ECLI:NL:RBNHO:2026:7582
Résumé de l'Affaire
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Uitspraak
Haarlem
RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer / rekestnummer: 11907888 \ EJ VERZ 25-53
Beschikking van 10 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [VVE 1],
gemachtigde: mr. L. Rietbergen,
tegen
HOORNE VASTGOED B.V.,
te Uitgeest,
verwerende partij,
hierna te noemen: Hoorne Vastgoed,
gemachtigde: mr. R.A.M. Schram,
De zaak in het kort[VVE 1] heeft geen procesvolmacht voor het voeren van deze procedure, zodat zij niet-ontvankelijk is in haar verzoeken.
1. De procedure
1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift - het aanvullend verzoekschrift van 31 maart 2025
het verweerschrift
de mondelinge behandeling van 21 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de pleitaantekeningen die namens [VVE 1] zijn overgelegd en voorgedragen.1.2.. De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
2.1.. Het [naam] bestaat uit een parkeergarage met bergingen in de kelder, winkels op de begane grond en 79 woningen op de 1e, 2e, 3e en 4e verdieping.
2.2.. Bij akte van 5 juli 2005, ingeschreven in het kadaster onder nummer 19243/150, (hierna: splitsingsakte) is het complex gesplitst in drie appartementsrechten, te weten 79 woningen met index A1, winkels/bedrijfsruimte(n) met index A2 en een parkeergarage met index A3.
2.3.. Binnen de [VVE 1] zijn de drie hiervoor genoemde appartementsrechten opnieuw gesplitst in verschillende appartementsrechten, waarbij namens het appartementsrecht met index A1 de [VVE 2], namens het appartementsrecht met index A2 de [VVE 3] en namens het appartementsrecht met index A3 de [VVE 4] optreedt.
2.4.. Hoorne Vastgoed is lid van de [VVE 3] en de [VVE 4].
2.5.. In de splitsingsakte staat onder meer: “Artikel 41(…)4. Het bestuur behoeft de machtiging van de vergadering voor het instellen van en berusten in rechtsvorderingen en het aangaan van dadingen, alsmede voor het verrichten van rechtshandelingen en het geven van kwijtingen een belang van een nader door de vergadering vast te stellen bedrag te boven gaande. Het bestuur behoeft geen machtiging om in een geding verweer te voeren en voor het nemen van conservatoire maatregelen.(…)”.
2.6.. Op de algemene ledenvergadering (hierna: ALV) van 6 november 2025 is tegen het besluit tot het verlenen van een bestuursprocesvolmacht aan het bestuur van [VVE 1] gestemd. Er wordt door de ALV geen procesvolmacht verleent aan het bestuur.
3. Het verzoek en het verweer
3.1..
[VVE 1] verzoekt de kantonrechter: - het besluit genomen op de ALV van 4 september 2025 om geen boetebesluit vast te stellen, te vernietigen; - voor recht te verklaren dat Hoorne Vastgoed misbruik maakt van een meerderheidsmacht; - [VVE 1] te machtigen tot het vaststellen van het voorgestelde boetebesluit als behandeld op de ALV van 4 september 2025 en haar te machtigen om al datgene te doen wat daartoe vereist is; - Hoorne Vastgoed te veroordelen in de proceskosten.
3.2.. Bij aanvullend verzoek van 31 maart 2026 heeft [VVE 1] de kantonrechter verzocht het bestuur van [VVE 1] een procesvolmacht te verlenen zoals door haar verzocht en op de ALV van 6 november 2025 gepasseerd.3.3.. Aan het verzoek heeft [VVE 1] het volgende ten grondslag gelegd. Het besluit van de ALV van 4 september 2025 om geen boetebesluit vast te stellen moet worden vernietigd, omdat dit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Daarbij komt dat een vervangende machtiging kan worden verleend, indien de medewerking of toestemming zonder redelijke grond wordt geweigerd. Volgens [VVE 1] is daar sprake van. Aanleiding om het boetebesluit ter besluitvorming voor te leggen is de weigering van Hoorne Vastgoed om gebruikersverklaringen zoals bedoeld in artikel 42 van de splitsingsakte af te geven. Het niet overleggen van die verklaringen belemmert het bestuur van [VVE 1] zeer ernstig in de uitvoering van haar taken. Hoewel Hoorne Vastgoed mag stemmen conform haar eigen belang, worden de individuele eigenaren (de kantonrechter begrijpt: de individuele eigenaren die lid zijn van de [VVE 2] en/of [VVE 4]) onredelijk benadeeld, omdat een boetebesluit hen rechtszekerheid biedt en het bestuur van [VVE 1] in staat stelt de regels adequaat te handhaven.
3.4.. Hoorne Vastgoed verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. Op haar verweer wordt – voor zover van belang – bij de beoordeling ingegaan.
4. De beoordeling
4.1.. Daargelaten de vraag (1) of het bestuur van [VVE 1] middels een verzoek bij de kantonrechter haar eigen besluiten kan (laten) vernietigen, waarbij zij feitelijk optreedt als verzoeker én verweerder, alsook de vraag (2) of Hoorne Vastgoed als verweerder in dit geschil kan worden aangemerkt, overweegt de kantonrechter als volgt.
De procesvolmacht ontbreekt
4.2.. Op grond van artikel 41 lid 4 van het splitsingsreglement behoeft het bestuur van [VVE 1] een machtiging van de ALV voor het instellen van en berusten in rechtsvorderingen en het aangaan van dadingen, alsmede voor het verrichten van rechtshandelingen en het geven van kwijtingen een belang van een nader door de vergadering vast te stellen bedrag te boven gaande. Het bestuur behoeft geen machtiging om in een geding verweer te voeren en voor het nemen van conservatoire maatregelen.
4.3.. In het onderhavige geval is niet in geschil dat bij besluit van 6 november 2025 tegen een bestuursprocesvolmacht is gestemd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [VVE 1] desgevraagd verklaard dat zij tegen dit besluit geen procedure tot vernietiging daarvan is gestart. Ook is de termijn om tegen dat besluit een verzoek tot vernietiging in te dienen op 7 december 2025 verstreken. Daarmee is het besluit onherroepelijk vast komen te staan. [VVE 1] was daarom niet gemachtigd om de verzoeken zoals omschreven in het verzoekschrift van 6 oktober 2025 aan de kantonrechter voor te leggen. Voor het aanvullende verzoek van 31 maart 2026 om [VVE 1] een vervangende procesvolmacht te verlenen, heeft [VVE 1] evenmin een procesvolmacht overgelegd.
4.4.. Omdat geen sprake is van een procesvolmacht afgegeven door de ALV voor het voeren van deze procedure, noch van een vervangende machtiging daartoe van de kantonrechter, moet het bestuur van [VVE 1] niet ontvankelijk te worden verklaard in haar verzoeken. Dit betekent dat aan een inhoudelijke beoordeling van die verzoeken niet kan worden toegekomen.
4.5..
Dat mr. Gentil is gemachtigd om deze procedure namens [VVE 1] te voeren, waarna mr. Rietbergen voor mr. Gentil heeft waargenomen, zoals tijdens de mondelinge behandeling door mr. Rietbergen is verklaard, is gemotiveerd betwist en vervolgens niet weersproken. Dit betoog van [VVE 1] leidt daarom niet tot een ander oordeel.
[VVE 1] wordt veroordeeld in de proceskosten
4.6..
[VVE 1] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Hoorne Vastgoed worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
217,50
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.. verklaart [VVE 1] niet ontvankelijk in haar verzoeken,
5.2.. veroordeelt [VVE 1] in de proceskosten van € 217,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [VVE 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.. verklaart deze beschikking – voor wat betreft de proceskostenveroordeling – uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.
Waarbij [VVE 1] een beroep doet op onder meer artikel 5:130 jo 2:15 lid 1 sub b jo 2:8 BW.
Op grond van artikel 5:121 BW.