ECLI:NL:RBDHA:2026:14752
Résumé de l'Affaire
Civiel recht; Aanbestedingsrecht
Uitspraak
Den Haag
Rechtbank den haag
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/701649 / KG ZA 26-291
Vonnis in kort geding van 26 mei 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.te [vestigingsplaats 1],
eiseres,
advocaten: mr. J.H.J. Bax en mr. S.C. Brackmann te Rotterdam,
tegen:
Veiligheidsregio Limburg-Noordte Venlo,
gedaagde,
advocaten: mr. drs. M.G.G. van Nisselroij en mr. E.L.B. Geraedts,
waarin is tussengekomen:
[belanghebbende] B.V.te [vestigingsplaats 2],
advocaten: mrs. N.A.D. Groot en E.H. van der Kwast.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘[eiseres]’, ‘de Veiligheidsregio’ en ‘[belanghebbende]’.
1. De procedure
1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties 1 tot en met 15;
de door de Veiligheidsregio overgelegde conclusie van antwoord met producties 1 en 2;
de incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging met producties 1 tot en met 3;
de op 12 mei 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2. Het incident tot tussenkomst dan wel voeging
2.1..
[belanghebbende] heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [eiseres] en de Veiligheidsregio, dan wel zich in de hoofdzaak te mogen voegen aan de zijde van de Veiligheidsregio. Ter zitting hebben [eiseres] en de Veiligheidsregio verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. [belanghebbende] is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
3. De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
3.1.. De Veiligheidsregio heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het verlenen van een opdracht voor het leveren van bluskleding en/of blushandschoenen en THV-handschoenen. De opdracht is verdeeld in twee percelen. Dit kort geding heeft betrekking op perceel 1 betreffende de levering van bluskleding.
3.2.. Uit het Beschrijvend Document (hierna: BD) blijkt dat de procedure tot gunning van perceel 1 bestaat uit twee hoofdonderdelen als volgt:
“8 Gunningscriteria en beoordeling
(…)
- COMFORTTEST
Door iedere leverancier worden in totaal 5 proefpakken vooraf aangeleverd in een volledige standaardmaatrange van klein tot groot. Deze pakken mogen gebruikt zijn maar dienen wel in de uitvoering zoals geëist te worden aangeboden. Dit geldt niet voor technische details zoals lusjes, klittenband t.b.v. schouderstukken etc. Maar dus wél voor uitvoering, pasvorm, padding, spacing etc.. De pakken worden na afloop schoon geretourneerd, en er vindt géén vergoeding plaats. Leveranciers mogen aanwezig zijn tijdens de comforttest om het pak op de juiste wijze af te stellen indien noodzakelijk.
De eerste stap van de gunning betreft een comforttest. Doel is om de pasvorm, draagcomfort en bewegingsvrijheid te beoordelen, zonder afleiding van niet-relevante technische details. (…) Uitkomst van deze test is dat de 3 hoogst scorende leveranciers worden uitgenodigd voor een vervolgtest. De overige aanbieders vallen af. In de comforttest wordt door een beoordelingsgroep van 10 gebruikers punten gegeven voor de volgende onderdelen:
omhangen ademluchttoestel
ladder klimmen
over een hek klimmen
kruipen
stoten bal
reanimatie
(…)
- GUNNINGSPROCEDURE
De gunningscriteria bestaan uit drie criteria op het gebied van kwaliteit en prijs. De kwalitatieve criteria en de prijscriteria worden verschillend gewaardeerd. (…)
De gunningscriteria zijn opgenomen in de onderstaande tabel:
(…)8.1. Gunningscriterium G1: praktijktest op de PPMO-baan (bluspak)
(…) Door iedere leverancier worden in totaal 5 proefpakken vooraf aangeleverd in een volledige maatrange van klein tot groot. Deze pakken mogen gebruikt zijn maar dienen wél in de uitvoering zoals geëist te worden aangeboden. Dit geldt dus óók voor technische details zoals lusjes, klittenband t.b.v. schouderstukken, padding, spacing etc. (…) Leveranciers mogen aanwezig zijn tijdens de comforttest om het pak op de juiste wijze af te stellen indien noodzakelijk.
Het pak dat is beoordeeld in de comforttest wordt door 10 Testpersonen beoordeeld op de volgende onderdelen (…):
Aan -en uittrekken bluspak 0,6 punten
Openen/afsluiten ritsen 0,6 punten
In -en uitstappen 0,6 punten
Brandweerslang oprollen met ademlucht 0,6 punten
Stand & reach 0,6 punten
Sit and reach 0,6 punten
Armen en rug strekken 0,6 punten
Totaal 4,2 punt (per beoordelaar)
(…)”
3.3.. Bijlage 10 bij het BD bevat het Programma van Eisen (PvE), waarin onder meer specifieke eisen voor de bluskleding en leveringseisen zijn opgenomen.
3.4.. Na publicatie van het BD zijn er twee nota’s van inlichtingen (NvI) gepubliceerd. Hierin zijn diverse eisen aangepast. De aanlevertermijn voor de pakken is verschoven van 17 december 2025 naar 8 januari 2026. Naar aanleiding van de gestelde vragen zijn op onderdelen verduidelijkingen gegeven en wijzigingen doorgevoerd, onder meer als volgt:
- Het antwoord op vraag 4 (NvI 1) over de proefpakken voor de comforttest en voor de praktijktest op de PPMO-baan (hierna: de praktijktest) luidt:
“1) inschrijvers dienen maximaal 10 testpersonen te voorzien van een pak. De maatvoering van de testpersonen wordt u vooraf aangereikt in deze Nota (zie ook meegepubliceerd document). Inschrijvers mogen aanwezig zijn bij het aanmeten van het pak dus is het wel zaak dat er voldoende pakken beschikbaar zijn. Het aantal benodigde pakken wordt overgelaten aan de inschrijver. Er dient 1 type pak te worden te worden aangeleverd i.p.v. de eerder genoemde 2. Het proefpak hoeft niet voorzien te worden van alle technische details zoals portofoonlus, klittenband, badge, ophanglussen etc. omdat er geen extra pak hoeft te worden gemaakt voor de praktijkdag wordt de vergoeding geschrapt.
- de inlevertermijn voor de proefpakken is uiterlijk 8 januari 2026, bij de start van de test. de gegevens van de testdag volgt na de inschrijfdatum (17 december). 3) de comforttest en praktijktest (inclusief handschoenen) vindt plaats op 8 & 9 januari 2026.”
- Het antwoord op vraag 29 (NvI 1) over de maten van de proefpakken luidt:
“De maatvoering wordt overgelaten aan de inschrijver, we spreken inderdaad over een UNI-sex pak.”
In het antwoord op vraag 45 (NvI 1) zijn vragen beantwoord over de eisen die worden gesteld aan de vijf aan te leveren pakken. Daarbij is aangegeven dat de op 8 en 9 januari 2026 te testen bluspakken niet langer hoeven te voldoen aan 13 van de in het PvE genoemde technische eisen, zoals labels, striping, badges, lussen en bevestigingsmogelijkheden.
Het antwoord op vraag 52 over de aan te leveren pakken luidt:
“1) we geven de maten van de proefpersonen door, op basis van de huidige kleding. Daar waar er iemand onverhoopt toch niet kan deelnemen zorgt VRLN voor een vervanger met dezelfde maat.
alle proefkleding moet nieuw zijn en minimaal 5x gewassen voorafgaande aan de testen, gebruikte pakken zijn derhalve niet toegestaan.
de pakken hoeven niet voorzien te zijn van striping conform huisstijl.”
In antwoord op vraag 85 (NvI 2) over de maattabellen van de huidige pakken heeft de Veiligheidsregio bij NvI 2 een maatvoeringstabel gepubliceerd, alsmede de meest actuele maattabel van de testpersonen. Daarbij heeft zij correcties doorgevoerd en twee reservepersonen toegevoegd. In deze meest actuele maattabel van de testpersonen zijn de maten aangegeven met S, M, L, EL en EEL met bij sommige personen de toevoeging: -5 of +5.
De Veiligheidsregio heeft inschrijvers in de gelegenheid gesteld de huidige pakken te komen opmeten bij de Brandweer in Roermond. De Veiligheidsregio heeft (in antwoord op vraag 89) aangegeven geen maattabel te zullen publiceren waarin de specifieke maatvoering (afmetingen) zijn opgenomen.
3.5.. In paragraaf 3.16.2 van het BD is het volgende opgenomen over de klachtenprocedure:
In het kader van het flankerend beleid bij de Aanbestedingswet heeft het Ministerie van Economische
Zaken en Klimaat de ‘Handreiking Klachtenafhandeling januari 2022’ opgesteld. Deze handreiking
biedt ondernemers en aanbestedende diensten een laagdrempelig instrument voor het oplossen van
geschillen met betrekking tot aanbestedingsprocedures waarop de Aanbestedingswet van toepassing
is.
Onder een klacht wordt verstaan “een tijdige en gemotiveerde uiting van ontevredenheid met een
corrigerend of afwijzend karakter inzake onderhavige aanbesteding of een onderdeel daarvan”.
Inschrijver behoort een vraag of opmerking in eerste instantie te stellen via de procedure van de nota
van inlichtingen. Indien een inschrijver van mening is dat opdrachtgever een vraag ten behoeve van
de nota van inlichtingen niet naar behoren afhandelt, kan zij hierover een klacht indienen. Ook indien
Inschrijver na de procedure van de nota van inlichtingen van mening is dat opdrachtgever een beslissing neemt waarmee inschrijver zich niet kan verenigen heeft inschrijver de mogelijkheid tot het indienen van een klacht.
De aanbestedende dienst maakt ter uitvoering van de klachtenafhandeling bij aanbesteden als onderdeel van de Aanbestedingswet 2012 gebruik van haar eigen klachtenmeldpunt. Een ondernemer die een klacht wil indienen kan de klachtenregeling downloaden en vult het klachtenformulier in. De bijlagen zijn te downloaden via: Inkoopcentrum Zuid
Het indienen van een klacht bij VRLN of de Commissie van Aanbestedingsexperts schort de aanbestedingsprocedure niet automatisch op. VRLN is vrij om te besluiten of zij naar aanleiding van de klacht de aanbestedingsprocedure al dan niet opschort. Indien een Ondernemer zowel een klacht
heeft ingediend als een gerechtelijke procedure is gestart dan wordt de behandeling van de klacht
opgeschort tot na de uitspraak van de rechter.”
3.6.. Op 8 januari 2026 heeft de comforttest plaatsgevonden. Alle drie de inschrijvers, waaronder [eiseres] en [belanghebbende], zijn na de comforttest doorgegaan naar de gunningsprocedure, waarvan de praktijktest een onderdeel was. Die test heeft plaatsgevonden op 9 januari 2026.
3.7.. De Veiligheidsregio heeft bij brief van 21 januari 2026 (hierna: de gunningsbeslissing) aan [eiseres] bericht dat haar inschrijving niet is beoordeeld als de hoogst scorende en dat [belanghebbende] de inschrijver is met de hoogste score. Uit de bijlage bij deze brief blijkt dat [eiseres] 31,2 punten heeft behaald voor de praktijktest en [belanghebbende] 34,2 punten. Verder blijkt uit dit formulier het door [eiseres] behaalde aantal punten voor gunningscriterium 2 (Onderhouds en levensduurstrategie) en voor de prijs van het bluspak, alsmede het door [belanghebbende] en [eiseres] behaalde eindtotaal van respectievelijk 86,6 en 76,7 punten.
3.8.. In de bijlage bij de gunningsbeslissing is/zijn:
- de opmerkingen vermeld die de testers op de eerste en de tweede testdag hebben gemaakt, zijnde een persoonlijke interpretatie, te weten:
“*) stug pak, redelijk dik (2x genoemd)
*) fijne band onderzijde jas
*)fijne schouderband, goed afstelbaar (2x genoemd)
*) prettige kniestukken (2x genoemd)
*) jas zit fijn, kruipt niet omhoog
*) beweeglijk
*) broek komt niet omhoog
*) schouderstuk houdt goed op de plek
*) comfortabel pak, zeer warm (3x genoemd)
*) omhangen ademlucht ging stroef door antislip schouderstuk
*) knelt in de knieën
*) jas blijft goed zitten bij reanimatie
*) kniepadding is smal
*) kniepadding is dun”
- bij gunningscriterium 2 opgemerkt dat het plan waarin de onderhouds- en levensduurstrategie is beschreven als voldoende wordt aangemerkt en daarmee een 6 scoort, wat inhoudt dat de aanbieder zich voldoende onderscheidt ten opzichte van alternatieve inschrijvingen. Daaronder staan enkele punten opgesomd die zijn opgemerkt door de projectgroep, te weten:
“-) Het is niet helder welke KPI's er gehanteerd moeten worden er staan wel voorbeelden in de tabel op pagina 7 maar er staat niet wat [eiseres] aanbeveelt.
-) we lezen niet dat de kledingleverancier samen met zeepleverancier en apparatuurleverancier samen een bindende instructie opstelt. De kledingleverancier is hier volgens ons leidend in.
-) een concrete beschrijving van het onderdeel frequentie en planning ontbreekt
-) duidelijke taakverdeling bij predictief ontbreekt.
-) Niet duidelijk of onze eigen naaister mag repareren. De bewijslast van haar kennis en kunde ligt bij VRLN.
-) jaarlijks "grondige reiniging" verplicht, en wat houdt dit dan precies in?
-) niet helder of er separate documentatie beschikbaar is, wat er nu staat is enkel gebaseerd op kledinglabel en gebruikshandleiding.
-) kwetsbare punten kleding zijn niet benoemd.”
- en enkele relevante verschillen met de winnende inschrijving, te weten:
“*) Sterke inzet op behoud EN 469 eisen waarbij [belanghebbende] een voortrekkersrol pakt.
*) [belanghebbende] neemt de verantwoordelijkheid om te blijven voldoen aan de EN469.
*) Kruiscertificatie wordt duidelijk beschreven. Herbruikbaarheid van de reeds bestaande kledij wordt vastgesteld en indien mogelijk in de nieuwe kleding verwerkt.
*) aantoonbare toepassing l502361 6 werkwijze.
*) duidelijke rolverdeling in stappen mbt gebruik, controle en herstel (gebruiker, getraind persoon, geïnstrueerd hersteller, fabrikant)
*) biedt een registratiesysteem aan.”
In zijn algemeenheid wordt opgemerkt dat kan worden gesteld dat [belanghebbende] met haar plan op 11 pagina's een compact, gedegen, op maat gemaakt en geconcretiseerd, stuk heeft geschreven.
3.9..
[eiseres] heeft op 6 februari 2026 bezwaar gemaakt tegen de gunningsbeslissing. De Veiligheidsregio heeft daar op 2 maart 2026 op gereageerd en concluderend aangegeven geen reden te zien om de gunningsbeslissing in te trekken.
4. Het geschil
4.1..
[eiseres] vordert, zakelijk weergegeven, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
de Veiligheidsregio te verbieden om op basis van de gunningsbeslissing een overeenkomst met [belanghebbende] te sluiten, en de Veiligheidsregio te gebieden de gunningsbeslissing uiterlijk twee werkdagen na dagtekening van dit vonnis, dan wel een andere termijn, in te trekken en ingetrokken te houden en dat aan alle bij de aanbesteding betrokken ondernemers kenbaar te maken; en
de Veiligheidsregio te verbieden om op basis van de aanbesteding een opdracht voor de levering van bluspakken (perceel 1) te gunnen en de Veiligheidsregio te gebieden om de aanbestedingsprocedure voor perceel 1 in te trekken en ingetrokken te houden en het daartoe bedoelde intrekkingsbericht uiterlijk twee werkdagen na dagtekening van dit vonnis, dan wel een andere termijn, aan alle bij de aanbesteding betrokken inschrijvers bekend te maken; en
als de Veiligheidsregio nog een opdracht voor de levering van bluspakken (perceel 1) wenst te gunnen, de Veiligheidsregio te gebieden om dat niet anders te doen dan door middel van een nieuwe aanbestedingsprocedure, waarbij de Veiligheidsregio in ieder geval [eiseres] in de gelegenheid stelt om opnieuw een inschrijving in te dienen;
met veroordeling van de Veiligheidsregio in de proceskosten en de nakosten op de wijze zoals in de dagvaarding vermeld.
4.2.. Daartoe voert [eiseres] – samengevat – het volgende aan. [eiseres] heeft een zestal bezwaren tegen het verloop van de aanbestedingsprocedure. Deze komen in de kern op het volgende neer. In de eerste plaats was er om meerdere redenen sprake van een ongelijk speelveld bij het voorbereiden van de pakken voor de testen. Verder was de comforttest niet geschikt om het comfort te testen. De gehanteerde systematiek leidt namelijk niet tot gunning aan de beste prijs-kwaliteitverhouding. Als derde heeft te gelden dat de gunningssystematiek na ontvangst van de inschrijvingen is gewijzigd. De Veiligheidsregio paste voorts maatvoeringen niet toe en zij gaf onvoldoende gegevens over de maatvoering. Het vijfde bezwaar is dat de voor gunningscriterium 2 behaalde scores onjuist zijn. Er zijn evidente fouten gemaakt in de beoordeling. Ten slotte is de gunningsbeslissing onvolledig gemotiveerd.
4.3.. De Veiligheidsregio en [belanghebbende] voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4.4..
[belanghebbende] heeft een voorwaardelijke vordering ingesteld, alleen voor het geval de voorzieningenrechter van oordeel is dat een vordering is vereist voor tussenkomst. Nu aan die voorwaarde niet is voldaan, behoeft deze vordering geen verdere bespreking.
5. De beoordeling van het geschil
Onjuiste feitelijke uitgangspunten
5.1.. De voorzieningenrechter stelt voorop dat niet kan worden uitgegaan van de juistheid van een aantal feitelijke stellingen die [eiseres] aan haar bezwaren ten grondslag heeft gelegd, zodat deze bezwaren reeds daarom moeten worden gepasseerd.
5.2.. Dat geldt in de eerste plaats voor de stelling van [eiseres] dat [belanghebbende] de huidige (‘zittende’) leverancier is van bluspakken van de Veiligheidsregio. De Veiligheidsregio en [belanghebbende] hebben dit gemotiveerd weersproken, waarna [eiseres] haar stelling niet langer heeft gehandhaafd. Aan het bezwaar van [eiseres] dat er sprake was van een ongelijk speelveld, omdat [belanghebbende] als zittende leverancier op een aantal onderdelen voordeel had van een kennisvoorsprong, wordt daarom voorbij gegaan.
5.3.. Verder hebben de Veiligheidsregio en [belanghebbende] betwist dat de comforttest en de praktijktest zijn samengevoegd, zoals [eiseres] in de dagvaarding stelde. Volgens de Veiligheidsregio en [belanghebbende] waren het verschillende tests, die ook op afzonderlijke dagen hebben plaatsgevonden. [eiseres] heeft ook deze stelling vervolgens niet langer gehandhaafd. Het bezwaar dat de gunningssystematiek na ontvangst van de inschrijvingen is gewijzigd, wordt daarom eveneens gepasseerd.
Rechtsverwerking
5.4.. De Veiligheidsregio en [belanghebbende] hebben het verweer gevoerd dat [eiseres] haar recht heeft verwerkt om te klagen over de in de dagvaarding beschreven aspecten van de aanbesteding, omdat zij hier te lang mee heeft gewacht, namelijk tot nadat de gunningsbeslissing was genomen. Het gaat hierbij om de volgende bezwaren van [eiseres].
De Veiligheidsregio heeft voorafgaand aan de testen de door de inschrijvers aangeleverde testpakken niet onderworpen aan een zogenoemde tafeltest om te controleren of deze wel aan de gestelde eisen voldeden. Dat had volgens [eiseres] wel gemoeten om ervoor te zorgen dat alleen pakken die aan de eisen voldoen werden vergeleken.
Verder moesten de testpakken binnen een beperkte tijd worden gefabriceerd terwijl de aan deze pakken te stellen eisen laatstelijk in NvI 2 nog werden gewijzigd. Daardoor waren volgens [eiseres] de testen niet objectief, was er geen sprake van een gelijke behandeling en konden deze testen niet leiden tot een keuze voor de economisch meest voordelige inschrijving omdat kort gezegd de testpakken niet een goed beeld gaven van de pakken die de inschrijver zou (kunnen) leveren.
Tot een weloverwogen keuze voor de economisch meest voordelige inschrijving kon volgens [eiseres] ook niet worden gekomen omdat door de versoepeling van de aan de testpakken te stellen eisen, onvoldoende informatie kon worden verkregen over het (comfort van de) uiteindelijk te leveren pakken. Door de versoepeling konden de testpakken volgens [eiseres] ook niet goed met elkaar worden vergeleken. [eiseres] heeft hiertoe verklaard dat sommige testpakken niet aan de voor de tests vervallen eisen voldeden, maar andere wel, omdat deze al eerder in productie waren gegaan (zoals haar pakken). [eiseres] heeft daarbij toegelicht dat en waarom bijvoorbeeld ook striping en zakken (die door de wijziging van de eisen niet langer op de testpakken hoefden te zijn aangebracht) van invloed kunnen zijn op stijfheid van onderdelen van het pak en daarmee op het draagcomfort.
[eiseres] heeft ook bezwaar gemaakt tegen de wijze en het moment waarop de Veiligheidsregio en [belanghebbende] de inschrijvers heeft geïnformeerd over de maatvoering van de pakken.
5.5.. De voorzieningenrechter volgt de Veiligheidsregio en [belanghebbende] in hun rechtsverwerkingsverweer tegen al deze bezwaren van [eiseres]. Daartoe is het volgende redengevend.
5.6.. Uit het Grossmann-arrest (HvJEG 12 februari 2004, C-230/02) en de daarop gebaseerde jurisprudentie volgt dat van een adequaat handelend inschrijver/gegadigde mag worden verwacht dat hij zich proactief opstelt bij het naar voren brengen van bezwaren in het kader van een aanbestedingsprocedure. De eisen van redelijkheid en billijkheid die de inschrijver/gegadigde jegens de aanbestedende dienst in acht heeft te nemen, brengen mee dat hij zijn bezwaren duidelijk naar voren brengt en in een zo vroeg mogelijk stadium aan de orde stelt, zodat eventuele onregelmatigheden desgewenst kunnen worden gecorrigeerd met zo min mogelijk consequenties voor het verdere verloop van de aanbestedingsprocedure. Een inschrijver/gegadigde die bezwaren heeft maar er (te lang) mee wacht om die te melden, handelt in strijd met het hiervoor genoemde arrest en heeft het recht verwerkt om hierover te klagen.
5.7.. De voorzieningenrechter stelt vast dat in het BD geen melding wordt gemaakt van een controle van de testpakken op de gestelde eisen (een tafeltest), voorafgaand aan de draagtests. Als [eiseres] had gemeend dat het uitvoeren van een dergelijke controle noodzakelijk was, had zij dat aan de orde moeten stellen en daar een vraag over moeten stellen. Dat heeft zij niet gedaan, en zij heeft ook op de testdagen, toen duidelijk was dat geen tafeltest werd uitgevoerd, daar geen bezwaar tegen gemaakt. Het is dan te laat om hierover pas te klagen na het versturen van de gunningsbeslissing. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat het primair aan de aanbestedende dienst is hoe zij toetst en beoordeelt of inschrijvers aan de gestelde eisen voldoen. In geval van gerede twijfel of een inschrijving niet irreëel is, is de aanbestedende dienst gehouden om daar nader onderzoek naar te doen, maar dat daarvan in dit geval sprake was is niet aannemelijk geworden.
5.8.. Ook de andere onder 5.5 genoemde bezwaren had [eiseres] eerder naar voren kunnen en moeten brengen. Over de maten van de testpakken is naar aanleiding van vragen daarover nadere informatie verstrekt in NvI 2. Als dat te laat was en/of [eiseres] daarna onvoldoende beeld had van wat verwacht werd, dan had zij daar destijds een punt van kunnen maken. [eiseres] is echter na kennis te hebben genomen van de in NvI 2 verstrekte info en gewijzigde eisen, verder gegaan met de productie van haar testpakken (zonder gebruik te maken van de gegeven mogelijkheid om de bestaande pakken op te meten), zij heeft haar pakken meegenomen naar de testdagen waar zij (gelet op haar stellingen) ook de pakken van de andere inschrijvers heeft gezien en zij heeft vervolgens de gunningsbeslissing afgewacht. Dat op de testdag een testpersoon aanwezig was met maten die niet waren opgegeven, zoals [eiseres] stelt, is gemotiveerd betwist en door [eiseres] niet nader onderbouwd. Overigens is gesteld noch gebleken dat [eiseres] daarover tijdens de testdagen heeft geklaagd. [eiseres] heeft ook op geen enkel moment gebruik gemaakt van de onder 3.16.2 in het BD vermelde klachtenprocedure. Het is te laat om, pas na ontvangst van een onwelgevallige gunningsbeslissing, met bezwaren als deze te komen.
5.9.. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat [eiseres] haar recht heeft verwerkt om nu nog te klagen over deze aspecten van de aanbesteding.
Ten overvloede
5.10.. Overigens heeft [eiseres] ter zitting ook onvoldoende aannemelijk weten te maken dat er sprake was van zodanige verschillen tussen de testpakken van de inschrijvers dat dit van noemenswaardige betekenis is geweest bij de beoordeling. De door de testers gemaakte opmerkingen, zoals vermeld in de gunningsbeslissing, geven er ook geen blijk van dat de pakken van [eiseres] minder goed zijn beoordeeld op die onderdelen, waar bijvoorbeeld de striping en zakken op van invloed zouden kunnen zijn. Daarbij merkt de rechtbank op dat de comforttest – waarop veel van de bezwaren van [eiseres] zien – niet meetelde bij de toekenning van punten die leidden tot de gunningsbeslissing. De comforttest was immers de eerste fase van het gunningsproces en alle drie de inschrijvers zijn doorgegaan naar de praktijktest. Alleen die praktijktest was onderdeel van de gunningscriteria. De omstandigheid dat de Veiligheidsregio volledigheidshalve in de gunningsbeslissing ook de opmerkingen heeft opgenomen die de testers op de eerste dag (bij de comforttest) hebben gemaakt, maakt dit niet anders. De stelling van [eiseres] dat het gevoel van de testers bij het comfort op de eerste dag wel van invloed moet zijn geweest op de puntentoekenning tijdens de praktijktest op de tweede dag, zoals [eiseres] die ter zitting (in haar tweede termijn) naar voren heeft gebracht, acht de voorzieningenrechter te vaag en onvoldoende concreet om daaraan conclusies te verbinden of daar verder op in te gaan.
Beoordelingsfouten
5.11..
[eiseres] heeft in de dagvaarding verder betoogd dat de aan haar toegekende score voor gunningscriterium 2 onjuist is. Er zijn volgens haar evidente fouten gemaakt in de beoordeling van haar inschrijving. [eiseres] heeft hier echter geen vordering tot herbeoordeling aan gekoppeld. Nu haar stellingen op dit punt niet kunnen leiden tot toewijzen van de wel ingestelde vorderingen, behoeven deze stellingen geen nadere bespreking.
5.12.. Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter dat [eiseres], na de gemotiveerde betwisting door de Veiligheidsregio van de in de dagvaarding op dit punt ingenomen stellingen, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van inhoudelijke onjuistheden bij de beoordeling van het plan van aanpak.
Motivering
5.13.. Nadat de Veiligheidsregio (met toestemming van [belanghebbende]) na het uitbrengen van de dagvaarding ook de subscores van [belanghebbende] op Gunningscriterium 2 en op Prijs bekend heeft gemaakt, heeft [eiseres] haar bezwaar ten aanzien van de motivering van de gunningsbeslissing niet langer gehandhaafd. Ook dit kan dus verder onbesproken blijven.
Proceskosten
5.14..
[eiseres] heeft verzocht om, ook als zij in het ongelijk wordt gesteld, de Veiligheidsregio in de proceskosten te veroordelen omdat zij de onder 5.13 bedoelde informatie over de subscores pas zo laat heeft verstrekt. Daar ziet de voorzieningenrechter geen reden toe. [eiseres] heeft dit kort geding immers doorgezet nadat zij deze informatie heeft verkregen, omdat zij een oordeel van de voorzieningenrechter wenste over haar overige bezwaren tegen de gunningsbeslissing en een beslissing op de ingestelde vorderingen.
5.15..
[eiseres] zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van de Veiligheidsregio en [belanghebbende]. De proceskosten van zowel de Veiligheidsregio als [belanghebbende] worden begroot op:
griffierecht € 735,-
salaris advocaat € 1.177,-
nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 2.101,-
5.16.. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6. De beslissing
De voorzieningenrechter:
6.1.. wijst het gevorderde af;
6.2.. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van zowel de Veiligheidsregio als [belanghebbende] van ieder € 2.101,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres] € 98,- extra aan de betreffende partij betalen, plus de kosten van betekening;
6.3.. veroordeelt [eiseres] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
6.4.. verklaart deze proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.
ts