Skip to main content

ECLI:NL:RBDHA:2026:18647

Tribunal

Utrecht

Date

2 July 2026

Langue

nl

Résumé de l'Affaire

Question Juridique

Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Décision / Solution

Uitspraak

Utrecht

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; VreemdelingenrechtType: uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.34533
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.S. Dunant Maurits),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. J. Raaijmakers).

Procesverloop

Bij besluit van 19 juni 2026 (het bestreden besluit) is aan eiseres met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

De minister heeft de rechtbank op 20 juni 2026 op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 29 juni 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door mr. B. Temeltasch, als waarnemer van haar gemachtigde. Als tolk is verschenen N.E. Ramirez Ruiz. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank bij de beoordeling van het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 94, zesde lid, van de Vw het beroep gegrond.

2. Eiseres stelt de Cubaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1982. Op 19 juni 2026 is zij aangekomen op [luchthaven] en heeft zij een asielaanvraag ingediend. De minister heeft diezelfde dag een besluit over de toegangsweigering uitgesteld en aan eiseres een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd.

Grondslag van de maatregel

3. Eiseres voert aan dat de maatregel twee grondslagen stapelt. Artikel 6, derde lid, Vw en artikel 5 van de Screeningsverordening. In de maatregel staat verder een beoordeling over zicht op uitzetting, hetgeen ontleend is aan het toetsingskader van artikel 6, eerste en tweede lid, in samenhang met het zesde lid van de Vw.

4. De rechtbank overweegt dat het feit dat in de maatregel staat dat de vrijheidsbeneming wordt gebaseerd op artikel 6, derde lid, van de Vw en mede op artikel 5 van de Screeningsverordening niet maakt dat sprake is van een onrechtmatige grondslag. Artikel 6, derde lid, van de Vw luidt immers als volgt:“De vreemdeling die aan de grens te kennen heeft gegeven een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 te willen indienen, met inbegrip van de vreemdeling op wie artikel 5, tweede lid, van de Screeningsverordening van toepassing is, kan, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder 2, van de Opvangrichtlijn, eveneens worden verplicht zich op te houden in een door de ambtenaar belast met grensbewaking aangewezen ruimte of plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek, in het kader van een procedure om een beslissing te nemen over de toegang, onderscheidenlijk in het kader van de toepassing van de screeningsprocedure overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 5, 6 en 8, eerste en derde lid, van de Screeningsverordening. Artikel 59b, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.”

5. Dat in de maatregel ook vinkjes zijn gezet bij de vraag of er zicht op uitzetting is, maakt de maatregel ook niet onrechtmatig. Nu eiseres een asielaanvraag heeft ingediend is zicht op uitzetting op dit moment niet aan de orde. Eiseres is door de onjuiste vinkjes niet in haar belangen geschaad.

Lichter middel

6. Eiseres voert verder aan dat de minister al voorafgaand aan de opheffing had moeten volstaan met een lichter middel dan de vrijheidsontnemende maatregel, omdat de minister in het bestreden besluit niet heeft gemotiveerd waarom in dit geval niet met het toepassen van een lichter middel kon worden volstaan. De motivering in de maatregel is van algemene aard en geldt voor iedere vreemdeling die aan de grens asiel aanvraagt. De motivering is niet toegespitst op de situatie van eiseres. Eiseres komt niet voor in de databanken, zij heeft een echt een geldig paspoort en er zijn geen onderduikindicatoren gesteld of gebleken.

7. De rechtbank stelt vast dat eiseres niet heeft betwist dat zij aan de grens een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend terwijl zij niet aan de toegangsvoorwaarden voldeed, en dat zij daarmee voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw.

8. Op grond van artikel 5.1a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.

9. De rechtbank is van oordeel dat uit het proces-verbaal van gehoor blijkt dat aan eiseres in voldoende mate duidelijk is gemaakt dat het aan haar was om eventuele bijzondere feiten of omstandigheden met betrekking tot haar persoonlijke belangen aan te voeren die tot het oordeel konden leiden dat de minister diende af te zien van het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel. Desgevraagd heeft eiseres verklaard te begrijpen dat zij naar een gesloten detentiecentrum moet en heeft zij aangegeven dat dat beter is dan terug te keren naar Cuba. Zij heeft verder aangegeven geen gezondheidsproblemen te hebben, geen familieleden in de Europese unie te hebben en op de vraag of er andere omstandigheden zijn die aanleiding moeten geven om haar asielaanvraag in vrijheid af te wachten heeft eiseres geantwoord dat die er niet zijn.

10. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de minister in de maatregel heeft kunnen volstaan met de motivering dat geen minder dwingende maatregel kan worden toegepast zonder het grensbewakingsbelang prijs te geven en dat eiseres geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die zouden moeten leiden tot de conclusie dat de maatregel onevenredig bezwarend is. De beroepsgrond slaagt niet.

Kwetsbaarheids- en medische beoordeling

11. Eiseres voert voorts aan dat de minister ten onrechte geen kwetsbaarheids- en medische beoordeling heeft uitgevoerd. Er zijn concrete aanwijzingen voor kwetsbaarheid, zodat de minister verplicht is om de grensprocedure in het geval van eiseres niet toe te passen.

12. De minister heeft ter zitting toegelicht dat eiseres is gescreend alvorens de maatregel is opgelegd en dat tijdens deze screening niet is gebleken van kwetsbaarheid of medische omstandigheden.

13. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding voor twijfel aan het standpunt van de minister dat er een kwetsbaarheids- en medische beoordeling is uitgevoerd. De rechtbank betrekt hierbij dat ook het proces-verbaal van gehoor voorafgaand aan de maatregel geen aanknopingspunten biedt voor het feit dat er sprake zou zijn van kwetsbaarheid of medische problematiek.

Conclusie

14. Ook ambtshalve toetsend is de rechtbank niet gebleken dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig is opgelegd of onrechtmatig voortduurt.

15. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep ongegrond;

  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.A. Berghuis, rechter, in aanwezigheid van mr.L.S. Lodder, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2026.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Plus de Décisions