Skip to main content

ECLI:NL:RBDHA:2026:9267

Tribunal

Den Haag

Date

15 April 2026

Langue

nl

Résumé de l'Affaire

Question Juridique

Bestuursrecht; Belastingrecht

Décision / Solution

Uitspraak

Den Haag

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; BelastingrechtType: uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 23/8111

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] B.V. , gevestigd te [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. S.M. Bothof),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder

en

de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid).

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres een naheffingsaanslag Belasting van personenauto's en motorrijwielen (Bpm) opgelegd.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 30 oktober 2023 de naheffingsaanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026.

Namens eiseres is verschenen mr. M.U. Sahin, kantoorgenoot van de gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 1] en mr. [naam 2] .

OverwegingenFeiten

1. Eiseres heeft op 6 december 2021 aangifte Bpm gedaan ter zake van een BMW Alpina B5 (de auto). De datum van eerste toelating is 2 januari 2019. De CO2 uitstoot bedraagt 265 g/km NEDC en 362 g/km WLTP.

2. In de aangifte Bpm is de te betalen belasting van € 12.693 berekend op basis van een taxatierapport. De taxatie van de auto heeft op 29 november 2021

plaatsgevonden en het taxatierapport is op 2 december 2021 opgesteld. In het taxatierapport is de historische nieuwprijs van de auto vastgesteld op € 171.265 en de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat op € 51.528. De taxateur heeft een bedrag van € 3.993 (95% van de totale gecalculeerde reparatiekosten van afgerond € 4.203) als schade aangemerkt en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat op € 47.265 vastgesteld.

3. De datum van keuring door de RDW is 2 december 2021.

4. Naar aanleiding van een controle van de aangifte is aan eiseres met dagtekening 2 juni 2023 een naheffingsaanslag Bpm opgelegd van in totaal € 12.389 (€12.300 aan na te heffen Bpm en € 89 belastingrente). Verweerder heeft de naheffingsaanslag gebaseerd op de forfaitaire tabel.

Geschil 5. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Meer specifiek is in geschil:

of de verschuldigde Bpm bepaald kan worden aan de hand van de herrekende bruto Bpm van eerder ingevoerde gelijksoortige auto’s (de herleidingsmethode);

of van het door eiseres overgelegde taxatierapport gebruik kan worden gemaakt;

of indien het taxatierapport niet bruikbaar is, gebruik kan worden gemaakt van de koerslijstmethode.

Beoordeling van het geschil

Herleidingsmethode

6. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2025slaagt de beroepsgrond van eiseres met betrekking tot de zogenoemde herleidingsmethode niet.

Taxatierapport en schade

7. De bewijslast van de door eiseres bepleite handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat en de waardevermindering door schade, in de omvang als door eiseres gesteld, rust op eiseres. Zij heeft daartoe verwezen naar het taxatierapport dat ten grondslag is gelegd aan de aangifte. Ook heeft eiseres herstelnota’s overgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van de auto € 51.528 bedroeg noch dat de auto ten tijde van het doen van aangifte meer schade had dan alleen gebruiksschade. Verweerder stelt terecht dat de in het taxatierapport gebruikte referentieauto te veel verschilt van de auto. Het vermogen van de auto is 447 kw tegenover 250 kw van de gekozen referentieauto en ook de CO2 uitstoot verschilt wezenlijk (265 g/km tegenover 174 g/km). Op de foto’s van de auto in het dossier is bovendien geen schade te zien waarvoor de kwalificatie ‘normale gebruiksschade’ niet passend zou zijn. Uit de herstelnota’s volgt enkel dat een alarmklasse is ingebouwd en dat het voertuig gepolijst is en rijklaar is gemaakt. Het taxatierapport kan niet dienen. De handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat bedraagt volgens verweerder op basis van aansluiting bij de koerslijst van een beter vergelijkbaar voertuig € 85.456; afschrijving op basis van de tabel is voordeliger.

Kan eiseres een beroep doen op de koerslijst?

8. Nu de auto als zodanig niet voorkomt op een koerslijst, kan de koerslijstmethode niet worden toegepast.

9. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de naheffingsaanslag niet naar een te hoog bedrag opgelegd en is het beroep ongegrond.

Immateriële schadevergoeding

10. Eiseres heeft in haar beroepschrift van 30 november 2023 verzocht om een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Een vergoeding van immateriële schade wordt op verzoek toegekend als een procedure over een belastingaanslag onredelijk lang heeft geduurd. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een periode van twee jaar voor de bezwaar- en beroepsfase gezamenlijk als redelijk wordt beschouwd. De termijn hiervoor vangt aan op het moment waarop verweerder het bezwaarschrift ontvangt. Verweerder heeft het bezwaarschrift tegen de naheffingsaanslag op 21 juni 2023 ontvangen. De rechtbank doet op 15 april 2026 uitspraak. De redelijke termijn is derhalve overschreden met afgerond tien maanden. Nu eiseres een financieel belang heeft van meer dan € 1.000, heeft eiseres recht op een vergoeding van immateriële schade van € 1.000.Aangezien verweerder uitspraak op bezwaar heeft gedaan met dagtekening 30 oktober 2023, is de termijnoverschrijding geheel aan de beroepsfase toerekenbaar.

Proceskosten

11. Nu aan eiseres een vergoeding van immateriële schade wordt toegekend, bestaat aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De voor vergoeding in aanmerking komende kosten stelt de rechtbank met inachtneming van het bepaalde in het arrest van de Hoge Raad van 10 november 2023en het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 233,50 (1 punt voor het indienen van het verzoek om schadevergoeding met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor van 0,25).

12. Eiseres heeft reeds vóór het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2024verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar de redelijke termijn voor bezwaar en beroep was op de datum van dat arrest nog niet overschreden. Gelet daarop ziet de rechtbank geen aanleiding om het betaalde griffierecht aan eiseres te laten vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond;

veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1000; en

veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 233,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van

mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).

Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.

Verder vermeldt u ten minste het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de datum van verzending;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Hoge Raad 11 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1134.

Hoge Raad 3 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1472.

Vgl. Hoge Raad 14 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:853.

HR 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526.

HR 31 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:567.

Plus de Décisions