Skip to main content

ECLI:NL:RBMNE:2026:3280

Tribunal

Utrecht

Date

4 March 2026

Langue

nl

Résumé de l'Affaire

Question Juridique

Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht

Décision / Solution

Uitspraak

Utrecht

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; BestuursprocesrechtType: uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/6500

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(Gemachtigde: [gemachtigde] )

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 22 oktober 2025.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die in beroep gaat moet een kopie van het besluit indienen waar hij/zij het niet mee eens. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het besluit niet is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.

3. De rechtbank heeft eiseres op 22 december 2025 een brief gestuurd, waarin staat dat eiseres binnen vier weken na datum van verzending van deze brief een kopie moet opsturen van het besluit waar zij het niet mee eens is. Tevens heeft de rechtbank in dezelfde brief verzocht om een schriftelijke machtiging over te leggen en het (volledige) adres van eiseres op te geven.

4. De rechtbank stelt vast dat eiseres het besluit niet heeft overgelegd en ook geen machtiging heeft ingediend waarin staat dat [gemachtigde] namens eiseres mag optreden. Bovendien heeft eiseres ook niet haar (volledige) adres overgelegd. De rechtbank stelt vast dat eiseres hierop niet heeft gereageerd.

5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).

6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van J.B. Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Plus de Décisions