Skip to main content

ECLI:NL:RBROT:2026:7478

Tribunal

Rotterdam

Date

16 April 2026

Langue

nl

Résumé de l'Affaire

Question Juridique

Civiel recht

Décision / Solution

Uitspraak

Rotterdam

Procedure: UitspraakDomain: Civiel rechtType: uitspraak

beschikkingRECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

Zeeschip ‘Hein’

zaaknummer / rekestnummer: C/10/713749 / HA RK 26-64 en C/10/714137 / HA RK 26-82

Beschikking van 16 april 2026

in de zaken van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BAGGER- EN AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ VAN DER KAMP B.V.

gevestigd te Zwolle,

hierna: BAVDK,

advocaat mr. J. Smit te Rotterdam,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN DER KAMP BAGGER BEHEER B.V.

gevestigd te Zwolle,

hierna: Van der Kamp,

advocaat mr. A. van Hal,

en in het 195 Rv incident van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Niedersachsen Ports GmbH & Co. KG.

gevestigd te Oldenburg, Duitsland

hierna: Niedersachsen Ports

advocaat mr. P.J. Hoepel

tegen

BAVDK

1. De procedure1.1.. De rechtbank heeft kennis genomen van het op 22 januari 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen van BAVDK en van het op 27 januari 2026 ontvangen aanhaakverzoek met bijlagen van Van der Kamp.

1.2.. De rechtbank heeft een datum voor de mondelinge behandeling bepaald en de griffier heeft verzoeksters en de in de verzoekschriften genoemde belanghebbenden voor die mondelinge behandeling opgeroepen.

1.3.. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 maart 2026. [huidige naam havenbedrijf] (voorheen [voormalige naam havenbedrijf] ) heeft per brief van 9 maart 2026 aan de rechtbank laten weten dat zij niet bij de mondelinge behandeling aanwezig zal zijn. Zij gaven daarbij aan dat zij wel (nog steeds) een vordering op verzoeksters hebben. De andere in de verzoekschriften genoemde belanghebbende, Niedersachsen Ports, is op de mondelinge behandeling verschenen. De spreekaantekeningen van mr. Smit, mr. Van Hal en mr. Hoepel zijn aan de procesdossiers toegevoegd. Tijdens de mondelinge behandeling hebben mr. Smit en mr. Van Hal aangegeven dat zij de verklaringen van de ander over en weer wensen over te nemen.

1.4.. De rechtbank heeft kennis genomen van het op 17 maart 2026 namens Niedersachsen Ports ingediende verweerschrift (inclusief een incidentele vordering ex 195 Rv) door mr. P.J. Hoepel (tegen het beperkings- en het aanhaakverzoek).1.5.. Van het verhandelde op de zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

1.6.. Op de zitting is de datum van de beschikking bepaald op 16 april 2026.

2. De beoordeling2.1..

Het verzoek van BAVDK strekt tot het vaststellen van het bedrag van het zakenfonds waartoe haar aansprakelijkheid is beperkt op SDR 2.310.904 overeenkomstig artikel 8:755 lid 1 BW en/of het LLMC 1996, ter zake van een schadevaring op 25 juli 2025 waarbij de Hein in aanraking is gekomen met een kade in de haven van Brake (Duitsland).

Van der Kamp verzoekt om te bepalen dat het zakenfonds dat door BAVDK zal worden gesteld, mede wordt geacht te zijn gesteld door Van der Kamp.

Deze rechtbank is bevoegdheid

2.2.. BAVDK en Van der Kamp zijn in Nederland gevestigd. BAVDK wordt naar aanleiding van de schadevaring door een Nederlandse partij (Van der Kamp) aansprakelijk gehouden. Van der Kamp wordt door Duitse partijen – [huidige naam havenbedrijf] en Niedersachsen Ports – aansprakelijk gehouden. De bevoegdheid van deze rechtbank om kennis te nemen van dit beperkings- en aanhaakverzoek is door Niedersachsen Ports betwist.

2.3..

De rechtbank oordeelt als volgt. Als het verzoek op grond van artikel 642a lid 1 Rv binnen de reikwijdte valt van de Brussel 1 bis-Voen de artikelen 4 tot en met 8 Brussel 1 bis-Vo zich lenen voor toepassing op dit verzoek, dan is de rechtbank op grond van artikel 4 Brussel I-bis-Vo jo. artikel 642a lid 1 Rv bevoegd om kennis te nemen van het verzoek van BAVDK voor zover dat is gericht tegen de Nederlandse belanghebbenden door wie BAVDK aansprakelijk is gehouden (waaronder Van der Kamp). Voor zover het beperkings- of aanhaakverzoek is gericht tegen buitenlandse belanghebbenden (zoals J. Müller en Niedersachsen Ports) moet dan ook worden aangenomen dat op grond van artikel 8, aanhef, onder 1 Brussel I-bis-Vo de vereiste ‘nauwe band’ bestaat.

Als het verzoek niet valt binnen de materiële werkingssfeer van de Brussel I-bis Vo is deze rechtbank op grond van artikelen 3, aanhef onder a en c, 10 en 642a lid 1 Rv bevoegd om kennis te nemen van het verzoek.

Tot slot wordt daarom ook voldaan aan het bepaalde in artikel 11 lid 1 LLMC.

BAVDK en Van der Kamp zijn ontvankelijk en behoren tot de kring van beperkingsgerechtigden

2.4.. Niedersachsen Ports heeft betwist dat BAVDK en Van der Kamp ontvankelijk zijn in hun verzoeken, en daarmee gerechtigd tot het beperken van hun aansprakelijkheid. Zij zet vraagtekens bij het bestaan van de bevrachtingsovereenkomst tussen BAVDK en Van der Kamp. Indien geen bevrachtingsovereenkomst van kracht was op het moment van de schadevaring, dan is BAVDK ook niet ontvankelijk in haar verzoek, aldus Niedersachsen Ports. Zij heeft de advocaten van BAVDK en Van der Kamp daarom gevraagd om facturen en betaalbewijzen over te leggen ten aanzien van de gestelde bevrachting in 2025 alsook overige documentatie op basis waarvan kan worden geverifieerd dat sprake is van een waarachtige bevrachting en een werkelijke vrijwaringsvordering. Tijdens de mondelinge behandeling bevestigde Niedersachsen Ports dat zij naar aanleiding van haar verzoek enkele stukken en toelichting heeft ontvangen van de advocaat van BAVDK. Niedersachsen Ports gaf daarbij aan dat deze stukken het bestaan van een bevrachtingsovereenkomst lijken te bevestigen. Echter, ook de (aannemings)overeenkomst, op grond waarvan de Hein op 25 juli 2025 werd ingezet, dient volgens haar overgelegd te worden ten einde inzicht te geven in welke partij de Hein op dat moment exploiteerde.

2.5.. De rechtbank overweegt als volgt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft BAVDK toegelicht dat Van der Kamp iedere maand een verzamelfactuur stuurt aan BAVDK voor de verhuur van aan Van der Kamp in eigendom toebehorende schepen en ander verhuurd baggermateriaal. De dag voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft de advocaat van BAVDK aan de advocaat van Niedersachsen Ports de facturen gestuurd (en ter zitting aan de spreekaantekeningen gehecht) die zien op de maanden januari en juli 2025. Zoals ook in haar e-mail aan Niedersachsen Ports van 17 maart 2026 (eveneens aan de spreekaantekeningen gehecht) is toegelicht, vermelden de facturen onder meer het in de bevrachtingsovereenkomst vermelde tarief. De rechtbank is van oordeel dat met de overgelegde bevrachtingsovereenkomst tussen Van der Kamp en BAVDK aangaande de Hein (bijlage 4 bij het verzoekschrift van BAVDK) en de door BAVDK overgelegde facturen met toelichting, in het kader van de voorfase van deze beperkingsprocedure voldoende is toegelicht dat BAVDK de rompbevrachter van de Hein was ten tijde van de schadevaring. Zij valt daarom binnen de kring van gerechtigden van de Hein als bedoeld in artikel 11 lid 1 en 2 LLMC en kan zodoende voorshands haar recht tot beperking van aansprakelijkheid inroepen.

2.6.. Gezien dit oordeel heeft Niedersachsen Ports (thans) onvoldoende belang bij het door haar verzochte afschrift van gegevens. Het verzoek ex artikel 195 Rv wordt dan ook afgewezen. Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

2.7..

Van der Kamp is de eigenaresse van de Hein, zo blijkt uit het overgelegde Kadastrale uittreksel, en is daarom medegerechtigd om haar aansprakelijkheid te beperken op grond van artikel 11 lid 1 en 2 LLMC.

Dat het zakenfonds door BAVDK nog niet is gevormd, maakt niet, zoals door Niedersachsen Ports is aangevoerd, dat Van der Kamp niet ontvankelijk is in haar verzoek om te mogen aanhaken bij het door BAVDK te stellen zakenfonds. Noch het LLMC, noch de Nederlandse wettelijke bepalingen staan in de weg aan een geclausuleerde toewijzing van het aanhaakverzoek, in die zin dat het door BAVDK te stellen fonds, zodra gesteld, mede geacht moet worden te zijn gesteld door Van der Kamp als eigenaar van het schip en daarmee beperkingsgerechtigde.

Er is geen sprake van misbruik van bevoegdheid ex artikel 3:31 BW

2.8.. Volgens Niedersachsen Ports maken Van der Kamp en BAVDK misbruik van hun bevoegdheid. Zij voert daartoe, kort gezegd, het volgende aan. Niedersachsen Ports is op 17 november 2025 een bodemprocedure in Duitsland gestart tegen Van der Kamp. Aan haar was niet medegedeeld dat er een rompbevrachtingsovereenkomst bestond met BAVDK. De bodemprocedure die Van der Kamp daarna bij deze rechtbank aanhangig heeft gemaakt, waarin zij vordert dat BAVDK gehouden is haar te vrijwaren, is geen waarachtige procedure en is volgens Niedersachsen Ports enkel bedoeld om de mogelijkheid te scheppen om in Nederland een beperkingsprocedure te starten. Immers, Van der Kamp en BAVDK hebben (deels) dezelfde bestuurders, zijn op hetzelfde adres gevestigd en hebben één en dezelfde P&I Club. Verder blijkt nergens uit dat BAVDK de verplichting tot vrijwaring betwist. In plaats van een beperkingsprocedure in Duitsland te starten, hebben BAVDK en Van der Kamp hun verzoeken in Nederland ingediend met geen ander doel dan om Niedersachsen Ports te schaden, op kosten te jagen en van het natuurlijke en bevoegde gerecht in Duitsland te onttrekken. Deze wijze van handelen is volgens Niedersachsen Ports vergelijkbaar met het misbruiken van de in artikel 8 lid 1 EEX-Vo gecreëerde mogelijkheid van het overdagen van meerdere verweerders. Volgens het Hof van Justitie kwalificeren kunstmatig gecreëerde procedures als misbruik van recht als daarmee verweerders van de rechter van hun woonplaats worden afgetrokken.De schadevaring en de daaruit voortgevloeide Duitse bodemprocedure alwaar het toepasselijke Duitse recht zal worden toegepast, heeft geen enkele band met Nederland of de Nederlandse jurisdictie, aldus Niedersachsen Ports.

2.9..

De rechtbank overweegt als volgt. Het gaat hier om een bevoegdheid op grond van het LLMC, een verdrag met rechtstreekse werking in Nederland. Voor zover al de uitoefening van een door het LLMC gegeven bevoegdheid kan worden bestreden op basis van de Nederlandse interne norm van misbruik van bevoegdheid, oordeelt de rechtbank dat van zodanig misbruik hier niet gebleken is.

Van der Kamp is in Nederland een bodemprocedure gestart tegen BAVDK. Niet in geschil is dat - op grond van een forumkeuzebeding in de bevrachtingsovereenkomst - de Nederlandse rechter bevoegd is om van dat geschil kennis te nemen. In deze bodemprocedure acht Van der Kamp BAVDK op grond van contractuele afspraken gehouden om haar te vrijwaren voor alle schade naar aanleiding van de schadevaring. Volgens Niedersachsen Ports is deze procedure geen waarachtige procedure; maar bedoeld om de rechtbank ertoe te bewegen om BAVDK en Van der Kamp toe te staan in Nederland te beperken in plaats van in Duitsland.

Met haar standpunten lijkt Niedersachsen Ports voorwaarden aan het karakter van de ‘legal proceedings’ te stellen die in artikel 11 lid 1 van het LLMC zelf niet zijn terug te vinden en daar - bij een redelijke verdragsuitleg, overeenkomstig de regels uit het Weens verdragenverdrag - ook niet noodzakelijkerwijs uit voortvloeien. Voorwaarde voor het beperken van aansprakelijkheid is niet dat de aansprakelijkheid en/of het vorderingsrecht wordt/worden betwist en evenmin dat degene die ‘legal proceedings’ begint niet in een vennootschapsrechtelijke betrekking mag staan tot de aansprakelijk gehouden partij. Ook indien aan die of dergelijke ‘voorwaarden’ niet is voldaan kan sprake zijn van een reële, voor beperking vatbare vordering.

Dat dit hier anders is en dat de vordering van Van der Kamp in werkelijkheid niet bestaat, volgt onvoldoende uit wat Niedersachsen Ports aanvoert.

2.10.. Dat Niedersachsen Ports advocaatkosten moet maken in Nederland voor een beperkingsprocedure is géén grond voor afwijzing van het verzoek op grond van misbruik van bevoegdheid. Voor een Duitse beperkingsprocedure had zij dit immers ook moeten doen.

2.11.. Bovendien heeft de schadevaring, anders dan Niedersachsen Ports stelt, wel een band met Nederland, aangezien de Hein vaart onder de Nederlandse vlag, eigendom is van een Nederlandse partij (Van der Kamp) en geëxploiteerd wordt door een Nederlandse partij (BAVDK). Het is bovendien inherent aan het internationale karakter van de maritieme zaken en de systematiek van een beperkingsprocedure, dat partijen geconfronteerd kunnen worden met beperkingsprocedures in andere landen dan hun ‘thuisland’ en de daarmee gepaard gaande juridische complicaties. BAVDK en Van der Kamp maken gebruik van de mogelijkheden die het beperkingsrecht hen biedt. Dit levert geen misbruik van bevoegdheid op.

2.12..

Daarnaast wordt Niedersachsen Ports, met een bodemprocedure en de daaropvolgende beperkingsprocedure in Nederland, niet van de bevoegde rechter van haar woonplaats onttrokken. Als hiervoor geoordeeld onder 2.3 is de rechtbank Rotterdam bevoegd om kennis te nemen van de onderhavige verzoeken. Een procedure tot aansprakelijkheidsbeperking in Nederland laat onverlet dat de bodemprocedure ten aanzien van de schadeplichtigheid in Duitsland kan worden gevoerd.

Van der Kamp en BAVDK hebben aangevoerd dat de keuze om op lange termijn in Nederland te dagvaarden verband houdt met het afwachten van wat er in de Duitse bodemprocedure gebeurt. Van der Kamp en BAVDK sluiten ook niet uit dat de uitkomst van de Duitse bodemprocedure dienstig kan zijn voor de verificatie van de schuldvorderingen in de Nederlandse beperkingsprocedure.

De door Niedersachsen Ports bepleite analoge toepassing van uitspraken van het Hof van Justitie aangaande (thans) artikel 8 Brussel I-Bis Vo volgt de rechtbank dan ook niet.

Er is geen sprake van litispendentie of samenhang in de zin van artikel 29 of 30 Brussel I-bis Vo

2.13..

Indien en voor zover de rechtbank van oordeel zou zijn dat BAVDK niet niet ontvankelijk dient te worden verklaard, althans dat het verzoek niet onmiddellijk dient te worden afgewezen, heeft Niedersachsen Ports verzocht om de beperkingsprocedure, althans het aanhaakverzoek, aan te houden op grond van artikel 29 lid 1 Brussel I-bis Vo (litispendentie), dan wel artikel 30 lid 1 (samenhang). Zij voert daartoe het volgende aan.

In de bodemprocedure in Duitsland tegen Van der Kamp, vordert Niedersachsen Ports: 1) betaling van de contractueel overeengekomen kosten van de berging van de Hein van € 1.150.000,- en 2) een verklaring voor recht dat Van der Kamp aansprakelijk is voor de schade van Niedersachsen Ports tot het bedrag van de maximale aansprakelijkheid op grond van het LLMC/Protocol 1996, te weten SDR 2.310.904. Onderwerp van de Duitse procedure is onder meer de vraag of de bergingskosten worden beknot door de LLMC limiet en de vraag of het beperkingsbedrag integraal aan Niedersachsen Ports toekomt vanwege het voorrecht waarover zij zou beschikken op grond van artikel 614 van het Duitse Handelswetboek. Niedersachsen Ports verwijst naar de uitspraak van deze rechtbank in de Perficioen voert aan dat in onderhavig geval zowel de verzoeken van BAVDK en Van der Kamp als de Duitse bodemprocedure draaien om de beperkingsvraag. Nu de Duitse procedure eerder aanhangig is gemaakt, moet deze rechtbank haar uitspraak aanhouden, aldus Niedersachsen Ports.

2.14..

De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van litispendentie en dat er dus ook geen reden is om de beperkingsprocedure aan te houden op grond van artikel 29 Brussel I-bis Vo. Zij overweegt daartoe als volgt. De litispendentieregeling van artikel 29 Brussel I-bis Vo vereist onder meer dat voor de gerechten van verschillende lidstaten vorderingen aanhangig zijn die hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten. Aan de eis van ‘hetzelfde onderwerp’ is voldaan als de vorderingen hetzelfde doel hebben. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank in de Duitse bodemprocedure en de onderhavige beperkingsprocedure geen sprake. De vordering tot schadevergoeding in de Duitse bodemprocedure is erop gericht de aansprakelijkheid van Van der Kamp vast te stellen, terwijl de vordering tot beperking van aansprakelijkheid tot doel heeft te verkrijgen dat, ingeval de aansprakelijkheid wordt vastgesteld, deze wordt beperkt.

Aan de eis van ‘dezelfde oorzaak’ is voldaan als de vorderingen gegrond zijn op hetzelfde feitencomplex en op dezelfde rechtsregels die tot staving van de vordering worden aangevoerd. Ook aan deze eis is in onderhavige zaak niet voldaan, aangezien de vorderingen in de Duitse bodemprocedure en de beperkingsprocedure op verschillende rechtsregels zijn gebaseerd: de vordering tot schadevergoeding is gebaseerd op het recht inzake de niet-contractuele aansprakelijkheid, terwijl de vordering om een fonds te vormen is gebaseerd op het LLMC. Dat Niedersachsen Ports voor de hoogte van haar vordering tegen Van der Kamp heeft aangesloten bij het beperkingsbedrag op grond van het LLMC maakt dat niet anders. Zoals ook door verzoeksters aangevoerd, betekent dit niet dat de Duitse rechter zich moet uitlaten over het recht op beperking van Van der Kamp. Daarnaast onderschrijft het juist het standpunt van verzoeksters dat geen sprake zal zijn van tegengestelde beslissingen in het kader van artikel 30 Brussel I-bis Vo, zoals hierna te bespreken, aangezien Niedersachsen Ports niet meer vordert dan het beperkingsbedrag.

2.15.. De vraag of de kosten van Niedersachsen Ports voor de bergingsoperatie van de Hein worden beknot door een zakenfonds, alsmede de vraag of het voorrecht dat Niedersachsen Ports mogelijk heeft op grond van artikel 614 Duits Handelswetboek dat ziet op schade aan havenwerken tot gevolg heeft dat het beperkingsbedrag integraal toekomt aan Niedersachsen Ports (en er dus geen ruimte bestaat voor concurrerende vorderingen), maakt dit oordeel ook niet anders. Deze onderwerpen raken niet aan de vraag ofVan der Kamp en BAVDK hun aansprakelijkheid mogen beperken. Deze onderwerpen raken aan de vraag of aansprakelijkheid voor een bepaald type vordering mag worden beperkt en/of hoe bepaalde vorderingen eventueel gerangschikt moeten worden. De discussie hierover volgt eventueel in de verificatiefase en – indien nodig – tijdens renvooiprocedures. Dat een renvooiverwijzing tot onoverkomelijke juridische complicaties in Nederland en Duitsland zou leiden, zoals door Niedersachsen Ports gesteld, is niet, althans onvoldoende door Niedersachsen Ports onderbouwd en volgt de rechtbank, gelet op voorgaand oordeel, niet.

2.16.. Ook het beroep op artikel 30 Brussel I-bis Vo gaat niet op. Zoals door Van der Kamp aangevoerd, zal de Duitse bodemrechter een uitspraak doen over de aard en omvang van de vordering van Niedersachsen Ports op Van der Kamp, en die uitspraak laat onverlet dat een andere rechter zich kan en mag uitlaten over de vraag of Van der Kamp en BAVDK een beroep toekomt op het recht om hun aansprakelijkheid voor alle vorderingen naar aanleiding van één en bepaald voorval te beperken. Van tegenstrijdige beslissingen is dan ook geen sprake.

Verdere beoordeling

2.17.. BAVDK stelt dat het bruto tonnage van de Hein 3.326 bedraagt. Dit wordt bevestigd in het door BAVDK overgelegde afschrift van het International Tonnage Certificate in bijlage vijf. BAVDK stelt verder dat op grond van dit bruto tonnage het beperkingsbedrag overeenkomstig artikel 8:755 lid 1 BW en het LLMC 1996 neerkomt op SDR 2.310.904.

2.18.. Naast de hierboven behandelde en afgewezen verweren heeft de verschenen belanghebbende geen andere verweren gevoerd tegen het verzoek van BAVDK met betrekking tot de beperking van aansprakelijkheid voor de schadevaring. Evenmin is verweer gevoerd tegen de berekening van het te stellen zakenfonds zoals opgenomen in het verzoekschrift.

2.19.. Het bedrag waartoe de aansprakelijkheid voor vorderingen waarvoor beperking wordt verzocht voorshands is beperkt, te weten het zakenfonds, beloopt daarom SDR 2.310.904, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag volgende op de dag van het voorval, te weten 26 juli 2025, tot en met de dag volgende op de dag waarop het fonds zal zijn gesteld. De genoemde rekeneenheid SDR is het bijzondere trekkingsrecht, zoals dat is omschreven door het Internationale Monetaire Fonds (IMF), naar de koers van de dag van het stellen van het fonds om te rekenen in euro’s volgens de waarderingsmethode die door het IMF op de dag van omrekening wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en transacties.

2.20.. Tot zover voldoen de verzoeken aan de wettelijke vereisten. Daarom zal de rechtbank bepalen dat BAVDK fonds dient te stellen tot het in 2.19 bedoelde totaal beloop en dat dit zakenfonds, zodra gesteld, wordt geacht mede te zijn gesteld door Van der Kamp. Verder zal de rechtbank bepalen dat verzoeksters fonds dienen te stellen ter bestrijding van de kosten van de procedures zoals hierna te vermelden. Deze kosten zijn door de vereffenaar voorlopig begroot op € 8.500,00 per zaak. Verzoeksters hebben zich hier tijdens de mondelinge behandeling mee akkoord verklaard. Verder zal de rechtbank een rechter-commissaris aanwijzen en de vereffenaar benoemen.

2.21.. Fondsvorming zal plaatsvinden middels storting in de consignatiekas, zoals door BAVDK in haar verzoekschrift verzocht.

Verzoeksters dienen bij storting in de consignatiekas een kopie van deze beschikking te sturen aan:

Ministerie van Financiën

t.a.v. de Consignatiekas

Postbus 20201

2500 EE Den Haag

e-mail: [email protected]

Zij zullen in de begeleidende brief bij deze beschikking worden geïnformeerd over de praktische afhandeling.

Voeging

2.22..

Het verzoek tot voeging van de aanhaakprocedure met de beperkingsprocedure, is ingevolge artikel 642b Rv toewijsbaar. De verzoekschriften betreffen hetzelfde voorval en geen van de in het verzoekschrift vermelde belanghebbenden heeft bezwaar gemaakt tegen de verzochte voeging. Het ligt voor de hand dat vorderingen tegen de ‘aanhakende’

partij door dezelfde vereffenaar worden behandeld en ten overstaan van dezelfde

rechter-commissaris. Daarmee worden de vorderingen van alle schuldeisers binnen

hetzelfde beperkingsfonds op efficiënte, gelijk(vormig)e en proceseconomische wijze

behandeld. Voeging van de procedures tot beperking van aansprakelijkheid ligt daarom in

de rede. Geen verdragsrechtelijke of wettelijke regeling verzet zich tegen voeging van een

verzoek tot ‘aanhaken’ bij een lopende procedure tot beperking van aansprakelijkheid. De

rechtbank zal daarom de voeging bevelen.

2.23.. Ingevolge artikel 642c lid 5 Rv is deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

3. De beslissing

De rechtbank

in de zaken van BAVDK en Van der Kamp

3.1.. bepaalt het bedrag waartoe de aansprakelijkheid van BAVDK ter zake van de zaakschade in verband met het in 2.1 bedoelde voorval voorshands is beperkt op SDR 2.310.904 om te rekenen in euro’s naar de koers van de dag van het stellen van het fonds volgens de waarderingsmethode die door het IMF op de dag van omrekening wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en transacties, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover te berekenen vanaf de dag volgende op de dag van het voorval, te weten 26 juli 2025, tot de dag volgende op de dag van het stellen van het fonds;

3.2.. bepaalt dat BAVDK uiterlijk op 28 mei 2026 fonds dient te stellen tot het beloop van het in 3.1 bedoelde bedrag aan hoofdsom en rente, te vermeerderen met € 8.500,00 ter bestrijding van de kosten van de procedure, en wel door storting van dit totale bedrag in de consignatiekas op naam van de rechter-commissaris en de vereffenaar;

3.3.. bepaalt dat het door BAVDK te stellen zakenfonds ter uitvoering van deze beschikking, zodra gesteld, mede wordt geacht te zijn gesteld door Van der Kamp;

3.4.. stelt vast dat de eventuele aansprakelijkheid van ieder van verzoeksters tezamen voor het voorval voorshands is beperkt tot het in deze beschikking bepaalde bedrag;

3.5.. bepaalt dat Van der Kamp uiterlijk op 28 mei 2026 het bedrag van € 8.500,00 ter bestrijding van de kosten van de procedure dient te storten in de consignatiekas op naam van de rechter-commissaris en de vereffenaar;

3.6.. benoemt tot vereffenaar van het fonds mr. A. van Steenderen, [adres] , [postcode] [woonplaats] , [email protected];

3.7.. beveelt de voeging van de procedure die door Van der Kamp aanhangig is gemaakt onder C/10/714137 / HA RK 26-82 met de door BAVDK ingeleide procedure tot beperking van aansprakelijkheid onder C/10/713749 / HA RK 26-64;

3.8.. wijst aan als rechter-commissaris ter vaststelling van de staat van verdeling van het fonds mr. D.L. Spierings;

3.9.. houdt alle verdere beslissingen aan;

in het 195 Rv incident

3.10.. wijst het verzoek van Niedersachsen Ports op grond van artikel 195 Rv af;

3.11.. compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026.

3597/2459

Verdrag inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen 1976 zoals gewijzigd bij het Protocol van 1996.

Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

Vgl Hof Den Haag 19 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:344, ro. 4.3.

HvJEU, 13 juli 2006, ECLI:EU:C:2006:471 en HvJEU, 21 mei 2015, ECLI:EU:C:2015:335.

Stolt Commitment / Thorco Cloud bij Hof Den Haag 19-02-2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:346.

Rechtbank Rotterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9088.

Plus de Décisions