Skip to main content

ECLI:NL:RBGEL:2026:5163

Tribunal

Zutphen

Date

24 June 2026

Langue

nl

Résumé de l'Affaire

Question Juridique

Civiel recht; Verbintenissenrecht

Décision / Solution

Uitspraak

Zutphen

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; VerbintenissenrechtType: uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: 11851903 \ CV EXPL 25-2315

Vonnis van 24 juni 2026

in de zaak van

DEX CORPORATION B.V.,

te Doetinchem,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: Dex,

procederend bij haar directeur [directeur dex] ,

tegen

[naam gedaagde in conventie / eisende in reconventie] B.V.,

te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [de gedaagde] ,

gemachtigde: mr. T. Franzen.

1. De procedure

1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het tussenvonnis van 18 maart 2026,

  • de e-mail van 9 april 2026 met productie van de zijde van Dex,

  • de akte met producties van de zijde van [de gedaagde] .

1.2.. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling in conventie en in reconventie

2.1.. De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 18 maart 2026. In dit tussenvonnis is overwogen dat [de gedaagde] is tekortgeschoten in haar verplichtingen uit de overeenkomst en dat zij is gehouden de kosten te vergoeden die Dex moet maken om het terras door een derde te laten herstellen. Dex is in de gelegenheid gesteld om bij akte de door haar gestelde herstelkosten nader en aan de hand van stukken (bijvoorbeeld offertes) te onderbouwen.

2.2.. Dex heeft ter onderbouwing van de gevorderde herstelkosten een offerte van 8 april 2026 van [bouwbedrijf] b.v. (hierna: [bouwbedrijf] ) overgelegd. In die offerte heeft [bouwbedrijf] alle door Dex gewenste herstelwerkzaamheden uiteengezet en de kosten daarvan begroot op een bedrag van in totaal € 37.322,21 (incl. btw).

2.3..
[de gedaagde] heeft bij antwoordakte verweer gevoerd tegen de verschuldigdheid van diverse door [bouwbedrijf] geoffreerde posten, dan wel tegen de hoogte daarvan. Zijn verweer zal hierna, voor ieder onderdeel afzonderlijk, aan de orde komen.

  • plaatselijk vervangen van het tegelwerk

2.3.1.. In de offerte van [bouwbedrijf] zijn kosten begroot voor het vervangen van de volledige tegelvloer. [de gedaagde] betwist dat alle tegels moeten worden vervangen. Volgens [de gedaagde] kan worden volstaan met het enkel vervangen van de tegels tussen de bestaande trap en de nog aan te brengen draingoot. Dit betreft een kwart van het totale tegelwerk, aldus [de gedaagde] .

2.3.2.. Het verweer van [de gedaagde] faalt. Uit de rapportage 31 november 2025 van [bedrijf] blijkt dat zij als hersteloplossing heeft aangedragen: “alle tegels en dekvloer verwijderen”en“geheel nieuw tegelwerk aanbrengen”. In het tussenvonnis van 18 maart 2026 is ook overwogen dat het voor de hand ligt dat de door [bedrijf] aangedragen hersteloplossing tot uitgangspunt wordt genomen. In het licht van deze omstandigheden had het op de weg van [de gedaagde] gelegen de stelling dat ook kan worden volstaan met plaatselijk herstel, verder te onderbouwen. Die onderbouwing ontbreekt echter. Uit niets blijkt dat kan worden volstaan met het plaatselijk vervangen van het tegelwerk. Deze wijze van herstel ligt ook niet voor de hand in verband met het naar alle waarschijnlijkheid optredende kleurverschil tussen oude en de nieuwe tegels, ook wanneer deze tegels van hetzelfde merk en type zijn als de oorspronkelijke tegels. Uitgangspunt is dan ook dat alle tegels moeten worden verwijderd en dat geheel nieuw tegelwerk moet worden aangebracht.

  • ander merk en type tegel

2.3.3.. In de offerte van [bouwbedrijf] zijn andere tegels begroot (Ceramax og. keramische tegels, totaalprijs € 2.420,00) dan de tegels die [de gedaagde] heeft geleverd en heeft gelegd (Gambini Jelling, totaalprijs € 1.544,47). De door [bouwbedrijf] begrote tegels zijn niet alleen zwaarder en hoger maar ook duurder dan de tegels die [de gedaagde] heeft gelegd. Uitgangspunt is echter dat Dex na herstel van de tegelvloer in de toestand wordt gebracht zoals die (vermoedelijk) zou zijn geweest indien de tekortkoming in de nakoming niet zou hebben plaatsgevonden. Dat betekent in dit geval de levering en deugdelijke plaatsing van de tegels van het merk Gambini Jelling, dan wel een soortgelijke tegel. Rekening houdend met een geschatte prijsstijging van 10% sinds 2023, worden de kosten voor het nogmaals aanschaffen van soortgelijke tegels geschat op een bedrag van € 1.698,92. Dit bedrag is voor de aanschaf van nieuwe tegels toewijsbaar.

2.3.4.. Het voorgaande brengt met zich dat de kosten voor de huur van een vacuümheffer in verband met de zwaardere tegels niet voor toewijzing in aanmerking komen omdat deze kosten niet gemaakt hoeven te worden als uitgegaan wordt van de oorspronkelijke tegels.

  • muurafdekkers

2.3.5.. In de offerte van [bouwbedrijf] zijn kosten begroot voor het verwijderen, leveren en aanbrengen van muurafdekkers, inclusief de daarvoor bijkomende kosten voor de aanschaf van lijm en zaag-, voeg-, stuc- en kitwerkzaamheden. Uit de offerte blijkt dat deze werkzaamheden volgens [bouwbedrijf] moeten worden verricht in verband met de nieuwe hoogte van de tegels (de nieuwe tegels zijn hoger dan de oorspronkelijke tegels). Zoals hiervoor al is overwogen, is [de gedaagde] niet gehouden om kosten aan Dex te betalen die het gevolg zijn van de aanschaf van een andere soort tegel dan de tegel die door [de gedaagde] is geleverd en geplaatst. Alle in de offerte begrote kosten die verband houden met het verwijderen, leveren en aanbrengen van de muurafdekkers komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.

  • AK 5% en W+R 3%

2.3.6..
[de gedaagde] stelt dat in de offerte een aantal zaken is begroot die eigenlijk onder de posten AK (Algemene Kosten) en W+R (Winst en Risico) vallen, zoals de posten ‘autokosten’ en ‘opname, calculatie, werkvoorbereiding’. Dit verweer slaagt deels. Autokosten zijn kosten die in beginsel vallen onder de post AK (dit zijn eigen apparaatskosten van een aannemer die niet direct aan een bouwproject zijn toe te rekenen). Door Dex is niet gesteld en evenmin is gebleken waarom in dit geval op dit uitgangspunt een uitzondering moet worden gemaakt. De autokosten ter hoogte van € 730,00 zijn daarom onvoldoende onderbouwd en niet toewijsbaar. De overige door [de gedaagde] genoemde kosten (opname, calculatie en werkvoorbereiding) vallen niet onder de posten AK en W&R en is [de gedaagde] in beginsel aan Dex verschuldigd.

  • overige posten

2.3.7.. Omdat niet alle in de offerte begrote werkzaamheden voor vergoeding in aanmerking komen, is het uit te voeren herstelwerk minder omvangrijk dan waar de offerte van uitgaat. Om deze reden zullen de navolgende posten uit de offerte worden geschat op 75% van de daarvoor begrote kosten:

  • opname, calculatie en werkvoorbereiding,

  • afwerken terras en tuinmuur,

  • stelpost diamantzaagwerk terrastegels en muurafdekkers,

  • stelpost kitwerk terrastegels en muurafdekkers,

  • opleveren en opruimen.

  • Btw

2.3.8.. Dex is geen btw-plichtige ondernemer en hoeft dus de door [bouwbedrijf] begrote btw van 21% niet te betalen. Dit onderdeel van de vordering is daarom niet toewijsbaar.

  • Hoogte van begrote posten

2.3.9..
[de gedaagde] heeft ten slotte in het algemeen gesteld dat [bouwbedrijf] de herstelkosten te hoog heeft geoffreerd maar heeft die stelling onvoldoende toegelicht en onderbouwd. De daartoe door [de gedaagde] overgelegde offertes van andere aannemers is daarvoor in elk geval niet voldoende. Weliswaar zijn in die offerte de herstelkosten op een lager bedrag begroot dan de offerte van [bouwbedrijf] maar in de door [de gedaagde] overgelegde offertes is uitgegaan van plaatselijk herstel van de tegelvloer terwijl uitgangspunt is dat de tegelvloer volledig moet worden vervangen. Deze offertes worden daarom buiten beschouwing gelaten.

2.4.. Met inachtneming van het voorgaande zullen de totale herstelkosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 19.835,73. Dit bedrag is aan de hand van de offerte van [bouwbedrijf] als volgt opgebouwd:

Opname, calculatie en werkvoorbereiding (75% van € 1.210,00)

€ 907,50

Plaatsen schaftkeet en huur chemisch toilet

€ 740,00

Afdekken bestaande hardstenen trap met underlayment og

€ 560,00

Sloopwerk bestaande tegelvloer en afvoeren naar container

€ 1.690,00

Sloopwerk bestaande cd-legbed en afvoeren naar container

€ 1.690,00

Containerkosten

€ 750,00

Stellen hoogte regel voor dubbel afschot

€ 290,00

Aanbrengen drainagemortel-legbed

€ 3.020,00

Aanbrengen verzinkte krimnetjes in de drainagemortel-vloer

€ 680,00

Leveren tegels merk Gambini Jelling (zie hiervoor r.o. 2.3.3.)

€ 1.698,92

Leveren speciale flexibele lijm

€ 500,00

Aanbrengen tegels

€ 2.650,00

Invoegen tegels

€ 610,00

Stelpost diamantzaagwerk terrastegels en muurafdekkers (75% van € 750,00

€ 562,50

Stelpost kitwerk terrastegels en muurafdekkers (75% € 500,00)

€ 375,00

Afwerken terras en tuinmuur (75% van € 1.460,00)

€ 1.095,00

Opleveren en opruimen (75% van € 730,00)

€ 547,50

Subtotaal

€ 18.366,42

AK 5%

€ 918,32

W+R 3%

€ 550,99

Totaal

€ 19.835,73

2.5.. De conclusie is dat de door Dex gevorderde hoofdsom toewijsbaar is tot een bedrag van € 19.835,73.

2.6.. Dex vordert ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. In overeenstemming met het tarief dat is weergegeven in het (niet rechtstreeks van toepassing zijnde) Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en dat geacht wordt redelijk te zijn, is dan ook een bedrag van € 973,36 aan buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar.

2.7.. De door Dex gevorderde onderzoekskosten van [bedrijf] ad € 785,12 zijn aan te merken als kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid en komen op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW voor vergoeding in aanmerking.

2.8.. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering in conventie toewijsbaar is tot een bedrag van in totaal € 21.594,21 (€ 19.835,73 + € 973,36 + € 785,12).

2.9..
[de gedaagde] heeft in conventie een beroep gedaan op verrekening met een tegenvordering die hij stelt te hebben op Dex en waarvan hij tevens in reconventie betaling vordert. Het gaat hierbij om de laatste termijn van de aanneemsom ter hoogte van € 1.866,68.

2.10.. Dex is op grond van de overeenkomst tussen partijen – die niet is ontbonden – nog bedrag van € 1.866,68 verschuldigd aan [de gedaagde] . Dit is tussen partijen ook niet in geschil. Voorts is voldaan aan de vereisten van artikel 6:127 BW. Het beroep op verrekening slaagt dan ook. Zoals hiervoor al is overwogen is [de gedaagde] gehouden om een bedrag van € 21.594,21 aan Dex te voldoen. Na verrekening resteert een door [de gedaagde] aan Dex te betalen bedrag van in totaal € 19.727,53 (€ 21.594,21 -/- € 1.866,68). Dit bedrag zal in conventie worden toegewezen.

2.11.. De vordering in reconventie die strekt tot betaling van het bedrag van € 1.866,68 is tenietgegaan door verrekening en zal daarom worden afgewezen. Omdat het beroep op verrekening slaagt is Dex geen wettelijke rente aan [de gedaagde] verschuldigd.

2.12..
[de gedaagde] is zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat Dex niet bij gemachtigde procedeert, is [de gedaagde] geen salaris gemachtigde verschuldigd. In plaats daarvan zal een bedrag van € 50,00 aan verletkosten worden toegewezen. Van de gevorderde nakosten zullen enkel de kosten van betekening worden toegewezen.

2.12.1.. De proceskosten van Dex in conventie worden vastgesteld en begroot op:

  • kosten van de dagvaarding

122,35

  • griffierecht

1.461,00

  • verletkosten

50,00

Totaal

1.633,35

2.12.2.. Gelet op de uitkomst van de procedure in reconventie zullen de proceskosten in reconventie worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3. De beslissing

De kantonrechter

in conventie

3.1.. verklaart voor recht dat [de gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verbintenissen uit de overeenkomst,

3.2.. veroordeelt [de gedaagde] om aan Dex te betalen een bedrag van € 19.727,53,

3.3.. veroordeelt [de gedaagde] in de proceskosten van € 1.633,35, te vermeerderen met de kosten van betekening,

3.4.. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

3.5.. wijst de vordering af,

3.6.. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen en in het openbaar uitgesproken door mr. S.E. Sijsma op 24 juni 2026.

Bij afwezigheid van mr. S.E. Sijsma is dit vonnis ondertekend door

mr. M. Engelbert-Clarenbeek, kantonrechter.

lt

Plus de Décisions