van de databank met software en het indienen van schriftelijke stukken.”
3.2.. bepaalt dat in het dictum onder 4.6 van het op 21 januari 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat
“bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 25 maart 2025voor het openstellen van de databank met software en het indienen van schriftelijke bewijsstukken door Stellantis c.s.,”
wordt gewijzigd in
“bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 25 maart 2026voor het openstellen van de databank met software en het indienen van schriftelijke bewijsstukken door Stellantis c.s.,”
3.3.. bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 28 januari 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 21 januari 2026,
3.4.. verzoekt elk van partijen, voor zover zij dit niet al hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 21 januari 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.T. Kruis, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. M. Wouters, bijgestaan door mr. S.C. Zum Vörde Sive Vörding, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.
Voor de gegevens van gedaagden 11 t/m 137 wordt verwezen naar het vonnis van 30 juli 2025.