ECLI:NL:RBNHO:2026:7521
Résumé de l'Affaire
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Uitspraak
Haarlem
RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11936734 \ CV EXPL 25-7178
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap GP GROOT INZAMELING EN RECYCLING B.V.,
te Alkmaar,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: GP Groot,
gemachtigde: mr. A. Bartlema,
tegen
1. de vennootschap onder firma [gedaagde 1], M.H.O.D.N. [bedrijf],
te [plaats], 2. [gedaagde 2],
te [plaats], 3. [gedaagde 3],
te [plaats],
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [gedaagden],
verschenen bij [gemachtigde].
1. De procedure
1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met 6 producties van 20 oktober 2025,
het mondeling antwoord van 31 december 2025,
de (aanvullende) conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 28 januari 2026,
het tussenvonnis van 11 februari 2026,
de mondelinge behandeling van 12 mei 2026, waar namens GP Groot de conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie is voorgedragen en als pleitnotitie in het geding is gebracht en van welke mondelinge behandeling door de griffier verder aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.. Tussen partijen bestond een serviceovereenkomst op grond waarvan GP Groot voor [bedrijf] werkzaamheden heeft verricht bestaande uit het plaatsen, wisselen en afvoeren van (afval)containers (hierna ook: de overeenkomst). De overeenkomst is per 31 januari 2026 geëindigd.
2.2.. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van GP Groot van toepassing verklaard. In de algemene voorwaarden staat onder meer:
“17.2 Betaling dient te geschieden binnen 30 dagen na factuurdatum, zonder recht op korting, verrekening of opschorting, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen of anders op de factuur is aangegeven.
(…)17.7. GP Groot is gerechtigd om, indien Opdrachtgever in gebreke is met de nakoming van zijn betalingsverplichtingen, de werkzaamheden op te schorten.”
2.3.. Bij facturen van 22 januari, 10 april en 11 april 2025 heeft GP Groot in totaal € 3.818,28 bij [bedrijf] in rekening gebracht. Deze facturen zullen hierna ook ‘de facturen’ worden genoemd.
2.4.. Op 5 maart 2025 heeft GP Groot een container in de hal van [bedrijf] geplaatst. [bedrijf] heeft van de geplaatste container de volgende afbeelding overgelegd.
2.5..
[bedrijf] heeft GP Groot gemeld dat er schade aan (de platen van) de remmentestbank is veroorzaakt bij de plaatsing van de container.
2.6..
[bedrijf] heeft bij Arex Test Systems B.V. een offerte laten opmaken voor het vervangen van de platen van de remmentestbank. Dit bedraagt volgens de offerte € 4.845,00 exclusief btw.
2.7..
Over de plaatsing van de container heeft [betrokkene 1], de chauffeur van GP Groot die de container heeft gebracht, in een schriftelijke verklaring van 22 juli 2025 het volgende verklaard:
“De hal/garage waar de bak binnen geplaatst moest worden werd toen gebruikt door 2 personen. De bewuste persoon die nu moeilijk doet waar ik de container voor moest plaatsen en een ander persoon die de hal aan de voorzijde gebruikte. Die laatste had eigenlijk al weg moeten zijn maar dat was een heel gevecht en discussie door de 2 heren. Hij wilde mij er ook niet door laten om mijn bak binnen te kunnen afzetten. (…)
Na vele #$###!!! woorden gewisseld te hebben tussen beide heren is er een soort mediator gekomen om het te sussen tussen de beide heren en mocht/kon ik achteruit naar binnen. Toen waren we intussen al wel een uur verder. Dat ging overigens ook niet makkelijk omdat er ook links en rechts auto’s stonden geparkeerd waarvan ook paar die niet konden rijden. Enige manier voor mij was dan ook recht naar achter en bak afzetten. Beide kanten kon er 1 hand tussen zo krap was het daar.
Er was ook al een heel groot gat gegraven en die grond/zand lag al op een grote hoop waar dus die beruchte remmentestbank al voor grootste gedeelte onderlag. De container is DUIDELIJK OP AANWIJZING VAN DE HEER zelf daar afgezet door mij. Dat was de enige optie en zo kort mogelijk bij de hoop grond/zand.”
2.8..
In een schriftelijke verklaring van 7 mei 2025 heeft [betrokkene 2], de chauffeur van GP Groot die de container heeft opgehaald, verklaard:
“Bij aankomst samen met een collega troffen wij de 12m3 aan binnen in een loods. Deze container stond bij aankomst helemaal achterin en bovenop oprijplaten van een autolift of testbank achtig iets. Ik wist niet of mijn collega deze zo geplaatst had of dat de klant deze zo had neergezet. Ik vroeg vriendelijk of er dingen aan de kant konden maar dit was allemaal niet mogelijk en te lastig. Aangezien de container gevuld was met grond/zand was deze erg aan het gewicht! Wij hebben toen samen(collega en ik) met aanwijzingen van elkaar de auto onder de container laten lopen zonder ergens schade te maken! Dit viel niet mee! Maar was ons toch gelukt met geduld en aanwijzingen, dachten wij. Ik begreep later van mijn planner dat er schade was ontstaan aan de vloer cq lift. Als je ergens een container van 14á15 ton op gaat zetten kan je verwachten dat er schade ontstaat! Wij hebben bij ons weten geen extra schade gemaakt die er al niet al was bij aankomst!
Ik heb een tekening gemaakt hoe wij het aantroffen bij aankomst om eeen beetje duidelijk te maken hoe de container stond.
”2.9.. In een e-mail van 14 augustus 2025 heeft de verzekeraar van GP Groot, Howden Nederland, [bedrijf] bericht dat zij namens GP Groot de aansprakelijkheid voor de gestelde schade aan de remmentestbank afwijst.
2.10..
[bedrijf] heeft de onder 2.3 genoemde facturen van GP Groot, ondanks sommaties, niet betaald.
3. Het geschil
De vordering
3.1..
GP Groot vordert dat de kantonrechter [gedaagden] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeelt tot betaling van:
a. € 3.818,28 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 11 oktober 2025 tot aan de voldoening; b. € 506,83 aan buitengerechtelijke incassokosten; c. € 182,82 aan wettelijke handelsrente, berekend tot en met 10 oktober 2025; d. de proceskosten.
3.2.. GP Groot stelt hiertoe – kort gezegd – dat [gedaagde 2] en [gedaagde 3] op grond van artikel 18 Wetboek van Koophandel (WvK) hoofdelijk aansprakelijk zijn voor verbintenissen van [bedrijf], dat [bedrijf] ondanks verschillende aanmaningen niet aan haar betalingsverplichting heeft voldaan waarna zij in verzuim is geraakt en dat [gedaagden] schade in de vorm van buitengerechtelijke kosten en wettelijke handelsrente verschuldigd zijn.
3.3..
[gedaagden] voeren verweer. Op de standpunten van partijen gaat de kantonrechter, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader in.
De tegenvordering
3.4..
[bedrijf] vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter GP Groot veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van € 4.845,00. Zij legt aan de vordering ten grondslag dat GP Groot aansprakelijk is voor de door haar geleden schade uit hoofde van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad.
3.5.. GP Groot voert verweer. Voor zover relevant gaat de kantonrechter op de standpunten van partijen bij de beoordeling van het geschil nader in.
4. De beoordeling
de vordering
4.1..
[bedrijf] erkent de facturen van GP Groot niet te hebben betaald en [gedaagde 2] en [gedaagde 3] betwisten niet dat zij hoofdelijk aansprakelijk zijn. [gedaagden] voeren aan niet tot betaling gehouden te zijn, omdat GP Groot tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Volgens de overeenkomst diende GP Groot ieder kwartaal de container bij [bedrijf] op te halen en te legen. [bedrijf] beroept zich op haar opschortingsrecht omdat GP Groot in 2025 heeft verzuimd een volle container bij haar op te halen. Ter onderbouwing hiervan heeft [bedrijf] een foto van een (volle) container overgelegd. [bedrijf] beroept zich op opschorting.
4.2.. Het beroep op opschorting van [bedrijf] faalt, omdat de betalingsachterstand aan haar zijde is voorafgegaan aan de staking van de werkzaamheden door GP Groot. De kantonrechter licht dit toe. De door [gedaagden] ingebracht foto is ongedateerd, zodat niet kan worden vastgesteld wanneer de foto is genomen en dus ook niet of deze situatie betrekking heeft op de periode van vóór de onbetaalde facturen. GP Groot heeft daarnaast onbetwist gesteld dat zij haar dienstverlening pas heeft opgeschort nadat de facturen voor het eerste en tweede kwartaal 2025 onbetaald waren gelaten. Zij was hiertoe gerechtigd op grond van artikel 17.7 van haar algemene voorwaarden. Omdat GP Groot bevoegd was haar verplichtingen uit de overeenkomst op te schorten, is er geen sprake van een toerekenbare tekortkoming aan haar kant. Dat [bedrijf] de facturen voor het derde en vierde kwartaal 2025 wel heeft betaald doet niet af aan de opschortingsbevoegdheid van GP Groot. De kantonrechter zal vordering tot betaling van de facturen dan ook toewijzen.
4.3..
De door GP Groot gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente over de hoofdsom zal de kantonrechter als onweersproken eveneens toewijzen.
de tegenvordering
4.4.. Kern van dit deel van het geschil is de vraag of GP Groot is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst en/of onrechtmatig heeft gehandeld door de container op de remmentestbank van [bedrijf] te plaatsen, en vervolgens of GP Groot gehouden is de schade te vergoeden.De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is en licht dit hierna toe.
4.5.. Tussen partijen is sprake van een overeenkomst van opdracht.Op GP Groot rust de verplichting om deze uit te voeren met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht.Wanneer GP Groot in deze zorgplicht tekortschiet, is zij verplicht de daardoor ontstane schade te vergoeden.GP Groot is hierbij op gelijke wijze aansprakelijk voor het handelen van haar chauffeur (als hulppersoon of ondergeschikte) als voor haar eigen gedrag.
4.6.. GP Groot betwist aansprakelijk te zijn voor de schade aan de remmentestbank van [bedrijf]. Zij voert aan dat de container op uitdrukkelijk aanwijzen van (een medewerker van) [bedrijf] op die specifieke plek is geplaatst. De situatie ter plaatse was volgens GP Groot onoverzichtelijk en krap door geparkeerde auto’s en er lag een grote hoop zand over de remmentestbank. Hierdoor zou de remmentestbank voor de chauffeur niet zichtbaar zijn geweest en bovendien was er geen andere plek beschikbaar om de container te plaatsen. De chauffeur heeft voorgesteld de container buiten te plaatsen, maar [bedrijf] wilde de container uitsluitend in de loods geplaatst hebben.
4.7.. De kantonrechter gaat voorbij aan het verweer dat de container wegens ruimtegebrek niet elders geplaatst kon worden. Uit de door de (ophalende) chauffeur zelf gemaakte situatietekening blijkt immers niet dat er geen alternatieve locaties voor de container waren. Daarnaast staat vast dat de remmentestbank niet volledig aan het zicht was onttrokken. Uit de verklaring van de chauffeur die de container plaatste, blijkt immers dat de remmentestbank voor het grootste gedeelteonder een hoop zand lag, wat betekent dat deze deels wel zichtbaar was. Dit wordt ondersteund door de situatietekening van de andere chauffeur, waaruit blijkt dat de remmentestbank vóór de berg zand lag en dat de container deels op de remmentestbank was geplaatst. Bovendien heeft de chauffeur die de container later ophaalde ook verklaard dat de remmentestbank deels zichtbaar was en dat men kan verwachten dat het plaatsen van een zware container op een dergelijke installatie schade veroorzaakt. Daarmee staat vast dat de remmentestbank deels zichtbaar was toen de container werd geplaatst en dat het plaatsen van de container op die specifieke plek een voorzienbaar risico op schade met zich meebracht.
4.8.. GP Groot heeft niet gemotiveerd betwist dat [bedrijf] schade heeft geleden, zodat de kantonrechter aan die (kale) betwisting voorbijgaat. In dit verband merkt de kantonrechter (nogmaals) op dat de chauffeur die de container ophaalde heeft verklaard dat men kan verwachten dat het plaatsen van een zware container op een remmentestbank schade veroorzaakt. Voor zover GP Groot heeft willen betogen dat de schade niet tijdig is gemeld, faalt dit argument. Uit de stukken, waaronder de verklaring van de chauffeur die op 7 mei 2025 is opgesteld, blijkt genoegzaam dat de schade op dat moment al bij GP Groot bekend was. Er is dan ook tijdig melding gemaakt van de schade.
4.9.. Zelfs wanneer de chauffeur de container op aanwijzing van (een medewerker van) [bedrijf] zou hebben geplaatst – wat [bedrijf] heeft betwist – ontslaat dit GP Groot niet van haar zorgplicht. Van een professionele opdrachtnemer mag namelijk worden verwacht dat zij niet blindelings instructies opvolgt die voorzienbaar kunnen leiden tot schade aan eigendommen van de opdrachtgever. Indien de vermeende instructie werkelijk zo risicovol was als GP Groot stelt, had het op de weg van de chauffeur gelegen om de plaatsing van de container op die specifieke plek te weigeren, dan wel vooraf een uitdrukkelijke, schriftelijke kwijting of akkoordverklaring (voor eigen risico van [bedrijf]) te verlangen. Nu een dergelijk bewijs ontbreekt, is de stelling van GP Groot dat [bedrijf] dit uitdrukkelijk zo heeft gewild onvoldoende onderbouwd. Omdat GP Groot daarnaast in deze procedure geen beroep heeft gedaan op eventuele van toepassing zijnde algemene voorwaarden, ontbreekt iedere grond voor uitsluiting of beperking van de aansprakelijkheid.
4.10.. De conclusie is dat GP Groot, via haar chauffeur, niet heeft gehandeld zoals van een zorgvuldige opdrachtnemer verwacht mag worden. GP Groot is daarom toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, wat tot schade bij [bedrijf] heeft geleid. GP Groot is dan ook gehouden deze schade aan [bedrijf] te vergoeden. [bedrijf] heeft ter onderbouwing van de schade een offerte overgelegd, waarin de schade wordt begroot op € 4.845,-. GP Groot heeft de hoogte van dit offertebedrag niet betwist, zodat de omvang van de schade tussen partijen vaststaat. De kantonrechter zal de tegenvordering van [bedrijf] tot vergoeding van de schade van € 4.845,- toewijzen.
4.11.. De kantonrechter zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen zoals gevorderd. De wettelijke rente over het schadebedrag is op grond van artikel 6:119 BW in samenhang met artikel 6:83 sub b BW toewijsbaar vanaf 5 oktober 2025. Bij een verbintenis tot schadevergoeding treedt het verzuim immers direct in op het moment dat de schade ontstaat, waardoor GP Groot vanaf dat moment in verzuim verkeert.
de vordering en de tegenvordering
4.12.. Nu beide partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld worden de proceskosten gecompenseerd in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De kantonrechter
de vordering
5.1..
veroordeelt [bedrijf] tot betaling aan GP Groot van € 4.507,93, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 3.818,28 vanaf 11 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
de tegenvordering
5.2..
veroordeelt GP Groot tot betaling aan [bedrijf] van € 4.845,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
de vordering en tegenvordering
5.1.. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Wamsteker en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.
De griffier De kantonrechter
op grond van artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
als bedoeld in artikel 7:400 BW.
op grond van artikel 7:401 BW.
op grond van artikel 6:74 BW.
op grond van artikel 6:76 BW en artikelen 6:170 of 6:171 BW.