Skip to main content

ECLI:NL:RBOBR:2026:4805

Tribunal

's-Hertogenbosch

Date

25 June 2026

Langue

nl

Résumé de l'Affaire

Question Juridique

Civiel recht; Personen- en familierecht

Décision / Solution

Uitspraak

's-Hertogenbosch

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; Personen- en familierechtType: uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

zaaknummers : 12105467 TD VERZ 26-110 & 12133250 TD VERZ 26-165

datum : 25 juni 2026

[griffier]beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling en instelling mentorschap

op verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: de zus,

met betrekking tot

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene,

gemachtigde mr. J.B.G. Gelissen.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

het verzoek van de zus tot het instellen van een bewind voor betrokkene, met bijlagen, ontvangen op 19 februari 2026;

de e-mails van de zus met bijlage, ontvangen op 3 maart 2026;

het verzoek van de zus tot het instellen van een mentorschap voor betrokkene, met bijlagen, waaronder haar bereidverklaringen bewindvoerder en mentor, ontvangen op 10 maart 2026;

het verweerschrift van [nicht] (hierna te noemen: de nicht), ontvangen op 18 maart 2026;

de brief met bijlagen van de zus, ontvangen op 20 maart 2026;

de brief van de zus van 31 maart 2026;

de e-mail van [broer] (hierna te noemen: de broer), ontvangen op 26 maart 2026;

de e-mail van de gemachtigde van betrokkene, ontvangen op 15 april 2026;

de e-mail van de broer, met als bijlage een verweerschrift houdende een zelfstandig verzoek, ontvangen op 25 april 2026;

het verweerschrift met bijlagen van betrokkene, ingediend door zijn gemachtigde, ontvangen op 22 mei 2026;

de e-mail van de gemachtigde van betrokkene met aanvullende producties, waaronder de bereidverklaringen bewindvoerder en mentor van de nicht, ontvangen op 26 mei 2026;

de aanvullende informatie en bereidverklaringen van de broer, ontvangen op 23 juni 2026.

Het verzoek is mondeling behandeld op de zitting van 28 mei 2026. Ter zitting zijn verschenen: betrokkene en zijn gemachtigde mr. J.B.G. Gelissen, de zus van betrokkene met haar echtgenoot, en de nicht van betrokkene (dochter van een overleden zus van betrokkene). De broer van betrokkene is via een Teams videoverbinding over het verzoek gehoord.

beoordeling

Samengevat moet de kantonrechter beoordelen of het noodzakelijk is de goederen van betrokkene onder bewind te stellen en een mentorschap ten behoeve van betrokkene in te stellen. Als die noodzaak bestaat, moet worden bepaald wie de maatregelen zal gaan uitvoeren. Betrokkene en zijn familieleden verschillen hierover onderling van mening.

De nadere inhoudelijke beoordeling door de kantonrechter is uit privacyoverwegingen voor betrokkene opgenomen in een aparte bijlage bij deze beschikking. Deze bijlage maakt in zijn geheel onderdeel uit van de beschikking.

Uit de processtukken en de behandeling op de zitting blijkt dat betrokkene als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Daarom zal de kantonrechter bewind instellen. De kantonrechter zal de in de beslissing genoemde personen tot bewindvoerders benoemen, nu daartegen geen gegronde bezwaren zijn gebleken.

Betrokkene is (op dit moment) niet in staat om de rekening en verantwoording te beoordelen. Betrokkene is (op dit moment) niet in staat om toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 Burgerlijk Wetboek.

Uit de processtukken en behandeling op de zitting blijkt ook dat betrokkene vanwege zijn geestelijke of lichamelijke toestand onvoldoende in staat is zijn niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Daarom zal de kantonrechter naast het bewind een mentorschap instellen. De kantonrechter zal de in de beslissing genoemde mentoren benoemen, nu daartegen geen gegronde bezwaren zijn gebleken.beslissing

De kantonrechter:

  • stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking

een bewind in over de goederen die betrokkene toebehoren vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand;

  • benoemt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking tot bewindvoerders: [nicht] , wonende te [postcode] ’ [woonplaats] , [adres] , en [broer] , wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ;

  • stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking

een mentorschap in ten behoeve van [betrokkene];

  • benoemt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking tot mentoren: [nicht] , wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] , en [broer] , wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ;

  • wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.

Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger

beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan

of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Bijlage

Overwegingen van de kantonrechter

De verzoeken en de verweren

De zus van betrokkene verzoekt de goederen van betrokkene onder bewind te stellen, met benoeming van zichzelf tot bewindvoerder. Zij verzoekt ook een mentorschap in te stellen ten behoeve van betrokkene, met benoeming van zichzelf tot mentor.

De zus acht betrokkene niet meer in staat om zelfstandig zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijk belangen naar behoren te behartigen. Zij verwijst naar een verklaring van de casemanager dementie uit [woonplaats] van 31 januari 2026, waarin staat dat betrokkene is gediagnosticeerd met dementie en dat zijn cognitieve vermogens afnemen.

Zij verwijst ook naar de brief van een notaris van 9 juli 2024, waaruit blijkt dat deze notaris betrokkene op dat moment niet wilsbekwaam achtte. De nicht regelt veel zaken voor betrokkene. In de afgelopen jaren heeft echter een aantal zaken plaatsgevonden waardoor de zus haar vertrouwen in de nicht is verloren. Bovendien is betrokkene recent door zijn nicht van [woonplaats] naar ’ [woonplaats] verhuisd zonder dat de zus daarover is geïnformeerd. Hoewel zij op dat moment eerste contactpersoon was voor de zorg in [woonplaats] , wist zij enige tijd niet waar betrokkene zich bevond en of alles in orde was met hem. Zij maakt zich zorgen.

Na indiening van haar verzoeken heeft de zus verklaard niet langer zelf benoemd te willen worden tot bewindvoerder en mentor van betrokkene. Zij acht in plaats daarvan benoeming van een onafhankelijke professionele bewindvoerder en mentor aangewezen.

De nicht vraagt in haar verweerschrift een onafhankelijk medisch deskundige aan te wijzen om de wilsbekwaamheid en de aard van het hersenletsel van betrokkene objectief vast te stellen. Zij acht betrokkene nog voldoende in staat om zelfstandig zijn belangen te behartigen. Zij twijfelt aan de diagnose dementie. Betrokkene is in het voorjaar van 2026 in overleg met de nicht en de broer verhuisd, iets waar zij al een aantal jaar mee bezig waren. Hij is sindsdien behandeld voor het syndroom van Wernicke en het gaat veel beter met hem, nu hij al enige tijd veel minder drinkt dan voorheen. Voor het geval de kantonrechter instelling van een bewind en mentorschap noodzakelijk acht, verzoekt zij onafhankelijke professionals te benoemen. In een later schrijven heeft zij zichzelf bereid verklaard om tot bewindvoerder en mentor benoemd te worden. Zij is de meest betrokken mantelzorger en nauw betrokken contactpersoon en vertrouwenspersoon van haar oom. Zij ziet zich in haar mogelijkheden om haar oom bij te staan in financiële en medische zaken gesaboteerd door de zus. Betrokkene heeft volgens haar veel last van de strijd die binnen de familie is ontstaan.

De broer (oom van de nicht) vraagt in zijn verweerschrift het verzoek van de zus af te wijzen en op dit moment geen enkel verzoek tot het instellen van een bewind en mentorschap te behandelen, omdat er geen spoed voor bestaat. Betrokkene woont op een goede nieuwe plek binnen de muren van een verzorgingshuis, waar het goed met hem gaat. De broer wenst dat de huidige situatie in stand blijft. Als de kantonrechter toch een maatregel noodzakelijk acht, dan verzoekt hij om de vertrouwensband tussen betrokkene en zijn mantelzorger, de nicht, niet los te koppelen, en de nicht én zichzelf tot bewindvoerders en mentoren te benoemen.

De gemachtigde van betrokkene vraagt in het verweerschrift de verzoeken van de zus nietig of niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen omdat op geen enkele wijze is aangetoond dat betrokkene niet in staat zou zijn om zijn belangen behoorlijk waar te nemen. Betrokkene heeft geen schulden. Hij is onlangs verhuisd en woont momenteel zelfstandig in een appartement in een zorgcomplex. Uit niets blijkt dat het niet goed zou gaan. Mocht de kantonrechter instelling van bewind en mentorschap noodzakelijk achten, is het de wens van betrokkene dat zijn nicht en zijn broer benoemd worden tot bewindvoerders en mentoren.

De overwegingen van de kantonrechter – procedureel verweer

De gemachtigde van betrokkene heeft primair gesteld dat de inleidende verzoeken van de zus nietig of niet-ontvankelijk zijn. Zij zouden niet aan de wettelijke eisen voldoen, omdat in het mentorschapsverzoek het actuele adres van betrokkene niet juist is vermeld en ten onrechte de broer als medeverzoeker is genoemd. Ook is de nicht niet als belanghebbende vermeld, zijn de stellingen van de zus niet deugdelijk onderbouwd en heeft zij niet alle onderdelen van de formulieren volledig ingevuld.

De kantonrechter wijst dit verweer af. De gestelde tekortkomingen leiden niet tot nietigheid van het verzoekschrift. Voor niet-ontvankelijkheid ziet de kantonrechter geen aanleiding. Zoals ter zitting is gebleken, was het op grond van de stukken en de toelichting daarop voor alle betrokkenen en ook voor de kantonrechter (over)duidelijk welke verzoeken ter beoordeling voorliggen en op welke gronden. De verzoeken zijn vervolgens uitgebreid besproken, waarbij alle betrokkenen op elkaars stellingen en argumenten hebben kunnen reageren.

De overwegingen van de kantonrechter – bewind en mentorschap

Op grond van de stukken en hetgeen is besproken op de zitting acht de kantonrechter voldoende aannemelijk dat betrokkene als gevolg van een lichamelijke of geestelijke toestand niet langer in staat is zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelfstandig voldoende te behartigen.

Betrokkene is eerder gediagnosticeerd met dementie. Ook als die diagnose niet juist zou zijn, is volgens zijn nicht sprake van niet-aangeboren hersenletsel, mogelijk als gevolg van langdurig alcoholgebruik. Hij valt regelmatig. De kantonrechter heeft op de zitting geconstateerd dat betrokkene moeite heeft met zijn kortetermijngeheugen en dat hij zich veel dingen uit het recente verleden niet herinnert. Betrokkene heeft dat ook zelf bevestigd. Om die reden schrijft hij zaken in zijn agenda op. Hij gebruikt dit als geheugensteuntje. Op de zitting heeft betrokkene zijn agenda onder meer bekeken toen het ging over zijn adres, de gang van zaken rondom zijn verhuizing en zijn ziekenhuisverblijf in het voorjaar, dat hij zich in eerste instantie niet herinnerde. Duidelijk is dat betrokkene hulp nodig heeft bij het regelen van financiële en niet-financiële zaken.

Betrokkene heeft op de zitting aangegeven dat hij zich neerlegt bij de beslissing van de kantonrechter, maar dat hij liefst heeft dat de situatie blijft zoals die nu is. Zoals op de zitting echter duidelijk is geworden, lopen zowel de zus als de nicht tegen problemen aan omdat niet eenduidig is geregeld wie betrokkene mag vertegenwoordigen. Door de conflicten tussen beiden kunnen bepaalde zaken op dit moment niet (goed) geregeld worden.

De kantonrechter zal om de hiervoor genoemde redenen een bewind en mentorschap instellen ten behoeve van betrokkene.

Vervolgens is de vraag wie als bewindvoerder en mentor benoemd moet worden. Daarover overweegt de kantonrechter als volgt.

Het uitgangspunt van de wet is dat bij de benoeming van een bewindvoerder en/of mentor de voorkeur van betrokkene wordt gevolgd, tenzij er gegronde redenen zijn die zich daartegen verzetten. Op de zitting heeft betrokkene een duidelijke voorkeur te kennen gegeven voor zijn nicht als bewindvoerder en mentor. Hij vertrouwt zijn nicht en hij accepteert haar. Zij hebben altijd veel contact gehouden en nu zij dichter bij elkaar wonen zien ze elkaar nog vaker. Hij voelt zich prima in zijn nieuwe woning en leven in ’s-Hertogenbosch. Als iemand hem moet helpen, dan moet zijn nicht dat doen. Daarnaast vindt hij het goed als ook zijn broer tot bewindvoerder en mentor wordt benoemd.

De kantonrechter ziet geen gegronde reden om af te wijken van de duidelijke voorkeur van betrokkene en licht dat als volgt toe.

Duidelijk is dat sprake is van verstoorde familieverhoudingen tussen de zus enerzijds en de broer en nicht anderzijds. Zij maken elkaar over en weer verwijten en vertrouwen elkaar niet meer, hoewel zij allemaal het beste met betrokkene voor hebben en de afgelopen jaren betrokkene op verschillende momenten en manieren hebben bijgestaan.

De zus heeft aangegeven dat zij heeft gezien dat de nieuwe woonsituatie van betrokkene prima is. Zij meent echter vanwege haar eerdere ervaringen dat de nicht niet geschikt zou zijn als bewindvoerder en mentor. De nicht heeft dit in een uitgebreide reactie weersproken. Zij heeft de afgelopen maanden veel zorg geboden aan betrokkene en hij heeft ook een aantal weken bij haar gelogeerd na een val, voordat hij kon verhuizen. De broer (oom van nicht) heeft bevestigd dat het goed met betrokkene gaat en dat zijn nicht in overleg met betrokkene en de broer de verhuizing heeft geregeld naar een geschikte nieuwe woonplek. Hij meent dat de belangen van betrokkene op dit moment goed worden behartigd door de nicht als mantelzorger. Zij kent de wensen van betrokkene en is nauw betrokken bij zijn dagelijkse zorg en onderhoudt een goede relatie met de hulpverleners. Volgens de gemachtigde van betrokkene zijn er geen aanwijzingen voor financieel misbruik en heeft de bank van betrokkene dit bevestigd. Naar het oordeel van de kantonrechter is aldus niet gebleken van concrete feiten en omstandigheden die in de huidige situatie een belemmering vormen om de nicht en de broer als bewindvoerders en mentoren van betrokkene te benoemen.

De kantonrechter zal daarom de voorkeur van betrokkene volgen en de nicht en de broer gezamenlijk benoemen tot bewindvoerders en mentoren ten behoeve van betrokkene. De kantonrechter zal op de gebruikelijke wijze toezicht houden op de uitvoering van het bewind en het mentorschap. Dat betekent dat de bewindvoerders-mentoren verantwoording zullen afleggen aan de kantonrechter. Omdat betrokkene niet in staat wordt geacht om toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 Burgerlijk Wetboek, zullen de bewindvoerders voor dergelijke handelingen steeds tevoren toestemming aan de kantonrechter moeten verzoeken. Voor een nadere toelichting op de taken en verantwoordelijkheden van bewindvoerder en mentor verwijst de kantonrechter onder meer naar de informatie die is opgenomen op de website van de rechtspraak en in de Aanbevelingen Meerderjarigenbewind, Curatele en Mentorschap.

Plus de Décisions