Skip to main content

ECLI:NL:RBNNE:2026:2635

Tribunal

Leeuwarden

Date

19 June 2026

Langue

nl

Résumé de l'Affaire

Question Juridique

Strafrecht; Materieel strafrecht

Décision / Solution

Uitspraak

Leeuwarden

Procedure: UitspraakDomain: Strafrecht; Materieel strafrechtType: uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18-077555-25

Tussenvonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 19 juni 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] , wonende aan [adres] .

Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 juni 2026.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S. Broekstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 30 juli 2019 tot en met 15 november 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, afbeeldingen van seksuele gedragingen waarbij een of meer (onbekend gebleven) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in het bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft en/of die afbeeldingen heeft verspreid, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

  • het met een penis en/of een voorwerp penetreren van de vagina en/of mond en/of anus van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingen 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,11,26) en/of

  • het (laten) betasten en/of spreiden van de vagina en/of schaamlippen en/of billen van een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingen 12,13,14,15) en/of

  • het drukken van een (stijve) penis en/of mond tegen/bij de vagina van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingen 16,17, 21,22) en/of

  • het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar

nog niet heeft bereikt, waarbij door de stand van de camera en/of de (onnatuurlijke) pose van die persoon nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld worden gebracht (afbeeldingen 18,19,20) en/of

  • het masturberen (dicht) bij het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet

had bereikt

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde feit, zowel voor kort gezegd het bezit als het verspreiden van kinderpornografisch materiaal. Zij heeft daartoe aangevoerd dat op de gegevensdragers van verdachte dergelijk materiaal is aangetroffen en heeft verwezen naar het technisch onderzoek dat aan deze gegevensdragers is verricht. Uit het onderzoek blijkt dat verdachte kinderpornografisch materiaal in bezit heeft gehad en een deel daarvan via een door hem aangemaakt Instagram-account heeft verspreid.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van het bezit van het kinderpornografisch materiaal heeft de raadsman het volgende aangevoerd. Verdachte stelt zich niet bewust te zijn geweest van de aanwezigheid van het kinderpornografisch materiaal op de gegevensdragers, zodat niet kan worden vastgesteld dat verdachte opzet had op het bezit van kinderpornografisch materiaal. Daarnaast is het onduidelijk of de in de tenlastelegging genoemde afbeeldingen benaderbaar waren voor de gebruiker en of het videos of fotos betrof. Ook om die reden ontbreekt het voor een bewezenverklaring vereiste opzet op het bezit van kinderpornografisch materiaal.

Ten aanzien van het verspreiden van het kinderpornografisch materiaal heeft de raadsman aangevoerd dat hiervoor geen bewijs aanwezig is in het dossier. Het is onbekend wat de inhoud is van de link waarover in een gesprek met [accountnaam] is gesproken. Bovendien zijn er geen videos ten laste gelegd.

Gelet op vorenstaande verzoekt de raadsman verdachte vrij te spreken van zowel het ten laste gelegde bezit van als verspreiden van kinderpornografisch materiaal.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft op de zitting van 5 juni 2026 deze strafzaak behandeld en op dezelfde dag is het onderzoek gesloten. Tijdens de beraadslaging in raadkamer is de rechtbank echter gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Op onder verdachte in beslag genomen gegevensdragers een telefoon, tablet en notebook zijn blijkens het procesdossier in totaal 630 kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen. Volgens het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant] (p. 113 e.v. van het procesdossier) waren 57 van de kinderpornografische afbeeldingen benaderbaar voor de gebruiker. In het belang van de waarheidsvinding acht de rechtbank het noodzakelijk dat de politie in een aanvullend proces-verbaal over de onderstane vragen nader verklaart:

Zijn de in de tenlastelegging genummerde afbeeldingen die op de gegevensdragers zijn aangetroffen zonder verdere handelingen benaderbaar voor de gebruiker?

Bevinden zich onder de in de tenlastelegging genummerde afbeeldingen ook één of meer van de acht

kinderpornografische videos die in het proces-verbaal van bevindingen (p. 28 e.v. van het procesdossier) genoemd worden?

Heropening onderzoek

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het onderzoek heropenen en de officier van justitie opdracht geven teneinde de politie een aanvullend proces-verbaal te laten opstellen en antwoord te geven op de bij de rechtbank levende vragen.

Uitspraak

De rechtbank

  • heropenthet onderzoek ter terechtzitting;

  • geeft opdracht aan de officier van justitieom een aanvullend proces-verbaal door de politie te laten

opstellen en stelt daartoe de stukken in handen van de officier van justitie;

  • schorsthet onderzoek ter terechtzitting vooronbepaalde tijd, welke schorsing in verband met de

klemmende reden dat het onderzoek nog niet is afgerond en het zittingsrooster van de rechtbank een eerdere voortzetting niet toelaat, langer is dan één maand maar niet langer dan drie maanden;

  • beveelt de oproeping van verdachte, met afschrift aan zijn raadsman, tegen het tijdstip waarop het

onderzoek ter terechtzitting wordt hervat.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. K. Bunk en mr. H.K. de Haan rechters, bijgestaan door mr. J.R. Dijkstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 juni 2026.

Mr. H.K. de Haan is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Plus de Décisions