Skip to main content

ECLI:NL:RBMNE:2026:4014

Tribunal

Utrecht

Date

8 June 2026

Langue

nl

Résumé de l'Affaire

Question Juridique

Civiel recht; Personen- en familierecht

Décision / Solution

Uitspraak

Utrecht

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; Personen- en familierechtType: uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/603809 / FO RK 25-1557

Vaststelling ouderschap

Beschikking van 8 juni 2026

in de zaak van:

[de moeder],

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. A.J. Begthel,

tegen

[de man],

overleden op [datum overlijden] 2025 in [plaats] ,

hierna te noemen: de man,

met als belanghebbende

mr. L.M. Bongers,

kantoorhoudende in Wijk bij Duurstede,

als bijzondere curator over het kind [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats] .

1. De procedure

1.1. De moeder heeft op 8 december 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend.

1.2. In de beschikking van 8 januari 2026 heeft de rechtbank mr. L.M. Bongers benoemd als bijzondere curator over [minderjarige] . De bijzondere curator vertegenwoordigt [minderjarige] in deze procedure en komt op voor zijn belang.

1.3. Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:

het advies van de bijzondere curator van 27 januari 2026;

het bericht van de moeder van 11 februari 2026;

het bericht van de moeder van 30 april 2026 met bijlage.

1.4. Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 6 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder met haar advocaat;

de bijzondere curator.1.5. Aan de heer [A.] , mevrouw [B.] (grootouders moederszijde), de heer [C.] en mevrouw [D.] (grootouders vaderszijde) is bijzondere toegang tot de zittingszaal verleend.

1.6. Na de zitting heeft de moeder nog een origineel afschrift van de geboorteakte van [minderjarige] overgelegd.

2. De belangrijke feiten

2.1. De moeder en de man hebben een relatie gehad.

2.2. De man is overleden op [datum overlijden] 2025 in [plaats] .

2.3. De moeder is vervolgens bevallen van een zoon:

  • [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats] .

2.4. [minderjarige] is niet erkend.

2.5. De moeder heeft alleen het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

2.6. Partijen hebben (of hadden) allen de Nederlandse nationaliteit.

3. Verzoeken en verweer3.1. De moeder verzoekt de rechtbank om het ouderschap van de man over [minderjarige] vast te stellen.

3.2. Omdat de man is overleden kan hij geen verweer voeren tegen het verzoek.

3.3. Hoewel de grootouders (van beide kanten) geen belanghebbenden zijn in deze procedure, merkt de rechtbank op dat zij het verzoek wel ondersteunen.

3.4. De bijzondere curator adviseert de rechtbank om een DNA-onderzoek te gelasten naar de vraag of de man de biologische vader is van [minderjarige] . Als uit dit DNA-onderzoek blijkt dat de man de biologische vader is van [minderjarige] , verzoekt de bijzondere curator om het vaderschap van de man over [minderjarige] gerechtelijk vast te stellen. Ook verzoekt de bijzondere curator om daarbij te bepalen dat [minderjarige] de geslachtsnaam van de man zal dragen.

4. De beoordeling

Conclusie4.1. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe en stelt het ouderschap vast van de man over [minderjarige] . De rechtbank zal ook bepalen dat [minderjarige] voortaan de geslachtsnaam van de man draagt. Hierna licht de rechtbank de beslissing toe.

Ontvankelijkheid4.2. De rechtbank zal de moeder ontvankelijk verklaren in haar verzoek, omdat zij het verzoek binnen vijf jaren na de geboorte van het kind heeft ingediend.Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de moeder inhoudelijk kan beoordelen.

Het wettelijk kader4.3. Op grond van de wet kan het ouderschap van een persoon, ook indien deze is overleden, door de rechtbank worden vastgesteld op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op de grond dat deze als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad. Dit kan op verzoek van de moeder of het kind.

Geen DNA-onderzoek4.4. De rechtbank is van oordeel dat DNA-onderzoek in dit geval niet noodzakelijk is om het vaderschap van de man over [minderjarige] vast te stellen. Naar het oordeel van de rechtbank is er gelet op de stukken en wat tijdens de zitting is besproken voldoende grond om te concluderen dat de man de verwekker is van [minderjarige] . Gebleken is namelijk dat de moeder en de man een bestendige relatie met elkaar hadden toen de man plotseling overleed. Op dat moment woonden zij ook met elkaar samen. Naar de buitenwereld toe hebben de moeder en de man samen bekend gemaakt dat zij in verwachting waren van een kindje, hetgeen blijkt uit de overgelegde verklaringen van familie en vrienden, Whatsappberichten en berichten van de moeder op Facebook. Daarnaast blijkt uit de overgelegde verloskundigenkaart van de moeder dat de man met de moeder mee is geweest naar afspraken bij de verloskundige en dat hij daar werd gezien als vader van het toen nog ongeboren kind. Tot slot is van belang dat ook de grootouders van beide kanten het verzoek ondersteunen en er bij alle betrokkenen geen enkele twijfel is over het verwekkerschap van de man.

Geslachtsnaam4.5. De moeder heeft verklaard dat zij graag wil dat [minderjarige] de geslachtsnaam van de man zal dragen.

4.6. Uit de wet volgt dat als een kind door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, het de geslachtsnaam van de moeder houdt, tenzij de moeder en de man wiens vaderschap is vastgesteld ter gelegenheid van de vaststelling gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de vader zal hebben of van beide ouders in vrij te bepalen volgorde.Als één van de ouders voorafgaand aan de naamskeuze is overleden, dan legt de andere ouder een verklaring omtrent de naamskeuze af.

4.7. In dit geval is de man overleden, zodat de ouders niet gezamenlijk een naamskeuze kunnen doen. De moeder kan op grond van de wet in dat geval alleen de naamskeuze afleggen. De rechtbank zal daarom de naamskeuze opnemen in de beslissing.

Uitvoerbaar bij voorraad4.8. De moeder heeft verzocht om de beslissing ‘voor zover mogelijk’ uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing meteen kan worden uitgevoerd, ook al wordt er hoger beroep ingesteld. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan de geboorteakte namelijk pas aanpassen (door een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte) wanneer de beslissing onherroepelijk is.

5. De beslissing

De rechtbank:

5.1. stelt het ouderschap vast van:

[de man], geboren op [geboortedatum 2] 1996 in [geboorteplaats] en overleden op [datum overlijden] 2025 in [plaats] ,

over het kind:

[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats] ;

5.2. stelt vast dat de moeder heeft verklaard dat [minderjarige] de geslachtsnaam [naam]zal dragen, zodat hij zal heten:[minderjarige];

5.3. wijst de verzoeken voor het overige af.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Artikel 1:207 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW)

Artikel 1:207 lid 1 BW

Artikel 1:5 lid 2 BW

Artikel 1:5 lid 9 BW

Plus de Décisions