Skip to main content

ECLI:NL:RBMNE:2023:7832

Tribunal

Utrecht

Date

20 September 2023

Langue

nl

Résumé de l'Affaire

Question Juridique

Strafrecht

Décision / Solution

Uitspraak

Utrecht

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/137676-23 (P); 21-004330-19 en 96-328212-20 (vord. TUL)

Vonnis van de meervoudige kamer van 20 september 2023

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,

wonende op de [adres 1] , [postcode] [woonplaats] , thans gedetineerd te Justitieel Complex [locatie] te [plaats] ,

hierna: verdachte.1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 september 2023.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. S. Mirshahi en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. M.H.H. Meulemeesters, advocaat te Zeist, naar voren hebben gebracht.2. TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1op 23 februari 2023 te Eemnes heeft geprobeerd om goederen te stelen van [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 3] in een woning aan de [adres 2] door middel van braak, verbreking, inklimming en/of valse sleutel;

Feit 2primairop 13 februari 2023 te Baarn samen met (een) ander(en) in een woning aan de [adres 3] een of meerdere sieraden heeft gestolen van [aangever 4] en/of [aangever 5] door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiairop 13 februari 2023 te Baarn opzettelijk een ruit heeft vernield van [aangever 4] en/of [aangever 5] ;

Feit 3primairin de periode van 5 mei 2022 tot en met 27 februari 2023 te Baarn een hoeveelheid benzine van [bedrijf] heeft gestolen;

subsidiairin de periode van 5 mei 2022 tot en met 27 februari 2023 te Baarn een hoeveelheid benzine van [bedrijf] heeft verduisterd.3. VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.4. WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder feit 1, feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie voert ten aanzien van feit 1 aan dat het verhaal van verdachte dat hij niet binnen is geweest ongeloofwaardig is, aangezien zijn DNA is aangetroffen op de binnenzijde van het raam. Over feit 3 stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat er sprake is van diefstal en niet van verduistering. Verdachte heeft opzet gehad op de weggenomen hoeveelheid benzine, omdat hij geen geld had ten tijde van het tanken maar ook niet binnen de 48 uur zoals voorgeschreven op het tanken zonder betalen formulier van het tankstation.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 3 primair ten laste gelegde. Hij voert aan dat verdachte niet de intentie heeft gehad om de benzine weg te nemen, waardoor er geen sprake is van diefstal. Verdachte is vaker bij het tankstation geweest en heeft daar zijn naam, geboortedatum, burgerservicenummer en e-mailadres achtergelaten. De raadsman refereert zich voor wat betreft de overige feiten aan het oordeel van de rechtbank.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

4.3.1. Bewezenverklaring van het onder feit 1 ten laste gelegde

Bewijsmiddelen

De verklaring van verdachte ter terechtzitting

Op 23 februari 2023 was ik bij de woning aan de [adres 2] te [plaats] . Ik was daar met het plan om in te breken. In de tuin heb ik een hamer gevonden.

De aangifte van [aangever 1]

Op 23 februari 2023 kwam ik terug bij mijn woning aan de [adres 2] te [plaats] . Ik en mijn kleinkinderen zagen toen een man vanaf mijn woning, rechterzijde, wegrennen. Ik zag dat het badkamerraam ingeslagen was en er glas op de grond lag. In mijn slaapkamer waren laadjes opengemaakt. Ik zag dat er een hamer op mijn bed lag. Ik heb die daar niet neergelegd.

Een proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] [plaats] )

Ik zag vanaf de oprit dat het raam rechts van de voordeur kapot was. Ik zag dat dit raam behoort bij de badkamer. Ik zag op de grond van de badkamer glasdelen liggen.Ik heb het handvat van de afsluithaak van het badkamerraam bemonsterd op de mogelijke

aanwezigheid van epitheel en de bemonstering veiliggesteld en gewaarmerkt (SIN: AAQD7193NL).

Ik zag dat in de slaapkamer, grenzend aan de badkamer, meerdere lades en kasten openstonden. Ik zag dat op het bed een hamer met houten steel lag. Ik heb de houten steel van de hamer bemonsterd op de mogelijke aanwezigheid van epitheel en de bemonstering veiliggesteld en gewaarmerkt (SIN: AAQD7194NL). In de sluitnaad aan de onderkant van het badkamerraam, onder het gat in het raam, zag ik een indrukspoor van een werktuig. Ik zag dat afmeting van het indrukspoor overeenkomstig was met de breedte van de kop van de hamer.

Een deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek

Tabel 1 – Resultaat van het DNA-onderzoek

Bemonstering

DNA-profiel

Mogelijke donor van celmateriaal

Handvat afsluithaak binnenzijde badkamerraam AAQD7193NL

DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.

Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek met het DNA-profiel van een persoon.

[verdachte]

Bemonstering steel hamer AAQD7194NL

DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man.

Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek met het DNA-profiel van een persoon.

[verdachte]

Tabel 2 – DNA-profiel(en) opgenomen in de DNA-databank voor strafzaken

SIN

Datum vergelijking

Mogelijke donor van celmateriaal

Bemonstering steel hamer AAQD7194NL

7 maart 2023

[verdachte] RABC6826NL

Geboren op [geboortedatum] 2000

SKN 8962402

4.3.2. Bewezenverklaring van het onder feit 2 primair ten laste gelegde

Verdachte heeft het onder feit 2 primair ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 september 2023;

een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 20 februari 2023, genummerd PL0900-2023045632-3, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, inhoudende de verklaring van aangever [aangever 4] namens [aangever 5] , doorgenummerde pagina 13 tot en met 16 van proces-verbaal nr. PL0900-2023126247.

4.3.3. Bewezenverklaring van het onder feit 3 primair ten laste gelegde

Bewijsmiddelen

De verklaring van verdachte ter terechtzitting

Ik heb op 5 mei 2022, 25 oktober 2022 en 27 februari 2023 getankt zonder te betalen bij [bedrijf] te Baarn . Ik had op het moment van tanken geen geld. Ik kreeg meestal aan het einde van de week op vrijdag geld. Ik heb niet binnen 48 uur betaald omdat ik er niet aan dacht of geen geld had.

De aangifte van [aangever 6] namens [bedrijf]

Plaats delict: Baarn

Pleegdatum: Op 27 februari 2023

Meneer heeft getankt, komt binnen en zegt geen pas bij te hebben. Er is een formulier ingevuld en hij heeft 48 uur de tijd gehad om te betalen, maar deze meneer blijkt achteraf een notoire wanbetaler te zijn! Er staan nog meerdere facturen open bij ons incassobureau.Object: benzine.

De aangifte van [aangever 7] namens [bedrijf]

Datum feit: 05-05-2022.

Klant had getankt bij binnenkomst kwam hij er achter dat hij zijn portemonnee vergeten was nadat hij een uitgestelde betalingsformulier had ingevuld werd hem uitgelegd binnen 48 uur te komen betalen op het tankstation dat is niet gebeurd.

Meneer is een vaste klant bij ons. Hij kwam halverwege het tanken naar binnen lopen om te zeggen dat hij weer zijn portemonnee vergeten was. Ik heb meneer ter herinnering gebeld op 9 mei 2022 op het telefoonnummer die hij heeft achtergelaten. Na een half uur tot een uur wordt ik terug gebeld door het zelfde nummer en ik krijg een geheel ander persoon aan de telefoon.

De aangifte van [aangever 8] namens [bedrijf]

Datum feit: 25-10-2022.

Man tankt, maar kan niet betalen. Hij heeft een formulier ingevuld en is weggegaan.

Bewijsoverweging

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of het wederrechtelijk toe-eigenen van de brandstof, zoals onder feit 3 ten laste is gelegd, het strafbare feit diefstal of verduistering oplevert. Van diefstal is sprake als de verdachte de brandstof met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening wegneemt, welk oogmerk hij al ten tijde van het tanken dient te hebben. Van verduistering is sprake als de verdachte de brandstof anders dan door misdrijf onder zich heeft en hij zich deze wederrechtelijk toe-eigent. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat met name de intentie waarmee de verdachte heeft getankt van belang is. Uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat verdachte telkens op het moment dat hij ging tanken geen geld had om de benzine te betalen. Verdachte had bovendien 48 uur na het tanken nog steeds geen geld, terwijl hij volgens het telkens door hem ondertekende formulier van het tankstation binnen 48 uur moest betalen. Uit deze omstandigheden leidt de rechtbank af dat verdachte reeds voorafgaand aan het tanken de intentie had om niet voor de benzine te betalen. Het handelen van verdachte kwalificeert daarom als diefstal, meermalen gepleegd.5. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 1

op 23 februari 2023 te Eemnes, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan de [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen van zijn gading, die geheel of ten dele aan [aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 3] , toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en inklimming

  • de tuin behorend bij die woning is ingegaan

  • met een hamer een ruit heeft ingeslagen

  • die woning is ingegaan en

  • meerdere kastdeuren en lades heeft geopend,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2 (primair)

op 13 februari 2023 te Baarn , tezamen en in vereniging met een ander, in een woning gelegen aan de [adres 3] , alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, meerdere sieraden die geheel of ten dele aan [aangever 4] en/of [aangever 5] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, en inklimming;

Feit 3 (primair)

op meer tijdstippen in de periode van 5 mei 2022 tot en met 27 februari 2023 te Baarn , telkens een hoeveelheid benzine die geheel of ten dele aan [bedrijf] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.6. STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1: poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid;

feit 2 primair: diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden;

feit 3 primair: diefstal, meermalen gepleegd.7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.8. OPLEGGING VAN STRAF

8.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek van het voorarrest.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat de geëiste onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden niet passend is. Hij voert aan dat verdachte verantwoordelijkheid heeft getoond en inmiddels een positieve weg is ingeslagen. Verdachte is bereid om mee te werken aan alle voorwaarden en de reclassering is bereid om met verdachte aan de slag te gaan. De raadsman acht een gevangenisstraf van tien maanden met een voorwaardelijke strafdeel en de geadviseerde bijzondere voorwaarden passend. Hij geeft aan dat het onvoorwaardelijke deel van de straf zo veel mogelijk gelijk aan het voorarrest moet zijn.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging woninginbraak en een woninginbraak met een ander. Een woninginbraak is een naar en ernstig feit, dat bij de bewoners een gevoel van onveiligheid teweegbrengt en forse inbreuk maakt op hun privacy. Het is voor slachtoffers vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning of op hun erf is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. Verdachte heeft bij de voltooide inbraak onvervangbare sieraden weggenomen en de slachtoffers daarmee iets afgenomen dat niet alleen een financiële, maar ook een emotionele waarde vertegenwoordigde zoals ook is gebleken tijdens de zitting. Daarnaast heeft verdachte meerdere malen bij hetzelfde tankstation een hoeveelheid benzine getankt zonder te betalen. Diefstal veroorzaakt hinder en financiële schade voor de gedupeerde uitbater van het tankstation. Verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van het vertrouwen van de medewerkers van het tankstation door een formulier voor tanken zonder te betalen in te vullen maar vervolgens niets meer van zich te laten horen of daadwerkelijk te betalen.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van 8 september 2023. Hieruit volgt dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke delicten. Het strafblad zal dan ook in strafverzwarende zin worden meegewogen.

Bovendien heeft de rechtbank kennis genomen van een reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 29 augustus 2023, opgemaakt door A.M. Schüle, reclasseringsmedewerker. Uit het reclasseringsrapport blijkt onder meer het volgende:

Op basis van ons onderzoek wordt de kans op recidive in algemene zin ingeschat als hoog. Dit op basis van betrokkenes delictgeschiedenis, zijn psychosociaal functioneren, de invloeden vanuit zijn sociale netwerk en middelenmisbruik. Daarnaast zijn ook het ontbreken van een structurele dagbesteding en vast inkomen risicoverhogende factoren. Beschermende factoren hebben wij niet kunnen vaststellen. Wel is het positief dat betrokkene na detentie huisvesting heeft en hij voornemens is om de werkzaamheden binnen zijn onderneming te zullen voortzetten.

Blijkens de rapportages van de jeugdreclassering verliep het begeleidingstraject in het kader van GBM met betrokkene enigszins positief. Betrokkene werkte mee aan de begeleiding en het lukte hem om een gestructureerde dagbesteding en een inkomen te realiseren. Daarnaast was zijn softdrugsgebruik afgenomen. Zijn gezinsmanager, de heer [A] , beschrijft in zijn rapportages dat er sprake is van een positieve ontwikkeling van betrokkene. De begeleiding bij de jeugdreclassering is naar aanleiding van de onderhavige strafzaak opgeschort.

De reclassering acht, bij een bewezenverklaring en gelet op het hoge recidiverisico, een nieuw begeleidingstraject bij de (volwassenen)reclassering geïndiceerd. Echter, de haalbaarheid van gedragsverandering wordt ingeschat als laag, omdat betrokkene een behandeling onder andere gericht op delictpreventie zelf niet nodig vindt.

Bij een veroordeling adviseren wij een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden:

• meldplicht bij reclassering;

• ambulante behandeling;

• dagbesteding;

• meewerken aan schuldhulpverlening;

• meewerken aan middelencontrole.

De rechtbank neemt voorgaande conclusies en bevindingen over en maakt die tot de hare.

Op te leggen straf

Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. De rechtbank heeft voor het bepalen van de hoogte van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS). Deze oriëntatiepunten nemen voor een voltooide woninginbraak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden als uitgangspunt wanneer sprake is van recidive. Verdachte is een recidivist en heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak in vereniging, een poging woninginbraak en meerdere diefstallen van benzine, terwijl hij in een proeftijd liep. Deze strafbare feiten rechtvaardigen in beginsel een gevangenisstraf van tien maanden.

De rechtbank acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, zoals geëist door de officier van justitie, echter niet passend. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte een jongvolwassene is die gebaat is bij hulp en te kennen heeft gegeven bereid te zijn om mee te werken aan alle voorwaarden. De rechtbank weegt ook mee dat verdachte ter zitting zijn excuses heeft aangeboden aan het slachtoffer en openheid van zaken heeft gegeven.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van tien maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de geadviseerde bijzondere voorwaarden, passend en geboden is.

9. VORDERING TENUITVOERLEGGING

9.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vorderingen tot tenuitvoerlegging dienen te worden toegewezen, omdat verdachte zich in de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten.

9.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman bepleit dat de vordering tot tenuitvoerlegging van 2 weken gevangenisstraf (parketnummer 96-328212-20) dient te worden afgewezen, omdat dit geen soortgelijk feit betreft. Over de vordering tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van 4 maanden jeugddetentie (parketnummer 21-004330-19) merkt de raadsman op dat het tegen het einde van de proeftijd is misgegaan. Hij verzoekt de rechtbank om de vordering gedeeltelijk ten uitvoer te leggen en de jeugddetentie om te zetten naar een werkstraf.

9.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging van 2 weken gevangenisstraf en de vordering tot tenuitvoerlegging van 4 maanden jeugddetentie toewijzen. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan (vergelijkbare) strafbare feiten. Om die reden zullen deze straffen alsnog ten uitvoer gelegd worden. Gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte en zijn wil om te werken ziet de rechtbank echter aanleiding om deze vrijheidsbenemende straffen om te zetten in werkstraffen.

De rechtbank zal de tenuitvoerlegging van 2 weken gevangenisstraf gelasten, te vervangen door een werkstraf van 60 uren. Bij het bepalen van de duur van de vervangende hechtenis voor het geval verdachte de taakstraf niet (naar behoren) verricht, wordt aansluiting gezocht bij de oorspronkelijk opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf. De vervangende hechtenis mag daarbij de duur van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf niet overstijgen. Indien verdachte de taakstraf niet (naar behoren) verricht, wordt deze dus vervangen door 14 dagen hechtenis.

De voorwaardelijk opgelegde 4 maanden jeugddetentie moet worden tenuitvoergelegd als een gevangenisstraf, aangezien verdachte naar het oordeel van de rechtbank niet meer voor jeugddetentie in aanmerking komt. Deze gevangenisstraf zal worden omgezet in een taakstraf van 240 uren, te vervangen door 4 maanden hechtenis indien verdachte de taakstraf niet (naar behoren) verricht.10. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.11. BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • verklaart het onder feit 1, feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

  • verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

  • verklaart het onder feit 1, feit 2 primair en feit 3 primair bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

  • verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

  • veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van tien (10) maanden;

  • bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van drie (3) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

  • stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast;

  • stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

  • zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk vindt, daaronder begrepen;

  • stelt als bijzondere voorwaarden:
  • dat verdachte zich meldt zich bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2, 3524 SJ te Utrecht. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

  • dat verdachte zich laat behandelen door Forensische Ambulante Zorg (FAZ Utrecht) of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Verdiepingsdiagnostiek zal onderdeel zijn van de behandeling. De behandeling start zodra deze beschikbaar is. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;

  • dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

  • dat verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

  • dat verdachte meewerkt aan controle van het gebruik van drugs en/of lachgas om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

  • waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 21-004330-19

  • wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwaarden bij arrest van 2 februari 2021 opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf toe;

  • bepaalt dat de voorwaardelijke jeugddetentie ten uitvoer moet worden gelegd als gevangenisstraf;

  • gelast in plaats van de vrijheidsstraf het verrichten van een taakstraf voor de duur van 240 uren;

  • beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 4 maanden hechtenis;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 96-328212-20

  • wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de door de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 22 april 2021 opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf toe;

  • gelast in plaats van de vrijheidsstraf het verrichten van een taakstraf voor de duur van 60 uren;

  • beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 14 dagen hechtenis;

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Piet, voorzitter, mr. G.A. Bos en mr. F.H. Schormans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 september 2023.

Mr. G.A. Bos is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 23 februari 2023 te Eemnes, althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan de

[adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de

rechthebbende bevond,

goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

[aangever 1] , [aangever 2] en/of [aangever 3] , in elk geval

aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk

om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te

nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking,

inklimming en/of een valse sleutel

-(via een hek) de tuin behorend bij die woning is ingegaan

-met een hamer een ruit heeft ingeslagen

-die woning is ingegaan en/of

-één of meerdere kastdeuren en/of lades heeft geopend,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art

311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art

45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2

hij op of omstreeks 13 februari 2023 te Baarn , althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten gelegen

aan de [adres 3] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten

weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),

één of meerdere sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4]

en/of [aangever 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder

zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht, art

311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van

Strafrecht, art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 februari 2023 te Baarn , althans in het arrondissement

Midden-Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed,

dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] en/of [aangever 5] , in elk geval aan een

ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of

weggemaakt

( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

3

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 mei 2022 tot en met

27 februari 2023 te Baarn , althans in het arrondissement Midden-Nederland,

(telkens) een hoeveelheid benzine, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele

aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

( art 310 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 mei 2022 tot en met

27 februari 2023 te Baarn , althans in het arrondissement Midden-Nederland,

(telkens) opzettelijk een hoeveelheid benzine, in elk geval een hoeveelheid

brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte

en welke benzine verdachte bij een voor zelfbediening ingerichte

benzinepompinstallatie, gelegen aan [adres 4] , had getankt, onder gehoudenheid

die benzine te betalen en welke benzine verdachte aldus en in elk geval anders dan

door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

( art 321 Wetboek van Strafrecht )

Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 6 juni 2023, genummerd PL0900-2023126247, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 154. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 september 2023.

Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , pagina 21.

Een proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] [plaats] ), pagina 76.

Een proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] [plaats] ), pagina 77-78.

Een geschrift, te weten een TMFI-rapport van 7 maart 2023, pagina 99.

Een geschrift, te weten een TMFI-rapport van 7 maart 2023, pagina 99.

Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 6 juni 2023, genummerd PL0900-2023126247, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 154. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 september 2023.

Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] namens [bedrijf] , pagina 142.

Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] namens [bedrijf] , pagina 142.

Een geschrift, te weten de aangifte van [aangever 7] namens [bedrijf] , pagina 135.

Een geschrift, te weten de aangifte van [aangever 7] namens [bedrijf] , pagina 130.

Een geschrift, te weten de aangifte van [aangever 8] namens [bedrijf] , pagina 121.

Plus de Décisions