ECLI:NL:RBROT:2026:2818
Résumé de l'Affaire
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Uitspraak
Rotterdam
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12090912 VV EXPL 26-73
datum uitspraak: 16 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
in haar hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van wijlen de heer [erflater] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. A. Kouwenaar-de Coninck,
tegen
[naam] Bakkerijen B.V.,
vestigingsplaats: Numansdorp,
gedaagde,
gemachtigde: mr. D.M.A. Oud.
Partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘[naam] Bakkerijen’ genoemd.
1. De procedure1.1.. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 16 februari 2025;
de door [naam] Bakkerijen overgelegde bijlagen;
de pleitaantekeningen van partijen.
1.2.. Op 2 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting met partijen en hun gemachtigden besproken.
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?2.1..
[eiseres] eist in deze procedure dat [naam] Bakkerijen loonspecificaties en bewijzen van afgedragen pensioenpremies verstrekt, op straffe van een dwangsom. Dit vloeit voort uit eerdere rechtszaken tussen partijen. De vorderingen worden afgewezen, met compensatie van proceskosten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Loonspecificaties2.2..
[naam] Bakkerijen was op basis van twee uitspraken uit juli 2025 verplicht om deugdelijke specificaties te geven van de nabetalingen die zij aan [eiseres] heeft gedaan. Kort voor de zitting heeft [naam] Bakkerijen een gedetailleerd overzicht verstrekt. Hoewel [eiseres] heeft toegelicht waarom zij bezwaren heeft tegen de vorm waarin dat is gebeurd,
neemt zij genoegen me het overzicht. Dit betekent dat [naam] Bakkerijen op dit punt aan haar verplichtingen heeft voldaan. Dit deel van de vordering wordt daarom afgewezen.
Pensioenpremies2.3..
[eiseres] eiste aanvankelijk ook bewijs dat [naam] Bakkerijen over de periode 2013-2017 pensioenpremies heeft afgedragen. Op de zitting heeft [naam] Bakkerijen uitgelegd waarom dit feitelijk niet meer mogelijk is. Daarop heeft [eiseres] haar eis ingetrokken. Hierop hoeft dus niet meer te worden ingegaan. Dit deel van de vordering wordt ook afgewezen.
Proceskosten2.4.. Partijen zijn over en weer in het ongelijk gesteld. In die uitkomst wordt aanleiding gezien de proceskosten te compenseren.
3. De beslissing
De kantonrechter:
3.1.. wijst de vordering af;
3.2.. bepaalt dat partijen de eigen proceskosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954