Skip to main content

ECLI:NL:RBOVE:2026:3710

Tribunal

Enschede

Date

26 June 2026

Langue

nl

Résumé de l'Affaire

Question Juridique

Civiel recht

Décision / Solution

Uitspraak

Enschede

Procedure: UitspraakDomain: Civiel rechtType: uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 12215064 \ CV EXPL 26-1307

Vonnis in kort geding van 26 juni 2026

in de zaak van

WONINGSTICHTING DE WOONPLAATS,

te Enschede,

eisende partij,

hierna te noemen: De Woonplaats,

gemachtigde: mr. M. Douwenga,

tegen

STICHTING HUMANITAS INKOMENSBEHEER,

te Purmerend,

in hoedanigheid van bewindvoerder van alle goederen van

[betrokkene],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: Stichting Humanitas,

gemachtigde: mr. A. aan het Rot.

1. De procedure

1.1..

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding met producties; - de mondelinge behandeling van 12 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2. De feiten

2.1.. Woningstichting De Woonplaats verhuurt met ingang van 9 februari 2021 aan [betrokkene] de woning aan de [adres]. Op de huurovereenkomst zijn van toepassing de Algemene Huurvoorwaarden van De Woonplaats, maar ook andere met [betrokkene] gemaakte specifieke afspraken die kort gezegd zien op het goed moeten onderhouden van de woning, op geen overlast veroorzaken en op het accepteren van hulpverlening. Dit nadat [betrokkene] in een vorige woning van De Woonplaats aanzienlijke overlast veroorzaakte.

2.2.. Vanaf 2025 ontvangt De Woonplaats veel meldingen van diverse omwonenden. De meldingen gaan kort gezegd over geluidsoverlast, schelden, alcohol en/of drugsgebruik, drugshandel/ drugsverkeer en vernieling.

3. Het geschil

3.1..

De Woonplaats vordert samengevat- ontruiming van de woning. In de dagvaarding bespreekt De Woonplaats onder meer de vele meldingen van omwonenden en de contacten die zij heeft gehad met de Politie. Al kort na het ingaan van de huurovereenkomst komt [betrokkene] de overeengekomen voorwaarden niet na. Zij komt afspraken voor huisbezoeken niet na, de woning wordt niet goed onderhouden en schoongemaakt, het raam van de voordeur wordt door haar ex-partner ingeslagen maar zij maakt hiervan geen melding etc.

Vanaf 2026 ging het snel bergafwaarts. Sommige omwonenden ervaren dagelijks overlast. De Woonplaats heeft gepoogd om een huisbezoek met [betrokkene] af te spreken maar dit werd twee keer afgezegd. Er is sprake van drugsgebruik door haar en de staat van de woning is ook zorgelijk. Volgens de Politie, die in mei 2026 in de woning is geweest naar aanleiding van één van de vele meldingen, ligt de hele woning in puin. De Woonplaats heeft [betrokkene] verzocht zelf de huurovereenkomst op te zeggen maar hierop is niet gereageerd. De Woonplaats vordert ontruiming van de woning vooruitlopend op ontbinding van de huurovereenkomst in een eventuele bodemprocedure. Het is vaste jurisprudentie dat het veroorzaken van overlast als hier aan de orde en het verwaarlozen van het gehuurde een tekortkoming oplevert die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt.

3.2..

Stichting Humanitas voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van De Woonplaats, met veroordeling van De Woonplaats in de kosten van deze procedure.

Stichting Humanitas betwist het spoedeisend belang. Het is al anderhalve maand rustig, twee overlastmelders zijn inmiddels verhuisd, en het feit dat De Woonplaats de woning aan een ander wil verhuren is niet valide. De zaak is ook niet geschikt voor behandeling in kort geding. De Woonplaats onderbouwt de overlast met anonieme meldingen en die meldingen kunnen niet worden nagegaan. Stichting Humanitas betwist de overlastsituatie en de zorgelijke staat van het gehuurde. Stichting Humanitas wijst er op dat [betrokkene] stelt uitgezaaide kanker te hebben. Als tot ontruiming moet worden overgegaan dan dient de termijn verlengd te worden tot minimaal vier weken.

4. De beoordeling

4.1..

De goederen van [betrokkene] staan onder bewind van Stichting Humanitas.

De uit de huurovereenkomst voortvloeiende rechten van de rechthebbende ([betrokkene]) zijn aan te merken als goederen in de zin van art. 1:431 lid 1 BW. De bewindvoerder treedt ten behoeve van de rechthebbende op als formele procespartij in een procedure betreffende een door de verhuurder gevorderde (ontbinding van de huurovereenkomst en) ontruiming van het gehuurde (Hoge Raad 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525).

4.2.. De kantonrechter overweegt dat de onderhavige vordering slechts toegewezen kan worden als het zeer waarschijnlijk is dat in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de huurovereenkomst zal worden ontbonden en dat de ontruiming zal worden toegewezen, terwijl bovendien sprake moet zijn van een zodanig ernstige tekortkoming dat de beslissing in de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Dit gelet op het definitieve karakter van de beslissing. Bij de beoordeling dienen alle omstandigheden van het geval meegewogen te worden.

4.3.. De kantonrechter is, anders dan Stichting Humanitas, van oordeel dat er sprake is van een spoedeisend belang van De Woonplaats bij haar vorderingen. De Woonplaats heeft met de overgelegde meldingen en videobeelden voldoende aannemelijk gemaakt dat omwonenden ernstige overlast ervaren en dat twee omwonenden zelfs al hierom zijn verhuisd. Van De Woonplaats kan onder deze omstandigheden niet worden gevergd een bodemprocedure af te wachten.

4.4.. De vele meldingen en videobeelden zijn inhoudelijk ook niet dan wel onvoldoende door Stichting Humanitas betwist. [betrokkene] zelf is door de bewindvoerder dan wel de gemachtigde uitgenodigd voor de zitting, om hierop een toelichting te geven, maar zij is niet verschenen. De op de foto’s zichtbare beschadigingen aan het gehuurde en de melding van de Politie afgelopen mei dat de woning binnen “in puin ligt” doet het ergste vermoeden qua staat van het gehuurde. De kantonrechter neemt in de beoordeling ook mee dat het hier al om een tweede kans gaat, om in een woning van De Woonplaats te wonen zonder de woning te verwaarlozen en overlast te veroorzaken.

4.5.. De kantonrechter is er voldoende van overtuigd dat de tekortkomingen van [betrokkene]/Stichting Humanitas zullen leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst in een eventuele bodemprocedure. Daarop vooruitlopend kan in dit kort geding vast de ontruiming worden bevolen. De situatie is daarvoor ernstig genoeg. Dat [betrokkene] uitgezaaide kanker heeft is wel gesteld maar niet onderbouwd, terwijl De Woonplaats ook al eens om die onderbouwing heeft gevraagd (en deze niet heeft gekregen). Er is evenmin aanleiding af te wijken van de standaard ontruimingstermijn van twee weken.

4.6.. De vordering van De Woonplaats zal daarom als volgt worden toegewezen. Stichting Humanitas is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woningstichting de Woonplaats worden begroot op:

  • kosten van de dagvaarding

155,51

  • griffierecht

139,00

  • salaris gemachtigde

865,00

  • nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.303,51

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1.. veroordeelt Stichting Humanitas om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, in goede staat op te leveren en deze ontruimd te houden, en de sleutels af te geven aan De Woonplaats,

5.2.. veroordeelt Stichting Humanitas in de proceskosten van € 1.303,51, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

5.3.. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Louter en in het openbaar uitgesproken op

26 juni 2026.

Plus de Décisions