ECLI:NL:RBNHO:2025:15617
Résumé de l'Affaire
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Uitspraak
Haarlem
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11334484 \ CV EXPL 24-6944
Uitspraakdatum: 10 september 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1],
2. [eiser 2], beiden wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] L.L.B.
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Turistik Hava Tasimacilik Anonim Sirketihandelend onder de naamCorendon Airlines,
gevestigd te Antalya (Turkije)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B.S. Friedberg
De zaak in het kort
De vervoerder voert aan dat hij rauwelijks is gedagvaard. Dit verweer slaagt niet. De passagiers waren er niet van op de hoogte dat de vervoerder hen voor het uitbrengen van de dagvaarding had gecompenseerd. Zij hebben de vervoerder daarom ook nadat hij hen had gecompenseerd meermaals aangeschreven met het verzoek tot compensatie. De vervoerder heeft de passagiers pas na het uitbrengen van de dagvaarding geïnformeerd over de verrichte betaling. De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.
1. Het procesverloop
1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding:
de conclusie van antwoord;
de conclusie van repliek;
de conclusie van dupliek; - de akte eisers.1.2.. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 7 september 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Antalya (Turkije), met vlucht XC1922 (hierna: de vlucht).2.2.. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.2.3.. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
3.1.. De passagiers vorderen – na wijziging van eis – dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - de wettelijke rente over € 800,00 vanaf de dag van vertraging van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; - € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente, en de nakosten.3.2.. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). Nu de vervoerder reeds heeft gecompenseerd, vordert de passagier betaling van de wettelijke rente over de compensatie, rente en kosten.3.3.. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat hij rauwelijks is gedagvaard, zodat hij niet kan worden gehouden tot betaling van de proceskosten.3.4.. Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, hierna ingegaan.4. De beoordeling
4.1.. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.4.2.. De wettelijke rente over de bij dagvaarding gevorderde compensatie is toewijsbaar zoals gevorderd.4.3.. De vervoerder voert aan dat hij rauwelijks is gedagvaard, zodat de passagiers niet-ontvankelijk moeten worden verklaard ten aanzien van de gevorderde proceskosten. De vervoerder heeft de passagiers op 21 maart 2024 gecompenseerd, waarna zij op 5 september 2024 deze procedure zijn gestart.4.4.. Met de passagiers is de kantonrechter van oordeel dat geen sprake is van rauwelijks dagvaarden. Uit de door de passagiers overgelegde stukken volgt dat zij de vervoerder ná 21 maart 2024 meermaals hebben aangeschreven met het verzoek tot betaling van compensatie over te gaan, waaruit naar het oordeel van de kantonrechter in dit geval volgt dat de passagiers niet op de hoogte waren van de uitbetaling door de vervoerder. Ontvangst van deze aanschrijvingen is door de vervoerder niet betwist. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om na ontvangst van een van deze aanschrijvingen contact op te nemen met (de gemachtigde van) de passagiers, om zo deze gerechtelijke procedure te voorkomen. Omdat hij dit heeft nagelaten, komen de proceskosten in beginsel voor zijn rekening. Hetgeen partijen hebben aangevoerd omtrent het opgegeven referentienummer behoeft, gelet op het voorgaande, geen bespreking.4.5.. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.4.6.. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden.4.7.. De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.5. De beslissing
De kantonrechter:
5.1.. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 120,00, vermeerderd met de wettelijke rente over € 800,00 vanaf 7 september 2022 en over € 120,00 vanaf 5 september 2024 tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;5.2..
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97; griffierecht € 218,00; salaris gemachtigde € 270,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.. veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken;5.4.. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;5.1..
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter